Jaarstukken 2021 gemeente Montfoort definitief.pdf
Tekst van het document
Begroting 2021 primair na wijziging 7.819.832 8.672.385 3.772.738 4.313.738 4.047.094 4.358.647 304.500 384.500 480.000 989.269 -175.500 -604.769 3.871.594 3.753.878
Rekening 2021 10.501.579 6.435.397 4.066.183 387.524 687.787 -300.262 3.765.920
Toelichting programma 3 Wonen en Ruimte Kunstwerken/bruggen: Er heeft eind 2021 een visuele inspectie van de bruggen plaatsgevonden. In afwachting van de uitkomsten van deze inspecties heeft geen groot onderhoud plaats gevonden. Openbare verlichting: De raming van € 217.000 is nog gebaseerd op het feit, dat de lichtmasten nog in lease waren bij Citytec. Eind 2020 heeft de gemeente de verlichting gekocht van Citytec. Dit had tot gevolg, dat de kosten voor onderhoud veel lager werden. Voorheen dus het lease-bedrag en nu alleen nog de onderhoudskosten. De kosten van onderhoud zijn naar verwachting ongeveer € 30.000. Wegen: Er is in 2021 minder uitgegeven op groot onderhoud wegen dan van tevoren begroot. Dit heeft meerdere redenen: a. twee werken zijn per uitgestelde prestatie aangevraagd. Opdracht voor deze werken is verleend in december 2021, maar uitvoering kan pas in het eerste kwartaal van 2022 plaats vinden. Dit gaat om een bedrag van € 58.000 en betreft de projecten Godfried van Rhenenlaan en Heeswijkerpoort. b. De begroting was te ambitieus: twee projecten hebben op de planning gestaan voor 2021, maar zijn uitgesteld vanwege hun complexe karakter. De projecten bleken meer voorbereiding en participatie met de buurt te vragen. Dat zijn de wegen Vaartkade Zuidzijde en Laan van Overvliet. c.
Er was gepland asfaltwerk aan de Noord-Linschoterdijk te doen, maar dat was in afwachting van het plaatsen van de beschoeiing langs de dijk. Het plaatsen van de beschoeiing is uitgesteld, dus het asfaltwerk ook. Verkeer: Van de provincie is een subsidie van € 98.000 ontvangen voor de aanpassing van het kruispunt aan de Doeldijk. Hiervan is de aanpassing van het kruispunt bekostigd. Openbaar groen: De loonkosten zijn hoger als gevolg van uitbreiding van personeel. Doorbelasting overige personeelskosten was niet geraamd. Aankopen niet duurzame goederen en diensten is overschreden, omdat een factuur die voorzien was in 2022 in 2021 is geboekt, omdat de goederen op 15 december 2021 zijn geleverd. Riolering: In plaats van dat er een bedrag uit de reserve riolering onttrokken zou worden is er een fors bedrag in de reserve gestort. Verschil ongeveer € 470.000. De kosten van onderzoek zijn minder dan geraamd. Een gedeelte van de onderzoekskosten is geboekt op personeel van derden in verband met de inhuur van een externe deskundige.
90
voordeel - nadeel n -1.829.194 v 2.121.659 v 292.464 n -3.024 n -301.482 n -304.507 n -12.042
Verschil
Verschil lasten
Verschil baten
43.600
126.500
150.400
-76.000
-64.500
-226.200
89.100
Jaarrekening Baten rioolrecht: De opbrengst rioolrecht is achter gebleven bij de raming. Daarnaast is er meer ontheffing verleend. Zwerfafval: In 2021 is de eindafrekening ontvangen van zwerfafval jaarplan 2013 - 2017. Er was minder aan kosten van zwerfafval uitgegeven dan was ontvangen. Dit bedrag van € 13.400 diende terug betaald te worden. Ook heeft er dit jaar een afrekening plaats gevonden van de zwerfafvalvergoeding over de jaren 2018 2020. Ook over deze periode diende een bedrag terugbetaald te worden (€ 17.400). Grondexploitatie: Dit betreft grotendeels de vermindering van de boekwaarde van project Voorvliet. Voorbereiding woningbouwprogramma: De kosten van voorbereiding woningbouw programma zijn hoger dan begroot. Hiertegenover staan een tweetal ontvangen subsidies van de provincie. Per saldo heeft er een onderschrijding plaats gevonden van ongeveer € 27.000. Voorgesteld wordt dit bedrag over te hevelen naar 2022. Afvalverwijdering: Er is € 53.900 aan de reserve afvalstoffenheffing onttrokken. Deze onttrekking was niet geraamd. Daarnaast heeft er een afrekening plaats gevonden van het innemen van verpakkingsmateriaal over het jaar 2020, dat ongeveer € 30.000 hoger uitviel dan verwacht in 2020. Afvalstoffenheffing: Het kohier afvalstoffenheffing was nagenoeg gelijk aan de raming.
De opbrengst is achtergebleven door verleende ontheffingen, verminderingen en vernietigingen. Reinigingsrecht: Het kohier is achtergebleven bij de raming.
-62.000
-30.800 -1.706.700 1.670.300
-151.600
178.800
83.000
-55.500 -21.600
Leges Omgevingswet: In de laatste twee maanden zijn een drietal grote bouwvergunningen verleend met een legesopbrengst van ongeveer € 245.000. Overige verschillen: (inclusief afrondingsverschillen) Totale afwijking voor mutaties reserves Reserves en voorzieningen: Er is minder uitgegeven in 2021 op groot onderhoud wegen dan van tevoren begroot. Dit heeft meerdere redenen. a. twee werken zijn per uitgestelde prestatie aangevraagd. Opdracht voor deze werken is verleend in december 2021, maar uitvoering kan pas in het eerste kwartaal van 2022 plaats vinden. Dit gaat om een bedrag van € 58.000 en betreft de projecten Godfried van Rhenenlaan en Heeswijkerpoort. b. De begroting was te ambitieus. twee projecten hebben op de planning gestaan voor 2021, maar zijn uitgesteld vanwege hun complexe karakter. De projecten bleken meer voorbereiding en participatie met de buurt te vragen. Dat zijn de wegen Vaartkade Zuidzijde en Laan van Overvliet. c. Er was gepland asfaltwerk aan de Noord-Linschoterdijk te doen, maar dat was in afwachting van het plaatsen van de beschoeiing langs de dijk. Het plaatsen van de beschoeiing is uitgesteld, dus het asfaltwerk ook. Totale afwijking na mutaties reserves
208.600 23.206 30.959 -1.912.094 2.121.659
-3.024 -301.482 -1.909.070 1.820.177 (+ voordeel/- nadeel)
Programma 4 Totaal programma Onderwijs, sport en cultuur Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming
Begroting 2021 primair na wijziging 2.208.033 2.717.185 344.313 869.462 1.863.720 1.847.723 0 0 1.452 23.452 -1.452 -23.452 1.862.268 1.824.271
Rekening 2021 2.338.937 527.071 1.811.865 0 6.452 -6.452 1.805.413
Toelichting programma 4 Onderwijs, sport en cultuur Leerlingenvervoer: Vanwege corona is er minder gebruik gemaakt van leerlingenvervoer (€ 114.200 voordeel). Er zijn ook specifieke corona-kosten gemaakt (€ 8.200 nadeel). 91
voordeel - nadeel v 378.248 n -342.391 v 35.858 n 0 n -17.000 n -17.000 v 18.858
Verschil
Verschil lasten 106.000
Verschil baten
Jaarrekening Lokaal onderwijsbeleid: In 2021 zijn er geen lasten gemaakt voor Nationaal Programma Onderwijs. Het NP Onderwijs is er voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona. Dit betekent een voordeel aan de lastenkant van € 246.000 en aan de batenkant een nadeel. Deze regeling mag ingezet worden tot en met schooljaar 2022-2023. Leerplicht: De afrekening leerplicht over 2021 laat een voordeel zien van € 12.100.
246.000
Kinderopvang (VVE): Er is in 2021 minder uitgegeven voor onderwijsachterstandenbeleid (€ 41.300 voordeel). In verband met de lagere lasten is een deel van de ontvangen uitkering als dekking voor lasten in de komende jaren ten gunste van de balans gebracht. Dit levert aan de batenkant een nadeel op van € 37.100. Peuteropvang: Er is meer uitgegeven aan peuteropvang.
41.300
Stimulering sport: De ontvangen middelen voor leefstijlinterventies/Kaderbriefgelden zijn niet uitgegeven en naar 2022 overgeheveld (€ 22.600 voordeel) en de ontvangen middelen voor het Sportakkoord- en Preventieakkoord 2021 zijn niet uitgegeven en naar 2022 overgeheveld (€ 16.900 voordeel). Aan de batenkant betekent dit een nadeel van € 44.600, omdat deze middelen worden overgeheveld naar 2022. Zalencentrum De Vaart: In verband met corona is er aan de lastenkant per saldo een nadeel van € 21.000 in verband met corona. Aan de batenkant is er een nadeel van € 25.700, omdat de vergoeding van de nutskosten en servicekosten is verwerkt in de afrekening van SBML. Sporthal Hofland: Betreft huurderving 2021 in verband met corona (€ 28.600 nadeel). Kunst: Er is een nadeel van € 10.100 in verband met het beheer van de beelden in de buitenruimte. Daarnaast is er een nadeel van € 3.900 vanwege de verzekeringskosten van de kunstobjecten. Monumenten-en -zorg: In 2021 is er geen gebruik gemaakt van de subsidieregeling monumenten. Dit levert per saldo een voordeel op van € 5.700. Daarnaast zijn er minder uren doorbelast dan begroot. Dit levert een voordeel op van € 6.200. Overige verschillen (inclusief afrondingsverschillen): Totale afwijking voor mutaties reserves Betreft voordeel niet bestede middelen bibliotheek. Totale afwijking na mutaties reserves
-246.000
12.100 -37.100
-10.500 39.500
-44.600
-21.000
-25.700
-28.600 -14.000
11.900
-4.452 378.248
11.009 -342.391
-17.000 378.248 -359.390 (+ voordeel/- nadeel)
Programma 5 Totaal programma Inkomen, jeugd en Wmo Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming
Begroting 2021 primair na wijziging 9.791.677 11.396.650 1.405.994 2.291.588 8.385.683 9.105.062 0 0 0 70.000 0 -70.000 8.385.683 9.035.062
Rekening 2021 10.802.911 1.933.990 8.868.921 0 8.000 -8.000 8.860.921
Toelichting programma 5 Inkomen, jeugd en wmo Algemene voorzieningen Wmo: De cliëntondersteuning en contractbeheer hulpmiddelen heeft meer gekost (€ 83.900 nadeel). Daar staat aan de batenkant een voordeel van € 67.600 tegenover. Betreft bijdrage van andere gemeenten voor contractbeheer IBMN voor hulpmiddelen en ontvangen subsidie voor MOBW (Maatschappelijke Opvang/Bescherm Wonen). Statushouders: Er zijn lagere lasten in het kader van de Wet Inburgering. Bij de resultaatbestemming wordt voorgesteld deze middelen beschikbaar te houden voor dit doel (€ 36.000 voordeel). Algemene voorzieningen jeugd: In 2021 is er geen gebruik gemaakt van de incidentele subsidies. Dit levert een voordeel op van € 12.000. Daarnaast zijn er minder 92
voordeel - nadeel v 593.739 n -357.598 v 236.141 n 0 n -62.000 n -62.000 v 174.141
Verschil
Verschil lasten -83.900
36.000
22.000
Verschil baten 67.600
Jaarrekening uren doorbelast dan begroot. Dit levert een voordeel op van € 5.000. Tot slot een voordeel van € 5.000 vanwege minder doorbelaste uren. Sociaal team: Het ontstane voordeel van € 60.800 in verband met de afrekening 2020 wordt voorgesteld om over te hevelen naar 2022 om dit beschikbaar te kunnen houden voor het sociaal team. Jeugdhulp: Voor jeugdhulp zijn er in de meicirculaire 2021 incidenteel middelen toegevoegd. Deze middelen zijn geraamd op dit grootboeknummer, maar betreffen eigenlijk de totale jeugdhulpinzet. De exacte verdeling van de kosten was op voorhand niet in te schatten (€ 55.800 voordeel). Uitkeringen BUIG/inkomensregelingen/TOZO: Er is een nadeel van € 63.500 in verband met de voorlopige afrekening van Ferm Werk ten aanzien van de loonkostensubsidies van garantiebanen. Hier tegenover staat een hogere bijstandsuitkering van het rijk (€ 119.600 voordeel bijstandsuitkering 2021, verrekening 2020 en Bbz 2021). Daarnaast is er een voordeel van € 555.200, omdat er minder gebruik is gemaakt van de TOZO regeling dan geraamd. Aan de batenkant levert dit een nadeel op. Tot slot is er per saldo een nadeel van € 65.000 door hogere lasten voor uitkeringsontvangers (uitkeringen levensonderhoud, Bbz, uitvoeringskosten, enz.). Ook hier staat de hogere bijstandsuitkering tegenover. Tot slot een nadeel van € 9000 vanwege meer doorbelaste uren.
Minimabeleid/inkomensregelingen: Er is minder gebruik gemaakt van de TONK regeling over 2021. Daarnaast hoefde het jeugdfonds geen aanspraak te maken op subsidies. Per saldo een voordeel van € 55.800. Kwijtscheldingen: Er is in 2021 over het betreffende belastingjaar en voorgaande jaren meer kwijtschelding verleend. Dit levert een nadeel op van € 20.800.
60.800
64.600
-63.500
119.600 555.200 - 555.200 -65.000
-9.000 55.800
-20.800
WSW/begeleide participatie: De voorlopige afrekening 2021 van Ferm Werk t.a.v. WSW/begeleide participatie laat een voordeel zien ten opzichte van de raming van € 89.000.
89.000
Arbeidsparticipatie: De voorlopige afrekening 2021 van Ferm Werk t.a.v. reintegratie/arbeidsparticipatie laat een voordeel zien t.o.v. de raming van € 35.600 (inclusief de uitvoeringskosten).
35.600
Participatie stelposten: Voorgesteld wordt om de budgetoverheveling voor armoedebestrijding van de jaarrekening 2020 over te hevelen naar 2022. Daarnaast een voordeel van € 11.400 vanwege in de meicirculaire 2021 beschikbaar gestelde middelen voor participatie van € 14.800. Woningaanpassingen: In 2021 is er een grote woningaanpassing geweest van € 95.000. Daarnaast zijn er ten opzichte van voorgaande jaren meer trapliften verstrekt. Dit levert in totaal een incidenteel nadeel op van € 118.200. Pgb Wmo: Er is hier sprake van een voordeel in de Pgb hulpmiddelen en vervoer, wat inclusief de woningaanpassingen gezien moet worden. Hier een voordeel van € 53.200; bij de woningaanpassingen een nadeel. Vervoersdiensten Wmo: Er is over 2021 minder gebruik gemaakt van de vervoersdiensten Wmo dan geraamd. Dit levert een voordeel op van € 16.800.
41.400
-118.200
53.200
16.800
Hulp bij het huishouden: De cliëntaantallen zijn gedurende 2021 gestegen met een piek in het derde kwartaal van 2021. Dit zorgt voor een incidenteel nadeel van € 33.400. Huishoudelijke hulp toeslag: Er hebben meer mensen gebruik gemaakt van de HHT dan was voorzien. Dit levert een incidenteel nadeel op van € 22.400. In 2022 wordt dit toegevoegd aan het reguliere budget HH. Pgb jeugd: We zien net als voorgaande jaren een verschuiving van pgb naar verstrekking in natura. Dit levert hier een voordeel op van € 69.000.
-33.400
Jeugdhulp: Door de verschuiving van pgb naar verstrekkingen in natura ontstaat er een nadeel van € 69.000. Daarnaast zijn er nog afrekeningen over voorgaande jaren binnengekomen (€ 30.700 nadeel) waar geen rekening mee gehouden was.
-69.000
Overige verschillen (inclusief afrondingsverschillen): Totale afwijking voor mutaties reserves De budgetoverheveling van de jaarrekening 2020 voor armoedebeleid en Wet Inburgering zijn niet besteed. Voor 2021 wordt voorgesteld om deze budgetten over te hevelen (€ 62.000 nadeel). Totale afwijking na mutaties reserves
-22.400
69.000
-30.700 10.239
10.402
593.739
-357.598 -62.000
593.739
-419.598
(+ voordeel/- nadeel)
93
Jaarrekening
Programma 6 Overzicht baten en lasten Overhead Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming
Begroting 2021 primair na wijziging 4.899.463 5.097.206 310.782 325.588 4.588.681 4.771.618 120.000 120.000 240.000 464.943 -120.000 -344.943 4.468.681 4.426.675
Rekening 2021 5.128.987 245.495 4.883.492 98.218 359.599 -261.381 4.622.111
Toelichting programma 6 Overhead Bedrijfsvoering: Aan de hand van de openstaande vorderingen is een analyse gemaakt van het benodigde saldo in de voorziening dubieuze debiteuren. Gebleken is dat de voorziening meer dan voldoende is en een bedrag van € 62.400 is vrijgevallen. Aangezien er in 2021 geen interne uren aan projecten doorbelast konden worden, levert dit een nadeel op van € 150.000. Dit bedrag wordt enigszins gecompenseerd door de opbrengst uit anterieure overeenkomsten € 21.000 (programma 3). Voor een totaaloverzicht van de personeelskosten wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering. Oudheidkunde: In verband met het uitfaseren van het archief in 2022 door het nieuwe zaaksysteem wordt voorgesteld het budget 2021 van het project My-Lex over te hevelen naar 2022. Overhead overige personeelskosten: Onder deze post wordt met name de inhuur van extern personeel verantwoord (centraal inhuurbudget) die niet ten laste van vacatureruimte wordt verantwoord. Deze kosten worden in het totaal van de personeelskosten meegenomen. Voor een totaaloverzicht van de personeelskosten wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering. In dit overzicht zijn ook de overige personeelslasten (o.a. vergoeding woon-werkverkeer, reis- en verblijfkosten, opleiding- en ontwikkelingskosten e.d.) meegenomen. In totaal is circa € 65.100 over gehouden.
voordeel - nadeel n -31.781 n -80.093 n -111.874 v 21.782 n -105.344 n -83.562 n -195.436
Verschil
Verschil lasten
Verschil baten
-193.000
-80.000
48.400
65.100
Overhead ICT: In 2021 is de transitie van de ICT met Gouda afgerond. Het budget voor ICT is nog in ontwikkeling. 42.900 Overige verschillen (inclusief afrondingsverschillen): Totale afwijking voor mutaties reserves
4.819 -31.781
De mutaties hebben betrekking op de bestemmingsreserve organisatieontwikkeling en de algemene reserve. Voorgesteld wordt de onttrekking uit de algemene reserve ten behoeve van het project MY-Lex € 23.562 over te hevelen naar 2022. Totale afwijking na mutaties reserves
-93 -80.093
21.782 -105.344 -9.999 -185.437 (+ voordeel/- nadeel)
Programma 7, 8, 9 Totaal programma Algemene dekkingsmiddelen Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming
Begroting 2021 primair na wijziging 282.602 293.545 20.538.199 21.593.025 -20.255.597 -21.299.480 0 0 3.910 3.910 -3.910 -3.910 -20.259.507 -21.303.390
94
Rekening 2021 202.625 22.041.219 -21.838.594 0 3.910 -3.910 -21.842.504
voordeel - nadeel v 90.920 v 448.194 v 539.114 n 0 n 0 n 0 v 539.114
Verschil
Jaarrekening
Toelichting programma 7 Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering (excl. deelfonds sociaal domein: In de begroting is de raming van de algemene uitkering gebaseerd op de meicirculaire 2021 (€ 16.645.522). De september- en decembercirculaire 2021 zijn niet in de begroting verwerkt. De raming van de algemene uitkering ná de decembercirculaire 2021 komt uit op € 17.358.634. Werkelijk is er € 17.410.000 ontvangen. Het verschil kan verklaard worden door verschillen in bijstelling van aantallen en correcties van de uitkering over eerdere jaren. Nutsbedrijven: Door een enorme investeringsopgave waarvoor Vitens de komende jaren staat o.a. door vervanging van verouderde waterleidingen is het dividend 2020 evenals 2019 niet uitgekeerd. Treasury: De toegerekende rente (kapitaallasten) aan investeringen is lager dan begroot. Met name de toerekening aan de nieuwbouw brandweerkazerne en investering in riolering. De dividend uitkering van de BNG Bank over 2019 en 2020 is in 2021 uitgekeerd. Maar lager dan begroot in verband met corona. De dividend uitkering van de BNG Bank is in 2021 niet tot uitkering gekomen i.v.m. corona. De toegerekende rente aan grondexploitaties bedroeg in 2021 € 23.100. Algemene baten en lasten: Van de post overige lasten is in 2021 nagenoeg geen gebruik gemaakt. De stelpost loon/prijscompensatie € 86.000 is aangewend ter dekking van de loonkosten i.v.m.
CAO ontwikkeling. Overige verschillen (inclusief afrondingsverschillen): Totale afwijking voor mutaties reserves Geen afwijkingen mutaties reserves Totale afwijking na mutaties reserves
Overzicht baten en lasten Vpb Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming
Begroting 2021 primair na wijziging 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Rekening 2021 -10.401 0 -10.401 0 0 0 -10.401
Verschil lasten
Verschil baten
511.500
-37.000
-21.800
4.600
106.600 6.120 90.920
-30.906 448.194
90.920 448.194 (+ voordeel/- nadeel) voordeel - nadeel v 10.401 n 0 v 10.401 n 0 n 0 n 0 v 10.401
Verschil
Bij de definitieve berekening en vaststelling van vpb-aangiften aangaande voorgaande jaren is een teruggave vastgesteld ad € 10.401.
Overzicht baten en lasten Onvoorzien Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming
Begroting 2021 primair na wijziging 50.000 50.000 0 0 50.000 50.000 0 0 0 0 0 0 50.000 50.000
Rekening 2021
voordeel - nadeel v 50.000 n 0 v 50.000 n 0 n 0 n 0 v 50.000
Verschil 0 0 0 0 0 0 0
In de programmabegroting 2021 was € 50.000 begroot voor onvoorziene uitgaven. De lasten voor het project “Verder verbeteren leefbaarheid” ad € 12.445 (collegebesluit van 2 maart 2021) zijn gedekt uit de post onvoorziene uitgaven. De lasten zijn verwerkt in programma 1.
95
Jaarrekening
Overzicht van incidentele baten en lasten Toelichting Wachtgelden en pensioen. In verband met een éénmalige teruggave van € 52.711,jaarrekening 2020 van Stichting Derdengelden Visma. Stadskantoor: éénmalig corona-gerelateerde kosten gemaakt
Totaal lasten -€ 37.415
Bedrijfsvoering: betreft resultaatbestemming van jaarrekening 2020 naar 2021, éénmalig budget digitalisering bouwvergunningen. Verkeer: betreft resultaatbestemming van jaarrekening 2020 naar 2021, voor het uitvoeringsprogramma Binnenstad, onderzoekskosten. Stimulering Sport: éénmalig corona-gerelateerde kosten gemaakt, in verband met Jeugd aan Zet en SPUK. Kunst: éénmalig corona-gerelateerde kosten gemaakt
€ 53.744
Wmo: betreft éénmalige kosten in verband met brede aanpak dak – en thuisloosheidbeleid Algemene voorzieningen Corona: éénmalig corona-gerelateerde kosten gemaakt
€ 28.200
Arbeidsparticipatie: éénmalig corona-gerelateerde kosten gemaakt
€ 12.996
Milieubeheer: betreft resultaatbestemming van jaarrekening 2020 naar 2021, transitievisie warmte. Omgevingswet: betreft éénmalige kosten gerelateerd aan implementatie Omgevingswet Anterieure overeenkomsten: éénmalige meeropbrengst anterieure overeenkomsten Totaal
€ 21.110
96
Totaal baten
€ 12.752
€ 32.930 € 53.451
€ -110.133
€ 14.545
€ 81.000
€ 123.977
€ 397.290
€ -175.816 € -285.949
Jaarrekening
Balans 31-12-2020
ACTIVA
31-12-2021
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
16.745.378
16.278.547
4.489.484
4.484.914
3.596.390
Totaal materiële vaste activa
5.575.010 24.831.251
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen u/g Totaal financiële vaste activa TOTAAL VASTE ACTIVA
213.061 177.521
26.338.469
63.061 146.814 390.582 25.221.834
209.875 26.548.344
Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk, waaronder gronden in exploitatie Gereed product en handelsgoederen Totaal voorraden
1.408.775 16
-59.082 0 1.408.791
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen Voorziening voor oninbaar Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
2.193.391 79.698 410.099
-59.082
2.454.072 894.460 436.681 2.683.187
Liquide middelen Kassaldi Bankensaldi Totaal liquide middelen
666 46.473
3.785.212
5.075 54.141 47.140
59.216
Overlopende activa Nog te ontvangen voorschotbedagen van Europese en Ned. overheidslichamen Overige nog te onvangen en vooruitbetaalde bedragen Totaal overlopende activa TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
0
0
1.991.254
1.527.410 1.991.254 6.130.372
TOTAAL ACTIVA
0
VPB (voorlopige aangifte)
31.352.206 10.239
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. 11/07/2022 d.d. ...................
97
1.527.410 5.312.756 0
31.861.100 9.422
Jaarrekening
PASSIVA
31-12-2020
31-12-2021
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserves Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat Totaal eigen vermogen
3.185.102 1.666.052 -1.347.157
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s Egalisatievoorzieningen Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden Totaal voorzieningen
1.786.769 137.913 5.214.192
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer Onderhandse leningen van: - Binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer TOTAAL VASTE PASSIVA
0 13.389.845 14.170
1.808.314 1.094.200 705.864 3.503.997
3.608.377
1.650.238 227.318 5.682.501 7.138.873
7.560.056
0 16.020.451 16.149 13.404.015 24.046.885
16.036.601 27.205.034
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Kasgeldleningen bij openbare lichamen Overige kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden Totaal netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar
2.000.000 0 0 2.764.008
0 0 0 2.204.439 4.764.008
Overlopende passiva Verplichtingen nog te betalen Voorschotbedragen Nederlandse overheidslichamen, uitgesplitst naar: - Rijk - Provincie - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen Totaal overlopende passiva TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
2.204.439
496.363
1.591.800
2.044.949 0 0 0
859.828 0 0 0 2.541.312 7.305.321
2.451.628 4.656.066
TOTAAL PASSIVA
31.352.206
31.861.100
Gewaarborgde geldleningen
17.389.992
17.680.576
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. 11/07/2022 d.d. ...................
98
Jaarrekening
Toelichtingen Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De raad heeft 25 mei 2020 de verordening ex artikel 212 van de gemeentewet vastgesteld (Financiële verordening gemeente Montfoort 2020). Deze is toen conform artikel 25 met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 in werking getreden. In deze toelichting op de balans wordt achtereenvolgens ingegaan op de in de balans vermelde activa, de in de balans vermelde passiva, niet uit de balans blijkende verplichtingen en belangrijke gebeurtenissen van na de balansdatum. De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Het boekjaar is gelijk aan het begrotingsjaar. Algemene grondslagen De waardering van de activa en passiva en de resultaatbepaling vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De afschrijvingen en waardeverminderingen van activa zijn onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van eenmalige schokeffecten dient wel een verplichting opgenomen te worden.
Eigen bijdrage CAK: De eigen bijdrage die een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (pgb) op grond van de Wmo verschuldigd is, is afhankelijk van de gemeentelijke verordening Wmo en de inkomensgegevens van de aanvrager. Wettelijk is bepaald dat het CAK de berekening hiervoor uitvoert. Omdat de gemeente niet over de inkomensgegevens kan beschikken, kan de juistheid en volledigheid van de eigen bijdrage niet worden vastgesteld. Hierdoor kan niet de vereiste zekerheid worden verkregen omtrent de omvang en hoogte van de eigen bijdrage Wmo in de jaarrekening. Alle opgenomen bedragen zijn in euro’s.
Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut In erfpacht uitgegeven gronden. De in erfpacht uitgegeven gronden zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs (i.c. de waarde die bij de eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). Gronden waarvan de erfpacht eeuwigdurend is afgekocht, zijn tegen een geringe registratiewaarde opgenomen. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
99
Jaarrekening Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering of het inzamelen van huishoudelijk afval, dan worden deze investeringen voortaan in de balans opgenomen in deze aparte categorie. Overige investeringen met economisch nut Materiële vaste activa zijn uitgaven die een meerjarig nut hebben en in termijnen worden afgeschreven. De opname van de materiële activa is in beginsel gebaseerd op de aanschafwaarde verminderd met de totale afschrijvingen. Onder aanschafwaarde wordt verstaan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, dan wel het betaalde bedrag verminderd met eventuele bijdragen en gerelateerde ontvangsten. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Op de waarde van activa met economisch nut mogen de reserves niet meer in mindering worden gebracht (het zgn. bruto activeren). Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
De termijnen van afschrijving zijn op genomen in bijlage 1 van de Nota Activabeleid 2020 van de gemeente Montfoort. In de financiële administratie wordt toepassing gegeven aan een uniforme werkwijze ten aanzien van afschrijving en renteberekening bij investeringen. Tenzij in het desbetreffende voorstel (de begrotingswijziging) een andere rentetoerekening is opgelegd, wordt de rente over investeringen berekend met het omslagpercentage (1,5%) dat is bepaald bij deze jaarrekening over de boekwaarde per 1 januari van het betreffende jaar. Alle investeringen worden bij voorkeur lineair afgeschreven. Alleen als de raad hiertoe besluit, kan annuïtaire afschrijving van een activum plaatsvinden. Als gevolg van gewijzigde regelgeving BBV heeft in 2016 her-rubricering plaatsgevonden van niet in exploitatie genomen bouwgronden van voorraden naar materiele vaste activa. Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut Overeenkomstig de voorschriften van het BBV worden infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken geactiveerd en afgeschreven. Hiervoor worden dezelfde afschrijvingstermijnen gehanteerd als bij de materiele activa met economische nut of de termijn zoals die is vastgesteld door de raad.
Financiële vaste activa Financiële vaste activa zijn leningen, deelnemingen en effecten, die het uitoefenen van de werkzaamheid van de organisatie duurzaam dienen. Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (‘kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen’ in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid d BBV sprake als de gemeente participeert in de het aandelenkapitaal van een NV of BV. Vlottende activa Vlottende activa zijn bezittingen waarvan het daarin geïnvesteerde vermogen binnen één jaar vrijkomt. Voorraden Als gevolg van gewijzigde regelgeving BBV heeft in 2016 her-rubricering plaatsgevonden van niet in exploitatie genomen bouwgronden van voorraden naar materiele vaste activa. De als ‘onderhanden werken’ opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde.
De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Interne apparaatslasten worden toegerekend aan de projecten op basis van uren maal tarief. Ook een eventuele voorziening voor onderhanden werk wordt ten laste gebracht van de bouwgronden in exploitatie. Onder de posten planontwikkeling, voorbereiding, ontwikkeling en toezicht zijn deze interne kosten verantwoord. Conform de notitie grondexploitaties en de vraag en antwoord rubriek van de commissie BBV is bepaald dat winsten uit de grondexploitaties genomen dienen te worden op het moment dat hierover voldoende 100