Getekend raadsvoorstel gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL ter besluitvorming ¡n de raad
Zaaknummer
574268
Datum raadsvergadering
9 februari 2026
Onderwerp
Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West
Datum commissievergadering
27 januari 2026
Portefeuillehouder
Wethouder C. van Dalen WethouderA.P.M. van de POII
Raadscommissie
Bestuur, Financiën en Samenleving
Voorstei 1. ln te stemmen met het treffen van een Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West in de vorm van een openbaar lichaam met ingang van 1 januari 2027 door middel van bijgevoegd ontwerp-Gemeenschappeiijke regeling Sociaal domein Utrecht West. 2. Het college van burgemeester en wethouders toestemming te verlenen tot het treffen van een Gemeenschappelijke Regeiing Sociaal Domein Utrecht West in de vorm van een openbaar lichaam met ingang van 1 januari 2027 door middel van bijgevoegde Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West. 3. ln te stemmen met de systematiek dat gedurende een periode van vijfjaar na de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West de raden in de gelegenheid worden gesteld zienswijze te geven op zowel de kadernota en de voorlopige jaarrekening, in aanvulling op de wettelijke plicht tot toezending ter informatie aan de raden van de kadernota en de voorlopige jaarrekening (conform artikel 34b Wet gemeenschappelijke regelingen). Kernboodschap De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten vanaf 2026 tot regionale samenwerking op het niveau van dejeugdhulpregio in een gemeenschappelijke regeling. Gemeenten moeten specialistischejeugdzorg gezamenlijk inkopen via één van de drie publiekrechtelijke vormen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Het doel is de beschikbaarheid en kwaliteit van deze zorg te verbeteren voor kwetsbare kinderen en gezinnen. De wettelijke verplichting om een gemeenschappelijke regeling aan te gaan is de kapstok om een aantal van de taken die nu nog in de netwerksamenwerking Utrecht West worden opgepakt eveneens of als toekomstige optie mee te nemen in de gemeenschappelijke regeling. Dit omdat regionale samenwerking schaalvoordelen biedt en de basis versterkt voor toekomstbestendige samenwerking in het brede sociaal domein. Samenvatting De samenwerking van de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden binnen het sociaal domein kent structurele en culturele uitdagingen. Adviesbureau BMC analyseerde in 2024 de regionale samenwerking en constateerde knelpunten, zoals het ontbreken van integratie tussen beleid, inkoop en contractmanagement, en de noodzaak voor doorontwikkeling van het sociale domein. Daarom is er een bestuurlijke wens om de samenwerking te intensiveren. Daarnaast zijn gemeenten vanaf 2026 wettelijk verplicht om specialistische jeugdzorg regionaal in te kopen via een publiekrechtelijke gemeenschappelijke regeling. Dit moet de beschikbaarheid en kwaliteit van zorg voor kwetsbare kinderen verbeteren.
Om de regionale samenwerking te versterken richten de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden per 1 januari 2027 de Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Utrecht West op in de vorm van een openbaar lichaam. Aan deze organisatie worden taken overgedragen op het gebied van de specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en -reclassering en maatwerkvoorzieningen Wmo. Welke taken en bevoegdheden specifiek worden overgedragen is vastgelegd in bijgevoegde Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West.
Bijlage(n) 1. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal domein Utrecht West 2. BMC advies Samenwerken ¡n het sociaal domein ¡n Utrecht West, oktober 2024) 3. Regiovisie Jeugdhuip en Wmo Utrecht West (raad 24 maart 2025). Aanleiding Een belangrijke aanleiding voor het opstellen van een gemeenschappelijke regeling Sociaal domein Utrecht West is de wettelijke verplichting hiertoe. Door de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, die op 1 januari a.s. in werking treedt, zijn gemeenten verplicht tot regionale samenwerking op het niveau van de jeugdhulpregio. Gemeenten moeten specialistische jeugdzorg gezamenlijk inkopen via één van de drie publiekrechtelijke vormen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen met als doel de beschikbaarheid en kwaliteit van deze zorg te verbeteren voor kwetsbare kinderen en gezinnen. ln de regio Utrecht West werken De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden al een aantal jaren op verschillende taken, beleidsterreinen en projecten samen in het sociaal domein. ln 2024 is er een verkenning uitgevoerd om de koers voor de regionale samenwerking te bepalen. Deze verkenning heeft geleid tot een aantal verbetervoorstellen en activiteiten zoals vastgelegd in het advies Samenwerken in het sociaal domein in Utrecht Wesf van BMC.
De colleges van de regiogemeenten hebben in oktober 2024 besioten om de verbetervoorstellen uit dit advies op te volgen. Naast de wettelijke verplichting willen de gemeenten in de regio Utrecht West de reeds bestaande samenwerking intensiveren en professionaliseren. Met de inhoudelijke kaders uit de door de raden vastgestelde Regiovisie Jeugdhulp en Wmo hebben we als regio Utrecht West hierin al belangrijke stappen gezet. ln de gemeenschappelijke regeling formaliseren we de samenwerking. Gewenst resultaat Met de gemeenschappelijke regeling kan gezamenlijk verder worden gewerkt aan vernieuwing, verbetering en doorontwikkeling binnen het sociaal domein. Zo kunnen schaalvoordelen worden behaald en wordt de continuïteit van specialistische jeugdzorg en Wmo-zorg beter gewaarborgd. Dit draagt bij aan het intensiveren en professionaliseren van de samenwerking voor een sterkere basis en toekomstbestendige samenwerking in het sociaal domein. Argumenten / Toelichting 1. 1. De Gemeenschappel;jke Regeling Sociaal Domein Utrecht West zorgt voor een toekomstbestendige regionale samenwerking in het sociaal domein in Utrecht West ln de regio Utrecht West wordt al enige jaren in een netwerk samengewerkt in het sociaal domein. Op dit moment worden onder andere specialistische jeugdhulp en maatwerkvoorzieningen Wmo gezamenlijk regionaal ingekocht.
Ook doet onze regio Utrecht West bovenregionaal mee met de beleidsopstelling en inkoop van maatschappelijke opvang en beschermd wonen, hoogspecialistische jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering, Veilig Thuis en doelgroepenvervoer. Het is de wens maar ook noodzakelijk om deze samenwerking in Utrecht West verband te intensiveren en formaliseren. De noodzaak blijkt uit het advies van BMC: Samenwerken in het sociaal domein in Utrecht West (oktober 2024). De knelpunten van de huidige samenwerking zijn onder andere dat er onvoldoende sturing op de samenwerking tussen gemeenten is, waardoor onder andere de beleidsafstemming onvoldoende is. Ook de samenwerking tussen gemeenten en zorgaanbieders kan beter. Bovendien kunnen zowel de inkoop als administratieve afhandeling efficiënter georganiseerd worden. Daarnaast verplicht de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg vanaf 1 januari 2026 een regionale samenwerking op het niveau van Utrecht West voor het inkopen van specialistische jeugdzorg en het samenwerken op enkele in de wet bepaalde themas Deze samenwerking moet op grond van de wet geformaliseerd zijn in een gemeenschappelijke regeling. Door het formaliseren van de huidige regionale samenwerking wordt de regionale samenwerking toekomstbestendig.
Hiermee wordt gestreefd naar een verbetering van de beschikbaarheid en kwaliteit van de zorg en een voor kwetsbare gezinnen en kinderen.
2
Gemeente Montfooít 1.2. De gewenste regionale samenwerking omvat de afstemming en vaststelling van beleid en de uitvoering van de taken uit de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 waarbij de couleur locale blijft behouden De gewenste regionaie samenwerking in het sociaal domein tussen de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden omvat de afstemming en vaststelling van beleid en de uitvoering van de taken in de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Van belang is hierbij dat in de individuele gemeenten de couleur locale behouden blijft. ln de gemeenschappelijke regeling worden de taken die nu al gezamenlijk regionaal of bovenregionaal worden uitgevoerd aan het op te richten openbaar lichaam overgedragen. Hierdoor blijft dit beleid onder één hand en onder één aansturïng. Taken die nu al regionaal of bovenregionaal worden uitgevoerd zijn onder andere de beleidsopstelling en inkoop van (hoog)specialistische jeugdhulp en Wmo maatwerkvoorzieningen. Het vaststellen van beleid ten aanzien van preventie en algemene voorzieningen en regels over de toegang tot en de toekenning van individuele voorzieningen wordt niet aan het op te richten openbaar lichaam overgedragen. lndividuele gemeenten houden hier dus de mogelijkheid om hun beleid lokaal in te kleuren.
Wél wordt in de gemeenschappelijke regeling afgesproken dat over dit lokale beleid wordt afgestemd. Op die manier stemmen we in de regio ook dit beleid af om van elkaar te leren, elkaar te bevragen en de zorg voor onze inwoners te verbeteren. Het voorgaande betekent bijvoorbeeld dat het op te richten openbaar lichaam regionaal beleid opstelt en vaststelt en zorgt voor een regionale inkoop van trapliften. Welke eisen een individuele gemeente stelt aan het verkrijgen van een traplift, bijvoorbeeld wie een eventuele noodzakelijke woningaanpassing hiervoor betaalt, wordt niet vastgelegd in regionaal beleid. Het staat individuele gemeenten vrij hierover lokaal beleid vast te stellen. Wel stemmen de deeinemende gemeenten binnen het openbaar lichaam hun beleid ten aanzien van het verkrijgen van een traplift af met elkaar. Een aantal taken, zoals backofficetaken, declaratie- en facturatieverkeer, berïchtenverkeer en financiën/control en deels ook monitoring, wordt nu lokaal uitgevoerd. ln de regeling wordt voorgesteld deze taken te beleggen in het op te richten openbaar lichaam. Door deze taken regionaal uit te voeren kan dit voor gemeenten efficiënter worden ingericht. Daarnaast wordt het hierdoor mogelijk regionaal te sturen en te monitoren. Ook worden uitvoerings- en administratieve lasten voor aanbieders minder.
Verder is één regionale governance voor het sociaal domein met één (juridische) samenwerking en één overleg- en besluitvormingsstructuur voor de inhoudelijke dossiers logisch en efficiënter. 1.3. Hetoprichten van een openbaarlichaam sluithetbeste aan bijde noodzaaken wensen ten aanzien van de formalisatie van de regiona/e samenwerking De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht tot een keuze uit de volgende drie vormen van een gemeenschappelijke regeling: 1.3. 1. Centrumregelingsconstructie ln de regio Utrecht West zijn er drie grotere en twee kleinere gemeenten. De aantallen inwoners van de grotere gemeenten liggen niet heel ver uit elkaar. Omdat er geen duidelijk grotere gemeente binnen onze regio is, doet het aanwijzen van één van de gemeenten als centrumgemeente geen recht aan de onderlinge verhoudingen. 1.3.2. Bedriifsvoeringsorganisatie Een bedrijfsvoeringsorganisatie is gericht op de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken. Daarmee past een bedrijfsvoeringsorganisatie bij een beleidsarme samenwerking ln de regio Utrecht West is een beleidsrijke samenwerking en sturing wenselijk en nodig. Dit blijkt ook uit de analyse van het BMC rapport. Om deze reden is voor het opstellen van de gemeenschappelijke regeling niet gekozen voor de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie. 1.3.3.
Openbaar Lichaam Op basis van het advies van BMC en de bestuurlijke wens de regionale samenwerking te versterken, te verbeteren en meer efficiënt in te richten, is het voorstel de samenwerking te formaliseren door middel van het inrichten van een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam. Een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam biedt meer uniformïteit, betere sturing en efficiëntere samenwerking en besluitvorming. Daarnaast sluit het oprichten van een openbaar lichaam het beste aan bij de omvang van de deelnemende gemeenten; het versterken van de samenwerking waarbij wordt uitgegaan van gelijkheid en de flexibiliteit van inrichting. Hierbij wordt de lokale autonomie gerespecteerd en behouden. De sociale basis, lokale en preventieve voorzieningen blijven een lokale verantwoordelijkheid.
1.4. Vanwege de beleidstaken in de gemeenschappelijke regeling moeten de raden deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling Om beleid (uit hoofde van de Jeugdwet en de Wmo) vast te kunnen stellen in (het bestuur van) een gemeenschappelijke regeling, moeten de gemeenteraden deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling en hun kaderstellende bevoegdheden overdragen aan (het bestuur van) de gemeenschappelijke regeling. Dit betekent dat de raden en de colleges gezamenlijk een gemeenschappelijke regeling treffen. De enige vorm die mogelijk is, is vanwege de inbreng van raadsbevoegdheden, een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 1.5. De gemeenschappelijke regeling biedt, naast de bevoegdheden die nu vanuit de Jeugdwet en de Wmo worden overgedragen, ook de mogelijkheid om optioneel andere taken onder te brengen De gemeenschappelijke regeling biedt de mogelijkheid dat andere taken aan het openbaar lichaam opgedragen worden. Dat geeft de mogelijkheid om op een later moment de samenwerking te verbreden. Dit wordt evenwel begrenst door het in de regeling opgenomen belang, zodat alle aan het openbaar lichaam op- of overgedragen taken voldoende samenhang hebben. Alle deelnemende gemeenten dragen per 1 januari 2027 dezelfde taken over aan de gemeenschappelijke regeling.
Er is geen sprake van een zogenaamd cafetariamodel, waarbij de gemeenten kunnen kiezen welke taken aan de gemeenschappelijke regeling worden overgedragen. 2.1 Verleen het co/Iege van burgemeester en wethouders toestemming tot het treffen van een Gemeenschappe/ijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West in de vorm van een openbaar lichaam met ingang van 1 januari 2027 door Middef van bijgevoegde Gemeenschappelijke Rege/ing Sociaal Domein Utrecht West Formeel moeten wij als college van burgemeester en wethouders ook zelf besluiten tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling. Dat kan alleen nadat de raad daartoe toestemming heeft gegeven. Daarom is dit beslispunt opgenomen. 3.1. Gedurende een periode van vijfjaar na de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West, gebruik maken van het recht om een zienswijze te geven op zowel de kadernota als de jaarrekening, conform artikel 17 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. ln artikel 8 van de regeling is een zienswijzeprocedure vastgelegd voor een aantal besluiten van het algemeen bestuur. Dat betreft onder meer het vaststellen of wijzigen van verordeningen en de bijdrageverordening (begroting).
Omdat deze nieuwe gemeenschappelijke regeling qua taken en omvang een forse is, heeft het portefeuillehoudersoverleg sociaal domein afgesproken dat naast de in artikel 8 genoemde zienswijzemogelijkheden, op grond van artikel 17 van de WGR (informatieplicht) de eerste vijfjaar na inwerkingtreding de gemeenteraden desgewenst een zienswijze kunnen uitbrengen op de kadernota en de voorlopige jaarrekening. kanttekeningen 1. 1 Door het overdragen van taken en bevoegdheden aan een openbaar lichaam bestaat het risico dat individuele gemeenten minder directe sturing ervaren. Dit kan leiden tot beperkte mogelijkheid tot bijsturing en politieke verantwoordelijkheid zonder directe zeggenschap. Door een zorgvuldige inrichting van het algemeen bestuur, waarin elke gemeente vertegenwoordigd is, blijft de lokale sturing gewaarborgd binnen de regionaie samenwerking. Ook kunnen gemeenten via periodieke evaluaties en prestatieafspraken actief sturen op inhoud en uitvoering. Daarnaast is ervoor gekozen om niet alle taken via de gemeenschappelijke regeling volledig over te dragen, maar om in sommige gevallen siechts te spreken over afstemming over taken. Hierdoor behouden gemeenten hun couleur locale. 1.2. Het vaststel/en van de gemeenschappelijke regeling is het begin.
Met het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling Sociaal domein Utrecht West is een belangrijke mijlpaal bereikt, maar dit markeert slechts het begin. De daadwerkelijke inrichting van de organisatie die deze regeling moet uitvoeren, vraagt een zorgvuldig en gefaseerd implementatieproces waarin governance, personeel, financiën, ICT en juridische structuren moeten worden opgebouwd.
4
Financiën Eenmalige implementatie- en frictiekosten Met het besluit zijn eenmalige implementatie- en frictiekosten gemoeid. De exacte hoogte van deze kosten is op dit moment nog niet bekend. Om deze nader in beeld te brengen wordt een ¡mplementatieplan opgesteld. Voor het opstellen hiervan wordt een implementatiemanager aangewezen. ln het implementatieplan wordt onder meer de ¡mplementatiestrategie uitgewerkt en worden de bijbehorende kosten gespecificeerd. Op basis van dit plan wordt een nadere kostenraming opgesteld, die ter besluitvorming aan colleges en indien nodig ook aan de raden wordt voorgelegd. Kosten De kosten voor de implementatiemanager en ¡ncidentele kosten zoals project- en juridische kosten in 2026 worden vooralsnog geraamd op € 382.000. Het verwachte positieve resultaat van de regionale begroting 2025 kan ingezet worden voor het uitvoeren van het implementatieplan. De regionale begroting 2026 waarin dit is opgenomen is afgestemd in het regionaal portefeuillehoudersoverieg Sociaal Domein Utrecht West op 27 november 2025. Structurele kosten Naast de eenmalige kosten leidt het besiuit ook tot structurele kosten, bijvoorbeeld voor personele inzet (o.a. regionale beleidscapaciteit, toezichthouders, directeur), administratieve lasten, huisvestingskosten, ICT kosten en eventuele licenties of abonnementen van de GR.
De omvang van deze structurele kosten wordt in het implementatieplan inzichtelijk gemaakt. Dit wordt vervolgens ter besluitvorming voorgelegd in de vorm van de ontwerpbegroting van de GR en de gemeentebegroting. Een exacte berekening is vooruitlopend op het implementatieplan nog niet te geven, wel is een inschatting gemaakt op basis van de huidige kosten lnkoop en Monitoring (l&M) en de huidige inzet (boven)regionale beleidscapaciteit. Dit is circa 2,4 miljoen euro in de huidige situatie en er wordt rekening gehouden met een benodigde begroting voor de GR tussen de 3,1 en 4,5 miljoen euro voor de gehele regio. De huidige kosten voor zowel l&M als de (boven)regionale beleidscapaciteit zijn verdisconteerd in de inschatting van de kosten voor de GR. Hierbij is niet per gemeente uitgerekend welk voordeel dit oplevert wanneer beleidscapaciteit en de daar bijbehorende kosten worden overgeheveld naar de GR. De huidige beleidscapaciteit bestaat uit de inzet vanuit de lokale gemeenten, aangevuld met externe inhuur. De kosten voor een secretaris-directeur en benodigde secretariële ondersteuning betreft zoals aangegeven een inschatting. Daarnaast moet nog in beeid gebracht worden hoeveel lokale capaciteit nu ingezet wordt op taken die vanaf 1 januari 2027 regionaal belegd worden, bijvoorbeeld voor de regionale backoffice.
Hierbij gaan we uit van zoveel mogelijk verplaatsen van de inzet (mens volgt werk) en dus de kosten, die nu al lokaal hiermee gemoeid zijn. Na de start van de GR wordt op grond van artikel 32 van de GR een bijdrageverordening vastgesteld en wordt er met elke gemeente een dienstverleningsovereenkomst opgesteld waarin de kostenverdeling wordt geregeld. Voor de hand ligt dat de kostenverdeling van de GR, net zoals in het voortraject, plaats vindt op basis van inwoneraantallen. Montfoort is qua inwoners ongeveer 7% van de gehele regio Utrecht West. ln het geval dat de huidige kosten van l&M en de (boven)regionale beleidscapaciteit 2,4 miljoen euro structureel worden doorgetrokken is het aandeel Montfoort daarin, met 5 gemeenten, 7% van 2.4 miljoen: € 168.000,--. Bij een geraamde begroting van 3.1 miljoen euro zou er een structurele extra bijdrage boven de huidige regiokosten van Montfoort zijn van € 42.000,- per jaar. Bij een raming van 4.5 miljoen zou dat een extra structurele bijdrage zijn van € 140.000,-. Omdat uitgegaan wordt van mens volgt werk, zijn er in de regio ook personele besparingen. Dit is echter nog niet per gemeente in te schatten omdat er per gemeente nu flinke verschillen zijn in beleids- en uitvoeringscapaciteit.
Voor Montfoort is de inschatting dat na volledige implementatie van de taken in gemeenschappelijke regeling structureel op de formatie team Samenleving en Backoffice Sociaal Domein ongeveer 1,5 fte overgaat naar de formatie van de gemeenschappelijke regeling. Dat betreft dan ongeveer 0,3 beleid en 1 ,2 fte backoffice sociaal domein. Daarnaast zal er een beperkte besparing van werkzaamheden van ondersteiinende afdelingen zijn het gevolg zijn en besparing op administratieve instrumenten. Een meer precieze inschatting van de personele en financiële gevolgen wordt meegenomen in het implementatieplan. Dit wordt met u gedeeld.
Gemeente Montfoort Ter vergelijking: voor een andere regio met vergeiijkbare omvang als Utrecht West is een begroting van 4, 1 miljoen euro opgenomen in 2025 met daarin Personeel & Teamontwikkeling, Data, Bedrijfsvoering en Toezicht, lnkoop Wmo en Jeugd, Contractmanagement en Contractbeheer, Toezichthouders ten aanzien van kwaliteit, doelmatigheid als rechtmatigheid en Administratie. Voor de dekking van zowel de eenmalige als de structureie kosten wordt in eerste instantie gekeken naar bestaande budgetten binnen de gemeenten. De kosten worden volgens het verdeelmodel toegerekend naar de lokale gemeente. lndien de budgetten ontoereikend blijken, worden de raden gevraagd aanvullende middelen beschikbaar te stellen. Juridische gevolgen Na het vaststellen en publicatie van de regeling moet nog een aantal juridische stappen gezet worden. Hieronder vallen onder andere de overdracht van bevoegdheden (delegatie/mandaat), afspraken over aansprakelijkheid, geschillenbeslechting en exit-opties. Dit wordt verder uitgewerkt bij de implementatie van de regeling. Alle gemeenten moeten instemmen met de gemeenschappelijke regeling. Als één gemeente een ander besluit neemt is er geen gemeenschappelijke regeling tot stand gekomen. Planning en aanpak Na het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling start het implementatietraject. Dit loopt tot en met december 2026.
De beoogde ingangsdatum van de gemeenschappelijke regeling is 1 januari 2027. Communicatie en Participatie op 24 septemberjl. zijn de gemeenteraden geïnformeerd over het proces voor de vorming van de GR. Op 26 november is de concept regelïng in een inhoudelijke bijeenkomst toegelicht aan de gemeenteraadsleden. Op 25 september 2025 jl. heeft er een regionale informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor de adviesraden Sociaal Domein van de lokale gemeenten. Door leden van de adviesraden is aangegeven dat de informatie duidelijk is en aansluit bij de regionale samenwerking en landelijke regelgeving. Er is gesproken over de rol van de adviesraden. Toegelicht is dat er voor de besluitvorming van de regeling het college formeel gezien geen gevraagd adviesverzoek hoeft te doen bij de adviesraad. Hierbij is ook aangegeven dat er vanuit de gemeenschappelijke regeling een participatieverordening wordt opgesteld. Die geeft vorm aan de wijze waarop participatie wordt georganiseerd en richt zicht op welke vormen van participatie worden ingezet (bijv. inspraak, co-creatie, advisering). De uitwerking hiervan is onderdeel van het implementatietraject van de regeling. Ondernemingsraad Hoewel het besluit tot het treffen van de GR onder het politieke primaat valt en daarmee formeel buiten de adviesplicht van de OR, geldt dit niet voor de uitvoering van het besluit.
De GR zal naar verwachting organisatorische en personele gevolgen hebben, zoals overdracht van taken aan het openbaar lichaam, verandering in werkprocessen en verantwoordelijkheden, en mogelijke herverdeling van functies en inzet van personeel. Deze gevolgen worden momenteel geïnventariseerd. ln het implementatieplan worden onder andere governance, personele inrichting, juridische aspecten en communicatie uitgewerkt. De OR is door de WOR bestuurder geïnformeerd over het voorgenomen besluit. Zodra het implementatieplan gereed is en de personele en organisatorische gevolgen concreet zijn, wordt de OR formeel geconsulteerd en om advies gevraagd. Dit is in lijn met de WOR en het streven naar zorgvuldige medezeggenschap. Relatie met duurzaamheid / Maatschappelijk verantwoord ondernemen/ Toets inclusiviteit Door regionale samenwerking worden schaalvoordelen behaald, waardoor de continuïteit van specialistische (jeugd)zorg voor onze inwoners beter wordt gewaarborgd. Daarnaast draagt een intensieve regionale samenwerking in een openbaar lichaam bij aan een toekomstbestendige regionale samenwerking in het sociaal domein in de regio Utrecht West en daarmee ook aan inclusiedoelstellingen.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening • op 9 oktober 2023 heeft u een eerste raadinformatiebrief over de ontwikkelingen binnen de regionale samenwerking in Utrecht West Sociaal Domein ontvangen. Daarin is ingegaan op de vorming van de 42 Jeugdzorgregios en de mogelijke verplichte vorming van een gemeenschappelijke regeling.
Gemeente Montfoort •
• • • •
ln oktober 2024 heeft het coliege een besluit genomen over het door BMC opgestelde advies Samenwerken in het sociaal domein ¡n Utrecht Wesf. Hierbij is bestuurlijk de opdracht gegeven de verbetervoorstellen uit dit advies te operationaliseren. De voorliggende gemeenschappelijke regeling komt hieruit voort. Zie de Raadsinformatiebrief Samenwerkingskoers sociaal domein Utrecht Wesf (21 0kt0ber2024). Op 24 rnaart 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met de regionale visie Jeugdhulp en Wmo Utrecht West Op 24 september 2025 heeft er een raadsinformatiebijeenkomst plaatsgevonden over de vorming van de gemeenschappelijke regeling. Op 25 september 2025 zijn de adviesraden sociaal domein geïnformeerd. Op 26 november 2025 heeft er een inhoudelijke raadsinformatiebijeenkomst plaatsgevonden.
Montfoort, 6 januari 2026. BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN M de secretaris, de wa
.H. van derVeer
A. Tre
7
RAADSBESLUIT ln de openbare vergadering van 9 februari 2026 heeft de gemeenteraad besloten: 1 ln te stemmen met het treffen van een Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West in de vorm van een openbaar lichaam met ingang van 1 januari 2027 door middel van bijgevoegd ontwerpGemeenschappelijke regeling Sociaal domein Utrecht West. 2. Het college van burgemeester en wethouders toestemming te verlenen tot het treffen van een Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West in de vorm van een openbaar lichaam met ingang van 1 januari 2027 door middel van bijgevoegde Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West. 3. ln te stemmen met de systematiek dat gedurende een periode van vijfjaar na de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West de raden in de gelegenheid worden gesteld zienswijze te geven op zowei de kadernota en de voorlopige jaarrekening, in aanvulling op de wettelìjke plicht tot toezending ter informatie aan de raden van de kadernota en de voorlopige jaarrekening (conform artikel 34b Wet gemeenschappelijke regelingen).
de griffier,
de waarnemend voorzitter,
mr. S.G. Meijer
A. Treep