definitieve VAB-visie aangepast
Tekst van het document
Gemeente Montfoort
BELEID VOOR VRIJKOMENDE AGRARISCHE BEBOUWING VOOR VRIJKOMENDE AGRARISCHE BEBOUWING EN VERBREDING VAN AGRARISCHE BEDRIJVIGHEID
OPDRACHTGEVER: GEMEENTE MONTFOORT, PROVINCIE UTRECHT 13 MAART 2024
BEECKK Arnhem Rotterdam Eindhoven
DOCUMENTATIEPAGINA
Postbus 1113 5602 BC Eindhoven 040 255 63 55 info@beeckk.com
Opdrachtgever(s):
Gemeente Montfoort, Provincie Utrecht
Contactpersoon opdrachtgever(s):
Esmée van Doorn (Gemeente Montfoort), Dayenne Geluk-Wamsteeker (Provincie Utrecht)
opdrachtnemer:
BEECKK Ruimtemakers Claudia Rieswijk Ywenne Kleiss Hans van den Biggelaar
Titel rapport:
Beleid voor Vrijkomende Agrarisch Bebouwing
Datum:
4 maart 2024
Trefwoorden:
Vrijkomende agrarische bebouwing, VAB, buitengebied
Beeldmateriaal:
Afkomstig van BEECKK Ruimtemakers, Gemeente Montfoort, Leon Snoek en Gijs van Kempen.
2
www.beeckk.com
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING
2
4. SPELREGELS
13
1.1
Aanleiding
2
4.1
Algemene uitgangspunten
13
1.2
Belang
2
4.2
Verkeerslichtenmodel
15
1.3
Centrale vraag
3
4.3
Buitengebied
18
1.4
Verantwoording
3
4.4
Landgoed Linschoten
21
1.5
Leeswijzer
4
4.5
De IJsselzone
24
4.6
Veenweide Linten
27
5. ONZE WERKWIJZE
30
2. GEBIEDSANALYSE
5
2.1
Algemeen
2.2
Stoppers
5
5.1
Onze filosofie
30
2.3
Naar een multifunctioneel erf
6
5.2
Uitvoeringsparagraaf
30
2.4
Beleidsanalyse
7
2.5
In gesprek met de regio
8
2.6
Kansen
8
3. VISIE OP DE OPGAVE
5
10
3.1
De rol van de gemeente in de transitie van het landelijk gebied
11
3.2
Brede plattelandsbestemming
11
3.3
De koppeling met de Omgevingswet
12
MANAGEMENT SAMENVATTING In de gemeente Montfoort komen er regelmatig agrarische locaties vrij.
2.
We zien een boerenerf voortaan als een multifunctioneel te gebruiken plek,
Sinds 2000 is het aantal agrarische bedrijven met ruim een derde afgenomen.
waarbij naast landbouw ook ruimte is voor andere activiteiten zolang ze
De gemeenteraad ziet kansen voor deze locaties. Met deze visie voor
passen bij het agrarisch karakter. We laten de onderverdeling in hoofd- en
vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) bieden wij als gemeenteraad een
nevenactiviteiten los. Als de agrarische activiteit stopt, kan de initiatiefnemer
toekomstperspectief aan (gestopte) agrariërs.
de overige activiteiten voortzetten. Dit geeft ruimte voor een geleidelijke transformatie.
De agrarische sector in de gemeente Montfoort bestaat voornamelijk uit
3.
We benaderen initiatieven vanuit de geest van de Omgevingswet vanuit een
melkveehouders. Hoewel er per jaar één à twee bedrijven hun agrarische
‘ja, mits’-benadering in plaats van ‘nee, tenzij’. Een goede en veilige fysieke
bedrijvigheid stoppen, doen ze dat vaak niet met alle agrarische activiteiten
leefomgeving is daarbij het uitgangspunt. Dit betekent dat boerenerftransities
in één keer of helemaal. Verder investeert 42 procent van de agrarische
beoordeeld worden op effecten zoals hun impact op het milieu, de
bedrijven in verbredingsactiviteiten als aanvullende inkomstenbron en als
maatschappelijke meerwaarde en de verkeersaantrekkende werking.
nieuw verdienmodel. Als gemeente zien we kansen voor toerisme, recreatie, natuur, wonen en energie opwek als alternatieve verdienmodellen. Inwoners
De komende tijd implementeren we het VAB beleid door met verschillende
van het buitengebied zien vooral kansen in agrarisch gerelateerde bedrijvigheid,
acties aan de slag te gaan. We willen proactief communiceren over dit beleid,
recreatieve bedrijvigheid en natuur (weidevogel gebieden en bosschages).
initiatieven beoordelen aan de hand van het verkeerslicht en we volgen een
De minste voorkeur ging uit naar grootschalige bedrijvigheid (opslag en verhuur),
meer gestructureerde werkwijze. Daarnaast gaan we de ervenconsulent op een
energie opwek en kinderdagopvang.
andere manier inzetten. De provincie blijft plattelandscoaches inzetten en gaat onderzoeken hoe ze samen met gemeenten de ontwikkeling van knooperven
Ons beleid richt zich op drie speerpunten: 1.
mogelijk kan maken.
We nemen een proactieve houding aan met initiatiefnemers met meer samenwerking om erven te transformeren en de procedures te verkorten. We werken om deze reden met een verkeerslichtenmodel waarin we per deelgebied duidelijk maken welke activiteiten we zien als wenselijk, onwenselijk of mogelijk onder voorwaarden.
1
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
In de gemeente Montfoort is het aantal agrarische bedrijven, en dan met name melkveehouders, sinds 2000 met ruim een derde afgenomen (zie CBS, december 2022). Dit past bij de provinciale en landelijke trend. Steeds meer agrariërs stoppen, de locatie met stallen komt vervolgens leeg te staan. Dat noemen we vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Als gemeenteraad willen we een VAB-visie als kader voor de effecten van deze ontwikkelingen. Die ontwikkelden we samen met de provincie. Want deze visie biedt ook handvatten voor andere gemeenten om VAB-beleid te ontwikkelen.
1.2 Belang Gebrek aan opvolgers, regeldruk en steeds kleinere marges zorgen voor veel stoppende boeren en schaalvergroting. Deze ontwikkelingen zijn begonnen toen de landbouw voor het eerst te maken kreeg met beperkingen van de mogelijkheid om verder uit te breiden. In de afgelopen jaren is er steeds meer
2
aandacht voor deze kwestie gekomen, omdat er steeds meer beperkingen bij zijn
Het beleid gaat over de voormalige boerenerven en dus niet over de agrarische
gekomen. Er komen door stoppende ondernemers veel voormalige agrarische
gronden. Dit beleid kan wel indirect invloed uitoefenen op het gebruik ervan als
locaties vrij en dat leidt tot lastige dilemma’s. De gemeente wil verrommeling en
een ontwikkeling op een erf invloed heeft op het gebruik van (een deel van) de
ondermijnende activiteiten op deze locaties voorkomen, perspectief bieden op een
agrarische gronden.
alternatief verdienmodel voor stoppende agrariërs, maar ook de kwaliteit van het buitengebied waarborgen. Dit alles met een integrale visie waarbij de gemeente
1.4 Verantwoording
niet voor ieder initiatief opnieuw alle belangen hoeft af te wegen.
Deze visie is tot stand gekomen via een proces waar we belanghebbenden en
1.3 Centrale vraag
experts op verschillende manieren hebben betrokken. We hebben onze keuzes gebaseerd op een uitgebreide inventarisatie van kennis, ervaringen en wensen.
De centrale vraag in dit beleid is: Op welke wijze kan de gemeente Montfoort
Dit via een data-analyse van de ontwikkelingen in het buitengebied, gecombineerd
toekomstperspectief bieden aan gestopte agrariërs en hun vrijkomende bebouwing?
met interviews met LTO, Hans van Soest, Stichting Hugo Kotestein, Stichting
De uitgangspunten daarbij zijn:
Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL), gemeente Laarbeek en medewerkers
•
aansluiten op de behoeften van de sector zelf;
van de provincie Utrecht en onze eigen gemeente. We hielden ook een bijeen-
•
de kwaliteit van het buitengebied waarborgen;
komst voor de agrariërs en belangenverenigingen van onze gemeente en een
•
rekening houden met economische en ruimtelijke beleidskaders.
enquête voor alle inwoners van ons buitengebied.
3
1.5 Leeswijzer Het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing richt zich op het verduidelijken van de ontwikkelkansen voor voormalige agrarische bebouwing. In hoofdstuk 2, Gebiedsanalyse, beschrijven we de ontwikkelingen in ons buitengebied. In hoofdstuk 3, Visie op de Opgave, beschrijven we hoe we als gemeente aankijken tegen het buitengebied en de uitdaging van vrijkomende agrarische locaties. We schetsten het ontwikkelperspectief voor de toekomst en welke rol we voor onszelf zien. In hoofdstuk 4, Spelregels voor het buitengebied, geven we met een verkeerslichtenmodel per deelgebied aan welke kansen we bieden voor VAB. Hierin is te zien welke activiteiten gewenst zijn, welke activiteiten onder voorwaarden mogelijk zijn en welke activiteiten niet gewenst zijn. In hoofdstuk 5, Onze Werkwijze, geven we aan hoe we dit beleid vertalen in onze werkwijze en hebben we een uitvoeringsparagraaf opgenomen. We kijken hiermee verder dan alleen de inhoudelijke keuzes en richten ons op het proces, de documentatie en samenwerking tussen zowel gemeente en provincie als initiatiefnemer.
4
2 GEBIEDSANALYSE 2.1 Algemeen
in werkelijkheid geheel of gedeeltelijk gestopt. De afgelopen vijf jaar stoppen per jaar ongeveer één à twee bedrijven. Binnen de gemeente
In de gemeente Montfoort bestaat de agrarische sector vooral uit
is het aantal dieren ongeveer gelijk gebleven doordat overblijvende
melkveehouders. Van alle 84 actieve agrariërs zijn er 66 melkveehouder
bedrijven zijn gegroeid. Het niet hebben van een opvolger is volgens
en 98 procent van de landbouwgrond wordt benut door deze bedrijven.
de lokale deskundigen het meest bepalend voor een agrarisch
Verder zijn er 24 bedrijven die schapen houden, 7 die varkens houden
ondernemer om te besluiten niet door te gaan. Regelgeving is wel
en er zijn 11 fruittelers. Sommige bedrijven combineren meerdere van
indirect van invloed op de keuze van een kind om zijn ouders al dan
deze activiteiten binnen hetzelfde bedrijf.
niet op te volgen. Als de regelgeving dat lastig maakt is de kans groter dat diegene daar niet voor zal kiezen. Hoeveel bedrijven een opvolger
De agrarische sector is aan het veranderen. In dit hoofdstuk schetsen
hebben is niet duidelijk.
we de ontwikkelingen die we zien en de kansen voor de toekomst. Als ondernemers stoppen met hun bedrijf wil dat niet zeggen dat er een einde komt aan de ondernemerszin. Zij zoeken vaak naar een andere vorm
2.2 Stoppers
van bedrijvigheid om een nieuw verdienmodel te creëren. Ondernemers die met pensioen gaan zoeken juist een inkomstenbron die als pensioen kan
Sinds 2000 is het aantal boerenbedrijven met ruim een derde
dienen. Agrarische gebouwen worden dan niet langer uitsluitend gebruikt
afgenomen. Het zijn vooral melkveehouders die gestopt zijn, omdat
voor landbouwactiviteiten. Meestal kiest men voor opslag van goederen in
zij die 80% van de bedrijven vormen. Van de 84 bedrijven die in
de overgebleven stallen.
2023 geregistreerd zijn als agrarisch bedrijf lijkt ongeveer een vijfde
5
2.3 Naar een multifunctioneel erf
VERBREDING INKOMSTEN 70
Een groot deel van de overblijvende bedrijven hebben hun bedrijfs-
60
voering omgezet naar een multifunctioneel geheel van activiteiten.
50
Het CBS (oktober 2023) heeft hiervoor verschillende data
40
beschikbaar die we hebben geraadpleegd. Landelijke cijfers laten
Legenda Opbrengst uit verbreding Opbrengst minder dan 10% (%) Opbrengst uit verbreding Opbrengst 10 - 50% (%)
30
zien dat 42 procent van de agrarische bedrijven één of meerdere
20
verbredingsactiviteiten heeft als aanvullende inkomstenbron (zie
10
grafiek 1). Provinciale cijfers geven het inzicht dat 21 procent van
0
deze verbrede bedrijven meer dan 50 procent van hun inkomsten
2008
2009
2010
2011
2013
2016
2020
Opbrengst uit verbreding Opbrengst meer dan 50% (%)
uit nevenactiviteiten haalt (zie grafiek 2). Onder nevenactiviteiten verstaan we onder andere verkoop aan huis, stalling, agrotoerisme
Grafiek 1: verbreding inkomsten uit nevenactiviteiten (cijfer voor alleen gemeente Montfoort: CBS)
en zorglandbouw. De meest populaire activiteiten zijn natuur- en landschapsbeheer, verkoop aan huis, loonwerk voor derden en stalling van goederen of dieren. De afgelopen jaren is de grootste stijging te zien binnen de categorieën boerderij educatie en
BEDRIJVEN MET VERBREDING
energieproductie1. De sectoren agrotoerisme, zorglandbouw en
2500
agrarische kinderopvang groeien het minst hard. Op deze bedrijven
Categorieën: • Verkoop aan huis
2000
ligt de focus niet langer uitsluitend op landbouwactiviteiten. Nevenactiviteiten worden een steeds belangrijker, soms nood-
• Stalling van goederen of dieren • Agrotoerisme
1500
zakelijk en ook regelmatig voorkomend hoofdonderdeel van de
• Verwerking landbouwproducten • Zorglandbouw
1000
bedrijfsvoering, zie grafiek 2.
• Aquacultuur • Loonwerk voor derden
500
• Agrarisch natuur- en landschapsbeheer • Agrarisch kinderopvang
0 2008
2009
2010
2011
2013
2016
2020
• Boerderij educatie • Energieproductie, levering aan derden.
1
Levering van energie aan derden, uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte, warmte uit net gemolken melk en biomassa.
Grafiek 2: verbreding met nevenactiviteiten naast hoofdactiviteit (cijfers: CBS)
6
2.4 Beleidsanalyse
Samen bouwen we aan een buitengebied waar toeristen en bewoners van de natuur en de agrarische kenmerken van Montfoort kunnen genieten. Daar hoort
Als het agrarisch bedrijf stopt heeft de ondernemer in de meeste gevallen een
ook bij dat we de verkoop van streekeigen producten aanmoedigen. Wij denken
alternatief verdienmodel nodig. Vaak gaat het dan om niet-agrarisch gerelateerde
ook mee en faciliteren initiatieven die op ons afkomen voor de verkoop van
activiteiten. Als gemeente maakten we beleidsmatige keuzes voor deze activiteiten
lokaal voedsel en streekproducten. We bieden ruimte in de planologische regels
en legden die vast in verschillende beleidsstukken. We maakten hier per thema
en stimuleren deze activiteiten via ons beleid.
een analyse en samenvatting van om weer te geven wat de mogelijkheden zijn voor initiatieven binnen deze thema’s.
WONEN Mensen wonen graag in ons buitengebied omdat je er rust vindt, natuur en veel landschapselementen met veel cultuur historische waarde. Denk aan open uitgestrekte groene velden, rijen knotwilgen en de typische veenontginningen. Wij vinden het belangrijk dat onze cultuurhistorische waarde geborgd blijft en onze omgeving veilig en gezonde omgeving blijft met voldoende economische activiteiten.
ENERGIE OPWEK © Gijs van Kempen
In het buitengebied van onze gemeente speelt duurzame opwek van energie een cruciale rol in onze toekomstvisie. We streven naar evenwicht tussen energie-
TOERISME, RECREATIE EN NATUUR
opwekking en natuurbehoud. Windmolens en zonnepanelen worden strategisch geplaatst om de impact op het landschap te minimaliseren, terwijl we maximale
Het buitengebied kent een diversiteit aan mogelijke activiteiten. Gevestigd in het
hernieuwbare energieopbrengst garanderen. Mestvergisters ondersteunen
Groene Hart is de gemeente Montfoort een trekpleister voor recreatie en toerisme
circulaire landbouw en verminderen agrarisch afval. Zo creëren we een buiten-
met haar open cultuurlandschappen dicht bij stedelijk gebied. Als gemeente
gebied waarin energieopwekking de levenskwaliteit verhoogt maar het niet ten
investeren we in wandel- en fietspaden en stimuleren kleinschalige ondernemingen.
koste gaat van de natuur en landelijke identiteit van Montfoort. De gemeente wil
Het behouden van de unieke landelijke charme en traditionele landschapskenmerken
geen zonnepanelen op agrarische gronden meer faciliteren maar staat open voor
is van groot belang. Dit zijn immers de waarden die mensen naar ons gebied trekken.
andere locaties.
7
2.5 In gesprek met de regio
de ene helft merkt weinig veranderingen, de andere helft juist wel. Stoppende agrarische bedrijven worden niet vaak gezien (55% van de respondenten)
Naast de ontwikkelingen die we zien op basis van cijfers en trends, vinden we
ook wordt er zelden (87%) een leeg agrarisch bedrijf opgemerkt. Wel wordt de
het ook belangrijk om te weten wat de betrokkenen in het buitengebied zien aan
toename van nevenactiviteiten op boerenerven gezien (59%) maar niet van
ontwikkelingen en kansen. Daarom spraken we experts en ervaringsdeskundigen,
ongewenste activiteiten (93%).
verstuurden we enquêtes naar inwoners van het buitengebied en organiseerden we een avond voor agrariërs en belangenorganisaties.
De meeste bewoners van het buitengebied zien als nieuwe activiteiten vooral kansen in agrarisch gerelateerde bedrijvigheid recreatieve bedrijvigheid en natuur (weidevogel gebieden en bosschages). De minste voorkeur ging
INTERVIEWS MET BELANGENORGANISATIES
uit naar grootschalige bedrijvigheid (opslag en verhuur), energie opwek en
Gedurende het traject van het opstellen van het beleid hebben we het woord
kinderdagopvang.
gegeven aan experts en de ervaringsdeskundigen op dit onderwerp: Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), lokale organisaties Stichting Hugo
2.6 Kansen
Kotestein en Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard, agrariërs en ervaringsdeskundigen en adviseurs van o.a. gemeente Montfoort en Provincie Utrecht.
Deze trend van bedrijven die stoppen, gedeeltelijk stoppen en veranderen De focus in deze interviewslag op de huidige ontwikkelingen die nu in het gebied
naar een andere soort bedrijvigheid of hun activiteiten diversifiëren, zal de
gezien worden en welke kansen er liggen voor het toekomstige buitengebied van
komende jaren voortduren. Dat komt door nieuwe regelgeving, marktinvloeden
Montfoort.
en de opkomst van een nieuwe generatie boeren. Dit roept de vraag op hoe de gemeente Montfoort moet omgaan met voormalige agrarische locaties en
ENQUÊTE INWONERS BUITENGEBIED
agrarische bedrijven die zich meer richten op andere activiteiten.
In september 2023 heeft de gemeente de inwoners van haar buitengebied
We zien dat ruimte onder druk staat. Zoals ook in de Omgevingsvisie Montfoort
gevraagd om een korte enquête in te vullen om een beter beeld te krijgen van
(2021) omschreven zorgen verstedelijking, landbouwveranderingen en duurzame
de huidige situatie en de gewenste invulling van het gebied. In totaal hebben
energie voor een ruimtevraag, wat kan leiden tot schaarste en conflicten met
bijna 200 bewoners hun mening gegeven
bestaande landschapskenmerken. Niet alles kan op dezelfde grond plaatsvinden en daarom is een combinatie van functies nodig. Dat is precies waar bestaande
De meeste respondenten geven het buitengebied een 4 op een schaal van 0 tot 5.
en voormalige agrarische locaties kansen voor kunnen bieden, zolang bij nieuwe
De meningen over verandering in het buitengebied op het boerenerf zijn verdeeld:
ontwikkelingen rekening gehouden wordt met de ruimtelijke kwaliteit.
8
Gebiedsanalyse
Gebiedsanalyse
Wat gebeurt er in gemeente Montfoort
Wat gebeurt er in gemeente Montfoort Mens
Algemeen
Opvolgsituatie onder druk
41% 21%
van de boeren bedrijven zijn gestopt sinds 2008
Regeldruk
van boerenbedrijven in de regio met nevenactiviteiten haalt hier 50% of meer van hun inkomsten uit
25%
Gebrek aan opvolgers
van de boerenbedrijven is (gedeeltelijk) gestopt
Huidige blik op buitengebied Inzichten van inwoners van het buitengebied via een enquête in interviews
4/5
Inwoners van het buitengebied geven het buitengebied een 4 van de 5
60%
Ziet een toename van nevenactiviteiten op het boerenbedrijf
Grenzen aan de schaalvergroting
Verbreding boeren bedrijvigheid Lokale bedrijvigheid
9
Woningen
Recreatie en natuur
Energie opwek
3. VISIE OP DE OPGAVE Het buitengebied was lange tijd een plek waar in de basis alleen agrarische
wildgroei en verstorende activiteiten te voorkomen, tegelijkertijd willen we een gezond
activiteiten plaatsvonden. Als gemeente was onze rol de afgelopen decennia
verdienmodel ondersteunen en bijdragen aan een duurzaam en toekomstbestendig
het toetsen van de verzoeken van agrarische bedrijven om uit te breiden.
landelijk gebied. In samenwerking met de provincie en belanghebbende partijen
Andere soorten bedrijvigheid of de transformatie naar een andere bestemming
hebben we dit document ontwikkeld als invulling daarvan. Het sluit aan bij de
kwamen bijna niet voor. Daar is vanaf eind vorige eeuw verandering in gekomen.
gedachte van de Omgevingswet, omdat we met dit beleid uitdagen om anders naar ontwikkelingen op boerenerven te kijken. We laten het traditionele beeld los van wat
Het buitengebied van de gemeente Montfoort is nu in een overgangsfase.
een boerenbedrijf zou moeten zijn en beoordelen op basis van maatschappelijke
Boeren stoppen geheel of gedeeltelijk met hun bedrijf. Ze zoeken naar andere
meerwaarde en de effecten op de omgeving. Daarbij zijn we meer in contact met de
activiteiten om inkomsten mee te genereren of stoppen, omdat ze met pensioen
ondernemers, inwoners en bezoekers in het buitengebied.
gaan. De veranderende regelgeving versnelt deze ontwikkeling. De meeste bedrijven moeten veranderen om aan de regelgeving te kunnen voldoen en dat
Een nieuw perspectief vraagt om een hernieuwde kijk op traditionele concepten zoals
is niet voor alle bedrijven een optie. Het is een overgang van het buitengebied
het boerenbedrijf, het buitengebied en de rol van ons als gemeente bij het begeleiden
zoals we het kennen, met vooral melkveehouderijen, naar een meer multifunc-
van veranderingen.
tioneel landelijk gebied waar het ondernemerschap veel breder is. De initiatieven die hieruit voortkomen komen bij ons als gemeente terecht met de vraag of wij
Drie belangrijke vraagstukken staan centraal in deze discussie:
medewerking verlenen.
1. moet de gemeente meer een proactieve rol nemen in deze transitie, 2. hoe kunnen we op een andere manier naar boerenerftransities kijken en
De gemeente wil graag toekomstperspectief bieden voor de transformatie van
3. hoe kan de Omgevingswet als leidraad dienen voor het redeneren vanuit
boerenbedrijven en de verbreding in het buitengebied. Onze ambitie is om
activiteiten?
10
3.1 De rol van de gemeente in de transitie van het landelijk gebied
3.2 Brede plattelandsbestemming
Als we goed om willen gaan met de transitie van de landbouw - en daardoor
van Montfoort - meestal primaire producten worden geproduceerd, zoals melk
de transitie van boerenerven - zijn nieuwe benaderingen nodig. Transities zijn
en vlees. Dat is de hoofdactiviteit. We staan daarbij toe dat er nevenactiviteiten
complex en de invloedsfeer ligt niet binnen één organisatie maar is verdeeld
plaatsvinden maar die moeten dan ondergeschikt zijn. Dit is een benadering die
over meerdere betrokken organisaties en mensen. De overheid is hierbij nodig
we los willen laten. In plaats daarvan omarmen we de multifunctionaliteit van
en heeft vijf hoofdtaken :
boerenerven waarbij naast landbouw ook andere activiteiten zoals natuurbeheer,
1.
richting geven;
recreatie en duurzame energieproductie kunnen samenkomen op één locatie.
2.
een organisatiestructuur creëren;
Dit sluit beter aan op de werkelijkheid, want op veel boerenbedrijven is het nu
3.
nieuwe initiatieven ondersteunen;
al zo dat meer dan de helft van de opbrengsten worden gegenereerd uit niet-
4.
problematische ontwikkelingen aanpakken;
agrarische activiteiten. Door de ondernemer ruimte te geven voor multifunctioneel
5.
interne capaciteiten en structuren ontwikkelen.
gebruik van het erf bevorderen we een goed verdienmodel en een vitaal, levendig
We kijken traditioneel naar een boerenbedrijf als een plek waar - in het geval
2
buitengebied. Op het moment dat er geen bedrijfsmatige agrarische activiteiten meer zijn moet de functie worden gewijzigd met een nieuw omgevingsplan. Initiatieven lopen vast als we deze taken vanuit de gemeente niet goed uitvoeren. Daarom kiezen we als gemeente voor een proactievere houding in
We maken multifunctionaliteit van boerenerven mogelijk, waardoor een agrariër
het contact met agrariërs. Dat doen we door in gesprek te gaan met agrariërs,
niet afhankelijk is van slechts één inkomstenbron. Dat is nuttig bij tegenvallende
meer ruimte te bieden voor nieuwe activiteiten in het buitengebied en onze
opbrengsten, bijvoorbeeld door droogte, prijsdalingen of overstromingen.
werkwijze zodanig te structureren dat initiatieven sneller behandeld kunnen
Daarnaast biedt de optie voor meerdere functies toegevoegde waarde aan
worden. Ook als de conclusie is dat een initiatief niet past moet dat snel
landbouwproducten, denk aan: niet-agrarische activiteiten, zoals agrotoerisme,
duidelijk gemaakt worden.
boerderijwinkels, of landbouweducatie. Consumenten zijn vaak bereid meer te betalen voor producten die ze direct van de boerderij kunnen ervaren of kopen. Dit kan leiden tot hogere marges en winstgevendheid. Verder bevorderen we met multifunctionele boerenerven meer verbinding tussen agrariërs en inwoners,
2
(De Transformatieve Overheid; Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2023)
11
3.3 De koppeling met de Omgevingswet
omdat veel van de extra activiteiten mensen enthousiasmeren om een boerenbedrijf te bezoeken. Bijvoorbeeld om te recreëren en producten te kopen. Ten slotte bieden we hiermee meer handelingsperspectief voor de ondernemer
De Omgevingswet biedt een geschikt kader voor het redeneren vanuit activiteiten
om een bijdrage te leveren aan energievoorziening, wateropgave en/of
in boerenerftransities. Deze wet legt de nadruk op het beoordelen van initiatieven
vergroten biodiversiteit.
op basis van de effecten van activiteiten, in plaats van strikt op bestemmingen en functies. Oftewel, we bewegen naar een houding waarbij niet de regel of norm
Voor stoppende agrariërs bieden we op deze manier de mogelijkheid om een
centraal staat maar een activiteit. We benaderen die activiteit vanuit een ja, mits
aantal nevenactiviteiten voort te zetten, ook al stopt het agrarisch bedrijf.
benadering in plaats van nee, tenzij. Een goede en veilige fysieke leefomgeving
Het moeten dan activiteiten zijn die we passend vinden, waarover we in
is daarbij het uitgangspunt. Dit betekent dat boerenerftransities kunnen worden
hoofdstuk 4 meer toelichting geven. Dit geeft een voormalig agrariër een
beoordeeld op effecten zoals hun impact op het milieu, de maatschappelijke
stimulans in plaats van een beperkend gevoel op het transformeren van een erf.
meerwaarde en de verkeer aantrekkende werking.
Figuur 1 Verschillende activiteiten kunnen op één (voormalig) boerenerf gecombineerd worden.
12
4. SPELREGELS De gemeente Montfoort onderscheidt negen deelgebieden in haar Omgevingsvisie, ieder met eigen karakter, kwaliteiten en ontwikkelrichtingen. Vier gebieden maken samen het buitengebied: Buitengebied, Landgoed Linschoten, de IJsselzone en Veenweide Lint. We zien per deelgebied andere kansen voor nieuwe activiteiten die naast de agrarische functie of in plaats van een agrarische functie ruimte
Landgoed Linschoten
Buitengebied
Veenweide Linten
IJsselzone
kunnen krijgen. Per gebied zoomen we in de komende hoofdstukken in op welke activiteiten gewenst zijn, mogelijk zijn onder voorwaarden of niet gewenst zijn.
4.1 Algemene uitgangspunten Hoewel we onderscheid maken tussen deelgebieden, zijn er drie algemene uitgangspunten voor de transformatie van VAB locaties: 1.
We geven ruimte aan een brede plattelandsbestemming op een erf;
2.
We beoordelen initiatieven vanuit een proactieve en ‘ja, mits’- houding;
3.
We stimuleren een aantrekkelijk landelijk gebied voor recreatie.
Kaart 1: De vier buitengebieden van gemeente Montfoort
13
BREDE PLATTELANDSBESTEMMING
HANDELEN BINNEN DE GEEST VAN DE OMGEVINGSWET
Uit de gebiedsanalyse blijkt dat nevenactiviteiten een steeds belangrijker en soms
De Omgevingswet biedt een geschikt kader om op een andere manier nieuwe
noodzakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering zijn. In onze visie op de opgave
activiteiten te beoordelen. Zoals in onze visie beschreven benaderen we die
beschrijven we dat we de multifunctionaliteit van boerenerven willen omarmen
activiteiten voortaan met een ja, mits benadering. Dat betekent dat we een aantal
waarbij naast landbouw ook andere activiteiten zoals natuurbeheer, recreatie en
activiteiten in principe altijd toestaan (die behoren dan tot de groene categorie
duurzame energieproductie kunnen samenkomen op één locatie. Dat brengen we
binnen het verkeerslichtenmodel). Er zijn ook activiteiten die behoren tot de oranje
in de praktijk door de onderverdeling in hoofd- en nevenactiviteiten los te laten en
categorie binnen het verkeerslichtenmodel. Als we medewerking hieraan verlenen
dit ook in regelgeving te verwerken. Er moet per locatie wel altijd binding zijn tussen
verwachten we dat maatschappelijke meerwaarde wordt geboden. We verstaan onder
de verschillende activiteiten, zodat er één eigenaar en aanspreekpunt is en de
maatschappelijke meerwaarde onder andere de bijdrage aan het verlenen van zorg,
activiteiten elkaar aanvullen. Per erf mag er daarom ook maximaal één bedrijfswoning
beleidsdoelen zoals meer vrijetijdseconomie, het versterken van toeristische routes,
zijn die in verbinding moet zijn met de bedrijfsactiviteiten. Nieuwe bedrijfswoningen
het bieden van een economisch verdienmodel, het versterken van biodiversiteit en
mogen alleen worden gebouwd als de bewoning noodzakelijk is voor de agrarische
het leveren van hernieuwbare energie. We hanteren maatwerk bij deze beoordeling
activiteiten. De activiteiten moeten passend zijn op de locatie volgens het
omdat de gewenste maatschappelijke meerwaarde en de mogelijkheden hiervoor per
verkeerslichtenmodel in het specifieke deelgebied. Als er geen bedrijfsmatige
locatie sterk kunnen verschillen. Natuurlijk moet de impact op de omgeving op zijn
agrarische activiteiten meer plaatsvinden , moet de functie worden gewijzigd maar
minst acceptabel zijn. Bij de effecten horen dan in ieder geval de impact op het milieu,
kunnen de overblijvende activiteiten voortgezet worden.
stedenbouwkundige kwaliteit, cultuurhistorische waarden, hinderende werking op
3
omliggende functies en de verkeersaantrekkende werking. 3
Als geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden waarvoor een vergunning of melding noodzakelijk is beschouwen we ze niet langer als bedrijfsmatig.
14
© Gijs van Kempen
4.2 Verkeerslichtenmodel
6
Zorg: Het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak in de vorm van
In dit beleid hebben we de ontwikkelrichtingen uitgewerkt in een
dagbestedingsactiviteiten. We beschouwen zowel dagopvang als ook
verkeerslichtenmodel. Dat werkt als volgt:
woonzorgconcepten onder deze categorie. Een woonzorgconcept
•
Groen: activiteit zien we als wenselijk voor het gebied
behandelen we qua beoordelen hetzelfde als een initiatief voor een
•
Oranje: de activiteit is mogelijk, maar onder voorwaarden
•
Rood: de activiteit zien we als niet wenselijk
knooperf. 7
Kinderdagverblijf: De opvang van kinderen overdag, zonder de mogelijkheid tot overnachting en daaronder begrepen buitenschoolse
In de volgende hoofdstukken is een pagina gewijd aan elk van de vier
opvang.
deelgebieden van Montfoort zoals ze in de Omgevingsvisie (2021)
8
Energie opwek: Levering van energie aan derden, zoals bijvoorbeeld
zijn gedefinieerd. We omschrijven per deelgebied de kansen en de
maar niet uitsluitend uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte,
ontwikkelrichtingen en geven een toelichting op de uitgangspunten.
warmte uit versgemolken melk en biomassa, inclusief de opslag van
We geven in het verkeerslichtenmodel aan hoe we in dit gebied tegen
deze energie en de aanleg van de benodigde infrastructuur. Hierbij is
nieuwe activiteiten aankijken.
relevant dat de gemeente geen medewerking aan nieuwe zonneparken op agrarische gronden verleent en de zonneladder hanteert.
We hebben de mogelijke activiteiten verdeeld in 11 activiteiten: 1
2
9
of overwegend arbeid wordt verricht voor het voortbrengen van agrarische
Het splitsen van woningen behoort ook tot deze categorie. Zie voor
producten en/of de productie of levering van goederen of diensten die
een toelichting de infographic met toelichting op de volgende pagina.
agrarisch van aard zijn.
Horeca: Horecabedrijven tot maximaal categorie 2 van de Staat van
10 Niet-agrarisch gerelateerde bedrijvigheid: Alle bedrijvigheid die niet valt
Horeca-activiteiten. 3
Agrarisch gerelateerde bedrijvigheid: Bedrijven waarbinnen uitsluitend
Knooperf: Een kleinschalig woonerf in agrarische landelijke stijl.
onder de andere categorieën, tot en met categorie 3.2 van de Staat van
Dagrecreatie en educatie: Extensieve dagrecreatie en educatieve
Bedrijfsactiviteiten. 11 Natuur: Bos, natuur, weidevogelgebieden.
activiteiten zonder nachtverblijf. 4
Verblijfsrecreatie: Kleinschalige recreatie activiteiten met nachtverblijf.
5
Kantoor en vergaderen: Activiteiten die betrekking hebben op zakelijke
Als aangevraagde activiteiten niet binnen deze categorieën passen dan vallen
bijeenkomsten en het bieden van werkplekken in vorm van kantoor- en
ze automatisch in categorie ‘oranje’ van het verkeerslicht en is maatwerk nodig
vergaderruimten.
om ze te beoordelen.
15
TOELICHTING OP HET KNOOPERF Een knooperf is een kleinschalig woonerf ter vervanging van de voormalige agrarische gebouwen. Het splitsen van woningen valt hier ook onder. Het is geen wijk of stedelijke uitbreiding. Het woonaanbod bestaat uit kleine betaalbare woningen in landschappelijke stijl, die passen binnen de Woonvisie 2019-2030. De woningen moeten passen in het landschap, waarbij behoud van openheid een belangrijk criterium is. Het totale bouwvolume in het buitengebied mag niet toenemen, dus er moet altijd sloop tegenover staan. Het aantal woningen moet passend zijn op de beschikbare ruimte. De kwaliteitskaders kunnen worden vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan. Bijgaande afbeeldingen zijn voorbeelden van knooperven op andere locaties in Nederland.
Hollands Erf, Hapert - gemeente Bladel
De Erven, Landgoed Singraven - gemeente Dinkelland
BuitenDelen, Lettele - gemeente Deventer
Knooperf de Veldboer, Langeveen gemeente Tubbergen
16
Buitengebied
Landgoed Linschoten
IJsselzone
Veenweide Linten
~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~
~ ~ ~ ~ ~ ~
~ ~
~ ~ ~
Knooperven Horeca Dagrecreatie en educatie Verblijfsrecreatie Kantoor en vergaderen Zorg Kinderdagverblijf Energie opwek Agrarisch (gerelateerde) bedrijvigheid Niet-agrarische bedrijvigheid Bos, natuur, weidevogelgebieden
Tabel 1: Overzicht verkeersmodel per deelgebied Groen: wenselijk (
), oranje: mogelijk onder voorwaarden (
~
), rood: niet wenselijk (
17
).
4.3 Buitengebied GEBIEDSOMSCHRIJVING Het buitengebied kenmerkt zich door historische linten, openheid en markante boerderijen. Het buitengebied bestaat uit agrarisch gebied met zowel grondgebonden als niet-grondgebonden landbouw. Veel gebieden met grondgebonden landbouw hebben landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden en worden gekenmerkt door recreatief medegebruik; binnen deze gebieden bevinden zich kleine recreatie- en natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De landbouwsector is een belangrijke economische sector die ook een beheerder is van ons cultuurhistorische landschap. De delen van de kaart die vallen onder dit deelgebied zijn agrarische gronden; gebieden waar geen bebouwing aanwezig is. De linten worden behandeld onder ‘veenweidelinten’ en ‘IJsselzone’.
KANSEN Vanuit de beleidsdoelen voor dit gebied en de analyse die we hebben uitgevoerd
Op basis van de analyse en kansen die we hebben geïdentificeerd maken we de
zien we verschillende kansen voor initiatiefnemers op zoek naar vervangende of
vertaalslag naar het verkeerslichtenmodel. Activiteiten die passen bij het agrarische
aanvullende activiteiten op het (voormalig) boerenerf. We zien veel mogelijkheden
karakter zijn wat ons betreft heel wenselijk in dit gebied en dragen bij aan onze
in het toevoegen van niet-agrarische activiteiten die aansluiten bij de landbouw,
doelstellingen. Daarom plaatsen we ze in het groene verkeerslicht. We werken
zoals kamperen bij de boer. Want een doel voor ons buitengebied is het bevorderen
niet mee aan knooperven, omdat het toevoegen van gebouwen niet past in dit
van de beleving van het agrarisch karakter. We streven daarnaast naar een
open agrarische gebied. Voor de activiteiten in het oranje verkeerslicht zien we
economisch rendabele landbouwsector. Deze activiteiten vormen ook een belangrijke
wel mogelijkheden maar alleen als dat geen permanente bebouwing oplevert.
(aanvullende) inkomstenbron voor een (voormalig) agrariër. We werken graag mee
De activiteiten op zichzelf kunnen wel de beleving van het agrarische landschap
aan activiteiten die daaraan bijdragen. Openheid van het gebied is een belangrijke
versterken en een verdienmodel opleveren voor ondernemers. In de volgende
waarde die we willen behouden.
paragraaf geven we een toelichting op de spelregels.
18
DEELGEBIED
ACTIVITEITEN
TOELICHTING • Agrarisch (gerelateerde) bedrijvigheid
Activiteiten die we in het groene deel van het verkeerslicht plaatsen, zien we
• Bos, natuur,
als wenselijk en versterkend voor de waarden in dit gebied. Dat betekent dat
weidevogelgebieden
we in een nieuw omgevingsplan opnemen dat deze activiteiten mogelijk zijn in dit gebied. Belangrijke voorwaarde is wel, dat voor de activiteiten geen permanente gebouwen worden opgericht buiten bestaande bouwvlakken, omdat het gebied open is en we dat ook graag zo willen houden.
• Horeca
Activiteiten die we in het oranje deel van het verkeerslicht plaatsen zien we als
• Dagrecreatie en educatie
mogelijk onder voorwaarden. Dat betekent dat we in een nieuw omgevingsplan
• Verblijfsrecreatie
een mogelijkheid opnemen om af te wijken en maatwerk leveren om hierin een
• Kantoor en vergaderen
afweging te maken. We kijken hierbij naar de volgende voorwaarden:
• Zorg
•
Voor deze activiteiten mag geen permanente bebouwing worden opgericht.
• Kinderdagverblijf
•
De punthoogte van windmolens mag niet hoger zijn dan 30 meter.
• Energie opwek
Grotere windmolens zijn alleen afweegbaar direct naast infrastructuren
• Niet-agrarische bedrijvigheid
zoals snelwegen. •
• Knooperven
Zonnevelden zijn alleen mogelijk binnen bestaande bouwvlakken.
We toetsen op de volgende punten: •
De activiteit mag geen beperkingen geven voor nabijgelegen bestaande activiteiten.
•
De intensiteit van verkeersbewegingen moet passen bij de mogelijkheden die de infrastructuur biedt.
•
De milieucategorie moet passen binnen de mogelijkheden van het gebied en niet zorgen voor mogelijk gevaarlijke of overlastgevende situaties.
Figuur 2 Verkeerslichtenmodel voor deelgebied ‘Buitengebied’
19
•
Er moet rekening gehouden worden met cultuurhistorische waarden zoals te vinden in de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHWK)
•
Hoeveel het initiatief bijdraagt aan de kernwaarden van het gebied (zie figuur 2).
Activiteiten die we in het rode deel van het verkeerslicht plaatsen zien we als onwenselijk en staan we niet toe in dit gebied. Het zijn activiteiten die afbreuk doen aan de waarden van dit gebied.
Figuur 2: Kernwaarden op basis van het gewenste toekomstige karakter van het deelgebied. (bron: Omgevingsvisie Montfoort (2021)) ►
20
4.4 Landgoed Linschoten GEBIEDSBESCHRIJVING Het Landgoed Linschoten en de omgeving rond natuurgebied Willeskop zijn hoogwaardige natuurgebieden die het groene karakter van de gemeente gestalte geven. Het landgoed is het grootste in het Groene Hart en geeft ten noordwesten van Linschoten een groene invulling van grote cultuurhistorische waarde.
KANSEN Landgoed Linschoten wordt gekarakteriseerd door het unieke park, schilderachtige waterwegen, historische boerderijen en uitgestrekte bossen. Het vormt een waardevol gebied voor cultuurhistorie en recreatie van de gemeente en draait op agrariërs. Het doel is dit landschap te beschermen en tegelijkertijd zichtbaar en toegankelijk te maken voor recreatieve en educatieve doeleinden. We zoeken een balans tussen natuur, erfgoed, landbouw en recreatie. Uitgangspunt is dat projecten in samenhang worden uitgevoerd en bijdragen aan de duurzame exploitatie van het landgoed. Het gebied zal voornamelijk voor landbouw en recreatie worden gebruikt, waarbij de nadruk ligt op veiligheid en comfort voor bewoners en bezoekers. Op basis van de analyse en kansen die we hebben geïdentificeerd maken we de vertaalslag naar het verkeerslichtenmodel (figuur 3). Vanuit de focus op natuur, erfgoed, landbouw en recreatie werken we graag mee aan activiteiten die agrarisch en agrarisch gerelateerd zijn en gericht zijn op bos, natuur en weidevogelgebieden. Die activiteiten plaatsen we daarom in het groene verkeerslicht. Alle andere activiteiten zien we als kansrijk, zolang ze bijdragen aan de kernwaarden van het gebied. Hierbij kijken we vooral naar hoe het initiatief past in het landschap maar ook of het bezoekers meer laat zien van hoe mooi en bijzonder dit landgoed is.
Daarbij willen we ook graag een verdienmodel bieden voor de ondernemers in het landgoed. In de volgende paragraaf geven we een toelichting op de spelregels.
21
© Peter Versloot
DEELGEBIED
ACTIVITEITEN
TOELICHTING
• Agrarisch (gerelateerde)
Activiteiten die we in het groene deel van het verkeerslicht plaatsen
bedrijvigheid
zien we als wenselijk en versterkend. Dat betekent dat we in een nieuw
• Bos, natuur,
omgevingsplan opnemen dat deze activiteiten mogelijk zijn in dit gebied.
weidevogelgebieden
Belangrijke voorwaarde is wel: •
Dat de activiteiten moeten passen binnen een nader te bepalen maximale oppervlakte van gebouwen om de kleinschaligheid te bewaken.
Activiteiten die we in het oranje deel van het verkeerslicht plaatsen zien • Horeca
we als mogelijk onder voorwaarden. Dat betekent dat we in een nieuw
• Dagrecreatie en educatie
omgevingsplan een mogelijkheid opnemen om af te wijken en maatwerk
• Verblijfsrecreatie
leveren om hierin een afweging te maken. We kijken hierbij naar de volgende
• Kantoor en vergaderen
voorwaarden:
• Zorg
•
De punthoogte van windmolens mag niet hoger zijn dan 30 meter.
• Kinderdagverblijf
Grotere windmolens zijn alleen afweegbaar direct naast infrastructuren
• Energie opwek
zoals snelwegen. Zonnevelden zijn alleen mogelijk binnen bestaande
• Niet-agrarische bedrijvigheid
bouwvlakken.
• Knooperven
•
We staan nieuwe woningen alleen toe in bestaande gebouwen waarbij ook meerwaarde voor natuur, landschap en cultuurhistorie moet worden geboden.
• Geen
•
Dat zorgverlening ook gepaard mag gaan met wonen in hofjes voor die doelgroepen, zolang de woningen ingepast worden in bestaande gebouwen of in woningen die passend zijn bij de bestaande bouwstijlen.
We toetsen op de volgende punten: •
De activiteit moet passen bij de al bestaande activiteiten op het erf.
•
De activiteit mag geen beperkingen geven voor nabijgelegen bestaande activiteiten.
Figuur 2. Activiteiten overzicht in Landgoed Linschoten
22
•
De benodigde gebouwen moeten minstens een nader te bepalen beeldkwaliteit bezitten.
•
De intensiteit van verkeersbewegingen moet passen bij de mogelijkheden die de infrastructuur biedt.
•
De milieucategorie moet passen binnen de mogelijkheden van het gebied en niet zorgen voor mogelijk gevaarlijke of overlast gevende situaties.
•
We kennen een maximaal te benutten oppervlakte toe voor bebouwing op het erf, om te voorkomen dat de activiteit te grootschalig wordt.
•
De bovengrens bepalen we met een afweging tussen wat er al is bij bestaande initiatieven, wat we beschouwen als passend in het landschap en aan de hand van wat een ondernemer nodig heeft voor een verdienmodel.
•
Er moet rekening gehouden worden met cultuurhistorische waarden zoals te vinden in de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHWK).
•
Hoeveel het initiatief bijdraagt aan de kernwaarden van het gebied (zie figuur 3).
Figuur 3: Kernwaarden op basis van het gewenste toekomstige karakter van het deelgebied. (bron: Omgevingsvisie Montfoort (2021)) ►
23
4.5 De IJsselzone
Het noordelijke gebied willen we graag ontwikkelen tot hoogwaardig landschappelijk en recreatief gebied. Bestaande bedrijvigheid willen we behouden. Nieuwvestiging van bedrijven of grootschalige uitbreiding is
GEBIEDSBESCHRIJVING
mogelijk als deze bedrijven zich aansluiten bij het gewenste recreatieve
De Hollandsche IJssel vormt een specifiek onderdeel van het landschap van
karakter van de zone en bijdragen aan de landschappelijke en
de gemeente. Montfoort is ontstaan aan de zuidoever van de Hollandsche
ecologische kwaliteit. Ten zuiden van de Hollandsche IJssel bieden we
IJssel. Naast de Hollandsche IJssel behoren ook de linten nabij de IJssel
ruimte voor functieverandering en intensivering van lintbebouwing.
(Lindeboomseweg, Achthoven-West, Achthoven Oost, Willeskop, Heeswijk,
Bij Heeswijk-Oost bestaat ruimte voor uitbreiding van bedrijvigheid.
Mastwijkerdijk, Heeswijk, Waardsedijk en IJsselveld) en de directe omgeving
We stimuleren woningbouw onder voorwaarde van minimale impact op
hiervan tot deze zone. Er zijn nu al verschillende activiteiten gevestigd.
landschap en culturele uitbreiding. Op basis van de analyse en kansen die we hebben geïdentificeerd
KANSEN
maken we de vertaalslag naar het verkeerslichtenmodel (figuur 3).
De IJsselzone is een aantrekkelijke groenblauwe ader voor werken en wonen,
Omdat dit gebied zo geschikt is voor bedrijvigheid, recreatie en
met focus op groen en water. Dat geeft ruimte voor woningbouw als het minimale
woningbouw plaatsen we deze activiteiten in het groene verkeerslicht.
impact heeft op het landschap en voortborduurt op de cultuurhistorische manier
Aan andere activiteiten willen we meewerken onder de voorwaarde
van uitbreiden. Ook het opdelen van agrarische percelen of creatieve ideeën als
dat ze meerwaarde bieden voor water en klimaat, landschap en
tiny houses en boerenwinkels vormen een mogelijkheid in deze gebieden.
cultuurhistorie en recreatie en toerisme. In de volgende paragraaf geven
We stimuleren de ontwikkeling van recreatiegerichte bedrijfjes, zoals kamperen
we een toelichting op de spelregels.
bij de boer, een landwinkel of kanoverhuur.
24
© Peter Versloot.
DEELGEBIED
ACTIVITEITEN
TOELICHTING
• Knooperven
Activiteiten die we in het groene deel van het verkeerslicht plaatsen zien we als
• Horeca
wenselijk en versterkend. Dat betekent dat we in een nieuw omgevingsplan opnemen
• Dagrecreatie en educatie
dat deze activiteiten mogelijk zijn in dit gebied. Belangrijke voorwaarden zijn wel:
• Verblijfsrecreatie
•
• Kantoor en vergaderen
Dat de activiteiten passen binnen een nader te bepalen maximale oppervlakte van gebouwen die is afgestemd op al aanwezige activiteiten.
• Zorg
•
• Kinderdagverblijf
Zoals omschreven onder het kopje ‘kansen’, gaan we anders om met initiatieven in het noorden, zuiden en bij Heeswijk-oost.
• Agrarisch (gerelateerde) bedrijvigheid
•
• Bos, natuur, weidevogelgebieden
Woningen worden bij voorkeur toegevoegd in bestaande gebouwen, al dan niet via woningsplitsing, of anders in ieder geval binnen het bestaande erf.
•
Als er nieuwe woningen worden gebouwd is dit alleen mogelijk als dit binnen het bestaande erf gebeurt.
• Energie opwek
•
• Niet-agrarische bedrijvigheid
Dat woningclusters nooit meer woningen bevatten dan 15 en een maximaal oppervlakte per woning kennen.
Activiteiten die we in het oranje deel van het verkeerslicht plaatsen zien we als mogelijk onder voorwaarden. Dat betekent dat we in een nieuw omgevingsplan een mogelijkheid opnemen om af te wijken en maatwerk leveren om hierin een afweging te maken. We kijken hierbij naar de volgende voorwaarden: • • Geen
De punthoogte van windmolens mag niet hoger zijn dan 30 meter. Grotere windmolens zijn alleen afweegbaar direct naast infrastructuren zoals snelwegen.
•
Zonnevelden zijn alleen mogelijk binnen bestaande bouwvlakken.
We toetsen op de volgende punten:
Figuur 6 Verkeerslichtenmodel IJsselzone
25
•
De activiteit moet passen bij de al bestaande activiteiten op het erf.
•
De benodigde gebouwen moeten minstens een nader te bepalen beeldkwaliteit
bezitten. •
De activiteit mag geen beperkingen geven voor nabijgelegen bestaande activiteiten.
•
De intensiteit van verkeersbewegingen moet passen bij de mogelijkheden die de infrastructuur biedt.
•
De milieucategorie moet passen binnen de mogelijkheden van het gebied en niet zorgen voor mogelijk gevaarlijke of overlastgevende situaties.
•
Nieuwe activiteiten vinden plaats binnen bestaande gebouwen. Als dat niet mogelijk is, bijvoorbeeld door de slechte staat van die gebouwen, mogen ze worden vervangen door nieuwbouw. Die nieuwbouw moet wel passen bij de karakteristieke uitstraling van het gebied.
•
Er moet rekening gehouden worden met cultuurhistorische waarden zoals te vinden in de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHWK)
•
Hoeveel het initiatief bijdraagt aan de kernwaarden van het gebied en aan maatschappelijke opgaven (zie figuur 4).
Activiteiten die we in het rode deel van het verkeerslicht plaatsen zien we als onwenselijk en staan we niet toe in dit gebied. Het zijn activiteiten die afbreuk doen aan de waarden van dit gebied.
Figuur 4: Kernwaarden op basis van het gewenste toekomstige karakter van het deelgebied. (bron: Omgevingsvisie Montfoort (2021)) ►
26
4.6 Veenweide Linten GEBIEDSOMSCHRIJVING De Veenweide linten slingeren door het Montfoorts landschap. Onder deze linten verstaan we de Cattenbroekerdijk en het lint bij Blokland. De linten zijn een sterk historisch kenmerk van het buitengebied.
KANSEN Wonen, landbouw en recreatie staan centraal in dit gebied. We richten ons op behoud en versterking van de identiteit van het open en groene landschap door behoud van het contrast tussen de open weidegebieden, de besloten linten, de halfopen oeverwallen van de Hollandsche IJssel en de Lek en het uitgestrekte stroomgebied van de Lek. Activiteiten die een bijdrage leveren aan een veiligere © Peter Versloot.
verkeerssituatie, verduurzaming van bestaande bebouwing, betere bereikbaarheid en duurzame mobiliteit zijn gewenst. We zien mogelijkheden voor activiteiten die zich richten op kleine bedrijvigheid,
Op basis van de analyse en kansen die we hebben geïdentificeerd maken we de
recreatie en educatie. Het toevoegen van woningen zien we als optie, als het
vertaalslag naar het verkeerslichtenmodel (figuur 8). Hierin zien we bovenstaande
minimale impact heeft op de verkeersintensiteit en bij voorkeur alleen in bestaande
keuzes terug. We werken graag mee aan activiteiten die aansluiten bij de kansen
gebouwen of als vervanging van voormalige gebouwen. Creatieve ideeën zoals
die het gebied biedt voor kleine bedrijvigheid, recreatie en educatie. Aan andere
tiny houses en boerenwinkels zijn hierbij ook opties, waarbij de aanpak per lint
activiteiten willen we meewerken als ze passen bij de voorwaarden. In de volgende
kan verschillen, bijvoorbeeld vanwege de historische waarde.
paragraaf geven we een toelichting op de spelregels.
27
DEELGEBIED
ACTIVITEITEN
TOELICHTING
• Horeca
Activiteiten die we in het groene deel van het verkeerslicht plaatsen zien we
• Dagrecreatie en educatie
als wenselijk en versterkend. Dat betekent dat we in een nieuw omgevingsplan
• Verblijfsrecreatie
opnemen dat deze activiteiten mogelijk zijn in dit gebied. Belangrijke voorwaarde
• Kantoor en vergaderen
is wel dat de activiteiten moeten passen binnen de bestaande gebouwen.
• Zorg
Als dat niet mogelijk is, bijvoorbeeld door de slechte staat van die gebouwen,
• Kinderdagverblijf
mogen ze worden vervangen door nieuwbouw. Die nieuwbouw moet wel passen
• Agrarisch (gerelateerde) bedrijvigheid
bij de karakteristieke uitstraling van het gebied.
• Bos, natuur, weidevogelgebieden Activiteiten die we in het oranje deel van het verkeerslicht plaatsen zien we als mogelijk onder voorwaarden. Dat betekent dat we in een nieuw omgevingsplan • Knooperven
een mogelijkheid opnemen om af te wijken en maatwerk leveren om hierin een
• Energie opwek
afweging te maken. We kijken hierbij naar de volgende voorwaarden:
• Niet-agrarische bedrijvigheid
•
De punthoogte van windmolens mag niet hoger zijn dan 30 meter. Grotere windmolens zijn alleen afweegbaar direct naast infrastructuren zoals snelwegen. Zonnevelden zijn alleen mogelijk binnen bestaande bouwvlakken.
•
Woningen worden bij voorkeur toegevoegd in bestaande gebouwen, al dan niet via woningsplitsing.
• • Geen
Als er nieuwe woningen worden gebouwd is dit alleen mogelijk als dit binnen het bestaande erf gebeurt.
We toetsen op de volgende punten: •
De activiteit moet passen bij de al bestaande activiteiten op het erf.
•
De benodigde gebouwen moeten minstens een nader te bepalen beeldkwaliteit bezitten.
•
De activiteit mag geen beperkingen geven voor nabijgelegen bestaande activiteiten.
Figuur 8 Verkeerslichtenmodel voor deelgebied ‘Veenweidelinten’
28
•
De intensiteit van verkeersbewegingen moet passen bij de mogelijkheden die de infrastructuur biedt.
•
De milieucategorie moet passen binnen de mogelijkheden van het gebied en niet zorgen voor mogelijk gevaarlijke of overlast gevende situaties.
•
We kennen een maximaal te benutten oppervlakte toe voor bebouwing op het erf, om te voorkomen dat de activiteit te grootschalig wordt. De bovengrens bepalen we met een afweging tussen wat er al is bij bestaande initiatieven, wat we beschouwen als passend in het landschap en aan de hand van wat een ondernemers nodig heeft voor een verdienmodel.
•
Hoeveel het initiatief bijdraagt aan de kernwaarden van het gebied (zie figuur 5).
Activiteiten die we in het rode deel van het verkeerslicht plaatsen zien we als onwenselijk en staan we niet toe in dit gebied. Het zijn activiteiten die afbreuk doen aan de waarden van dit gebied.
Figuur 5: Kernwaarden op basis van het gewenste toekomstige karakter van het deelgebied. (bron: Omgevingsvisie Montfoort (2021)) ►
29
5. ONZE WERKWIJZE We kiezen voor een meer proactieve en ondersteunende manier van werken bij
we duidelijkheid over verwachtingen, vereisten en procedures wat het vertrouwen
initiatieven die te maken hebben met de geheel of gedeeltelijke transformatie van een
tussen gemeente en initiatiefnemer versterkt. Bovendien moedigt zo’n aanpak
boerenerf. In dit hoofdstuk beschrijven we welke middelen en werkwijze we gebruiken
initiatiefnemers aan om met ideeën te komen en de transitie te maken voor een
om de transformatie te stimuleren en faciliteren. Het eerste deel gaat over de filosofie
toekomstbestendige invulling van hun (voormalig) agrarisch erf. Het draagt bij aan
achter onze werkwijze, het tweede deel is een uitvoeringsparagraaf waarin we
een dynamisch en innovatief lokaal ondernemersklimaat. Met deze aanpak leren
beschrijven wat we de komende tijd gaan doen.
we ook de mensen achter de aanvraag kennen. We weten hierdoor beter wat er speelt en kunnen beter rekening houden met behoeften en wensen van de lokale gemeenschap. Dat maakt het niet alleen prettiger samenwerken maar zorgt ook
5.1 Onze filosofie
voor een fijnere relatie op de langere termijn.
We willen als gemeente constructiever samen met initiatiefnemers werken aan plannen. Nu is het contact vaak formeel, daar willen we verandering in brengen.
5.2 Uitvoeringsparagraaf
Het doel is om op een klantvriendelijke manier tot overeenstemming te komen. Daarom richt de gemeente Montfoort zich op korte lijntjes. Door directe communicatie en persoonlijk contact vanaf de start verminderen we bureaucratische rompslomp
Met het vaststellen van dit beleid besluiten we als gemeenteraad ook om de
en de frustraties die dit teweeg brengt en tegelijkertijd versnellen we het proces.
komende tijd met een aantal acties aan de slag te gaan. Die beschrijven we in
Door vanaf de start van een initiatief open en duidelijk te communiceren creëren
deze uitvoeringsparagraaf.
30
COMMUNICATIE
BEOORDELING EN PROCEDURES
Na vaststelling van dit beleid zullen we dit op verschillende manieren
We beoordelen initiatieven in de toekomst aan de hand van het
onder de aandacht brengen bij onze inwoners. We ontwikkelen een
verkeerslichtenmodel. Aan groene activiteiten kunnen we via een
pagina op onze gemeentelijke website die informatie geeft over ons
eenvoudige procedure medewerking verlenen, we verlenen geen
beleid en werkwijze. Hierop is ook weergegeven hoe mensen contact
medewerking aan rode activiteiten en leveren maatwerk bij oranje
met ons kunnen opnemen met vragen. Het verkeerslichtenmodel, zoals
activiteiten. Bij de laatste categorie kan het oordeel uiteindelijk
weergegeven in dit beleid, helpt ons de initiatieven te beoordelen.
zijn dat we niet meewerken en als dat wel zo is hoort er een meer uitgebreide procedure bij. Activiteiten op een (voormalig) agrarisch erf kunnen worden aangevraagd als activiteit naast of in plaats van een agrarische activiteit. Als er geen bedrijfsmatige agrarische activiteiten meer plaatsvinden4 moet een functiewijziging plaatsvinden. Wanneer een activiteit gecombineerd wordt met een agrarisch bedrijf, werken we niet mee aan combinaties die elkaar in de weg zitten. Het gaat dan om activiteiten die om milieuof veiligheidsredenen niet met elkaar te combineren zijn, zoals wonen en een agrarisch bedrijf of de aanwezigheid van kwetsbare doelgroepen in combinatie met een niet-agrarische bedrijvigheid in een hogere milieucategorie. Dit beleid wordt toepasbaar op het moment dat we het vertalen in regels waarmee we ook juridisch ruimte bieden, bijvoorbeeld via omgevingsplannen. Als gemeente en provincie is dit een vervolgactie die we oppakken na vaststelling van de visie.
4
Als geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden waarvoor een vergunning of melding noodzakelijk is beschouwen we ze niet langer als bedrijfsmatig.
31
BEHANDELEN VAN INITIATIEVEN
gesprek stelt ons in staat om zowel inhoudelijke als procesmatige informatie te delen. De initiatiefnemer krijgt hiermee een beter beeld van de mogelijkheden
Als gemeente streven we naar transparantie en duidelijkheid. Om dit doel te
binnen het deelgebied, de vereiste kwaliteiten en de benodigde investeringen en
bereiken, hanteren we een laagdrempelige communicatie tussen de gemeente
tijd voor een transformatie.
en initiatiefnemers. Dit proces volgt een stappenplan dat is afgestemd op de
4. Na het keukentafelgesprek behandelen we een eerste plan op hoofdlijnen aan
aanbevolen werkwijze van de VNG (zie figuur 6).
de omgevingstafel. Hierbij beoordelen we of het initiatief past binnen de gestelde
1. Het proces start zodra een initiatiefnemer ons benadert met een idee voor de
kaders. Als er veel aanpassingen nodig zijn, vragen we om een nieuw plan.
transformatie van een agrarisch bedrijf, of wanneer er behoefte is aan meer
5. Vervolgens delen we het plan met de provincie en geven we eventuele feedback
informatie. We wijzen deze initiatiefnemer toe aan één centraal aanspreekpunt
door aan de initiatiefnemer. Als het initiatief potentieel haalbaar is, kan de
binnen de gemeente.
initiatiefnemer een officiële aanvraag indienen.
2. Dit aanspreekpunt verzamelt aanvullende informatie en stemt af met de
6. Deze aanvraag nemen we dan in behandeling volgens de benodigde procedure.
intaketafel. 3. Vervolgens gaan we als gemeente in gesprek met de initiatiefnemer, een
Hierbij dient opgemerkt te worden dat het kan voorkomen dat tijdens het keuken-
zogenaamd keukentafelgesprek. Dit gesprek is bedoeld om tijd te besparen
tafelgesprek al duidelijk wordt dat het initiatief niet haalbaar is. In dat geval zal de
en duidelijkheid te verschaffen aan beide partijen. De informele aard van dit
gemeente niet meewerken aan het initiatief.
Figuur 6: De stappen in het proces naar de Omgevingstafel. Bron: Aan de slag met de Omgevingswet en de VNG
32
ERVENCONSULENT
KNOOPERVEN MET DE RUIMTE VOOR RUIMTE REGELING
Verder wordt de ervenconsulent van MooiSticht in de toekomst ingezet als
We willen knooperven mogelijk maken via het toepassen van de Ruimte voor Ruimte
toetser en ondersteuner, met de gemeente als opdrachtgever. Voorheen was
regeling (RvR-regeling). Dit willen we alleen binnen bestaande erven mogelijk maken,
de ervenconsulent de adviseur van de initiatiefnemer. De gemeente maakt een
zodat openheid van het gebied bewaard blijft. Via die regeling kunnen sloopmeters op
duidelijkere handleiding of beeldkwaliteitsplan waardoor de toetsingscriteria van
een locatie ingezet worden om woningen te bouwen op een andere locatie. Er mag
de ervenconsulent duidelijker worden gemaakt, ook naar initiatiefnemers toe.
namelijk alleen nieuwbouw plaatsvinden in de provincie als er netto vierkante meters bebouwing verdwijnt. Door sloop op één of meerdere locaties te verbinden aan de bouwmogelijkheden op een andere locatie hoeft die sloop niet op hetzelfde erf plaats
PLATTELANDSCOACHES
te vinden als de nieuwbouw en wordt de sloopdrempel verlaagd. Dit “salderen” van sloopmeters kan plaatsvinden binnen één gemeente of buurgemeenten, afhankelijk
De provincie blijft plattelandscoaches inzetten als adviseur aan de initiatiefnemer
van de wens van de gemeente(n) zelf. Voor alle betrokken locaties moet de nieuwe
en ook blijft de ruimte voor ruimte regeling van kracht. Deze regeling kunnen
situatie planologisch goed worden vastgelegd, inclusief de aanvullende eisen, zoals
initiatiefnemers inzetten voor de realisatie van woningen op voormalige erven.
de ruimtelijke inpassing. Het bijhouden van de sloopmeters kan door gemeente(n) en
De gemeente onderzoekt hoe we met deze regeling ook ruimte kunnen geven
provincie worden opgepakt. Dan is het wel belangrijk dat de betrokken gemeenten de
aan knooperven.
sloopverplichtingen en bouwrechten op dezelfde manier registreren en wegen.
© Gijs van Kempen
33
BEECKK TEAM ROTTERDAM
TEAM ARNHEM
TEAM EINDHOVEN
Postbus 1113 5602 BC Eindhoven 040 255 63 55 info@beeckk.com www.beeckk.com