CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting_Bijlage 7 Aanvullend bodemonderzoek.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 4424.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.2

Bodemopbouw Het onderzoeksterrein ligt op de tijdens het Holoceen gevormde gronden, die worden gerekend tot de Westlandformatie. De oorspronkelijke, slecht doorlatende deklaag van klei en veen ter plaatse heeft een dikte van ongeveer 5 meter. Vanaf 1.5 m-mv bevat de klei plantenresten. In de meeste boringen is klei aangetroffen. In alle boringen rond de opstallen is puin waargenomen, tot maximaal 1.2 m-mv. Het gehalte is als licht gekwalificeerd, in een enkele boring matig. Het puin geheel bestaat uit steenachtig materiaal, met plaatselijk wat kooltjes en grind. Het maaiveld aan de voorzijde van het terrein bevindt zich op ongeveer 0.1 meter onder NAP, aan de achterzijde is dat 1.5 meter onder NAP. Ten tijde van het onderzoek bevond het grondwater zich op circa 0.6 m-mv. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is west tot noordwest. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

4 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

3. Opzet en invulling van het onderzoek 3.1

Onderzoekstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is de bijlage ONV van de NEN 5740 (Strategie bij verkennend onderzoek) als richtlijn gehanteerd. Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de algemene kwaliteit van de bodem in het kader van de eigendomstransactie van de locatie. Voor de strategie van het onderzoek zijn de NEN 5707 aangehouden, § 6.4.5, Verdachte bovengrond, heterogene en diffuse verontreiniging en de NEN 5897, Half-Verhardingen. Er zijn verdeeld over de voorzijde van locatie vijf inspectiegaten gegraven.

3.2

Veldwerk onderzoek Voorafgaand aan het veldwerk is een KLIC-melding gedaan en is het terrein geïnspecteerd. De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd overeenkomstig de BRL-protocollen 2001, 2002 en 2018. Het veldwerk is uitgevoerd op 19 september 2017. Er zijn zeventien boringen en een peilbuis geplaatst, tot een diepte van maximaal 2.5 m-mv. Een bestaande peilbuis is herbemonsterd. Het veldwerk is uitgevoerd door John Hol (Geldermalsen), erkend veldwerker voor deze protocollen, geassisteerd door Nico Verweij, veldwerker in opleiding. Zie daarvoor ook www.rwsleefomgeving.nl/ onderwerpen/bodem-ondergrond/erkenningen/zoekmenu/. De boringen 1 tot en met 12 zijn verdeeld rond de opstallen. De nummer 13 tot en met 17 staan in de moestuin en het grasland aan de achterzijde van de woning. Boring 15, in de moestuin, is afgewerkt met een peilbuis, met filters van 1.0 tot 2.0 m-mv, bij een grondwaterstand van 0.5 m-mv. Daarnaast is een bestaande peilbuis herbmonsterd. Deze staat direct naast de schuur waar in het verleden een olietank heeft gestaan. Bij de bemonstering van de peilbuizen op 29 september zijn de pH, troebelheid en de geleidbaarheid bepaald. De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn terug te vinden in de schets in bijlage E.

Asbest Het asbestonderzoek betreft de puinhoudende bovengrond rond de opstallen en de half-verharding aan de voorzijde van het terrein. Het veldwerk is uitgevoerd conform het BRL-protocol 2001 en 2018. Voorafgaand aan het onderzoek is het terrein visueel geïnspecteerd. Voor het asbestonderzoek zijn de onderstaande inspectie-gaten gegraven. locatie

oppervlak

inspectie-gaten / boringen

mm

puinhoudende bovengrond

400 m²

boring 3, 4 en 8-11

mm A, 14.3 kg

half-verharding voorzijde

180 m²

gat 1 - 5

mm B, 25 kg

De locaties van de gaten zijn aangegeven in de tekening in bijlage E. Vanuit de gaten is een boring gezet tot in de ongeroerde (onder)grond. Het boorwerk en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd conform het BRL-protocol 2001 en 2018, door John Hol, erkend veldwerker voor deze protocollen. De grond uit de gaten is in een dunne laag op folie met een hark uitgespreid om de visuele aanwezigheid van asbest vast te stellen. Voor het veldwerk zijn onder andere een spade, een hark en 20 mm-zeef gebruikt. Het veldwerk heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan. • • • •

Uitzetten van de inspectie-gaten en boringen, Voor ieder gat in de half-verharding is als volgt gegraven : 0.5 x 0.5 m tot 0.5 m-mv. Het materiaal uit de gaten is uitgeharkt. Visueel is nergens asbestverdacht materiaal waargenomen

5 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

3.3

Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. De oorspronkelijke bodem bestaat uit donkerbruine klei, overgaand in siltige en grijze klei op 1.0 á 1.5 m-mv. Rond de opstallen is de bodem zandig, plaatselijk tot 1.0 m-mv. Enkele zintuiglijke waarnemingen zijn : •

In de meeste boringen rond de opstallen is puin waargenomen in de grond, tot maximaal 1.2 m-mv. Het puin bestaat uit steenachtig materiaal zoals baksteen en kalk, met plaatselijk wat kooltjes.

•

Zes boringen zijn gestaakt op circa 0.5 m-mv. Dit zijn de boringen 3, 4 en 8 tot en met 11. Deze staan allen aan de voorzijde van het terrein. Vermoedelijk bevindt zich daar of oude fundering of een oude oprit.

•

Ter plaatse van de kapschuur aan de achterzijde van het terrein is asbest in en op de verharding van gebroken puin in de schuur waargenomen. Op basis van het aantal zichtbare plaatjes is vermoed dat het asbestgehalte in de half-verharding boven de 100 mg/kg ds kan liggen.

De bodem is als volgt opgebouwd: tabel 1: Schematische weergave bodemopbouw m-mv

grondsoort

opmerkingen

kleur

0.0 - 0.5 0.5 - 1.2 1.2 - 1.5 1.5 - 2.2

zand / klei klei klei klei

geroerd, lokaal puin plaatselijk licht puin siltig veenlaagjes, plantenresten

bruingrijs donkerbruingrijs donkergrijs grijs

De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage C. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn zestien representatieve grond(meng)monsters samengesteld. Tabel 2 bevat een overzicht van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Toelichting bij de tabel: •

Voor de NEN 5740-analyses zijn de relatief meest geroerde grondmonsters geselecteerd.

•

In drie mengmonsters is een overschrijding van de interventiewaarde geconstateerd voor zink of PAK. De deelmonsters van deze mengmonsters zijn separaat geanalyseerd op zink of PAK.

tabel 2: boringen, peilbuizen en analyses nr

boringen / peilbuis

m-mv

NEN analyses

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

B1 en 2 B1 B2 B3, 4 en 16 B3 B4 B16 B10, 11 en 12 B14, 15 en 17 B5, 12, 16 en 17 B5 B12 B16 B17

klei, licht puin klei, licht puin klei, licht puin klei, matig puin klei, matig puin klei, matig puin klei, matig puin zandig klei klei klei klei klei klei

0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.1 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.4 0.0 - 0.4 0.0 - 0.5 0.4 - 1.0 0.5 - 1.0 0.4 - 0.9 0.4 - 0.9 0.5 - 1.0

NEN 5740 grond PAK PAK NEN 5740 grond PAK PAK PAK NEN 5740 grond NEN 5740 grond NEN 5740 grond zink zink zink zink

15 16

mm bovengrond mm half-verhard

boring 3, 4 en 8-11 gat 1 - 5

0.0 - 0.5 0.0 - 0.3

NEN 5898, asbest grond NEN 5897, asbest puin

17 18

pb A, bestaand pb 15

grondwater grondwater

1.0 - 2.0 1.0 - 2.0

NEN 5740 grondwater NEN 5740 grondwater

6 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

NEN-pakket grond AS3000 (stap 1) - droge stof, lutum en organische stof, - zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), - PAK (PAK's genoemd in de leidraad Bodembescherming/ 10 VROM), - PCB´s, - minerale olie. NEN-pakket grondwater AS3000 (stap 2) - zuurgraad (pH), - zware metalen (barium, cadmium, molybdeen, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink), - vluchtige aromaten ( benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) en minerale olie, - vluchtige chloorkoolwaterstoffen (1,2-dichloorethaan, cis 1,2-dichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, tetrachloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2- trichloorethaan, trichlooretheen (tri), trichloormethaan

7 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1

Analyseresultaten grond De analysecertificaten van de grondmonsters en de toetsing zijn bijgevoegd in bijlage B1. De toetsing is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice, 2013). In de tabel zijn de naar standaard bodem omgerekende gehaltes opgenomen. De locaties van de boringen zijn terug te vinden in bijlage E. tabel 3A : Analyses en toets grond (mg/kg ds), omgerekend naar standaard bodem boring m-mv

1 en 2 0.-0.5

3, 4, 16 0.0-0.5

10, 11, 12 14, 15, 17 AW 0.0-0.4 0.0-0.5

org.stof (%) droge stof (%) lutum (%)

9.1 74.3 11.4

7.9 76.3 15.8

13 73.4 16.8

17.1 53.6 24.5

zware metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK 10VROM PCB´s

0.18 • 95 • 275 • 42.5 ••• -

0.16 • 81 • 179 • 46.3 ••• -

0.29 • 117 • -

150 • -

olie C10-C40

275 •

468 •

-

-

T

IW

5, 12, 16, 17 0.4-1.0 13.6 55.2 18

0.6 15 40 0.15 50 1.5

6.8 93 115 18.1 290 96

140 1.5

430 720 21 40

190

2600

2.1 • 15.3 52 • 0.2 • 198 • 2.2 • 47.5 • 1.350 ••• 4.1 • -

- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), ••• : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde (IW).

De boven- en ondergrond van het terrein aan de Cattenbroekerdijk is met twee uitzonderingen licht verontreinigd met metalen, olie en PAK. Licht verhoogde gehaltes zijn gangbaar voor de lintbebouwing langs de Cattenbroekerdijk. De uitzonderingen zijn zink en PAK. In drie mengmonsters van de grond wordt een interventiewaarde voor zink of PAK overschreden. De deelmonsters van deze mengmonsters zijn bij wijze van nader onderzoek separaat geanalyseerd. De resultaten zijn samengevat in onderstaande tekst. Verontreiniging, zink en PAK In drie separate boringen is een overschrijding van de interventiewaarde voor zink of PAK geconstateerd. Dit zijn PAK in de bovengrond van de boringen 2 en 16 en zink in de ondergrond van boring 12. tabel 3B : Analyses en toets grond (mg/kg ds), omgerekend naar standaard bodem boring m-mv

1.1 0-0.5

2.1 3.1 4.1 16.1 0-0.5 0.1-0.5 0-0.5 0-0.4

org.stof (%) droge stof (%) lutum (%)

1.0 67.1 1.0

2.0 2.0 83.5 85 1.0 1.0

metalen zink PAK 10VROM

15.3 • 52 ••• 6.7 •

AW

T

IW

2.0 2.0 77.4 67.4 1.0 1.0

4.7 • 542 •••

140 370 720 1.5 21 40

- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde (A.W), ••• : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde (IW).

8 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

5 12 16 17 0.5-1.0 0.4-0.9 0.4-0.9 0.5-1.0 13.6 68.7 18

13.6 57.5 18

13.6 66.6 18

13.6 18.7 18

191 •

3714 ••• 124 -

135 -

Het PAK in de boringen 2 en 16 is vermoedelijk gerelateerd aan kooltjes tussen het puin. Boring 2 staat aan de voorzijde van het terrein, nummer 16 bij de voormalige hooiberg aan de achterzijde. Boring 12 staat achter (ten westen van) de woning. In de ondergrond daarvan is geen puin van betekenis waargenomen. Over de ernst, omvang en consequenties van de verontreiniging met zink en PAK kan het volgende worden opgemerkt: I. Het zinkgehalte in boring 12 is met 3.714 mg/kg ds hoog. Dergelijke gehaltes op dit soort locaties

duiden meestal op kleine stukjes, splinters zink. Deze kunnen bijvoorbeeld afkomstig zijn van een oude dakgoot die met slooppuin in de bodem terecht zijn gekomen. In de donkergekleurde grond zijn kleine stukjes puin of metaal moeilijk te zien. II. Het zink bevindt zich in de ondergrond. Er is daarom geen sprake van mogelijke blootstelling en

actuele risico's voor de volksgezondheid ontbreken in de huidige situatie. III. Het PAK-gehalte van boring 16 is naar alle waarschijnlijkheid toe te schrijven aan koolgruis. Ook

hiervoor geldt dat fijn kool moeilijk te zien kan zijn in de donkere kleigrond. IV. Het oppervlak en de omvang van de verontreiniging met PAK is niet bekend. Met als uitgangspunt

dat het PAK gerelateerd is fijn koolgruis zullen uitschieters boven de interventiewaarde een lokaal verschijnsel zijn. Op basis van de overige analyses wordt niet verwacht dat er een aaneengesloten volume grond van meer dan 25 m³ aanwezig is. Bij een diepte van 0.5 zou daar een oppervlak van 50 m² voor nodig zijn.

9 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

4.2

Resultaten asbest Het asbestonderzoek betreft de puinhoudende bovengrond rond de opstallen en de half-verharding aan de voorzijde van het terrein. De asbest-analysecertificaten zijn te vinden in bijlage B2. Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle. Het hecht-gebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). tabel 4 : Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kg ds) omschrijving monster

m-mv aantal deeltjes gewogen gehalte visueel asbest gewicht asbest tot, gewogen < 20 mm <20 mm >20 mm > 20 mm, mg mg/kg ds

mm A, bovengr

0.5

nul

<0.5 mg/kg ds

nee

mm B, puin

0.3

nul

<0.5 mg/kg ds

nee

-

< 0.5 mg/kg ds < 0.5 mg/kg ds

Asbest, gewogen gehalte Asbest mm, < 20 mm Analytisch is door het lab geen asbest kleiner dan 20 mm aangetoond in de mengmonsters van grond en puin rond de opstallen aan de Cattenbroekerdijk. Asbest mm, > 20 mm Visueel is nergens asbestverdacht materiaal waargenomen in de grond, het puin of op het maaiveld. Conclusie van het onderzoek is dat (boven)grond en de half-verharding aan de voorzijde van het terrein aan de Cattenbroekerdijk geen asbest bevat. Opgemerkt moet worden dat de puin-verharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein niet is onderzocht. Er zijn in of tussen het puin meerdere stukken en stukjes asbest waargenomen en aannemelijk is dat de verharding in de schuur verontreinigd is met asbest.

10 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

4.3 Analyseresultaten grondwater De analysecertificaten van de grondwatermonsters en de toetsing zijn bijgevoegd in bijlage B1. De locaties van de peilbuizen zijn te vinden in de schets in bijlage E. De toetsing is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice, 2013). tabel 5 : analyseresultaten grondwater (μg/l) peilbuis m-mv 2017

pb A 1.0-2.0 29 sept

pb 15 streef1.0-2.0

pH geleidbaarheid (μS/cm) grondwater, cm-mv troebelheid, NTU

7.03 1.078 43 33.8

6.90 755 44 55.8

molybdeen cadmium barium koper kobalt lood nikkel zink kwik

52 • 35 • 68 • -

190 • -

vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen

-

-

vl. chl. koolwaterstoffen 1,2-dichloorethaan cis1,2-dichlooretheen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen dichloorbenzenen chloorbenzenen monochloorbenzeen

-

-

minerale olie C10 - C40

-

-

tussen-

50 15

338 45

65

433

interventiew

- : geen overschrijding van de streefwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde.

Het grondwater staat op locatie aan de Cattenbroekerdijk 44 op ongeveer 0.5 m-mv. De pH, EC en troebelheid van het water kunnen als normaal worden beschouwd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper en zink. Bij het onderzoek in 2006 van Van Gog BV was nikkel licht verhoogd in het grondwater. Licht verhoogde gehaltes zijn geen risico voor de volksgezondheid en geen aanleiding voor verder onderzoek.

11 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

5

Conclusie en aanbevelingen Op 19 september 2017 is in opdracht van dhr Van Schaik en mevrouw De Regt uit Linschoten milieukundig bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het terrein aan de Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten. Kadastrale gegevens van het terrein zijn Linschoten sectie C, nummer 926. De locatie heeft een oppervlak van 7.370 m². Er zijn zeventien boringen en een peilbuis geplaatst tot maximaal 2.2 m-mv. Een bestaande peilbuis is herbemonsterd. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.5 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket. Het asbestonderzoek betreft de puinhoudende bovengrond rond de opstallen en de half-verharding aan de voorzijde van het terrein. Deze laatste heeft een oppervlak van ongeveer 180 m²,

5.1

Conclusies De bodem van het terrein aan de Cattenbroekerdijk bestaat uit donkerbruine klei, overgaand in siltige en grijze klei op 1.0 á 1.5 m-mv. Rond de opstallen is de bodem zandig, plaatselijk tot 1.0 m-mv. De grond rond de woning en schuren is licht of matig puinhoudend, tot maximaal 1.2 m-mv. Er is met één uitzondering nergens asbestverdacht materiaal in of op de bodem waargenomen. De uitzondering is de puin-verharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein. Deze heeft een oppervlak van 100 m². Tussen het gebroken puin van de vloer van de schuur is asbest waargenomen. Grond De boven- en ondergrond van het terrein aan de Cattenbroekerdijk is met twee uitzonderingen licht verontreinigd met metalen, olie en PAK. Licht verhoogde gehaltes zijn gangbaar voor de regio. De uitzonderingen zijn zink en PAK. In drie grond-mengmonsters wordt een interventiewaarde voor zink of PAK overschreden. De deelmonsters van deze mengmonsters zijn bij wijze van nader onderzoek separaat geanalyseerd. Verontreiniging, zink en PAK In drie separate boringen is een overschrijding van de interventiewaarde voor zink of PAK vastgesteld. Dit zijn PAK in de bovengrond van een boring aan de voor- en achterzijde van het terrein en zink in de ondergrond van een boring achter de woning. Over de ernst, omvang en consequenties van de verontreiniging kan het volgende worden opgemerkt: I.

Het zink in de boring achter de woning bevindt zich in de ondergrond. Er is daarom geen sprake

van mogelijke blootstelling en actuele risico's voor de volksgezondheid ontbreken in de huidige situatie. II. Het PAK-gehalte in de bovengrond aan de voor- en achterzijde van het terrein is naar alle

waarschijnlijkheid toe te schrijven aan fijn koolgruis. Koolgruis is moeilijk zichtbaar in de donkere kleigrond. III. Het oppervlak en de omvang van de verontreiniging met PAK is niet bekend. Met als uitgangspunt

dat het PAK gerelateerd is fijn koolgruis zullen uitschieters boven de interventiewaarde een lokaal verschijnsel zijn. Op basis van de overige analyses wordt niet verwacht dat er een aaneengesloten volume grond van meer dan 25 m³ aanwezig is. Bij een diepte van 0.5 zou daar een oppervlak van 50 m² voor nodig zijn.

12 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

Asbest Er is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond in de puinhoudende bovengrond rond de opstallen of in de half-verharding aan de voorzijde van het terrein. Opgemerkt moet worden dat de puinverharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein niet is onderzocht. Er zijn in of tussen het puin meerdere stukken en stukjes asbest waargenomen en aannemelijk is dat de verharding in de schuur verontreinigd is met asbest. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper en zink. Bij het onderzoek in 2006 van Van Gog BV was nikkel licht verhoogd in het grondwater. Licht verhoogde gehaltes zijn geen risico voor de volksgezondheid. Conclusie, aanbevelingen De licht verhoogde gehaltes in grond grondwater zijn gangbaar voor de lintbebouwing langs de Cattenbroekerdijk en zijn geen risico voor de volksgezondheid. De verontreiniging met zink en PAK heeft consequenties als er op deze locaties graafwerk uitgevoerd moet worden, bijvoorbeeld voor nieuwbouw. Er is dan waarschijnlijk nog een ronde onderzoek nodig om vast te stellen of sprake is van een Geval van ernstige bodem verontreiniging. Het (enige) criterium daarvoor is een volume aan sterk verontreinigde grond van tenminste 25 m³. De puin-verharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein is niet onderzocht. Deze schuur heeft een oppervlak van 104 m².

Er zijn tussen het puin meerdere stukken en stukjes asbest waargenomen en aannemelijk is dat de verharding in de schuur verontreinigd is met asbest. Aanbevolen wordt de puinlaag te verwijderen. Dat zal onder asbest-condities moeten gebeuren.

5.2

Betrouwbaarheid Linge Milieu streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Het onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en Kwalibo. De resultaten van het onderzoek zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Het in Linschoten uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht dienen te worden bij het gebruik van de resultaten van dit rapport.

13 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017

bijlage E

gegevens asbest-onderzoek

x

is vervolg op eerder onderzoek x

x

x x

x

8 juli 2019

x

x

x

gootlijn, half-verharding en bovengrond

x

x

x

12 juni 2019

bijlage F

situatieschets Cattenbroekerdijk Linschoten

15

14

moestuin

schuur, berging

4

13

tegels

sloot

3

kip 114

6

1

113 112 111

108

12, zink

105

2

PAK106 107

110

9 7 8 Linge Milieu | poppelenburgerstraat 52 | 4191 zt | geldermalsen info@lingemilieu.nl | tel 0345 - 570 272 www.lingemilieu.nl | KVK TIEL 30233558

2

boring

1

peilbuis

opdrachtgever:

schaal:

1 : 400

Plan B Advied RO

formaat:

A4

Linschoten

project:

bodemonderzoek

omschrijving: Cattenbroekerdijk 44 Linschoten

tekeningnummer: T01 projectnummer:

19 - 2077

datum :

juni 2019

moestuin

sloot

geen gootlijn, dakrand hangt boven sloot

7

8

Linge Milieu | poppelenburgerstraat 52 | 4191 zt | geldermalsen info@lingemilieu.nl | tel 0345 - 570 272 www.lingemilieu.nl | KVK TIEL 30233558

3 5

inspectie-gat asbest 2019 inspectie-gat asbest 2017

opdrachtgever:

schaal:

1 : 400

Plan B Advied RO

formaat:

A4

Linschoten

project:

bodemonderzoek asbest

omschrijving: Cattenbroekerdijk 44 Linschoten

tekeningnummer: T02 projectnummer:

19 - 2077

datum :

juni 2019

weiland

bomen gras

hooi

1

17

101

102

2

16

PAK

103

104

gras

weiland

15

14

moestuin

tuin

4

5

Linge Milieu | poppelenburgerstraat 52 | 4191 zt | geldermalsen info@lingemilieu.nl | tel 0345 - 570 272 www.lingemilieu.nl | KVK TIEL 30233558 schaal:

1 : 400

formaat:

A4

project:

bodemonderzoek

Linschoten

2

boring

1

peilbuis

omschrijving: Cattenbroekerdijk 44 Linschoten

schuur, berging

opdrachtgever:

Plan B Advied RO

tekeningnummer: T03

tegelsprojectnummer:

19 - 2077

datum :

juni 2017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=31002992-093a-4b6a-89a7-a8c3bdd983bd