Bijlagen toelichting_Bijlage 7 Aanvullend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
BODEMONDERZOEK INCL ASBEST CATTENBROEKERDIJK 44 LINSCHOTEN JULI 2019
opdrachtgever
Plan B. Advies Ruimtelijke Ordening Nieuwravenstraat 18 3522 RN Utrecht
Projectnummer
19-2077
versie:
1
datum:
8 juli 2019
LINGE MILIEU BV | BODEMONDERZOEK & ADVIES | POPPELENBURGERSTRAAT 52 | 9261 zt | GELDERMALSEN | THE NETHERLANDS T 0345 - 570 272
| F 0345 - 570 287 |
ING BANK 6717.49.897
|
INFO@LINGEMILIEU.NL
|
WWW.LINGEMILIEU.NL
|
KVK TIEL 30233558
BTW NL 8188.13.118. B01
opgesteld door: Arjan Vlasblom
controle / vrijgave: John Hol Hierbij verklaar ik, John Hol, het veldwerk in Linschoten uitgevoerd te hebben volgens BRL SIKB 2000 en protocol 2001 en 2018 in juni 2019, onafhankelijk van opdrachtgever of eigenaar
1. Inleiding
1
2. Vooronderzoek
2
2.1 2.2
Historie en actuele situatie Bodemopbouw
2 4
3. Opzet en invulling van het onderzoek
5
3.1 3.2 3.3
Onderzoekstrategie Veldwerk onderzoek Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek
4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1 4.2
5
5 5 6
7
Analyseresultaten grond Reresultaten asbest
7 8
Conclusie en aanbevelingen
10
5.1 5.2
Conclusies Betrouwbaarheid
Bijlagen bijlage A: algemene toelichting bodemonderzoek bijlage B1 analyseresultaten NEN 5740 bijlage B2 resultaten asbest bijlage C: boorstaten bijlage D1 kadasterkaart, historische gegevens bijlage D2 foto's bijlage D3 eerder onderzoek bijlage E: gegevens asbest-onderzoek bijlage F: situatieschetsen
1 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
10 11
1. Inleiding Op 11 juni 2019 is in opdracht van Plan B. Advies Ruimtelijke Ordening BV te Utrecht aanvullend bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het terrein aan de Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten.
Op de locatie staat een woning uit 1990 met enkele bijgebouwen. Kadastrale gegevens van het perceel zijn Linschoten C, nummer 926. Aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen bouwplannen en de resultaten van eerder bodemonderzoek. Dat is een verkennend onderzoek incl asbest van september 2017 (Linge Milieu BV). De resultaten van het eerdere onderzoek zijn beoordeeld door Omgevingsdienst Utrecht. Naar aanleiding van de beoordeling is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Er zijn voor het onderzoek naar PAK en zink veertien boringen geplaatst tot maximaal 1.5 m-mv. Voor het asbest-onderzoek zijn zeventien inspectiegaten gegraven. De grond van het perceel is geanalyseerd op zink, PAK en asbest. Het aanvullende onderzoek betreft de volgende onderwerpen. I. Asbest in de bovengrond voor het terrein met de opstallen. II. Asbest in de onverharde gootlijn langs de kapschuur op het achterterrein. Deze heeft een lengte
van 18 meter. Van de toplaag recht onder de dakrand is een mengmonster samengesteld voor analyse op asbest. III. Asbest in de puin-halfverharding in en rond de kapschuur. Dit betreft een oppervlak van ongeveer 500 m². IV. Afperking van PAK-verontreiniging in de bovengrond rond twee sterk verontreinigde boringen van eerder onderzoek. V. Afperking van een sterk verhoogd zinkgehalte in de ondergrond van een boring achter de woning.
Linge Milieu is een onafhankelijk bureau dat als erkend bureau is aangewezen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Linge Milieu is geen eigenaar van het perceel in Linschoten of anderszins betrokken bij het terrein in Linschoten via de eigen organisatie. Voorwaarde voor de onafhankelijkheid is verder dat er geen zakelijke connecties bestaan tussen de monsternemer (Linge Milieu) en de opdrachtgever. Een dergelijke relatie tussen Plan B. Advies Ruimtelijke Ordening en Linge Milieu is er niet. Dit project is uitgevoerd onder certificaat volgens BRL SIKB 2000, certificaatnummer VB-051/6. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL-Protocollen 2001 en 2018, waarvoor Linge Milieu volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek is gecertificeerd. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek gegeven, dat vooraf is gegaan aan het veldwerk. Er wordt daarbij een korte samenvatting gegeven van de huidige situatie. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet en uitvoering van het onderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 tenslotte worden de resultaten getoetst en worden conclusies aan de resultaten verbonden.
2. Vooronderzoek 2.1
Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie betreft het perceel Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten. Kadastraal is het perceel bekend bij gemeente Linschoten C, nummers 926, postcode is 3461 BD. Een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage D1. Voor het historisch onderzoek zijn gegevens gebruikt van Omgevingsdienst Utrecht. Verder zijn luchtfoto's, eerder onderzoek en gegevens van de opdrachtgever en eigenaar gebruikt. De gegevens van de Omgevingsdienst, oude kaarten en de historische informatie zijn opgenomen in bijlage D. Algemene gegevens locatie Op het perceel staat een vrijstaande woning, gebouwd in 1990. Voor die tijd stond er een andere woning op dezelfde locatie. Rond de woning bevindt zich tuin met terras. Naast en achter de woning staan enkele schuren, met een totaal oppervlak van 700 m². Foto's van de locatie zijn te vinden in bijlage D2. Voor het aanvullend onderzoek zijn twee schuren relevant. I. De open wagenschuur, afmetingen 32 bij 8 meter en gebouwd in 1978. Deze schuur is gebouwd
van stalen spanten, houten wanden en een asbestcement golfplaten dak. Een dakgoot ontbreekt aan beide zijden. De bodem aan de voorzijde van de schuur is geheel verhard met beton. De dakrand van de achterkant van de schuur (oostkant) hangt boven een sloot. II. De houten kapschuur aan de achterzijde van het terrein, afmetingen 16 bij 6.5 meter, met een
asbestcement golfplaten dak. De schuur dateert van medio jaren '90. Het dak loopt naar één kant af, de achterzijde. De bodem is daar onverhard en er ontbreekt een dakgoot. De vloer in de schuur is van gebroken puin, menggranulaat. Van dit puin is ook de oprit naar de schuur gemaakt. Ontwikkeling Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning op het terrein. De bestaande woning gaat daarvoor gesloopt worden. De bebouwingsituatie aan de achterzijde van het terrein blijft ongewijzigd. Er gaat daar dus ook geen graafwerk plaatsvinden.
Half-verharding, puin overig terrein De half-verharding in en rond de kapschuur aan de achterzijde van het terrein heeft een oppervlak van ongeveer 500 m². Dit is inclusief de oprit en de strook voor de schuur. De dikte van de laag varieert van 0.1 tot 0.3 meter. Daaronder bevindt zich zand of de al dan niet oorspronkelijke kleibodem. Het puin aan de voorzijde van de schuur en ook de rest van de oprit is overgroeid met gras. De contour van de halfverharding is aangegeven in de tekening in bijlage F. De grond van het overige terrein is maximaal licht puinhoudend. Voor eventueel asbest in deze grond zijn tien inspectiegaten rond de opstallen aan de voorzijde van de locatie gegraven.
Gootlijn Er bevindt zich één asbest-verdachte gootlijn op de locatie. Dit is de achterzijde van de kapschuur op het achterterrein. De gootlijn heeft een lengte van 18 meter, de contour is aangegeven in de tekening in bijlage E. De verdachtheid betreft de grond tot een diepte van 0.1 m-mv, over een breedte van circa 1.0 meter.
Eerder bodemonderzoek In september 2017 is door Linge Milieu BV verkennend onderzoek incl asbest op het terrein uitgevoerd.
2 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
Aanleiding was een eigendomsoverdracht van het perceel. Rapport-nr van het onderzoek 17-2156, dd 17 oktober 2017. De tekst en tekeningen van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage D2. De resultaten kunnen als volgt worden samengevat.
2.2
•
De grond van het terrein was in 2017 plaatselijk verontreinigd met zink en PAK. In drie grondmonsters is een interventiewaarde voor deze stoffen overschreden. Dit was PAK in de bovengrond van een boring aan de voor- èn achterzijde van het terrein en zink in de ondergrond van een boring direct achter de woning.
•
Het zink in een boring achter de woning bevindt zich in de ondergrond. Er is daarom geen sprake van mogelijke blootstelling en actuele risico's voor de volksgezondheid ontbreken in de huidige situatie.
•
Het PAK-gehalte in de bovengrond aan de voor- en achterzijde van het terrein is toegeschreven aan fijn koolgruis. Koolgruis is moeilijk zichtbaar in de donkere kleigrond. Met als uitgangspunt dat het PAK gerelateerd is fijn koolgruis zullen uitschieters boven de interventiewaarde een lokaal verschijnsel zijn, aldus het rapport van 2017.
•
Voor het asbest-onderzoek zijn in 2017 vijf inspectiegaten aan de voorzijde van de locatie gegraven. De grond is er licht puinhoudend. Er is zowel visueel als analytisch geen asbest in aangetoond.
•
In de puin-halfverharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein zijn meerdere plaatjes asbest waargenomen. In overleg heeft daar destijds geen verder onderzoek naar plaatsgevonden.
Bodemopbouw Het onderzoeksterrein ligt op de tijdens het Holoceen gevormde gronden, die worden gerekend tot de Westlandformatie. De oorspronkelijke, slecht doorlatende deklaag van klei en veen ter plaatse heeft een dikte van ongeveer 5 meter. In de boringen rond de woning is de bovengrond zandig. De grond van het overige terrein is direct vanaf maaiveld kleiig. In meerdere boringen is puin waargenomen. In één boring is het gehalte als gekwalificeerd als matig. Dit is de tweede halve meter van de bodem van boring 112, achter de woning en op de plek van boring 12 van het eerdere onderzoek. Het puin bestaat uit steenachtig materiaal. Het maaiveld aan de voorzijde van het terrein bevindt zich op ongeveer 0.1 meter onder NAP, aan de achterzijde is dat 1.5 meter onder NAP. Ten tijde van het onderzoek bevond het grondwater zich op circa 0.6 m-mv. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is west tot noordwest. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.
3 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
3. Opzet en invulling van het onderzoek 3.1
Onderzoekstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is de bijlage VED-HE van de NEN 5740 (Strategie bij verkennend onderzoek) als richtlijn gehanteerd. Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de ernst en omvang van de bekende verontreiniging in het kader van de ontwikkeling van het terrein. Voor het asbest-onderzoek is de NEN 5707 gevolgd, § 6.4.5.
3.2
Veldwerk onderzoek Voorafgaand aan het veldwerk is een KLIC-melding gedaan en is het terrein geïnspecteerd. De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd volgens de BRL-protocollen 2001 en 2018. Het veldwerk is uitgevoerd op 11 juni 2019. Er zijn voor het onderzoek naar zink en PAK 14 boringen geplaatst, tot een diepte van maximaal 1.5 mmv. Deze zijn als vervolg op het eerdere onderzoek genummerd 101 tot en met 114. De locaties van de boringen zijn te vinden in de schets in bijlage F. Het veldwerk is uitgevoerd door John Hol (Geldermalsen), erkend veldwerker voor de protocollen. Zie ook https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen /zoekmenu. De boringen zijn als volgt verdeeld over het terrein. locatie
boring
afperking PAK, voor- en achterzijde afperking zink, naast woning
boring 101 - 109 boring 110 - 114
Asbest Het asbestonderzoek betreft drie onderdelen. I. II. III.
De gootlijn aan de achterzijde van de kapschuur, lengte van 18 meter. De puin-halfverharding in en rond de kapschuur, oppervlak circa 500 m², De bovengrond rond de opstallen aan de voorzijde van het terrein.
Van het asbest-onderzoek zijn formulieren opgesteld. Deze zijn opgenomen in bijlage E. De halfverharding rond de kapschuur op het achterterrein is voor het onderzoek beschouwd als één ruimtelijke eenheid (RE) met een oppervlak van 500 m². Uit inspectie-gat P4 (voor de kapschuur) is meer dan 1.0 kg asbest-plaatmateriaal verzameld. Het bestaat uit identieke stukjes golfplaat, tot een diepte van 0.1 m-mv. Voornamelijk op het maaiveld dus. Een monster van het asbest is ter analyse aan het lab aangeboden. Het materiaal blijkt 12.5% chrysotiel-asbest te bevatten, door het lab omschreven als hecht-gebonden plaat. Omdat er al meer dan een kilo asbest is gevonden in gat P4 is van het puin geen analyse ingezet. Wel is ter afperking een mengmonster van de zandige grond direct onder het puin (0.1-0.4 m-mv) geanalyseerd op asbest. tabel 1: gaten asbest-onderzoek, omschrijving gat
waar
m-mv
omschrijving
gat 1 - 2 gat 3 gat 4 - 6 gat 7 - 10 gat P1-3 en 5 gat P4
achter voor voor voor kapschuur kapschuur
0 - 0.4 zandige klei 0 - 0.4 zandige klei 0 - 0.4 zandige klei, licht puin zandige klei, licht puin 0 - 0.3 puin 0 - 0.1 puin, asbest
gootlijn
kapschuur 0 - 0.1 kleiig
asbest op mv visueel asbest in grond asbest gewicht (lab) neen neen neen neen neen ja
neen neen neen neen neen ja
> 1.0 kg
neen
neen
-
4 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
Er zijn voor asbest-onderzoek zeven mengmonsters van grond en puin ingezet voor analyse. Deze zijn: tabel 2: mengmonsters asbest-onderzoek
1 2 3 4 5 6 7 8
3.3
mm
gat
m-mv
monster, analyse
mm gootlijn mm A, schuur achter mm B mm C mm D mm puin mm P4 P4
kapschuur achterzijde, 18 m zand onder puin, P1 en P5 inspectiegat 1-3 inspectiegat 4-6 inspectiegat 7-10 P2, P3 en P5 zand onder puin, locatie P4 plaatmateriaal locatie P4
0.1 0.1-0.5 0.5 0.5 0.5 0.3 / 0.1 0.1- 0.4 0.1
mm GL, NEN 5898-grond, 16.8 kg mm A, NEN 5898-grond, 13.8 kg mm B, NEN 5898-grond, 13.1 kg mm C, NEN 5898-grond, 12.8 kg mm D, NEN 5898-grond, 12.7 kg mm P, NEN 5898-puin, 26.0 kg mm P4, NEN 5898-grond, 13.9 kg plaatmateriaal, NEN 5896
Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. De bovengrond rond de woning is zandig. De grond van het overige terrein is direct vanaf maaiveld op de meeste plaatsen kleiig. In meerdere boringen is puin waargenomen, met één uitzondering maximaal licht. In één boring is het gehalte als gekwalificeerd als matig. Dit is de tweede halve meter van de bodem van boring 112, achter de woning. Deze boring staat op de locatie van boring 12 van het eerdere onderzoek. Het puin bestaat uit steenachtig materiaal. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage C. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn totaal 21 mengmonsters samengesteld. Tabel 3 bevat een overzicht van de (meng)monsters en analyses. tabel 3: boringen en analyses nr
boringen / peilbuis
m-mv
NEN analyses
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
B110 B111 B112 B113 B114 B101 B102 B103 B104 B105 B106 B107 B108 B109
klei, humeus klei, humeus klei, matig puin klei klei zandige klei klei klei zandige klei klei, sporen puin zandige klei klei, licht puin, kool klei, humeus kleiig
0.5 - 1.0 0.5 - 1.0 0.0 - 0.5 0.5 - 1.0 0.5 - 1.0 0.1 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.5 - 1.0 0.0 - 0.5
zink zink zink zink zink PAK PAK PAK PAK PAK PAK PAK PAK PAK
15 16 17 18 19 20 21 22
mm gootlijn A mm A, loods achter mm B mm C mm D mm puin, P2, 3 en 5 mm P4, grond plaatmateriaal P4
kleiig zand onder puin gat 1-3, klei gat 4-6, klei licht puin gat 7-10, klei licht puin puin zand onder puin plaatmateriaal P4
0.1 0.1 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.3 / 0.1 0.1 - 0.4 0.1
NEN 5898, asbest grond NEN 5898, asbest grond NEN 5898, asbest grond NEN 5898, asbest grond NEN 5898, asbest grond NEN 5898, asbest puin NEN 5898, asbest grond NEN 5896
5 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1
Analyseresultaten grond De analysecertificaten van de grondmonsters zijn bijgevoegd in bijlage B1. De toets is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodemtoets & Validatieservice). In de tabellen zijn de naar standaard bodem omgerekende gehaltes opgenomen. De locaties van de boringen zijn terug te vinden in bijlage F. Voor de volledigheid zijn ook de analyseresultaten van het onderzoek van 2017 opgenomen. tabel 4A : Analyses en toets grond (mg/kg ds), omgerekend naar stand.bodem, zink boring m-mv puin
B12 0.4-0.9 sporen 2017
B110 B111 0.5-1.0 0.5-1.0 2019
B112 0-50 -
org.stof (%) droge stof (%) lutum (%)
13.6 57.5 18
6.6 6.6 66 67.4 26.9 26.9
6.7 75.2 18.1
zink
3.714 •••
129 - 129 -
97 -
AW
TW
IW
B113 B114 0.5-1.0 0.5-1.0 12.1 12 68.9 69.9 31 30
140
430 720
87 -
186 •
- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde, ••• : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde (IW).
Het hoogst gemeten zinkgehalte in de afperkingen boringen is 186 mg/kg ds in boring 114. Bij een tussenwaarde van 430 mg/kg ds is dat licht verhoogd. Deze boring staat aan de noordkant van de woning. De bovengrond van boring 112 is schoon wat betreft zink. Deze boring staat op de locatie van boring 12. Het hoge zinkgehalte in boring 12 blijkt niet reproduceerbaar. Vermoedelijk is de interventiewaardeoverschrijding toe te schrijven aan een stukje puin of metallisch zink in het monster. Dat kan zijn dakgoot, regenpijp, etc. Puin en stukjes metaal zouden met het cryogeen malen gehomogeniseerd moeten zijn met de rest van de grond. Metallisch zink kan dan nog steeds wel resulteren in een gehalte van 3.714 mg/kg ds. De conclusies van het aanvullend onderzoek naar zink kunnen als volgt worden samengevat. •
Het volume van de sterke verontreiniging wordt geschat op een enkele kuub, de directe omgeving van boring. Het gaat hier om de tweede halve meter van de bodem.
•
Er is geen sprake van een geval van ernstige verontreiniging wat betreft zink. Het criterium daarvoor is een volume aan sterk verontreinigde grond van tenminste 25 m³.
•
In de huidige situatie vormt het zink in boring 12 geen risico voor de volksgezondheid Ook is er geen sprake van risico op verspreiding.
tabel 4B : Analyses en toets grond (mg/kg ds), omgerekend naar standaard bodem, PAK boring m-mv puin
B2 0-50 licht 2017
B16 0-40 licht
B101 102 0.1-0.5 0-50 2019
org.stof (%) droge stof (%) lutum (%) PAK (10VROM)
2 83.5 2 52 •••
2 1.0 67.4 66.7 2 1.0 542 ••• <0.3
1.0 64.8 1.0 1.1 -
AW
TW IW
1.5 21
40
103 104 0-50 0-50 2019
105 0-50 licht
106 107 0-50 0-50 licht
2.0 68.2 1.0 <0.4
1.0 68.2 1.0 9.9 •
1.0 1.0 1.0 85.9 67 49.8 1.0 1.0 1.0 12 • 40.5 ••• 5.3 •
- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde, ••• : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde (IW).
6 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
1.0 62.4 1.0 2.0 •
108 109 0.5-1.0 0-50 2.0 87 1.0 36 ••
In één van de negen aanvullende boringen wordt voor PAK de interventiewaarde net overschreden. Dit is boring 107, in het groenstrookje voor de wagenschuur. In geen van de andere boringen is PAK boven de tussenwaarde verhoogd. De sterke verontreiniging ter plaatse van boring B2, voor de wagenschuur, is door de verontreiniging in boring 107 niet afgeperkt. Op basis van de overige boringen in het kleine groenstrookje wordt echter gesteld dat van structurele verontreiniging boven de interventiewaarde op deze locatie geen sprake is. Van risico's voor de volksgezondheid is geen sprake. Het PAK-gehalte van 542 mg/kg ds in boring 16 is wel afgeperkt. Het hoge gehalte is toe te schrijven aan wat kooltjes in de bovengrond. Op een enkele meter afstand van boring 16 ligt het PAK-gehalte onder de tussenwaarde. Het volume van de sterke verontreiniging ter plaatse van boring 16 is een enkele kuub.
7 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
4.2
Resultaten asbest Het asbest-analysecertificaat is te vinden in bijlage B2. Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hecht-gebonden en niet-hechtgebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle. Het hecht-gebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). tabel 5 : Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kg ds) monster
m-mv
aantal deeltjes gewogen gehalte visueel asbest gewicht asbest tot, gewogen < 20 mm <20 mm >20 mm > 20 mm, mg mg/kg ds
mm gootl mm A, loods achter mm B mm C mm D mm puin, 2, 3, 5 toplaag P4 mm P4, ondrgrond
0.1 0.1-0.5 0-0.5 0-0.5 0-0.5 0.3 / 0.1 0.1 0.1-0.4
nul nul nul nul nul nul
<0.7 mg/kg ds <0.6 mg/kg ds <1.6 mg/kg ds <1.2 mg/kg ds <1.2 mg/kg ds <0.9 mg/kg ds
16
37 mg/kg ds
neen neen neen neen neen neen ja neen
> 1.0 kg -
< 0.7 mg/kg ds < 0.6 mg/kg ds <1.6 mg/kg ds < 1.2 mg/kg ds < 1.2 mg/kg ds < 0.9 mg/kg ds > 100 mg/kg ds 37 mg/kg ds
Asbest, gewogen gehalte Asbest mm, < 20 mm Analytisch is door het lab in één van de zeven mengmonsters van grond en puin asbest aangetoond. Dit is de zandige grond direct onder de puinlaag ter plaatse van inspectiegat P4. De puinlaag zelf heeft daar een dikte van (slechts) 0.1 meter. Gat P4 bevindt zich direct voor de kapschuur. Het mengmonster van de zand-ondergrond van gat P4 bevat 16 stukjes asbest met een grootte tussen 0.5 en 20 mm. Deze resulteren in een gewogen asbestgehalte van 37 mg/kg ds. Op het analysecertificaat is vermeld dat er ook enkele asbestvezels in fractie kleiner dan 0.5 mm zijn aangetroffen. De puinhoudende grond aan de voorzijde van het perceel, rond de woning, en de gootlijn aan de achterzijde van de kapschuur is niet verontreinigd met asbest. Asbest mm, >20 mm Visueel is ter plaatse van inspectiegat P4 asbest aangetroffen. Dit gat bevindt zich aan de voorzijde van de kapschuur. In de bovenste decimeter is meer dan een kilo plaatmateriaal aangetroffen. Het materiaal blijkt uit analyse 12.5% chrysotiel-asbest te bevatten. Het is door het lab omschreven als hechtgebonden plaat. Het puin ter plaatse van de gaten 2, 3 en 5 (dikte tussen 0.1 en 0.3 meter) is zowel visueel als analytisch vrij van asbest. Ernst en omvang verontreiniging Voor asbest in grond en puin zijn een tussen- en interventiewaarde van toepassing van 50 en 100 mg/kg ds.
Op basis van de kilo asbest-plaatmateriaal in de bovenste decimeter wordt geconcludeerd dat het gewogen asbestgehalte in de puin-toplaag meer dan 100 mg/kg ds bedraagt. Daar is doorgaans 700 gram plaatmateriaal voor nodig. Het gehalte van >100 mg/kg ds is conform het protocol van toepassing op de hele Ruimtelijke Eenheid. Voor het oppervlak van het verontreinigde puin wordt 500 m² aangehouden. Uitgaande van een gemiddelde dikte van 0.25 meter komt het volume van de half-verharding 125 m³. In de grond onder de puinlaag is wel asbest aangetoond (kleiner dan 20 mm), maar het gehalte ligt met 37 mg/kg ds onder de tussenwaarde van 50 mg/kg ds. Grond met gehaltes onder de 100 mg/kg ds worden geacht geen risico te vormen voor de volksgezondheid.
8 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
5
Conclusie en aanbevelingen Op 11 juni 2019 is in opdracht van Plan B. Advies RO te Utrecht aanvullend bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het perceel Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten. Kadastrale gegevens van het terrein zijn Linschoten C, nummer 926. Op de locatie staat een vrijstaande woning uit 1990 met enkele bijgebouwen. Aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen bouwplannen voor het perceel en de resultaten van eerder onderzoek. Dat is een verkennend onderzoek incl asbest van september 2017 (Linge Milieu BV). De resultaten zijn beoordeeld door Omgevingsdienst Utrecht. Naar aanleiding van de beoordeling is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Bij eerder onderzoek zijn lokaal sterk verhoogde gehaltes aan zink en PAK in de grond vastgesteld en is asbest waargenomen op het achterterrein. Er zijn voor het onderzoek naar PAK en zink veertien afperkende boringen geplaatst tot maximaal 1.5 m-mv. Het aanvullende onderzoek betreft de volgende deellocaties. I. Asbest in de bovengrond voor het terrein met de opstallen. II. Asbest in de onverharde gootlijn langs de kapschuur op het achterterrein. Deze heeft een lengte
van 18 meter. III. Asbest in de puin-halfverharding in en rond de kapschuur. Dit betreft een oppervlak van ongeveer
500 m² (één ruimtelijke eenheid). IV. Afperking van PAK-verontreiniging in de bovengrond rond twee sterk verontreinigde boringen van
eerder onderzoek. V. Afperking van een sterk verhoogd zinkgehalte in de ondergrond van een boring achter de woning.
5.1
Conclusies De bodem ter plaatse bestaat uit klei, overgaand in veen. De bovengrond rond de woning is zandig. De grond van het overige terrein is met een enkele uitzondering direct vanaf maaiveld kleiig. In meerdere boringen is puin waargenomen. In één boring is het gehalte als gekwalificeerd als matig. Dit is de tweede halve meter van de bodem van boring 112, achter de woning en op de plek van boring 12 van het eerdere onderzoek. Het puin bestaat uit steenachtig materiaal.
Grond, zink Ter afperking van het sterk verhoogde zinkgehalte in boring 12 van het eerdere onderzoek zijn vijf boringen gezet en vijf separate grondmonster geanalyseerd op zink. Het hoogst gemeten gehalte in de afperkingen boringen is met 186 mg/kg ds licht verhoogd. Het hoge zinkgehalte in boring 12 blijkt dus niet reproduceerbaar in de directe omgeving. Conclusie van het aanvullend onderzoek is dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging wat betreft zink. Het criterium daarvoor is een volume aan sterk verontreinigde grond van tenminste 25 m³.
Grond, PAK In één van de negen aanvullende boringen voor het PAK-onderzoek is de interventiewaarde overschreden. Dit is een boring in het groenstrookje aan de voorzijde van de wagenschuur (boring 107). In geen van de andere aanvullende boringen is PAK boven de tussenwaarde verhoogd.
9 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
De sterke verontreiniging ter plaatse van boring B2, voor de wagenschuur, is door de verontreiniging in boring 107 niet afgeperkt. Op basis van de overige boringen in het kleine groenstrookje wordt gesteld dat van structurele verontreiniging boven de interventiewaarde geen sprake is en dat er niet meer dan 25 m³ bovengrond boven de interventiewaarde verontreinigd is met PAK.
Asbest Het asbestonderzoek betreft drie onderdelen. I. De gootlijn aan de achterzijde van de kapschuur, met een lengte van 18 meter. II. De puin-halfverharding in en rond de kapschuur, oppervlak circa 500 m², III. De bovengrond rond de opstallen aan de voorzijde van het terrein.
De half-verharding rond de kapschuur op het achterterrein is voor het onderzoek beschouwd als één ruimtelijke eenheid (RE). Dit betreft een oppervlak van 500 m². Voor het asbest-onderzoek zijn zeventien inspectiegaten gegraven. In één daarvan is asbest waargenomen. Dit is een gat aan de voorzijde van de kapschuur op het achterterrein (P4). In de bovenste decimeter is daar meer dan een kilo plaatmateriaal aangetroffen. Het materiaal blijkt uit analyse 12.5% hecht-gebonden chrysotiel-asbest te bevatten. Er zijn totaal zeven mengmonsters van grond en puin ingezet voor analyse op asbest. Analytisch is door het lab in één daarvan asbest aangetoond. Dit is de zandige grond direct onder de puinlaag ter plaatse van gat P4. De puinlaag zelf heeft daar een dikte van (slechts) 0.1 meter. Het mengmonster van de zand-ondergrond van gat P4 bevat een gewogen asbestgehalte van 37 mg/kg ds. Op het analysecertificaat is vermeld dat er enkele asbestvezels in fractie kleiner dan 0.5 mm in dit monster zijn aangetroffen. De puinhoudende grond aan de voorzijde van het perceel en de gootlijn aan de achterzijde van de kapschuur zijn niet verontreinigd met asbest. Ernst en omvang asbest-verontreiniging Voor asbest in grond en puin is interventiewaarde toepassing van 100 mg/kg ds.
Op basis van de kilo asbest-plaatmateriaal in de bovenste decimeter ter plaatse van gat P4 wordt geconcludeerd dat het gewogen asbestgehalte in de puin-toplaag meer dan 100 mg/kg ds bedraagt. Daar is doorgaans 700 gram plaatmateriaal voor nodig. Voor het oppervlak van het verontreinigde puin wordt 500 m² aangehouden. Uitgaande van een gemiddelde dikte van 0.25 meter komt het volume van de verontreinigde half-verharding 125 m³. In de grond onder de puinlaag is wel asbest aangetoond (kleiner dan 20 mm), maar het gehalte ligt met 37 mg/kg ds onder de tussenwaarde van 50 mg/kg ds. Grond met gehaltes onder de 100 mg/kg ds asbest worden geacht geen risico te vormen voor de volksgezondheid.
Conclusie Het zink in de tweede halve meter van de bodem in boring 12, achter de woning, is afgeperkt tot een enkele kuub. Als op deze locatie niet dieper gegraven gaat worden dan 0.5 m-mv, dan is het sterk verhoogde zink geen belemmering voor de voorgenomen bouwplannen. Mocht er graafwerk ter plaatse van de sterk verontreinigde boringen 2 en 107 (PAK) nodig zijn, dan wordt aanbevolen daar een plan van aanpak op te stellen. De grond rond deze boringen zal separaat ontgraven en afgevoerd moeten worden. De boringen 2 en 107 staan in het groenstrook aan de voorzijde van de wagenschuur.
10 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
Voor het asbest in de half-verharding ter plaatse van de kapschuur is in principe sanering gewenst. Daar zijn echter geen plannen voor ontwikkeling of graafwerk gepland. Aanbevolen wordt dit voor te leggen aan het bevoegd gezag in deze, RUD Utrecht, namens Gemeente Montfoort.
5.2
Betrouwbaarheid Linge Milieu streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Het onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en Kwalibo. De resultaten van het onderzoek zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Het in Linschoten uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht dienen te worden bij het gebruik van de resultaten van dit rapport.
11 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, juli 2019
Bijlage A: Toelichting onderzoek Toetsing van de analyseresultaten wordt uitgevoerd met behulp van de Botova-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). Deze richtlijn is van kracht sinds 1 november 2013, ter vervanging van toetsingsrichtlijnen, die tot die tijd werden gehanteerd voor diverse toepassingen.
Achtergrondwaarde De achtergrondgehaltes voor Nederlandse bodems of detectielimiet van de toegepaste analysemethode. De streefwaarden kunnen worden beschouwd als indicatieve concentratieniveaus, waarboven wel en waaronder geen sprake is van aantoonbare verontreiniging. De streefwaarden zijn afhankelijk gesteld van het organische stof- en lutum(klei)gehalte, zodat bodemtypecorrectie kan worden toegepast .
Criterium voor nader onderzoek, tussenwaarde In het kader van de Wet bodembescherming wordt nader onderzoek op korte termijn wenselijk geacht als er sprake kan zijn van een ernstig gevaar voor vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft. Wanneer de concentratie van één of meer stoffen het criterium voor nader onderzoek overschrijdt, wordt aangenomen dat in principe sprake kan zijn van dergelijk risico. Of dit inderdaad het geval is, wordt vastgesteld in het nader onderzoek. Overigens kan afhankelijk van de situatie, ook gehalten lager dan dit criterium een nader onderzoek gewenst zijn.
Interventiewaarde De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten boven de interventiewaarde is sprake van (een geval van) ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarden zijn vastgesteld voor grond/sediment en grondwater en gelden voor land- en waterbodems. Voor de interventiewaarden geldt dat zowel ze humaan- als ecotoxicologisch onderbouwd zijn. Verder geldt dat ze gedimensioneerd zijn, om in geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte minimaal 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarden. De waarden zijn afhankelijk van het organisch stof- en lutumgehalte, hetgeen is vastgelegd in zogenaamde bodemtypecorrectieformules. Als een geval van ernstige verontreiniging geconstateerd is, dient saneringsonderzoek uitgevoerd te worden. Bij lagere concentraties is de urgentie van een saneringsonderzoek minder groot, maar in bepaalde gevallen kan het echter toch wenselijk zijn het saneringsonderzoek niet te lang uit te stellen.
Veldwerk Ruimtelijke verdeling boringen/peilbuizen Als er sprake is van onverdacht terrein worden de boringen ruimtelijk evenredig verdeeld. Van een verdachte locatie is sprake als er op die plaats activiteiten plaatsvinden of in het verleden plaats hebben gevonden, die kunnen leiden tot verontreiniging, ofwel als in de toekomst activiteiten gaan worden uitgevoerd die tot verontreiniging kunnen leiden. Het aantal boringen is afhankelijk van de oppervlakte van de (verdachte) locatie en van de mogelijke verspreiding. In veel gevallen wordt gekozen voor een gecombineerde onderzoeksstrategie: de bodemkwaliteit voor het gehele terrein wordt bepaald volgens de strategie voor een onverdacht of homogeen verdacht terrein, terwijl verdachte locaties apart worden onderzocht. Bemonstering Meestal worden boringen handmatig gezet met een zogenaamde edelmanboor. In andere gevallen wordt gebruik gemaakt van een puin- of pulsboor. Soms is een verharding aanwezig die niet tijdelijk verwijderd kan worden: in beton- of asfaltverhardingen worden met een diamantboor gaten geboord om de onderliggende bodem te kunnen bereiken. Regelmatig komt het voor dat losse verhardingsmaterialen zijn aangebracht (met name puin). Om die reden moeten boringen soms (gedeeltelijk) worden uitgevoerd met een slagguts, een ramguts of een compressorhamer.
In één of meer boorgaten worden peilbuizen geplaatst om grondwatermonsters te kunnen nemen. Peilbuizen zijn PVC of HDPE buizen die over een lengte van één of twee meter zijn geperforeerd. Het filterdeel wordt zo afgesteld dat grondwater van een specifieke diepte wordt bemonsterd. Voor het afpompen en bemonsteren wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp of een kunststof slang met pulsklep. In het veld wordt van elke onderscheiden bodemlaag een grondmonster genomen, met dien verstande dat afwijkende of verontreinigde bodemlagen apart worden bemonsterd. De maximale laagdikte per monster is 50 cm. De grondmonsters worden verpakt in glazen potten die volledig worden gevuld en worden afgesloten met neopreen deksels. De monsters worden gekoeld bewaard. Voor het verkrijgen van een representatief grondwatermonster wordt de peilbuis gespoeld, direct na plaatsing en voorafgaand aan de bemonstering. Bemonstering vindt in principe plaats na minimaal een week standtijd. Zintuiglijk onderzoek In het veld wordt grond opgeboord en grondwater opgepompt. De resultaten van het zintuiglijk onderzoek worden opgenomen in het rapport. Mede op basis van deze resultaten wordt beslist welke monsters op welke chemische stoffen worden geanalyseerd. Het zintuiglijk onderzoek is te splitsen in: ▪
Lithologisch onderzoek, waarbij de opgeboorde grondsoorten worden geclassificeerd. Dit is onder andere nodig omdat de natuurlijke achtergrondconcentraties van stoffen verschillen per grondsoort. Ook de adsorptie van stoffen aan bodemdeeltjes en daarmee de snelheid van verspreiding van verontreinigingen varieert met de grondsoort.
▪
Onderzoek naar verontreiniging, waarbij waarneembare afwijkingen in of aan het bodemmateriaal worden beschreven. Hierbij wordt gezocht naar zichtbaar bodemvreemd materiaal zoals puin en afval, en naar geuren van bodemvreemd materiaal, zoals olie en oplosmiddelen.
Waarnemen minerale olie en vluchtige aromaten De eigenschappen van olie kunnen sterk variëren. Zogenoemde zware oliën (lange koolstofketens) zijn niet of slecht te ruiken. Bij twijfel wordt vaak gebruik gemaakt van de 'oliepanmethode'. Daarbij wordt de grond verkruimeld in een schaal met water. Het verschijnen van een oliefilm op het water is een teken dat er olie in de grond aanwezig kan zijn. Dit kan dan worden gecontroleerd met een analyse.
Chemisch onderzoek Indien bij het zintuiglijk onderzoek in overeenkomende bodemlagen uit verschillende boringen geen afwijkingen worden aangetroffen, mogen mengmonsters worden samengesteld van maximaal tien monsters. Voor chemische analyse op mengmonsters wordt gekozen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen tegen relatief beperkte analysekosten. Het risico hierbij is dat in het mengmonster een lichte/matige/sterke verontreiniging wordt aangetroffen, waarbij niet duidelijk is of alle monsters in dezelfde mate zijn verontreinigd, ofwel dat één of enkele monsters relatief sterk zijn verontreinigd. Indien een dergelijke situatie optreedt, dan worden in principe de individuele monsters van waaruit dat mengmonster was samengesteld, geanalyseerd op de betreffende stof. Op die manier wordt vastgesteld hoe de verontreiniging is verdeeld over de monsters. In principe wordt overgegaan op het uitsplitsen van mengmonsters als de tussenwaarde wordt overschreden. ls er sprake is van een onverdacht terrein worden minimaal twee grondmengmonsters en één grondwatermonster geanalyseerd op een breed scala aan stoffen. Dit zijn de zogeheten NENanalysepakketten. Als er sprake is van aandachtspunten waarbij bekend is om welke verontreinigende stoffen het gaat, of indien het onderzoek wordt uitgevoerd om de nulsituatie te bepalen, worden de betreffende monsters onderzocht op de relevante stoffen.
In het kader van het chemisch onderzoek worden in het algemeen monsters die tijdens het zintuiglijk onderzoek als afwijkend zijn beoordeeld, niet gemengd. Wel wordt met mengmonsters gewerkt indien een homogene afwijkende laag wordt aangetroffen, bijvoorbeeld een puinhoudende verhardingslaag. Grondwatermonsters worden in principe nooit gemengd. Voor het chemisch onderzoek worden de grond- en grondwatermonsters aangeleverd bij een onafhankelijk STERLAB laboratorium.
bijlage B1
analyseresultaten NEN 5740 : PAK en zink Cattenbroekerdijk 44 Linschoten
juni 2019
Linge Milieu BV T.a.v. John Hol Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN
Analysecertificaat Datum: 19-Jun-2019
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2019084221/1 19-2077 cattenbroekerdijk 44 linschoten 11-Jun-2019
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
19-2077 cattenbroekerdijk 44 linschoten
Monsternemer Monstermatrix
john Grond (AS3000) Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
2019084221/1 13-Jun-2019 19-Jun-2019/12:49 A,B,C 1/2
1
2
3
4
5
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
66.7
64.8
68.2
62.4
68.2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
% (m/m)
Droge stof
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
<0.050
0.063
<0.050
0.18
0.99
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
0.12
0.61
S
Fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
0.30
0.10
0.55
3.2
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
<0.050
0.11
<0.050
0.29
0.89
S
Chryseen
mg/kg ds
<0.050
0.17
0.058
0.21
1.1
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
0.060
<0.050
0.12
0.60
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
<0.050
0.12
<0.050
0.21
0.91
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
<0.050
0.12
<0.050
0.13
0.84
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
<0.050
0.13
<0.050
0.16
0.73
1.1
0.44
2.0
9.9
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.35
1)
Nr. Monsteromschrijving
1
101-01
2
102-01
3
103-01
4
104-01
5
105-01 Q: door RvA geaccrediteerde verrichting
Datum monstername
Monster nr.
11-Jun-2019 11-Jun-2019
10767362 10767363 10767364
11-Jun-2019 11-Jun-2019
10767365
11-Jun-2019
10767366
A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
19-2077 cattenbroekerdijk 44 linschoten
Monsternemer Monstermatrix
john Grond (AS3000) Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
2019084221/1 13-Jun-2019 19-Jun-2019/12:49 A,B,C 2/2
6
7
8
9
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
% (m/m)
S
Droge stof
% (m/m)
49.8 85.9
67.0
87.0
<0.050
0.29
<0.050
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
S
Fenanthreen
mg/kg ds
1.2
4.5
0.44
2.7
S
Anthraceen
mg/kg ds
0.69
1.9
0.31
0.81
S
Fluorantheen
mg/kg ds
2.6
12
1.6
9.8
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
1.5
4.5
0.50
4.5
S
Chryseen
mg/kg ds
1.2
4.3
0.60
4.5
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.72
2.3
0.33
2.4
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
1.5
4.2
0.47
3.9
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
1.3
3.3
0.46
4.0
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
1.1
3.2
0.52
3.7
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
12
40
5.3
36
Nr. Monsteromschrijving
6
106-01
7
107-01
8
108-01
9
109-01
0.075
Datum monstername
Monster nr.
11-Jun-2019 11-Jun-2019
10767367
11-Jun-2019 11-Jun-2019 Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
10767368 10767369 10767370 Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2019084221/1 Pagina 1/1 Barcode
Monstername ID/Monsteromsch.
Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
Tot
10767362
101
101-01
10
50
0537523875
101-01
10767363
102
102-01
0
50
0537523874
102-01
10767364
103
103-01
0
50
0537523856
103-01
10767365
104
104-01
0
50
0537523824
104-01
10767366
105
105-01
0
50
0537523865
105-01
10767367
106
106-01
0
50
0537523870
106-01
10767368
107
107-01
0
50
0537523869
107-01
10767369
108
108-01
50
100
0537523872
108-01
10767370
109
109-01
0
50
0537523873
109-01
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2019084221/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2019084221/1
Pagina 1/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Cryogeen malen
W0106
Voorbehandeling
Cf. AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
Cf. pb 3010-2 en gw. NEN-EN 15934
Droge stof
W0104
Gravimetrie
Cf. pb 3010-2 en gw. NEN-EN 15934
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
Cf. pb. 3010-6 en gw. NEN-ISO 18287
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
Cf. pb. 3010-6 en gw. NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2016.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
BoToVa T12 Toets Wbb grond projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer
19-2077 cattenbroekerdijk 44 linschoten 11-06-2019 john 2019084221 B101 GSSD toets 0.1-0.5
boring m-mv
2 1
Organische stof lutum Cryogeen malen AS3000uitgevoerd Droge stof % (m/m) Droge stof % (m/m) PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK 10VROM mg/kg ds
* ** ***
B102 GSSD toets 0-50 1 2
66,7 66,7
64,8
B103 GSSD toets 0-50 2 1
64,8
68,2
B104 GSSD toets 0-50 2 1
68,2
62,4
B105 GSSD toets 0-50 2 1
62,4
68,2
B106 GSSD toets B107 GSSD toets B108 GSSD toets B109 GSSD toets 0-50 0-50 0.5-1.0 0-50 2 1
68,2
85,9
2 1 85,9
67
2 1 67
87 49,8
<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 0,35
0,04 0,04 0,04 0,04 0,04 0,04 0,04 0,04 0,04 0,04 0,35
-
<0,050 0,063 <0,050 0,3 0,11 0,17 0,06 0,12 0,12 0,13 1,1
0,035 0,063 0,035 0,3 0,11 0,17 0,06 0,12 0,12 0,13 1,143
kleiner dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde groter dan Tussenwaarde groter dan Interventiewaarde
-
<0,050 <0,050 <0,050 0,1 <0,050 0,058 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,44
0,035 0,035 0,035 0,1 0,035 0,058 0,035 0,035 0,035 0,035 0,438
-
<0,050 0,035 0,18 0,18 0,12 0,12 0,55 0,55 0,29 0,29 0,21 0,21 0,12 0,12 0,21 0,21 0,13 0,13 0,16 0,16 2 2,005
*
<0,050 0,035 0,99 0,99 0,61 0,61 3,2 3,2 0,89 0,89 1,1 1,1 0,6 0,6 0,91 0,91 0,84 0,84 0,73 0,73 9,9 9,905
*
<0,050 0,035 1,2 1,2 0,69 0,69 2,6 2,6 1,5 1,5 1,2 1,2 0,72 0,72 1,5 1,5 1,3 1,3 1,1 1,1 12 11,85
*
2 1 87
49,8
0,29 0,29 <0,050 0,035 4,5 4,5 0,44 0,44 1,9 1,9 0,31 0,31 12 12 1,6 1,6 4,5 4,5 0,5 0,5 4,3 4,3 0,6 0,6 2,3 2,3 0,33 0,33 4,2 4,2 0,47 0,47 3,3 3,3 0,46 0,46 3,2 3,2 0,52 0,52 40 40,49 *** 5,3 5,265
*
0,075 0,075 2,7 2,7 0,81 0,81 9,8 9,8 4,5 4,5 4,5 4,5 2,4 2,4 3,9 3,9 4 4 3,7 3,7 36 36,38 **
Linge Milieu BV T.a.v. John Hol Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN
Analysecertificaat Datum: 18-Jun-2019
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2019084228/1 19-2077 cattenbroekerdijk 44 linschoten 11-Jun-2019
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
19-2077 cattenbroekerdijk 44 linschoten
Monsternemer Monstermatrix
john Grond (AS3000) Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
2019084228/1 13-Jun-2019 18-Jun-2019/09:08 A,C 1/1
1
2
3
4
5
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
66.0
67.4
75.2
68.9
69.9
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
6.6
6.7
12.1
Gloeirest
% (m/m) ds
91.5
92.0
85.7
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
26.9
18.1
31.0
130
79
100
S
% (m/m)
Metalen
S
mg/kg ds
Zink (Zn)
130
Nr. Monsteromschrijving
1
110-01
2
111-01
3
112-01
4
113-01
5
114-01 Q: door RvA geaccrediteerde verrichting
Datum monstername
Monster nr.
11-Jun-2019 11-Jun-2019
10767410
11-Jun-2019
10767414
V: VLAREL erkende verrichting M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
10767412 10767413
S: AS SIKB erkende verrichting
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
10767411
11-Jun-2019 11-Jun-2019
A: AP04 erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
210
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2019084228/1 Pagina 1/1 Tot
Barcode
Monstername ID/Monsteromsch.
Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
10767410
110
110-01
50
100
0537523867
110-01
10767411
111
111-01
50
100
0537523864
111-01
10767412
112
112-01
0
50
0537523868
112-01
10767413
113
113-01
50
100
0537523863
113-01
10767414
114
114-01
50
100
0537523845
114-01
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2019084228/1
Pagina 1/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Cryogeen malen
W0106
Voorbehandeling
Cf. AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
Cf. pb 3010-2 en gw. NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
Cf. pb 3010-3 en cf. NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
Cf. pb 3010-4 en cf. NEN 5753
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2016.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
BoToVa T12 Toets Wbb grond projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer
19-2077 cattenbroekerdijk 44 linschoten 11-06-2019 john 2019084228
boring m-mv
B110 GSSD toets B111 GSSD toets 0.5-1.0 0.5-1.0
Organische stof Korrelgrootte < 2 µm Cryogeen malen AS3000uitgevoerd Droge stof Organische stof Gloeirest lutum Metalen Zink (Zn)
* ** ***
6,6 26,9
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
66
mg/kg ds
130
6,6 26,9 66
129
kleiner dan of gelijk aan de AW groter dan Achtergrondwaarde groter dan Tussenwaarde groter dan Interventiewaarde
-
B112 GSSD toets B113 GSSD toets B114 GSSD toets 0-50 0.5-1.0. 0.5-1.0 6,7 18,1
67,4 6,6 91,5 26,9
67,4 6,6
130
129
26,9 -
12,1 31
75,2 6,7 92 18,1
75,2 6,7
79
96,7
18,1 -
12 30
68,9 12,1 85,7 31
68,9 12,1
100
86,9
69,9
69,9
210
186
31 -
*
bijlage B2
resultaten asbest
Linge Milieu BV T.a.v. Arjan Vlasblom Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN
Analysecertificaat Datum: 17-Jun-2019
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2019084195/1 19-2077 asbestonderzoek Cattenbroekdijk 44 Linschoten 11-Jun-2019
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix
19-2077 Certificaatnummer/Versie asbestonderzoek Cattenbroekdijk 44 Linschoten Startdatum Rapportagedatum Bijlage John Hol en Nico Verweij Pagina Asbestverdachte grond
4
31)
5
Eenheid
1
% (m/m)
56.7
2)
95.2
2)
61.7
2)
79.7
2)
81.3
2)
In behandeling genomen hoeveelheid
kg
16.8
3)
13.8
3)
13.1
3)
12.8
3)
12.7
3)
Asbest fractie 0,5-1mm
mg
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
Analyse
2
2019084195/1 11-Jun-2019 17-Jun-2019/16:14 A,B,C 1/2
Bodemkundige analyses
Droge stof (uitbesteed) Uitbesteed / Overig onderzoek
Asbest fractie 1-2mm
mg
0.0
3)
Asbest fractie 2-4mm
mg
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
Asbest fractie 4-8mm
mg
0.0
3)
Asbest fractie 8-20mm
mg
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
Asbest fractie >20mm
mg
0.0
3)
Asbest (som)
mg
<6.0
3)
<7.1
3)
<12.2
3)
<11.6
3)
<11.6
3)
<0.6
3)
<1.6
3)
<1.2
3)
<1.2
3)
Asbest in grond
mg/kg ds
<0.7
3)
Gemeten Asbestconcentratie
mg/kg ds
<0.7
3)
<0.6
3)
<1.6
3)
<1.2
3)
<1.2
3)
<0.6
3)
<1.6
3)
<1.2
3)
<1.2
3)
Gemeten concentratie Chrysotiel
mg/kg ds
<0.7
3)
Gemeten concentratie Amfibool
mg/kg ds
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
0.0
3)
Totaal asbest hechtgebonden
mg/kg ds
0.0
3)
Totaal asbest niet hechtgebonden
mg/kg ds
0.0
3)
Nr. Monsteromschrijving
1
goot 1
2
MA ( loods achter )
3
MB
4
MC
5
MD Q: door RvA geaccrediteerde verrichting
Datum monstername
Monster nr.
11-Jun-2019 11-Jun-2019
10767281
11-Jun-2019
10767285
S: AS SIKB erkende verrichting
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
V: VLAREL erkende verrichting M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
10767283 10767284
A: AP04 erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
10767282
11-Jun-2019 11-Jun-2019
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix
19-2077 Certificaatnummer/Versie asbestonderzoek Cattenbroekdijk 44 Linschoten Startdatum Rapportagedatum Bijlage John Hol en Nico Verweij Pagina Asbestverdachte grond Eenheid
Analyse
61)
7
2)
94.8
2)
2019084195/1 11-Jun-2019 17-Jun-2019/16:14 A,B,C 2/2
Bodemkundige analyses
% (m/m)
Droge stof (uitbesteed)
84.8
Uitbesteed / Overig onderzoek
In behandeling genomen hoeveelheid
kg
13.9
3)
Asbest fractie 0,5-1mm
mg
3.3
3)
Asbest fractie 1-2mm
mg
8.9
3)
Asbest fractie 2-4mm
mg
32
3)
Asbest fractie 4-8mm
mg
0.0
3)
Asbest fractie 8-20mm
mg
430
3)
Asbest fractie >20mm
mg
0.0
3)
Asbest (som)
mg
470
3)
Asbest in grond
mg/kg ds
37
3)
Gemeten Asbestconcentratie
mg/kg ds
37
3)
Gemeten concentratie Chrysotiel
mg/kg ds
37
3)
Gemeten concentratie Amfibool
mg/kg ds
0.0
3)
Totaal asbest hechtgebonden
mg/kg ds
37
3)
Totaal asbest niet hechtgebonden
mg/kg ds
0.0
3)
In behandeling genomen hoeveelheid
kg
26.0
4)
Asbest fractie 0,5-1mm
mg
0.0
4)
Asbest fractie 1-2mm
mg
0.0
4)
Asbest fractie 2-4mm
mg
0.0
4)
Asbest fractie 4-8mm
mg
0.0
4)
Asbest fractie 8-20mm
mg
0.0
4)
Asbest fractie >20mm
mg
0.0
4)
Asbest (som)
mg
<19.7
4)
Asbest in puin
mg/kg ds
<0.9
4)
Gemeten Asbestconcentratie
mg/kg ds
<0.9
4)
Gemeten concentratie Chrysotiel
mg/kg ds
<0.9
4)
Gemeten concentratie Amfibool
mg/kg ds
0.0
4)
Totaal asbest hechtgebonden
mg/kg ds
0.0
4)
Totaal asbest niet hechtgebonden
mg/kg ds
0.0
4)
Nr. Monsteromschrijving
6
mmPuin ( P2+P3+P5 )
7
P4 ( grond 10-40)
Datum monstername
Monster nr.
11-Jun-2019 11-Jun-2019
10767286
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl