Bijlagen toelichting_Bijlage 6 Quick-scan flora en fauna.pdf
Tekst van het document
Vleermuisonderzoek kraamperiode Cattenbroekerdijk 44, Linschoten Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld:
P9509 23-8-2019 J. Hakkens I. van Dijk
Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de woning aan de Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten, gemeente Montfoort in provincie Utrecht (figuur 1), geheel te verbouwen. Hierbij wordt onder andere het dak en de achtergevel aangepast. De initiatiefnemer heeft Eelerwoude gevraagd een nader onderzoek naar vleermuizen uit te voeren.
Figuur 1. Ligging van het plangebied (in rood omcirkeld). Bron: Maps Google, 2019
Huidige situatie De woning aan de Cattenbroekerdijk betreft een woning uit de jaren ‘90 en is onderdeel van een voormalig agrarisch erf. Achter het huis zijn een watergang en een grasveld met fruitbomen aanwezig. Ten zuidoosten van de woning staan op het erf verschillende schuren. In de omgeving zijn watergangen, graslanden en boerderijen aanwezig. De woning is van steen, waarbij gevelplaten op de muur van de eerste vierdieping zijn gemonteerd. Het overstek bestaat uit hout, het dak uit dakpannen (Figuur 2). In de achtergevel zijn zowel op de
Cattenbroekerdijk 44, Linschoten | Eelerwoude | 1
begane grond als op de eerste verdieping ramen aanwezig. Er is geen verlichting aan en nabij de achtergevel aanwezig.
A
Figuur 2. Op de linker foto in rood omkaderd de woning met achtergevel (A). Op de rechter foto de betreffende woning en achtergevel en achterliggende watergang.
Methode De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van een verkenning van bestaande inventarisatiegegevens en gericht onderzoek naar vleermuizen.
Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van landelijke, provinciale en indien beschikbaar regionale verspreidingsinformatie; • Uit de landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels gedateerd is, moet blijken of nabij de locaties in het verleden strikt beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij veelal niet bekend. Deze gegevens hebben vaak betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer), en veelal betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. • De flora- en faunadatabase van Eelerwoude is eveneens geraadpleegd. Eelerwoude heeft meerdere onderzoeken in de nabije omgeving uitgevoerd. De data van deze onderzoeken zijn opgeslagen in deze database.
Veldonderzoek Op basis van 2 veldbezoeken is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van kraam- en zomerverblijfplaatsen en de functionele leefomgeving van vleermuizen. De onderzoeken zijn uitgevoerd door I. van Dijk, ecologische adviseur en werkzaam bij Eelerwoude (zie kader – ecologisch deskundige). In tabel 1 zijn de onderzoekdata weergegeven. Hierbij zijn tevens de onderzoekers, starttijd en weersomstandigheden genoteerd. Omdat het plangebied enkel bestaat uit een achtergevel en het dak boven de achtergevel, en daarmee zeer overzichtelijk is, is besloten twee veldbezoeken in de avonden uit te voeren. De twee veldbezoeken zijn verder conform het Vleermuisprotocol 2017 uitgevoerd.
Cattenbroekerdijk 44, Linschoten | Eelerwoude | 2
Het vleermuisonderzoek heeft zich gericht op het vaststellen van kraam- en zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Het onderzoek heeft zich geconcentreerd op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen en laatvlieger. Uiteraard is tijdens de veldbezoeken ook aandacht besteed aan eventuele andere beschermde vleermuissoorten binnen het plangebied. Tijdens het vleermuisonderzoek is gebruik gemaakt van de Pettersson D240X in combinatie met een batlogger (Batlogger M). De opnames van de Batlogger zijn geanalyseerd met de software Kaleidoscope. In totaal zijn twee veldbezoeken in de kraamperiode uitgevoerd. Deze bezoeken hebben plaatsgevonden tijdens het uitvliegtijdstip van vleermuizen, rond zonsondergang. De veldbezoeken hebben plaatsgevonden tijdens voor vleermuizen gunstige weersomstandigheden. Kader – ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:
-
op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of
-
op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of
-
als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.
Tabel 1. Type onderzoek, datum, start- en eindtijd, uitgevoerde onderzoeker(s) en de weersomstandigheden genoteerd per veldbezoek. Datum
Type onderzoek
Start –eindtijd
Veldmedewerker
Weersomstandigheden
27 mei 2019
Kraamonderzoek vleermuizen
21.30-23.30 Zon onder: 21.46
I. van Dijk
14⁰C, droog, licht bewolkt, windkracht 2 Bft.
4 juli 2019
Kraamonderzoek Vleermuizen
21.45-23:45 Zon onder: 22.04
I. van Dijk
17⁰C, droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft
Cattenbroekerdijk 44, Linschoten | Eelerwoude | 3
Resultaten Binnen het plangebied is slechts één vleermuissoort vastgesteld: de gewone dwergvleermuis. Hieronder wordt nader ingegaan op hoe de gewone dwergvleermuis het gebied gebruikt, daarnaast worden deze waarnemingen in de bijlagen op kaart weergegeven. Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is in Nederland de meest algemene vleermuissoort. De soort wordt veelvuldig waargenomen in stedelijk gebied. (Kraam)kolonies zijn in Nederland vooral in gebouwen aangetroffen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Gebouwen worden ook als winterverblijf gebruikt, waarbij (mogelijk) vergelijkbare plaatsen als in de zomer benut worden, mits deze vorstvrij zijn. Ze jagen hoofdzakelijk binnen en straal van 2-5 km van de verblijfplaats. Vliegroutes volgen zoveel mogelijk lijnvormige structuren en ze jagen in gesloten tot half open landschap. Foerageergebied en vliegroutes Het erf en de directe omgeving van het plangebied (afwisseling van watergangen, weilanden, boerderijen etc.), werden sporadisch gebruikt door een foeragerend en/of langsvliegend individu van de gewone dwergvleermuis. Tijdens het onderzoek werd gemiddeld één gewone dwergvleermuis waargenomen per veldbezoek. Deze bleef ook maar kort aanwezig en vloog daarna door.
Een verklaring hiervoor is niet gevonden, de omstandigheden tijdens de veldbezoeken waren gunstig. Er is geen sprake van belangrijke foerageergebieden of vliegroutes die essentieel onderdeel uitmaken van het leefgebied. In de directe omgeving van het plangebied blijft genoeg leefgebied voorhanden. Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze uitwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.
Verblijfplaatsen Tijdens het kraamonderzoek zijn bij de achtergevel en dak van de woning geen kraam- en zomerverblijfplaatsen vastgesteld. Ook bij de andere delen van de woning is geen kraamverblijf en/of een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen. De schuren op het erf zijn ongeschikt als verblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, door het open karakter van de schuren, tochtvorming en het ontbreken van boeiboorden en gevelbetimmering en gaten in muren om achter te kruipen.
Cattenbroekerdijk 44, Linschoten | Eelerwoude | 4
Kader - vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen
Effecten Verblijfplaatsen Tijdens het vleermuisonderzoek zijn geen kraam- of zomerverblijfplaatsen binnen het plangebied vastgesteld. Ook in de directe omgeving van het plangebied (het erf) zijn geen kraam- of zomerverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Door de voorgenomen werkzaamheden treedt er geen verstoring op kraam- of zomerverblijfplaatsen van vleermuizen. Foerageergebied en vliegroutes Er zijn geen vliegroutes of foerageergebied vastgesteld in en rondom het plangebied. Door de voorgenomen werkzaamheden treedt er geen verstoring op van foerageergebieden en vliegroutes die onderdeel uitmaken van het leefgebied van de betreffende vleermuissoorten. Conclusie: Met de ontwikkeling zijn negatieve effecten op kraam- en zomerverblijfplaatsen en foerageergebied en vliegroutes voor gewone dwergvleermuizen uit te sluiten.
Literatuur -
Bij12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus. Bij12, versie 1.0, Utrecht. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur (2017). Vleermuisprotocol 2017.
Cattenbroekerdijk 44, Linschoten | Eelerwoude | 5
9509 Cattenbroekerdijk te Linschoten
Reactie op vragen gemeente
1. Onderbouwing soortgroepen Het onderzoek heeft zich gericht op de functie van de woning voor vleermuizen. Bij het eerste veldbezoek op 27 mei 2019 was de ecoloog wat eerder ter plaatse dan nodig is voor het vleermuisonderzoek, om de geschiktheid van de achtergevel van de woning te inspecteren op geschiktheid voor soorten. Daarbij was direct de batdetector meegenomen om de eerste ronde van het vleermuisonderzoek te starten mocht dat nodig zijn en zoals werd verwacht op basis van de eerder aangeleverde foto’s. Daarbij werd geconstateerd dat met name de gevelbetimmering geschikte, potentiële verblijflocaties biedt aan vleermuizen waaronder gewone dwergvleermuis. Hoewel de ruimte beperkt is, is het mogelijk dat laatvlieger van de woning gebruik maakt. Deze soort heeft net wat meer ruimte nodig dan de kleinere gewone dwergvleermuis. De gevelbetimmering biedt te weinig ruimte aan huismussen en gierzwaluwen, die doorgaans meer van dakpannen gebruik maken. De pannen op het dak lagen strak op elkaar; er was geen ruimte tussen de pannen waar huismussen gebruik van kunnen maken. Ook voor gierzwaluwen is het dak ongeschikt: tussen de pannen was geen ruimte, er was ter plaatse van de werkzaamheden geen schoorsteen met loden rand of iets dergelijks aanwezig dat ruimte bood en bij de overstek was de ruimte tussen het dak en de muur te krap voor gierzwaluwen.
Aan de lange zijde van het dak was de onderkant gedicht zodat gierzwaluwen ook niet onder de onderste rij pannen konden komen. Ook voor overige vogelsoorten als uilen of zoogdieren als marters is de woning ongeschikt als potentieel verblijf; er zijn geen open ruimten waar steen- of kerkuil gebruik van kan maken als nestlocatie en open ruimte tot de kelder of zolder waar steenmarter gebruik van kan maken zijn niet aanwezig. Doordat het plangebied bestaat uit de achtergevel van een woning met bestrating daaronder, kunnen de volgende soortgroepen op voorhand worden uitgesloten doordat beschermde soorten niet aanwezig (kunnen) zijn: Flora Amfibieën Reptielen Ongewervelden
2. Ecologisch onderzoek Onderzoeksinspanning Voor onderzoek in de kraamperiode geeft het Vleermuisprotocol aan dat voor gewone dwergvleermuis 2 bezoeken nodig zijn, met voorkeur voor 1 ochtendbezoek. De laatvlieger vereist 2 avondbezoeken omdat deze soort vaak halverwege de nacht weer invliegt. Echter, voor gewone dwergvleermuis geldt dat bij kleine plangebieden, die goed te overzien zijn, zoals deze puntlocaties, kan worden volstaan met uitsluitend avondbezoeken. Op basis daarvan zijn 2 avondbezoeken uitgevoerd. Dit komt overeen met het Vleermuisprotocol (2017). Onderzoek naar gewone dwergvleermuizen en laatvliegers. In de notitie staat als volgt weergegeven (pagina 3): Het vleermuisonderzoek heeft zich gericht op het vaststellen van kraam- en zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Het onderzoek heeft zich geconcentreerd op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen en laatvlieger. Uiteraard is tijdens de veldbezoeken ook aandacht besteed aan eventuele andere beschermde vleermuissoorten binnen het plangebied.
Gezien het type woning en de beperkte ruimte die aanwezig is, is de woning alleen geschikt voor soorten die én gebouwbewonend zijn én gebruik maken van nauwe ruimte als kieren en gaten om tussen te verblijven. Daardoor is de woning voor een deel van de vleermuissoorten ongeschikt. De meest voorkomende vleermuissoorten die voldoen aan deze criteria zijn gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Zoals vermeld is echter ook gelet op andere vleermuissoorten zoals de ruige dwergvleermuis, die gebruik maakt van bomen en gebouwen om in te verblijven en soorten die van de watergang gebruik kunnen maken om te foerageren. Echter, de ruige dwergvleermuis wordt minder snel verwacht doordat de kraamverblijven van deze soort zich voornamelijk bevinden in het oosten van Europa en slechts enkele mannetjes in Nederland verblijven. Vandaar dat de soort niet direct wordt genoemd maar zeker ook niet wordt uitgesloten. Afwijking tijden ten opzichte van zonsondergang. De bezoeken zijn als volgt uitgevoerd (Tabel 1). De tijdsduur dat voor een onderzoek in het Vleermuisprotocol (2017) wordt aangegeven is 2 uur. Dit is ongeacht de grootte van het plangebied. Kleine plangebieden kunnen volstaan met een kortere onderzoeksduur, groetere gebieden kunnen meer tijd vergen.
Echter, te allen tijde is 4 tot 5 kwartier noodzakelijk om een goed beeld te krijgen van de functie van het plangebied voor vleermuizen; door net voor zonsondergang te starten worden de vroege uitvliegers waargenomen evenals de soorten die pas uitvliegen als het geheel donker is. In dit geval betrof het en een puntlocatie waardoor zeer goed zicht was en is bijna 2 uur geobserveerd, waardoor geen soorten zijn gemist en een optimaal beeld is verkregen van de functie van de woning voor vleermuizen in de kraamperiode. Bij dit onderzoek kwam naar voren dat de woning geen functie heeft voor vleermuizen. Tabel 1. Onderzoeksgegevens Datum
Type onderzoek
Start –eindtijd
Veldmedewerker
Weersomstandigheden
27 mei 2019
Kraamonderzoek vleermuizen
21.30-23.30 Zon onder: 21.46
I. van Dijk
14⁰C, droog, licht bewolkt, windkracht 2 Bft.
4 juli 2019
Kraamonderzoek Vleermuizen
21.45-23:45 Zon onder: 22.04
I. van Dijk
17⁰C, droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft