Bijlagen toelichting_Bijlage 5 Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
BODEMONDERZOEK INCL ASBEST CATTENBROEKERDIJK 44 LINSCHOTEN OKTOBER 2017
opdrachtgever
dhr Van Schaik en mw de Regt Cattenbroekerdijk 44 3461 BD Linschoten
Projectnummer
17-2156
versie:
1
datum:
17 oktober 2017
LINGE MILIEU BV | BODEMONDERZOEK & ADVIES | POPPELENBURGERSTRAAT 52 | 4191 zt | GELDERMALSEN | THE NETHERLANDS T 0345 - 570 272
| F 0345 - 570 287 |
ING BANK 6717.49.897
|
INFO@LINGEMILIEU.NL
|
WWW.LINGEMILIEU.NL
|
KVK TIEL 30233558
BTW NL 8188.13.118. B01
opgesteld door: Arjan Vlasblom
controle / vrijgave: John Hol Hierbij verklaar ik, John Hol, het veldwerk in Linschoten uitgevoerd te hebben volgens BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2001 en 2002, in sept 2017, onafhankelijk van opdrachtgever of eigenaar
1. Inleiding
1
2. Vooronderzoek
2
2.1 2.2
Historie en actuele situatie Bodemopbouw
2 4
3. Opzet en invulling van het onderzoek
5
3.1 3.2 3.3
Onderzoekstrategie Veldwerk onderzoek Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek
4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1 4.2 4.3
5
5 5 6
7
Analyseresultaten grond Reresultaten asbest Analyseresultaten grondwater
7 9 10
Conclusie en aanbevelingen
12
5.1 5.2
Conclusies Betrouwbaarheid
Bijlagen bijlage A: Algemene toelichting bodemonderzoek bijlage B1 Analyseresultaten NEN 5740 bijlage B2 Resultaten asbest bijlage C: Boorstaten bijlage D1 Kadasterkaart, historische gegevens bijlage D2 Eerder bodemonderzoek bijlage D3 Eerder bodemonderzoek bijlage E: Situatieschets
1 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
12 13
1. Inleiding Op 19 september 2017 is in opdracht van dhr Van Schaik en mevrouw De Regt uit Linschoten milieukundig bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het perceel Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten.
Op de locatie staat een vrijstaande woning met enkele bijgebouwen. De woning is gebouwd in 1990. Aanleiding voor het onderzoek is de eigendomsoverdracht van de woning. Kadastrale gegevens van het perceel zijn Linschoten sectie C, nummer 926. De locatie heeft een oppervlak van 7.370 m². Er zijn zeventien boringen en een peilbuis voor het onderzoek geplaatst tot maximaal 2.2 m-mv (meter onder het maaiveld). Een bestaande peilbuis is herbemonsterd. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.5 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket. Het asbestonderzoek betreft de puinhoudende bovengrond rond de opstallen plus de half-verharding van puin en grind aan de voorzijde van het terrein. Voor de strategie van het onderzoek zijn de NEN 5707 aangehouden, § 6.4.5, Verdachte bovengrond, heterogene en diffuse verontreiniging en de NEN 5897, Half-Verhardingen. De hypothese van het onderzoek is als volgt tot stand gekomen : •
De herkomst van het puin en de half-verharding is onbekend. Asbest-verdachtheid kan daarom niet uitgesloten worden.
•
Bij eerder onderzoek is asbest op het maaiveld waargenomen.
•
Eventuele asbest in het puin kan consequenties hebben voor het gebruik van de bodem.
Linge Milieu is een onafhankelijk bureau dat als erkend bureau is aangewezen door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Linge Milieu is geen eigenaar van het perceel in Linschoten of anderszins betrokken bij het terrein aan de Cattenbroekerdijk via de eigen organisatie. Voorwaarde voor de onafhankelijkheid is verder dat er geen zakelijke connecties bestaan tussen de monsternemer (Linge Milieu) en de opdrachtgever. Een dergelijke relatie tussen fam Van Schaik en Linge Milieu is er niet. Dit project is uitgevoerd onder certificaat volgens BRL SIKB 2000, certificaatnummer VB-051/6. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL-Protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Linge Milieu volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek is gecertificeerd. Het asbestonderzoek is indicatief. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek gegeven, dat vooraf is gegaan aan het veldwerk. Er wordt daarbij een korte samenvatting gegeven van de huidige situatie. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet en uitvoering van het onderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 tenslotte worden de resultaten getoetst en worden conclusies aan de resultaten verbonden.
2. Vooronderzoek 2.1
Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie betreft het perceel Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten. Kadastraal is het perceel bekend bij de gemeente Linschoten, sectie C nummers 926, postcode is 3461 BD. Een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage D1. Het terrein heeft een oppervlak van 7.370 m². Voor het historisch onderzoek zijn onder andere gegevens gebruikt van de Omgevingsdienst regio Utrecht en gemeente Montfoort. Verder zijn oude kaarten, luchtfoto's en gegevens van de opdrachtgever gebruikt. De gegevens van de Omgevingsdienst, oude kaarten en de historische informatie zijn opgenomen in bijlage D. Algemene gegevens locatie Op de locatie staat een vrijstaande woning, gebouwd in 1990. De woning heeft een inhoud van 597 m³ en een oppervlakte van 200 m². Rondom de woning bevindt zich tuin met een onderheid terras van 28 m², borders, gras en moestuin. Naast de woning staan enkele schuren, met een totaal oppervlak van 700 m². De schuren zijn de volgende. I. De stenen schuur naast de woning is gebouwd in 1962 en heeft een oppervlak van ongeveer 27 bij
11 meter, 297 m². De schuur is een voormalige stal. Het voorste deel is ingericht als winkelruimte, het achterste deel is in gebruik als veestalling (schapen) en berging. Op een deel van deze schuur liggen asbest-cementplaten. Aan beide kanten van de schuur is een deugdelijke dakgoot aanwezig. II. Een open wagenschuur, afmetingen 32 bij 8 meter en gebouwd in 1978. Deze schuur is gebouwd
van stalen spanten, houten wanden en een asbestcement golfplaten dak. In de schuur liggen tegels. De voorzijde van de schuur is in gebruik als kippenren. III. Een open kapschuur aan de achterzijde van het terrein, afmetingen 16 bij 6.5 meter, gebouwd van
hout en met een asbestcement golfplaten dak. De vloer is van gebroken puin. IV. Een oude hooiberg aan de achterzijde van het terrein, 37 m² en gebouwd van hout met een singles
dak. Het terrein tussen de schuren is deels verhard met beton. Ook het pad naar de achterzijde van het terrein is van beton. Aan de voorzijde van de locatie bevindt zich een half-verharding van steenachtig menggranulaat. Op het puin ligt een laagje grind van een enkele centimeter. De hele verharding heeft een dikte van circa 0.3 meter en een oppervlak van 180 m². Het volume van het materiaal is geschat op 60 m³. Onder het puin bevindt zich de oorspronkelijke kleigrond, niet of nauwelijks puinhoudend. Voor het puin van de half-verharding is asbest-onderzoek uitgevoerd. Een kleine hoek aan de voorzijde van de locatie is verhard met asfalt. Het Hinderwet-dossier Bij Gemeente Montfoort is een uitgebreid dossier aanwezig van de diverse hinderwet- en milieuvergunningen van het voormalig rundveebedrijf. De relevante delen zijn opgenomen in bijlage D3. Een samenvatting. 1967 De oudste hinderwetvergunning in het archief dateert van 1967. Daarin zijn een 200 liter-vat voor
petroleum en een 3.000 liter-propaantank beschreven. De oorspronkelijk tekening met de locaties daarvan zijn opgenomen in bijlage D3. Op de tekening uit 1967 is een grote schuur op het achterterrein ingetekend die nooit gebouwd is. Verder is aan de achterzijde is een ontsmettingsruimte voor vee aangegeven. Dit is de oude hooiberg. Later heeft deze plek een functie als schapenscheer-hok gekregen. 1982 In 1982 is een wijziging van de bedrijfsvoering aangevraagd door dhr J. van Drie. Aanleiding was
mogelijk stank-overlast door uitbreiding van de kalvermesterij. Deze aanvraag is afgewezen.
2 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
2006 In 2006 is een vergunning aangevraagd voor een groepsverblijf voor vakantie-doeleinden, door dhr Wil
van der Ham. Daarvoor zou de stenen schuur naast de woning verbouwd worden voor groepen tot 80 personen. Geschiedenis van de locatie De Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten heeft een historie van wonen en werken van enkele eeuwen. In bijlage D zijn vier kaarten van het gebied opgenomen : uit 1970, 1980, 1985 en 2005. Op alle kaarten is bebouwing op het onderzoeksterrein aangegeven. Verder zijn in bijlage D vier luchtfoto's opgenomen, uit 2004, 2007, 2013 en 2016. Er zijn in deze periode geen wijzigingen in het bodemgebruik of de bebouwingsituatie te zien. Tanks Er zijn twee voormalige locaties bekend waar brandstof opgeslagen is geweest. Deze zijn aangegeven in de tekening in bijlage E. Voor beide locaties is eerder onderzoek uitgevoerd. •
Aan de voorzijde van het terrein zijn in het verleden twee 200 liter-vaten met petroleum opgeslagen geweest. Deze zijn in 1980 verwijderd.
•
In de stenen schuur naast de woning heeft een bovengrondse olietank gestaan. Deze stond aan de voorzijde van het gebouw, op een betonvloer.
Gedempte sloten Er zijn geen gedempte sloten op het terrein terug te vinden. Zie daarvoor ook oude kaarten in bijlage D1. Asbest Op het dak van de bijgebouwen liggen asbest-cementplaten. Het dak van de stenen (voormalige) stal naast de woning is voorzien van een dakgoot. Dat is in het verleden nooit anders geweest. De bodem rond de woning is verhard met beton of tegels. Er is geen sprake van asbest-verdachte gootlijnen langs deze schuur. Het dak van de werktuigenberging loopt af naar één kant, de achterzijde. Direct aan de achterzijde bevindt zich een watergang. Aan de zuidkant van de schuur is er een oever van een halve meter aanwezig, aan de noordkant staat de schuur direct langs het water. Van een verdachte, onverharde gootlijn is dus geen sprake. In de meeste boringen rond de opstallen is puin in de grond waargenomen, tot een diepte van maximaal 1.2 m-mv. Relatief het meeste puin bevindt zich aan de voorzijde van het terrein. Van deze bovengrond is een mengmonster gemaakt dat op asbest is geanalyseerd. Bij eerder onderzoek (2006, zie onder) is asbest waargenomen op de puin-vloer van de half-open kapschuur aan de achterzijde van het terrein. Deze schuur heeft een oppervlak van 16 bij 6.5 meter, 104 m². Uit een inspectie blijkt de situatie sinds 2006 niet veranderd. Ook nu is asbest tussen het puin waargenomen.
De vloer van de kapschuur wordt beschouwd als half-verharding en is geen onderdeel van de bodem. Voor onderzoek naar asbest in deze laag is een kraantje nodig. Visueel is echter al geschat dat het asbest in de verharding waarschijnlijk boven de 100 mg/kg ds zal liggen. Dat is de interventiewaarde voor asbest in puin. Eerder onderzoek Er is eenmaal eerder bodemonderzoek op de locatie uitgevoerd. Dat was in januari 2006, door Van Gog BV. Opdrachtgever was dhr J, van Drie, aanleiding was de aankoop van de locatie. Rapport-nr van het onderzoek is GM05363. Voorafgaand aan het fysieke onderzoek was historisch onderzoek uitgevoerd. Daar is een apart rapport van opgesteld. Het vooronderzoek en uitvoerend onderzoek zijn opgenomen in bijlage D2. De resultaten van het vooronderzoek:
3 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
I. Tot 1980 heeft er een olievat op de locatie gestaan, vermoedelijk in de schuur. Er waren geen
calamiteiten met olie bekend. Aan de kant van de weg hebben twee petroleum-vaten onder een kleine oeverkapping gestaan, beiden met een volume van 200 liter. II. Op het dak van de kapschuur aan de achterzijde van het terrein lagen asbestplaten. De bodem er
achter was destijds onverhard en er bevond zich een dakgoot langs de schuur. Op de vloer zijn stukjes asbest gevonden. III. Bij de woning was destijds en propaantank in gebruik.
De resultaten van het onderzoek kunnen als volgt worden samengevat. IV. Er zijn in 2006 zeventien boringen en een peilbuis over het terrein verdeeld. V. De bovengrond van de locatie was maximaal licht verontreinigd met enkele metalen, olie en PAK.
De ondergrond was geheel schoon. VI. In het grondwater als nikkel als enige licht verhoogd. VII. Conclusie van het onderzoek was de locatie geschikt was voor intensief contact. Verder onderzoek
was niet nodig.
Bodemkwaliteitskaart, boomgaarden Voor Linschoten is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar bij de Omgevingsdienst regio Utrecht. Op de kaart ligt de lintbebouwing langs de Cattenbroekerdijk in een gemiddeld licht verontreinigde zone met Wonen-kwaliteit voor de bovengrond. De ondergrond is schoon. De kaart is opgenomen in bijlage D1. Volgens de bodemkaart van de ODRU is de oorspronkelijke toplaag van een klein deel van het achterterrein verdacht voor bestrijdingsmiddelen door de voormalige aanwezigheid van een boomgaard. Dit was een kleine boomgaard in de jaren '70. Er is in de hinderwet-vergunningen van die tijd nergens melding gedaan van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De bovengrond wordt daarom als onverdacht beschouwd voor bestrijdingsmiddelen.
2.2
Bodemopbouw Het onderzoeksterrein ligt op de tijdens het Holoceen gevormde gronden, die worden gerekend tot de Westlandformatie. De oorspronkelijke, slecht doorlatende deklaag van klei en veen ter plaatse heeft een dikte van ongeveer 5 meter. Vanaf 1.5 m-mv bevat de klei plantenresten. In de meeste boringen is klei aangetroffen. In alle boringen rond de opstallen is puin waargenomen, tot maximaal 1.2 m-mv. Het gehalte is als licht gekwalificeerd, in een enkele boring matig. Het puin geheel bestaat uit steenachtig materiaal, met plaatselijk wat kooltjes en grind. Het maaiveld aan de voorzijde van het terrein bevindt zich op ongeveer 0.1 meter onder NAP, aan de achterzijde is dat 1.5 meter onder NAP. Ten tijde van het onderzoek bevond het grondwater zich op circa 0.6 m-mv. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is west tot noordwest. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.
4 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
3. Opzet en invulling van het onderzoek 3.1
Onderzoekstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is de bijlage ONV van de NEN 5740 (Strategie bij verkennend onderzoek) als richtlijn gehanteerd. Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de algemene kwaliteit van de bodem in het kader van de eigendomstransactie van de locatie. Voor de strategie van het onderzoek zijn de NEN 5707 aangehouden, § 6.4.5, Verdachte bovengrond, heterogene en diffuse verontreiniging en de NEN 5897, Half-Verhardingen. Er zijn verdeeld over de voorzijde van locatie vijf inspectiegaten gegraven.
3.2
Veldwerk onderzoek Voorafgaand aan het veldwerk is een KLIC-melding gedaan en is het terrein geïnspecteerd. De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd overeenkomstig de BRL-protocollen 2001, 2002 en 2018. Het veldwerk is uitgevoerd op 19 september 2017. Er zijn zeventien boringen en een peilbuis geplaatst, tot een diepte van maximaal 2.5 m-mv. Een bestaande peilbuis is herbemonsterd. Het veldwerk is uitgevoerd door John Hol (Geldermalsen), erkend veldwerker voor deze protocollen, geassisteerd door Nico Verweij, veldwerker in opleiding. Zie daarvoor ook www.rwsleefomgeving.nl/ onderwerpen/bodem-ondergrond/erkenningen/zoekmenu/. De boringen 1 tot en met 12 zijn verdeeld rond de opstallen. De nummer 13 tot en met 17 staan in de moestuin en het grasland aan de achterzijde van de woning. Boring 15, in de moestuin, is afgewerkt met een peilbuis, met filters van 1.0 tot 2.0 m-mv, bij een grondwaterstand van 0.5 m-mv. Daarnaast is een bestaande peilbuis herbmonsterd. Deze staat direct naast de schuur waar in het verleden een olietank heeft gestaan. Bij de bemonstering van de peilbuizen op 29 september zijn de pH, troebelheid en de geleidbaarheid bepaald. De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn terug te vinden in de schets in bijlage E.
Asbest Het asbestonderzoek betreft de puinhoudende bovengrond rond de opstallen en de half-verharding aan de voorzijde van het terrein. Het veldwerk is uitgevoerd conform het BRL-protocol 2001 en 2018. Voorafgaand aan het onderzoek is het terrein visueel geïnspecteerd. Voor het asbestonderzoek zijn de onderstaande inspectie-gaten gegraven. locatie
oppervlak
inspectie-gaten / boringen
mm
puinhoudende bovengrond
400 m²
boring 3, 4 en 8-11
mm A, 14.3 kg
half-verharding voorzijde
180 m²
gat 1 - 5
mm B, 25 kg
De locaties van de gaten zijn aangegeven in de tekening in bijlage E. Vanuit de gaten is een boring gezet tot in de ongeroerde (onder)grond. Het boorwerk en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd conform het BRL-protocol 2001 en 2018, door John Hol, erkend veldwerker voor deze protocollen. De grond uit de gaten is in een dunne laag op folie met een hark uitgespreid om de visuele aanwezigheid van asbest vast te stellen. Voor het veldwerk zijn onder andere een spade, een hark en 20 mm-zeef gebruikt. Het veldwerk heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan. • • • •
Uitzetten van de inspectie-gaten en boringen, Voor ieder gat in de half-verharding is als volgt gegraven : 0.5 x 0.5 m tot 0.5 m-mv. Het materiaal uit de gaten is uitgeharkt. Visueel is nergens asbestverdacht materiaal waargenomen
5 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
3.3
Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. De oorspronkelijke bodem bestaat uit donkerbruine klei, overgaand in siltige en grijze klei op 1.0 á 1.5 m-mv. Rond de opstallen is de bodem zandig, plaatselijk tot 1.0 m-mv. Enkele zintuiglijke waarnemingen zijn : •
In de meeste boringen rond de opstallen is puin waargenomen in de grond, tot maximaal 1.2 m-mv. Het puin bestaat uit steenachtig materiaal zoals baksteen en kalk, met plaatselijk wat kooltjes.
•
Zes boringen zijn gestaakt op circa 0.5 m-mv. Dit zijn de boringen 3, 4 en 8 tot en met 11. Deze staan allen aan de voorzijde van het terrein. Vermoedelijk bevindt zich daar of oude fundering of een oude oprit.
•
Ter plaatse van de kapschuur aan de achterzijde van het terrein is asbest in en op de verharding van gebroken puin in de schuur waargenomen. Op basis van het aantal zichtbare plaatjes is vermoed dat het asbestgehalte in de half-verharding boven de 100 mg/kg ds kan liggen.
De bodem is als volgt opgebouwd: tabel 1: Schematische weergave bodemopbouw m-mv
grondsoort
opmerkingen
kleur
0.0 - 0.5 0.5 - 1.2 1.2 - 1.5 1.5 - 2.2
zand / klei klei klei klei
geroerd, lokaal puin plaatselijk licht puin siltig veenlaagjes, plantenresten
bruingrijs donkerbruingrijs donkergrijs grijs
De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage C. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn zestien representatieve grond(meng)monsters samengesteld. Tabel 2 bevat een overzicht van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Toelichting bij de tabel: •
Voor de NEN 5740-analyses zijn de relatief meest geroerde grondmonsters geselecteerd.
•
In drie mengmonsters is een overschrijding van de interventiewaarde geconstateerd voor zink of PAK. De deelmonsters van deze mengmonsters zijn separaat geanalyseerd op zink of PAK.
tabel 2: boringen, peilbuizen en analyses nr
boringen / peilbuis
m-mv
NEN analyses
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
B1 en 2 B1 B2 B3, 4 en 16 B3 B4 B16 B10, 11 en 12 B14, 15 en 17 B5, 12, 16 en 17 B5 B12 B16 B17
klei, licht puin klei, licht puin klei, licht puin klei, matig puin klei, matig puin klei, matig puin klei, matig puin zandig klei klei klei klei klei klei
0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.1 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.4 0.0 - 0.4 0.0 - 0.5 0.4 - 1.0 0.5 - 1.0 0.4 - 0.9 0.4 - 0.9 0.5 - 1.0
NEN 5740 grond PAK PAK NEN 5740 grond PAK PAK PAK NEN 5740 grond NEN 5740 grond NEN 5740 grond zink zink zink zink
15 16
mm bovengrond mm half-verhard
boring 3, 4 en 8-11 gat 1 - 5
0.0 - 0.5 0.0 - 0.3
NEN 5898, asbest grond NEN 5897, asbest puin
17 18
pb A, bestaand pb 15
grondwater grondwater
1.0 - 2.0 1.0 - 2.0
NEN 5740 grondwater NEN 5740 grondwater
6 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
NEN-pakket grond AS3000 (stap 1) - droge stof, lutum en organische stof, - zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), - PAK (PAK's genoemd in de leidraad Bodembescherming/ 10 VROM), - PCB´s, - minerale olie. NEN-pakket grondwater AS3000 (stap 2) - zuurgraad (pH), - zware metalen (barium, cadmium, molybdeen, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink), - vluchtige aromaten ( benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) en minerale olie, - vluchtige chloorkoolwaterstoffen (1,2-dichloorethaan, cis 1,2-dichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, tetrachloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2- trichloorethaan, trichlooretheen (tri), trichloormethaan
7 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1
Analyseresultaten grond De analysecertificaten van de grondmonsters en de toetsing zijn bijgevoegd in bijlage B1. De toetsing is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice, 2013). In de tabel zijn de naar standaard bodem omgerekende gehaltes opgenomen. De locaties van de boringen zijn terug te vinden in bijlage E. tabel 3A : Analyses en toets grond (mg/kg ds), omgerekend naar standaard bodem boring m-mv
1 en 2 0.-0.5
3, 4, 16 0.0-0.5
10, 11, 12 14, 15, 17 AW 0.0-0.4 0.0-0.5
org.stof (%) droge stof (%) lutum (%)
9.1 74.3 11.4
7.9 76.3 15.8
13 73.4 16.8
17.1 53.6 24.5
zware metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK 10VROM PCB´s
0.18 • 95 • 275 • 42.5 ••• -
0.16 • 81 • 179 • 46.3 ••• -
0.29 • 117 • -
150 • -
olie C10-C40
275 •
468 •
-
-
T
IW
5, 12, 16, 17 0.4-1.0 13.6 55.2 18
0.6 15 40 0.15 50 1.5
6.8 93 115 18.1 290 96
140 1.5
430 720 21 40
190
2600
2.1 • 15.3 52 • 0.2 • 198 • 2.2 • 47.5 • 1.350 ••• 4.1 • -
- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), ••• : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde (IW).
De boven- en ondergrond van het terrein aan de Cattenbroekerdijk is met twee uitzonderingen licht verontreinigd met metalen, olie en PAK. Licht verhoogde gehaltes zijn gangbaar voor de lintbebouwing langs de Cattenbroekerdijk. De uitzonderingen zijn zink en PAK. In drie mengmonsters van de grond wordt een interventiewaarde voor zink of PAK overschreden. De deelmonsters van deze mengmonsters zijn bij wijze van nader onderzoek separaat geanalyseerd. De resultaten zijn samengevat in onderstaande tekst. Verontreiniging, zink en PAK In drie separate boringen is een overschrijding van de interventiewaarde voor zink of PAK geconstateerd. Dit zijn PAK in de bovengrond van de boringen 2 en 16 en zink in de ondergrond van boring 12. tabel 3B : Analyses en toets grond (mg/kg ds), omgerekend naar standaard bodem boring m-mv
1.1 0-0.5
2.1 3.1 4.1 16.1 0-0.5 0.1-0.5 0-0.5 0-0.4
org.stof (%) droge stof (%) lutum (%)
1.0 67.1 1.0
2.0 2.0 83.5 85 1.0 1.0
metalen zink PAK 10VROM
15.3 • 52 ••• 6.7 •
AW
T
IW
2.0 2.0 77.4 67.4 1.0 1.0
4.7 • 542 •••
140 370 720 1.5 21 40
- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde (A.W), ••• : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde (IW).
8 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
5 12 16 17 0.5-1.0 0.4-0.9 0.4-0.9 0.5-1.0 13.6 68.7 18
13.6 57.5 18
13.6 66.6 18
13.6 18.7 18
191 •
3714 ••• 124 -
135 -
Het PAK in de boringen 2 en 16 is vermoedelijk gerelateerd aan kooltjes tussen het puin. Boring 2 staat aan de voorzijde van het terrein, nummer 16 bij de voormalige hooiberg aan de achterzijde. Boring 12 staat achter (ten westen van) de woning. In de ondergrond daarvan is geen puin van betekenis waargenomen. Over de ernst, omvang en consequenties van de verontreiniging met zink en PAK kan het volgende worden opgemerkt: I. Het zinkgehalte in boring 12 is met 3.714 mg/kg ds hoog. Dergelijke gehaltes op dit soort locaties
duiden meestal op kleine stukjes, splinters zink. Deze kunnen bijvoorbeeld afkomstig zijn van een oude dakgoot die met slooppuin in de bodem terecht zijn gekomen. In de donkergekleurde grond zijn kleine stukjes puin of metaal moeilijk te zien. II. Het zink bevindt zich in de ondergrond. Er is daarom geen sprake van mogelijke blootstelling en
actuele risico's voor de volksgezondheid ontbreken in de huidige situatie. III. Het PAK-gehalte van boring 16 is naar alle waarschijnlijkheid toe te schrijven aan koolgruis. Ook
hiervoor geldt dat fijn kool moeilijk te zien kan zijn in de donkere kleigrond. IV. Het oppervlak en de omvang van de verontreiniging met PAK is niet bekend. Met als uitgangspunt
dat het PAK gerelateerd is fijn koolgruis zullen uitschieters boven de interventiewaarde een lokaal verschijnsel zijn. Op basis van de overige analyses wordt niet verwacht dat er een aaneengesloten volume grond van meer dan 25 m³ aanwezig is. Bij een diepte van 0.5 zou daar een oppervlak van 50 m² voor nodig zijn.
9 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
4.2
Resultaten asbest Het asbestonderzoek betreft de puinhoudende bovengrond rond de opstallen en de half-verharding aan de voorzijde van het terrein. De asbest-analysecertificaten zijn te vinden in bijlage B2. Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle. Het hecht-gebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). tabel 4 : Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kg ds) omschrijving monster
m-mv aantal deeltjes gewogen gehalte visueel asbest gewicht asbest tot, gewogen < 20 mm <20 mm >20 mm > 20 mm, mg mg/kg ds
mm A, bovengr
0.5
nul
<0.5 mg/kg ds
nee
mm B, puin
0.3
nul
<0.5 mg/kg ds
nee
-
< 0.5 mg/kg ds < 0.5 mg/kg ds
Asbest, gewogen gehalte Asbest mm, < 20 mm Analytisch is door het lab geen asbest kleiner dan 20 mm aangetoond in de mengmonsters van grond en puin rond de opstallen aan de Cattenbroekerdijk. Asbest mm, > 20 mm Visueel is nergens asbestverdacht materiaal waargenomen in de grond, het puin of op het maaiveld. Conclusie van het onderzoek is dat (boven)grond en de half-verharding aan de voorzijde van het terrein aan de Cattenbroekerdijk geen asbest bevat. Opgemerkt moet worden dat de puin-verharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein niet is onderzocht. Er zijn in of tussen het puin meerdere stukken en stukjes asbest waargenomen en aannemelijk is dat de verharding in de schuur verontreinigd is met asbest.
10 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
4.3 Analyseresultaten grondwater De analysecertificaten van de grondwatermonsters en de toetsing zijn bijgevoegd in bijlage B1. De locaties van de peilbuizen zijn te vinden in de schets in bijlage E. De toetsing is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice, 2013). tabel 5 : analyseresultaten grondwater (μg/l) peilbuis m-mv 2017
pb A 1.0-2.0 29 sept
pb 15 streef1.0-2.0
pH geleidbaarheid (μS/cm) grondwater, cm-mv troebelheid, NTU
7.03 1.078 43 33.8
6.90 755 44 55.8
molybdeen cadmium barium koper kobalt lood nikkel zink kwik
52 • 35 • 68 • -
190 • -
vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen
-
-
vl. chl. koolwaterstoffen 1,2-dichloorethaan cis1,2-dichlooretheen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen dichloorbenzenen chloorbenzenen monochloorbenzeen
-
-
minerale olie C10 - C40
-
-
tussen-
50 15
338 45
65
433
interventiew
- : geen overschrijding van de streefwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde.
Het grondwater staat op locatie aan de Cattenbroekerdijk 44 op ongeveer 0.5 m-mv. De pH, EC en troebelheid van het water kunnen als normaal worden beschouwd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper en zink. Bij het onderzoek in 2006 van Van Gog BV was nikkel licht verhoogd in het grondwater. Licht verhoogde gehaltes zijn geen risico voor de volksgezondheid en geen aanleiding voor verder onderzoek.
11 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
5
Conclusie en aanbevelingen Op 19 september 2017 is in opdracht van dhr Van Schaik en mevrouw De Regt uit Linschoten milieukundig bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het terrein aan de Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten. Kadastrale gegevens van het terrein zijn Linschoten sectie C, nummer 926. De locatie heeft een oppervlak van 7.370 m². Er zijn zeventien boringen en een peilbuis geplaatst tot maximaal 2.2 m-mv. Een bestaande peilbuis is herbemonsterd. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.5 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket. Het asbestonderzoek betreft de puinhoudende bovengrond rond de opstallen en de half-verharding aan de voorzijde van het terrein. Deze laatste heeft een oppervlak van ongeveer 180 m²,
5.1
Conclusies De bodem van het terrein aan de Cattenbroekerdijk bestaat uit donkerbruine klei, overgaand in siltige en grijze klei op 1.0 á 1.5 m-mv. Rond de opstallen is de bodem zandig, plaatselijk tot 1.0 m-mv. De grond rond de woning en schuren is licht of matig puinhoudend, tot maximaal 1.2 m-mv. Er is met één uitzondering nergens asbestverdacht materiaal in of op de bodem waargenomen. De uitzondering is de puin-verharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein. Deze heeft een oppervlak van 100 m². Tussen het gebroken puin van de vloer van de schuur is asbest waargenomen. Grond De boven- en ondergrond van het terrein aan de Cattenbroekerdijk is met twee uitzonderingen licht verontreinigd met metalen, olie en PAK. Licht verhoogde gehaltes zijn gangbaar voor de regio. De uitzonderingen zijn zink en PAK. In drie grond-mengmonsters wordt een interventiewaarde voor zink of PAK overschreden. De deelmonsters van deze mengmonsters zijn bij wijze van nader onderzoek separaat geanalyseerd. Verontreiniging, zink en PAK In drie separate boringen is een overschrijding van de interventiewaarde voor zink of PAK vastgesteld. Dit zijn PAK in de bovengrond van een boring aan de voor- en achterzijde van het terrein en zink in de ondergrond van een boring achter de woning. Over de ernst, omvang en consequenties van de verontreiniging kan het volgende worden opgemerkt: I.
Het zink in de boring achter de woning bevindt zich in de ondergrond. Er is daarom geen sprake
van mogelijke blootstelling en actuele risico's voor de volksgezondheid ontbreken in de huidige situatie. II. Het PAK-gehalte in de bovengrond aan de voor- en achterzijde van het terrein is naar alle
waarschijnlijkheid toe te schrijven aan fijn koolgruis. Koolgruis is moeilijk zichtbaar in de donkere kleigrond. III. Het oppervlak en de omvang van de verontreiniging met PAK is niet bekend. Met als uitgangspunt
dat het PAK gerelateerd is fijn koolgruis zullen uitschieters boven de interventiewaarde een lokaal verschijnsel zijn. Op basis van de overige analyses wordt niet verwacht dat er een aaneengesloten volume grond van meer dan 25 m³ aanwezig is. Bij een diepte van 0.5 zou daar een oppervlak van 50 m² voor nodig zijn.
12 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
Asbest Er is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond in de puinhoudende bovengrond rond de opstallen of in de half-verharding aan de voorzijde van het terrein. Opgemerkt moet worden dat de puinverharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein niet is onderzocht. Er zijn in of tussen het puin meerdere stukken en stukjes asbest waargenomen en aannemelijk is dat de verharding in de schuur verontreinigd is met asbest. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper en zink. Bij het onderzoek in 2006 van Van Gog BV was nikkel licht verhoogd in het grondwater. Licht verhoogde gehaltes zijn geen risico voor de volksgezondheid. Conclusie, aanbevelingen De licht verhoogde gehaltes in grond grondwater zijn gangbaar voor de lintbebouwing langs de Cattenbroekerdijk en zijn geen risico voor de volksgezondheid. De verontreiniging met zink en PAK heeft consequenties als er op deze locaties graafwerk uitgevoerd moet worden, bijvoorbeeld voor nieuwbouw. Er is dan waarschijnlijk nog een ronde onderzoek nodig om vast te stellen of sprake is van een Geval van ernstige bodem verontreiniging. Het (enige) criterium daarvoor is een volume aan sterk verontreinigde grond van tenminste 25 m³. De puin-verharding in de kapschuur aan de achterzijde van het terrein is niet onderzocht. Deze schuur heeft een oppervlak van 104 m².
Er zijn tussen het puin meerdere stukken en stukjes asbest waargenomen en aannemelijk is dat de verharding in de schuur verontreinigd is met asbest. Aanbevolen wordt de puinlaag te verwijderen. Dat zal onder asbest-condities moeten gebeuren.
5.2
Betrouwbaarheid Linge Milieu streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Het onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en Kwalibo. De resultaten van het onderzoek zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Het in Linschoten uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht dienen te worden bij het gebruik van de resultaten van dit rapport.
13 bodemonderzoek Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, okt 2017
Bijlage A: Toelichting onderzoek Toetsing van de analyseresultaten wordt uitgevoerd met behulp van de Botova-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). Deze richtlijn is van kracht sinds 1 november 2013, ter vervanging van toetsingsrichtlijnen, die tot die tijd werden gehanteerd voor diverse toepassingen.
Achtergrondwaarde De achtergrondgehaltes voor Nederlandse bodems of detectielimiet van de toegepaste analysemethode. De streefwaarden kunnen worden beschouwd als indicatieve concentratieniveaus, waarboven wel en waaronder geen sprake is van aantoonbare verontreiniging. De streefwaarden zijn afhankelijk gesteld van het organische stof- en lutum(klei)gehalte, zodat bodemtypecorrectie kan worden toegepast .
Criterium voor nader onderzoek, tussenwaarde In het kader van de Wet bodembescherming wordt nader onderzoek op korte termijn wenselijk geacht als er sprake kan zijn van een ernstig gevaar voor vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft. Wanneer de concentratie van één of meer stoffen het criterium voor nader onderzoek overschrijdt, wordt aangenomen dat in principe sprake kan zijn van dergelijk risico. Of dit inderdaad het geval is, wordt vastgesteld in het nader onderzoek. Overigens kan afhankelijk van de situatie, ook gehalten lager dan dit criterium een nader onderzoek gewenst zijn.
Interventiewaarde De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten boven de interventiewaarde is sprake van (een geval van) ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarden zijn vastgesteld voor grond/sediment en grondwater en gelden voor land- en waterbodems. Voor de interventiewaarden geldt dat zowel ze humaan- als ecotoxicologisch onderbouwd zijn. Verder geldt dat ze gedimensioneerd zijn, om in geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte minimaal 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarden. De waarden zijn afhankelijk van het organisch stof- en lutumgehalte, hetgeen is vastgelegd in zogenaamde bodemtypecorrectieformules. Als een geval van ernstige verontreiniging geconstateerd is, dient saneringsonderzoek uitgevoerd te worden. Bij lagere concentraties is de urgentie van een saneringsonderzoek minder groot, maar in bepaalde gevallen kan het echter toch wenselijk zijn het saneringsonderzoek niet te lang uit te stellen.
Veldwerk Ruimtelijke verdeling boringen/peilbuizen Als er sprake is van onverdacht terrein worden de boringen ruimtelijk evenredig verdeeld. Van een verdachte locatie is sprake als er op die plaats activiteiten plaatsvinden of in het verleden plaats hebben gevonden, die kunnen leiden tot verontreiniging, ofwel als in de toekomst activiteiten gaan worden uitgevoerd die tot verontreiniging kunnen leiden. Het aantal boringen is afhankelijk van de oppervlakte van de (verdachte) locatie en van de mogelijke verspreiding. In veel gevallen wordt gekozen voor een gecombineerde onderzoeksstrategie: de bodemkwaliteit voor het gehele terrein wordt bepaald volgens de strategie voor een onverdacht of homogeen verdacht terrein, terwijl verdachte locaties apart worden onderzocht. Bemonstering Meestal worden boringen handmatig gezet met een zogenaamde edelmanboor. In andere gevallen wordt gebruik gemaakt van een puin- of pulsboor. Soms is een verharding aanwezig die niet tijdelijk verwijderd kan worden: in beton- of asfaltverhardingen worden met een diamantboor gaten geboord om de onderliggende bodem te kunnen bereiken. Regelmatig komt het voor dat losse verhardingsmaterialen zijn aangebracht (met name puin). Om die reden moeten boringen soms (gedeeltelijk) worden uitgevoerd met een slagguts, een ramguts of een compressorhamer.
In één of meer boorgaten worden peilbuizen geplaatst om grondwatermonsters te kunnen nemen. Peilbuizen zijn PVC of HDPE buizen die over een lengte van één of twee meter zijn geperforeerd. Het filterdeel wordt zo afgesteld dat grondwater van een specifieke diepte wordt bemonsterd. Voor het afpompen en bemonsteren wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp of een kunststof slang met pulsklep. In het veld wordt van elke onderscheiden bodemlaag een grondmonster genomen, met dien verstande dat afwijkende of verontreinigde bodemlagen apart worden bemonsterd. De maximale laagdikte per monster is 50 cm. De grondmonsters worden verpakt in glazen potten die volledig worden gevuld en worden afgesloten met neopreen deksels. De monsters worden gekoeld bewaard. Voor het verkrijgen van een representatief grondwatermonster wordt de peilbuis gespoeld, direct na plaatsing en voorafgaand aan de bemonstering. Bemonstering vindt in principe plaats na minimaal een week standtijd. Zintuiglijk onderzoek In het veld wordt grond opgeboord en grondwater opgepompt. De resultaten van het zintuiglijk onderzoek worden opgenomen in het rapport. Mede op basis van deze resultaten wordt beslist welke monsters op welke chemische stoffen worden geanalyseerd. Het zintuiglijk onderzoek is te splitsen in: ▪
Lithologisch onderzoek, waarbij de opgeboorde grondsoorten worden geclassificeerd. Dit is onder andere nodig omdat de natuurlijke achtergrondconcentraties van stoffen verschillen per grondsoort. Ook de adsorptie van stoffen aan bodemdeeltjes en daarmee de snelheid van verspreiding van verontreinigingen varieert met de grondsoort.
▪
Onderzoek naar verontreiniging, waarbij waarneembare afwijkingen in of aan het bodemmateriaal worden beschreven. Hierbij wordt gezocht naar zichtbaar bodemvreemd materiaal zoals puin en afval, en naar geuren van bodemvreemd materiaal, zoals olie en oplosmiddelen.
Waarnemen minerale olie en vluchtige aromaten De eigenschappen van olie kunnen sterk variëren. Zogenoemde zware oliën (lange koolstofketens) zijn niet of slecht te ruiken. Bij twijfel wordt vaak gebruik gemaakt van de 'oliepanmethode'. Daarbij wordt de grond verkruimeld in een schaal met water. Het verschijnen van een oliefilm op het water is een teken dat er olie in de grond aanwezig kan zijn. Dit kan dan worden gecontroleerd met een analyse.
Chemisch onderzoek Indien bij het zintuiglijk onderzoek in overeenkomende bodemlagen uit verschillende boringen geen afwijkingen worden aangetroffen, mogen mengmonsters worden samengesteld van maximaal tien monsters. Voor chemische analyse op mengmonsters wordt gekozen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen tegen relatief beperkte analysekosten. Het risico hierbij is dat in het mengmonster een lichte/matige/sterke verontreiniging wordt aangetroffen, waarbij niet duidelijk is of alle monsters in dezelfde mate zijn verontreinigd, ofwel dat één of enkele monsters relatief sterk zijn verontreinigd. Indien een dergelijke situatie optreedt, dan worden in principe de individuele monsters van waaruit dat mengmonster was samengesteld, geanalyseerd op de betreffende stof. Op die manier wordt vastgesteld hoe de verontreiniging is verdeeld over de monsters. In principe wordt overgegaan op het uitsplitsen van mengmonsters als de tussenwaarde wordt overschreden. ls er sprake is van een onverdacht terrein worden minimaal twee grondmengmonsters en één grondwatermonster geanalyseerd op een breed scala aan stoffen. Dit zijn de zogeheten NENanalysepakketten. Als er sprake is van aandachtspunten waarbij bekend is om welke verontreinigende stoffen het gaat, of indien het onderzoek wordt uitgevoerd om de nulsituatie te bepalen, worden de betreffende monsters onderzocht op de relevante stoffen.
In het kader van het chemisch onderzoek worden in het algemeen monsters die tijdens het zintuiglijk onderzoek als afwijkend zijn beoordeeld, niet gemengd. Wel wordt met mengmonsters gewerkt indien een homogene afwijkende laag wordt aangetroffen, bijvoorbeeld een puinhoudende verhardingslaag. Grondwatermonsters worden in principe nooit gemengd. Voor het chemisch onderzoek worden de grond- en grondwatermonsters aangeleverd bij een onafhankelijk STERLAB laboratorium.
bijlage B1
analyseresultaten en toets Cattenbroekerdijk 44 Linschoten, oktober 2017
Linge Milieu BV T.a.v. John Hol Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN
Analysecertificaat Datum: 26-Sep-2017
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2017123133/1 17-2156 Cattenbroekerdijk 44 Linschoten 20-Sep-2017
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
17-2156 Cattenbroekerdijk 44 Linschoten
Monsternemer Monstermatrix
John Grond (AS3000)
2017123133/1 20-Sep-2017 26-Sep-2017/07:46 A,B,C 1/2
1
2
3
4
5
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
76.3
74.3
73.4
53.6
55.2
Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
7.9
9.1
13.0
17.1
13.6
Gloeirest
% (m/m) ds
91.0
90.2
85.8
81.2
85.1
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
15.8
11.4
16.8
24.5
18.0
S
% (m/m)
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
110
190
130
180
300
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.30
0.49
0.28
0.51
2.2
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
6.3
6.2
6.3
9.9
12
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
22
26
30
26
49
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.14
0.15
0.27
0.12
0.19
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
<1.5
2.2
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
16
18
19
32
38
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
70
79
110
45
190
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
140
190
89
160
1200
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
13
6.7
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
120
42
<5.0
<5.0
12
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
170
120
26
14
30
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
59
54
<5.0
8.6
16
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
15
18
<6.0
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
Minerale olie
S
Chromatogram olie (GC)
370
250
39
36
67
Zie bijl.
Zie bijl.
Zie bijl.
Zie bijl.
Zie bijl.
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
0.0012
0.0020
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
1
3-01, 4-01, 16-01>B3+4+16 (5-50 0-50)
2
1-01, 2-01>B1+2 (0-50)
3
10-01, 11-01, 12-01>B10-12 (0-40)
4
14-01, 15-01, 17-01>B14+15+17 (0-40 0-50)
5
5-02, 12-02, 16-02, 17-02>B5+12+16+17 (40-90 50-100)
19-Sep-2017 19-Sep-2017
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting
Monster nr.
9721885 9721886 9721887
19-Sep-2017 19-Sep-2017
9721888
19-Sep-2017
9721889
A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat
S
Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
17-2156 Cattenbroekerdijk 44 Linschoten
Monsternemer Monstermatrix
John Grond (AS3000)
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
2
0.0017 1)
0.0033
1)
2017123133/1 20-Sep-2017 26-Sep-2017/07:46 A,B,C 2/2
3
4
5
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 138
mg/kg ds
0.0016
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
0.0018
0.0037
<0.0010
<0.0010
0.0016
S
PCB 180
mg/kg ds
0.0018
0.0022
<0.0010
S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0085
0.014
0.0049
<0.0010 2)
0.0049
<0.0010 2)
0.0058
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
0.15
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
8.7
4.4
0.084
0.053
0.77
S
Anthraceen
mg/kg ds
1.2
1.8
<0.050
<0.050
0.28
S
Fluorantheen
mg/kg ds
17
11
0.45
0.24
1.7
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
3.6
5.7
0.11
0.086
0.52
S
Chryseen
mg/kg ds
6.6
6.3
0.15
0.15
0.79
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
2.2
2.6
0.072
<0.050
0.32
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
2.7
4.6
0.092
0.070
0.47
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
2.1
3.0
0.084
<0.050
0.33
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
2.2
2.9
0.062
<0.050
0.34
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
47
42
1.2
0.77
5.5
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
1
3-01, 4-01, 16-01>B3+4+16 (5-50 0-50)
2
1-01, 2-01>B1+2 (0-50)
3
10-01, 11-01, 12-01>B10-12 (0-40)
4
14-01, 15-01, 17-01>B14+15+17 (0-40 0-50)
5
5-02, 12-02, 16-02, 17-02>B5+12+16+17 (40-90 50-100)
19-Sep-2017 19-Sep-2017
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting
9721887
19-Sep-2017
9721889
V: VLAREL erkende verrichting M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
9721886 9721888
S: AS SIKB erkende verrichting
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
9721885
19-Sep-2017 19-Sep-2017
A: AP04 erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Monster nr.
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2017123133/1 Pagina 1/1 Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
Tot
Barcode
9721885
3
3-01
5
50
0534022450
9721885
4
4-01
0
50
0534022447
9721885
16
16-01
0
40
0534022438
9721886
1
1-01
0
50
0534022448
9721886
2
2-01
0
50
0534022449
9721887
10
10-01
0
40
0534022809
9721887
11
11-01
0
40
0534022799
9721887
12
12-01
0
40
0534022810
9721888
15
15-01
0
50
0534022798
9721888
17
17-01
0
50
0534022802
9721888
14
14-01
0
40
0534022797
9721889
5
5-02
50
100
0534022446
9721889
12
12-02
40
90
0534022805
9721889
16
16-02
40
90
0534022440
9721889
17
17-02
50
100
0534022807
Monsteromschrijving
3-01, 4-01, 16-01>B3+4+16 (5-50 0
1-01, 2-01>B1+2 (0-50)
10-01, 11-01, 12-01>B10-12 (0-40)
14-01, 15-01, 17-01>B14+15+17 (0-
5-02, 12-02, 16-02, 17-02>B5+12+1
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2017123133/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
PCB 138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163. Opmerking 2)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2017123133/1
Pagina 1/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Cryogeen malen AS3000
W0106
Voorbehandeling
Cf. AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
Cf. pb 3010-2 en gw. NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
Cf. pb 3010-3 en cf. NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
Cf. pb 3010-4 en cf. NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
Cf. pb 3010-5 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Minerale Olie (C10-C40)
W0202
GC-FID
Cf. pb 3010-7 en gw. NEN-EN-ISO 16703
Chromatogram MO (GC)
W0202
GC-FID
Gelijkw. NEN-EN-ISO 16703
PCB (7)
W0271
GC-MS
Cf. pb 3010-8 en gw. NEN 6980
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
Cf. pb. 3010-6 en gw. NEN-ISO 18287
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
Cf. pb. 3010-6 en gw. NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2016.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Chromatogram TPH/ Mineral Oil
10000
5000
5000
pA
10000
C40
C30-C35 C35-C40
C21-30
C16-C21
C12-C16
C10-C12
C10
pA
Sample ID.: 9721887 Certificate no.: 2017123133 Sample description.: 10-01, 11-01, 12-01>B10-12 (0-40) V
0
0 0.0
0.2
0.4
0.6
0.8
1.0
1.2
1.4
1.6
1.8
C21-30
C12-C16
pA
C40
500
C30-C35 C35-C40
500
C16-C21
1000
C10-C12
1000
C10
pA
Minutes
0
0 0.0
0.2
0.4
0.6
0.8
1.0
1.2
1.4
1.6
1.8
C21-30
C16-C21
C40
0
0 0.0
0.2
0.4
0.6
0.8
1.0 Minutes
1.2
1.4
1.6
1.8
pA
100
C30-C35 C35-C40
100
C12-C16
200
C10-C12
200
C10
pA
Minutes
BoToVa T12 Toets Wbb grond projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer
17-2156 Cattenbroekerdijk 44 Linschoten 19-09-2017 John 2017123133
borirng m-mv
3, 4 en 16 GSSD toets 1 en 2 0.0-0.5 0.0-0.5
lutum Cryogeen malen AS3000 uitgevoerd Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie olie totaal (C10-C40) mg/kg ds PCB PCB som7 factor 0.7 mg/kg ds PAK PAK 10VROM factor 0.7 mg/kg ds
* ** ***
15,8
GSSD toets 10, 11, 12 GSSD toets 14, 15, 17 GSSD toets 5, 12, 16, 17 GSSD toets 0.0-0.4 0.0-0.5 0.4-1.0
11,4 74,3 9,1 90,2 11,4
16,8
76,3 7,9 91 15,8
76,3 7,9
110 0,3 6,3 22 0,14 <1,5 16 70 140
156,4 0,348 8,826 27,1 0,158 1,05 21,71 80,73 179,4
* * *
190 338,5 0,49 0,5733 6,2 10,75 26 34,29 0,15 0,1782 <1,5 1,05 18 29,44 79 95,25 190 271,8
370 468,4
*
250
0,0085 0,011
-
15,8
47 46,34 ***
kleiner dan of gelijk aan de AW groter dan Achtergrondwaarde groter dan Tussenwaarde groter dan Interventiewaarde
73,4 13 85,8 16,8
73,4 13
* * *
130 0,28 6,3 30 0,27 <1,5 19 110 89
176,8 0,278 8,458 32,85 0,292 1,05 24,81 117,2 103,9
* * -
274,7
*
39
30
0,014 0,0157
-
42,45 ***
42
74,3 9,1
24,5
11,4
18
53,6 17,1 81,2 24,5
53,6 17,1
180 0,51 9,9 26 0,12 <1,5 32 45 160
183 0,43 10,06 23,42 0,116 1,05 32,46 41,76 150,2
*
-
36 21,05
-
67 49,26
-
0,0049 0,004
-
0,0049 0,003
-
0,0058 0,004
-
1,2 0,903
-
0,77 0,453
-
5,5 4,085
*
16,8
24,5
55,2 13,6 85,1 18
55,2 13,6
300 2,2 12 49 0,19 2,2 38 190 1200
387,5 2,128 * 15,34 * 51,94 * 0,202 * 2,2 * 47,5 * 197,9 * 1350 ***
18
Linge Milieu BV T.a.v. John Hol Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN
Analysecertificaat Datum: 10-Oct-2017
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2017130154/1 17-2156 Cattenbroekerdijk 44 Linschoten 19-Sep-2017
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
17-2156 Cattenbroekerdijk 44 Linschoten
Monsternemer Monstermatrix
John Grond / sediment
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
Eenheid
1
2
3
68.7
57.5
66.6
2017130154/1 03-Oct-2017 10-Oct-2017/15:36 A,C 1/1
4
Bodemkundige analyses
Q
Droge stof
% (m/m)
Q
Droge stof
% (m/m)
18.7
Metalen
Q
mg/kg ds
Zink (Zn)
170
3300
Nr. Monsteromschrijving
1
B5.2 (50-100)
2
B12.2 (40-90)
3
B16.2 (40-90)
4
B17.2 (50-100)
110
120
Datum monstername
19-Sep-2017 19-Sep-2017 19-Sep-2017 19-Sep-2017 Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Monster nr.
9744281 9744282 9744283 9744284 Akkoord Pr.coörd.
MP TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2017130154/1 Pagina 1/1 Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
Tot
Barcode
Monsteromschrijving
9744281
5.2
B5.2
50
100
0534022446
B5.2 (50-100)
9744282
12.2
B12.2
40
90
0534022805
B12.2 (40-90)
9744283
16.2
B16.2
40
90
0534022440
B16.2 (40-90)
9744284
17.2
B17.2
50
100
0534022807
B17.2 (50-100)
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2017130154/1
Pagina 1/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
Cf. NEN-EN 15934 en cf. CMA 2/II/A.1
Droge stof
W0104
Gravimetrie
Cf. NEN-EN 15934 en cf. CMA 2/II/A.1
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
Cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2016.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
BoToVa T12 Toets Wbb grond Projectnummer 17-2156 Cattenbroekerdijk 44 Linschoten Projectnaam 19-09-2017 Datum monstername John Monsternemer Certificaatnummer 2017130154 B5.2 GSSD toets B12.2 0.5-1.0 0.4-0.9
boring m-mv
13,6 18
Organische stof lutum
13,6 18
13,6 18
57,5
66,6
18,7
110 123,8 -
120
% (m/m)
68,7
mg/kg ds
170 191,3
* ** ***
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde groter dan Tussenwaarde groter dan Interventiewaarde
*
B16.2 GSSD toets 17.2 GSSD toets AW 0.4-0.9 0.5-1.0
13,6 18
Droge stof Metalen Zink (Zn)
GSSD
68,7
GSSD toets
3300
3714 ***
135 -
140
T
I
430
720
Linge Milieu BV T.a.v. John Hol Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN
Analysecertificaat Datum: 10-Oct-2017
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2017130153/1 17-2156 Cattenbroekerdijk 44 Linschoten 19-Sep-2017
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.