CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Verslag en advies commissie Bezwaarschriften.pdf

Commissie Ruimte 21 juni 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Besluit op bezwaar n.a.v. ingediende bezwaarschriften ten vestiging WVG op locaties De Bleek, Doeldijk en IJsselvreugd (nr. 987824)3.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

&•

p.

C o m m i s s i e v a n a d v i e s v o o r de Bezwaarschriften

Advies:

aan de raad van de gemeente Montfoort

Betreft:

de drie bezwaarschriften (zaaknummers 912408, 918621 en 918622) van respectievelijk, de familie de heer MMBPen J Th M Oostveen Beheer BV en Oostveen Fruitbedryf. betreffende de raadsbesluiten ex artikel 5 van de Wvg van 1 februari 2021 h,et besluit \au.het cclle9e V3n burgemeester en wethouders van 3 november 2020

qepub^ceerd is Y°°^P'9e vest'9'n? ^ 66,1 gemeenteliike voorkeursrecht ex artikel 6 van de Wvg noSembPr Sin 1t 31Jtscoura"t van 4 member 2020 en per aangetekende brief van 5 november 2020 verstuurd is aan de bezwaarmakers; gelezen heMnezwaarschnft van de beer

mevrouw irTliri

j

dTCember^oi!^S!S?r1™evrouw «^*""*"**tivan 2 december 2020 (ontvangen op 3 020) Betreft vestiging gemeentelijke voorkersrecht op locatie De Bleek: Montfoort C

g^^M^ullende^ezwa^sMen van Benthem Gratama advocaten namens de heer SJTBSr 16 december 202o7ontvangen

2

>

STSff

' BE,REFT VES,I9M9 9 E M E E N M I K E "

*

« ™^

gelezen de (aanvullende) bezwaarschriften van Benthem Gratama advocaten namens J th M Oostveen Beheer By en Oostveen Fruitbedrijf. gevestigd op respectievelijk de percelen Heeswiik 202^° tontva is" 16 december 2020 (ontvangen op 18 december 2021) en van 11 maart 6 P maa t 2021,1 Betreft vesti9ing gemeentelijke voorkersrecht op locatie nil w ? " 1 Usselvreugd: Linschoten G 2461. G 2462, G 2463, G 2464 G 2465, G 2466. G 2467 G 2468

S iI^k f , f februari 2021, betreffende het bestendigen van het collegebesluit welke gepubliceerd is in de Staatscourant van 2 februari 2021 en per aanaetekenrie h

besl

van

de

raad

van

1

brief van 3 februari 2021 verstuurd is aan de bezwaarmakers;

P

aangetekende

gelezen artikel 6. derde lid. van de Wet voorkeursrecht gemeenten waann bepaald is dat indien bezwaar of beroep aanhangig is tegen een collegebesluit tot voorlopige aanwijzing en dit besluit vervalt omdat een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing in werking is get eden wordt he bezwaar of beroep mede geacht te zijn gencht tegen het besluit van de gemeenterlad gelezen het door de raad per bezwaarschrift ingediende verweerschrift van 1 april 2021 • gehoord hebbende het namens partijen gestelde ter digitale zitting op 19 april 2021: gelet op het bepaalde in de Alcemene wet bestuursrecht (hierna Awb);

Overwegingen van de commissie: Ontvankelijkheid: Onder een belanghebbende in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna- Wvo) an W'ens belang rechtstreeks bij het besluit tot het vestigen van het Tnnrk V ht voorkeursrecht betrokken is. H eronder valt een eigenaar, beperkt gerechtigde of een eventuele

gemeante aan1ePSnAIS 9"0'9 Va" ^

"et perceel earst aaa da

De bezwaarmakers zijn als eigenaren van de onderhavige percelen als belanghebbenden in de zin van de Wvg aan te merken. De bezwaarschriften tegen het bestreden besluit van 1 februari 2021 zijn tijdig ingediend. Nu de bezwaarschriften daarnaast voldoen aan de overige in de Awb gestelde eisen en bezwaarmakers als belanghebbenden zijn aan te merken. adviseert de comm ssie de bezwaren ontvankelijk te verklaren. Overwegingen ten aanzien van de bezwaren:

Voor wat betreft de inhoud van de bezwaren tegen het bestreden raadsbesluit van 1 fe bruari <=.021. heeft de commissie het volgende overwogen. Algemeen Doel Wet voorkeursrecht gemeenten

De commissie stelt vast dat de Wvg tot doel heeft gemeenten een betere uitgangspositie te verschaffen op de grondmarkt. De Wvg geeft gemeenten een voorkeursrecht op gronden die in de toekomst een nieuwe (of eventueel een intensiever) bestemming krijger. Ais de eigenaar van de grond waarop een voorkeursrecht rust, wil verkopen. moet deze eigenaar de grond eerst aan de gemeente aanbieden. Het voorkeursrecht biedt bescherming tijdens de verdere planontwikkeling; het voorkomt namelijk ongewenste verkopen aan planontwikkelaars of anderen. Het instrument voorkeursrecht verstrekt de gemeentelijke regiefunctie om te kunnen komen tot een optimale planologische nvulling ir het plangebied. De gemeente wordt in staat gesteld als eerste en met uitsluiting van derden zich een grondpositie in het plangebied te verwerven of die positie te verstevigen. Hierdoor wordt de regisserende rol van de gemeente bij de ontwikkeling en de uitvoering van het toekomstige bestemmingsplan versterkt. De gemeente wordt een dominants speler in de ontwikkeling van het bestemmingsplan. De Wvg stelt een tweetal eisen aan de vestiging van het voorkeursrecht, namelijk: 1. Een toekomstige niet-agrarische bestemming, en; 2. Een toekomstige bestemming die afwijkt van het huidig gebruik.

Het college van Burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 6 van de Wvg besluiten om op een perceel dat nog niet in eigendom is van de gemeente, een voorlopig voorkeursrecht te vestigen. Meer specifiek gaat het hierbij om percelen waaraan in de nabije toekomst een andere niet-agrarische bestemming is toegedacht en waarbij het huioige gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Dit voorkeursrecht vervalt van rechtswege drie maanden na ce dagtekening van het besluit. tenzij de raad voor dat tijdstip op grond van artikel 2 jo. 3. 4 of 5 van de Wvg overgaat tot aanwijzing van het betreffende perceel waarop het voorkeursrecht van toepassing is. Het vestigen van het gemeentelijke voorkeursrecht kan op drie grondslagen plaatsvinden: 1. Een bestemmingsplan ingevolge artikel 3 van de Wvg: Ingevolge artikel 3, eerste lid. komen voor aanwijzing in aanmerking gronden waaraan b'j het bestemmingsplan, projectbesluit of inpassingsplan een niet-agrarische bestemming is toegekend en waarvan het gebruik afwijkt van dat plan of besluit. 2

Een structuurvisie ingevolge artikel 4 van de Wvg: Ingevolge artikel 4, eerste lid. aanhef en ondera, komen in afwijking van artikel 3, eerste lid, voor aanwijzing voorts in aanmerking gronden die zijn begrepen in een structuurvisie waarbij aanwijzingen zijn gegeven voor de bestemm ng en waaraan bij de structuurvisie een niet-agrarische bestemming is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming.

3.

Een planologisch voornemen ingevolge artikel 5 van de Wvg; Ingevolge artikel 5, eerste lid, komen in afwijking van de artikelen 3, eerste lid. en 4. eerste lid voor aanwijzing ook in aanmerking gronden die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan. projectbesluit of structuurvisie. maar waarbij in het besluit tot aanwijzing aan de betrokken gronden een niet-agrarische bestemming wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die bestemming. In het besluit tot aanwijzing wordt aangegeven of nadien nog zal worden overgegaan tot het vaststellen van een structuurvisie.

Het college en raad hebben bij respectievelijk, besluiten van 3 november 2020 en 1 februari 2021 ten aanzien van de genoemde percelen van bezwaarmakers van deze bevoegdheden gebruik gemaakt Discretionaire bevoegdheid college/mad

In vaste rechtspraak van de Raad van State is overwogen (onder meer: de uitspraak in zaak nr. 201105317/1/A3, ECLI:NL:RVS:2014:3786) dat het bij de vestiging van een voorkeursrecht om een discretionaire bevoegdheid gaat. Het al dan niet uitoefenen van die bevoegdheid dient. indien aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing daarvan is voldaan. door de rechter terughoudend te worden getoetst. Zoals de Afdeling voorts eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2009 in zaak nr. 200803878/1) is bij het vestigen van een voorkeursrecht weliswaar sprake van een inbreuk op het ongestoorde genot van het eigendomsrecht. doch vindt deze inbreuk plaats in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de Wvg, terwijl niet kan worden gezegd dat daarbij niet een recelijk evenwicht is bereikt tussen het door die wet nagestreefde algemene belang en de fundamentele rechten van de eigenaar. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het wettelijke voorkeursrecht slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht maakt. Niet kan worden gezegd dat in de Wvg niet een redelijk evenwicht is bereikt tussen het door de wet nagestreefde algemene belang en de rechten van de eigenaar.

De vestiging van het voorkeursrecht heeft niet tot gevolg dat de eigenaar van het perceel waarop het voorkeursrecht is gevestigd met langer de hem toekomende eigendomsrechten zou kunnen uitoefenen. doch uitsluitend da: hij - indien hij tot vervreemding zou willen overgaan - eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen de gronden te kopen. Bezwaarschrift van de heer 4———, mevrouw mevrouw

mevrouw m

Ingevolge artikel 4 van de Wvg komen voor aanwijzing in aanmerking gronden die zijn begrepen in een structuurvisie. waarbij aanwijzingen zijn gegeven voor de bestemming en waaraan bij de structuurvisie een niet-agrarische bestemming is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Voorts komen voor aanwijzing in aanmerking gronden die bij een structuurvisie zijn aangewezen tot moderniseringsgebied als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening. ongeacht of het gebruik van de gronden in die gebieden al dan niet afwijkt van de visie. De commissie constateert aangaande de locatie De Bleek dat: het huidige gebruik van de met het voorkeursrecht belaste percelen blijkens de vigerende bestemmingsplannen 'Buitengebied 2012', vastgesteld op 11 maart 2013 (alsmede een de herziening van voornoemd bestemmingsplan, vastgesteld op 26 oktober 2015) ook als agrarisch is bestemd: de toegedachte bestemming van het vestigingsgebied wonen met bijbehorende voorzieningen is, alle niet-agrarisch: de gronden op basis van de structuurvisie 'Totaalvisie Montfoort 2030' aangewezen zijn. Derhalve is aan de wettelijke voorwaarden voor vestiging van een voorkeursrecht voldaan.

KOOD/ Overdracht aan dochters:

In artikel 10, tweede lid, sub a, van de Wvg is een vrijstelling van de aanbiedingsplicht van rechtswege opgenomen vooreen overeenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn tot in de tweede graad. Derhalve vormt het raadbesluit van 1 februari 2021 geen belemmering voor de beerHHHMHHHMiom desbetreffende perceel aan zijn dochters te verkopen en overte dragen. Tevens is het de raad na raadpleging van de openbare registers van het Kadaster gebleken dat de overdracht inmiddels ook heeft plaatsgevonden. Derhalve treft dit bezwaar geen doel. Bezwaarschriften van: 1. de heer Oostveen Beheer BV en Oostveen Fruitbedrijf

2. J.Th.M.

Tijdens de hoorzitting is namens bezwaarmakers aangegeven dat de kern van het bezwaar zich met name richt op het aspect in hoeverre woningbouw op die locatie reeel is. De raad heeft toegelicht dat het voorkeursrecht is gevestigd om te voldoen aan de woningbehoefte Daarbij wil de raad de regie houden bij het realiseren van nieuwe woningen. De raad stelt dat de systematiek van de Wet voorkeursrecht gemeenten en vaste jurisprudence (onder meer in ECLI:NL:RVS:2003:AF3543 en ECLI:NL:RVS:2013:2445) bepaalt dat op het moment waarop het (voorlopig) gemeentelijk voorkeursrecht kan worden aangewend. het meestal onzekerzal zijn of de geplande ontwikkeling feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd. Deze onzekerheid hoeft echter niet in de weg te staan aan het gebruik van de bevoegdheid tot het vestigen van een (voorlopig) gemeentelijk voorkeursrecht, ge'et op het doel van de wet tot het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van grond benodigd voor het realiseren van toekomstige planologische ontwikkelingen Dit geldt te meer by t oepassing van artikel 5 van ce Wvg. omdat daaraan zoals vermeld inherent is d at van de toegedachte bestemming nog slechts een globaal beeld bestaat. De commissie kan de raad hierin volgen.

De commissie constateert aangaande de locatie IJsselvreugd dat: het huidige gebruik van de met het voorkeursrecht belaste percelen, blijkens de vigerende bestemmingsplannen 'Buitengebied 2012'. vastgesteld op 11 maart 2013 (alsmede een le herziening van voornoemd bestemmingsplan, vastgesteld op 26 oktober 2C-15) al s agrarisch bestemd is; de toegedachte bestemming van het vestigingsgebied, wonen met bijbehorende voorzieningen, niet-agrarisch is; in de structuurvisie 'Totaalvisie Montfoort 2030' voor de locatie 'IJsselvreugd' geen aanwijzingen voor de toegedachte bestemming wonen zijn opgenomen. De structuurvisie kan hier dan ook niet als vestigingsgrondslag dienen. Gezien het ontbreken van een structuurvisie of een bestemmingplan, waarin de toegedachte bestemming is opgenomen. wordt de grondslag voor het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht hier gevormd door artikel 5 van de Wvg. Derhalve is aan de wettelijke voorwaarden voor vestiging van een voorkeursrecht ingevolge artikel 5 van de Wvg voldaan. Conclusie Alles in overweging nemende is de commissie is van oordeel cat de raad - gelet op het voorgaande. de procesdossiers, inclusief verweerschriften, en hetgeen tijdens de hoorzitting verder naar voren is gebracht - in alle redelijkheid tot het vestigen van het voorkeursrecht heeft kunnen komen.

Derhalve adviseert de commissie de vier bezwaarschriften ontvankelijk en ongegrond te verklaren en de bestreden besluiten in stand te laten

4

Proceskosten De heer mr. J.T. Fuller heeft in de twee bezwaarschriften namens de heer J Th.M Oostveens Fruitbedrijf. J.Th.M. Oostveen BV. verzocht om een proceskostenvergoedrnq Nu de commissie tot het ooroeel komt dat de bezwaarschriften ongegrond zijn. bestaat er geen aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding ingevolge artikel 7:15 tweede lid van de Awb. Advies van de commissie Gelet op het bovenstaande adviseert de commissie de raad om' ^ LJ~. , Het bezwaarschrift van heer mevrouv _ mevrouw _ tontvankelijk en one Het bezwaarschrift van de heer ongegrond te verkla.'en

4. 5.

mevrouw rond te verklaren. ontvankelijk en

Het bezwaarschrift van J Th.M Oostveen Beheer BV en Oostveen Fruitbedrijf ontvankeliik en ongegrond te verklaren: Het raadsbesluit van 1 februari 2021 in stand te laten: De verzoeken om proceskostenvergoeding af te wijzen.

Aldus vastgesteld door de heer N A. de Groot. voorzitter. en de leden, mevrouw mr. A Kabaktepe de heer mr. P. van Doom, in tegenwoordigheid van mevrouw mr. I.H.E. van der Geld, secretaris. Montfoort. 6mei2021

De commissie van advies voor de bezwaarschriften de secretaris.

/! mevr. mr. I.H.E. van der Gel:

de heer N.A. de Groot

it

,ry

?

^

;-

V* J-

'T"'v

Com miss ie van ad vies voor de behandeling van b e z w a a r - e n b er o e p s c h r i f t e n

Verslag

Van de op 19 april 2021 gehouden digitale hoorzitting.

Betreft:

De drie bezwaarschriften (zaaknummers 912408, 918621 en 918622) van de en farnilie-flEiS^MBBi de heer ^vlffSr VS J.Th.M Oostveen Beheer BV^en^Oostvee^^mutbedhjf^betre^nde de raadsbesluiten ex artikel 5 van de Wvg van 1 februari 2021.

Aanwezig:

De commissie: De heer N.A de Groot, voorzitter; De heer mr. P C. van Doom, lid: Mevrouw mr. A. Kabaktepe, lid; Mevrouw mr. I.H E van der Geld, secretaris. Bezwaarmaker(s): De heer mr. J.T. Fuller namens de heen Fruitbedrijf, J.Th.M Oostveen BV (gemachtigde); De heer J Th.M. Oostveen (bezwaarmaker); Namens de raad De heer mr. De heer

Niet aanwezig: De heer

J.Th M. Oostveens

(Adviesbureau Overwater);

(bezwaarmaker)

De voorzitter opent de zitting, heet de aanwezigen welkom en legt de procedure uit. De voorzitter geeft het woord aan de heer Fuller. De heer Fuller verwijst ten eerste naar de (aanvullende) bezwaarschriften en geeft ook aan dat hij het verweerschrift namens de raad heeft gelezen. Hij merkt op dat het bij de bezwaren van de heer gaat om prive -en bedrijfsbelangen, het betreft prive- en bedrijfsgronden. Er dienen twee punten aan de orde te komen De heer werd verrast door het vestigen van het voorkeursrecht en ook zijn er weinig gesprekken geweest met zijn client aangaande de vestiging Verder merkt hij op dat de belangrijke vraag die aan de orde is, 'Kan de gemeente nu in dit geval het voorkeursrecht vestigen op deze percelen?". De gemeente heeft drie ontwikkelingslocaties aangewezen. De onderhavige percelen liggen op een van deze drielocaties. Er is geen sprake van een visie waaruit blijkt dat woningbouw op de percelen van zijn client een reele optie is. Verder merkt hij op dat niet uit de stukken noch uit gesprekken blijkt dat de plannen van de gemeente reeel zijn. De heerfMM^'rnerkt op dat hij vodr de vestiging van het voorkeursrecht slechts een gesprek met de heer gehad. Hij is zeven jaren tegengewerkt door de gemeente en werd daarna plotseling geconfronteerd met bet vestigen van een voorkeursrecht op zijn percelen.

De heer Fuller geeft aan dat z jn client met tegenwerkingen doelt op zijn bouwplannen op zijn percelen. De voorzitter merkt op dat de commissie zich zal uitspreken over, het vestigen van het voorkeursrecht, partijen zullen buiten de hoorzitting om met elkaar in gesprek kunnen gaan aangaande die bouwplannen.

I

C o m m i s s i e v an a d v i e s vo o r d e b eh a n d e l i n g v an b e z w a a r - e n b er o e p s c h r i f t e n

dat bezwaarmaker verrast was met het vestigeri van het voorkeursrecht merkt hij op dat een vestiging van een voorkeursrecht nooit van te voren aangekondigd wordt, in verband met doorkruising van het voorkeursrecht (onder andere mogelijke crondspeculaties). Verder merkt hij op dat na de vestiging er wel meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden. De gemeente heeft tot 2040 een woningbouwopgave van 900 woningen, er is immers grote behoefte aan woningen in de provincie. Het is dus reeel dat er op die locaties woningbouw zal plaatsvinden. Er heeft een uitgebreid stedenbouwkundig onderzoek plaatsgevonden. ook is er een berekening gemaakt aangaande de mogelijke uitbreidingslocaties. ondet meer de locatie IJsselvreugd'. Uiteraard dient er nog een nader onderzoek plaats te vinden of deze locaties daadwerkelijk tot woningbouwlocatie worden ontwikkeld. De systematiek van de Wvg brengt met zich mee dat op het moment waarop het (voorlopig) gemeentelijk voorkeursrecht kan worden aangewend.

het meestal onzeker zal zijn of de geplande ontwikkeling feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd Deze onzekerheid hoeft echter niet in de weg te staan aan het gebruik van de bevoegdheid tot het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht, gelet op het ooel van de wet tot het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van grond benodigd voo' het realiseren van toekomstige planologische ontwikkelingen. Er is geen structuurvisie, dus is artikel 5 van de Wvg hierbij de grondslag voor de vestiging. De gemeente gaat nu daarmee aan de slag. Binnen 3 jaar moet een structuurvisie gereed zijn, vervolgens komt er een omgevingsplan op grond waarvan het voorkeursrecht gecontinueerd kan worden. Concluderend stelt hij dat het wel reeel is dat woningbouw op die locatie zal plaatsvinden. De heer MttI® geeft aan dat hij als projectleider de taak heeft het realiseren van een groot aantal woningen voor 2030. Ten aanzien van de contacten die de gemeente heeft gehad aangaande het vestigen van het voorkeursrecht merkt hij op dat er diverse raadsinformatieavonden hebben plaatsgevonden, ook hebben diverse gesprekken met de heer-GHHM plaatsgevonden Daarnaast hebben alle eigenaren een brief van de gemeente gekregen, waarin zijn contactgegevens opgenomen zijn. zodatzij met vragen contact met hem konden opnemen.

De heer Fuller merkt op dat de kern van het bezwaar zich met name richt op de planologie en realiseerbare waarde daarvan. Hij vraagt zich af in hoeverre het reeel is dat de percelen van zijn client nodig zijn. Zijn client zal hierdoor 3 tot 6 jaar in onzekemeid leven, waardoor zijn bedrijf stilstaat en niet verder gaat ontwikkelen. Verder merkt hij op dat de vertegenwoordiger van de raad het heeft gehad over een stedenbouwkundigplan en een rekensom, maar volgens hem is er meer nodig voor de toepassing van artikel 5 van de Wvg. De heer merkt op dat de raad de systematiek van de wet en jurisprudence heeft gevolgd. Op basis van artikel 5 van de Wvg valt te concluderen dat er aan de betrokken gronden een niet-agrarische bestemming zijn toegedacht en waarbij het gebruik afwijkt van die bestemming. Tevens dienen deze gronden (nog) niet te zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan. of structuurvisie. In casu wordt in de onderhavige vestiging voldaar aan het vestigingscriterium, aan de voorwaarden van artikel 5 van de Wvg. De voorzitter merkt op dat de woning van de heer ••••• buiten de Wvg gehouden is, De heer Fuller merkt op dat het misschien gunstiger zou zijn geweest indien de woning wel onder de vestiging van het voorkeursrecht was gevallen. De heer MHHMmerkt op dat er een belangenafweging heeft plaatsgevonden waardoor de woning niet onder de vestiging gevallen is.

i

£*• '

gy,

t£V'-£%

C o m m i s s i e v an a d v i e s v o o r d e b e h a n d e l i n g v an b e z w a a r - e n b e ro e p s c h r i f t e n

merkt op dat er n a de vestiging van het voorkeursrecht veel gesprekken hebben plaatsgevonden, zonder dat deze schrifteiijk vastgelegd zijn. De heer

merkt op dat het zeer reeel is dat de gemeente daar zal gaan bebouwen.

De heer Fuller vraagt aan de heer nBHiof hij daarmee duidt op de locatie IJsselvreugd of op H alle drie locaties. De heer4H^BBgeeft aan dat het om alle drie locaties gaat. De heer Fuller vraagt waar dat uit blijkt. De heer

antwoordt dat het blijkt uit de woningopgave en het raadsbesluit.

De heer MamMbenadrukt nogrnaals dat hetgeen besproken is tijdens de diverse telefoongesprekken niet op schrift gesteld is. De heer

kmerkt op dat er wel een schrifteiijk raadbesluit ligt.

Niet^ieer aan de orde zijnde aangaande de twee bezwaarschriften van de heer «^M^Oostveen Fruitbedrijf. en J.Th.M. Oostveen Beheer BV dankt de voorzitterde heren Fu! er en Oostveen voor hun komst en sluit de zitting. De commissie had nog enkele vragen aan de veitegenwoordigers van raad aangaande het bezwaarschrift van de familie I m h i De voorzitter vraagt aan de secretaris of de heer heeft afgemeld. De secretary leqt uit dat zij op 19 april 2021 nog telefonisch contact gehad heeft met mevrouwMaBBM. Deze had aancegeven dat haar man nog niet zeker wist of hij aanwezig zou zijn tijdens de digitate hoorzitting. Daarop had de secretaris aangegeven dat de commissie, onder meer. op grond van de stukken een advies zal uitbrengen aan de raad. De voorzitter geeft het woord aan de heer! hee,"^^^BBM®-rnerkt °P dat de kern van het bezwaar van de familie de transactie van het perceel tussen vader en dochters betreft. Er is daarvoor geen sprake van een belemmering, want in artikel 10 tweede lid. sub a. v an de Wet voorkeursrecht gemeenten is er een vrysteiling van de aanbiedingsp icht opgenomen voor een overeenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn tot in de tweede graad. Daarom is een verkoop en bijbehorende levering van de met voorkeursrecht belaste grond aan de dochters van de eiqenaar in beginselI mogelijk.

Na raadpleging van de openbare registers van het Kadaster is gebleken dat de transactie inmiddels plaatsgevonden heeft.

De voorzitter vraagt aan de heer' leggen.

t o m de grondslag van deze vestiging uit te

De heer MM^tlegt uit dat voor het vestigen van een voorkeursrecht door de raad er drie grondslagen zijn. namelijk artikel 3. 4 en 5 va n de Wvg. Voor deze locatie is artikel 4 van de Wvq de grondslag. omdat er een srructuurvisie is. Dt voorzitter vraagt of het al duidelijk is wanneer het omgevingsplan vastgesteld gaat worden. De heer stellen.

eeft aan dat de raad drie jaar de tijd heeft om het omgevingsplan vast te

.

C o m m i s s i e v an a d v i e s v oo r de b e h a n d e l i n g v a n b e z w a a r - e n b er o e p s c h r i f t e n

Niets meer aan de orde zijnde dankt de voorzitter de aanwezigen voor hun komst en sluit de zitting. Montfoort, 6 mei 2021 De commissie van advies voor de behandeling van bezwaar- en beroepschriften, de secretaris,

de voorzitter,

AJT

/ i mevrouw mr I H E. van der Geld

1

de heer N A. de Groot

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=5112226e-46ba-4bc9-8ffe-a132b47c887d