CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Verordening met wijzigingen van de verordening sociaal domein gemeente Montfoort 2026

Raadsvergadering 9 februari 2026, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijzigen verordening Sociaal Domein20.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.4 Overgang van 18- naar 18+ 1.

2.

3. 4.

De gemeente zorgt ervoor dat jeugdigen met jeugdhulp ondersteund blijven worden als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat het jeugdteam samen met de jeugdige zorgt voor een toekomstplan voor de jeugdige op alle belangrijke onderwerpen. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a. scholing, werk of participatie b. wonen c. inkomen d. zorg en ondersteuning e. vrije tijd f. het netwerk van de jongeren Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt. Deze verlenging is dan een onderdeel van het plan. Als sprake is van pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot de dag dat de j eugdige 21 jaar wordt, tenzij de jongere 18 jaar of ouder is en heeft aangegeven op eigen benen te willen staan. De jeugd hulp kan eventueel worden verlengd totdat de jongere 23 jaar wordt.

22

4.5 Afstemming met andere vormen van hulp De gemeente zorgt ervoor dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die aan de j eugdige of zijn ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maakt de gemeente afspraken met hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over: • procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp; • communicatie met andere organisaties en de gemeente; • afbakening van taken en verantwoordelijkheden; • aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en andere hulp. De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm.

23

5 Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking en/of met langdurige psycho-sociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (z elfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente aan deze inwoners kan geven. [Wmo]

5.1 Uitgangspunten 1. 2. 3.

De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. Inwoners kunnen hulp krijgen, als ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.3.2. De hulp moet een passende en langdurige bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen.

5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 1. 2.

3.

4.

5.

Geschikte woning

De inwoner kan hulp krijgen als het normale gebruik van zijn woning door een beperking niet mogelijk is. De hulp (woonvoorziening) houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Als de woning bouwkundig aangepast moet worden en daar hoge kosten mee gemoeid zijn, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning, als deze beschikbaar is. De inwoner kan dan een geldbedrag krijgen voor de verhuizing naar de nieuwe woning en de inrichting ervan. Er vindt geen bouwkundige aanpassing plaats aan kamers in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerwoonwagen, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waardoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen. De gemeente verstrekt niet altijd hulp in de vorm van een woonvoorziening. De gemeente geeft geen hulp in de volgende situaties: a. De belemmering die de inwoner in zijn woning ervaart, is het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b.

De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een complex voor ouderen, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners, trapliften, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte . c. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. d. De inwoner is, zonder dringende reden, verhuisd vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. e. De inwoner heeft een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg maar weigert deze te verzilveren. f. De inwoner is verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de belemmering van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft gegeven. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt, als: a. de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om c.

de woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen van de inwoner

24

5.2.2

Een schone en leefbare woning

1.

De inwoner kan hulp krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. 2. De hulp houdt in dat de inwoner hulp bij het huishouden aangeboden krijgt. 3. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. 3.4. Bij bepaling van het aantal in te zetten minuten voor huishoudelijke hulp wordt gebruik gemaakt van het meest recente normenkder van het HHM.

5.2.3 1.

2.

5.2.4 1.

2.

Beschermd wonen

De inwoner kan hulp krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner moet deze woonvorm nodig hebben door psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. Voor inwoners die hulp in de vorm van de beschermd wonen nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Utrecht, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Utrecht op 20 december 20187 december 2023..

Maatschappelijke opvang

De inwoner kan hulp krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en de opvang nodig heeft omdat de inwoner zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving door psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. Voor inwoners die hulp in de vorm van de maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Utrecht, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Utrecht op 20 december 2018 7 december 2023.

5.3 Mantelzorg 5.3.1 1. 2. 3.

5.3.2 1.

2. 3.

Mantelzorgwaardering

De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking. Daarom geeft de gemeente hen jaarlijks een mantelzorgwaardering. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen. De mantelzorgwaardering bestaat uit een uitnodiging voor een feestelijke bijeenkomst en een waardebon. De gemeente stemt de invulling en uitvoering van de mantelzorgwaardering af met het steunpunt mantelzorg.

5.3.3 1.

Ondersteuning mantelzorger

De gemeente ondersteunt mantelzorgers zodat zij in staat zijn en blijven om hun maatschappelijke rol te vervullen. Inwoners die mantelzorg ontvangen, kunnen hulp krijgen als de mantelzorger niet meer in staat is om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat de mantelzorger overbelast raakt. De hulp houdt in dat de mantelzorg voor een passende periode wordt overgenomen door een professionele hulpverlener, of dat een pgb wordt verstrekt dat kan worden ingezet om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten.

Voorwaarden mantelzorgwaardering

Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door degene die mantelzorg ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:

25

a.

2.

De mantelzorg wordt intensief over een langere periode verleend. Dit houdt in dat er gemiddeld 8 uur per week en minimaal 3 maanden aaneengesloten mantelzorg wordt verleend. b. De mantelzorger staat geregistreerd bij het steunpunt mantelzorg. c. De mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde hulp aan de inwoner geeft. d. De ondersteuning door de mantelzorger heeft geen verplichtend karakter. De inwoner kan voor meerdere personen een mantelzorgwaardering aanvragen.

26

6 Inkomen en schulden Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen is er een financieel vangnet: een maandelijkse uitkering. Daarnaast kunnen alle inwoners met een laag inkomen bij Ferm Werk terecht voor een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem.

6.1 Minimabeleid [PW, Gemeentewet] In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om financiële problemen en problematische schulden bij inwoners te voorkomen en tegen te gaan.

6.1.1 1. 2.

3.

4.

5. 6. 7.

Wat wil de gemeente?

De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. Inwoners die moeite hebben om rond te komen of problematische schulden hebben krijgen hulp bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van financiële problemen en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn gericht op het bestrijden van financiële problemen en het voorkomen en tegengaan van schulden. De gemeente legt in een beleidsplan vast hoe het minimabeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. De gemeente geeft daarbij aan hoe inwoners worden ondersteund als dat noodzakelijk is om te kunnen blijven meedoen. De gemeente richt het minimabeleid zo in, dat inwoners met een inkomen net boven de bijstandsnorm voldoende ondersteund worden en dat een armoedeval zo veel mogelijk wordt voorkomen. De gemeente betrekt bij het maken van het minimabeleid naast inkomen ook onder andere onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.

De gemeente wil dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode niet opnieuw aangevraagd hoeven te worden of op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.

6.2 Bijzondere bijstand [PW] Bijzondere bijstand is een belangrijk hulpmiddel voor de gemeente om inwoners financieel te helpen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee Ferm Werk rekening houdt bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet.

6.2.1 1.

2.

Vangnet

Ferm Werk biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer: a. extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en b. voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt Ferm Werk de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke minimabeleid die hierboven zijn beschreven.

27

3.

Het risico op schulden wordt meegenomen in het bepalen van de vorm waarin de bijzondere bijstand wordt verstrekt.

6.3 Studietoeslag [PW] Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. In deze paragraaf staat voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld, welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald.

6.3.1 1.

2.

Doelgroep

De studietoeslag is bedoeld voor de student die: a. minimaal 15 jaar oud is; a.b. een MBO- HBO- of WO-opleiding volgt; c. een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO op grond van de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS) krijgt of kan krijgen; b.d. geen Wajong-uitkering ontvangt; c.e. wel kan werken, maar; d.f. door een medische beperking naast de studie langdurig niets kan bijverdienen. De student moet 18 jaar of ouder zijn en mag geen goede financiële buffer hebben.

6.3.2

Vaststellen beperking

Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt Ferm Werk of de beperking van de student zo groot is dat hij blijvend niets kan bijverdienen. Ferm Werk doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregeneen geneeskundig advies via een onafhankelijke deskundige. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt Ferm Werk aan een deskundige om een advies te geven.

6.4 Inkomenstoeslag [PW] De inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen. Het is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.

6.4.1

Doelgroep

1. De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner die: a. 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd is; en b. in een ononderbroken periode van 36 maanden een gemiddeld inkomen heeft gehad dat lager is dan 110% van de bijstandsnorm; en c. geen goede financiële buffer heeft. 2. De kostendelersnorm wordt niet toegepast.

6.5 Groene Hart Pas (GHP) [Gemeentewet] De Groene Hart Pas is in januari 2025 ingevoerd als uitvoeringsinstrument voor de declaratieregeling. Inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum kunnen met de Groene Hart Pas meedoen in de samenleving. Gemeente Montfoort werkt binnen de GHP samen met de gemeenten Woerden, Oudewater, Bodegraven-Reeuwijk en de Ronde Venen.

28

heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt

heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt

Op de pas staat een bestedingstegoed dat inwoners kunnen besteden aan activiteiten ter bevordering van maatschappelijke participatie. Doelstelling van de Groene Hart Pas is de maatschappelijke participatie van inwoners met een laag inkomen te vergroten en sociale uitsluiting te voorkomen .

6.5.1

heeft opmaak toegepast: Lettertype: 9 pt

Doelgroep

De inwoner die geen goede financiële buffer heeft en een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm komt in aanmerking voor de Groene Hart Pas.

6.5.2

Maatschappelijke activiteiten

Inwoners mogen zelf bepalen waar ze het bestedingstegoed op de Groene Hart Pas aan besteden. Zij hebben hierin de vrije keuze uit een bestedingsaanbod. Dit bestedingsaanbod bestaat uit een uitgebreid aanbod van sportactiviteiten, culturele activiteiten, maatschappelijke activiteiten, winkels (bijv. boekenwinkels, sportwinkels, etc.) en attracties. Alles wat binnen het bestedingsaanbod valt heeft als doel de maatschappelijke participatie te bevorderen. Dit bestedingsaanbod wordt voortdurend uitgebreid, waardoor het aanbod goed aansluit bij de wensen van de doelgroep. Kanttekening: De bijdrage wordt niet verstrekt voor sportactiviteiten en culturele activiteiten van kinderen in de leeftijd tot 18 jaar waarvoor een bijdrage uit een andere voorliggende voorziening – zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur – wordt verstrekt.

heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt Met opmaak: Standaard, Geen opsommingstekens of nummering heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt

6.56.6 Jeugdfonds Ssport &en Ccultuur

heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt

[PW, Gemeentewet] Kinderen vormen een belangrijke groep waar de gemeente verantwoordelijk voor is. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Hiervoor is er – naast de Groene Hart Pas – het Jjeugdfonds Ssport &en Ccultuur. Daarnaast is er de declaratieregeling voor gezinnen. Deze regeling draagt bij aan het kunnen meedoen in de samenleving. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor de regelingen gelden.

heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt

6.5.16.6.1

Doelgroep

Het Jjeugdfonds sSport &en Ccultuur is bedoeld voor sportactiviteiten en culturele activiteiten van kinderen in de leeftijd tot 18 jaar. Het inkomen van de ouders van de kinderen moet lager zijn dan 120% van de bijstandsnorm.

6.5.26.6.2 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Inhoud Jjeugdfonds Ssport &en Ccultuur

Het jJeugdfonds Ssport &en cCultuur vergoedt de contributie van een sport- of cultuuractiviteit. De inwoner kan zich aanmelden voor het jeugdfonds via een digitaal aanmeldingsformulier op www.allekinderendoenmee.nl. De inwoner kan voor meerdere kinderen uit een gezin een aanmelding doen. Per kind kan een aanmelding voor of een sportactiviteit of een cultuuractiviteit worden gedaan. Het jeugdfonds keert nooit geld uit aan een inwoner. De contributie voor een lidmaatschap van een sportvereniging of een cultuurinstelling wordt rechtstreeks aan hen overgemaakt. Alleen de contributie voor sportdeelname bij sportverenigingen die zijn aangesloten bij door NOC*NSF erkende sportbonden wordt vergoed. Voor cultuur wordt alleen de contributie vergoed voor cultuurinstellingen of ZZP-kunstdocenten die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

29

heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt Met opmaak: Inspringing: Links: 0 cm

6.6 DeclaratieregelingGroene Hart Pas [Gemeentewet] Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan bijvoorbeeld culturele en andere maatschappelijke activiteiten. Ook abonnementen op kranten, tijdschriften of internet kunnen worden vergoed maar ook schoolbijdragen.

6.6.1 Doelgroep De inwoner die geen goede financiële buffer heeft en een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm kan via Ferm Werk een bijdrage krijgen voor de kosten van maatschappelijke activiteiten.

6.6.2 1.

2.

Maatschappelijke activiteiten De bijdrage is bedoeld voor sportieve, culturele en andere maatschappelijke activiteiten. Het kan gaan om: • een eenmalige of regelmatige activiteit; • het lidmaatschap van een organisatie of sportclub; • het abonnement op een krant of tijdschrift of een internetabonnement; • de ouderbijdrage voor kinderen op de basisschool en het voortgezet onderwijs. De bijdrage wordt niet verstrekt voor sportactiviteiten en culturele activiteiten van kinderen in de leeftijd tot 18 jaar waarvoor een bijdrage uit het jeugdfonds sport en cultuur wordt verstrekt.

6.7 Zorgkosten [Wmo, PW] Voor inwoners met een laag inkomen heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a. b.

Een collectieve zorgverzekering; Een bijdrage voor chronisch zieken en gehandicapten.

6.7.1 1.

2. 3.

[PW] Ferm Werk biedt samen met zorgverzekeraars VGZ en Zorg en Zekerheid een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering bevat: a. een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen; en b. een extra vergoeding van bepaalde zorgkosten. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. De inwoner met een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm krijgt een bijdrage in de zorgpremie van de aanvullende zorgverzekering.

6.7.2 1.

2.

Collectieve zorgverzekering

Bijdrage voor mensen met een chronische ziekte of beperking

[Wmo] Een inwoner die een chronische ziekte of een beperking heeft, kan van de gemeente een bijdrage krijgen. Deze bijdrage uit de Wmo is een tegemoetkoming in de kosten van de wettelijk verplichte eigen bijdrage Zvw. De bijdrage is bedoeld voor een inwoner die: a. geen goede financiële buffer heeft; b. moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 140% van de bijstandsnorm; c. een chronische ziekte of beperking heeft; en d. volledig de wettelijk verplichte eigen bijdrage Zvw moet betalen.

30

Met opmaak: Standaard, Geen afstand toevoegen tussen alinea's met dezelfde stijl, Regelafstand: Minimaal 13 pt, Geen opsommingstekens of nummering

3.

Een aanvraag voor een bijdrage kan ieder jaar voor 1 april worden ingediend voor de in het jaar daarvoor in rekening gebrachte verplichte eigen bijdrage Zvw. De gemeente bekijkt elk jaar de hoogte van de bijdrage. Een eventuele aanpassing van de bijdrage gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.

6.8 Schulddienstverlening [Wgs] De gemeente heeft de taak om inwoners met schulden te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente als inwoners om hulp vragen.

6.8.1 1. 2. 3.

6.8.2 1. 2.

3.

4.

Samenwerking en toegang

De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners hoge schulden krijgen (preventie). Hierbij worden indien nodig gegevens uitgewisseld. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige en laagdrempelige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. De gemeente informeert inwoners over de hulp die kan worden geboden en zorgt ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is.

Vroegsignalering

De vroegsignalering wordt uitgevoerd ter voorkoming van problematische schulden bij inwoners De gemeente werkt samen met andere organisaties binnen de vroegsignalering. Via een systeem signaleren vaste lasten partners wanneer inwoners betalingsachterstanden hebben voor hun vaste lasten, zoals huur, energie, water en/of zorgverzekering. Bij binnenkomende signalen van betalingsachterstanden wordt er door Schulddienstverleningsinstantie op verschillende manieren geprobeerd om in contact te komen met de betreffende inwoner . Hierbij kan gedacht worden aan telefonisch contact, contact via whatsapp, huisbezoek(en), mailcontact, het uitdelen van flyers en/of het verzenden van brieven. De wijze van contact wordt afgestemd op de specifieke situatie van de inwoner. Indien noodzakelijk kunnen er (vervolg)acties worden ingezet. Middels maatwerk wordt besloten of en wat voor soort (vervolg)acties worden ingezet.

6.8.26.8.3 1. 2.

3. 4. 5.

Aanbod schulddienstverlening

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner de hulp bij het oplossen van schulden zo snel mogelijk krijgt. De vorm van schulddienstverlening is van meerdere factoren afhankelijk en wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de inwoner. De hulp kan daarom per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn: c. aard, zwaarte en omvang van de schulden; d. psychosociale situatie; e. houding en gedrag van de inwoner; f. eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening; g. inkomsten, uitgaven en woonsituatie. Verschillende organisaties kunnen worden ingeschakeld om de hulp die nodig is te leveren. De gemeente ziet erop toe dat deze organisaties zorgen voor samenhang in het aanbod van de hulp. Het aanbod van hulp leidt voor de inwoner tot een langdurig effect door schuldregeling en psychosociale hulpverlening op elkaar af te stemmen. Daarbij wordt gewerkt aan gedragsverandering en bewustwording. De gemeente kan voorwaarden stellen bij het doen van een aanbod schulddienstverlening aan de inwoner. Voorwaarden die in ieder geval gesteld kunnen worden zijn: a. het aanvaarden van aanvullende hulpverlening, als die nodig is om een langdurig effect te bereiken;

31

heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman, 12 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt Met opmaak: Inspringing: Links: 0 cm, Verkeerd-om: 0,75 cm, Regelafstand: Minimaal 13 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman, 12 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman, 12 pt Met opmaak: Lijstalinea, Inspringing: Links: 0 cm, Verkeerd-om: 0,75 cm, Regelafstand: Minimaal 13 pt, Meerdere niveaus + Niveau: 4 + Nummeringstijl: 1, 2, 3, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 0 cm + Inspringen op: 1,27 cm

b. 6.

als de inwoner geen betaalrekening op zijn eigen naam en zonder debetstand bij een bank heeft, kan de inwoner de verplichting krijgen om een bankrekening te openen. Tijdens het traject heeft de gemeente regelmatig contact met de inwoner om samen met hem te kijken hoe de voortgang is.

6.8.36.8.4 1. 2.

3.

Verplichtingen

De inwoner informeert de gemeente over alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de schulddienstverlening De inwoner is verplicht om alle medewerking te geven die nodig is voor het onderzoek van zijn (financiële) situatie en tijdens de looptijd van de schulddienstverlening. De medewerking bestaat in ieder geval uit: a. het nakomen van afspraken; b. geen nieuwe schulden maken. Als de inwoner niet of onvoldoende de verplichtingen nakomt, kan de gemeente besluiten de schulddienstverlening niet te verlenen of stop te zetten.

6.8.46.8.5

Beëindiging schulddienstverlening

De schulddienstverlening kan worden beëindigd als: a. de inwoner niet of in onvoldoende mate de verplichtingen nakomt; b. de inwoner zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden; c. de inwoner onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inwoner op basis van de juiste gegevens niet in aanmerking komt voor schulddienstverlening; d. de inwoner zich misdraagt tegenover medewerkers, die werkzaamheden uitvoeren als onderdeel van de schulddienstverlening; e. de inwoner in staat is om zijn schulden weer zelf te regelen.

6.8.56.8.6 1. 2.

6.8.66.8.7 1. 2.

Besluit

De gemeente informeert de inwoner, die hulp kan krijgen bij het oplossen van zijn schulden, over de manier waarop de hulp wordt gegeven. De gemeente informeert de inwoner, die geen hulp kan krijgen, waarom er geen hulp wordt gegeven.

Nazorg

Om te voorkomen dat de inwoner na afloop van de hulp terugvalt naar een situatie met schulden, krijgt de inwoner nazorg. Deze nazorg wordt ook geboden bij een WSNP-traject. De inhoud van de nazorg past bij de situatie van de inwoner en duurt minimaal 1 jaar.

32

7

De vorm van de hulp

De hulp die de inwoner krijgt is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet en stemt de vorm ervan af op het doel van de hulp. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (bijvoorbeeld een inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget (pgb). In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de inwoner de hulp krijgt en wanneer de inwoner een financiële bijdrage moet betalen voor Wmo-hulp.

7.1 Hulp in natura 1.

2.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt. De gemeente ziet erop toe dat de aanbieder van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft en de inwoner informeert over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product. .

7.2 Hulp in geld 1.

2. 3.

4.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] De inwoner die hulp krijgt, ontvangt de hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner, moet het geld wel worden terugbetaald. De betaling aan de inwoner volgt zo snel mogelijk nadat een besluit is genomen over de betaling. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, behalve als het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan het geld op een andere manier, in een andere vorm of aan een andere persoon worden betaald. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een aanbieder of een betaling in contant geld, als de inwoner geen bankrekening heeft. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van één van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.

7.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]

7.3.1 1.

2.

3.

Voorwaarden

In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen. Dit kan alleen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die hieronder staan. De gemeente kent een pgb pas toe als uit overleg met de inwoner blijkt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn eigen belangen voldoende te behartigen. Een voorwaarde is dat de inwoner de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. het voeren van een pgb-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en d. kosten voor een eenmalige uitkering aan de hulpverlener(s).

33

4.

De gemeente kan een pgb weigeren in de volgende situaties: a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. b. Het gaat om kosten voor vervoer, maar de inwoner kan gebruikmaken van het collectief taxivervoer. c. Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. d. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. e. De inwoner heeft eerder misbruik gemaakt van of fraude gepleegd met een pgb.

7.3.2 1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

7.3.3 1.

2.

Hoogte tarief en pgb

De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb -plan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen. De gemeente baseert de maximale hoogte van het pgb op de kostprijs, waarvoor de gemeente de dienst of het product heeft ingekocht. Met deze kostprijs kan de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp inkopen. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat product. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het laagste inkoopbedrag dat de gemeente zou betalen voor de hulp die nodig is (hulp in natura-tarief). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. Wil de inwoner luxere hulp inkopen dan nodig, vergoedt de gemeente niet meer dan het bedrag voor de goedkoopst passende beschikbare hulp in natura. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten.

Als hulp wordt gegeven door iemand uit het sociale netwerk of door een niet -professionele hulpverlener, dan is het pgb minimaal het wettelijk minimumuurloon, inclusief vakantietoeslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek en maximaal het op basis van de Wlz geldende pgb tarief voor informele hulp. De gemeente betrekt bij de hoogte van het pgb de persoonlijke situatie van de inwoner en de werkervaring en deskundigheid van de hulpverlener. Als hulp wordt gegeven door een professionele hulpverlener, die in dienst is van een aanbieder, die geen contract heeft met de gemeente, dan is het pgb maximaal het laagste inkoopbedrag dat de gemeente zou betalen aan een gecontracteerde aanbieder (hulp-in-natura tarief). Als hulp wordt gegeven door een professionele hulpverlener, die geen personeel in dienst heeft, dan is het pgb maximaal 83% van het laatste inkoopbedrag dat de gemeente zou betalen aan een gecontracteerde aanbieder (hulp-in-natura).

Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk

De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden: a. Deze persoon hanteert een tarief dat minimaal gelijk is aan het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder inclusief vakantietoeslag en bij een 36-urige werkweek. b. Deze persoon heeft met goede argumenten aangegeven dat hij door het geven van de hulp niet overbelast raakt. Ook is deze persoon in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken. c. In het pgb-plan staat gemotiveerd waarin de ondersteuning door het sociaal netwerk de gebruikelijke hulp overstijgt en hoe de ondersteuning bijdraagt aan het bereiken van het gewenste effect. Hulp door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien.

34

7.3.4 1. 2.

Verantwoording pgb

De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. Als een inwoner hulp in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.

7.3.5

Opschorten pgb

De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als er een vermoeden is dat: a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die hoorden bij het ontvangen van het pgb; of c. de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt; d. de inwoner langer dan twee maanden verblijft in een ziekenhuis of zorginstelling.

7.4.

Financiële tegemoetkoming

7.4.1. Voorwaarden 1.

2.

3.

4.

In plaats van hulp in natura kan de inwoner een financiële tegemoetkoming krijgen. Dit kan alleen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die hieronder staan. De gemeente kent een financiële tegemoetkoming pas toe als uit overleg met de inwoner blijkt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn eigen belangen voldoende te behartigen. Een voorwaarde is dat de inwoner de taken die bij een financiële tegemoetkoming horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren. De financiële tegemoetkoming is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. De financiële tegemoetkoming kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor een eenmalige uitkering aan de hulpverlener(s). De gemeente kan een financiële tegemoetkoming weigeren in de volgende situaties: a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. b. Het gaat om kosten voor vervoer, maar de inwoner kan gebruikmaken van het collectief taxivervoer. c. Uit het door de inwoner ingediende persoonlijke plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. d.

De inwoner kan de financiële tegemoetkoming niet zelf beheren en de beoogde beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. e. De inwoner heeft eerder misbruik gemaakt van of fraude gepleegd met een financiële tegemoetkoming.

7.4.2. Hoogte financiële tegemoetkoming 1.

2.

De inwoner maakt een plan voor de besteding van de financiële tegemoetkoming. Hierin staat welke hulp de inwoner met de financiële tegemoetkoming wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren. De gemeente baseert de maximale hoogte van de financiële tegemoetkoming op de kostprijs, waarvoor de gemeente de dienst of het product heeft ingekocht. Met deze kostprijs kan de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp inkopen.

35

3.

4.

De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat product. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het laagste inkoopbedrag dat de gemeente zou betalen voor de hulp die nodig is (hulp in natura-tarief). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. Wil de inwoner luxere hulp inkopen dan nodig, vergoedt de gemeente niet meer dan het bedrag voor de goedkoopst passende beschikbare hulp in natura. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van de financiële tegemoetkoming rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds - en verzekeringskosten.

7.4 Bijdrage in de kosten 1.

2.

3. 4. 5.

6.

[Wmo] De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten van Wmo-hulp voor de volgende algemene voorzieningen: a. Maaltijdvoorziening. De bijdrage is gelijk aan de prijs, die de leverancier van de maaltijdvoorziening aanhoudt. b. Collectief vervoer via de regiotaxi. De bijdrage bestaat uit een opstaptarief en een tarief per zone. Dit tarief is gelijk aan het openbaar vervoer tarief. c. Sociale alarmering. De bijdrage bestaat uit aansluitkosten en abonnementskosten. De bijdrage is gelijk aan het tarief, dat de leverancier hiervoor aanhoudt. d. SWOM-auto. De bijdrage bestaat uit maandelijkse abonnementskosten en de ritbijdrage. Voor ritten binnen Montfoort of ritten naar het ziekenhuis geldt een vast tarief en voor ritten buiten Montfoort een tarief per kilometer. Deze algemene voorzieningen vallen niet onder het abonnementstarief omdat er geen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. De SWOM zorgt voor de inning van de bijdrage voor de algemene voorzieningen met uitzondering van de bijdrage voor het collectief vervoer via de regiotaxi. De taxivervoerder zorgt voor het innen van de bijdrage voor de regiotaxi. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten, het abonnementstarief, voor Wmo-hulp, zolang de inwoner gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt.

Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner het abonnementstarief totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt het abonnementstarief per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De kostprijs van hulp in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. De kostprijs van een pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen a. de onderhoudsplichtige ouders, en b. degene, die anders dan als ouder, samen met de ouder het gezag uitoefent over de minderjarige inwoner, het abonnementstarief. De gemeente vraagt geen bijdrage voor een rolstoel.

36

Met opmaak: Meerdere niveaus + Niveau: 2 + Nummeringstijl: a, b, c, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 0,63 cm + Inspringen op: 1,27 cm

Met opmaak: Inspringing: Verkeerd-om: 0,63 cm, Meerdere niveaus + Niveau: 2 + Nummeringstijl: a, b, c, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 0,63 cm + Inspringen op: 1,27 cm

8 Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.

8.1 Hoe gaan we met elkaar om? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]

8.1.1 1.

2.

De rol van de gemeente/jeugdteam/sociaal team/Ferm Werk

Afhankelijk van de soort hulpvraag zoekt of de gemeente of het jeugdteam of het sociaal team of Ferm Werk samen met de inwoner naar een oplossing voor de hulpvraag. Daarbij wordt op een respectvolle manier met elkaar omgegaan. Gezorgd wordt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem heeft. b. De inwoner heeft, om zijn hulpvraag te bespreken, altijd recht op een gesprek met een medewerker. Dat gesprek kan in het Huis van Montfoort, bij Ferm Werk, thuis bij de inwoner of op een andere plaats zijn. c. De gemeente helpt de inwoner om zijn hulpvraag bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp een taak is voor die organisatie. d. Er zijn eenvoudige meldingsformulieren en aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en die wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die meldingsformulieren en aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn. e. De inwoner krijgt op een passende manier informatie over procedures die worden gevolgd en deze procedures zijn zo eenvoudig mogelijk. f. De gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team respecteren de privacy van de inwoner. g. De gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal vragen alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. h.

De gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team informeren de inwoner over beschikbare deskundige hulp en over kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning. Bij ontoelaatbaar gedrag van de inwoner zorgt de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team voor het volgende: a. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: • zijn rechten en plichten • wat er van hem wordt verwacht • welk gedrag ontoelaatbaar is • wat de reactie van de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team is op gedrag dat ontoelaatbaar is • waarom de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team tegen het gedrag optreedt b. De gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team geven de inwoner de kans om zijn mening te geven voordat zij beslissen om op het gedrag van de inwoner te reageren door een maatregel te nemen. c. De reactie van de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team op ontoelaatbaar gedrag past bij: • de ernst van het gedrag • de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden • de persoonlijke situatie van de inwoner d. De gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team sturen de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat zij gaan doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen.

Ze maken de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente , Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team eventueel de hulp zal voortzetten (als die is stopgezet).

37

8.1.2 1.

2.

De rol van de inwoner

De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn hulpvraag op te lossen. b. Als de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team hulp verlenen werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn hulpvraag. c. De inwoner werkt eraan mee dat de hulp van de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team niet langer duurt dan nodig is. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn hulpvraag zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team geven duidelijk aan hoeveel tijd de inwoner heeft om alle informatie aan te leveren. c.

De inwoner brengt de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente , Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team.

8.2 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen 8.2.1

Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1. 2.

3.

4.

Ferm Werk verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt Ferm Werk rekening met: a. de ernst van het gedrag b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden c. de persoonlijke situatie van de inwoner Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft Ferm Werk de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manieren doen: • telefonisch • schriftelijk • via e-mail De inwoner kan ervoor kiezen dat hij niet wil worden gehoord. Ook Ferm Werk kan afzien van het horen van de inwoner maar dan alleen als daar bijzondere redenen voor zijn.

8.2.2

Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ, Awb]

Ferm Werk verlaagt de uitkering van een inwoner die zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren.

38

8.3 Terugvorderen uitkering 8.3.1

Terugvordering en incasso [PW, IOAW, IOAZ]

1.

2.

Ferm Werk vordert uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. Ferm Werk vordert niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner. Bij de incasso zorgt Ferm Werk ervoor dat de inwoner een inkomen blijft houden dat past bij hun persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.

8.4 Beëindigen en terugvorderen 8.4.1

Beëindiging hulp [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet]

1.

2.

De gemeente of Ferm Werk kan hulp beëindigen als: a. de hulp niet langer passend of nodig is b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de hulp zijn verbonden c. de hulp is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner d. de gemeente of Ferm Werk niet langer kan vaststellen of een hulp kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de hulp e. de hulp voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld f. de inwoner niet binnen 6 maanden gebruik heeft gemaakt van de hulp, tenzij hem dat niet te verwijten is De hulp kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).

8.4.2

Terugvorderen [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet]

De waarde van de hulp kan van de inwoner worden teruggevorderd vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de punten die genoemd worden in artikel 8.4.1. Wmo-hulp kan alleen worden teruggevorderd als die hulp is beëindigd omdat de inwoner met opzet onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt.

8.5 Hoe is de controle op het nakomen van afspraken? 8.5.1 1. 2.

Controle

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente kan, als daar aanleiding voor is, controleren of de inwoner nog recht heeft op hulp. Ferm Werk controleert regelmatig of de inwoner nog recht heeft op een uitkering en of hij de juiste uitkering ontvangt. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van: a. huisbezoeken: medewerkers van Ferm Werk gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. Ferm Werk kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. heimelijke waarnemingen: medewerkers van Ferm Werk verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurtonderzoek; c. bestandsvergelijkingen: Ferm Werk vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten;

39

3. 4.

d. signalen en tips van organisaties of particulieren; e. andere passende onderzoeksmethoden. Bij de controle van uitkeringen worden de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten nageleefd. Bij beëindiging van de uitkering op verzoek van de inwoner, onderzoekt Ferm Werk wat de reden is van de beëindiging. Ferm Werk gaat ook na of de uitkering tot de einddatum terecht is verstrekt.

8.5.2

Voorkomen van fraude

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente en Ferm Werk stellen alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeren de gemeente en Ferm Werk de inwoner op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en hulp.

8.5.3 1.

2. 3.

Privacy

[PW, IOAW, IOAZ] Ferm Werk stellen voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast regels vast. Het gaat in ieder geval om regels voor de inzet van: a. huisbezoeken b. buurtonderzoeken De regels moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privé -leven van de inwoner plaatsvindt. Ferm Werk maakt de regels bekend. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt Ferm Werk ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privé-leven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

8.5.4

Toezichthouders

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente kan een of meer ambtenaren aanwijzen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.

40

9 Inspraak en inwonerparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een cliëntenadviesraad is en is de taak van deze raad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met aanbieders kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking.

9.1 Inspraak van inwoners 1.

2. 3.

4.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Inspraakverordening gemeente Montfoort zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d. de manier waarop aanbieders hun taken uitvoeren. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein (=cliëntenadviesraad); b. via de cliëntenraad van Ferm Werk; c. via UW Ouderplatform; d. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; e. door samen met inwoners een plan te ontwerpen. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep waar het om gaat. De gemeente bepaalt na overleg met de Adviesraad Sociaal Domein welke vorm de inspraak heeft.

9.2 Hulp van de gemeente bij inspraak [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] De gemeente zorgt voor goede inspraak en doet dat op de volgende manier: a. Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan. b. De inwoners worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. c. De inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeente over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d. De inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.

9.3 Adviesraad Sociaal Domein 1.

2. 3.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] De gemeente zet zich ervoor in dat de Adviesraad Sociaal Domein en de themagroepen een afspiegeling vormen van de Montfoortse samenleving. In de themagroepen nemen ervaringsdeskundigen, voor wie deze verordening iets regelt, deel naast netwerkpartners met specifieke expertise en betrokkenheid. Het doel van de Adviesraad Sociaal Domein is dat inwoners en/of hun vertegenwoordigers, door het kenbaar maken van ervaringen, meningen en inzichten , in openheid en op basis van gelijkwaardigheid, vroegtijdig invloed uitoefenen op het beleid en de uitvoering hiervan door of namens de gemeente. De Adviesraad Sociaal Domein bestaat uit 7 leden, waarbij het de voorkeur heeft dat deze leden in de gemeente Montfoort wonen. De leden van de Adviesraad Sociaal Domein kunnen kandidaten voordragen.

41

4. 5. 6.

De leden van de Adviesraad Sociaal Domein worden benoemd door de gemeente, voor een periode van 4 jaar. De gemeente heeft ten minste 2 keer per jaar contact met de Adviesraad Sociaal Domein. De gemeente evalueert elk jaar ten minste 1 keer met de Adviesraad Sociaal Domein hoe de samenwerking gaat. Dan wordt ook besproken of de inspraak goed functioneert.

9.4 Taken en bevoegdheden Adviesraad Sociaal Domein 1. 2. 3.

4. 5.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] De Adviesraad Sociaal Domein maakt ervaringen, meningen en inzichten van inwoners die afhankelijk zijn van hulp van de gemeente kenbaar aan de gemeente. De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente over plannen om beleid, regels of de uitvoering daarvan bij te stellen. De gemeente betrekt de Adviesraad Sociaal Domein in een zo vroeg mogelijk stadium bij de ontwikkeling van nieuw beleid. De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente uiterlijk 4 weken nadat de gemeente een adviesaanvraag bij de Adviesraad Sociaal Domein heeft ingediend. Deze termijn kan met maximaal 2 weken worden verlengd. De Adviesraad Sociaal Domein kan ongevraagd voorstellen doen aan de gemeente over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. De Adviesraad Sociaal Domein kan geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen bespreken die over individuele personen gaan.

9.5 Budget, vergoeding en voorzieningen 1. 2. 3. 4.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] De gemeente geeft de Adviesraad Sociaal Domein elk jaar een budget voor de onkosten. De leden van de Adviesraad Sociaal Domein ontvangen een onkostenvergoeding. De gemeente zorgt ervoor dat de Adviesraad Sociaal Domein gebruik kan maken van een vergaderruimte en van andere voorzieningen die nodig zijn om de taken goed uit te kunnen voeren. De gemeente stelt een medewerker aan die de contactpersoon is voor de Adviesraad Sociaal Domein.

9.6 Inspraak bij aanbieders 1.

2.

[Jeugdwet, Wmo] Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten of producten, inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. De gemeente controleert of de aanbieder zich houdt aan de regels voor inspraak.

42

10 Kritiek op de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Dit hoofdstuk sluit aan op de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman.

10.1

Doelen klacht- en bezwaarprocedure [Awb, Gemeentewet]

1.

2. 3. 4. 5.

De gemeente, het jeugdteam, het sociaal team en Ferm Werk zien een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te laten horen c. een mogelijkheid om de hulp aan inwoners te verbeteren d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te herstellen De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, kan zijn klacht of bezwaar mondeling toelichten. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente, het jeugdteam, het sociaal team en Ferm Werk uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. De gemeente, het jeugdteam, het sociaal team en Ferm Werk zorgen ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. De gemeente, het jeugdteam, het sociaal team en Ferm Werk zorgen ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.

10.2 1.

2.

[Awb, Gemeentewet] De gemeente heeft een klachtenfunctionaris. De inwoner kan bij deze medewerker een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en de manier waarop de inwoner is behandeld b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld c. de manier waarop de gemeente hulp heeft uitgevoerd De inwoner moet een klacht zo snel mogelijk indienen bij de gemeente. De gemeente informeert de inwoner hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt.

10.3 1.

2. 3. 4.

Klachtenfunctionaris gemeente

Klachten over andere personen of organisaties

[Awb, Gemeentewet] De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is gecontracteerd om namens de gemeente hulp te verlenen, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. De gemeente controleert of de klachtenregeling van personen of instanties die zijn gecontracteerd wordt nageleefd. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de gecontracteerde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van pers onen of organisaties die die hulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding wordt behandeld.

43

10.4

Vertrouwenspersoon

[Jeugdwet, Gemeentewet] De vertrouwenspersoon kan de jeugdige en/of zijn ouders op verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de hulpverlening door het jeugdteam, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).

10.5 1. 2.

3.

4.

Bezwaar

[Awb, Gemeentewet] Als de gemeente of Ferm Werk een besluit neemt, krijgt de inwoner informatie over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen door de gemeente, kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Montfoort. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen door Ferm Werk kan daartegen bezwaar maken bij Ferm Werk. Daarbij zijn de regels die zijn beschreven in de Verordening commissie bezwaarschriften van de gemeente Woerden van toepassing. Nadat de gemeente of Ferm Werk een bezwaarschrift heeft ontvangen, neemt een medewerker telefonisch contact op met de inwoner om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over het besluit en informeert bij de inwoner naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente of Ferm Werk en kan leiden tot een aanpassing van het besluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=644d3040-f87b-47b4-81cf-d562209fde8b