Bijlage 3. Toelichting bestemmingsplan Het Jaagpad 60.pdf
Tekst van het document
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
31
Figuur 4.8: Kaart Natura 2000 gebieden (bron Synbiosys Alterra)
De Wet natuurbescherming voorziet tevens in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Voor o.a. reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een functiewijziging geldt de volgende vrijstellingsregeling: • •
een algemene vrijstelling voor algemene soorten; een vrijstelling voor beschermde soorten en vogels op voorwaarden, dat gehandeld wordt volgens een door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde gedragscode.
Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. Vanuit de huidige natuurwetgeving is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van de in het plangebied mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden. Omdat de planlocatie al langere tijd in actief gebruik is als gecultiveerde tuin en frequent gemaaid gazon is er vrijwel geen verwachting dat er een verstoring plaats vindt aan flora en fauna. Een ecologisch onderzoek is derhalve niet uitgevoerd. Er geldt wel een algemene zorgplicht, waarbij verstoringen aan eventueel aanwezige flora en fauna zo veel mogelijk dient te worden voorkomen.
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
32
Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 1 juli 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) voor het tijdvak 2015‐2021 in werking getreden, dus voor een duur van zes jaar. In het programma zijn maatregelen opgenomen die enerzijds zorgen voor een daling van de stikstofdepositie (brongerichte maatregelen) en anderzijds bijdragen aan het herstel van de natuurkwaliteit in Natura 2000‐gebieden (gebiedsgerichte maatregelen). Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, ‘depositieruimte’ genoemd. Een deel van de ‘depositieruimte’ wordt ter beschikking gesteld voor nieuwe ontwikkelingen, in de zogenaamde ‘ontwikkelingsruimte’. Deze ruimte is alleen gekoppeld aan concrete projecten en andere handelingen, waarvoor in de lopende programmaperiode toestemming wordt verleend en niet aan (bestemmings)plannen. Als een project niet als prioritair project is opgenomen in de Regeling programmatische aanpak stikstof, geldt in het PAS thans een grenswaarde van 1,00mol stikstof per hectare per jaar. Ligt de toename van stikstofdepositie op een stikstofgevoelig habitat of leefgebied in een Natura 2000‐gebied tussen de 1,00 mol/ha/j en 0,05 mol/ha/j, dan kan voor een project of andere handeling worden volstaan met een melding in het reken‐ en registratie‐instrument AERIUS; een vergunning is dan niet nodig.
Er is voor de planontwikkeling een AERIUS-berekening gemaakt, om eventuele negatieve effecten op Natura2000-gebieden te kunnen inschatten. De AERIUS-berekening genereert een “leeg”rapport voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase, waarin wordt geconstateerd dat er geen natuurgebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,05 mol/ha/jaar. De projectbijdrage op het meest nabij gelegen Natura2000-gebied, “Uiterwaarden Lek”, bedraagt 0,00 mol/ha/jaar. Betreffende AERIUS-berekening is als bijlage toegevoegd.
4.5
Archeologie en cultuurhistorie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet 2016, de opvolger van de Monumentenwet 1988, die per 1 juli 2016 is vervallen. Een deel van de Monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet (certificeringsstelsel en aanwijzing van archeologische Rijksmonumenten). Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming) gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op basis van de Erfgoedwet 2016 zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn, zodat waar nodig die waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. De gemeente Montfoort heeft in samenwerking met de gemeenten Lopik, Oudewater en Woerden gemeentelijk archeologiebeleid opgesteld. In de beleidsnota geeft de gemeente aan hoe zij invulling geeft aan haar rol van bevoegd gezag, de reikwijdte en ambities van het beleid en de uitvoering daarvan. Naast een beleidsnota is een beleidskaart opgesteld. Deze kaart bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, die tezamen de noodzakelijke informatie bevatten over hoe de gemeente bij besluitvorming over gebruik en inrichting van de ruimte omgaat met "bekende en te verwachten archeologische monumenten".
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
33
Planspecifiek Het plangebied ligt ten noordoosten van Linschoten in een woonwijk die na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd. De bodem is hier dermate verstoord, dat de kans op aantreffen van archeologie vrijwel nihil is. Hiervoor geldt dan ook de categorie ‘geen verwachting’ en is geen onderzoeksverplichting aan de orde. Dit aspect vormt derhalve geen belemmering.
Figuur 4.9: Uitsnede archeologische waarden en verwachtingenkaart Gemeente Montfoort.
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
34
Figuur 4.10: Uitsnede archeologische beleidskaart Gemeente Montfoort.
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
35
4.6
Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten Spuitzones en gevoelige functies In de omgeving van het plangebied liggen geen agrarische percelen waar fruit- en bomenteelt in planologisch opzicht zijn toegestaan. Dit aspect is daarom geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig. Kabels en leidingen Op het voorterrein van Het Jaagpad 60 ligt in de trottoirstrook, buiten de erfgrens een vrijverval riooltracé, een datakabel, een lagedruk gasleiding, een laagspanningskabel en een schoonwater tracé. Bij graafwerkzaamheden dient men zorg te dragen dat de nutsvoorzieningen onaangetast blijven. Genoemde kabels en leidingen liggen met de realisatie van de herinrichtingsplannen niet in bebouwingsgebied, dan wel in ontgravingsgedeelten voor het vergroten van oppervlaktewater. In het plangebied liggen verder geen watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
36
Figuur 4.11: Klic-melding.
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
37
4.7
Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Doorgaans is relevant de vraag of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade. Planspecifiek Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Kosten gepaard gaande aan de begeleiding van de planologische procedure, kosten met betrekking tot het eventueel aanleggen van voorzieningen in het aangrenzende openbaar gebied en andere mogelijke kosten volgend uit onderhavige ontwikkeling worden verhaald op de initiatiefnemer. Een en ander wordt voorafgaande aan de vaststelling van dit bestemmingsplan middels een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer geregeld.
Middels deze anterieure overeenkomst is de economische uitvoerbaarheid anderszins verzekerd en behoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden.
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
38
5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1
Overleg Dit bestemmingsplan is in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de overleginstanties. De uitkomst van het vooroverleg met waterschap is positief gebleken.
5.2
Zienswijzen Op de te volgen bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging hiervan heeft het ontwerpbesluit van 7 april tot 19 mei ter inzage gelegen en zijn er geen zienswijzen ingekomen. Het ontwerpbestemmingsplan wordt om die reden niet gewijzigd.
5.3
Conclusie Het plan wordt maatschappelijk uitvoerbaar geacht. Gesteld kan worden dat het plan ruimtelijk geen aanpassingen verlangt en op de beoordeelde aspecten voldoet aan de beleidsmatige en wettelijke kaders. Het plan is ambtelijk voorbesproken en gemeente heeft een positieve grondhouding tegenover de herbestemming. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bouwplan is voldoende aangetoond.
Bijlage Verkennend bodemonderzoek Lawijn advies & management Rapportnr. 20.4172-A1, d.d. 15 mei 2020 Aerius Berekening Kenmerk RNcYh5tWXoj6, d.d.28 januari 2020
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
39
Plankaart
Splitsen woonperceel Het Jaagpad 60 Linschoten
40