CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1 Cultuurhistorisch onderzoek.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Liefhoven te Linschoten11.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Montfoort Plangebied Liefhovendijk 2 te Linschoten

Auteur: E.A.M. de Boer

Cultuurhistorisch onderzoek Status: definitief BAAC Rapport V-18.0310

1

juli 2020

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Archeologisch bureauonderzoek

Colofon ISSN: Auteur: Cartografie: Redactie: Copyright:

1873-9350 mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA dhr. drs. J.M.J. Willems BAAC te ‘s-Hertogenbosch

Redactie:

drs. J.M.J. Willems

5-10-2018

© BAAC, ’s-Hertogenbosch (2018) BAAC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

BAAC bv Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 E-mail: denbosch@baac.nl

1

Postbus 2015 7420 AA Deventer

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Cultuurhistorisch onderzoek

2

Inhoud

Samenvatting

5

1

Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Ligging van het gebied 1.3 Administratieve gegevens

7 7 7 9

2

Bureauonderzoek 2.1 Werkwijze 2.2 Natuurlijke landschap 2.3 Cultuurlandschap 2.3.1 Inleiding 2.3.2 Historie 2.3.3 Huidige situatie 2.3.4 Bekende cultuurhistorische waarden

11 11 11 15 15 16 22 27

3

Waarden

31

4

Conclusie en aanbevelingen

35

5

Geraadpleegde bronnen

37

Bijlagen

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

3

41

Overzicht van geologische en archeologische tijdvakken e Landgebruik en landschapselementen 19 eeuw Historisch-geografische waarden

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Cultuurhistorisch onderzoek

4

Samenvatting

In opdracht van RHO Adviseurs B.V. heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied Liefhovendijk 2 te Linschoten. Aanleiding voor het onderzoek is de wens om voor een nieuw bestemmingsplan inzicht te krijgen in de mogelijke cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied, zodat randvoorwaarden kunnen worden gesteld voor mogelijke ontwikkelingen. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied lange tijd deel uitmaakte van een onbebouwd, buitendijks gebied, dat werd begrensd door een meanderbocht van de Lange Linschoten in het zuidwesten en oosten, en een dijk, de Liefhovendijk, in het noordwesten en noorden. De onbebouwde delen van de Liefhovendijk werd lange tijd geflankeerd door bomenrijen met daarlangs singels van hakhout en sloten. Dit betekent dat de dijk een afgesloten corridor in het landschap vormde, waarbij vermoedelijk alleen als het hakhout recentelijk was gesnoeid sprake was van een onbelemmerd zicht op het omringende landschap. Van de bomen en het hakhout resteren nog enkele fragmenten. Langs een deel van de dijk is echter alle begroeiing verwijderd, terwijl elders knotwilgen zijn aangeplant. De sloten zijn nog wel aanwezig. Langs het bebouwde deel van de Liefhovendijk zijn geen sloten (meer) aanwezig. De dijk wordt hier grotendeels geflankeerd door lage heggen.

Vermoedelijk heeft het gebied lange tijd een marginaal gebruik gehad en vond er alleen kleiwinning voor de aanleg of verzwaring van dijken en kaden plaats. De afgegraven, lager gelegen delen van het gebied zijn vervolgens in gebruik genomen als hakhoutbos. Het gebied had hierdoor (in combinatie met de boomgaarden en de hakhoutsingels langs de Liefhovendijk) een gesloten karakter. Slechts twee van de oorspronkelijk vijf hakhoutpercelen zijn tegenwoordig nog aanwezig. De overige zijn in gebruik genomen als weiland. Als gevolg van egalisatie (voor of door het gebruik als weiland), is in deze percelen het patroon van onregelmatige greppeltjes ten behoeve van de kleiwinning ook grotendeels verdwenen. Hoewel deze greppeltjes in het hakhoutbos als gevolg van de begroeiing uiteraard niet direct zichtbaar zijn, zijn ze daar nog wel aanwezig. De hoger gelegen delen van het plangebied waren in gebruik als boomgaard. Oorspronkelijk waren in het plangebied vijf percelen boomgaard aanwezig. Tegenwoordig zijn deze boomgaarden voor het grootste deel sterk vervallen, waardoor op de meeste percelen nog slechts enkele oudere bomen aanwezig zijn. Plaatselijk zijn nieuwe bomen aangeplant. e

Aan het einde van de 17 eeuw is in het noordoostelijke deel van het plangebied een boerderij gebouwd met daaromheen meerdere bijgebouwen. De boerderij vormde door haar ligging dwars op het bebouwingslint op de westoever van de Lange Linschoten als het ware de afsluiting van het dorp. Tevens was vanuit de e boerderij sprake van een zichtlijn door het dorp. In de 19 eeuw is het erf in westelijke en zuidelijke richting uitgebreid. Momenteel is men bezig de boerderij te renoveren. De bijgebouwen (schuren en hooimijt) zijn inmiddels in zeer slechte staat of al gesloopt. Met de sloop van de schuren zal het historische karakter van

5

Liefhovendijk 2 te Linschoten

het erf wijzigen. Aan de voorzijde bevindt zich, tussen een geschoren heg, een oud hek met stenen hekpijlers. Voorheen bevonden zich bij beide hekpijlers een boom. Slechts één boom (beuk) resteert nog. e

e

Mogelijk waren vanaf de 17 of 18 eeuw op nog drie andere locaties erven e aanwezig. Het zou ook kunnen dat deze erven pas in het begin van de 19 eeuw zijn ontstaan. In deze periode werden ze aangeduid als ‘tuin’. In ieder geval e waren op deze percelen in de tweede helft van de 19 eeuw geen gebouwen meer aanwezig en werden ze gebruikt als tuin of boomgaard. De percelen ten westen en ten zuiden van het nog bestaande erf zijn tegenwoordig in gebruik als boomgaard. Het zuidwestelijke erf ligt deels onder de M.A. Reinaldaweg. Het e resterende deel is in gebruik als boomgaard. In het begin van de 20 eeuw zijn ten westen van de tuin (voormalige erf) in het noordoostelijke deel van het plangebied drie woningen gerealiseerd. In dezelfde periode ontstond ten noordwesten van de Liefhovendijk een aaneengesloten bebouwingslint. Binnen het plangebied heeft zich geen aaneengesloten bebouwingslint ontwikkeld. e

Het zuidelijke deel van het plangebied maakte in de 19 eeuw, samen met het terrein ten noordwesten van het plangebied, deel uit van het landgoed van Anthony van Dam. Onderdeel van de inrichting vormden de lanen langs de randen van het eigendom, die in het noordwesten aansloten op de lanen ten noordwesten van de Liefhovendijk. Aan de oostzijde lag een bruggetje om deze lanen te verbinden de wegen aan de overzijde van de Lange Linschoten, zoals de Dorpstraat-Engherzandweg en de Nieuwe Zandweg. Deze laanstructuur is tegenwoordig verdwenen. Het terrein is (mede hierdoor) niet meer toegankelijk. e

Als gevolg van de ontwikkelingen vanaf met name het begin van de 20 eeuw zijn de historische karakteristieken van het gebied gewijzigd en/of deels verstoord. Desondanks zijn in het plangebied diverse (al dan niet bedreigde) historisch-geografische waarden aanwezig. Geadviseerd wordt om de historischgeografische waarde bij herontwikkeling van het gebied te gebruik als inspiratiebron, zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk te versterken.

Cultuurhistorisch onderzoek

6

1

Inleiding

1.1 Onderzoekskader In opdracht van RHO Adviseurs B.V. heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied Liefhovendijk 2 te Linschoten. Aanleiding voor het onderzoek is de wens om voor een nieuw bestemmingsplan inzicht te krijgen in de mogelijke cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied, zodat randvoorwaarden kunnen worden gesteld voor mogelijke ontwikkelingen. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de landschappelijk en historische ontwikkeling van het plangebied. Met behulp van een veldinspectie worden de aanwezige historisch geografische waarden vervolgens in kaart gebracht. Wat is cultuurhistorie? Wanneer men over cultuurhistorie spreekt, blijkt vaak dat veel onduidelijkheden bestaan over wat hieronder valt. Cultuurhistorie omvat drie vakgebieden; archeologie, bouwhistorie en historische geografie. Archeologie houdt zich voornamelijk bezig met het bodemarchief, waartoe zowel losse vondsten als grondsporen behoren. Tevens bestudeert de archeologie enkele bovengrondse verschijnselen uit de prehistorie en de middeleeuwen, zoals grafheuvels, hunebedden, schansen, dijken en landweren. Bouwhistorie betreft de studie van de bebouwde omgeving, zoals kerken, kastelen, bruggen, sluizen, maar ook tuinen en landgoederen.

Historische geografie “bestudeert de ruimtelijke aspecten van menselijke activiteiten in het verleden… [en] de sporen die vroegere menselijke activiteiten in het landschap hebben achtergelaten”. Hieronder vallen niet alleen elementen en patronen zoals (water)wegen, dijken, verkavelingspatronen, nederzettingsstructuren, heggen, houtwallen en poelen, 1 maar ook het (historisch) bodemgebruik (akkers, heidevelden en dergelijke).

1.2 Ligging van het gebied Het plangebied ligt ten zuiden van de bebouwde kom van Linschoten in de gemeente Montfoort (provincie Utrecht). Het plangebied wordt omgrensd door de Liefhovendijk in het noordwesten en noorden, de rivier de Lange Linschoten in het oosten en de M.A. Reinaldaweg in het zuidwesten. De oppervlakte bedraagt circa 6,7 ha. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

1

7

Renes 1999.

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied.

Cultuurhistorisch onderzoek

8

1.3 Administratieve gegevens Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Kadastrale gegevens:

Datum veldwerk: Datum conceptrapportage: Datum definitief rapport: BAAC-projectnummer: Coördinaten:

Kaartblad: Oppervlakte: Type onderzoek: Opdrachtgever: Beheer documentatie: Uitvoerder:

Projectleider:

9

Utrecht Montfoort Linschoten Liefhovendijk 2 Gemeente Linschoten, sectie A, 1384, 1389, 1430, 1541, 1846 (deels), 1848-1852 en 1961 (deels) 18 september 2018 18 oktober 2018 21 juli 2020 V-18.0310 122.608/452.664 122.615/452.402 122.237/452.573 122.412/452.667 31G 6,7 ha Cultuurhistorisch onderzoek Rho Adviseurs B.V. Contactpersoon: dhr. W. Kraaijeveld Archief BAAC BAAC, vestiging 's-Hertogenbosch Graaf van Solmsweg 103 5222 BS 's-Hertogenbosch tel. 073-6136219 Mw. E.A.M. de Boer

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Cultuurhistorisch onderzoek

10

2

Bureauonderzoek

2.1 Werkwijze Tijdens het bureauonderzoek is allereerst (paragraaf 2.2) de landschappelijke ontwikkeling van het gebied en de directe omgeving beschreven. Hierbij is gebruik gemaakt van literatuur over de geologie, geomorfologie, de bodemopbouw alsmede kaarten van het hoogteverloop van het plangebied. Vervolgens is de ontwikkeling van het cultuurlandschap beschreven. Hierbij is gebruik gemaakt van oude topografische en kadastrale kaarten, oude foto’s en literatuur over de geschiedenis van het gebied. Vervolgens wordt de huidige situatie van het plangebied beschreven. Tot slot zijn de bekende cultuurhistorische waarden in kaart gebracht. Deze gegevens worden vervolgens gebruikt om in hoofdstuk 3 de cultuurhistorische waarden van het gebied in woord en beeld weer te geven.

2.2 Natuurlijke landschap Het plangebied maakt deel uit van het rivierenlandschap.2 In het Pleistoceen stroomden de voorlopers van de Rijn en de Maas door het gebied, waarbij grof zand en grind werden afgezet (Formatie van Kreftenheye). Delen van de riviervlakte vielen periodiek droog, waardoor door de wind zand kon worden verplaatst en duinen konden opstuiven. Deze uit grof zand opgebouwde rivierduinen (ook wel donken genoemd), reiken tegenwoordig plaatselijk door de jongere afzettingen heen tot dicht aan het maaiveld (Boxtel Formatie; Delwijnen Laagpakket). In het plangebied komen de pleistocene rivierafzettingen echter dieper dan circa 6 m -NAP (d.w.z. circa dieper dan 5,1 à 6,5 m –mv) voor.3 Onder invloed van de klimaatsverbetering op de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen smolt het landijs en steeg de zeespiegel. Het vlechtende rivierpatroon kreeg door veranderingen in het afvoerregime een meanderend karakter met enkele hoofdgeulen die zich in de oudere riviervlakte insneden. Alleen bij zeer hoge rivierstanden traden de rivieren buiten hun geulen en werd op de oudere grindige rivierafzettingen een kleilaag (Laag van Wijchen) afgezet. Als gevolg van de doorgaande zeespiegelstijging steeg de grondwaterstand en ontstond ter hoogte van het plangebied na verloop van tijd een groot drassig gebied waar veen werd gevormd (Formatie van Nieuwkoop; Basisveenlaag).

2 3

Berendsen 2005; Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (38W) 1984. Geologische kaart van Nederland 1:50.000 (blad 31 Oost) 1988, bijkaart 1.

11

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Figuur 2.1 Blokdiagram van een meanderende rivier (Verbraeck 1984).

Onder invloed van de stijgende zeespiegel veranderden de zich insnijdende meanderende rivieren tussen 8000 en 7000 BP (d.w.z. in het midden mesolithicum) in aggraderende rivieren. In de bedding van de rivieren werd het grofste materiaal, voornamelijk zand en grind, afgezet. Bij overstroming werden zand en klei uit de bedding gelicht en op de oevers afgezet, waardoor oeverwallen ontstonden (zeer fijnzandig en zavelig materiaal; Echteld Formatie4). Verder van de rivier af kwam het overstromingswater tot rust en werd klei (Echteld Formatie) afgezet. In de kommen ontstond onder invloed van een hoge grondwaterspiegel veen (Formatie van Nieuwkoop; Hollandveen Laagpakket). Mede als gevolg van de invloed van de getijdewerking op de rivierstand vonden regelmatig doorbraken van de oeverwallen plaats, waardoor crevassegeulen ontstonden. In en langs de crevassegeulen vond sedimentatie plaats. De crevasseafzettingen zijn meestal minder dik dan stroomgordelafzettingen, waarbij bovendien de lithologische samenstelling over korte afstand sterk kan variëren. Na verloop van tijd verzandde de bedding en verlegde de rivier zijn loop. Het zandige geullichaam en de oeverwallen bleven hierbij achter (zie figuur 2.1).

Door het zandige karakter van het geullichaam en de oeverwallen kwamen deze delen door ontwatering en differentiële klink5 hoger te liggen en vormden ze door de eeuwen heen gunstige plaatsen voor bewoning.6 Volgens de geologisch-geomorfologische kaart7 (zie figuur 2.2) heeft zich omstreeks 5620 BP8 (midden Neolithicum A) direct ten zuiden van het plangebied de stroomgordel van Buitenzorg (stroomgordel 33) ontwikkeld, die actief bleef tot 5020 BP (midden Neolithicum B). Vanaf circa 4415 BP (laat Neolithicum A) tot 3380 BP (midden Bronstijd B) werd de afwatering in het gebied overgenomen door de stroomgordel van Stuivenberg (stroomgordel 161). Deze stroomgordel is vervolgens overgenomen door de stroomgordel van Linschoten (stroomgordel 98), die actief bleef tot 1830 BP (midden Romeinse tijd). Na 2785 BP (late bronstijd) nam de afvoer echter sterk af en zal er slechts een kleine restgeul zijn overgebleven, die bij een hoog water echter nog steeds water afvoerde. Deze restgeul zal ook zijn aangesloten op de Korte Linschoten die omstreeks 12390 BP (d.w.z. in de vroege ijzertijd) vanaf de Oude Rijn op circa 3 km ten noordwesten van het plangebied als getijde crevassegeul is ontstaan. Dit geldt ook voor de Lange Linschoten die aan de zuidwestzijde aansloot op de restgeul van de Linschoten. De crevassegeulen zijn in de midden-Romeinse tijd grotendeels 4

Voorheen Formaties van Gorkum en Tiel. Klei en veen klinken sterker in dan zand, waardoor de oorspronkelijk laag gelegen stroomgordels na verloop van tijd hoog in het landschap kwamen te liggen. 6 Verbraeck 1984; Bosch & Kok 1994; Van de Meene & van Meerkerk & Van der Staay 1988.. 7 Berendsen & Stouthamer 2001. 8 BP = Before Present (vóór 1950). 5

Cultuurhistorisch onderzoek

12

dichtgeslibd toen de Hollandse IJssel ontstond (op ruim 2 km ten zuidoosten van het plangebied), maar bleven bij hoge rivierstanden water afvoeren. Als gevolg van de afdamming van de Hollandse IJssel in 1285 na Chr. voeren de Lange en Korte Linschoten geen water meer af. De restgeulen zijn echter nog wel watervoerend. Het tracé van de Linschoten is nog te herkennen aan het verloop van de Schapenlaan-Haardijk ten zuidwesten van de bebouwde kom van Linschoten en de M.A. Reinaldaweg ten zuidoosten er van.9

Figuur 2.2 De locatie van het plangebied op de geologisch-geomorfologische kaart (Cohen

et al. 2012).

Volgens de geologische kaart bestaat de ondergrond van het noordoostelijke deel van het plangebied uit komafzettingen, evt. kom- op oeverafzettingen

(Afzettingen van Tiel), op Hollandveen met komklei-inschakelingen (Afzettingen van Tiel of Gorkum) of met komklei-inschakelingen (Afzettingen van Tiel) en met een inschakeling van de Afzettingen van Calais dunner dan 1 m (kaarteenheid F3k). Direct ten zuidoosten van het plangebied bevinden zich geulafzettingen of oeverafzettingen op geulafzettingen (kaarteenheid D0g).10 Met behulp van de boorgegevens uit het DINOloket kan de geologische opbouw van de omgeving van het plangebied nader gespecificeerd worden. Langs de zuidwestgrens van het plangebied is in het verleden een boring gezet, waarin een 3,2 m dik pakket klei (oeverafzettingen) werd aangetroffen, dat aan de basis sterk siltig en matig humeus is en een 70 cm dikke laag kleiig veen bevat. Hieronder bevindt zich vanaf 2,7 m -NAP tot het einde van de boring op 6 m –mv veen (komafzettingen), waarvan de bovenste 80 cm kleiig is.11 Vrijwel direct ten noorden van het plangebied is een 2,8 m dik pakket klei aangetroffen dat aan de basis zwak zandig en sterk siltig is (oeverafzettingen). Hieronder bevindt zich vanaf 3,2 m –NAP een pakket veen met kleilagen (komafzettingen). Vanaf 5,5 m – mv (5,9 m –NAP) bevindt zich een pakket Pleistoceen zand van de Formatie van Kreftenheye of Boxtel.12 Vrijwel direct ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich, op de rand van de Lange Linschoten, een 1,3 m dikke laag klei, die aan de 9

Berendsen & Stouthamer 2001; Harbers 1981; Cohen et al. 2012. Geologische kaart van Nederland 1:50.000 (kaartblad 31 Oost) 1988. 11 DINOloket 2018, boring B31G0586. 12 DINOloket 2018, boring B31G0578. 10

13

Liefhovendijk 2 te Linschoten

basis zandiger is. Vanaf 0,9 m –NAP bevindt zich een pakket matig fijn tot matig grof geulzand.13 Op de geomorfologische kaart is het noordelijke deel van het plangebied niet gekarteerd. Op basis van het gekarteerde deel en de omringende gebieden blijkt dat het plangebied geheel deel uitmaakt van een stroomrug (kaarteenheid 3B44).14

Figuur 2.3 De ligging van het plangebied op een uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3 2018).

Op de kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; zie figuur 2.3) is te zien dat het plangebied deel uitmaakt van een matig hoog gelegen gebied, dat door antropogene graafwerkzaamheden sterk is beïnvloed. In het plangebied komen abrupte hoogteverschillen voor, die veroorzaakt kunnen zijn door ophoging (bijvoorbeeld door het opbrengen van slootbagger op de slootkanten) en/of afgraving. De gronden op de stroomgordel van de Linschoten liggen over het algemeen op 0,3 tot -0,4 m +NAP. Het gebied ten zuiden van het plangebied (aan de overzijde van de Linschoten) heeft een duidelijk lagere ligging en is afgegraven (zie ook paragraaf 2.3.2). Het gebied ligt hier op 0,4 à 0,8 m –NAP. Het uiterste zuidelijke deel van het plangebied ligt op 0,45 à -0,1 m +NAP en ook de erven en de randen van de percelen hebben een duidelijk hoge ligging (0,35 à - 0,1 m +NAP). De centrale delen van de percelen in het centrale en noordelijke deel van het plangebied hebben een lagere ligging (tot circa 0,35 à 0,7 m –NAP). e De lager gelegen percelen waren in het begin van de 19 eeuw (zie paragraaf 2.3.2) in gebruik als bos, terwijl de hoger gelegen percelen gebruikt werden als boomgaard. Op enkele percelen (in het centrale en zuidelijke deel van het plangebied) is in de laaggelegen delen een onregelmatige rabatachtige structuur met ondiepe greppels zichtbaar.

Deze gebieden zijn vermoedelijk afgegraven, waarbij de afgegraven klei mogelijk is gebruikt voor het opbrengen van dijken of kades. Aangezien de hoogteligging te relateren is aan het grondgebruik in het e begin van de 19 eeuw, de lager gelegen delen al (voor zover bekend) twee eeuwen aaneengesloten bebost zijn én onregelmatige greppeltjes bevatten, e heeft de afgraving al vóór het begin van de 19 eeuw heeft plaatsgevonden. In de 13 14

DINOloket 2018, boring B31G0580. ARCHIS 3 2018.

Cultuurhistorisch onderzoek

14

e

noordelijke percelen, die vanaf het midden van de 20 eeuw in gebruik zijn als grasland, zijn alleen regelmatige, ondiepe greppeltjes aanwezig, die vermoedelijk vrij recent zijn aangelegd om de afwatering van het gebied te verbeteren.15

Figuur 2.4 Detailuitsnede van de percelen in het zuidoostelijke deel van het plangebied (links) en noordwestelijke deel (rechts) waar het hoogteverschil en de aanwezigheid van greppeltjes duidelijk zichtbaar is (AHN3 2018).

Volgens de bodemkaart bevinden zich in het plangebied van nature kalkhoudende poldervaaggronden (kaarteenheid Rn95A), die zijn ontstaan in zware zavel en lichte klei.16 Poldervaaggronden worden gekenmerkt door een vrij dunne, zwak ontwikkelde, humeuze bovengrond met daaronder de C-horizont, die meestal direct onder de A-horizont sterk roestig en grijs gekleurd is.17

2.3 Cultuurlandschap 2.3.1 Inleiding Het plangebied maakt deel uit van een klei-op-veengebied, dat doorsneden werd door rivieren. De zandige stroomgordels vormden van oudsher aantrekkelijke e vestigingslocaties. In ieder geval was al in de eerste helft van de 12 eeuw, mogelijk eerder, op de oever van de rivier de Linschoten een kasteel met een nederzetting aanwezig. Het kasteel is tussen 1386 en 1438 verwoest.18 e

Vóór het laatste kwart van de 11 eeuw is men begonnen het omringende gebied onder leiding van het kapittel van Oudmunster te ontginnen. Vanaf de oevers van de Lange Linschoten en de hogere stroomruggen werden evenwijdige sloten gegraven om het gebied te ontwateren, waardoor langgerekte, smalle kavels ontstonden. De ontginningsblokken werden omgeven door een dijkje of kade om gebiedsvreemd water te weren. Van een grootschalige opzet met een vaste 15

AHN3 2018. Gemiddeld hoogste grondwaterstrand (GHG) 40-80 cm –mv, gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) >120 cm –mv; Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (38 West) 1984. 17 De Bakker & Schelling 1989; Markus 1984. 18 Linschoten.nu 2018. 16

15

Liefhovendijk 2 te Linschoten

kaveldiepte was ten westen van de Lange Linschoten geen sprake. De verkavelingsblokken, die vanuit de verschillende (rivier)dijken zijn ontgonnen, sluiten op een vreemde manier op elkaar aan. De ontginning is aan het einde van e de 13 eeuw met financiële steun van de bisschop van Utrecht voltooid. Als gevolg van de inklinking van de bodem kregen de boeren steeds meer te maken met wateroverlast en werd het noodzakelijk langs de rivieren dijken aan te leggen. Ook langs de Linschoten zijn dijken aangelegd, hoewel de rivierlopen alleen bij hoog water werden geactiveerd. Toen de Hollandsche IJssel in 1285 bij Klaphek (een buurtschap in de gemeente IJsselstein) werd afgedamd, kregen ook de Lange en Korte Linschoten geen rivierwater meer aangevoerd.19

Figuur 2.5 Indicatieve ligging van het plangebied op een uitsnede een kaart uit het begin van de 16e eeuw (Anoniem 1500-1525).

2.3.2 Historie e

In het begin van de 16 eeuw20 maakte het plangebied deel uit van een gebied dat aan de west-, zuid- en oostzijde werd omgeven door een meanderbocht van de Lange Linschoten (zie figuur 2.5). Langs de westoever van de Lange Linschoten bevond zich een dijk, die deze meanderbocht afsneed, waardoor het plangebied buitendijks lag. Deze dijk, die langs de westgrens van het plangebied lag en vervolgens langs de noordgrens van het plangebied naar de rivier afboog, stond ter hoogte van het plangebied bekend stond als het Liefhouens Dijckje of Lief Hoven Dyck (de huidige Liefhovendijk). Het stuk grond dat werd omgeven door de meanderbocht en de dijk stond bekend als Lief Hoven. Of het gebied verkaveld was en op welke wijze en wat het grondgebruik was, is niet uit deze kaart af te leiden.

19 20

Blijdenstijn 2015, 279. Anoniem 1500-1525.

Cultuurhistorisch onderzoek

16

Figuur 2.6 De indicatieve ligging van het plangebied op een uitsnede een kaart uit het begin van de 17e eeuw (Van Berkenrode & Balthasars 1615).

De beide oevers van de Linschoten waren met elkaar verbonden door bruggen, zowel direct ten noorden van het plangebied als ten westen van het plangebied bevond zich een brug. Op ruim 50 m ten noorden van het plangebied kwam in de Linschoten de Montfoortsche Vaart uit. Deze waterloop is in 1613 aangelegd en verbond de Hollandsche IJssel bij Montfoort via de Korte Linschoten en de Jaap Bijzerwetering met de Oude Rijn en de Amstel.21 Tussen de dijk van de Hollandsche IJssel en de dijk langs de Lange Linschoten bevond zich de (sterk slingerende) Denger Dijk met parallel daaraan een waterloop. Vanaf de westoever van de Lange Linschoten liep een, eveneens sterk slingerende dijk met waterloop, de Haer Dyck, naar de westoever van de Korte Linschoten. Beide dijken lijken het oude tracé van de dichtgeslibde rivier de Linschoten te volgen. Langs de dijk langs de Linschoten bevond zich, zowel op de west- als op de oostoever een bebouwingslint met zeer verspreid liggende bebouwing. Ter hoogte van het plangebied bevonden zich geen boerderijplaatsen, maar op 120 m ten westen van het plangebied bevond zich op de westoever van de Linschoten wel een boerderij. Op de oostoever van de rivier bevond zich, op 120 m ten zuidwesten van het plangebied, ’t Huys te Nes. Dit omgrachte kasteel is omstreeks 1337 gebouwd.

In 1757 is het kasteel gesloopt en is het omliggende terrein afgegraven.22 Direct ten noordoosten van het plangebied bevond zich, met name op de oostoever van de Lange Linschoten, het dorp Linschoten.23 In 1633 kocht Johan Strick de Heerlijkheid Linschoten van het kapittel van Oudmunster, waarna hij in de Hoge Polder op ruim 600 m ten zuidwesten van het plangebied het Huis te Linschoten liet bouwen. Rondom het huis is een buitenplaats aangelegd.24 21

Blijdenstijn 2015, 46. Kastelen in Utrecht 2018. 23 Anoniem 1500-1525; Van Berkenrode & Balthasars 1615. 24 Linschote.nu 2018. 22

17

Liefhovendijk 2 te Linschoten

e

e

In de loop van de 16 en 17 eeuw lijkt er weinig te veranderen aan het plangebied. Het gebied blijft onbebouwd (zie figuur 2.6).25 Aan het einde van de e 17 eeuw heeft de bebouwing van Linschoten zich ten zuiden van de Liefhovens Dijckje uitgebreid en verrees in het noordoostelijke deel van het plangebied (Liefhovendijk 2) een boerderij genaamd ‘Liefhoven’.26 De boerderij is dwars op het bestaande bebouwingslint gebouwd, waarbij de boerderij een zichtlijn over de dijk langs de Linschoten had.

Figuur 2.7 Ligging van het plangebied op een uitsnede van de kadastrale kaart uit het begin van de 19e eeuw (Kadasterkaart 1811-1832).

De eerste gedetailleerde kaart van het plangebied dateert uit het begin van de e 19 eeuw (zie figuur 2.7).27 Hierop is te zien dat het gebied was verkaveld in langgerekte percelen, die in het noordelijke deel een recht verloop hadden. In het zuidelijke deel hadden de perceelsgrenzen een gebogen verloop, min of meer evenwijdig aan de Lange Linschoten en was sprake van een vrij brede waterloop. Vermoedelijk heeft de ligging in een binnenbocht, met een kronkelwaard(achtig)reliëf, de verkaveling van het gebied beïnvloed. De langgerekte strokenverkaveling was in de dwarsrichting opgedeeld, waardoor kleinere percelen waren ontstaan.28 e

In het begin van de 19 eeuw bestond het boerderijcomplex uit een woonhuis in het noordoostelijke deel van het perceel met ten zuiden daarvan een tuin. Zowel ten westen als ten zuiden hiervan bevonden zich bijgebouwen; drie schuren (waaronder een timmermanswerkplaats) en een ronde opstal (vermoedelijk een hooiberg). Doordat het erf over twee strookvormige kavels uitgestrekt lag, lag 25

Van Berkenrode & Balthasars 1615; Verstralen 1625; Douw & Van Brouckhuijsen 1647; Anoniem 1680. 26 Kadasterkaart 1811-1832. 27 Hoewel de kaart een zeer gedetailleerd beeld geeft, is deze echter niet goed te georefereren voor het plangebied. De aangrenzende kaartbladen zijn wel goed te georefereren. Het lijkt derhalve een karteerfout te zijn. 28 Kadasterkaart 1811-1832.

Cultuurhistorisch onderzoek

18

het als geheel dwars op de overheersende verkavelingsrichting. Het erf werd door een korte brede sloot, als het ware een insteek vanaf de Lange Linschoten, bijna in tweeën gedeeld. Mogelijk werd deze sloot gebruikt als een soort haventje voor de aan- en afvoer van (timmer)hout. Ten zuiden van het erf bevond zich langs de Lange Linschoten een tweede tuin.29 e

De boerderij was in het begin van de 19 eeuw eigendom van Hendrik Kromwijk en omvatte behalve het erf en de tuinen twee percelen boomgaard en twee percelen bosch. Gezien de lage ligging van het gebied en de huidige aard van het resterende bos, zal het om een relatief nat, hakhoutbos zijn gegaan. Met hakhoutbosjes kon men een voortdurende houtvoorraad waarborgen. De bomen werden met om de paar jaar bij de grond afgezet, waarna de stronken vervolgens weer ontsproten en na enkele jaren weer konden worden geoogst. De stronken (oftewel stobben of stoven) kunnen vele eeuwen oud worden. Het geoogste hout werd voornamelijk gebruikt als brandhout en als geriefhout voor gereedschapsstelen en gebruiksvoorwerpen en dergelijke.30 De Liefhovendijk, die op de kadastrale kaart werd aangeduid als weg, was grenzend aan deze percelen eveneens eigendom van Hendrik Kromwijk. Zijn familie heeft de gronden in het plangebied tot enkele jaren geleden in eigendom gehouden, waardoor het plangebied behalve als Liefhoven ook wel aangeduid werd als ‘Land van Cromwijk’. De gronden direct ten westen van de boerderij waren in de eerste helft van de e 19 eeuw in gebruik als tuin, maar waren eigendom van Joost van Bemmelen.

Mogelijk heeft hier eerder wel bebouwing gestaan.31 Ten westen hiervan bevond zich een perceel bosch, dat evenals de aangrenzende delen van de Liefhovendijk eigendom was van Adriaan Strik die tevens eigenaar was van het eerder genoemde Huis te Linschoten.32 Het zuidelijke deel van het plangebied bestond uit een afwisseling van percelen bosch en boomgaard met een kleine schuur, dat werd omgeven door een laan en werd doorsneden door een strook water. Vanaf het noordelijke deel van de laan kon je vermoedelijk via een brug de Lange Linschoten oversteken. Deze brug is echter op slechts één kaart gekarteerd.33 In het uiterste zuidwestelijke deel van het plangebied bevond zich wederom een tuin.34 Al deze gronden waren eigendom van Anthonij van Dam, burgemeester van Utrecht, die ten noorden van het plangebied een woning (omringd door een pleisiertuin) had. In deze tuin bevond zich (vrijwel direct ten noorden van het plangebied) een rosmolen (olijmolen).35 Ook het gebied ten westen van het plangebied was eigendom van Van Dam en was in gebruik als boomgaard en weiland, doorsneden door lanen.36 De Liefhovendijk was zeer smal en werd aan e beide zijden geflankeerd door bomenrijen.37 Op foto’s uit het begin van de 20 eeuw is bovendien te zien dat op het zuidoostelijke en zuidelijke talud van de Liefhovendijk laag afgezet hakhout groeide (zie figuur 2.9).

Ter hoogte van de boerderij Liefhoven bevond zich, aan weerszijden van het toegangshek, een

29

Kadasterkaart (minuutplan en OAT) 1811-1832; Monumentencommissie Montfoort 2016. Baas, Mobach & Renes 2005, 62-63. 31 Op de Topographische en Militaire Kaart (1839-1859, verkend 1859) staat ten westen van de tuin en vermoedelijk in de tuin bebouwing aangegeven. 32 Adriaan Strik was eveneens eigenaar van Huis te Linschoten. 33 Topotijdreis 2018, kaart 1850-1874. 34 Op de Topographische en Militaire Kaart (1839-1859, verkend 1849) is in de tuin bebouwing aangeduid. 35 Molendatabase 2018. 36 Kadasterkaart (minuutplan en OAT) 1811-1832. 37 Topographische en Militaire kaart 1839-1859; Topotijdreis 2018, kaart 1875-1968 30

19

Liefhovendijk 2 te Linschoten

geschoren heg (zie figuur 2.10). De hekpijlers werden beide geflankeerd door een boom.38

Figuur 2.8 Ligging van het plangebied op een uitsnede van een topografische kaart uit het midden van de 19e eeuw (links; Topographische en Militaire kaart 1839-1859) en het laatste kwart van de 19e eeuw (rechts; Topotijdreis 2018, kaart 1880).

Het gebied ten zuiden van de dorpskern van Linschoten had door de aanwezigheid van buitenplaatsen, zoals de buitenplaats van burgemeester Van Dam, Huis te Linschoten en het voormalige Huys te Nes, met een afwisseling van percelen bos, boomgaarden en lanen, alsmede de aanwezigheid van bomenrijen en/of hakhout langs de dijken een vrij gesloten karakter (zie figuur 2.8, kaart e 1849). In de loop van de 19 eeuw is een deel van de bossen en boomgaarden in het plangebied (op het grondgebied van Liefhoven) gekapt en vervangen door bouwland en weiland (zie figuur 2.8, kaart 1880). Mogelijk heeft dit te maken met de bouw van een pand in de tuin langs de Liefhovendijk in de eerste helft e e van de 19 eeuw. Dit pand is echter op kaarten ná het midden van de 19 eeuw niet meer afgebeeld. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de e bebouwing in de tweede helft van de 19 eeuw alweer is gesloopt. Het zou ook e kunnen dat de kaart uit het midden van de 19 eeuw nog een oude situatie e weergeeft en dat het om oudere bebouwing (mogelijk 17 eeuws) ging die in het e eerste kwart van de 19 eeuw is gesloopt. Hetzelfde geldt voor de tuin ten zuiden van het erf en de tuin in het zuidwestelijke deel van het plangebied.39 Vermoedelijk zal ook in deze periode de duiventoren ten zuiden van erf van Liefhoven zijn gerealiseerd, aangezien voor deze periode dit perceel in gebruik was als bos.

Ten westen van het erf is in deze periode nog een extra schuur gebouwd.40

38 O.a. foto 89 (omstreeks 1920), foto 90, 91 en 92 (omstreeks 1910), foto 95 (omstreeks 1930) en foto 162 (13 maart 1933) van Linschoten.nu. 39 Gezien de schaal (1:50.000) van de kaart is het lastig om exact te duiden waar de bebouwing heeft gestaan, Topographische en Militaire Kaart 1839-1859; Topotijdreis 2018, kaart 1875. 40 Foto 162 (13 maart 1933) van Linschoten.nu.

Cultuurhistorisch onderzoek

20

In 1913 is ten westen van de boerderij Liefhoven een dubbelwoonhuis (Liefhovendijk 24-25) gebouwd.41 In 1931 is vervolgens ten westen hiervan aan de Liefhovendijk 27 een vrijstaand woonhuis gerealiseerd.42 Voor de bouw van deze woningen is het terrein opgehoogd. In deze periode zijn de boomgaarden op het grondgebied van Liefhoven ook weer aangeplant, waardoor in de jaren dertig van de twintigste eeuw het gebied weer vrijwel geheel in gebruik was als bos of boomgaard.43

Figuur 2.9 Zicht op de Liefhovendijk in noordoostelijke richting omstreeks 1930 met aan weerszijden laanbeplanting (Linschoten.nu 2018).

Figuur 2.10 Het oostelijke deel van de Liefhovendijk omstreeks 1920 met aan de rechterzijde de boerderij Liefhoven met toegangshek (Linschoten.nu 2018).

Na de Tweede Wereldoorlog is ten noordwesten van het plangebied, langs de Liefhovendijk (in de voormalige buitenplaats van burgemeester Van Dam), 41

BAGviewer 2018. BAGviewer 2018; Topotijdreis 2018, kaart 1880, 1892, 1898, 1911, 1920, 1930 en 1950. 43 Topotijdreis 2018, kaart 1930 en 1950. 42

21

Liefhovendijk 2 te Linschoten

bebouwing verrezen.44 In de jaren vijftig of zestig zijn de boomgaarden in het noordelijke deel van het plangebied weer gekapt. Vanaf deze periode worden steeds meer sloten in het oostelijke deel van het plangebied breder weergegeven op de kaart. Het is niet duidelijk of de sloten voor de afwatering zijn verbreed of dat het slechts een andere wijze van kartering is.45 In 1961 is tussen het plangebied en de zuidelijke deel van de Lange Linschoten een nieuwe weg aangelegd, die onderdeel uitmaakt van de M.A. Reinaldaweg. Met de aanleg van de weg is de Lange Linschoten in het uiterste zuidoostelijke deel van het plangebied in noordwestelijke richting verlegd.46 Vermoedelijk zijn ook in deze periode de bomenrijen en hakhoutstrook langs de Liefhovendijk grotendeels gekapt.47 Langs de nieuwe weg zijn, op de locatie van een oude tuin, volkstuintjes aangelegd.48 Tot slot wordt in deze periode voor het eerst in het plangebied een kleine weidemolen gekarteerd.49 In de jaren zeventig is de kruising van de Liefhovendijk en de M.A. Reinaldaweg verwijderd, waarbij meer noordelijk een nieuwe toegangsweg van de M.A. Reinaldaweg en de wijk is aangelegd.

Het wegdek van een deel van de dijk en daarmee de oude doorlopende verbinding tussen de Liefhovendijk en de Noord e Linschoterdijk is hierdoor verdwenen.50 In het begin van de 21 eeuw is in de boomgaard in het zuidwestelijke deel van het plangebied een schuurtje gebouwd.51

2.3.3 Huidige situatie De ligging van het plangebied, als ‘groen’ gebied omgeven door de bebouwde kom van Linschoten, heeft er voor gezorgd dat de omwonenden een hoge waardering voor het gebied hebben.52 Het gebied is echter niet toegankelijk, maar is van de omringende dijken en wegen, zoals de Liefhovendijk langs de noordwest- en noordgrens, de Dorpstraat-Engherzandweg in het oosten en de M.A. Reinaldaweg in het zuidwesten, goed zichtbaar.

Figuur 2.11 Links; de boerderij (Liefhovendijk 2) aan het einde van de Raadhuisstraat. Rechts; de inrit van de boerderij aan de Liefhovendijk 2 (foto E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

44

Topotijdreis, 2018, kaart 1950. Topotijdreis 2018, kaart 1959. 46 Topotijdreis 2018, kaart 1969; Blijdenstijn 2015, 287. 47 Op foto’s uit 1958 en 1962 is nog wel een aaneengesloten bomenrij en hakhoutstrook te zien (foto 94 en 97, Linchoten.nu). 48 Vogelvluchtfoto 1962 (foto 166 Linschoten.nu); Topotijdreis 2018, kaart 1969. 49 Topotijdreis 2018, kaart 1969. 50 Topotijdreis 2018, kaart 1981. 51 Topotijdreis 2018, kaart 1987, 1993, 1999, 2010, 2013 en 2015; ArcGISonline 2018. 52 Haaksman 2016, 4. 45

Cultuurhistorisch onderzoek

22

De boerderij aan de Liefhovendijk 2 vormt door de locatie min of meer evenwijdig aan de Liefhovendijk en dwars op de Raadhuisstraat het einde van het bebouwingslint op de westoever van de Linschoten (zie figuur 2.11, links). Het erf wordt aan de voorzijde (zie figuur 2.11, rechts) begrensd door een geschoren heg (o.a. esdoorn), die is uitgegroeid van een lage heg (zie o.a. figuur 2.10 en 2.22), zoals langs de rest van de straat, tot een middelhoge heg. Ook langs de westgrens van het erf is sprake van een (niet onderhouden) heg, die wild is uitgegroeid (zie figuur 2.12, links). De heg aan de straatzijde wordt onderbroken door een hek met stenen hekpijlers (zie figuur 2.11, rechts en figuur 2.12, links). Op de linker hekpijler staat ‘LIEF’ en op de rechter ‘HOVEN’. Naast de linker hekpijler bevindt zich een monumentale beuk. De beuk die voorheen bij de rechter hekpijler stond, is gekapt. Vanaf het hek leidt een halfverharde oprit (grind) langs de boerderij naar het achtererf met de daar gelegen (bij)gebouwen.

Figuur 2.12 Links; de oprit van de boerderij aan de Liefhovendijk 2 met rechtsachter de half ingestorte hooiberg en schuur. Rechts; de half ingestorte schuur in het zuidelijke deel van het erf (foto E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

De boerderij wordt momenteel gerenoveerd. De bijgebouwen, de twee schuren op het achtererf en de hooiberg, zijn in zeer slechte staat en deels ingestort (zie figuur 2.12). De oude timmermanswerkplaats, die enkele jaren geleden nog is aangewezen als gemeentelijk monument, is gesloopt, evenals de schuur ten zuidwesten van het oude erf.

Figuur 2.13 Links; de boomgaard ten westen van het erf. Rechts; de boomgaard in het zuidelijke deel van het erf (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

In het zuidelijke deel van het erf bevindt zich een boomgaard, die bestaat uit relatief oude fruitbomen (zie figuur 2.12, rechts en 2.13, links). Direct ten westen van het erf zijn, in de oude tuin, enkele jaren geleden fruitbomen aangeplant (zie figuur 2.13, rechts).53

53

Op Google Streetviews van maart 2009 zijn de fruitbomen nog niet aanwezig (Google Maps 2018).

23

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Figuur 2.14 Links; de heggen langs de vroeg-20e eeuwse erven aan de Liefhovendijk 24-25 en 27. Rechts; Het westelijke deel van de Liefhovendijk wordt geflankeerd door rijen knotwilgen met daarlangs sloten (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

De erven aan de Liefhovendijk 24, 25 en 27 (zie figuur 2.14, links), die dateren uit e het begin van de 20 eeuw, worden grotendeels begrensd door geschoren heggen (o.a. liguster en esdoorn). Dit geldt ook voor de oude erven aan de overzijde van de Liefhovendijk, voor zover er sprake is van een voortuin. Hierdoor wordt het oostelijke deel van het oost-west georiënteerde deel van de Liefhovendijk grotendeels geflankeerd door (lage) heggen. Het westelijke deel van het oost-west georiënteerde deel van de Liefhovendijk wordt aan weerszijden geflankeerd door rijen knotwilgen met daarlangs sloten (zie figuur 2.14, rechts). Op de grens met de geschoren heggen bevindt zich tussen de knotwilgen nog een restant hakhout (o.a. zwarte els en gewone es). Het oostwest georiënteerde deel van de dijk is smal en geasfalteerd.

Figuur 2.15 Links; de heggen langs de vroeg-20e eeuwse erven. Rechts; Het westelijke deel van de Liefhovendijk wordt geflankeerd door rijen knotwilgen met daarlangs sloten (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

Het noordoost-zuidwest georiënteerde deel van de Liefhovendijk is eveneens een relatief smalle, geasfalteerd dijk, die wordt geflankeerd door sloten. De bebouwing aan de westzijde van de dijk is hierdoor alleen toegankelijk via bruggetjes (zie figuur 2.15, links). Op de noordwestelijke flank van de dijk bevinden zich op twee locaties nog een (vermoedelijk) restant van de bomenrij die hier in het verleden heeft gestaan (gewone es, zie figuur 2.15, rechts). De rest van deze zijde van de dijk is onbeplant. Op de zuidoostflank van de dijk bevindt zich wel (sterk gefragmenteerde) begroeiing. Langs het noordelijke deel bestaat de begroeiing uit hakhout (o.a. gewone es, zwarte els) en enkele opgaande bomen (esdoorn). Te zuiden hiervan bevinden zich enkele laag afgezette wilgen met ten zuiden daarvan een rij knotwilgen. Het uiterst zuidelijke deel van de dijk is niet langer in gebruik als weg en is afgesloten met een hek (zie figuur 2.17, links). Langs de oostzijde is dit deel van de dijk begroeid met hakhout. Als gevolg van de aanleg van de M.A.

Cultuurhistorisch onderzoek

24

Reinaldaweg is het oude dijktracé doorbroken. Door begroeiing op de dijk aan de zuidzijde van de M.A. Reinaldaweg, alsmede door de herinrichting van het terrein grenzend aan de dijk, is de oude zichtlijn langs de dijk doorbroken en is bovendien de dijk nauwelijks meer als zodanig herkenbaar (zie figuur 2.17, rechts).

Figuur 2.16 Links; het zuidwest-noordoost georiënteerde deel van de Liefhovendijk met aan de zuidoostzijde knotwilgen ten noorden daarvan laag afgezette wilgen. Rechts; Het hakhout op de zuidoostflank van de dijk is deels verwijderd (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

Figuur 2.17 Links; het onbestrate zuidelijke deel van de Liefhovendijk is afgesloten met een hek. Rechts; het oude dijktracé is ten zuiden van de M.A. Reinaldaweg niet meer als zodanig herkenbaar door demping van de sloten en de aanwezige begroeiing (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door een brede waterloop, de Lange Linschoten (zie figuur 2.18, links). Op de oostoever van de Lange Linschoten (direct ten oosten van het plangebied) bevindt zich ter hoogte van het noordelijke deel van het plangebied de bebouwing van de oude dorpskern van Linschoten. Ter hoogte van het zuidelijke deel van het plangebied bevindt zich geen bebouwing, maar een bomenrij met ten zuiden daarvan hakhoutachtige restanten (jonge knotwilg, meerstammige esdoorn e.d.). De (relatief hoog gelegen) M.A. Reinaldaweg snijdt de meanderbocht van de Lange Linschoten af, waardoor de oorspronkelijke landschappelijke eenheid is doorbroken (zie figuur 2.18, rechts).

25

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Figuur 2.18 Links; de Lange Linschoten in het zuidelijke deel van de dorpskern van Linschoten. Rechts; de Lange Linschoten (en het plangebied) wordt door de M.A. Reinaldaweg afgesneden (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

Het Land van Cromwijk is verkaveld in strookvormige langgerekte kavels, gescheiden door brede sloten (zie figuur 2.19, links). De lange percelen zijn lokaal door middel van hekken of sloten opgedeeld in kleinere percelen (zie figuur 2.19, rechts).

Figuur 2.19 Links; brede sloten verdelen het gebied in lange, noordwest-zuidoost georiënteerde percelen. Rechts; de langgerekte kavels zijn door hekken of dwarsloten in kleinere percelen opgedeeld (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

Het noordelijke deel van het plangebied is grotendeels open grasland met daarin een metalen weidemolen. Het uiterste zuidelijke deel van het plangebied bestaat uit een (vervallen) boomgaard (zie figuur 2.20, links). Een deel van de fruitbomen is relatief oud, maar er zijn ook enkele jong(ere) fruitbomen aanwezig. Op grote delen van het terrein zijn echter nog amper fruitbomen aanwezig. Direct ten noorden van de boomgaard bevindt zich een hakhoutbos (zie figuur 2.20, links). Een deel van de begroeiing wordt nog als zodanig beheerd. Op het terrein zijn ook veel opgaande bomen aanwezig. Het perceel hakhout wordt onderbroken door een klein perceel waar nog een restant van een boomgaard aanwezig is, bestaande uit enkele oudere fruitbomen (zie figuur 2.20, rechts). Langs de noordzijde van deze boomgaard bevindt zich een singel van hakhout.

Cultuurhistorisch onderzoek

26

Figuur 2.20 Links; vervallen boomgaard in het zuidelijke deel van het plangebied met op de achtergrond het hakhoutbos. Rechts; het hakhoutbos wordt onderbroken door een kleine boomgaard met langs de noordzijde een singel van hakhout (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

Ten westen van de grote boomgaard bevindt zich, ter hoogte van de oude tuin in het zuidwestelijke deel van het plangebied, een moestuin met laagstamfruitbomen, groenten en lage kassen (zie figuur 2.21, links). Ten noorden van de tuin bevindt zich een boomgaard, waarin kippen en schapen lopen (zie figuur 2.21, rechts). In de boomgaard, is voor de dieren een houten schuurtje geplaatst. Het perceel is toegankelijk via een klein bruggetje. Langs de noordgrens van het perceel bevinden zich enkele knotwilgen.

Figuur 2.21 Links; de moestuin in het zuidwestelijke deel van het plangebied. Rechts; kleine boomgaard met dierweide in het westelijke deel van het plangebied (foto; E.A.M. de Boer, 27 september 2018).

2.3.4 Bekende cultuurhistorische waarden Over het algemeen zijn in Nederland op verschillende niveaus (provinciaal, regionaal en/of gemeentelijk) cultuurhistorische waardenkaarten opgesteld. archeologische (verwachtings-)kaarten opgesteld. Voor zowel de provincie Utrecht als de gemeente Montfoort is een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd. Het noordoostelijke deel van het plangebied valt binnen het rijksbeschermde dorpsgezicht Linschoten, dat in 1966 is aangewezen (nr. 1436). De boerderij Liefhoven is genoemd als een ‘uit historisch oogpunt beschouwd, goede afsluiting van de bebouwing ten westen van de Lange Linschoten’.54 De boerderij zelf, een e 17 eeuws dwarshuis met daarachter een lage, houten schuur, is in 1970 aangewezen als rijksmonument. Ook de stenen hekpijlers langs de Liefhovendijk worden in de rijksmonumentomschrijving genoemd.55 54 Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht in de gemeente Linschoten, te raadplegen via Archis3 2018. 55 Monumentenregister 2018, monumentnr. 25975.

27

Liefhovendijk 2 te Linschoten

Figuur 2.22 Het erf aan de Liefhovendijk 2 met de boerderij, de timmermanswerkplaats en de hooimijt bij de aanwijzing als rijksmonument in 1966 (Van der Wal 1966, via Rijksmonumenten.nl 2018).

Figuur 2.23 De inmiddels gesloopte timmermanswerkplaats ten westen van boerderij Liefhoven (Monumentencommissie Montfoort 2016).

De timmermanswerkplaats, die tot voor kort ten westen van de boerderij stond, is in 2013 aangewezen als gemeentelijk monument. Volgens de monumentencommissie van Montfoort is de schuur uniek doordat het één van de e weinig overgebleven timmerschuren uit het begin van de 19 eeuw is. Door het materiaal waaruit de timmerschuren uit deze tijd zijn opgetrokken, zijn veel andere exemplaren verloren gegaan. De werkplaats wordt tevens waardevol

Cultuurhistorisch onderzoek

28

e

geacht omdat het de ‘kraamkamer’ is van veel 19 -eeuws timmerwerk in Linschoten.56 De bebouwing aan de Liefhovendijk 24-25 is in 1989 beschreven in het MIP (Monumenten Inventarisatie Project).57 Volgens de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht (CHAT) maakt het plangebied deel uit van het thema agrarisch cultuurlandschap-subthema Linschoten en behoort tot de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van Utrecht. De Linschoter ontginningen zijn samen met de boerderijlinten langs de Lange Linschoten, het landgoed Linschoten en de Linie van Linschoten (onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie, 1796) cultuurhistorisch zeer waardevol. De oudste, deels nog onregelmatige ontginningen liggen op de brede stroomrug, waar het ‘engdorp’58 Linschoten zich heeft ontwikkeld. In de middeleeuwen is vanaf de stroomrug van de Linschoten en de noordelijke IJsseldijk de achterliggende gebieden in verkavelingsblokken strookvormig ontgonnen. Het plangebied maakt deel uit van het vlak ‘bebouwingslint’. Voor het agrarisch cultuurlandschap geldt dat ‘behoud door ontwikkeling’ als uitgangspunt. De cultuurhistorische waarde ligt met name in de aanwezige ontginningsstructuur en –richting, de structuur en maatvoering van de boerderijlinten en het waterbeheersingssysteem. 59 De Lange en Korte Linschoten zijn aangeduid als onderdeel van de historische infrastructuur (‘waterwegen-lijnen’).

Vreemd genoeg wordt ook de M.A. Reinaldaweg langs de zuidwestgrens van het plangebied, die pas in 1961 is aangelegd, aangeduid als historische infrastructuur (‘landwegen-lijnen’). Volgens het thema Militair Erfgoed vallen binnen het plangebied geen cultuurhistorisch waarden behorende bij dit thema. Het gebied ligt echter als hoger gelegen corridor tussen de inundatievelden van de oude Hollandse Waterlinie. Op ruim 500 m ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich het verdedigingswerk de Linie van Linschoten. Het plangebied bevat geen cultuurhistorische waarden behorend tot het thema Historische buitenplaatsen.60 In 2010 is in het kader van het Archeologiebeleid van de gemeente Montfoort ook een archeologische inventarisatie uitgevoerd.61 Op de kaart Cultuurhistorische Inventarisatie: bewoning van de gemeente Montfoort behoort het plangebied tot een ‘landgoed/buitenplaats’ met in het noordoostelijke deel de ‘historische kern (1832)’ van Linschoten. De M.A. Reinaldaweg langs de zuidgrens van het plangebied is, ondanks de zeer recente aanlegdatum, aangeduid als cultuurhistorische structuur (‘weg/pad/laan’). Op de kaart Cultuurhistorische inventarisatie: waterstaat en defensie is de oever van de Linschoten langs de zuid- en oostgrens van het plangebied als een kade of dijk aangeduid. De Liefhovendijk is op deze kaart niet als zodanig gekarteerd.

Het plangebied maakt deel uit van een corridor in het inundatiegebied van de Oude Hollandse Waterlinie. In de Dorpsvisie Linschoten 2030 is het plangebied als ‘Land van Cromwijk’ aangewezen als gebied met een hoge beeldkwaliteit. Het noordoostelijke deel van het plangebied valt binnen de zone beschermd dorpsgezicht. Het gebied wordt omschreven als een ‘dorpsweide met hoogstamboomgaard en een eeuwenoud hakhout’ met een ‘waardevol ensemble van de boerderij met 56 57

Monumentencommissie Montfoort 2016. CHAT 2018.

58

Een ‘eng’ is een aaneengesloten oud bouwlandgebied dat doro verschillende boeren werd gebruikt. 59

Provincie Utrecht 2017. CHAT 2018. 61 Alkemade et al. 2010. 60

29

Liefhovendijk 2 te Linschoten

timmerschuur en zaagschuur.’ Het gebied wordt als ‘groene ruimte’ gewaardeerd. Het behoud van de landschappelijke uitstraling van dit gebied staat voorop, waarbij in de bestaande (te renoveren) bebouwing wel de mogelijkheid bestaat tot kleinschalige functieveranderingen.62

62

Amer 2011

Cultuurhistorisch onderzoek

30

3

Waarden

Het plangebied maakte lange tijd deel uit van een onbebouwd, buitendijks gebied, dat werd begrensd door een meanderbocht van de Linschoten in het zuidwesten en oosten en een dijk, de Liefhovendijk in het noordwesten en noorden. Deze historisch-geografische elementen zijn momenteel nog steeds aanwezig en dateren in beginsel uit de late middeleeuwen of eerder. Ook het langgerekte verkavelingspatroon, dat deels de natuurlijke ondergrond lijkt te volgen (gebogen kavelsloten) en deels niet (rechte kavelsloten), dateert vermoedelijk uit deze periode. Aangezien er geen oudere gedetailleerde kaarten zijn, kan er bij het bepalen van de gedetailleerde cultuurhistorische karakteristiek van het plangebied alleen gebruik worden gemaakt van kaarten uit het begin e van de 19 eeuw (en later). De onbebouwde delen van de Liefhovendijk werden lange tijd geflankeerd door bomenrijen met daarlangs singels van hakhout en sloten. Dit betekent dat de dijk een afgesloten corridor in het landschap vormde, waarbij vermoedelijk alleen als het hakhout recentelijk was afgezet sprake was van een onbelemmerd zicht op het omringende landschap. Van de bomen en het hakhout resteren nog enkele fragmenten. Langs een deel van de dijk is alle begroeiing verwijderd, terwijl elders knotwilgen zijn aangeplant.

Hoewel ook knotwilgen onder de categorie hakhout vallen, hebben ze wel een meer open karakter dan het oorspronkelijke e hakhout. De sloten zijn nog wel aanwezig. Hierdoor kan men het voege-20 eeuwse bebouwingslint het noordoost-zuidwestelijke deel van de Liefhovendijk alleen bereiken via kleine bruggetjes. Langs het bebouwde deel van de Liefhovendijk zijn geen sloten (meer) aanwezig. De dijk wordt hier grotendeels geflankeerd door lage heggen. Vermoedelijk heeft het gebied lange tijd een marginaal gebruik gehad en vond er alleen kleiwinning voor de aanleg of verzwaring van dijken en kaden plaats. De afgegraven, lager gelegen delen van het gebied zijn vervolgens in gebruik genomen als hakhoutbos. Het gebied had hierdoor (in combinatie met de boomgaarden en de hakhoutsingels langs de Liefhovendijk) een gesloten karakter. Slechts twee van de oorspronkelijk vijf hakhoutpercelen zijn tegenwoordig nog aanwezig. De overige zijn in gebruik genomen als weiland. Als gevolg van egalisatie (voor of door het gebruik als weiland), is in deze percelen het patroon van onregelmatige greppeltjes ten behoeve van de kleiwinning ook grotendeels verdwenen. Hoewel deze greppeltjes in het hakhoutbos als gevolg van de begroeiing uiteraard niet direct zichtbaar zijn, zijn ze daar nog wel aanwezig. De hoger gelegen delen van het plangebied waren in gebruik als boomgaard.

Oorspronkelijk waren in het plangebied vijf percelen boomgaard aanwezig. Tegenwoordig zijn deze boomgaarden voor het grootste deel sterk vervallen, waardoor op de meeste percelen nog slechts enkele oudere bomen aanwezig zijn. Plaatselijk zijn nieuwe bomen aangeplant. e

Aan het einde van de 17 eeuw is in het noordoostelijke deel van het plangebied een boerderij gebouwd met daaromheen meerdere bijgebouwen. De boerderij vormde door haar ligging dwars op het bebouwingslint op de westoever van de Lange Linschoten als het ware de afsluiting van het dorp. Tevens was vanuit de

31

Liefhovendijk 2 te Linschoten

e

boerderij sprake van een zichtlijn door het dorp. In de 19 eeuw is het erf in westelijke en zuidelijke richting uitgebreid. Momenteel is men bezig de boerderij te renoveren. De bijgebouwen (schuren en hooimijt) zijn inmiddels in zeer slechte staat of al gesloopt. Met de sloop van de schuren zal het historische karakter van het erf wijzigen. Het erf wordt aan de voorzijde en de westzijde begrensd door een (geschoren) heg, die echter is uitgegroeid en veel hoger is dan oorspronkelijk of is verwilderd. Aan de voorzijde bevindt zich eveneens het oude hek met stenen hekpijlers. Voorheen bevonden zich bij beide hekpijlers een boom. Slechts één boom (beuk) resteert nog. e

e

Mogelijk waren vanaf de 17 of 18 eeuw op nog drie andere locaties erven e aanwezig. Het zou ook kunnen dat deze erven pas in het begin van de 19 eeuw zijn ontstaan. In deze periode werden ze aangeduid als ‘tuin’. In ieder geval e waren op deze percelen in de tweede helft van de 19 eeuw geen gebouwen meer aanwezig en werden ze gebruikt als tuin of boomgaard. De percelen ten westen en ten zuiden van het nog bestaande erf zijn tegenwoordig in gebruik als boomgaard. Het zuidwestelijke erf ligt deels onder de M.A. Reinaldaweg. Het resterende deel is in gebruik als boomgaard. e

In het begin van de 20 eeuw zijn ten westen van de tuin (voormalige erf) in het noordoostelijke deel van het plangebied drie woningen gerealiseerd. In dezelfde periode ontstond ten noordwesten van de Liefhovendijk een aaneengesloten bebouwingslint. Binnen het plangebied heeft zich geen aaneengesloten bebouwingslint ontwikkeld. e

Het zuidelijke deel van het plangebied maakte in de 19 eeuw, samen met het terrein ten noordwesten van het plangebied, deel uit van het landgoed van Anthony van Dam. Onderdeel van de inrichting vormden de lanen langs de randen van het eigendom, die in het noordwesten aansloten op de lanen ten noordwesten van de Liefhovendijk. Aan de oostzijde lag een bruggetje om deze lanen te verbinden de wegen aan de overzijde van de Lange Linschoten, zoals de Dorpstraat-Engherzandweg en de Nieuwe Zandweg. Deze laanstructuur is tegenwoordig verdwenen. Het terrein is (mede hierdoor) niet meer toegankelijk. e

Als gevolg van de ontwikkelingen vanaf met name het begin van de 20 eeuw zijn de historische karakteristieken van het gebied gewijzigd en/of deels verstoord. Zo is de relatie met het binnendijkse gebied ten noordwesten van het plangebied, dat onderdeel uitmaakte van hetzelfde landgoed, als het zuidelijke deel van het plangebied, door de aanleg van het bebouwingslint langs de Liefhovendijk, verbroken. Het verwijderen van hakhoutbos en de bomenrijen en hakhoutsingels langs de Liefhovendijk, en het verval van de boomgaarden hebben ertoe geleid dat het gebied steeds meer een open karakter heeft gekregen. Door de aanleg van de M.A. Reinaldaweg langs de zuidwestgrens van het plangebied in het begin van de jaren zestig is de oude landschappelijke eenheid binnen de meanderbocht doorbroken. Ook de Liefhovendijk, die voorheen belangrijk onderdeel vormde van de infrastructuur op de westoever van de Lange Linschoten, is door de M.A. Reinaldaweg doorbroken. Tot slot heeft het verval van de bijgebouwen van het erf aan de Liefhovendijk 2 er voor gezorgd dat het oude, karakter (met een combinatie van een agrarisch gebruik (o.a. de hooimijt en schuren) en het ambachtelijk gebruik (timmermanswerkplaats)) (bijna) is verdwenen. Samengevat zijn de historisch-geografische karakteristiek en waarden van het plangebied (zie ook bijlage 3):

Cultuurhistorisch onderzoek

32

-

-

-

-

-

33

Grotendeels intacte landschappelijke eenheid omgeven door de Liefhovendijk en de meanderbocht van de Lange Linschoten; De functie van de Liefhovendijk als doorgaande route en zichtlijn op de westoever van de Lange Linschoten is door de onderbreking van de M.A. Reinaldaweg deels verdwenen; Strookvormige verkaveling, gedefinieerd door lange (brede) sloten, die in het zuidelijke deel is beïnvloed door het natuurlijke landschap; Restant kleiwinning in de vorm van laaggelegen percelen (van oorsprong beplant met hakhout) met een restant van kleiwinningsgreppels; Beplanting (oorspronkelijk dubbele rij opgaande bomen aan weerszijden met hakhoutsingels) en sloten langs het onbebouwde deel van de Liefhovendijk. De gesloten hakhoutbeplanting is grotendeels sterk vervallen en deels vervangen door een meer open knotwilgenbeplanting; Lage, geschoren heggen (voornamelijk esdoorn en liguster) langs het bebouwde deel van de Liefhovendijk; Relatief gesloten landschap met een afwisseling van dichte hakhoutbossen en meer open boomgaarden. Deze historische karakteristiek is echter deels aangetast door het verwijderen van de hakhoutbossen en het verval van de boomgaarden.

Het resterende hakhoutbos en de boomgaarden zijn derhalve van groot belang voor de cultuurhistorische karakteristiek van het gebied; (Sterk vervallen) agrarisch-ambachtelijk erf als afsluiting van het dorpslint op de westoever van de Lange Linschoten met zichtlijn langs de Raadhuisstraat. Het erf wordt omgeven door een geschoren (maar uitgegroeide) heg met aan de voorzijde een hek met stenen hekpijlers; Restanten oude erven in de vorm van percelen tuin en boomgaard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=5fe85c2f-4a10-4840-aceb-1bf047a193bc