CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2d Bodemonderzoek.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “M.A. Reinaldaweg 73” in Linschoten28.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend (asbest)bodemonderzoe k M.A. Reinaldaweg 73 Linschoten 20-2090-R01JV

COLOFON

Opdrachtgever

Dhr. J. den Hartogh Anton Tsechovweg 15 3446 ZL Woerden

Locatie

M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten

Type onderzoek

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 / NEN 5897

Rapportnummer

20-2090-R01JV

Datum rapport

8 juni 2020

Opsteller

Dhr. J. Voorhorst Projectleider Bodem

Kwaliteitscontrole

Mevr. M. Penders Projectleider Bodem

Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING .......................................................................................................................... 1

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................. 2 2.1 2.2 2.3

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 ...................................................................... 6 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

4.

Onderzoeksopzet ............................................................................................................ 6 Uitvoering en resultaten veldwerk ..................................................................................... 6 Uitvoering en resultaten chemisch-analytisch onderzoek ...................................................... 7 Aanvullend onderzoek .................................................................................................... 10 Interpretatie onderzoeksgegevens ................................................................................... 11

VERKENNEND ASBESTONDERZOEK NEN 5707 / NEN 5897 ................................................ 12 4.1 4.2 4.3

5.

Algemeen ....................................................................................................................... 2 Verzamelde informatie vooronderzoek ............................................................................... 2 Hypothese ...................................................................................................................... 4

Onderzoeksstrategie ...................................................................................................... 12 Uitvoering en resultaten veldwerk ................................................................................... 12 Uitvoering en resultaten analytisch onderzoek .................................................................. 14

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 15

BIJLAGEN 1.

2. 3. 4. 5. 6.

Weergave onderzoekslocatie 1.1 Kadastrale gegevens en omgevingskaart 1.2 Situatietekening 1.3 Foto’s 1.4 Verontreinigingssituatie Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Resultaten vooronderzoek Kwaliteitsaspecten van het onderzoek

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

1. INLEIDING

In opdracht van de heer J. den Hartogh heeft Inventerra in april 2020 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 / NEN 5897 verricht op de locatie aan de M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en aanvraag van een Omgevingsvergunning in verband met de geplande (her)ontwikkeling op de locatie. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. Kwaliteit Inventerra is door Normec Certifications gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer EC-SIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001. De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever.

Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van

☒ ☒ ☒

grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters. 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.

De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 1 van 17

2. MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725

2.1

Algemeen

Om inzicht te krijgen over de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek. De aanleiding voor het navolgend beschreven vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A uit de NEN 5725:2017). Ten behoeve hiervan dient in ieder geval informatie te worden verzameld over: • Bodemopbouw en geohydrologie, inclusief informatie over de verwachte aan- of afwezigheid van antropogene lagen in de bodem; • Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart, reeds uitgevoerde bodemonderzoeken en of mogelijk sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, asbest, activiteiten en/of ongewone voorvallen, op basis van het voormalige en huidige gebruik.

Voor het verzamelen van de benodigde informatie kunnen meerdere informatiebronnen worden geraadpleegd, zoals: • Informatie/interview(s) eigenaar en/of opdrachtgever • Archieven gemeente, milieudienst en/of provincie • Online bronnen zoals Bodemloket.nl en Topotijdreis.nl • Bodemkwaliteitskaarten • Topografische kaarten • Geohydrologische kaarten Verder dient een terreinverkenning te worden uitgevoerd. Deze kan eventueel meteen voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk worden uitgevoerd. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek wordt beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens, alsmede de bij de terreininspectie(s) ter plaatse van de onderzoekslocatie geconstateerde situatie. 2.2

Verzamelde informatie vooronderzoek

In de navolgende tabel is de tijdens het vooronderzoek verzamelde relevante informatie weergegeven. Tabel 1 Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek

Gegevens onderzoekslocatie Adres

M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten

Kadaster

Linschoten, sectie B, nr. 2729

XY-coördinaten

X: 123.452

Begrenzing onderzoekslocatie

De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt ca. 3.430 m².

Huidig gebruik

Boerderij met diverse schuren en grasland.

Toekomstig gebruik

Gepland is de sloop van de schuren en nieuwbouw van een grote schuur achter de woning. Het erf met de woonboerderij en schuren krijgt dan de bestemming ‘wonen’.

Omgeving

De locatie wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de M.A. Reinaldaweg. Zuidoostelijk is het terrein van nr. 79 met een boerderij en schuren gesitueerd. Aan de overige zijden wordt de locatie omringd door grasland.

Y: 452.019

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 2 van 17

Vervolg tabel 1

Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek

Overige informatie vooronderzoek Informatie eigenaar / opdrachtgever

Voorheen was op de locatie een klein agrarisch bedrijf gevestigd (melkvee en varkens). Het bedrijf is in 1995 gestopt, zodat het al 25 jaar niet meer gebruikt wordt voor een agrarische functie. De boerderij wordt wel bewoond. Door de opdrachtgever is een incompleet conceptrapport van een bodemonderzoek uit 2016 verstrekt (Lawijn, kenmerk 16.2846.A1, d.d. 10 nov. 2016). In dat conceptrapport ontbreken de boorprofielen en het milieuhygiënisch vooronderzoek. Uit het verrichtte bodemonderzoek blijkt (samengevat) het volgende: • Erfgedeelte (algemene bodemkwaliteit): in de grond, met name de bovengrond, zijn zwakke bijmengingen met puin en kolengruis aanwezig. De grond blijkt ten hoogste licht verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, molybdeen en zink. • Voormalige bovengrondse dieseltank in oostelijke schuur: de bovengrond ter plaatse (boring 21) is licht verontreinigd met minerale olie. Het grondwater ter plaatse is niet verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten. • Slootdemping oostelijk terreindeel: in de demping zijn resten puin, grind, resten plastic en sporen kolengruis waargenomen. De bodemlaag met deze bijmengingen is licht tot sterk verontreinigd met diverse zware metalen en is licht verontreinigd met minerale olie.

• Asbest: onder de dakgootlijn van de oostelijke schuur is de grond plaatselijk sterk verontreinigd met asbest (bodemlaag van 0 – 0,3 m-mv, gerapporteerd gehalte 3.500 mg/kgds). De oppervlakte wordt geraamd op 20 – 30 m². Het overige deel van de locatie wordt op basis van de zintuiglijke waarnemingen beschouwd als onverdacht voor asbest. In een mengmonster van de (puinhoudende) grond ter plaatse van het erf is geen asbest aangetoond.

Terreinverkenning

Kaartmateriaal

•

Het voormalige agrarische bedrijf bestaat uit een boerderij met zeven (aangebouwde) schuren. Het merendeel van de schuren heeft een asbestverdacht golfdak, dat vrijwel allemaal direct op de bodem afwatert. Bij enkele daken is een dakgoot aanwezig, echter zijn die dakgoten niet aangesloten op een (ondergrondse) riolering. Een deel van de schuren is in een matige tot slechte staat. Het terrein rondom de boerderij en tussen de grote schuur en de kapschuur is voorzien van grind als (erf)verharding. Het toegangspad en het erf langs de schuur aan de oostkant van het terrein zijn verhard met asfalt en beton.

•

Bij de terreininspectie is aandacht besteed aan het voorkomen van verdachte punten, zoals brandplaatsen, terreinophogingen of verzakkingen, aanwezigheid van puin op de bodem en de aanwezigheid van asbestverdachte bouw- en/of verhardingsmaterialen. Met uitzondering van de asbestverdachte dakbedekking zijn voornoemde aspecten niet waargenomen.

•

BAG-viewer: De boerderij dateert uit 1924. De schuren achter de boerderij dateren uit 1950 en 1956. Topotijdreis: Uit beschikbaar kaartmateriaal is te herleiden dat binnen de locatie sprake is geweest van enkele slootdempingen. Evenwijdig aan de zuidoostelijke perceelgrens, waar nu schuren staan, is een sloot aanwezig geweest, welke in de jaren ’50 van de vorige eeuw doorliep tot aan de voorzijde van het perceel. In de jaren ’60 van de vorige eeuw was er evenwijdig aan de weg ook een sloot aanwezig, welke ongeveer tot aan de boerderij doorliep. Direct ten noorden van het plangebied was eveneens een sloot aanwezig. Voor zover te herleiden zijn op de locatie geen kassen of boomgaarden aanwezig geweest; aangrenzende percelen waren echter wel in gebruik als boomgaard. Explosieven: Volgens de bommenkaart van Beobom zijn in de omgeving van de onderzoekslocatie geen mijnenvelden, ruimingen of luchtaanvallen geweest. De locatie is vooralsnog onverdacht voor de aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven. Grondwaterbeschermingsgebied: De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

•

•

•

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 3 van 17

Vervolg tabel 1

Overzicht verzpamelde informatie vooronderzoek

Overige informatie vooronderzoek – vervolg Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)

•

•

•

Bodeminformatie onderzoekslocatie: Bij de ODRU is geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid van (voormalige) ondergrondse tanks, eerder uitgevoerde bodemonderzoeken of de aanwezigheid van een (geval van ernstige) bodemverontreiniging. Ook de eerder genoemde slootdempingen worden door de ODRU niet weergegeven. Wel wordt op het zuidoostelijke deel van de locatie een voormalige boomgaard weergegeven (die volgens kaartmateriaal op het aangrenzende perceel was gesitueerd). Bodeminformatie aangrenzende percelen: Op aangrenzende percelen cq. terreindelen worden door de ODRU boomgaarden aangegeven. Door de ODRU worden aan (voormalige) boomgaarden grenzende percelen als verdacht voor bestrijdingsmiddelen beschouwd. Grootschalige mobiele gevallen van ernstige bodemverontreiniging: In de nabijheid van de omgeving zijn geen grootschalige mobiele gevallen van ernstige bodemverontreiniging bekend.

Bodemloket.nl

Geen aanvullende informatie.

Bodemkwaliteitskaart

De locatie is gelegen in zone ‘Naoorloogse bebouwing II’. De ontgravingskwaliteit voor de bovengrond (0 – 0,5 m-mv) valt in klasse Wonen. De ontgravingskwaliteit voor de ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) valt in klasse Achtergrondwaarde. Op basis van de loodverwachtingskaart kunnen loodgehalten tussen 100 een 390 mg/kgds worden aangetoond (zijnde licht tot matig verhoogde gehalten).

Geohydrologie (DinoLoket en Grondwaterkaarten TNO)

Holocene deklaag, bestaande uit zandige, kleiige en/of venige afzettingen: tot ca. 9 m-mv Watervoerend pakket, bestaande uit zandige afzettingen van de Formaties van Boxtel, Kreftenheye, Urk en Sterksel: dikte minimaal 30 meter Stromingsrichting van het freatisch grondwater: beïnvloed door lokale factoren Stromingsrichting grondwater in eerste watervoerend pakket: noord(noordwest)

In bijlage 1 zijn de foto’s, gemaakt tijdens de terreininspectie, en de situatietekening(en) bijgevoegd. In bijlage 5 zijn relevante gegevens van het vooronderzoek opgenomen. 2.3

Hypothese

Ten behoeve van het opstellen van de onderzoekshypothese(s) dienen de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie? De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1. Is sprake van bodemvreemde lagen en waar bevinden deze zich? Op grond van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek op een deel van onderhavige onderzoekslocatie wordt in de grond ter plaatse van het erf een bijmenging met puinig materiaal verwacht. Onder de asfalt- en betonverharding van het erf en de toerit kan stabilisatiemateriaal aanwezig zijn (dat wordt dan vastgesteld bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden). Er is geen aanleiding om te verwachten dat ter plaatse van het grasland sprake is van bodemvreemde lagen. Is de bodem asbestverdacht? Vanwege de (mogelijke) aanwezigheid van puinbijmengingen (in 2016 aangetroffen op het oostelijke deel van het terrein) en de direct op het maaiveld afwaterende asbestverdachte daken is de bodem (plaatselijk) verdacht voor asbest.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 4 van 17

Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij te onderscheiden? In de bodemkwaliteitskaart en het bijbehorende bodembeheerplan zijn voor de bodem twee bodemlagen te herleiden. Voor de bodemlaag van 0 – 0,5 m-mv is de verwachting dat die licht tot matig verontreinigd is met lood (op basis van de loodverwachtingskaart) en voor het overige licht verontreinigd is (klasse Wonen). Voor de bodemlaag van 0,5 – 2,0 m-mv is de verwachting dat die niet tot licht verontreinigd is (klasse Achtergrondwaarden). Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Er wordt niet verwacht dat eventuele activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? De locatie is nog niet volledig onderzocht middels een (asbest)bodemonderzoek; derhalve is de uitvoering van een (asbest)bodemonderzoek nodig.

Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Op grond van de bodemkwaliteitskaart, de loodverwachtingenkaart en de resultaten van het in 2016 uitgevoerde onderzoek wordt rekening gehouden met lichte tot sterke verontreinigingen met voornamelijk zware metalen (met name lood) en lichte verontreinigingen met PAK. Ook is vanuit het in 2016 uitgevoerde bodemonderzoek een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest bekend achter de meest oostelijke schuur. Vanwege de voormalige boomgaarden direct buiten de onderzoekslocatie (door de ODRU deels op onderhavige locatie aangegeven) is de toplaag tot 0,3 m-mv tevens verdacht voor een verontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB).

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? De volgende potentiële bronnen van bodemverontreiniging zijn geïdentificeerd; de ligging hiervan is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1.2: • Voormalige boomgaarden op direct aan de planlocatie grenzende percelen, verdachte parameters: organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) • 2 gedempte sloten, verdachte parameters: diverse parameters • Diverse afwaterende asbestverdachte daken, verdachte parameter: asbest (zie ook hoofdstuk 4) Ter plaatse van het overige deel van de onderzoekslocatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend. Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek? Voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit wordt er vanuit gegaan dat ter plaatse van het erf (oostelijke terreindeel) sprake is van een diffuse bodembelasting en is de onderzoeksstrategie voor een ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’ (VEDHE-NL, NEN 5740) van toepassing. Het grasland op het westelijke terreindeel is onverdacht voor verontreiniging; hiervoor is de onderzoeksstrategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV, NEN 5740) van toepassing.

Voor het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen (OCB) wordt de (oorspronkelijke) bovengrond binnen het gehele plangebied beschouwd als verdacht voor OCB (conform het beleid van de ODRU); hiervoor is de onderzoeksstrategie voor een ‘verdachte niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL, NEN 5740) van toepassing. Het onderzoek naar de slootdempingen betreft maatwerk, vanwege de duidelijke ligging van de dempingen. Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 5 van 17

3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740

3.1

Onderzoeksopzet

Op basis van de in het vorige hoofdstuk geformuleerde hypotheses en onderzoeksstrategieën is de minimaal benodigde onderzoeksinspanning bepaald. In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden en analyses volgens de NEN 5740 worden verricht. Tabel 2 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie

Strategie

Veldwerk

Analyses

boringen

peilbuizen

bg/vd

og/vd

gw

Erf, opp. ca. 2.200 m2

VED-HE-NL

11x 1,0 m-mv 2x 2,0 m-mv

1x

3x NENG

1x NENG

1x NENW

Weiland, opp. ca. 1.230 m²

ONV-NL

6x 0,5 m-mv 2x 2,0 m-mv

#

1x NENG

1x NENG

#

Slootdemping oost,

Maatwerk

5x ca. 2,0 m-mv*

#

1x NENG 5x ZM (H)

1x NENG 5x ZM (V)

#

Slootdemping zuid

Maatwerk

2x ca. 2,0 m-mv*

-

-

1x NENG

-

Onderzoek OCB, opp. ca. 3.430 m²

VED-HE-NL

- **

-

3x OCB

-

-

Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld NENG :

NENW :

OCB ZM * ** #

: : : : :

H/V

:

3.2

vd: verdachte laag

bg: bovengrond

og: ondergrond

gw: grondwater

standaard pakket grond (droge stofgehalte, organisch stof- en lutumgehalte, 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), polychloorbifenylen (PCB), minerale olie) standaard pakket grondwater (9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl, 11 stuks), minerale olie) organochloorbestrijdingsmiddelen droge stofgehalte, organisch stof en lutumgehalte, 9 zware metalen, AS3000 eventueel in combinatie met reeds te plaatsen boringen op hetzelfde terreindeel aanvullende monstername van de toplaag (bovenste 25 à 30 cm van de (oorspronkelijke) bovengrond) het grondwateronderzoek wordt gecombineerd met het onderzoek ter plaatse van het erf; de peilbuis wordt vooralsnog in de oostelijke slootdemping geplaatst (1 peilbuis voldoet voor de totale oppervlakte van het plangebied) horizontale/verticale afperking van de in 2016 aangetoonde verontreiniging met zware metalen in de slootdemping

Uitvoering en resultaten veldwerk

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002 en zijn uitbesteed aan Bodemopbouw te ’s-Gravenzande. De uitvoerend veldmedewerker, dhr. M. Bouwhuis, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving onder certificaatnr. NC-SIK20339. Op 1 en 2 april 2020 zijn in totaal 28 boringen (boringen 101 t/m 128) geplaatst, in diepte variërend van 1,0 – 3,0 m-mv. Boring 106a is gestaakt op beton op 0,3 m-mv. Boring 101, geplaatst in de zuidoostelijke slootdemping, is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De situering van de boringen en de peilbuis en enkele overzichtsfoto’s zijn weergegeven in bijlage 1.2 en 1.3. Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is ter plaatse zintuiglijk beoordeeld, de vrijgekomen grond is geclassificeerd en bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen (zoals kleur, geur, bijmengingen, verontreinigingen) zijn beschreven in boorprofielen, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. Bij iedere boring zijn monsters genomen van de te onderscheiden bodemlagen.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 6 van 17

De bodem op de locatie bestaat over het algemeen uit klei op zand, waarbij de dikte van de kleilaag varieert van 0,5 tot 2 meter. Met name op de verharde terreindelen komt onder de verharding een laagje zand voor. Bij het merendeel van de boringen is een bijmenging met bodemvreemd materiaal (bestaande uit ondefinieerbaar puin, kolengruis, betonbrokken, repac, asfaltresten en puin van bakstenen) waargenomen. Bij de boringen 105 t/m 107 is onder het asfalt en beton een funderingslaag aangetroffen. Bij de boringen 112 t/m 114 is het terrein verhard met een overwegend puinhoudende grindlaag. Het grondwater bevond zich tijdens het veldwerk op een diepte van 0,8 à 1,5 m-mv. Op basis van het verschil in maaiveldhoogte, de bodemopbouw en de waargenomen bijmengingen met bodemvreemd materiaal kan worden geconcludeerd dat het terrein bij de boringen 105 en 128 (toerit erf) en bij boring 120 naast de grote schuur is opgehoogd, waardoor de oorspronkelijke bovengrond zich op een diepte vanaf ca. 0,5 m-mv bevindt. Het grondwater uit de geplaatste peilbuis 101 is op 29 april 2020 zorgvuldig afgepompt en bemonsterd. De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3 Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater Peilbuis 101

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

EGV (µS/cm)

Troebelheid (NTU)*

Bijzonderheden

2,00 - 3,00

1,50

6,9

2950

4,6

-

Verklaring tabel: pH: zuurgraad EGV: elektrisch geleidend vermogen *: Bij een NTU >10 dient het grondwater als troebel te worden beschouwd

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden. 3.3

Uitvoering en resultaten chemisch-analytisch onderzoek

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses. Tabel 4 Overzicht grond- en grondwatermonsters Grond

Boring met traject (m-mv)

Analyse

Toelichting

MM1

115 (0,00 - 0,30) 118 (0,00 - 0,50) 119 (0,00 - 0,50) 120 (0,30 - 0,70) 121 (0,00 - 0,30) 123 (0,00 - 0,40)

NENG

Bovengrond grasland, zintuiglijk onverdacht

MM2

118 (0,70 - 1,00) 120 (1,00 - 1,50) 121 (0,60 - 1,00) 122 (0,60 - 1,00) 123 (0,60 - 1,00)

NENG

Ondergrond grasland, zintuiglijk onverdacht

MM3

103 (0,00 - 0,50) 104 (0,00 - 0,50) 105 (0,50 - 1,00)

NENG

Oorspronkelijke bovengrond oostelijk terreindeel, baksteenhoudend

MM4

108 (0,20 - 0,50) 111 (0,30 - 0,50) 112 (0,40 - 0,60) 120 (0,00 - 0,30)

NENG

Oorspronkelijke bovengrond erf, puinhoudend

MM5

107 (0,30 - 0,80) 109 (0,20 - 0,50) 110 (0,07 - 0,50) 114 (0,15 - 0,50)

NENG

Zandlaag onder erfverharding, puinhoudend

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 7 van 17

Vervolg tabel 4

Overzicht grond- en grondwatermonsters

Grond

Boring met traject (m-mv)

Analyse

Toelichting

MM6

106 (0,70 - 1,20) 108 (0,50 - 1,00) 109 (0,50 - 1,00) 110 (0,50 - 1,00) 113 (0,50 - 1,00) 114 (0,50 - 0,80)

NENG

Ondergrond erf, zintuiglijk onverdacht

MM7

106a (0,00 - 0,30) 109 (0,05 - 0,20) 111 (0,07 - 0,30)

NENG

Zandige toplaag erf, puin-, asfalt- en betonhoudend

MM8

125 (0,00 - 0,30) 126 (0,10 - 0,50)

NENG

Zandige toplaag ter plaatse van en direct naast oostelijke demping, puinhoudend

MM9

101 (0,50 - 1,00) 126 (0,50 - 1,00)

NENG

Ondergrond oostelijke demping, puin- en kolengruishoudend

MM10

116 (0,50 - 0,90)

NENG

Zuidelijke demping, mogelijk dempingsmateriaal

MMA

118 (0,00 - 0,30) 119 (0,00 - 0,30) 121 (0,00 - 0,30) 122 (0,00 - 0,30)

OCB

Bovengrond grasland

MMB

102 (0,00 - 0,30) 103 (0,00 - 0,30) 104 (0,00 - 0,30) 105 (0,50 - 0,80)

OCB

Bovengrond oostelijk terreindeel

MMC

109 (0,20 - 0,50) 111 (0,30 - 0,50) 112 (0,40 - 0,60) 114 (0,15 - 0,45)

OCB

Bovengrond ter plaatse van erf

101-1

101 (0,00 - 0,50)

ZM

Verticale inkadering verontreiniging 2016

101-3

101 (1,00 - 1,50)

ZM

Verticale inkadering verontreiniging 2016

124-2

124 (0,20 - 0,70)

ZM

Horizontale inkadering verontreiniging 2016

124-3

124 (0,70 - 1,20)

ZM

Verticale inkadering verontreiniging 2016

125-2

125 (0,30 - 0,70)

ZM

Horizontale inkadering verontreiniging 2016

126-3

126 (1,00 - 1,20)

ZM

Verticale inkadering verontreiniging 2016

127-2

127 (0,50 - 1,00)

ZM

Horizontale inkadering verontreiniging 2016

Grondwater

Filterstelling (m-mv)

Analyse

Toelichting

101-1-1

2,00 - 3,00

NENW

-

Verklaring tabel: NENG : standaard pakket grond (9 zware metalen, PAK, PCB en minerale olie), organische stof en lutum NENW : standaard pakket grondwater (9 zware metalen, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie) ZM : 9 zware metalen, organische stof en lutum OCB : organochloorbestrijdingsmiddelen en organische stof

In navolgende tabel is de interpretatie van de toetsing van de analyseresultaten van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 8 van 17

Tabel 5 Overschrijdingstabel grond- en grondwatermonsters Grond

Traject (m-mv)

> AW

>T

>I

MM1

115 (0,00 - 0,30) 118 (0,00 - 0,50) 119 (0,00 - 0,50) 120 (0,30 - 0,70) 121 (0,00 - 0,30) 123 (0,00 - 0,40)

Zink (0,09) Cadmium (0,01)

-

-

MM2

118 (0,70 - 1,00) 120 (1,00 - 1,50) 121 (0,60 - 1,00) 122 (0,60 - 1,00) 123 (0,60 - 1,00)

-

-

-

MM3

103 (0,00 - 0,50) 104 (0,00 - 0,50) 105 (0,50 - 1,00)

Minerale olie (0,03)

PAK (0,82)

-

MM4

108 (0,20 - 0,50) 111 (0,30 - 0,50) 112 (0,40 - 0,60) 120 (0,00 - 0,30)

Koper (0,11) Zink (0,05) Lood (0,04) PAK (0,4)

-

-

MM5

107 (0,30 - 0,80) 109 (0,20 - 0,50) 110 (0,07 - 0,50) 114 (0,15 - 0,50)

Minerale olie (0,01) Kobalt (-) Nikkel (0,03) Koper (-) Zink (0,04) Lood (0,09) PAK (0,27)

-

-

MM6

106 (0,70 - 1,20) 108 (0,50 - 1,00) 109 (0,50 - 1,00) 110 (0,50 - 1,00) 113 (0,50 - 1,00) 114 (0,50 - 0,80)

-

-

-

MM7

106a (0,00 - 0,30) 109 (0,05 - 0,20) 111 (0,07 - 0,30)

PCB (0,2) Kobalt (0,31) Koper (0,4)

Minerale olie (0,85)

PAK (7,42)

MM8

125 (0,00 - 0,30) 126 (0,10 - 0,50)

PCB (som 7) (0,03) Minerale olie (0,41) Zink (0,09) Lood (0,02)

-

PAK (2,17)

101 (0,50 - 1,00) 126 (0,50 - 1,00)

Kobalt (0,05) Nikkel (0,28) Koper (0,27) Molybdeen (-) Cadmium (0,11) Kwik (-)

PAK (0,82)

Zink (1,35) Lood (1,23)

MM10

116 (0,50 - 0,90)

-

-

-

MMA

118 (0,00 - 0,30) 119 (0,00 - 0,30) 121 (0,00 - 0,30) 122 (0,00 - 0,30)

-

-

-

MMB

102 (0,00 - 0,30) 103 (0,00 - 0,30) 104 (0,00 - 0,30) 105 (0,50 - 0,80)

-

-

-

MMC

109 (0,20 - 0,50) 111 (0,30 - 0,50) 112 (0,40 - 0,60) 114 (0,15 - 0,45)

-

-

-

MM9

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 9 van 17

Vervolg tabel 5

Overschrijdingstabel grond- en grondwatermonsters

Grond

Traject (m-mv)

> AW Zink (0,13) Cadmium (-) Lood (0,07) Nikkel (0,08) Koper (0,01) Zink (0,33) Lood (0,08) Zink (0,1) Lood (0,08)

>T

>I

-

-

-

-

-

-

101-1

101 (0,00 - 0,50)

101-3

101 (1,00 - 1,50)

124-2

124 (0,20 - 0,70)

124-3

124 (0,70 - 1,20)

Lood (-)

-

-

125-2

125 (0,30 - 0,70)

Lood (0,02)

-

-

126 (1,00 - 1,20)

Kobalt (0,02) Nikkel (0,17) Zink (0,11) Lood (0,04)

-

-

126-3 127-2

127 (0,50 - 1,00)

Zink (-)

-

-

Grondwater

Filterstelling (m-mv)

>S

>T

>I

101-1-1

2,00 - 3,00

-

Barium (0,59)

-

Verklaring tabel: > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) > S : overschrijding streefwaarde(n) > T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01

3.4

Aanvullend onderzoek

Vanwege de aangetoonde matig tot sterk verhoogde gehalten in de mengmonsters MM3 en MM7 t/m MM9 is, in overleg met de opdrachtgever, besloten deze mengmonsters uit te splitsen en de betreffende deelmonsters separaat te analyseren op de (bijna) matig en/of sterk verhoogde parameters. De resultaten van de separate analyses zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 6 Overzicht grondmonsters en analyseresultaten aanvullend onderzoek Grond

Boring met traject (m-mv)

Analyse

> AW

>T

>I

Lood (0,59)

Zink (1,1)

-

-

101-2

101 (0,50 - 1,00)

ZM, PAK

Kobalt (0,03) Nikkel (0,23) Koper (0,16) Molybdeen (-) Cadmium (0,03) Kwik (0,01) PAK (0,1)

103-1

103 (0,00 - 0,50)

PAK

PAK (0,03)

104-1

104 (0,00 - 0,50)

PAK

PAK (0,02)

-

-

105-3

105 (0,50 - 1,00)

PAK

-

PAK (0,82)

-

106a-1

106a (0,00 - 0,30)

ZM, MO, PAK

-

-

Minerale olie (2,14) PAK (17,65)

109-1

109 (0,05 - 0,20)

ZM, MO, PAK

Kobalt (0,41) PAK (0,08)

Koper (0,69)

-

111-1

111 (0,07 - 0,30)

ZM, MO, PAK

Minerale olie (0,22) Kobalt (0,07) Koper (0,12)

-

PAK (1,1)

125-1

125 (0,00 - 0,30)

MO, PAK

Minerale olie (0,28) PAK (0,11)

-

-

126-1

126 (0,10 - 0,50)

MO, PAK

-

Minerale olie (0,59)

PAK (3,73)

ZM, PAK

Kobalt (0,03) Nikkel (0,09) Koper (0,19) Cadmium (0,07)

Zink (0,89) Lood (0,83)

PAK (1,08)

126-2

126 (0,50 - 1,00)

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 10 van 17

Verklaring tabel: ZM : 9 zware metalen, organische stof en lutum MO : minerale olie en organische stof > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) > T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01

Afwijking – bijlage D Op het certificaat van de uitsplitsing (2020060037) is een opmerking geplaatst met betrekking tot de monstername en conserveringstermijn (bijlage D). Voor alle uitgevoerde analyses op minerale olie en PAK is de conserveringstermijn van de voorbehandeling overschreden; hierdoor kan de betrouwbaarheid van de analyseresultaten mogelijk beïnvloed zijn. De overschrijding van de (conserverings)termijn waarbinnen de voorbehandeling moet plaatsvinden is het gevolg van de noodzakelijke uitsplitsing en analyse van de originele grondmonsters (waarvan de monsternamedatum ca. 2,5 week voor de opdrachtdatum van de uitsplitsing lag). Omdat in alle op PAK en minerale olie onderzochte monsters verhoogde gehalten zijn aangetoond en omdat de aangetoonde PAK-gehalten niet door de meest kritische component naftaleen zijn veroorzaakt, worden de gerapporteerde gehalten voldoende betrouwbaar geacht om een uitspraak te kunnen doen over de mate van deze verontreinigingen. 3.5

Interpretatie onderzoeksgegevens

Uit het geheel aan onderzoeksgegevens is te herleiden dat ter plaatse van de zuidoostelijke demping op een tweetal plaatsen (bij de boringen 101 en 126) sprake is van een matige tot sterke verontreiniging met enkele zware metalen, PAK en minerale olie. Ter plaatse van de met asfalt verharde toerit en het met beton verharde erf worden eveneens matige tot sterke verontreinigingen met PAK en minerale olie aangetoond (boringen 105, 106, 109 en 111). Het bij boring 106a sterk verhoogde gehalte minerale olie is vermoedelijk het gevolg van het zeer hoge PAKgehalte dat in hetzelfde grondmonster is aangetoond. Binnen het resterende deel van de onderzoekslocatie worden ten hoogste lichte verontreinigingen met diverse zware metalen, PAK en/of minerale olie aangetoond. De verontreinigingssituatie voor met name zware metalen en PAK in de grond (totaalbeeld) is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1.4.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 11 van 17

4. VERKENNEND ASBESTONDERZOEK NEN 5707 / NEN 5897

4.1

Onderzoeksstrategie

Door de bijmenging met puinig materiaal in de grond ter plaatse van het erf en de puinlaag als stabilisatie onder het asfalt is het bebouwde deel van de locatie (het erf) verdacht voor een verontreiniging met asbest en is een verkennend asbestonderzoek nodig om vast te stellen of deze verdenking terecht is. Uitgangspunt voor het verkennend asbestonderzoek is dat er sprake is van bodem (<50% bodemvreemd materiaal), waarvoor de NEN 5707 van toepassing is (Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, strategie voor een verdachte locatie, diffuus belast, heterogeen verdeeld). Voor de aanwezige puinverharding onder het asfalt is het uitgangspunt dat geen sprake is van bodem (>50% bodemvreemd materiaal) en dat de NEN 5897 van toepassing is (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, strategie voor een halfverharding). Op basis van de waarnemingen tijdens het verkennend bodemonderzoek en de reeds bekende onderzoeksresultaten uit 2016 is voor het asbestonderzoek de in tabel 8 aangegeven terreinindeling te onderscheiden. Per terreindeel is aangegeven welke werkzaamheden er, na de maaiveldinspectie, worden uitgevoerd: Tabel 7 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie, opp.

Norm - Strategie

Veldwerk

Analyse asbest

inspectiegaten 30x30 cm

waarvan doorgeboord

vd

Afperking rondom SL11 (Lawijn, 2016)

NEN 5707 – maatwerk

4x 0,5 m-mv

2x tot max. 2,0 m-mv

2x (fractie <20 mm)

Erf met puinhoudende grond, opp. ca. 450 m²

NEN 5707 – diffuus heterogeen

5x 0,5 m-mv

1x tot max. 2,0 m-mv

2x (fractie <20 mm)

Afwaterende daken grote schuur en kapschuur

NEN 5707 – maatwerk

7x 0,25 m-mv

-

5x (fractie <20 mm)

Puinlaag onder asfalt, opp. <100 m²

NEN 5897 – afgedekte funderingslaag

3x onderzijde funderingslaag

-

1x (fractie <20 mm)

Verklaring tabel: m-mv : meter-maaiveld vd : verdachte laag

De opgegraven en opgeboorde grond wordt gezeefd en/of uitgeharkt en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (AVM). Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat geen asbestverdachte materialen in de bodem worden aangetroffen (grove fractie >20 mm). Indien hier wel sprake van is, dienen die eveneens te worden geanalyseerd. 4.2

Uitvoering en resultaten veldwerk

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2018 en zijn uitbesteed aan Bodemopbouw te ‘s-Gravenzande. De uitvoerend veldmedewerker, dhr. M. Bouwhuis, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving onder certificaatnummer EC-SIK20339. Voor het verkennend asbestonderzoek is op 29 en 30 april 2020 ter plaatse van de onverharde terreindelen een maaiveldinspectie uitgevoerd. Daarbij zijn óp het maaiveld geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen; onder asbestverdacht (plaat)materiaal wordt materiaal verstaan dat op basis van voorkennis en/of een visuele beoordeling een hoeveelheid asbest zou kunnen bevatten.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 12 van 17

Vervolgens zijn de inspectiegaten G01 t/m G19 gegraven. De inspectiegaten hebben een oppervlakte van 0,3 m x 0,3 m (in het asfalt en beton een diameter van 35 cm). De diepte varieert van 0,2 – 0,5 m-mv, afhankelijk van het doel waartoe de inspectiegaten zijn gegraven. De inspectiegaten G01, G04 en G09 zijn doorgeboord met een Edelmanboor (diameter 12 cm) tot ruim onder de verdachte laag. De situering van de inspectiegaten is weergegeven op de tekening in bijlage 1.2. Van de gegraven inspectiegaten zijn profielbeschrijvingen gemaakt, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. De opgegraven grond en het puin is zo goed als mogelijk handmatig gezeefd en/of uitgeharkt. In het veld zijn verzamelmonsters van asbestverdachte materialen (AVM) en grond(meng)monsters samengesteld. In navolgende tabel is per onderzocht terreindeel een overzicht opgenomen van de veldwaarnemingen en de samengestelde (meng)monsters. Tabel 8 Overzicht veldwaarnemingen en samenstelling (meng)monsters asbestonderzoek Inspectiegaten

Diepte (m-mv)

Samenstelling bodem

Aangetroffen materialen (AVM)

Codering (meng)monsters

Terreindeel 1: afperking rondom sleuf SL11 (onderzoek Lawijn 2016) G01

0,00 – 0,50

Klei, matig puin

-

AMM01

0,50 – 1,50

Klei

-

-

Klei, matig puin

22 stukjes asbestverdacht materiaal, veldgewicht 411,1 gram

AMM02 (grond), AVM01%

G02

0,00 – 0,50

G03

0,00 – 0,50

Klei, sporen baksteen

-

AMM01

0,00 – 0,50

Klei, sterk baksteen, sterk keramiek

AMM01

0,50 – 1,50

Klei

-

-

Klei, matig puin

-

AMM08

G04

Terreindeel 2: erf met puinhoudende grond, opp. ca. 450 m² G05

0 – 0,50

G07

0,05 – 0,20

Zand, zwak puin

-

AMM07

G08

0 – 0,30

Zand, zwak puin, matig asfalt

-

AMM07

G09

0,05 – 0,20

Zand

-

-

0,20 – 0,50

Klei, zwak puin, matig beton

-

AMM08

0,50 – 1,00

Klei

-

-

0 – 0,30

Klei, sterk puin, matig beton

-

AMM08

G11

Terreindeel 3: afwaterende asbestverdachte daken grote schuur en kapschuur G06

0 – 0,25

Zand, matig puin

-

AMM03

G10

0 – 0,25

Zand, matig puin

-

AMM04

G12

0 – 0,50

Klei, sterk baksteen

-

AMM05

G13

0 – 0,20

Grind, matig repac

-

PMM01

G14

0 – 0,20

Grind, matig repac

-

PMM01

G15

0 – 0,25

Klei

-

AMM06

G16

0 – 0,25

Klei, zwak puin

-

AMM06

-

PMM02

-

PMM02

-

PMM02

Terreindeel 4: puinlaag onder asfaltverharding, opp. <100 m² G17

0 – 0,50

G18

0,05 – 0,50

G19

0,05 – 0,50

Grind, matig baksteen, matig slakken Grind, matig puin, brokken asfalt Grind, matig repac

Verklaring tabel: %: alle aangetroffen stukjes zijn, vanwege de vergelijkbare soort, als één verzamelmonster bemonsterd

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 13 van 17

4.3

Uitvoering en resultaten analytisch onderzoek

Per terreindeel zijn meerdere representatieve (meng)monsters samengesteld en/of geselecteerd voor analyse. De volgende monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op asbest: • Verzamelmonster plaatmateriaal: AVM01 • Grondmengmonsters: AMM01 t/m AMM08 • Puinmengmonsters: PMM01 en PMM02 De resultaten van de analyses zijn weergegeven op het analysecertificaat in bijlage 3. Waar nodig is het gewogen asbestgehalte berekend. De berekening is opgenomen in bijlage 4. In navolgende tabel zijn de analyseresultaten en het resultaat van de asbestberekening weergegeven. Tabel 9 Resultaten berekening gewogen gehalte asbest Inspectiegaten

Diepte (m-mv)

Toelichting

Gewogen asbestgehalte

Terreindeel 1: afperking rondom sleuf SL11 (onderzoek Lawijn 2016) G01 G03 G04

0 – 0,50

asbestgehalte fijne fractie: <0,4 mg/kgds (AMM01)

<0,4 mg/kgds

G02

0 – 0,50

asbestgehalte fijne fractie: 180 mg/kgds (AMM02) # 22 stukjes, totaal 411,1 gram veldvochtig (AVM01)

897,3 mg/kgds

Terreindeel 2: erf met puinhoudende grond, opp. ca. 450 m² G07 G08 G05 G09 G11

0 – 0,30

asbestgehalte fijne fractie: 0,3 mg/kgds (AMM07)

0,3 mg/kgds

0 – 0,50

asbestgehalte fijne fractie: <0,4 mg/kgds (AMM08)

<0,4 mg/kgds

Terreindeel 3: afwaterende asbestverdachte daken grote schuur en kapschuur G06

0 – 0,25

asbestgehalte fijne fractie: 22 mg/kgds (AMM03) #

22 mg/kgds

G10

0 – 0,25

asbestgehalte fijne fractie: <0,9 mg/kgds (AMM04)

<0,9 mg/kgds

G12

0 – 0,25

asbestgehalte fijne fractie: 12 mg/kgds (AMM05)

12 mg/kgds

0 – 0,20

asbestgehalte fijne fractie: <0,5 mg/kgds (PMM01)

<0,5 mg/kgds

0 – 0,25

asbestgehalte fijne fractie: 30 mg/kgds (AMM06) #

30 mg/kgds

G13 G14 G15 G16

Terreindeel 4: puinlaag onder asfaltverharding, opp. <100 m² G17 G18 0 – 0,50 asbestgehalte fijne fractie: <0,6 mg/kgds (PMM02) G19 Verklaring tabel: #: tevens enkele losse vezels in de fractie <0,5 mm (SEM-fractie)

<0,6 mg/kgds

Op basis van de uitgevoerde berekening van de gewogen gehalten blijkt dat in de puinhoudende grond uit inspectiegat G02 de interventiewaarde van 100 mg/kgds wordt overschreden. Voor wat betreft de overige inspectiegaten geldt dat in een deel daarvan analytisch geen asbest is aangetoond en dat in het overige deel asbestgehalten zijn berekend dat die de waarde voor nader asbestonderzoek (50 mg/kgds) en de interventiewaarde (100 mg/kgds) niet overschrijden. Wel zijn in enkele van deze inspectiegaten cq. mengmonsters asbestvezels losse asbestvezels in de fractie <0,5 mm aangetoond (dit is de fractie waarin respirabele vezels kunnen voorkomen).

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 14 van 17

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van de heer J. den Hartogh heeft Inventerra in april 2020 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 / NEN 5897 verricht op de locatie aan de M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten. Op de locatie, met een oppervlakte van ca. 3.430 m², is een boerderij met diverse opstallen aanwezig. Het terrein rondom deze opstallen is in gebruik als erf en grasland. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en aanvraag van een Omgevingsvergunning in verband met de geplande (her)ontwikkeling op de locatie. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk verdacht voor een verontreiniging met zware metalen, PAK, minerale olie, organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) en asbest.

Op grond van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken wordt het volgende geconcludeerd: Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De zintuiglijk onverdachte bovengrond ter plaatse van het grasland en de puinhoudende, oorspronkelijke bovengrond ter plaatse van het erf (terrein rondom de opstallen en de geplande nieuwbouwlocatie van de schuur) is ten hoogste licht verontreinigd met enkele zware metalen. De puinhoudende, oorspronkelijke bovengrond ter plaatse van het erf is tevens licht verontreinigd met minerale olie en/of PAK. De zintuiglijk onverdachte (oorspronkelijke) ondergrond ter plaatse van het grasland en het erf is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het vermoedelijk opgebrachte puinhoudende zand ter plaatse van het erf (boringen 106a, 109 en 111) is matig tot sterk verontreinigd koper, minerale olie en/of PAK. De sterk baksteenhoudende, oorspronkelijke bovengrond ter plaatse van de geasfalteerde toerit (boring 105) is matig verontreinigd met PAK. In de slootdemping langs de zuidwestelijke terreingrens (boring 116) is het mogelijke dempingsmateriaal niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. In de slootdemping langs de zuidoostelijke terreingrens, ter plaatse van de daar aanwezige schuren, is de grond plaatselijk (boringen 101 en 126) sterk verontreinigd met PAK en licht tot matig verontreinigd met zware metalen en/of minerale olie.

De boringen 124, tussen de sterk verontreinigde boringen 101 en 126 geplaatst, en de boringen 106 en 127 in het nooit eerder onderzochte zuidelijke deel van de slootdemping zijn niet tot ten hoogste licht verontreinigd met de genoemde stoffen. De toplaag van de (oorspronkelijke) bovengrond binnen de gehele planlocatie is niet verontreinigd met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Het grondwater op de onderzoekslocatie (peilbuis 101) is matig verontreinigd met barium; de aangetoonde concentratie wordt beschouwd als een natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie. Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ bevestigd, vanwege de aangetoonde verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie in de grond. De verdenking voor een verontreiniging met OCB kan op basis van het uitgevoerde onderzoek worden verworpen.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 15 van 17

Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 / 5897 In inspectiegat G02, achter de meest oostelijke schuur gegraven als afperking van de in 2016 in sleuf SL11 aangetoonde verontreiniging met asbest, is visueel en analytisch asbest aangetoond; het gewogen asbestgehalte (897,3 mg/kgds) overschrijdt de interventiewaarde ruim. Ook zijn respirabele vezels (losse vezels in de fractie <0,5 mm) aangetoond in inspectiegat G02. In de overige ter afperking gegraven inspectiegaten G01, G03 en G04 is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. In de puinhoudende grond ter plaatse van het erf (inspectiegaten G05, G07 t/m G19 en G11) is visueel geen, maar analytisch wel asbest aangetoond (gewogen asbestgehalte 0,3 mg/kgds). In de puinhoudende grindlaag onder het afwaterende dak van de kapschuur (inspectiegaten G13 en G14) en in de puinlaag onder de asfaltverharding van de toerit (inspectiegaten G17 t/m G19) is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. In de toplaag onder het zuidwestelijke deel van het afwaterende dak van de grote schuur (inspectiegat G10) is visueel en analytisch geen asbest aangetoond.

In de toplaag onder het noordwestelijke deel van het afwaterende dak van de kapschuur (inspectiegaten G15 en G16) en in de toplaag onder het uiteinde van de dakgoten van de grote schuur (inspectiegaten G06 en G12) is visueel geen, maar analytisch wel asbest aangetoond; de gewogen asbestgehalten liggen tussen 12 en 30 mg/kgds en liggen daarmee onder de waarde voor nader asbestonderzoek (50 mg/kgds). Plaatselijk zijn respirabele vezels (losse vezels in de fractie <0,5 mm) aangetoond. Op basis van het in 2016 door Lawijn en in 2020 door ons bureau uitgevoerde asbestonderzoek achter de meest oostelijke schuur is de daar aanwezige verontreiniging met asbest (gehalten >interventiewaarde) naar onze mening voldoende in kaart gebracht en afgeperkt, ondanks dat er rondom sleuf SL11 geen inspectiesleuven zijn gegraven. De oppervlakte waarover de bodem achter de schuur verontreinigd is met asbest (met gehalten >interventiewaarde) wordt geraamd op ca. 50 m² (ca. 12x4 meter). Hoewel op basis van de gewogen asbestgehalten onder de afwaterende daken cq. dakgoten (inspectiegaten G06, G12, G15 en G16) strikt genomen geen nader asbestonderzoek noodzakelijk zou zijn (omdat de gehalten lager zijn dan 50 mg/kgds zijn), wordt geadviseerd om de grond ter plaatse aanvullend te onderzoeken middels een SEM-analyse, aangezien in de zeer fijne fractie <0,5 mm losse asbestvezels zijn aangetoond.

Voor deze zogenoemde respirabele vezels geldt dat ze door hun specifieke vorm en grootte makkelijk in te ademen zijn. Hiervoor geldt overigens, met het oog op het vaststellen van een eventuele saneringsurgentie, een risicowaarde van slechts 10 mg/kgds. Resumé De tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetoonde matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen, minerale olie en/of PAK op het (zuid)oostelijke terreindeel (erf, toerit en slootdemping) zijn ons inziens te relateren aan de waargenomen bijmengingen met bodemvreemd materiaal. Op basis van het geheel aan resultaten uit 2016 en 2020 wordt er vooralsnog vanuit gegaan dat het om meerdere spots gaan en niet om een grote integrale verontreiniging. Strikt genomen dient een aanvullend of nader onderzoek verricht te worden om de omvang van de matige en sterke verontreinigingen verder in kaart te brengen. Omdat er door de aanwezige asfalt- en betonverharding geen sprake is van contactrisico’s en omdat diezelfde verharding de uitvoering van een aanvullend of nader bodemonderzoek bemoeilijkt, wordt de uitvoering van een aanvullend of nader bodemonderzoek in de huidige situatie vooralsnog niet noodzakelijk geacht.

Het is naar onze mening praktischer en ook wenselijker om een eventueel aanvullend onderzoek, mits dat door het bevoegd gezag wordt verlangd, pas uit te voeren als de aanwezige verhardingen en opstallen zijn verwijderd.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 16 van 17

De achter de meest oostelijke schuur aanwezige verontreiniging met asbest (gehalten >interventiewaarde) vormt een belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging naar Wonen en zal gesaneerd moeten worden. Het voornemen tot saneren dient middels bijvoorbeeld een BUS-melding kenbaar gemaakt te worden aan het bevoegd gezag. Afhankelijk van de uitkomsten van eventueel nog uit te voeren aanvullend onderzoek (SEM-analyses en/of onderzoek naar de verontreinigingen met zware metalen, minerale olie en/of PAK) en de exacte inrichtingsplannen van het terrein, kan het zijn dat voor de elders op het terrein aanwezige verontreinigingen ook sanerende handelingen noodzakelijk zijn. De Wet bodembescherming maakt onderscheid tussen historische gevallen van verontreiniging die vóór 1 januari 1987 ontstaan zijn en nieuwe gevallen van verontreiniging die ná 1 januari 1987 (voor asbest geldt 1 januari 1993) ontstaan zijn. Bij historische gevallen van verontreiniging mag bij de sanering rekening gehouden worden met de functie die de bodem ter plaatse heeft (functiegericht saneren). Voor nieuwe gevallen van verontreiniging (dus ontstaan ná 1 januari 1987/1993) geldt de saneringsregeling Wet bodembescherming niet; voor deze gevallen is het zorgplichtartikel 13 Wbb van toepassing.

Dit houdt in dat ongeacht de mate van bodemverontreiniging maatregelen moeten worden getroffen om de verontreiniging en de gevolgen daarvan te beperken en zoveel als mogelijk ongedaan te maken. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat de plaatselijk aangetoonde verontreiniging met zware metalen, minerale olie, PAK en asbest historische verontreinigingen betreffen. Dit onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter géén partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van beperkingen in de hergebruiksmogelijkheden en/of van verwerkingskosten. Ook kan door derden, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden en/of een onderzoek naar PFAS. Vrijkomende sterk verontreinigde grond mag in geen geval elders worden toegepast. Bij graafwerkzaamheden in de grond dient rekening gehouden te worden met eventueel te treffen veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400.

Ook dient u er rekening mee te houden dat sanerende handelingen, zoals het ontgraven van de met asbest verontreinigde grond, uitgevoerd moeten worden door een daartoe erkend saneringsaannemer (conform de BRL SIKB 7000, protocol 7001) en dat die werkzaamheden milieukundig begeleid moeten worden door een daartoe erkend onafhankelijk adviesbureau (conform de BRL SIKB 6000, protocol 6001). Voor verdere informatie hierover kunt u zich tot Inventerra wenden. Het bodemonderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van 2 tot 5 jaar.

Verkennend (asbest)bodemonderzoek M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten 20-2090-R01JV

pag. 17 van 17

BIJLAGEN

Bijlage 1 Bijlage 1.1 Bijlage 1.2 Bijlage 1.3 Bijlage 1.4

Weergave onderzoekslocatie Kadastrale gegevens Situatietekening Foto’s Verontreinigingssituatie

Bijlage 2

Boorprofielen

Bijlage 3

Analysecertificaten

Bijlage 4

Toetsingskader en toetsingswaarden

Bijlage 5

Resultaten vooronderzoek

Bijlage 6

Kwaliteitsaspecten van het onderzoek

Bijlage 1

Weergave onderzoekslocatie

Bijlage 1.1

Kadastrale gegevens

Kadastrale kaart

Uw referentie: 20-2090

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 2000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Linschoten B 2729

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 24 maart 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

BETREFT

Linschoten B 2729 UW REFERENTIE

20-2090 GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

24-03-2020 - 12:58

S11058411134

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

23-03-2020 - 14:59

23-03-2020 - 14:59

BLAD

1 van 2

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Linschoten B 2729 Kadastrale objectidentificatie : 027390272970000

Locatie M A Reinaldaweg 73

3461 AJ Linschoten Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen

Kadastrale grootte 12.085 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 123452 - 452019 Omschrijving Wonen

Terrein (grasland) Koopsom € 629.000

Koopjaar 2017

Ontstaan uit Linschoten B 1221

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB. Landelijke Voorziening

RECHTEN 1 Eigendom belast met Opstal (zie 1.1) en Opstalrecht Nutsvoorzieningen op

gedeelte van perceel (zie 1.2) Soort recht Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 71111/10

Ingeschreven op 14-07-2017 om 14:13

Naam gerechtigde De heer Jan den Hartogh Adres Anton Tsjechovweg 15

3446 ZL WOERDEN Geboren 24-01-1961

te LINSCHOTEN

Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Burgerlijke staat Ongehuwd en geen geregistreerd partnerschap (ten tijde van verkrijging) 1.1 Opstal (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 68892/43

Ingeschreven op 23-08-2016 om 14:46

BETREFT

Linschoten B 2729 UW REFERENTIE

20-2090 GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

24-03-2020 - 12:58

S11058411134

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

23-03-2020 - 14:59

23-03-2020 - 14:59

BLAD

2 van 2

Naam gerechtigde Provincie Utrecht Adres Archimedeslaan 6

3584 BA UTRECHT Postadres Postbus 80300

3508 TH UTRECHT Statutaire zetel UTRECHT KvK-nummer 30277172 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

1.2 Opstalrecht Nutsvoorzieningen op gedeelte van perceel Afkomstig uit stuk Hyp4 13007/83 Utrecht

Ingeschreven op 11-07-2003 om 09:00

Naam gerechtigde Gemeente Montfoort Adres Kasteelplein 5

3417 JG MONTFOORT Statutaire zetel MONTFOORT KvK-nummer 30277195 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

Bijlage 1.2

Situatietekening

B 2729

M.A. Reinaldaweg

73

Bijlage 1.3

Foto’s

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

Bijlage 1.3 Foto 7

Foto’s – vervolg Foto 8

Bijlage 1.4

Verontreinigingssituatie

B 2729

M.A. Reinaldaweg

73

Bijlage 2

Boorprofielen

Voor de mate van bijmenging met bijzondere bestanddelen worden de volgende gradaties en percentages gehanteerd: • Sporen <1% • Zwak <5% • Matig 5 – 15% • Sterk 15 – 50% • Uiterst 50 – 80% • Volledig >80%

Projectnummer: 20-2090 Projectnaam: M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten Opdrachtgever: Dhr. J. den Hartogh

Boring:

101

Boring:

102

Datum plaatsing:

2-4-2020

Datum plaatsing:

1-4-2020

Boormeester:

M. Bouwhuis

Boormeester:

M. Bouwhuis

GWS (cm-mv):

150

0

0

gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, matig puinhoudend, antropogeen, bruin, Edelmanboor

1a 1

0

0 1

gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, Edelmanboor

1a

-40

50

50

2

2

-50

Klei, zwak siltig, bruin, Edelmanboor

3

-100

100

Klei, zwak siltig, bruin, Edelmanboor

Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, antropogeen, bruin, Edelmanboor

-100

100

3

-150

150

Klei, zwak siltig, grijs, Edelmanboor

4 -170

Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor 200

250

5

6

7 -300

300

Boring:

103

Boring:

104

Datum plaatsing:

1-4-2020

Datum plaatsing:

1-4-2020

Boormeester:

M. Bouwhuis

Boormeester:

M. Bouwhuis

0

0

gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, antropogeen, bruin, Edelmanboor

1a 1

-50

50

Klei, zwak siltig, bruin, Edelmanboor

1

-50

50

Klei, zwak siltig, grijsbruin, Edelmanboor 2

-100

100

gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, antropogeen, bruin, Edelmanboor

1a

2

100

0

0

-100

Projectnummer: 20-2090 Projectnaam: M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten Opdrachtgever: Dhr. J. den Hartogh

Boring:

105

Boring:

106

Datum plaatsing:

2-4-2020

Datum plaatsing:

2-4-2020

Boormeester:

M. Bouwhuis

Boormeester:

M. Bouwhuis

GWS (cm-mv):

140

Opmerking:

Terrein opgehoogd ivm ontsluiting erf 50 45

0 1

20

2 0

50 4

asfalt Volledig asfalt, antropogeen, Edelmanboor Uiterst puinhoudend, antropogeen, matig baksteenhoudend, antropogeen, matig asfalthoudend, antropogeen, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin, Edelmanboor

-50

0

beton

-10

Volledig beton, antropogeen, Edelmanboor

-25

Volledig baksteen, antropogeen, Edelmanboor Klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak plantenresten houdend, antropogeen, grijs, Edelmanboor

1a 50

1

-70

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sterk baksteenhoudend, antropogeen, bruin, Edelmanboor

3

100

0

Klei, zwak siltig, grijs, Edelmanboor

100

150

2

3

-170

Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor

4 -200

200

Boring:

106a

Boring:

107

Datum plaatsing:

1-4-2020

Datum plaatsing:

1-4-2020

Boormeester:

M. Bouwhuis

Boormeester:

M. Bouwhuis

Opmerking:

Gestaakt wegens beton 0

0 1

-30

grind Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindhoudend, antropogeen, zwak puinhoudend, antropogeen, matig asfalthoudend, antropogeen, grijs, Puinboor

0

50

30

grind

15

Volledig grind, antropogeen, Edelmanboor

0

Volledig baksteen, antropogeen, Edelmanboor Klei, zwak siltig, bruin, Edelmanboor

1a 1

2 100

-70

Projectnummer: 20-2090 Projectnaam: M.A. Reinaldaweg 73 te Linschoten Opdrachtgever: Dhr. J. den Hartogh

Boring:

108

Boring:

109

Datum plaatsing:

1-4-2020

Datum plaatsing:

2-4-2020

Boormeester:

M. Bouwhuis

Boormeester:

M. Bouwhuis

0 -5

0 1

-20

2

2a -50

50

tegel Edelmanboor, Tegel

0 -5

0 1

Zand, matig grof, zwak siltig, bruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak puinhoudend, antropogeen, grijs, Edelmanboor Klei, zwak siltig, grijs, Edelmanboor

-20

2

2a -50

50

3

-100

110

Boring:

111

Datum plaatsing:

2-4-2020

Datum plaatsing:

2-4-2020

Boormeester:

M. Bouwhuis

Boormeester:

M. Bouwhuis

0 -7

1a

beton Volledig beton, antropogeen, Edelmanboor

-50

50

Klei, zwak siltig, grijs, Edelmanboor

-7

1 -30

2

2a -50

50

2

100

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak grindhoudend, antropogeen, bruingrijs, Edelmanboor

1

3

-100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, antropogeen, zwak puinhoudend, antropogeen, grijs, Edelmanboor Klei, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor

-100

100

Boring:

0

Volledig beton, antropogeen, Edelmanboor

Klei, zwak siltig, grijs, Edelmanboor

3

100

beton

beton Volledig beton, antropogeen, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken beton, antropogeen, grijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, zwak humeus, sterk baksteenhoudend, antropogeen, bruingrijs, Edelmanboor Klei, zwak siltig, bruin, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=93e7c982-9b41-45f8-bce5-7e12b136aa2a