Bijlage 2 Toetsingskader windenergie Reijerscop
Tekst van het document
Uitgangspunt: Initiatiefnemers beschrijven in het participatieplan op hoofdlijnen hoeveel budget ze beschikbaar stellen voor het omgevingsfonds en op welk moment dit budget beschikbaar komt. Ook wordt een voorstel gedaan voor de organisatievorm voor de besluitvorming over inzet van het omgevingsfonds.
Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 19
Landelijk zijn er geen harde eisen gesteld aan het totaal van financiële bijdragen aan de omgeving. Dit is sterk afhankelijk van de lokale situatie en de grootte van het windpark. Om die reden is dit als uitgangspunt geformuleerd.
Omwonendenregeling en sociale grondvergoeding De initiatiefnemer is verplicht een omwonendenregeling op te zetten voor de directe buren (de omwonenden volgens figuur 2) van de windturbines. De inhoud van de regeling en de hoogte van de tegemoetkoming aan omwonenden wordt besproken in het participatieproces en vastgelegd in zogenoemde omgevingsafspraken. Aan grondeigenaren binnen de technische ruimte van het zoekgebied, die geen grond inbrengen voor windturbines, opstelplaatsen, aanvoerwegen en bijgebouwen, wordt alsnog een redelijk deel van de totale grondvergoeding toegekend. Deze vergoeding is gekoppeld aan het grondeigendom en staat los van het aandeel in het eigendom van het project. Het principe van sociale grondvergoeding moet door de partijen van het consortium worden erkend en vastgelegd in de omgevingsafspraken. Het toepassen van dit principe wordt eerder al vastgelegd in de intentieovereenkomst. De hoogte van de vergoeding moet uiteindelijk door alle eigenaren van het project gezamenlijk worden bepaald en uiterlijk bij het verkrijgen van financiering worden vastgelegd.
Uitgangspunten: • De initiatiefnemer doet in het projectplan een voorstel voor een omwonendenregeling en hoe deze regeling in te vullen met gelden voor de directe buren van de windturbines; • De initiatiefnemer doet in het projectplan een voorstel voor een sociale grondvergoeding voor grondeigenaren en pachters in de technische ruimte. Landelijk zijn er geen harde eisen gesteld aan het totaal van financiële bijdragen aan de omgeving. Dit is sterk afhankelijk van de lokale situatie en de grootte van het windpark. Om die reden is dit als uitgangspunt geformuleerd.
Procesparticipatie Participatieplan Het definitieve participatieplan wordt in de anterieure overeenkomst opgenomen. De initiatiefnemer is verplicht om een participatieproces te doorlopen met de directe buren van het zoekgebied (zie de begrenzing daarvan volgens de Startnotitie Gebiedsproces windenergie Reijerscop 2023-2024). Hierbij worden minimaal twee bewonersbijeenkomsten verwacht, waarbij ook een klankbordgroep van directe buren en grondeigenaren mogelijk wordt gemaakt. Om zo tot omgevingsafspraken te komen. Met overige belanghebbende inwoners en MKB-bedrijven binnen tien keer de tiphoogte van beoogde windturbines kan er een minder intensief contact zijn, bijvoorbeeld alleen digitaal. In overeenstemming met de begrenzing van de belanghebbenden in het gebiedsproces
valt onder deze tweede schil de gehele woonkern van Harmelen. In het participatieproces wordt verwacht dat de initiatiefnemers de opvattingen en argumentatie uit de omgeving ophalen over relevante onderwerpen. Bijvoorbeeld het aantal windturbines, de optimalisatie van de turbineposities of de regels voor het omgevingsfonds, de omwonendenregeling en eventueel overige vormen van financiële participatie. Overeenstemming onder de omwonenden kan niet worden verwacht, maar een beargumenteerde conclusie van de initiatiefnemers over de gemaakte keuzes naar aanleiding van de opvattingen en argumentatie wel. De gemeente vraagt het participatieproces af te sluiten met een schriftelijke uitkomst van het participatieproces met de omgeving vanuit de initiatiefnemers. Dit is inclusief omgevingsafspraken die met input van een klankbordgroep van directe buren tot stand zijn gekomen over in ieder geval bovenstaande onderwerpen. Het bevoegd gezag zal bij de vergunningsaanvraag beoordelen of de geleverde participatie-inspanning voldoende is geweest. Daarbij is de beleidsregel over participatievereisten als volgt van toepassing voor windturbines: Randvoorwaarden: De aanvrager stelt een participatieplan op.
In het participatieplan wordt in ieder geval ingegaan op de volgende punten: • Welke personen/instanties/belanghebbenden zijn betrokken bij het participatieproces? Indien het participatieproces uit meerdere stappen/fases heeft bestaan, moet dit per stap/fase worden aangegeven; • Op welke wijze is het participatieproces uitgevoerd? Welke processtappen zijn daarbij genomen? En voor welke vorm(en) van participatie heeft de aanvrager gekozen? • Wat is de opbrengst van het participatieproces geweest? Welke opmerkingen, aanvullingen en verbeteringen zijn kenbaar gemaakt? De aanvrager dient zo veel mogelijk belangen en argumenten voor en tegen in beeld te brengen. Hierbij dient de initiatiefnemer aan te geven in welke mate er onder bovengenoemde betrokkenen al dan niet steun of draagvlak voor de plannen is. • De aanvrager geeft aan welke afspraken er zijn gemaakt met de omwonenden en welke opmerkingen er zijn gemaakt die niet geleid hebben tot aanpassingen.
Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 20
Uitvoering Besluitvorming over (concept-)projectplan
M.e.r. na het Toetsingskader
Eerst wordt een opzet van een projectplan opgesteld. De gemeente kiest, vanwege het grote maatschappelijk belang van betrokkenheid en lokaal draagvlak, voor het maximaliseren van het lokaal eigendom in het windpark. Dat begint met het faciliteren van een lokaal consortium. Daarbij spreken lokale partijen de intentie uit om samen te werken aan één gezamenlijk windpark in Reijerscop met maximaal lokaal eigendom. Op 1 juni 2025 wordt een concept-projectplan verwacht van dit lokaal consortium, zodat een intentieovereenkomst kan worden getekend met de gemeente om tot een windpark te komen. Het college heeft de bevoegdheid om deze deadline aan te passen.
De Omgevingswet kent een algemene omschrijving van plannen waarop de plan-m.e.r.-plicht van toepassing is. Een plan-m.e.r.-plicht treedt op voor plannen en programma’s die een kader vormen voor mer-(beoordelings)plichtige activiteiten of op besluitvorming over dergelijke activiteiten vooruitlopen. In artikel 16.37 van de Omgevingswet is opgenomen dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma gebruik kan maken van een ander milieueffectrapport. Voor de milieugerelateerde onderbouwing van de locatie verwijst de gemeente naar het recent afgeronde PlanMER Windenergie Utrecht, opgesteld in opdracht van Gedeputeerde Staten (GS) van provincie Utrecht. Daarin zijn zoekgebieden voor windenergie op provinciaal niveau beoordeeld en daarmee ook op het gehele grondgebied van gemeente Woerden. Het planMER heeft voldoende detailniveau voor de gemeente.
Als het college voor de intentieovereenkomst onvoldoende motivatie heeft ontvangen dat dit lokaal consortium uitzicht biedt op lokaal eigendom in het windpark van meer dan 50%, kan het college alsnog besluiten om een maatschappelijke tender uit te schrijven. Bij inschrijving van een maatschappelijke tender dient elke initiatiefnemer een concept-projectplan in, ter beoordeling van het college. Daaruit wordt alsnog een voorkeurs-consortium geselecteerd. Het concept-projectplan wordt gezien als een principeverzoek tot medewerking aan de ruimtelijke procedure door het college. Het geselecteerd consortium start vervolgens een participatieproces met in ieder geval de directe buren. Dat leidt tot een definitief participatieplan met omgevingsafspraken en een definitief projectplan. Dat wordt met de overige documenten voor een vergunningsaanvraag ingediend en besproken in het kader van de ruimtelijke procedure.
Mede op basis van de beoordeling in het planMER is windzoekgebied Reijerscop door GS aangewezen als geschikt gebied voor de ontwikkeling van windenergie, boven andere zoekgebieden. Voor een uitgebreide afweging van locaties op gemeentelijk niveau wordt daarnaast verwezen naar het vergelijkende onderzoek van zoekgebieden Barwoutswaarder en Reijerscop en het raadsbesluit voor de aanwijzing van Reijerscop als eerste zoekgebied voor windenergie. Hiermee is aan een mogelijke plan-m.e.r.- verplichting voldaan. De gemeente wil echter wel dat er een milieueffectrapport (MER) wordt opgesteld voor dit windpark. Dat gebeurt vóór de besluitvorming over de omgevingsvergunning.
Zie ook bijlage 1 voor een schematische weergave van het besluitvormingsproces.
Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 21
Mer-(beoordelings)plicht voor omgevingsvergunning Bijlage V bij het Omgevingsbesluit bevat een opsomming van projecten en gevallen waarvoor de m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Bij de opsomming van projecten is ook vermeld op welke besluiten deze verplichting van toepassing is. Windparken zijn opgenomen in categorie C2 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Voor windparken tussen 3 en 19 windturbines geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor 1 of 2 windturbines is er geen m.e.r.-beoordelingsplicht en ook geen omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten. Voor windenergie op land is de m.e.r.-(beoordelings) plicht gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit. Een m.e.r.-beoordeling is een toets om aan de hand van onderzoek te bepalen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Die een ProjectMER en het volgen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Initiatiefnemers kunnen ervoor kiezen om de stap van de m.e.r.-beoordeling over te slaan en vrijwillig een ProjectMER te maken. De gemeente Woerden, als verwacht bevoegd gezag, gaat ervan uit dat er voldoende verwachte milieueffecten zijn om de stap van de m.e.r.-beoordeling over te slaan en dat de initiatiefnemer een ProjectMER opstelt. Dit komt er op neer dat de gemeente van de initiatiefnemer een ProjectMER vraagt (zie eerdere randvoorwaarde).
Anterieure overeenkomst Uiterlijk voor publicatie van de ontwerp omgevingsvergunning moet de aanvrager, het consortium, een anterieure overeenkomst tekenen met de gemeente waarin in privaatrechtelijke zin afspraken tussen gemeente en vergunninghouder worden geborgd. In de anterieure overeenkomst worden onder andere afspraken gemaakt over het planschaderisico en de plankosten. Ook worden afspraken over financiële participatie vastgelegd, net als over de ontmanteling en het afvoeren van materialen na afloop van het windpark. Zie ook bijlage 1 voor de plaats van de anterieure overeenkomst in het schema voor besluitvorming.
Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 22
Bijlage 1
Procedureschema besluitvorming windenergie
Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 23
Bijlage 2
Begrippenlijst Anterieure overeenkomst: Een privaatrechtelijke overeenkomst die wordt gesloten tussen een initiatiefnemer van het windenergieproject en de gemeente, voordat het omgevingsplan gewijzigd wordt of een omgevingsvergunning voor de activiteit BOPA wordt verleend. In deze overeenkomst worden onder meer afspraken gemaakt over plankosten en planschaderisico’s. Belanghebbende: Diegene die in de omgeving van een (potentieel) windproject woont en/of organisaties die in de omgeving van een (potentieel) windproject een ander rechtstreeks aantoonbaar belang hebben. BOPA-procedure: Burgers, bedrijven en overheden kunnen toestemming vragen om activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren door een omgevingsvergunning aan te vragen. Als de activiteit in strijd is met het omgevingsplan, is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor een omgevingsvergunning voor een BOPA voor windenergie geldt meestal de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure. Daarbij wordt een eerst ontwerpbesluit ter visie gelegd voordat een definitief besluit wordt genomen. Energiecoöperatie: Een collectief van burgers, bedrijven en/of overheden dat gezamenlijk investeert in en profiteert van duurzame energieprojecten, zoals windparken.
Leden van een energiecoöperatie hebben zeggenschap over de besluitvorming binnen het project indien de energiecoöperatie een aandeel heeft in het windpark. Energiegemeenschap: Een samenwerking waarin meerdere belanghebbenden, zoals burgers, bedrijven en lokale overheden, samenwerken aan het opwekken, verdelen en lokaal gebruiken van duurzame energie. Dit kan op lokaal, regionaal of nationaal niveau plaatsvinden. Een energiecoöperatie is hier een voorbeeld van. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties: Het principe dat bij besluitvorming over nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een leidend principe bij de uitoefening van taken door overheden die zijn gericht op de fysieke leefomgeving. Financiële participatie: Investeren in en/of voordeel ervaren van de opbrengsten van een initiatief of project.
opgehaald waarvan enkele worden meegenomen in het Toetsingskader. Gevoelige objecten: Objecten die extra bescherming vereisen in het kader van windenergieprojecten. Betreft woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen. Initiatiefnemer: Een partij (of consortium) die het initiatief heeft genomen – al dan niet op uitnodiging van het bevoegd gezag – om een windproject te ontwikkelen. De gemeente Woerden heeft de voorkeur voor een consortium waarbij lokale grondeigenaren, inwoners en omwonenden en bedrijven samenwerken. Intentieovereenkomst: een document waarin de intentie tot samenwerking tussen het consortium en de gemeente wordt vastgelegd. Bestaat tenminste uit de volgende onderdelen: • Betrokken gronden; • Betrokken partijen; • Rolverdeling initiatiefnemers en gemeente; • Tijdspad; • Kosten en financiering; • Vergunningentraject. Klankbordgroep: Een groep van belanghebbenden en vertegenwoordigers uit de omgeving die regelmatig bijeenkomt om advies te geven over een windenergieproject. Deze groep wordt vaak ingesteld om zorgen en ideeën vanuit de gemeenschap mee te nemen in de planvorming. Lokaal eigendom: Het principe dat (een deel van) het windpark eigendom is van lokale bewoners of een organisatie die de omgeving vertegenwoordigt. Dit kan bijdragen aan lokale betrokkenheid, draagvlak, zeggenschap en economische voordelen voor de gemeenschap.
In de tekst wordt dit begrip verder uitgewerkt. M.e.r.-beoordeling: De beoordeling van een aanmelding van initiatiefnemers over hun voorgenomen turbine-opstelling door de gemeente, of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Motiveringsplicht: een juridische verplichting voor de initiatiefnemers, waarmee zij de inspanningen die zij verrichten om het lokaal eigendom te maximaliseren onderbouwen en verantwoorden. De motiveringsplicht wordt nader uitgewerkt in een Verordening Lokaal Eigendom.
Gebiedsproces: Het participatieve proces wat heeft plaatsgevonden voorheen aan dit toetsingskader waarbij alle betrokkenen (zoals omwonenden, gemeenten, ontwikkelaars, en andere belanghebbenden) betrokken werden. Tijdens dit gebiedsproces zijn aandachtspunten vanuit de omgeving Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 24
Omgevingsfonds: Een fonds dat wordt opgezet door de initiatiefnemer om de leefomgeving rondom een windenergieproject te verbeteren of te versterken. Dit fonds kan bijvoorbeeld worden ingezet voor lokale projecten zoals natuurherstel, sociale voorzieningen, of educatieve initiatieven. De Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land van NedZero noemt een richtbedrag van € 0,40 tot 0,50 per megawattuur (MWh).
ProjectMER: De rapportage die uit een project-m.e.r. komt.
Omgevingsafspraken: Een overzicht van afspraken die de initiatiefnemer van een windenergieproject heeft gemaakt met input van de lokale gemeenschap. Dit zijn afspraken over zaken die de omgeving aangaan zoals compensatie, participatie, en monitoring van het project. Gemaakte afspraken over financiële participatie worden vastgelegd in het participatieverslag, als sluitstuk van het gebiedsproces tussen initiatiefnemers en omwonenden. Indien nodig worden afspraken over bijvoorbeeld financiële participatie aanvullend vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen vergunningsaanvragers en het bevoegd gezag.
Sociale grondvergoeding: Een vergoeding die wordt verstrekt aan grondeigenaren binnen het zoekgebied of plangebied voor windenergie in verband met de bouw en het gebruik van windturbines en bijbehorende voorzieningen zoals kraanplaatsen en onderhoudswegen. Deze verdeling is bedoeld om de vergoeding niet alleen te goede te laten komen aan de eigenaren van de gronden waar de turbines op worden geprojecteerd maar aan alle grondeigenaren in het gebied waarbinnen opstellingen met windturbines zijn onderzocht.
Omgevingsplan: Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Per gemeente is er één omgevingsplan. Omwonende: Diegene die in zijn woon- en leefomgeving een gevolg ondervindt van de komst van het windpark. Wie als omwonenden worden aangemerkt is maatwerk per project. Een specifieke groep is de direct omwonenden, zij die geluid en/of slagschaduw kunnen ervaren. Omwonendenregeling: Een omwonendenregeling bij windprojecten betreft meestal een geldbedrag dat wordt uitgekeerd aan directe omwonenden, vaak gestaffeld naar verschillende afstanden rondom het windpark. In sommige gevallen is sprake van een lokaal stroomaanbod aan omwonenden. Participatie: Het betrekken van en op basis van gelijkwaardigheid in overleg gaan met belanghebbenden over de locatiekeuze, ontwikkeling, bouw en exploitatie van een windproject.
Randvoorwaarden: De basisvoorwaarden waar een projectplan aan moet voldoen, zoals technische eisen, milieueisen, en juridische kaders. Samenwerkingsovereenkomst: Een overeenkomst tussen de verschillende partijen die samen het consortium opmaken.
Technische ruimte: Het vlak binnen het zoekgebied waar windturbines kunnen worden geplaatst. Uitgangspunten: De voorwaarden waar een initiatiefnemer naar moet streven in het projectplan. Vergunningsaanvraag: De vergunningsaanvraag is het proces waarbij een initiatiefnemer officieel toestemming vraagt aan de bevoegde overheid om een windpark te mogen bouwen en exploiteren. Dit verzoek wordt ingediend via een formele aanvraag voor een omgevingsvergunning, waarin alle relevante informatie over het project wordt opgenomen. Vergunningverlening: Vergunningverlening is het proces waarbij de gemeente toestemming verleent voor de bouw, exploitatie en het beheer van een windpark of andere ruimtelijke ontwikkelingen. De voorschriften waaronder activiteiten mogen worden uitgevoerd worden vastgelegd in een omgevingsvergunning.
Participatieplan: Het plan waarin voor de verschillende projectfasen (locatiekeuze, ontwikkeling, bouw en exploitatie) wordt vastgelegd wie op welke wijze belanghebbend is en op welke wijze deze verschillende partijen worden betrokken bij het project. Dit plan is bedoeld om transparantie en inspraak te waarborgen. Plangebied: Afgebakend gebied binnen de polder Reijerscop waarin de doelstelling voor windenergie moet worden behaald. Projectplan: Een document waarin de planning, organisatie, financiering, en uitvoering van een initiatief wordt beschreven. Project-m.e.r.: Het onderzoek van de initiatiefnemer om de milieueffecten van verschillende opstellingen binnen de technische ruimte te kunnen beoordelen. Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 25