Bijlage 2 - Risico-analyse
Tekst van het document
Risico-analyse buitensportaccommodatiebeleid 1. Gemeentelijke uitgaven aan sport(accommodaties) In tabel 4.1 valt te zien dat te gemeente Montfoort tussen 2017 en 2021 jaarlijks gemiddeld een bedrag van € 42,70 per inwoner begroot voor sportaccommodaties. Dit is ook hier lager dan het landelijk gemiddelde van € 45. In de jaren 2018 en 2019 is in Montfoort incidenteel extra begroot voor de renovatie van sportaccommodaties, in het bijzonder de nieuwe kunstgrasvelden in Montfoort. Deze hogere bedragen komen niet structureel terug in de begroting. Wanneer men de incidentele bijdragen buiten beschouwing laat, is het verschil tussen Montfoort en het landelijk gemiddelde vele malen groter. Tabel 4.1: Begrote netto-uitgaven gemeenten aan sport, per inwoner, 2017-2021 (in euro’s).
Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 Gemiddeld
Sportbeleid & activering Montfoort Landelijk (gem.) 0,0 16 11,5 20 9,5 18 15,6 19 23,3 20 12,0 18,6
Sportaccommodaties Montfoort Landelijk (gem.) 28,8 45 57,5 42 58,0 45 34,1 46 34,8 47 42,7 45,0
Bron: Iv3-data CBS (registraties), 2017-2021; allecijfers.nl, 2023. Bewerking: Mulier Instituut & Gemeente Montfoort.
2. Leden en contributies buitensportverenigingen In tabel 4.2 staan per sport de contributies voor senioren en junioren van verschillende buitensportverenigingen. Over de contributies van verenigingen in de regio is een referentie gemiddelde berekend, welke in onderstaande tabel wordt vergeleken met de contributies van de buitensportverenigingen in de gemeente Montfoort. Gemiddeld genomen betalen leden van verenigingen uit Montfoort minder dan leden van verenigingen elders. Deze vergelijking is opgenomen om te laten zien of een vereniging door contributieverhoging de mogelijkheid heeft om extra gelden op te brengen. Het is belangrijk om hierbij te vermelden dat het data uit 2020 betreft. Bovendien is in deze data geen rekening gehouden met de kwaliteit van de accommodatie in vergelijking met de referentie. Tabel 4.2: Contributies vergeleken met een regionaal referentie gemiddelde, 2020.
Vereniging V.V. Linschoten Montfoort S.V. ‘19 K.V. LUNO Polsstokclub Linschoten H.C. Montfoort T.V. Linschoten T.V. Montfoort Green Hearts
Aantal leden (2020) 256 1095 150 104 404 257 415 57
Contributies (in euro’s, per jaar) Ref. Ref. Senior Junior gem.* gem.* 190 223 128 165 221 223 147 165 300 260 248 182 53 59 43 55 280 352 240 338 182 175 91 90 160 175 160 90 190 268 150 209
* Ref. gem. = referentie gemiddelde, de gemiddelde contributie van een aantal clubs uit de omgeving. Bron: Notitie buitensportaccommodaties Montfoort, 2021.
3. Gebruiksvergoedingen en beoogde zelfwerkzaamheid De percentages zoals benoemd in het Buitensportaccommodatiebeleid gelden voor de benodigde bedragen in jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en renovaties. Samen komt dit neer op een gebruiksvergoeding voor iedere vereniging die sport op gemeentelijk eigendom. Iedere vereniging draagt naar rato eenzelfde hoeveelheid bij. Deze gebruiksvergoeding bestaat uit twee onderdelen: ▪ Het eerste onderdeel betreft een reservering per jaar om zodoende de accommodatie te kunnen renoveren wanneer dat nodig is. Om aan dit totale bedrag te komen, draagt de gemeente 2/3 bij en de vereniging 1/3. ▪ Het tweede onderdeel gaat om de kosten voor het dagelijkse, reguliere onderhoud. Dit bedrag is gebaseerd op marktconforme prijzen. Het onderdeel regulier onderhoud uit die gebruiksvergoeding wordt naar beneden bijgesteld voor ieder MJOP-onderdeel wat de vereniging zelf doet. Hiervoor worden maatwerkafspraken gemaakt, welke uiteindelijk terechtkomen in de overeenkomst. Om hiervoor een eerste inschatting te maken, is uitgevraagd bij de verenigingen (die sporten op gemeentelijk eigendom) wat zij verwachten zelf te kunnen doen. Zodoende kan ook reëler worden ingeschat wat de uiteindelijke financiële consequenties zullen worden. Een overzicht:
Montfoort S.V. ’19 geeft aan dat de gebruiksvergoeding zoals die op basis van het beoogde Buitensportaccommodatiebeleid genoemd staat, niet haalbaar is en de doodsteek zou zijn voor de vereniging. Een onderbouwing hiervan heeft de voetbalvereniging niet gegeven. Bij (volledige) zelfwerkzaamheid worden de kosten uiteraard veel lager. De vereniging geeft echter niet aan welke werkzaamheden zij verwachten zelf te kunnen doen, waardoor een reëlere inschatting van de financiële consequenties niet te maken is. Montfoort S.V. ’19 geeft verder aan wel te willen meedenken om tot een oplossing te komen, waarbij ze ook het voorstel doen om de accommodatie volledig in eigen beheer en exploitatie te nemen. V.V. Linschoten geeft aan failliet te gaan in het geval de plannen worden uitgevoerd, dan wel dat de vereniging onrealistisch hoge contributies moet gaan vragen. Een onderbouwing hiervan heeft de voetbalvereniging niet gegeven. Bij (volledige) zelfwerkzaamheid worden de kosten uiteraard veel lager. De vereniging geeft echter niet aan welke werkzaamheden zij verwachten zelf te kunnen doen, waardoor een reëlere inschatting van de financiële consequenties niet te maken is. K.V. LUNO geeft aan dat ze een verhoging zoals voorgesteld niet op kunnen vangen in hun begroting met een omzet van ongeveer € 70.000.
De korfbalvereniging maakt de helft van het jaar gebruik van de velden, en de andere helft huren zij de sporthal. Daardoor heeft de vereniging hoge vaste lasten (bondkosten, accommodatiekosten en zaalhuur is samen ongeveer € 40.000). Bij (volledige) zelfwerkzaamheid worden de kosten uiteraard veel lager. De vereniging geeft echter niet aan welke werkzaamheden zij verwachten zelf te kunnen doen, waardoor een reëlere inschatting van de financiële consequenties niet te maken is. In het geval van nul zelfwerkzaamheid, zegt de vereniging binnen een jaar failliet te gaan. Polsstokclub Linschoten geeft aan in de huidige situatie per jaar ongeveer € 5.000 aan subsidie te ontvangen van de gemeente. Dit dekt ongeveer de kosten die zij daadwerkelijk aan onderhoud kwijt zijn, hoewel het vervangen van machines een incidentele bijkomende kostenpost is. De vereniging hoopt in de nieuwe situatie op een subsidie om de materiële kosten te compenseren (denk aan afschrijving op machines en brandstofgebruik), omdat anders de kosten te hoog worden. Wat betreft de reserveringen voor renovatie verandert er weinig op de begroting. In plaats van dat de polsstokclub op de eigen bankrekening reserveert, gaat dit deel naar de gemeente. De vereniging geeft aan ál het onderhoud zelf te kunnen doen, zoals zij in de praktijk ook nu doen.
Dit zou betekenen dat de beoogde gebruiksvergoeding gehalveerd wordt, en dat er daarnaast een voordeel ontstaat voor alles wat de polsstokclub extra doet. Dit geldt voor zowel regulier onderhoud als groot onderhoud en renovaties. Green Hearts geeft aan in de huidige situatie per jaar ongeveer € 4.500 aan subsidie te ontvangen van de gemeente. De vereniging stelt in de beoogde nieuwe situatie, na aftrek van 50% zelfwerkzaamheid, de overgebleven extra kosten niet op te kunnen brengen. Het voortbestaan van de vereniging is daarmee in gevaar. De vereniging geeft echter aan het grootste deel van het onderhoud zelf te kunnen doen, zoals zij in de praktijk ook nu doen. Dit zou betekenen dat de beoogde gebruiksvergoeding bijna gehalveerd
wordt, en dat er daarnaast een voordeel ontstaat voor alles wat de honk- en softbalclub extra doet. Dit geldt voor zowel regulier onderhoud als groot onderhoud en renovaties. Er zijn dus enkele verenigingen die aangeven meer zelfwerkzaamheid te kunnen doen dan het gekoppelde bedrag uit de gebruiksvergoeding. De inschatting is dat dit ook voor de andere verenigingen zal gelden. Voor alles wat zij meer doen, ontstaat een voordeel. Deze (meer)waarde zorgt ervoor dat er geld overblijft. Wanneer dit voordeel terug zou worden geïnvesteerd in de accommodaties of verenigingen, worden de financiële nadelen voor hen aanzienlijk verminderd. De meest directe manieren om dit te doen zijn het rechtstreeks compenseren van het meerwerk van de desbetreffende vereniging en/of het verlagen van de renovatiebijdrage van die vereniging. Een andere overweging kan een opwaardering van de accommodatie zijn. Wanneer ervoor wordt gekozen de meerwaarde niet naar de buitensport terug te laten vloeien, vormt het een voordeel voor de gemeentelijke begroting. 4. Extra maatregelen en gevolgen buitensportverenigingen Verenigingen die sporten op gemeentelijk eigendom Bij verenigingen die sporten op gemeentelijk eigendom is uitgevraagd welke maatregelen zij eventueel zouden kunnen nemen om eventuele nadelige (financiële) gevolgen te verzachten of op te lossen.
Montfoort S.V. ’19 heeft in een eerder stadium een voorstel gedaan om het volledige complex te privatiseren. Concreet zouden zij, met het genoemde bedrag uit de Newae rapportage als vergoeding, het volledige complex van beheer en onderhoud voorzien. Ze geven aan dit goedkoper te kunnen doen dan de genoemde marktconforme prijzen. Verder benoemt de vereniging geen maatregelen. V.V. Linschoten benoemt geen maatregelen die zij mogelijk zouden kunnen nemen. K.V. LUNO hanteert, zoals ook in tabel 4.2 aangegeven, al een hogere contributie dan gemiddeld in de regio waardoor een verdere verhoging waarschijnlijk zal leiden tot een terugloop in ledenaantal. Verdere mogelijke maatregelen worden door de vereniging niet benoemd. Polsstokclub Linschoten geeft aan volledig zelfwerkzaam te zijn. Ze gebruiken hun kantine niet in de winter en besparen op die manier energiekosten. Daarnaast doet de vereniging relatief veel aan sponsorwerving en clubacties. Voor een groot deel is de vereniging afhankelijk van kantineinkomsten. De polsstokclub probeert de contributie niet teveel te verhogen, om op die manier de sport bereikbaar te houden voor gezinnen met lage inkomens. Bovendien lijkt er, gezien de ledenaantallen en de vergelijking met de regio, maar beperkte winst te behalen met contributieverhoging.
Green Hearts geeft aan dat haar inkomsten primair bestaan uit contributie-inkomsten en sponsoring. De baromzet is minimaal bij een club van deze grootte. De vereniging is een zomersport en geeft daarom weinig uit aan nutsvoorzieningen; daar valt dus niet of nauwelijks op te besparen. Hoewel de contributie van de vereniging lager is dan het regionaal referentie gemiddelde, moet gesteld worden dat de verenigingen waarmee vergeleken wordt vaak meer velden tot hun beschikking hebben met een hoogwaardigere accommodatie. Op de contributie valt dus ook weinig winst te behalen. Green Hearts geeft als extra punt aan dat zij het logisch zouden vinden wanneer de gemeente regulier onderhoud volledig overlaat aan de vereniging en het groot onderhoud volledig voor rekening van de gemeente zou laten komen.
Verenigingen die sporten op niet-gemeentelijk eigendom Ook bij de verenigingen die sporten op niet-gemeentelijk eigendom is extra informatie ingewonnen om zodoende een reëlere inschatting te kunnen maken van de uiteindelijke financiële gevolgen en risico’s. Deze verenigingen krijgen volgens het beoogde Buitensportaccommodatiebeleid een bijdrage van de gemeente voor het reguliere onderhoud (50%), maar zijn zelf wel volledig verantwoordelijk voor groot onderhoud en renovaties. Voor deze verenigingen zou het nieuwe Buitensportaccommodatiebeleid een financieel voordeel betekenen ten opzichte van de huidige situatie. H.C. Montfoort geeft aan jaarlijks ongeveer € 14.000 kwijt te zijn aan jaarlijkse onderhoudskosten van de buitensportaccommodatie (het clubgebouw is daarin niet meegenomen). Dit is aanzienlijk lager dan de marktconform ingeschatte kosten. Tegelijk geeft de vereniging aan jaarlijks maar een klein bedrag te reserveren voor renovaties en groot onderhoud. Deze reservering is bij lange na niet toereikend om te komen aan het ingeschatte benodigde bedrag. Deels heeft dit te maken met de lening voor de vorige renovatie die moest worden afgelost, maar deels ook met andere zaken zoals stijgende energiekosten.
T.V. Montfoort geeft aan jaarlijks ongeveer € 20.000 kwijt te zijn aan jaarlijkse onderhoudskosten van de buitensportaccommodatie (het clubgebouw is daarin niet meegenomen). Dit is aanzienlijk lager dan de marktconform ingeschatte kosten. Tegelijk geeft de vereniging aan jaarlijks ongeveer € 10.000 af te schrijven of te reserveren voor renovatie. Dat is minder dan de helft dan het ingeschatte benodigde bedrag. T.V. Linschoten geeft aan jaarlijks ongeveer € 11.000 kwijt te zijn aan jaarlijkse onderhoudskosten van de buitensportaccommodatie (het clubgebouw is daarin niet meegenomen). Dit is iets lager dan de marktconform ingeschatte kosten. De vereniging geeft aan te streven om € 21.000 per jaar te reserveren voor vervanging en groot onderhoud, wat overeenkomt met het ingeschatte benodigde bedrag. In de praktijk lukt dit echter niet altijd, met als oorzaak bijvoorbeeld naweeën van het verleden en gestegen energiekosten.