Bijlage 1 Woonwagen en standplaatsenbeleid Montfoort
Tekst van het document
WOONWAGEN- EN STANDPLAATSENBELEID Gemeente Montfoort
Illustratie: woonwagenlocatie Mergen te Mill
Inhoudsopgave 1
Inleiding ...........................................................................................................................................1
2
Woonwagencultuur, definities en geschiedenis van de woonwagenwetgeving ..............................2
3
Visie op en uitgangspunten van het woonwagen- en standplaatsenbeleid .....................................5
4
De uitgangspunten van beleid nader uitgewerkt .............................................................................7 4.1 Benodigd aantal standplaatsen en locaties ...................................................................................7 4.2 Grondverkoop, huren en kopen .....................................................................................................8 4.3 Schoon, zonder gebreken, veilig, legaal en bereikbaar ...............................................................10 4.4 Duurzaam/BENG .........................................................................................................................11
5
Draagvlak via informatie, communicatie en participatie ................................................................12
1
Inleiding
Nederland telt naar schatting 50.000 woonwagenbewoners, die bestaan uit Sinti en Roma (twee etnische groepen, die oorspronkelijk uit het buitenland komen) en nakomelingen van Nederlanders die ooit met een reizend beroep in hun onderhoud voorzagen (zoals scharenslijpers, venters, kermisexploitanten, circusartiesten en seizoenarbeiders). Deze laatste groep wordt daarom ook wel aangeduid als ‘reizigers’ en omvat het leeuwendeel van de woonwagenbewoners. Precieze aantallen zijn echter lastig te geven, omdat ook veel mensen die zich woonwagenbewoner voelen in de loop der jaren, al dan niet gedwongen, in een gewoon huis zijn gaan wonen. Nederland telt zo’n 1.150 woonwagencentra (met in totaal bijna 9.000 standplaatsen) in 342 gemeenten. Het tekort aan standplaatsen wordt geschat op circa drieduizend. In 1999 is de Woonwagenwet ingetrokken en werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. In de jaren die volgden, hanteerden veel gemeenten een afbouwbeleid ook wel ‘uitsterfbeleid’ genoemd: steeds minder standplaatsen voor woonwagens, bewoners moesten maar naar gewone woonhuizen verhuizen. Dit beleid was niet in overeenstemming met de rechten van de mens. Een aanpassing was noodzakelijk.
In 2014 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens echter dat de eigen cultuur van woonwagenbewoners gerespecteerd moet worden en dat overheden verplicht zijn om die levensstijl te faciliteren. Eind 2014 uitte ook het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens scherpe kritiek op het uitsterfbeleid. Het verklaarde zelfs dat gemeenten en woningcorporaties zich discriminerend gedragen jegens ‘een etnische groep die zich onderscheidt vanwege hun cultuur’1. Woonwagenbewoners klaagden bij de Nationale Ombudsman over het tekort aan standplaatsen, voor henzelf en hun kinderen. Die riep de overheid in 2017 in een kritisch rapport op de fundamentele rechten van woonwagenbewoners te respecteren.2 Al die kritiek leidde ertoe dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in 2018 een nieuw beleidskader voor gemeenten lanceerde over het waarborgen van de culturele identiteit van woonwagenbewoners, getiteld ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen en standplaatsenbeleid’3. Dit beleidskader gaf en geeft gemeenten handvatten om lokaal c.q. regionaal beleid te maken. Als gemeente Montfoort geven we met dit nieuwe woonwagen- en standplaatsenbeleid ten eerste concrete invulling aan de zorgplicht voor de huisvesting van inwoners, waaronder woonwagenbewoners.
Ten tweede geven we met dit beleid ruimte aan de woonwagencultuur en voorzien we in voldoende woonwagenstandplaatsen voor deze doelgroep. In het vervolg van dit beleidsplan geven we ten eerste een korte beschrijving van de woonwagencultuur, geven we definities en schetsen we kort de geschiedenis van woonwagenwetgeving in Nederland (hoofdstuk 2). Vervolgens staan de visie op en uitgangspunten van ons woonwagen- en standplaatsenbeleid centraal (hoofdstuk 3). De praktische uitwerking van dit beleid staat daarna in hoofdstuk 4 centraal. We sluiten af met onze inzet op een gedragen visie en op goede communicatie & participatie.
College voor de Rechten van de Mens, Oordeelnummer 2014-167. ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’, Rapport 2017/060, Nationale Ombudsman. 3 Beleidskader gemeentelijk woonwagen en standplaatsenbeleid, 2 juli 2018, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 1 2
1|P a g i n a
2 Woonwagencultuur, definities en geschiedenis van de woonwagenwetgeving Woonwagencultuur De woonwagencultuur is immaterieel erfgoed dat nauw verbonden is met de culturele identiteit van groepen woonwagenbewoners in Nederland. Naar schatting maken 50.000 mensen deel uit van één van deze culturele groepen. Dit zijn zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke 'reizigers' zoals ‘kermisexploitanten’. Woonwagenbewoners hebben een eigen manier van denken en eigen cultuur. De cultuur van de woonwagenbewoners is vanuit hun culturele voorgeschiedenis een cultuur van overleven. Vanwege het trekverbod (1968) reizen de woonwagenbewoners niet meer met hun woonwagens door het land. De wagens en caravans lijken tegenwoordig vaak op gewone huizen, maar zijn dat niet. Voor de woonwagenbewoners is het belangrijk dat hun wagen geen stenen rijtjeshuis is met fundering én dat de vloer boven het maaiveld ligt met een opstapje naar de voordeur.
In de laatste tien tot vijftien jaar is in meerdere uitspraken de bescherming van deze culturele woonwagenidentiteit herleid uit bepalingen in internationale verdragen, waar diverse rechten uit voortvloeien; o.a. eerbieding van privéleven, discriminatieverbod en huisvesting. Deze rechten gelden ook voor woonwagenbewoners en vanwege hun specifieke cultuur betekent dit iets voor hun manier van wonen en de inzet van gemeenten en woningcorporaties. Nederland ondertekende deze verdragen ook. Dit brengt voor Nederland de verplichting mee om voldoende standplaatsen te realiseren en om ervoor te zorgen dat de woonwagenbewoners kunnen leven volgens hun culturele identiteit die bestaat uit wonen in familieverband en wonen in een woonwagen.
Voorbeeld nieuwe locatie met vier huurstandplaatsen en huurwoonwagens
Definities Voor een goede voorstelling van de belangrijkste begrippen in dit woonwagen- en standplaatsenbeleid, hebben we deze hieronder weergegeven.
Definitie woonwagenbewoners4: Woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. De onderscheidende cultuur verwijst naar mensen die in een woonwagen wonen (specifieke woonwijze) en deel uitmaken van een familie die van
4
Bron: College voor de Rechten van de Mens. Advies aan BZK d.d. 23-03-2018. 2|P a g i n a
generatie op generatie bij elkaar op een locatie en in een woonwagen woont of heeft gewoond (in familieverband samenwonen op een woonwagenlocatie).
Definitie woonwagenstandplaats5: Een kavel die bestemd is voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub C van de Woningwet.
Definitie woonwagen6 Een voor bewoning bestemd zijnde gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub B van de Woningwet. Een prefab woning, chalet of houtskeletbouwwoning wordt in dit beleid ook gezien als woonwagen7.
Geschiedenis van de woonwagenwetgeving Tot 1999 was in Nederland de Woonwagenwet van kracht; daarna werd deze wet ingetrokken en is het woonwagenbeleid geïntegreerd in het reguliere, gemeentelijke volkshuisvestigingsbeleid. De belangrijkste reden om deze wet in te trekken in 1999, was het normaliseren van de woonpositie van woonwagenbewoners. Door de intrekking: •
hadden woonwagenbewoners niet langer een uitzonderingspositie binnen de woningmarkt;
•
vervielen bijzondere rechten van woonwagenbewoners, bijvoorbeeld het recht op een standplaats;
•
kregen gemeenten de volledige vrijheid (zonder landelijke verplichtingen) over het beleid met betrekking tot woonwagenlocaties en standplaatsen;
•
na intrekking van de Woonwagenwet werden standplaatsen, waar mogelijk, overgedragen van gemeenten naar woningcorporaties. Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens aan woonwagenbewoners die onder de sociale inkomensgroep vallen, is namelijk geen wettelijke taak van de gemeente maar van de corporaties;
•
Bij wetgeving voor woonwagenbewoning – nu de Woonwagenwet er niet meer is – zal teruggevallen moeten worden op overige regels uit de Huisvestingswet 2014, de Woningwet en de Wet ruimtelijke ordening;
Na de intrekking gingen veel gemeenten c.q. corporaties over tot een afbouwbeleid, in de volksmond ook wel ‘uitsterfbeleid’ genoemd. Vrijkomende standplaatsen werden niet langer verhuurd, maar opgeheven, gesloopt of uit functie ontzet. Hoewel de gemeente Montfoort in deze periode weliswaar geen standplaatsen heeft opgeheven, zijn er ook geen extra standplaatsen gerealiseerd. Deze situatie had uiteindelijk hetzelfde effect als het ‘uitsterfbeleid’. Volwassen kinderen van woonwagenbewoners werden namelijk gedwongen om naar een reguliere woning te verhuizen door het tekort aan nieuwe standplaatsen.
In de jaren die volgden vroegen woonwagenbewoners in het gehele land bij diverse instanties aandacht voor de tekortkomingen in het woonwagenbeleid. Hun focus lag op het naleven van de mensenrechten. Gemeentelijk beleid bleek namelijk vaak niet in overeenstemming te zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB).
Bron: de Woningwet. Idem. 7 De meeste woonwagens hebben slechts een bouwlaag, waardoor meer ruimte nodig is voor dezelfde gebruiksruimte. Een woonwagen is uitgelegd over één verdieping; alles is gelijkvloers, dus de slaapkamers en badkamer bevinden zich ook op de begane grond. Tegenwoordig ziet men ook meer woonwagens met een kapverdieping verschijnen. In deze kap zitten bijvoorbeeld de kinderslaapkamers annex studeerkamers, waardoor zij hun huiswerk e.d. niet in de woonkamer hoeven te maken. Ook verschillen woonwagens bouwtechnisch van reguliere woningen. Woonwagens kunnen in zijn geheel of in delen worden verplaatst. Woonwagens zijn in de regel houtskeletbouw en daardoor brandgevoeliger dan woningen die uit steen en/of beton zijn opgetrokken. 5 6
3|P a g i n a
De Nationale Ombudsman bevestigde dat; hij stelde dat gemeenten tekortschoten in hun betrouwbaarheid ten aanzien van woonwagenbewoners. Ook vond hij dat gemeenten het recht van woonwagenbewoners om te leven volgens hun culturele identiteit onvoldoende erkenden en faciliteerden. De bevindingen van de ombudsman zijn neergelegd in het rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ uit 20178.
Het rapport bleek de start van een ander beleidsperspectief. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelde het al genoemde beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ op (juli 2018). Dit gebeurde op basis van het advies van onder andere het College voor de Rechten van de Mens uit maart 2018.
Het nieuwe beleidskader BZK bevat landelijke uitgangspunten, is richtinggevend en niet bepalend. Het is geen wet en heeft (vooralsnog) ook geen juridische gevolgen bij het niet naleven ervan9. Opvolging is echter wenselijk en geeft handvatten voor nieuw gemeentelijk woonwagenbeleid dat: •
rekening houdt met de specifieke woonbehoeften van woonwagenbewoners;
•
voorziet in voldoende en binnen een redelijke termijn aangelegde standplaatsen;
•
aandacht heeft voor de cultuur van woonwagenbewoners;
•
woonwagenbewoners beschermt tegen discriminatie;
•
voldoende rechtszekerheid biedt voor de doelgroep;
•
ruimte biedt om in familieverband samen te leven.
Het ministerie monitort sinds het uitbrengen van het beleidskader BZK de ontwikkeling van het aantal standplaatsen. Ook bracht de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in mei 2021 een speciale ‘Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ uit10. De Wegwijzer is een nadere invulling van het in 2018 door het ministerie van BZK uitgebrachte landelijk beleidskader.
Zie voetnoot 2. In ieder geval niet in strikt formele zin. In de praktijk leidt niet nakoming ervan mogelijk wel tot gerechtelijke procedures tegen de gemeente waarbij een kansrijk beroep door belanghebbenden wordt gedaan wegens overtreding van het discriminatieverbod door niet nakoming van de verschillende beleidskaders. 10 VNG, mei 2021. 8 9
4|P a g i n a
3 Visie op en uitgangspunten van het woonwagenen standplaatsenbeleid Prettig wonen, werken en recreëren in een inclusieve samenleving Als gemeente vinden wij het belangrijk dat inwoners prettig kunnen wonen, werken en recreëren is. In Nederland en ook in gemeente Montfoort streven wij ernaar een inclusieve samenleving te zijn; iedereen doet -binnen de eigen cultuur- mee in onze maatschappij én neemt zijn of haar verantwoordelijkheid als burger. Om hieraan bij te dragen en te realiseren werkt de gemeente nauw samen met interne- en externe belanghebbenden. We staan in verbinding met bewoners in alle wijken, waaronder ook woonwagenbewoners en omwonenden. Door woonwagenbewoners goed te leren kennen en regelmatig contact met hen te onderhouden, krijgen we als gemeente meer inzicht in hun specifieke woonbehoefte. De kennis en ervaring van de woonwagencultuur die wij in dit bewustwordingsproces opdoen, zijn belangrijk en bepalend voor een juiste omslag in het beleid. Het uitgangspunt van beleid is dat voor woonwagenbewoners dezelfde rechten, maar ook dezelfde plichten gelden als voor iedere andere burger binnen de gemeente Montfoort. Zij biedt de ondersteuning die nodig is en die inwoners mogen verwachten van de gemeente.
Het woonwagen- en standplaatsenbeleid moet bijdragen aan de gemeentelijke visie zoals hierboven genoemd en wordt daarom onderdeel van ons reguliere huisvestingsbeleid dat staat verwoord in onze Woonvisie. Hierdoor ontstaan er duidelijke beleidsmatige- en juridische kaders voor het voeren van adequaat beleid, die helderheid en zekerheid geven aan woonwagenbewoners en hun toekomstmogelijkheden.
Verder is het Montfoortse woonwagen- en standplaatsenbeleid in overeenstemming met mensenrechtelijke uitgangspunten en blijft tenslotte de leidraad van het gemeentelijk beleid de erkenning en waardering voor de woonwagencultuur. De culturele identiteit van woonwagenbewoners kenmerkt zich hoofdzakelijk door twee elementen, namelijk wonen in familieverband en Wonen in een woonwagen.
Uitgangspunten van beleid De belangrijkste uitgangspunten die horen bij deze visie zijn: 1. We maken een duidelijk onderscheid tussen de rol van de gemeente en de rol van woningcorporaties. De gemeente maakt beleid en zorgt voor toegankelijkheid, handhaving en onderhoud van het openbaar gebied. Ook verkoopt ze grond voor de realisatie van standplaatsen aan de woningcorporatie voor verhuur of aan particulieren die het zelf kunnen betalen. Corporaties voorzien in de sociale huisvesting; 2. Afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (uitzonderlijke omstandigheden buiten beschouwing gelaten) zolang er behoefte is aan standplaatsen; 3. In de toekomst vrijkomende standplaatsen wijzen we toe volgens de toewijzingsverordening11 woonwagenstandplaatsen (zie bijlage 2). De gemeente beheert een wachtlijst van geïnteresseerde standplaatszoekenden en houdt de inschrijvingen bij. Conform landelijk beleid zorgt de gemeente ervoor dat een standplaatszoekende binnen een redelijke termijn kans maakt op het verkrijgen van een standplaats
De toewijzingsverordening wordt tegelijk met het woonwagenbeleid vastgesteld. Het vaststellen van een toewijzingsverordening is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. 11
5|P a g i n a
4. De behoefte aan standplaatsen is in kaart gebracht en op basis daarvan zet de gemeente zich in om binnen de komende vijf jaar 4 huurstandplaatsen te realiseren boven op de capaciteit op de bestaande woonwagenlocatie (= 4 standplaatsen). Daarnaast zal rond 2028 nog een derde locatie worden ingericht met 4 koopstandplaatsen. Waar
Reeds aanwezig
Nog te realiseren
Totaal
a.
Jacob Barneveldstraat
4
0
4
b.
De Bleek – fase I (2024)
0
4
4
c.
De Bleek – fase II (2028)
0
4
4
4
8
12
5. Zowel de mogelijke nieuwe als de bestaande woonwagenlocaties zijn schoon, heel en veilig; 6. De (nieuwe) woonwagenlocaties voldoen aan de geldende wet- en regelgeving; 7. De koopkavels zijn conform de NHG-grens betaalbaar voor de doelgroep en blijven voor zover mogelijk beschikbaar voor de lokale woonwagengemeenschap en hun directe familieleden; 8. De gemeente Montfoort en Cazas Wonen maken concrete afspraken over de realisatie van voldoende huurstandplaatsen en leggen die afspraken vast in de prestatieafspraken; 9. Er is een eenduidige toewijzingsverordening die ruimte geeft aan het leven in familieverband. Deze verordening treedt tegelijkertijd met dit beleid in werking (zie Bijlage 2: Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen Montfoort 2023). Vrijkomende standplaatsen wijzen we toe volgens deze toewijzingsverordening. De gemeente beheert de wachtlijst en houdt de inschrijvingen bij. Conform landelijk beleid zorgt de gemeente er tevens voor dat een standplaatszoekende binnen een redelijke termijn kans maakt op het verkrijgen van een standplaats; 10. Eind 2028 evalueren we dit beleid en stellen we dit eventueel bij en/of vullen dit aan.
In het volgende hoofdstuk lichten we een aantal van bovenstaande uitgangspunten nader toe.
Jacob Barneveldstraat- oud
Jacob Barneveldstraat- nieuw
6|P a g i n a
4 De uitgangspunten van beleid nader uitgewerkt De volgende vier uitgangspunten werken we in deze paragraaf nader uit: 1. Standplaatsen en locaties; 2. Grondverkoop, huren en kopen; 3. Schoon, heel, veilig, legaal en bereikbaar; 4. Duurzaam/BENG.
4.1 Benodigd aantal standplaatsen en locaties Landelijk is het uitgangspunt dat per 1000 woningen 1,2 standplaatsen beschikbaar moeten zijn voor de doelgroep woonwagenbewoners. Met 4.180 woningen in Montfoort en 1.595 woningen in Linschoten (peildatum 01-01-2023) zijn er 5.775 woningen en vereist dit 7 standplaatsen12. In de gemeente zijn nu reeds 4 standplaatsen aanwezig en dit vereist nog 3 te realiseren standplaatsen volgens het landelijk gemiddelde. Echter de inventarisatie woonbehoefte uit 2021 geeft aan dat op korte termijn de behoefte bestaat uit aan de realisatie van 2 standplaatsen + huurwoonwagens. Verder dat op de langere termijn (2028) er behoefte is aan 4 koopstandplaatsen met eigen woonwagens. Het woonwagenbeleid moet aansluiten op het mensenrechtelijk kader. De doelgroep moet echter geen uitzonderingspositie krijgen ten opzichte van anderen. Als uit de inventarisatie woonbehoefte blijkt dat er behoefte is aan meer standplaatsen, dan zal men net als anderen moeten wachten; er geldt een redelijke termijn13. Een standplaats is immers een schaars goed. De toewijzing van standplaatsen wordt beperkt tot de inwoners van de gemeente Montfoort.
Uitbreiding woonwagenstandplaatsen Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten start de gemeente Montfoort met de realisatie van woonwagenstandplaatsen. Dit betreft twee nieuwe locaties. Geschikte nieuwe locaties voor woonwagenstandplaatsen zijn echter zeldzaam: op geschikte kavels rust vaak al een bouwclaim en andere locaties zijn ongeschikt door overlap met milieucontouren of (de nabijheid van) kwetsbare natuur. Zoeken naar de ‘perfecte locatie’ is daarom niet kansrijk. Daarom zetten we in op het vinden van de ‘meest geschikte locaties’, waarbij we kijken naar oplossingen die ruimte bieden binnen de bestaande kaders. Uitgangspunt daarbij is dat woonwagenstandplaatsen zoveel als mogelijk onderdeel worden van woonwijken en niet los staan aan de rand van een kern. Na vaststelling van dit woonwagenbeleid beschrijven we in een plan van aanpak locatieonderzoek woonwagenlocaties het opstellen van (nieuwe) planregels, verwijzen we naar stukken grond die als bestemming ‘Wonen-Woonwagen’ krijgen en benoemen we het ontwerpen, ontwikkelen en inrichten van locaties. Door het vaststellen van het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid borgen we de uitvoering van deze plannen.
12 1,2 x (5.775 : 1.000) = 6,93 => 7 standplaatsen totaal 13 Wat er precies wordt bedoeld met een ‘redelijke termijn’ is nergens gedefinieerd. Landelijk is hier veel discussie over. Gemiddeld genomen wordt
uitgegaan van zeven à acht jaar. In onze gemeente ligt de wachttijd rond de 8,5 jaar voor een sociale huurwoning. 7|P a g i n a
4.2 Grondverkoop, huren en kopen Grondverkoop Als de locaties van nieuwe woonwagenstandplaatsen bekend zijn, vindt verkoop van de gronden plaats conform de meest actuele versie van de Nota Grondprijzen. De gemeente verkoopt de (bouwrijpe) grond aan individuele woonwagenbewoners (kopers) of aan een woningcorporatie. De corporatie kan de grond verhuren aan woonwagenbewoners (in principe met huurwoonwagen). Verkoop van gronden door de gemeente moet aan een aantal eisen voldoen: •
Voorafgaand aan de overdracht is de verkoop openbaar bekend gemaakt, zodat iedereen er kennis van kan nemen.
•
We verkopen alleen standplaatsen aan mensen die hier op basis van de toewijzingsverordening voor in aanmerking komen. Zijn er meer gegadigden die vanuit de wachtlijst in aanmerking komen voor de standplaats, dan wordt gehandeld volgens het gelijkheidsbeginsel, zodat iedereen gelijke kansen heeft op de koop. De beschikbaarheid, selectieprocedure, het tijdschema en de selectiecriteria dienen voor iedereen inzichtelijk te zijn, waarbij de selectiecriteria objectief, toetsbaar en redelijk moeten zijn. Vooral bij onderhandse verkopen is dit belangrijk. De opgestelde beleidsstukken, eventueel aangevuld met specifieke voorwaarden voor de betreffende locatie, helpen bij het maken van toewijzingskeuzes en zorgen ervoor dat de gemeente naar vertrouwen kan handelen. Alle belanghebbenden (gemeente, standplaatszoekenden, derden, etc.) zijn gebaat bij een transparant verdeelsysteem van schaarse woonwagenstandplaatsen.
•
De gemeente regelt het bestemmingsplan en verkoopt de bouwrijpe grond op basis van de getaxeerde waarde14 en conform de meest actuele versie van de Nota Grondprijzen aan inrichting als standplaats is voor rekening van de nieuwe eigenaar.
•
De corporatie kan een door de gemeente aangewezen kandidaat alleen afwijzen als deze kandidaat bij een corporatie een woning huurt, de vrijgekomen huurstandplaats wenst te huren maar geen positieve verhuurdersverklaring kan afgeven (maximaal 3 maanden oud).
Huren en kopen Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens is geen wettelijke taak van de gemeente Montfoort. Een woningcorporatie zorgt voor het bouwen, verhuren en beheren van huurwoningen aan specifieke doelgroepen. Daar horen ook woonwagens bij, mits deze doelgroep behoren tot de huishoudens met een inkomen tot de huurtoeslaggrens. Woonwagenbewoners die qua inkomen niet tot de primaire doelgroep van de woningcorporatie behoren, kunnen terecht bij de gemeente Montfoort voor een standplaats. Het gaat dan om woonwagenbewoners die genoeg financiële middelen hebben om een eigen standplaats en woonwagen te kopen.
Wonen in familieverband Het wonen in familieverband is mogelijk gemaakt op de huidige woonwagenlocatie. De twee nieuwe woonwagenlocaties zijn te klein om dit nog volledig te kunnen waarborgen. De corporatie legt een woonwagenlocatie van vier huurstandpaatsen met huurwoonwagens aan zodat zij deze goed kunnen exploiteren en beheren. De gemeente zorgt voor een woonwagenlocatie met vier koopstandplaatsen.
14
Grond voor woonwagenstandplaatsen heeft in de regel een waarde van 50-70% t.o.v. reguliere bouwgrond. 8|P a g i n a
Grootte woonwagens Beiden woonwagenlocaties zijn even groot en geschikt voor woonwagens van 5 x 15 meter, met inpandig sanitair en drie volwaardige slaapkamers:
Eigendomsconstructies Binnen het nieuwe woonwagen- en standplaatsenbeleid zijn, met de opties huur of koop, de volgende eigendomsconstructies mogelijk: •
Huur-huur Dit betreft een huurstandplaats met een huurwoonwagen, bestemd voor huishoudens die behoren tot de primaire doelgroep van een woningcorporatie.
•
Huur-koop Hierbij gaat het om een huurstandplaats met een koopwoonwagen. De bewoner huurt een ‘kale’ standplaats en plaatst hier zijn eigen, gekochte woonwagen op. De verantwoordelijkheid voor de aanschaf en het onderhoud van de woonwagen rust daarmee op de bewoner. De verhuurder heeft de keuze om haar grond niet te verhuren maar aan de bewoner in erfpacht te verstrekken of te verkopen. De gemeente acht deze constructie onwenselijk en zal deze dan ook niet aanbieden.
•
Koop-koop De koop-koopconstructie is bedoeld voor de woonwagenbewoners met midden- en hoge inkomens, die zelf een standplaats én een woonwagen kunnen kopen. Deze combinatie komt de leefbaarheid van een woonwagenlocatie ten goede. Wel gelden er aanvullende voorwaarden omdat het streven is om de verkochte standplaatsen te behouden voor de doelgroep (woonwagenbewoners).
9|P a g i n a
De landelijke verhouding koopwoningen versus huurwoningen is 60-4015. Gemeenten moeten volgens het kabinet ernaar streven dat 30 procent van het woningbestand uit sociale huurwoningen bestaat16. De gemeente Montfoort streeft naar een gelijke verhouding tussen koop- en huurstandplaatsen. Het streven is verder om minimaal 30% van de totale woonwagens binnen de gemeente te laten bestaan uit huurstandplaatsen met huurwoonwagen en dat deze woonvorm tot de sociale kernvoorraad behoort. Met de woningcorporatie wordt dan ook afgesproken (en schriftelijk vastgelegd) dat huurstandplaatsen met huurwoonwagens in principe niet mogen worden verkocht.
4.3 Schoon, zonder gebreken, veilig, legaal en bereikbaar Schoon, zonder gebreken en veilig Vanwege de openbare ruimte, orde en veiligheid moeten de nieuwe- als de bestaande woonwagenlocaties schoon, heel en veilig zijn, net zoals dat voor andere woonwijken in de gemeente geldt. Dat betekent bijvoorbeeld: •
dat de gemeente het beheer en onderhoud van de openbare ruimte op en rond woonwagenlocaties uitvoert.
•
dat achterstallig onderhoud op bestaande woonwagenlocaties in beeld is/wordt gebracht en wordt weggewerkt.
•
dat er handhaving plaatsvindt op nieuwe- en bestaande woonwagenlocaties. De gemeente kan dan optreden tegen bestaande bouwwerken op woonwagenlocaties waarbij de omgevingsvergunning of het bestemmingsplan niet is nageleefd, met legalisering of verwijdering tot gevolg.
Daarnaast moeten de woonwagenlocaties voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, denk bijvoorbeeld aan brandveiligheid. Uitzonderingen met betrekking tot de eerdergenoemde woonwagencultuur en daarbij horende woonvormen daargelaten.
Bron CBS: https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-2020/hoeveel-woningen-teltnederland/#:~:text=Bijna%206%20op%20de%2010,zijn%20meer%20huurwoningen%20dan%20koopwoningen. 16 Adviesrapport ‘Een thuis voor iedereen’, Interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen, 8 juli 2021. 15
10 | P a g i n a
Legaal Om een nieuwe woonwagenstandplaats (aanleg en inrichting) te realiseren, is een omgevingsvergunning nodig. Dit geldt ook voor de plaatsing van een woonwagen. Aanvragen en afgeven vindt plaats via de gemeente en dient te gebeuren voordat een woonwagen wordt geplaatst op de daarvoor bestemde woonwagenstandplaats. Ook andere bouwwerken op en rondom de standplaats moeten legaal zijn.
Bereikbaar De woonwagenlocaties moeten voor iedereen bereikbaar zijn. Denk aan bewoners en bezoekers per auto, fiets of te voet. Maar ook vrachtverkeer (zoals vuilniswagens en verhuiswagens), leveranciers, postbezorgers en hulpdiensten dienen ter plaatse te kunnen komen. Daarom moeten de ontsluitingswegen geschikt zijn om het verkeer van en naar de woonwagenlocatie vlot en veilig af te wikkelen. Dat betekent bijvoorbeeld dat er bij voorkeur geen afgesloten hofjes met één in- en uitgang worden gerealiseerd, maar er altijd een openbare doorgangsweg aan het terrein ligt. Voor de veiligheid, maar ook omdat de woonwagenlocatie onderdeel is van een woonwijk. Ook zonder hofje blijft de culturele identiteit (het wonen in familieverband en het wonen in een woonwagen) behouden. Uitgangspunt is daarom dat de wegen in de omgeving zijn ingericht (of kunnen worden aangepast) volgens de landelijke richtlijnen c.q. gemeentelijke richtlijnen op basis van CROW-normen, waarbij rekening wordt gehouden met de te verwachten verkeersdrukte. Hetzelfde geldt voor de parkeerruimte. Er moet voldoende parkeerruimte voor bewoners en bezoekers zijn op de (nieuwe) woonwagenlocatie(s). Hoeveel parkeervakken er nodig zijn, berekenen we aan de hand van de gemeentelijke Parkeernormennota.
4.4 Duurzaam/BENG Voor alle nieuwbouw in Nederland geldt dat deze vanaf 1 juli 2018 in principe gasloos moet zijn (Wet VET). Daarnaast gelden er steeds strengere eisen voor ‘bijna energieneutrale gebouwen’ (BENG). Woonwagens en standplaatsen zijn daar niet van uitgesloten.
De oude VRO-woonwagens waren 3,5 x 13, 15 en soms zelfs 17 meter. De woonwagen van nu meet 5 x 15 meter.
De woonwagen is enkel laags.
Er is een geïsoleerde berging met meterkast, opstelplaats voor witgoed en sanitaire aansluitpunten: 3 x 4 m.
Standplaats = 11 x 22 m = 242 m2
11 | P a g i n a
5 Draagvlak via informatie, communicatie en participatie Inzet op draagvlak bij iedereen Woonwagenlocaties blijken uiterst gevoelige bestemmingen. Dit blijkt uit ervaringen binnen verschillende gemeenten in Nederland. Omwonenden willen een woonwagenlocatie vaak liever niet in hun ‘achtertuin’. Daarom is een zorgvuldige locatiekeuze van groot belang en willen we ongerustheid bij omwonenden verminderen of zelfs wegnemen door een combinatie van voorlichting en de belofte van regulier beheer en toezicht, net zoals in alle andere woonwijken in een gemeente. We stellen daarom een communicatie- en participatieplan op als follow-up van deze visie omdat goede en tijdige communicatie en participatie richting omwonenden en andere belanghebbenden veel weerstand kan wegnemen. Want, alleen als de beeldvorming rondom het onderwerp en het draagvlak vanuit de omgeving op orde zijn, kan het realiseren van extra woonwagenstandplaatsen succesvol worden.
Praktisch is er ook al een en ander in gang gezet. Zo is er een coördinator woonwagenzaken aangesteld als contactpersoon namens de gemeente. De contactpersoon zal met de bewoners van de standplaatsen en standplaatsaanvragers individueel spreken en de woonwagen gerelateerde zaken aan hen toelichten: het nieuwe woonwagenbeleid, het doel van dit beleid en de bijkomende kansen en mogelijke consequenties. Ook brengen we in gebracht wat de wensen en behoeften zijn van de huidige woonwagenbewoners. Afspraken en verwachtingen zijn daardoor over en weer duidelijk.
Tot slot De gemeente wil haar beleid op orde hebben en voor iedere inwoner van Montfoort zoveel als mogelijk dezelfde regels hanteren om inwoners gelijk te behandelen. Het vaststellen van het woonwagen- en standplaatsenbeleid is zo’n onderwerp en voorliggend beleid is een eerste stap en vormt de basis voor de toekomst. De voortgang ervan wordt gemonitord en na vijf jaar wordt het beleid geëvalueerd en waar nodig vindt bijstelling ervan plaats.
12 | P a g i n a