CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Verschillen archeologische beleidskaart 2010-2025

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 – Verschillen archeologische beleidskaart 2010-2025

Verschillen tussen de archeologische beleidskaart Montfoort 2010 (links) en de geactualiseerde kaart 2025 (rechts):

Op basis van nieuwe gegevens over geologie, bodemopbouw en landschap zijn de contouren van verschillende stroomruggen (gebieden met een gunstige landschappelijke ligging en daarmee een hoge archeologische verwachting) op sommige punten aangepast. Hiermee is op sommige locaties de grens tussen hoge en lage verwachting verschoven. Het verschil is inzichtelijk gemaakt in afbeelding 6 op pagina 17 van het rapport. Per saldo is er ongeveer net zo veel oppervlak van een lage naar een hoge verwachting gegaan als van een hoge naar een lage verwachting. Hierna volgt een uiteenzetting per categorie: • •

•

•

Categorie 1: (archeologische rijksmonumenten) is gelijk gebleven. Categorie 2: op de oude kaart waren vastgestelde vindplaatsen verdeeld over categorie 2 en 3, op de nieuwe kaart zijn alle vastgestelde vindplaatsen in categorie 2 opgenomen. Er zijn op basis van uitgevoerd archeologisch onderzoek een aantal nieuwe archeologische vindplaatsen bekend geworden, deze zijn toegevoegd aan categorie 2. Ook de bewoonde delen van historische erflocaties (daar waar op de oudste kadastrale kaart uit 1832 boerderijen stonden) zij nu in categorie 2 opgenomen waar dat op de oude kaart categorie 4 was. Net als op de oude kaart geldt bij categorie 2 een vrijstelling voor ingrepen kleiner dan 50m2 en tot 30 cm onder maaiveld. Categorie 3: hier zijn nu de bewoningslinten en ontginningsassen opgenomen (op de oude kaart in categorie 4. De vrijstelling is verruimd van 200 m2 op de oude kaart naar 250 m2 op de nieuwe kaart. Daarnaast zijn de historische linten smaller gemaakt omdat op basis van historische kaarten en uitgevoerd archeologisch onderzoek duidelijk is dat de vroegste boerenerven uit de late middeleeuwen tot maximaal ongeveer 60 m vanaf de kade of wetering reikten van waaruit ontgonnen werd. Categorie 4: dit is een nieuwe categorie voor historische infrastructuur, voornamelijk historische kades en dijken.

Door deze nieuwe categorie kan maatwerk toegepast worden en gericht onderzoek gevraagd worden wanneer historische infrastructuur over de breedte

•

•

•

•

doorsneden wordt bij civiele ingrepen. Het archeologisch onderzoek aan dijken is bijvoorbeeld alleen zinvol wanneer een coupure/doorsnede door de dijk kan worden gedocumenteerd om de opbouw en wijze van aanleg van de dijk in kaart te brengen. Wanneer bijvoorbeeld een kabelsleuf in de lengte van de dijk ingegraven wordt is onderzoek niet zinvol. Door deze elementen onder te brengen in een eigen categorie kan bij aanvragen maatwerk toegepast worden om zinloos onderzoek te voorkomen. Er is een vrijstelling gekoppeld van 100 m2 en 50 cm onder maaiveld om aanvragen binnen historische infrastructuur te kunnen beoordelen. Categorie 5: In categorie 5 is de hoge archeologische verwachting op basis van de landschappelijke ligging samengebracht. Dit was eerder verdeeld over categorie 4 en 5, en in categorie 4 waren ook de zones met een hoge verwachting op basis van andere informatie opgenomen (nu in categorie 3 en 4). De archeologische verwachting die gebaseerd is op de landschappelijke ligging is onderverdeeld in twee subcategorieën met een eigen dieptevrijstelling. Dit omdat er stroomgordels in de ondergrond liggen die vanaf het maaiveld of kort daaronder voorkomen en een stroomgordel die pas dieper in de grond wordt aangesneden.

Voor de ondiep voorkomende stroomgordels geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 50 cm (categorie 5A), voor de dieper gelegen stroomgordel geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 150 cm onder maaiveld (categorie 5B). Voor 5B is dit een verruiming omdat dit op de oude kaart 100 cm onder maaiveld was. Daarnaast is de oppervlakte vrijstelling verruimd van 200 m2 naar 250 m2. Categorie 6 betreft gebieden met een lage archeologische verwachting. Dit zijn voornamelijk de komgronden, gebieden die van oudsher in gebruik waren als landbouwgrond, en die te nat waren om jaarrond op te wonen. Hier wordt alleen bij hele grote ontwikkelingen om archeologisch onderzoek gevraagd om te toetsen of de lage archeologische verwachting klopt en om te toetsen of de grenzen tussen verwachtingsgebieden kloppen. Dit was ook in het oude beleid al zo. De regel is wel aangepast: in het oude beleid was archeologisch onderzoek verplicht bij M.E.R.-plichtige projecten, in de nieuwe regel is er overeenkomstig de andere categorieën een oppervlakte- en dieptevrijstelling gekoppeld. Dit maakt het beleid duidelijker. De vrijstelling is overeenkomstig de buurgemeenten 10.000 m2 en 50 cm onder maaiveld. Categorie 7: dit is een nieuwe categorie om de archeologische verwachting van waterbodems toe te kunnen voegen.

Dit betreft bijvoorbeeld historische waterlopen rond e binnenstad van Montfoort, op landgoed Linschoten en de historische eendenkooien in het zuidoosten van de gemeente. Archeologisch onderzoek is alleen verplicht bij initiatieven groter dan 250 m2 en wanneer de top van de vaste waterbodem wordt verstoord. Dat betekend dat jaarlijkse baggerwerkzaamheden waarbij alleen neergedaald slib wordt verwijderd zonder vergunningplicht uitgevoerd kan worden, maar wanneer de watergang dieper gemaakt wordt dat is dit wel vergunningplichtig. Dit geldt dus alleen binnen de zones waarvoor een hoge verwachting voor de waterbodem van toepassing is. Categorie 8 betreft gebieden die aantoonbaar verstoord zijn, bijvoorbeeld door ontgronding. Dit kan ook zijn aangetoond door archeologisch booronderzoek. Het betreft ook de gebieden waarvoor de gehele archeologische monumentenzorgcyclus is doorlopen, dus waar de archeologische waarden door een opgraving ex situ behouden zijn.

•

Op de oude beleidskaart waren ook de naoorlogse woonwijken en industriegebied ingedeeld in de categorie ‘geen archeologische verwachting’. Uit verschillende onderzoeken uit de afgelopen 10-15 jaar is gebleken dat de verstoring in deze gebieden veel minder allesomvattend is dan eerder gedacht. Deze gebieden zijn daarom weer ingedeeld op basis van de onderliggende landschappelijke eenheid. Op de beleidskaart is wel middels een arcering opgenomen dat sprake kan zijn van verstoringen. Op die manier kan hier bijvoorbeeld in eerste instantie een minder zwaar archeologisch onderzoek uitgevoerd worden om te toetsen of er wel of niet sprake is van grootschalige verstoring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=59bac381-7eb3-4b9c-8b2b-d9d449df09bb