CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 ¿ Duurzaamheidsvisie 2022 - 2030 (meegekopieerd).pdf

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Duurzaamheidsvisie Montfoort 2022-20301.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Duurzaamheidsvisie 2022 - 2030 September 2022

Aanleiding In de Duurzaamheidsvisie 2015-2020 lag de nadruk van de visie voornamelijk op de onderwerpen duurzaam ondernemen, energiebesparing, duurzame bouwprojecten, afvalreductie en het opstellen van een Duurzaam Meer Jaren Onderhoudsplan van gemeentelijke gebouwen en sportgebouwen (DMJOP). Sinds de ontwikkeling van deze Duurzaamheidsvisie 2015-2020 zijn er een veelvoud van lokale, nationale en mondiale ontwikkelingen geweest op duurzaamheidsgebied; Daarbij zijn grote stappen ondernomen en diverse nieuwe beleidsvelden ontwikkeld. Landelijke doelstellingen zijn in grote mate lokaal geland, waarbij de ambities niet langer vrijblijvend zijn. Hier liggen zowel risico’s als kansen. Middels deze Duurzaamheidsvisie 2022 - 2030 stelt Montfoort haar ambities ten minste gelijk aan de landelijke doelstellingen. In 2019 is het Nederlandse Klimaatakkoord vastgesteld, waar de Nederlandse maatregelen om te voldoen aan het Akkoord van Parijs in beschreven staan. Het Klimaatakkoord omvat maatregelen over onder meer de onderwerpen: Elektriciteit; Industrie; Mobiliteit; Landbouw; Gebouwde Omgeving. Deze onderwerpen hebben zich in Montfoort inmiddels ook aangedaan en zij zullen in deze Duurzaamheidsvisie 2022 - 2030 verder beschreven en uitgewerkt worden.

Naast het Klimaatakkoord zijn er diverse regionale ontwikkelingen die meewegen op het lokale duurzaamheidsbeleid, of waar middels de diverse duurzame ambities op meegewogen dient te worden. De woningbouwopgave, invoering van de omgevingswet, stikstofbeleid en verscherpte VANG doelstellingen zijn allen zaken die regionaal dienen te worden aangepakt, of vanuit een regionale ontwikkeling een lokale invulling krijgen.

A. Duurzaamheid In het eerste deel van de duurzaamheidsvisie worden de landelijke doelen geïnventariseerd op het gebied van duurzaamheid. Deze doelen zijn vastgesteld door de Rijsoverheid en alle gemeente dienen daaraan te voldoen. 1. Klimaatakkoord/klimaatplan In 2019 is het Nederlandse Klimaatakkoord vastgesteld, met als doel om in 2030 bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Het Klimaatakkoord is een belangrijk deel van de Nederlandse invulling van het Klimaatverdrag van Parijs. Daarin hebben 195 landen, inclusief Nederland, afgesproken om in 2050 de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, en zo mogelijk 1,5 graden Celsius. Het belangrijkste broeikasgas is koolstofdioxide (CO2). Maar er wordt hierbij ook gericht op het verminderen van de uitstoot van andere broeikasgassen die bijdragen aan opwarming van de atmosfeer, zoals methaan en lachgas. Het uiteindelijke doel van het klimaatakkoord is om in 2050 een uitstootreductie van 90% of meer te realiseren, ten overstaande van 1990. 1.1 Gebouwde omgeving: wijk voor wijk van het gas af De afspraak is dat in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen van het aardgas vrij af zijn. De verduurzaming van gebouwen gaat wijk voor wijk, in een steeds hoger tempo. Bewoners worden bij de plannen voor hun wijk betrokken.

De doelen zijn: ➔ In 2030: zijn 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd ➔ In 2050:Nederland is gas-loos. Er dient een aanpak te worden opgesteld om deze transitie vorm te geven.

1.2 Mobiliteit: schoner en slimmer verkeer De regio Midden-Nederland streeft ernaar om in 2030 55% en in 2050 90% CO2-reductie te realiseren t.o.v. peiljaar 1990. Dit betekent voor 2030 – ten opzichte van de geprognotiseerde emissieontwikkelingen – een reductieopgave van 1,72Mton CO2. De regionale doelstellingen zij als volgt: ➔ Het verminderen van voertuigbewegingen door absolute aantal voortuigkilometers te verminderen en beter te benutten ➔ Mobiliteit veranderen naar duurzame alternatieven door reisgedrag te veranderen naar schone modaliteiten. ➔ Het verschonen van de mobiliteit

1.3 Landbouw en landgebruik: uitstoot en opslag van CO2 in een kringloop Om te zorgen dat de landbouw en het landgebruik in 2050 klimaatneutraal zijn, moet er veel gebeuren. Een deel van de uitstoot van broeikasgas is namelijk niet te vermijden. Zo stoten koeien methaan uit. En veengebieden veroorzaken CO2-uitstoot als de grondwaterstand laag is. Daar staat tegenover dat planten CO2 opslaan. Bomen en gras doen dat bijvoorbeeld heel goed. Dit is gunstig om de CO2-uitstoot te verminderen. Niet alleen boeren, tuinders en terreinbeheerders hebben een rol in het klimaatneutraal maken van de landbouw en het landgebruik, maar ook voedselverwerkers, supermarkten en natuur- en milieuorganisaties. Zij gaan aan de slag om de uitstoot van broeikasgas te verminderen en de opslag van CO2 te vergroten. Bijvoorbeeld door een omslag naar kringlooplandbouw te maken. De doelen zijn: ➔ In 2030: 49% minder uitstoot van broeikasgassen. ➔ In 2050: Landbouw en landgebruik klimaatneutraal ➔ In 2050 wil Nederland dat landbouw en landgebruik klimaatneutraal zijn door uitstoot van broeikasgas zo veel mogelijk te reduceren en CO2 zoveel mogelijk af- en op te vangen (in de bomen, de bodem en het gras).

1.4 Elektriciteit: steeds meer stroom uit zon en wind 1.4.1 Elektriciteit doelen klimaatakkoord In 2030 wil Nederland 70% van alle elektriciteit opwekken met windturbines op zee en op land en zonnepanelen op daken en in zonneparken. In 2050 wil Nederland helemaal geen fossiele brandstoffen, zoals aardgas en steenkool, gebruiken. De vraag naar elektriciteit groeit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas voor schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en hebben meer stroom nodig voor verwarmen en koken. Duurzame stroom is veel meer afhankelijk van het weer. Bij veel zon en veel wind is er veel elektriciteit. Als het windstil is en bewolkt of nacht, is er weinig stroom. Daarom zijn veel maatregelen nodig om altijd voldoende stroom te hebben, zoals opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit en een flexibel energiesysteem. ➔ In 2030: 70% van alle elektriciteit in Nederland wordt opgewekt met windturbines op zee en op land en zonnepanelen op daken en in zonneparken. ➔ In 2050: Nederland is helemaal geen fossiele brandstoffen, zoals aardgas en steenkool, gebruiken.

1.4.2 Elektriciteit doelen in lokaal beleid Aanvullend op de doelstelling vanuit klimaatakkoord heeft Montfoort middels de Lopikerwaard Agenda en het Toets- en Afwegingskader voor de opwek van grootschalige duurzame elektriciteit een lokale ambitie gesteld. ➔ In 2030: Montfoort wekt 50% van de eigen elektriciteitsbehoefte in 2040 op (43,8 GWh). ➔ In 2040: Montfoort wekt 100% van de eigen elektriciteitsbehoefte op (87,8 GWh).

1.5 Industrie Uit het klimaatakkoord komt de ambitie om de industrie naast gebruik van energie ook producent en buffer van energie te zijn. Dit wordt vertaald in de volgende doelen: ➔ In 2030: De industrie moet flink minder CO2 uitstoten ➔ In 2030 wil Nederland dat de industrie kan uitgroeien tot de meest CO2-efficiënte bedrijfstak in Europa ➔ In 2050 een bloeiende, circulaire en CO2-arme industrie. ➔ In 2050 wil Nederland dat fabrieken draaien op duurzame bronnen. Ook dienen grondstoffen voor producten te komen uit duurzame bronnen.

2. Klimaatadaptatie (lokaal beleid)

Klimaatadaptatie is een relatief nieuwe opgave die volop in ontwikkeling is. De praktijk en onderzoek leveren in de (nabije) toekomst nieuwe inzichten, die het beleid van de gemeente kunnen aanscherpen of veranderen. Daarom is de regionale adaptatiestrategie (RAS) adaptief: gemeenten onderkennen onzekerheden en anticiperen hierop door ontwikkelingen te monitoren. De RAS is het basisplan, voor de langere termijn. De doelen zijn onderverdeeld in vier thema’s, hoewel de aanpak in de praktijk vaak integraal zal zijn: ➔ Wateroverlast ➔ Hitte ➔ Droogte ➔ Waterveiligheid 3. Circulaire economie 3.1 Programma Nederland Circulair In 2016 kwam de Rijksoverheid met het Rijksbrede programma Nederland Circulair om de economie te veranderen naar een duurzame en volledig circulaire economie in 2050. Het programma omschrijft wat nodig is om zuiniger en slimmer met grondstoffen, producten en diensten om te gaan. Uit het programma komen twee doelen naar voren: ➔ 2030: 50% minder gebruik van grondstoffen In 2030 moet Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel) ➔ 2050: Een economie zonder afval In 2050 wil Nederland een circulaire economie hebben. Een economie waarin zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, producten en grondstoffen worden hergebruikt en waarin afval niet bestaat.

3.2 Van Afval Naar Grondstof (VANG) De ambities van het Ministerie van l&W, de VNG, de NRVD en Rijkswaterstaat op het gebied van afval zijn vertaald in het programma VANG (Van Afval Naar Grondstof). Het programma stimuleert een

samenwerking met de gemeenten om grondstoffen zo lang mogelijk te recyclen, zodat onze planeet niet opraakt. De doelen zijn: ➔ Vanaf 2020: een afvalscheidingspercentage van 75%, waarbij elke bewoner tot 100 kg fijn restafval per jaar produceert. ➔ In 2025: De 100 kg moet verder worden teruggebracht tot maximaal 30 kg. ➔ In 2025 moet 55% van het huishoudelijk (of eigenlijk, stedelijk) afval worden gerecycled

B. Milieu In het tweede deel van de duurzaamheidsvisie worden de ambities op het gebied van milieu geïnventariseerd. Afgezien van regelgeving omtrent stikstof betreffen deze zaken geen vastgesteld beleid, maar richtlijnen en ontwikkelingen waar de gemeente Montfoort in de komende jaren aan wil bijdragen. 1. Stikstof Op 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering vastgesteld. Hiervoor zijn Europese stikstofreductiedoelen opgesteld. Om de Europese natuurdoelen te kunnen halen moet de stikstofneerslag in Natura 2000-gebieden sterk verminderen. Daarom zijn er stikstofreductiedoelen opgesteld: → In 2030 50% procent minder stikstofuitstoot → In 2030 75% van de stikstofgevoelige Natuur 2000-gebieden op een gezond stikstofniveau 2. Bodem – Vervuiling Gebruiksfuncties, bestaand of toekomstig, stellen eisen aan de kwaliteit van de bodem. De bodem is van nature niet op iedere locatie en in elk gebied geschikt voor elke functie. Bovendien wordt de bodem van Nederland al heel lang intensief gebruikt waardoor de kwaliteit op veel plaatsen is aangetast. Dat maakt het nodig om na te denken over de vraag op welke locaties of in welke gebieden we welke functies kunnen realiseren. Dit in relatie tot de bestaande kwaliteit van de bodem en de te stellen ambities daarvoor, allemaal binnen het kader van het stand-still beginsel uit het milieubeleid.

➔ Daar waar de (natuurlijke) bodemkwaliteit niet voldoet aan de gewenste kwaliteit voor de functie kan de gemeente in plaats van een functieaanpassing ook de bodemkwaliteit verbeteren door het nemen van beheersings- of saneringsmaatregelen. ➔ Daar waar de bodemkwaliteit voldoet aan het gewenste gebruik moet de gemeente de bodem beschermen tegen aantasting van de kwaliteit. 3. Biodiversiteit 3.1 Nederland Natuurpositief De opgave van het voltooien van een biodivers Natuurnetwerk Nederland (NNN) blijft overeind en daar komt een plus bovenop: Nederland gaat voor Natuurpositief. Dit betekent dat het herstel van de natuur en haar biodiversiteit niet alleen plaatsvindt binnen het Natuurnetwerk, maar overal: in de steden, op het platteland buiten de natuurgebieden en in de grote wateren. De doelen zijn: ➔ Inzet op bijzondere, kwetsbaar natuur ➔ Richten op herstel van de meer algemene en functionele soorten en landschapstypen 3.2 Natuur inclusiviteit In opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is de storymap natuur inclusieve verstedelijking ontwikkeld. Hierin wordt een benadering geschetst om van de bouwopgave van 1 miljoen woningen in Nederland, gelijktijdig een kans te creëren voor de natuur. En dan met name het

verbeteren van de biodiversiteit. Aan de hand van bestaande praktijkvoorbeelden wordt een aanpak beschreven op 3 schaalniveaus: ➔ het leggen van groenblauwe verbindingen tussen stad en land op regionale/stedelijke schaal; ➔ het concreet versterken van het binnenstedelijke ecologische systeem op wijk/buurtniveau; ➔ het afstemmen van maatregelen aan natuur-inclusieve gebouwen, op de invulling van parken en plantsoenen op gebouw/straatniveau. 4. Luchtkwaliteit In Nederland werken de Rijksoverheid, provincies en lokale overheden samen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Zij doen dat binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL heeft twee belangrijke doelen: ➔ De luchtkwaliteit verbeteren voor de volksgezondheid: mensen leven langer en zijn minder ziek als zij schonere lucht inademen ➔ Ruimte bieden aan maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw en nieuwe wegen. Het Schone Lucht Akkoord is vastgesteld om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Het is een akkoord tussen Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten. De doel is om: ➔ In 2030 streven naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent ten opzichte van 2016.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=f677b26f-b16f-43a4-a649-5435c53b48f9