CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Archeologisch onderzoek Johan de Ridderlaan 1

Raadsvergadering 13 november 2023, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Johan de Ridderlaan naast 1, Montfoort11.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op het moment dat er sprake was van een toename in rivierafvoer, raakte dit niveau begraven. Het kenmerkt zich door een zwak tot matig humeuze kleilaag in de bodem. De grondwatertrap in het plangebied is III. Dit betekent over het algemeen dat er sprake is van relatief natte gronden, waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand binnen 40 cm –Mv wordt aangetroffen en de gemiddeld laagste grondwaterstand zich tussen 50 en 120 cm –Mv bevindt. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden dat zowel organische (zaken als leer en hout) als anorganische resten goed in de bodem geconserveerd kunnen zijn gebleven. Voor wat betreft (onverbrande) organische resten moet wel het voorbehoud worden gemaakt, dat door schommelingen in de grondwaterstand en door oxidatie (als gevolg van de relatief hoge grondwaterstand) deze enigszins kunnen zijn gedegradeerd, wanneer deze zich binnen 120 cm –Mv bevinden.

8

7. Archeologische verwachtingen en bekende waarden Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Ja

Archeologische verwachtingen Op de beleidskaart van gemeente Montfoort is het plangebied aangeduid als terrein met een hoge verwachting op archeologische waarden, wat samenhangt met de ligging van het plangebied op de stroomrug van de Hollandse IJssel. Het plangebied heeft geen wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Bekende waarden Het grootste gedeelte van het plangebied is in 2010 reeds onderzocht door middel van een booronderzoek. Enkel de noordoostelijke punt van het plangebied is niet meegenomen in dat onderzoek. Het in 2010 uitgevoerde bureauonderzoek van de locatie stelde vast dat er een hoge verwachting is op de aanwezigheid van archeologische resten vanaf de Laat-Romeinse tijd tot aan de Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op de oeverwal van de Hollandse IJssel. Hierop is een karterend booronderzoek uitgevoerd. Er zijn afwisselend fluviatiele zand- en kleiafzettingen aangetroffen van de Hollandse IJssel. Het gaat waarschijnlijk om kronkelwaardgeulen, waarboven oeverafzettingen hebben gelegen. De oeverafzettingen bestaan uit een dikke, sterk siltige tot zandige kleilaag. Na bedijking zijn hier uiterwaardafzettingen afgezet, die bestaan uit zandige klei. Zowel de oever- als de uiterwaardlagen zijn in de 19de eeuw grootschalig afgegraven door steenfabrieken.

Ook de oudere oeverafzettingen zijn hierdoor vergraven, blijkt uit het booronderzoek. Hiermee is het archeologisch relevante niveau verdwenen en is de verwachting op archeologische waarden laag. In het onderzoeksgebied zijn ook enkele onderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken waarvan de resultaten openbaar raadpleegbaar waren, zijn hieronder uiteengezet: • 250 meter ten oosten van het plangebied is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd aan de Heeswijk 49 in het kader van de realisatie van een vrijstaande woning. Vanuit het bureauonderzoek gold een hoge verwachting op het aantreffen van resten vanaf de Late IJzertijd. De boringen lieten zien dat er een circa 30 cm dikke bouwvoor aanwezig is, waaronder intacte oeverwal- /kronkelwaardafzettingen zijn aangetroffen. Tussen de 50 en 150 cm -Mv zijn gelaagde afzetting van klei en zand gevonden, die kenmerkend is voor oeverwalafzettingen aan de binnenbocht van een riviermeander. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen in de boringen. Ondanks dat er een intacte bodemopbouw is aangetroffen, is, vanwege het ontbreken van archeologische indicatoren, geen vervolgonderzoek geadviseerd (Ten Broeke 2017; onderzoeksmelding 4035609100). • 400 meter ten zuidwesten van het plangebied is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd.

De rapportage van dit onderzoek is niet openbaar raadpleegbaar, maar enkele resultaten zijn wel gedeeld. In het zuiden van het plangebied zijn namelijk resten van de middeleeuwse stadsgracht van Montfoort aangetroffen (onderzoeksmelding 2203834100). • Bij baggerwerkzaamheden van de Hollandse IJssel is een passieve archeologische begeleiding uitgevoerd. Ook is de bagger gezeefd. De Hollandse IJssel ter hoogte van het plangebied is hiermee ook onderzocht. Daar zijn echter geen vondsten aangetroffen. De enige archeologisch

9

•

•

•

relevante vondst betreft een Duitse helm die ter hoogte van Haastrecht is aangetroffen (Velthuis, 2018; onderzoeksmelding 4568403100). Op 350 meter ten oosten van het plangebied is in het kader van de aanleg van een drinkwatertracé een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Ter hoogte van het plangebied gold een lage verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot de IJzertijd en een hoge verwachting op resten uit de Romeinse tijd tot de Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de verwachting dat oudere archeologische resten dan de Romeinse tijd zijn geërodeerd door de Hollandse IJssel, en dat in jongere periodes het plangebied juist goed bewoonbaar was. Uit de verkennende boringen die hier zijn gezet zijn echter geen archeologische indicatoren waargenomen, waardoor de verwachting naar laag is bijgesteld (Leuvering, 2011; onderzoeksmelding 2335079100). Op 350 meter ten noorden van het plangebied is langs de oever van de IJssel een vondstmelding gedaan van een potje van rood/geel aardewerk. Het is ca 10 cm hoog en bolvormig. Het dateert uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd. De melding betreft een administratieve melding en de daadwerkelijke vondstlocatie kan daarmee afwijken van de bovengenoemde ligging (vondstmelding 2899918100).

450 meter ten noorden van het plangebied zijn enkele stukken aardewerk aangetroffen tijdens de afbraak van een steenfabriek. Volgens de administratie gaat het om aardewerk uit 500 tot 300 v.Chr. De stukken aardewerk zijn echter kwijt. Gemeld is dat het vermoedelijk toch om Middeleeuws aardewerk gaat (vondstmelding 3128806100).

Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen archeologische vindplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen zijn. Binnen het plangebied is reeds archeologisch bureauen booronderzoek uitgevoerd in 2010. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen en is de archeologisch relevante lagen zijn reeds verstoord door grondwinning door steenfabrieken. Een klein deel van het huidige plangebied is nog niet onderzocht door middel van boringen. Gezien de gegevens die bekend zijn van onderzoeken in de directe omgeving, is er reden om aan te nemen dat de resultaten van dit gebied vergelijkbaar zijn met het reeds onderzochte deel van het plangebied.

10

8. Historische situatie en bodemverstoringen Historische bebouwing

Nee

Historisch gebruik

Bouwland

Huidig gebruik

Tuin

Bodemverstoringen

Kleiwinning voor steenfabrieken.

Cultuurhistorische achtergrond en historisch grondgebruik Het plangebied maakt (cultuur)historisch gezien deel uit van de uiterwaarden van de Hollandse IJssel. Ten zuiden van het plangebied, ter hoogte van de huidige Provincialeweg, is de winterdijk gelegen die het achterland beschermd tegen de Hollandse IJssel. De zuidelijk gelegen polder kent vermoedelijk haar oorsprong reeds in de 12e eeuw, toen de eerste ontginningen zijn gestart. Pas nadat de Hollandsche IJssel bij Klaphek in 1285 na Chr. werd afgedamd, werd de waterbeheersing beter en kon ook het veenmoeras verder ten zuiden van de Hollandsche IJssel worden ontgonnen. Montfoort verscheen als nederzetting ook in die tijd, toen het kasteel Montfoort oostelijk van het plangebied werd gesticht. De stichting van het kasteel leidde uiteindelijk tot het ontstaan van een nederzetting rondom het verdedigingswerk. In de loop van de 17e en 18e eeuw was er sprake van een sterke groei van de steden Utrecht, Montfoort en Gouda. In die periode bloeide ook de steenindustrie op vanwege de grote vraag naar bouwmateriaal. Zodoende werden in de omgeving van deze steden op grote schaal klei gewonnen ten behoeve van de baksteen- en dakpanproductie (afkleien of afvletten). Tijdens het uitgevoerde booronderzoek in het plangebied is vastgesteld dat er ook klei gewonnen is binnen het plangebied (Horn, 2010).

Aangezien alle bruikbare klei in een gebied werd gewonnen lag het onbruikbare beddingzand en de kalkhoudende sterk zandige klei van de stroomrug aan het maaiveld. Om deze terreinen vervolgens weer bruikbaar te kunnen maken werd (onbruikbare) humeuze klei met baksteenafval en klei- en zandbrokken in een gebied teruggestort om het op te hogen en opnieuw te kunnen gebruiken. Op topografische kaarten is te zien dat het plangebied altijd onbebouwd is geweest vanaf de 19de eeuw. Het is in gebruik geweest als bouwland, volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels bij het Minuutplan uit 1811 (figuur 3). Deze situatie verandert niet tot het einde van de 20ste eeuw (figuur 4 – 8). Er zijn volgens IKME geen elementen of zones aanwezig, waarmee of -binnen resten van militair erfgoed te verwachten zijn. Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is op dit moment in gebruik als tuin en staat voornamelijk uit grasland met enkele bomen. Het is zover bekend nooit bebouwd geweest. In Bodemloket zijn geen gegevens bekend ten aanzien van het plangebied. Er zijn wel bodemverstoringen bekend in het plangebied. Het gaat om kleiwinning ten behoeve van steenfabricatie. Dit bleek uit booronderzoek in een groot deel van het plangebied. Gezien de vergelijkbare hoogteligging van het maaiveld (en het ontbreken van natuurlijk reliëf) geldt dit resultaat waarschijnlijk voor het hele plangebied.

11

Figuur 3: Plangebied op op de kadastrale minuut (1811 – 1832). Bron: beeldbank RCE.

Figuur 4: Historische kaart van het plangebied uit 1850. Bron: topotijdreis.nl

12

Figuur 5: Historische kaart van het plangebied uit 1900. Bron: topotijdreis.nl

Figuur 6: Historische kaart van het plangebied uit 1955. Bron: topotijdreis.nl

13

Figuur 7: Historische kaart van het plangebied uit 1980. Bron: topotijdreis.nl

Figuur 8: Historische kaart van het plangebied uit 1997. Bron: topotijdreis.nl

14

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden

Laag

Periode

Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd

Complextypen

Niet van toepassing

Stratigrafische positie

Niet van toepassing

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek heeft het plangebied een lage archeologische verwachting op alle perioden. Dit is gebaseerd op de ligging van het plangebied in afgekleid gebied. Dit viel af te leiden uit een archeologisch booronderzoek dat reeds in een groot deel van het plangebied heeft plaatsgevonden en de vergelijkbare hoogteligging van het niet onderzochte deel van het terrein. Tijdens het booronderzoek zijn onder een puinhoudend pakket uitsluitend rivierbeddingafzettingen gevonden: de archeologisch relevante oeverafzettingen (klei) zijn volledig verdwenen. Zodoende zijn er geen resten meer te verwachten sinds de periode dat de Hollandsche IJssel actief is geworden (IJzertijd). Voor wat betreft de perioden voor de IJzertijd is de verwachting reeds laag, aangezien de aanwezigheid van de Hollandsche IJssel met de vorming van haar bedding eventueel oudere archeologische resten heeft geërodeerd. Wel kunnen sporen van afgraving gevonden worden, die samenhangen met de steenwinning in het gebied, maar de informatieve waarde van deze resten is archeologisch gezien beperkt.

15

10.

Conclusie en advies

Conclusie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek heeft het plangebied een lage archeologische verwachting op alle perioden. Dit is gebaseerd op de ligging van het plangebied in afgekleid gebied. Dit viel af te leiden uit een archeologisch booronderzoek dat reeds in een groot deel van het plangebied heeft plaatsgevonden en de vergelijkbare hoogteligging van het niet onderzochte deel van het terrein. Tijdens het booronderzoek zijn onder een puinhoudend pakket uitsluitend rivierbeddingafzettingen gevonden: de archeologisch relevante oeverafzettingen (klei) zijn volledig verdwenen. Zodoende zijn er geen resten meer te verwachten sinds de periode dat de Hollandsche IJssel actief is geworden (IJzertijd). Voor wat betreft de perioden voor de IJzertijd is de verwachting reeds laag, aangezien de aanwezigheid van de Hollandsche IJssel met de vorming van haar bedding eventueel oudere archeologische resten heeft geërodeerd. Wel kunnen sporen van afgraving gevonden worden, die samenhangen met de steenwinning in het gebied, maar de informatieve waarde van deze resten is archeologisch gezien beperkt. Advies Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarom is in het kader van de beoogde ontwikkelingen geen vervolgonderzoek noodzakelijk.

Wel dient het de aanbeveling de opdrachtgever erop te wijzen dat op het moment dat tijdens graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, er een wettelijke plicht geldt deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Montfoort, Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Montfoort) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

16

11.

Geraadpleegde bronnen

Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. • Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Montfoort • www.ahn.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl • www.bodemloket.nl • www.edugis.nl • www.pdok.nl • www.planviewer.nl • www.dans.easy.knaw.nl • www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.ikme.nl Literatuur • Bakker, H., 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. • Bennema, J. & L.J. Pons, 1952, Donken, fluviatiel Laagterras en Eemzee-afzettingen in het westelijk gebied van de grote rivieren. Boor en Spade 5: 126-137 • Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. • Berendsen, H.J.A./ E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical development of the RhineMeuse delta, the Netherlands. Assen. • Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. • Horn, M., 2010. Inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase (d.m.v. boringen) Johan de Ridderlaan 1, Montfoort, Gemeente Montfoort. B&G Rapport 1009. • Leuvering, J.H.F., 2011.

Inventariserend Veldonderzoek, door middel van verkennende en karterende boringen, Drinkwaterleiding te Montfoort, gemeente Montfoort. Synthegra Rapport S110136 • Mulder, E.F.J., de,/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhof/T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland, Houten. • Ten Broeke, E.M., 2017. Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek, Heeswijk 49 te Montfoort. Econsultancy rapport 3589.001 • Velthuis, I.M.J., 2018. Archeologische begeleiding baggerwerkzaamheden Gekanaliseerde Hollandsche IJssel. ADC Rapport 4564.

17

Bijlage 1: Archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort

18

Bijlage 2: Stroomgordels

19

Bijlage 3: Geomorfologie

20

Bijlage 4: Maaiveldhoogte

21

Bijlage 5: Bodemkaart

22

Bijlage 6: Archeologische waarden

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=58ce24ce-a126-44d5-b56a-82b27bf4d5da