Aanvullend bodemonderzoek RAP-NEN incl asbest
Tekst van het document
PROJECT 30636 AANVULLEND EN NADER BODEMONDERZOEK INCLUSIEF ASBEST KNOLLEMANSHOEK 8/8ATE MONTFOORT
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 30636
Titel
Aanvullend en nader bodemonderzoek inclusief asbest Knollemanshoek 8/8a te Montfoort
Projectleider
Dhr. J.M. Stoop
Datum rapport
3 mei 2022
Opdrachtgever
dhr. S.A. Alberts Knollemanshoek 8 3417 PB Montfoort
Contactpersoon
Dhr. S.A. Alberts
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 30636
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Voorgaand onderzoek 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Hypothese en onderzoeksopzet
1 1 1 2 2 4 4
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Puinverharding, grond en dempingsmateriaal 3.2.2 Grondwater
5 5 6 6 8
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Analyses grond
8 8
5
ASBESTANALYSES NEN 5897
12
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
14
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V BIJLAGE VI
: Kaartmateriaal : Feedback bodemonderzoek ODRU : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 30636
INLEIDING EN DOEL Door de heer Alberts is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een aanvullend en nader bodemonderzoek inclusief asbestonderzoek op het perceel Knollemanshoek 8 en 8a te Montfoort. Het bestaande woonhuis 8/8a met aangrenzende tuin maakt geen onderdeel uit van de onderzoekslocatie. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie (bestemmingswijziging naar wonen) en de daarbij benodigde aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw). Men is voornemens om de bestaande bedrijfsbebouwing te slopen en een nieuw woonhuis te bouwen. Het bestaande woonhuis 8/8a met aangrenzende tuin maakt geen onderdeel uit van de herontwikkelingslocatie. Het doel van het chemisch onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem en/of puinfundering ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het verkennend onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is.
Het bodemonderzoek is verricht volgens de vigerende richtlijnen uit de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek), de NEN 5707 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond), de NEN 5897 (de onderzoeksstrategie bij verkennend, nader en partijonderzoek, en de inspectie en monsterneming ten behoeve van de bepaling van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval, bewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).
2
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie De locatie Knollemanshoek 8/8a is kadastraal bekend als perceel gemeente Montfoort, sectie C, nrs 475 en 476. De x- en y-coördinaten van de locatie zijn 127,8 en 451,7. Samen hebben de percelen een oppervlakte van ca. 2400 m². De onderzoekslocatie bestaat uit de twee gehele percelen. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2
Huidige situatie Op het terrein is een woonhuis aanwezig met daar omheen een onverharde strook gras. Het overige deel van het terrein is verhard met beton. Alleen in de zuidoostelijk hoek is nog een deel van het terrein onverhard. Dit betreft eveneens gras. De oprit is deels verhard met klinkers
2
Project 30636
of grind. Op het terrein staan meerdere loodsen die tot voor kort in gebruik waren als caravanstalling. Ook het verharde buitenterrein was in gebruik voor stalling van caravans Men is voornemens om de huidige bebouwing te slopen, de locatie in nieuwe bouwblokken te verdelen en nieuwbouw te realiseren. De locatie krijgt als bestemming wonen met tuin. De locatie bevindt zich buiten het centrum van Montfoort en ligt aan de Hollandse IJssel. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. 2.3
Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - huidige eigenaar - omgevingsdienst (digitaal loket) - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl - voorgaande bodemonderzoeken De locatie is grotendeels verhard met beton. De opdrachtgever heeft eerder aangegeven dat onder deze verharding een laag Demka slakken aanwezig is. Dit zou zijn toegepast ter ophoging en stabilisatie van de locatie. Op oud kaartmateriaal is te zien dat de locatie sinds eind jaren ’90 in de huidige staat verkeerd. In de voorgaande periode van ca. 20 jaar zijn op verschillende momenten de loodsen gebouwd. Voorafgaand hieraan was de westelijke strook van de locatie in gebruik als boomgaard (bron: Geoportaal Odru). Hierbij zijn mogelijk veelvuldig ontsmettings- en/of bestrijdingsmiddelen toegepast. Volgens informatie van de opdrachtgever zijn ter plaatse van of nabij de onderzoekslocatie geen vloeibare brandstoffen toegepast of opgeslagen. De loodsen waren in gebruik als stalling van caravans en niet voor onderhoud van gemotoriseerde voertuigen. Ter plaatse van de westelijke perceelsgrens is vermoedelijk een gedempte sloot aanwezig. Ter plaatse is boring 305 uit het voorgaande onderzoek uit 2019 gestuit op een ondoordringbare laag. Deze gedempte sloot was niet bij de ODRU bekend.
Aanvullend onderzoek naar deze gedempte sloot wordt noodzakelijk geacht. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. Bij www.bodemloket.nl is geen informatie aangaande de onderzoekslocatie bekend. In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend. De locatie bevindt zich binnen zone ‘overig buitengebied’ van de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordwest Utrecht. Zowel de boven- als ondergrond worden binnen deze zone geclassificeerd als landbouw/natuur.
2.4
Voorgaand onderzoek Op een deel van de locatie, het oostelijke deel, kadastraal nr. 476, is in 2002 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek, Knollemanshoek 8a te Montfoort, Van Dijk Geo- en Milieutechniek BV, projectnr. 5104.02,
3
Project 30636
d.d. 22 oktober 2002). De bodemopbouw bestaat uit een zandige ophooglaag op klei. In de zandige ophooglaag is zwakke tot sterke bijmenging aan puin, slakken en sintels aangetroffen. Tevens is lokaal zwakke bijmenging aan kolen waargenomen. Analytisch blijkt de toplaag sterk verontreinigd met koper, lood en zink. Deze wordt beschouwd als zijnde heterogeen sterk verontreinigd. Het betreft derhalve een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Daarnaast blijkt de toplaag ter plaatse van boring 109 sterk verontreinigd met minerale olie. De omvang hiervan is niet voldoende vastgelegd. Met betrekking tot de aard en mate van de verontreiniging wordt beoordeeld dat de saneringsurgentie gering is. In de onderliggende kleiige ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond. In het grondwater zijn hooguit enkele lichte verhogingen aangetoond. Op de onderzoekslocatie is in 1992 al een beperkt nulsituatie-bodemonderzoek verricht (door Centrilab, project 322770/323056/431, d.d. 15 mei 1992). De aanleiding betrof het feit dat de locatie zich bevindt in een grondwaterbeschermingsgebied (intrekgebied) van wingebied ’t Gooi. Voor het in werking hebben van een garagebedrijf was een ontheffing van de provincie nodig, waartoe een bodemonderzoek benodigd was. Er is een boring met peilbuis (inpandig) in de smeerkuil geplaatst. Uit een analyse van de grond blijkt dat het gehalte EOX verhoogd is.
In het grondwater is de concentratie lood matig verhoogd. De concentraties tolueen en xyleen zijn licht verhoogd. Eind 2001 is de aanwezige peilbuis door Grondslag BV opnieuw bemonsterd in verband met de verkoop van de locatie (briefrapportage Grondslag BV, project 6603, 10 januari 2002). Uit de analyse blijkt dat de concentratie chroom licht verhoogd is. In verband met de voorgenomen herontwikkelingslocatie voor woonhuizen met tuin is door Grondslag BV in het voorjaar van 2019 ter actualisatie van de bodemsituatie een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek Knollemanshoek 8/8a te Montfoort, Grondslag BV, project 30636, 23 mei 2019. Afgezien van het voorterrein (nabij de woning) is er over het gehele terrein een verhardingslaag aanwezig. De aard van het materiaal verschilt binnen het terrein. In de onderliggende bovengrond (klei) is voornamelijk zwakke bijmenging aan baksteen, grind, beton en kolen waargenomen. Lokaal is matige bijmenging aan baksteen waargenomen. In boringen 205, 211, 301 en 304 is een olie-waterreactie en een oliegeur waargenomen. Lokaal zijn in de bovengrond sterke verhogingen aan zware metalen aangetoond. In de overige monsters zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn wederom sterke verhogingen aan zware metalen aangetoond.
In het grondwater van peilbuis 211 aan de noordwestzijde van het terrein is een sterke verhoging aan minerale olie aangetoond. In grond zijn tijdens dit onderzoek maximaal matige verhogingen aan olie aangetoond. Naar aanleiding van voornoemde bevindingen in 2019 is aanvullend onderzoek verricht. Daaruit/daarna werd het volgende geconcludeerd: Doormiddel van het aanvullend onderzoek zijn de verontreinigingen in voldoende mate in kaart gebracht. De verontreinigingen met zware metalen en minerale olie hebben beide een beperkte omvang en betreffen geen ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Voornoemde rapportages (met uitzondering van de rapportage van van Dijk uit 2002) zijn vervolgens in het kader van de bestemmingsplanontwikkeling beoordeeld door de Omgevingsdienst Regio Utrecht. De omgevingsdienst Geeft aan dat de geschiktheid van de bodem voor de voorgenomen functie op basis van de uitgevoerde onderzoeken niet kan worden aangetoond en adviseert aanvullende onderzoeken (zie het in bijlage II opgenomen
4
Project 30636
document ‘feedback bodemonderzoek’).Samengevat worden hierbij de volgende aandachtspunten/onderzoeksdoelen genoemd: - Er moet aanvullend verkennend asbestonderzoek worden uitgevoerd in grond (NEN 5707) en in puin (NEN 5897); - Het noordoostelijk deel van het plangebied waar een nieuwe woning (met tuin) is gepland, is nog niet volledig onderzocht. Hier dient nog aanvullend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd te worden); - Aan de westelijke perceelsgrens is vermoedelijk een gedempte sloot aanwezig. Er moet aanvullend onderzoek worden uitgevoerd ter plaatse van deze deellocatie; - Enkel het westelijk deel van de onderzoekslocatie was in het verleden in gebruik als boomgaard. Tijdens het onderzoek in 2019 zijn mengmonsters op (onder meer) OCB’s geanalyseerd terwijl deze mengmonsters bestaan uit deelmonsters uit deellocaties die buiten bij de ODRU bekende contour van een voormalige boomgaard zijn gelegen. De analyses op OCB’s kunnen derhalve niet als representatief beschouwd worden; Tevens wordt in het advies aangegeven dat het bodemonderzoek uit 2002 alsnog aan de ODRU moet worden verstrekt om te beoordelen Op 24-2-2022 werd door de ODRU de volgende reactie gegeven op de ingediende rapportage uit 2002: “We hebben idd eerder het aspect bodem i.h.k.v.
het bestemmingsplan Knollemanshoek 8/8a beoordeeld en aangegeven dat er aanvullend onderzoek nodig is met dat het rapport van 2002 ontbreekt. Nu dit laatste onderzoek is bijgevoegd hebben we deze kunnen bekijken. Dit onderzoek is sterk verouderd en moet worden geactualiseerd. Het onderzoek geeft wel een indicatie dat op het perceel sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. In ieder geval is een saneringsmelding nodig bij de RUD, maar dat zal op basis van het aanvullend onderzoek straks wel duidelijk worden.” 2.4
Toekomstige situatie De locatie wordt ontwikkeld voor woningbouw. De bestemming wordt ‘wonen’.
2.5
Hypothese en onderzoeksopzet Ter plaatse van het noordelijk terreindeel kunnen op basis van de voorgaande onderzoeken uit 2002 en 2019 verhogingen aan minerale olie worden verwacht in grond en grondwater. Tevens kunnen ter plaatse van het noordelijk en oostelijk terreindeel verhogingen aan zware metalen worden verwacht. Dit eveneens op basis van de onderzoeken uit 2002 en 2019. Verder is mogelijk sprake van verontreiniging met diverse parameters waaronder asbest ter plaatse van een veronderstelde slootdemping aan de westzijde van het terrein. Aan de westzijde van het terrein is de (voormalige) bovengrond verdacht op de aanwezigheid van OCB’s. Dit, omdat hier een strook in het verleden in gebruik is geweest als boomgaard. De onderzoeksopzet is gebaseerd op de door de ODRU in haar advies aangegeven onderzoeksdoelen (zie paragraaf 2.3) in combinatie met de in bovenstaande alinea verwachte verhogingen aan verdachte parameters.
Project 30636
5
Asbestonderzoek Op basis van het vooronderzoek is de bodem over de gehele locatie in verband met het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen verdacht op het voorkomen van asbest. Het chemisch bodemonderzoek wordt gecombineerd uitgevoerd met een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707. Omdat ook een halfverhardingslaag direct onder de betonverharding aanwezig is (puin/slakken) wordt tevens asbestonderzoek in deze laag uitgevoerd conform de NEN 5897 (kleinschalige afgedekte locaties, paragraaf 6.5.3.3. uit voornoemde NEN). Ten behoeve van het asbestonderzoek zal door de opdrachtgever op vooraf aangegeven plaatsen de daar aanwezige verharding worden doorbroken zodat een gat van voldoende afmetingen ontstaat. Ter plaatse van de verwachte slootdemping aan de westzijde van het terrein worden twee sleuven gegraven om een voldoende beeld te verkrijgen aangaande het hier eventueel aanwezige dempingsmateriaal, waarbij tevens wordt gelet op de aanwezigheid van asbest. Opgemerkt wordt dat in het veld wordt getracht om conform de NEN 5707 monsters te nemen van minimaal 10 kg droge stof voor de asbestanalyse (en conform de NEN 5897 25 kg voor puinmonsters.) Hiervoor wordt in het veld een schatting gemaakt van het percentage droge stof en worden de monsters in het veld gewogen.
Desondanks kan het voorkomen dat de monsters, na droging in het laboratorium, een kleiner gewicht blijken te hebben. Doorgaans betreft dit een geringe afwijking, waardoor het ons inziens geen invloed heeft op de betrouwbaarheid van het onderzoek.
3
VELDWERK
3.1
Uitvoering De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting
Graven sleuven perceelsgrens
Datum
demping
nabij
westelijke 24 maart 2022
Persoon
Geldend protocol
dhr. R.J.G. Hoogerwerf
2001/2018
Maaiveldinspectie en inspectiegaten asbest
5 april 2022
dhr. A.P.M. de Jeu
2018
Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen
5 april 2022
dhr. A.P.M. de Jeu
2001
Grondwatermonstername
21 april 2022
dhr. J. Nuvelstijn
2002
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn achttien boringen verricht (nrs. SL01, SL02 en 401 t/m 416). De boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht met inachtneming van de in paragraaf 2.5 beschreven onderzoeksopzet. Boringen SL02, 402 en 404 zijn voorzien van een peilbuis. Bij de boringen 402 en 404 is dit gebeurd in verband met de (lichte) zintuiglijke waarneming van minerale olie. De boringen zijn uitgevoerd tot een diepte, variërend van 0,6 m-mv tot 2,3 m-mv. De meeste boringen zijn doorgezet tot een diepte van circa 2,0 m-mv.
6
Project 30636
Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn twee inspectiesleuven (ter plaatse van de westelijke demping) en twaalf inspectiegaten gegraven (zie kaart in bijlage I). De sleuven en gaten zijn (met uitzondering van gat 401) gegraven in de puin/slakkenfundatie onder de verhardingslaag. Aangezien nergens in de bodemprofielen beneden deze puin/slakkenfundatie asbestverdachte bijmengingen in de onderliggende kleilaag zijn aangetroffen zijn de gaten niet dieper doorgezet. Het uitkomende puin/fundatiemateriaal is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. De gaten zijn circa 0,3 x 0,3 of 0,3 x 0,4 meter breed en tot onderzijde puin/fundatielaag gegraven. Deze laag heeft een gemiddelde dikte van 38 cm. In alle sleuven en gaten is een boring doorgezet tot in de ongeroerde/onverdachte ondergrond. De ligging van de boringen, de peilbuizen en de inspectiesleuven en-gaten is weergegeven in bijlage I. 3.2
Resultaten
3.2.1 Puinverharding, grond en dempingsmateriaal Bodemopbouw Vanaf het maaiveld of – waar van toepassing- vanaf de onderzijde van de halfverharding (onder beton) tot een diepte van minimaal 2,3 m-mv bestaat het gehele bodemprofiel uit klei. Plaatselijk wordt in het bovenste deel van deze kleilaag een zwakke bijmenging aan baksteenpuin aangetroffen tot een diepte van maximaal 1,0 m-mv. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage III. Het aangetroffen baksteen bevat in de regel geen asbesthoudend materiaal en geeft geen aanleiding tot een bodemonderzoek naar asbest in grond conform NEN 5707. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal in het halfverhardingsmateriaal en in de onderliggende bodem aangetroffen. Ter plaatse van de veronderstelde slootdemping aan de westzijde van het perceel is een mengsel van zand en baksteenpuin aangetroffen. In dit mengsel (met meer dan 50 % bodemvolume bestaand uit puin), werd in beide proefsleuven geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Onderstaand is een foto van beide sleuven weergegeven.
7
Materiaal uit SL01
Proefsleuf Sl02
Project 30636
Project 30636
8
3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.1: Veldwerkgegevens grondwater
4
peilbuis
filterstelling (m-mv)
grondwaterstand pH (m-mv)
EC (µS/cm)
troebelheid (NTU)
402
1,1-2,1
0,6
6,7
1090
166,7
404
1,1-2,1
0,6
6,9
1050
16,8
SL02
1,2-2,2
0,7
7,3
910
13,2
CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in de bijlage.
4.1
Analyses grond De analyseresultaten van alle metingen van onderhavig onderzoek zijn weergegeven in de onderstaande tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage V, de toetsing aan de normwaarden in bijlage IV. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Code
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
NEN-g
Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn, PCB
-
-
Slootdemping aan westzijde perceel M1
SL01 (0,70-1,20)+ SL02 (0,90-1,40)
-
NEN-onderzoek noordoostzijde perceel M02
403 (0,35-0,60)+ 408 (0,10-0,50)
-
NEN-g
Ba, Cd, Cu, Hg, Pb, Ni, min. olie, PAK, PCB
Zn (1,7*I)
M03
404 (0,30-0,60)+ 405 (0,15-0,60)
Baksteen+ Baksteen+
NEN-g
Ba, Cd, Cu, Hg, Ni, PCB
Zn, min. olie
Pb (1,1*I) PAK (2,2*I)
M04
403 (0,60-1,00)+ 405 (0,60-1,00)+ 408 (1,00-1,50)
-
NEN-g
Cu, Hg, Pb, Ni, Zn, min. olie, PCB
-
-
OCB’s
-
-
-
OCB’s (bestrijdingsmiddelen) westzijde terrein M01
410 (0,50-1,00)+ 411 (0,50-1,00)+ 415 (0,60-1,00)+ 416 (0,40-0,60)
-
Oliewaarnemingen noordzijde perceel M05
402 (0,50-1,00)
Baksteen+, zeer lichte oliegeur
min. olie
-
min. olie
-
M06
404 (0,60-1,00)
Zwakke oliegeur
min. olie
-
min. olie
-
M07
409 (0,40-0,60)
Zwakke olie/waterreactie
min. olie
-
-
min. olie (1,3*I)
Project 30636
9
Code
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Zware metalen (uitsplitsing M03) M10
404 (0,30-0,60)
Baksteen+
Zware metalen
Ba, Cd, Co, Cu, Hg
Pb, Zn
Ni (3,3*I)
M13
405 (0,15-0,60)
Baksteen+
Zware metalen
Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb Mo, Ni, PCB
Zn
-
Zware metalen loods M11
412 (0,30-0,60)
Baksteen+, kolen+
Zware metalen / PAK
Hg, Pb, Ni
-
-
M12
413 (0,10-0,50)
Baksteen+, kolen+
Zware metalen / PAK
Ba, Cd, Co, Hg, PAK
Pb, Ni
Cu (1,0*I) Zn (1,1*I)
M14
413 (0,50-1,00)
-
Zware metalen
Ba, Cd, Co, Cu, Hg, PAK
Pb, Ni
Cu (1,0*I) Zn (1,1*I)
Zware metalen t.b.v. aanvullend beeld M08
401 (0,50-0,80)
Baksteen+
Zware metalen
Ba, Hg, Mo
Co
Cd (1,0*I) Cu (23*I) Pb (8.7*I) Ni (4,5*I) Zn (43*I)
M09
402 (0,50-1,00)
Baksteen+, zeer lichte oliegeur
Zware metalen
Ba, Cd, Co, Hg, Pb, Mo, Ni
Cu
Zn (2,6*I)
Vanadium in bodemlaag onder slakhoudende laag -
402 (0,50-1,00)
Baksteen+, zeer lichte oliegeur
Vanadium
-
-
-
-
414 (0,40-0,70)
Baksteen+
Vanadium
-
-
-
waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)
Navolgend worden per deellocatie / onderzoeksdoel de analyseresultaten besproken. Slootdemping Grond Ter plaatse van de veronderstelde slootdemping aan de westzijde van het terrein zijn in de ongeroerde kleilaag direct onder het baksteenhoudende zand lichte verhogingen aan zware metalen en PCB aangetoond. Dit geeft geen aanleiding tot nader bodemonderzoek en/óf sanering van het dempingsmateriaal. Met het oog op de voorgenomen herontwikkeling van het terrein kan het wenselijk zijn het puin ter plaatse van de demping te verwijderen. Grondwater In het kader van het onderzoek naar de chemische bodem en grondwaterkwaliteit ter plaatse van de slootdemping aan de westzijde van het terrein is peilbuis SL02 geplaatst. Het grondwater is op het NEN-pakket geanalyseerd. In de onderstaande tabel 4.2 zijn de analysegegevens weergegeven. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
SL02
Filtertraject (m-mv)
Analyse-parameters
1,20-2,20
NEN-gw
Overschrijding >S
>T
>I
-
-
-
Project 30636
10
NEN-onderzoek noordoostzijde perceel Grond Op de noordoostzijde van het terrein zijn in het kader van het aanvullend NEN-onderzoek de boringen 402 t/m 405 en 408 geplaatst. In zowel de kleilaag met lichte baksteenbijmengingen als de zintuiglijk schone kleilaag van direct onder de halfverharding zijn naast lichte/matige verhogingen aan metalen, minerale olie, PAK en/of PCB, sterke verhogingen aan metalen en PAK aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond zijn enkel lichte verhogingen aan metalen, olie en PCB’s gemeten. De sterke verhogingen bevestigen het beeld dat reeds met het onderzoek door van Dijk in 2002 werd verkregen (sterke verhogingen aan metalen in boringen 2 en 108 t/m 110). Grondwater In het kader van het NEN-onderzoek op de noordoostelijke hoek van het terrein is peilbuis 404 geplaatst. Het grondwater is op het NEN-pakket geanalyseerd. In de onderstaande tabel 4.3 zijn de analysegegevens weergegeven. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyse-parameters
404
1,10-2,10
NEN-gw
Overschrijding >S
>T
>I
Barium, min. olie, naftaleen
-
-
OCB’s (bestrijdingsmiddelen) westzijde terrein Aan de westzijde van het terrein, dat in het verleden waarschijnlijk in gebruik is geweest als boomgaard is een mengmonster van wat vermoedelijk de oorspronkelijke bovengrond is van de profielen van de boringen 410, 411, 415 en 416 geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen/OCB’s. In het mengmonster zijn geen verhogingen aan OCB’s aangetoond. Olieverontreiniging noordzijde perceel In de onderstaande tabel 4.4 zijn alle oliewaarnemingen en uitgevoerde analyses op olie weergegeven die zijn gedaan tijdens het onderzoeken door van Dijk (2002) en grondslag (2019 en onderhavig onderzoek uit 2022). Tevens is, daar waar dat van toepassing is (lees: analyse is uitgevoerd), de mate van olieverontreiniging ten opzichte van de gestandaardiseerde toetswaarden weergegeven. Dit, voor zover sprake is van significante, aan olieproducten gerelateerde verhogingen en niet wanneer sprake is van (licht) verhoogde waardes als gevolg van humuszuren en/of PAK-achtige verbindingen. Tabel 4.4: Olie-waarnemingen grond Boring
Diepte (m-mv)
Bodemtype
Olie-waarneming
Overschrijding t.o.v. toetswaarde
Onderzoek van Dijk 2002 2+6
(0,0 - 0,05)+ (0,05 - 0,35)
asfalt zand
-
> Tussenwaarde
108
0,05 - 0,45
puin met zand
-
> Tussenwaarde
109
0,00 - 0,6
klei
-
> Interventiewaarde
109
0,60 - 1,1
klei
Twijfel oliegeur
Niet geanalyseerd
110
0,10 - 0,5
klei
-
> Achtergrondwaarde
Project 30636
11
Onderzoek Grondslag 2019 205
0,50 - 1,00
klei
zwakke brandstofgeur, zwakke oliewater reactie
> Achtergrondwaarde
209
0,15-0,5
zand
-
> Tussenwaarde
0,5-1,0
klei
-
> Achtergrondwaarde
0,21 - 0,60
klei
matige brandstofgeur, matige oliewater reactie
> Achtergrondwaarde
0,60 - 1,50
klei
zwakke brandstofgeur, zwakke olie- Niet geanalyseerd water reactie
0,21 - 0,60
Klei
zwakke oliegeur
0,60 - 1,00
klei
matige oliegeur, zwakke olie-water > Achtergrondwaarde reactie
1,00 - 1,50
klei
zwakke oliegeur
Niet geanalyseerd
1,50 - 1,90
klei
heel lichte oliegeur, versmeerd?
Niet geanalyseerd
0,25-0,60
klei
-
> Achtergrondwaarde
211
301
307
Niet geanalyseerd
Onderzoek Grondslag 2022 402
0,50 - 1,00
Klei
Heel lichte oliegeur
> Tussenwaarde
404
0,60 - 1,40
Klei
zwakke oliegeur
> Tussenwaarde (0,6-1,0)
1,40 - 2,10
Klei
Twijfel oliegeur
Niet geanalyseerd
409
0,40 - 0,60
Klei
zwakke olie-water reactie, Twijfel > Interventiewaarde oliegeur
403 + 408
(0,35 - 0,60)+ (0,10 - 0,50)
Klei
-
> Achtergrondwaarde
404 + 405
(0,30 - 0,60)+ (0,15 - 0,60)
Klei
-
> Tussenwaarde
403 + 405 + 408 (0,60 – 1,00)+ (0,60 – 1,00)+ (1,00 - 1,50)
Klei
-
> Achtergrondwaarde
De geurwaarnemingen zijn niet tot stand gekomen door 'actieve' waarnemingen
Olie in grond Op basis van zintuiglijke waarnemingen, gemeten verhogingen aan olie (met bijbehorende oliekarakterisatie) zoals opgenomen in bovenstaande tabel 4.2 in combinatie met de totaalset aan afperkende analyses en zintuiglijke waarnemingen (niet verhoogd, of lichte verhogingen als gevolg van PAK-achtige verbindingen en geen oliewaarneming, dus niet opgenomen in tabel 4.2) is een vlekkenkaart geconstrueerd voor de matige en sterke olieverontreinigingen op het terrein. In nagenoeg alle gevallen van analytische verhoging zoals aangegeven in tabel 4.2is sprake van motorolie. Er is sprake van twee verontreinigingskernen aan de noordzijde van het terrein, noordwestelijk en noordoostelijk. De noordwestelijke spot heeft een oppervlakte van circa 55 m2. De noordoostelijk gelegen spot heeft een oppervlakte van ongeveer 290 m2. Ter plaatse van de noordwestelijke spot is in slechts één boring sprake van een overschrijding van de interventiewaarde (boring 409). Ter plaatse van de noordoostelijk gelegen olieverontreiniging is eveneens sprake van één overschrijding van de interventiewaarde, in boring 109 (van Dijk 2002.) Wel is, met name binnen de noordoostelijke verontreiniging sprake van meerdere matige verhogingen aan olie.
Op basis van dit gegeven kan worden gesteld dat het omvangscriterium voor een ernstig geval van bodemverontreiniging (> 25 m3 sterk met olie verontreinigde grond) voor beide kernen niet wordt overschreden.
Project 30636
12
Olie in grondwater In de onderstaande tabel 4.5 zijn de analysegegevens voor olie/BTEXN in grondwater weergegeven. Tabel 4.5: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyse-parameters
Overschrijding >S
>T
>I
205
1,40-2,40
NEN-gw
-
-
-
211
1,40-2,40
Min. olie en aromaten
-
-
Min. olie
210
1,20-2,20
Min. olie en aromaten
-
-
-
303
1,20-2,20
Min. olie en aromaten
-
-
-
402
1,10-2,10
Min. olie en aromaten
-
Min. olie
-
404
1,10-2,10
NEN-gw
Min. olie, naftaleen
-
-
SL02
1,20-2,20
NEN-gw
-
-
-
Binnen de noordwestelijke verontreinigingskern is olie sterk verhoogd aangetoond in peilbuis 211 (Grondslag 2019). In het grondwater van de nabij gelegen peilbuizen 210 en 303 is olie niet verhoogd aangetoond. In combinatie met zintuiglijke waarnemingen (geen olie waargenomen dan wel gemeten in de boringen 210, 303, 406 en 407) mag worden gesteld dat de sterke verhoging aan olie in peilbuis 211 een kleinschalige spot betreft waarvan de omvang het omvangscriterium voor een ernstig geval van grondwaterverontreiniging niet overschrijdt. Binnen de noordoostelijke verontreinigingskern is olie niet sterk verhoogd aangetoond in de peilbuizen 402 (geplaatst nabij de sterke verhoging in grond van boring 109) en 404. Het grondwater is maximaal matig verontreinigd. Op basis van dit gegeven kan worden gesteld dat de aard en omvang de aanwezigheid van een ernstig geval van grondwaterverontreiniging ter plaatse van de noordoostelijke olieverontreiniging uitsluit. Zware metalen Op het noordelijk terreindeel (zie vlekkenkaart in bijlage I) zijn verspreid over een grotere oppervlakte sterke verhogingen aangetoond in de kleilaag tot maximaal circa 1 m(half)verhardingslaag.
Op basis van de gedane zintuiglijke waarnemingen, plaatselijk een lichte bijmenging aan baksteen, werden dergelijke verhogingen niet verwacht echter, tijdens voorgaande onderzoeken zijn reeds sterke verhogingen aan zware metalen gemeten. Aan de hand van de totaalset aan analysegegevens is een interventiewaardecontour voor deze metalenverontreiniging geconstrueerd. Het door deze contour omsloten gebied heeft een oppervlakte van circa 1.225 m2. Bij een pakket sterk met metalen verontreinigde grond met een dikte van maximaal 0,5 meter is sprake van een totaal sterk verontreinigd bodemvolume van ruim 600 m3. Hiermee is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet Bodembescherming.
5
ASBESTANALYSES NEN 5897 De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage. Grove fractie (>2 cm) Tijdens de visuele inspectie van het opgegraven fundatiemateriaal onder de doorbroken gesloten verharding is nergens asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen.
Project 30636
13
Derhalve zijn geen verzamelmonsters geanalyseerd op asbest. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is een aantal mengmonsters samengesteld: MM demping: SL01/SL02 MMasb1: gat 402/403/414 MMasb2: gat 406/409/410/415/416 MMasb3: gat 407/411
mengmonster met puinbijmenging mengmonster met puinbijmenging mengmonster met puinbijmenging mengmonster met puinbijmenging
De mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage V. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte. Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek – bepaling indicatief gehalte in mg/kg ds Code
MM demping
Asb1
Asb2
Inspectiesleuf of gat (monster m-mv)
Verzamelmonster (>2 cm), berekend gehalte
Grond(meng)monster (<2 cm), gemeten gehalte
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
SL01 (0,3-0,7)
-
6,0 (nh)
0
6
SL02 (0,35-0,9)
-
-
402 (0,2-0,5)
-
-
403 (0,03-0,35)
-
-
32 (h)
0
32
414 (0,05-0,4)
-
-
406 (0,08-0,5)
-
-
409 (0,08-0,4)
-
-
410 (0,05-0,5
-
-
0
0
0
415 (0,3-0,6)
-
-
416 (0,15-0,4)
-
-
407 (0,08-0,5)
-
24 (nh)
0
24
411 (0,08-0,5)
-
-
Asb3 blanco (h) / (nh) # * **
Totaalgehalte, gewogen#
niet aangetroffen niet geanalyseerd hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest gewogen toetswaarde = serpentijn + 10 x amfibool het gehalte overschrijdt de toetswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg ds)
In de mengmonsters MM demping, Asb1 en Asb3 is asbesthoudend materiaal in de fijne fractie aangetoond. In mengmonster Asb2 is geen asbest aangetoond. Het hoogst gemeten gehalte aan asbest betreft mengmonster Asb1. De toetswaarde voor nader onderzoek wordt niet overschreden.
14
6
Project 30636
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Knollemanshoek 8/8a is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de onder de verharding aanwezige funderingslaag onderzocht. -
-
Er moet aanvullend verkennend asbestonderzoek worden uitgevoerd in grond (NEN 5707) en in puin (NEN 5897); Het noordoostelijk deel van het plangebied waar een nieuwe woning (met tuin) is gepland, is nog niet volledig onderzocht. Hier dient nog aanvullend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd te worden); Aan de westelijke perceelsgrens is vermoedelijk een gedempte sloot aanwezig. Er moet aanvullend onderzoek worden uitgevoerd ter plaatse van deze deellocatie; Enkel het westelijk deel van de onderzoekslocatie was in het verleden in gebruik als boomgaard. Tijdens het onderzoek in 2019 zijn mengmonsters op (onder meer) OCB’s geanalyseerd terwijl deze mengmonsters bestaan uit deelmonsters uit deellocaties die buiten bij de ODRU bekende contour van een voormalige boomgaard zijn gelegen. De analyses op OCB’s kunnen derhalve niet als representatief beschouwd worden;
Asbestonderzoek Met het uitgevoerde asbestonderzoek naar de puin/funderingslagen die op het terreinaanwezig zijn onder de gesloten verhardingslaag zijn geen verhogingen aan asbest gemeten die het criterium voor asbestonderzoek overschrijden. De onderliggende bodemlaag is niet (NEN 5707) onderzocht aangezien geen asbestverdachte bijmengingen in de bodem zijn aangetroffen. De hyppothese dat verontreinigingen met asbest in de funderingslaag en de ondergelegen bodem kunnen worden verwacht wordt verworpen. Noord(oost)elijk terreindeel, olie en metalen Het noordelijk terreindeel is op basis van verwachtingen naar aanleiding van voorgaand onderzoek, onderzocht op de aanwezigheid van verontreinigingen met minerale olie en zware metalen. Hierbij is op aangeven van de ODRU specifiek het noordoostelijke terreindeel aanvullend conform de NEN 5740 onderzocht. Het noordoostelijk terrreindeel blijkt deel uit te maken van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen. Deze verontreiniging is in een bodemlaag met een dikte van ongeveer 0,5 meter aanwezig onder de funderingslaag. De omvang wordt geraamd op ongeveer 600 m3. Het grondwater ter plaatse is licht tot maximaal matig verontreinigd met olieproducten. Binnen het noordelijk terreindeel is sprake van twee verontreinigingskernen met minerale olie.
Veelal is sprake van lichte en matige verhogingen aan olie in grond en grondwater. Op basis van aard en omvang van de verontreinigingen met olie in zowel grond als grondwater ter plaatse van deze twee kernen, kan worden gesteld dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Slootdemping Binnen de aan de westzijde van het terrein aanwezige slootdemping is tot ongeveer 0,8 m-mv baksteenpuin met een zandbijmenging aangetroffen. Er is zintuiglijk geen asbest in deze laag aangetoond. Het gemeten asbestgehalte in de fijne fractie is minimaal (ruim onder de toetswaarde voor nader onderzoek). In de ongeroerde bodemlaag onder het dempingsmateriaal zijn enkele parameters licht verhoogd aangetoond. In het grondwater zijn geen verhogingen
15
Project 30636
aangetoond. De gestelde hypothese dat verontreiniging kan worden verwacht ter plaatse van de demping wordt bevestigd. OCB’s westelijk terreindeel In de oorspronkelijke bovengrond ter hoogte van het westelijk terreindeel (voormalige boomgaard) zijn geen verhogingen aan OCB’s (bestrijdingsmiddelen aangetoond). De hypothese dat ter plaatse verhogingen aan OCB’s kunnen worden verwacht is niet bevestigd.
Algemeen De onderzoeksresultaten vormen ons inziens een belemmering voor de herontwikkeling en de beoogde woonbestemming. In het kader van de wet Bodembescherming dienen ten aanzien van de het verontreinigingsgeval met zware metalen sanerende maatregelen te worden genomen. Hierbij kan worden gedacht aan een functiegerichte saneringsvariant (aanbrengen leeflaag van een meter dikte, eventueel voorafgegaan door een voorafgaande ontgraving van een deel van de verontreinigde grond (verlaging peil om de leeflaag te kunnen aanbrengen). Het voornemen tot en de wijze van saneren dient vooraf te worden gemeld aan de RUD Utrecht en te worden beschreven in een saneringsplan of te worden gemeld middels een BUSprocedure. De proceduretermijn hiervoor bedraagt 15 respectievelijk 5 weken. In de voorbereidingsfase van de herontwikkeling dient er tevens rekening mee te worden gehouden dat de grond plaatselijk licht tot sterk verontreinigd is met minerale olie. Alhoewel hiervoor ons inziens geen saneringsplicht bestaat, kan het zijn dat in deze grond met het oog op de herontwikkeling gegraven moet worden, bijvoorbeeld met het oog op aanleg van kabels/leidingen/riolering en/of funderingen. Deze grond is bij vrijkomen niet binnen de grenzen van het plan gebied of elders herbruikbaar en moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
Hetzelfde geldt voor het puinlichaam in het bovenste deel van de gedempte sloot.
BIJLAGE I
MFT01 C 474
SL01 302
407
C 585
303
beton
211
401
406 304
301
stalling caravans
Overzichtskaart
413
109
210
7B
402 409
212
N
108
2 408
410
beton
C 475
412
beton
405 SL02
110
306 305
213 209
411
6 403 206
307 308
hobby
beton
garage
beton
107
404
414 C 476
208
G 293
214
415
205 3 caravanstalling terras
BOORPUNTENKAART
106
Legenda
105 207
8-8
a
- boorpunt - boorpunt met peilbuis - inspectiegat met boorpunt - sleuf met boorpunt - boorpunt eerder onderzoek - boorpunt met peilbuis eerder onderzoek
nk
ers
204
kli
101
- onderzoekslocatie - perceelsgrens C475 - kadastraal nummer
104 5 1 201
G 506
he g
416
gras
0
2,5
5
7,5
10 m
Schaal: 1:250
Formaat: A3
Opdrachtgever:
102
Pouderoyen Tonnaer
103 tui
grind n
teg
Project: Knollenmanshoek 8 en 8a te Montfoort
els
Project nummer: 30636
Datum : 25-04-2022
Getekend: JTE
Bestandsnaam: 30636tek.dwg
203
ISS00 G 481
202 G 505
gras
21
6
Kamerik (gem. Woerden)
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
MFT01 C 474
SL01 302
407
C 585
303
beton
211
401
406 304
301
stalling caravans
Overzichtskaart
413
109
210
7B
402 409
212
N
108
2 408
410
beton
C 475
412
beton
405 SL02
110
306 305
213 209
411
6 403 206
307 308
hobby
beton
garage
beton
107
404
414 C 476
208
VLEKKENKAART
G 293
214
415
205
ZWARE METALEN 0-1 m-mv
3 caravanstalling
Legenda
terras
- boorpunt - boorpunt met peilbuis - inspectiegat met boorpunt - sleuf met boorpunt - boorpunt eerder onderzoek - boorpunt met peilbuis eerder onderzoek - sterk verontreinigd - matig verontreinigd - licht verontreinigd - I-contour zware metalen - onderzoekslocatie - perceelsgrens C475 - kadastraal nummer
106 105 207
8-8
a
nk
ers
204
kli
101 104 5 1 201
G 506
he g
416
gras
0
2,5
5
7,5
10 m
Schaal: 1:250
Formaat: A3
Opdrachtgever:
102
Pouderoyen Tonnaer
103 tui
grind n
teg
Project: Knollenmanshoek 8 en 8a te Montfoort
els
Project nummer: 30636
Datum : 25-04-2022
Getekend: JTE
Bestandsnaam: 30636tek.dwg
203
ISS00 G 481
202 G 505
gras
21
6
Kamerik (gem. Woerden)
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
MFT01 C 474
SL01 302
407
C 585
303
beton
211
401
406 304
301
stalling caravans
Overzichtskaart
413
109
210
7B
402 409
212
N
108
2 408
410
beton
C 475
412
beton
405 SL02
110
306 305
213 209
411
6 403 206
307 308
hobby
beton
garage
beton
107
404
VLEKKENKAART
414 G 293
214
415
MINERALE OLIE IN GROND/ GRONDWATER
C 476
208
205
Legenda
3 caravanstalling
- boorpunt - boorpunt met peilbuis - inspectiegat met boorpunt - sleuf met boorpunt - boorpunt eerder onderzoek - boorpunt met peilbuis eerder onderzoek - contour matige tot sterke verhogingen aan minerale olie in grond/ grondwater - sterk verontreinigde grond - matig verontreinigde grond - licht verontreinigde grond - grond licht verontreinigd/grondwater sterk verontreinigd - niet verontreinigd - onderzoekslocatie - perceelsgrens C475 - kadastraal nummer
terras 106 105 207
8-8
a
nk
ers
204
kli
101 104 5 1 201
G 506
he g
416
gras
0
2,5
5
7,5
10 m
Schaal: 1:250
Formaat: A3
Opdrachtgever:
102
Pouderoyen Tonnaer
103 tui
grind n
teg
Project: Knollenmanshoek 8 en 8a te Montfoort
els
Project nummer: 30636
Datum : 25-04-2022
Getekend: JTE
Bestandsnaam: 30636tek.dwg
203
ISS00 G 481
202 G 505
gras
21
6
Kamerik (gem. Woerden)
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
BIJLAGE II
Bodem Advies 1. Aanvullend verkennend bodemonderzoek NEN5740, een asbest in puinonderzoek (NEN5897) en een asbest bodemonderzoek (NEN507) aan te leveren. 2. Paragraaf 4.2 (Bodem) aan te laten passen op het aanvullend verkennend bodemonderzoek, puinonderzoek en asbest bodemonderzoek en tevens op de benodigde saneringsmaatregelen. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 De milieuhygiënische bodemkwaliteit is nog niet voldoende vastgelegd. Uit het aangeleverde verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de grond over het gehele perceel bodemvreemde materialen aanwezig zijn. Onder de betonverharding zijn puinfundatie en slakkenmaterialen aangetroffen. Verder zijn onder deze halfverhardingslagen tot in de ondergrond bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. De locatie wordt om die reden als asbestverdacht beschouwd. In het rapport is aangegeven dat een onderzoek naar asbest niet is uitgevoerd vanwege de nog aanwezige bebouwing en verhardingen, met de aanbeveling om dit onderzoek na de sloop en verwijdering verhardingen uit te voeren. Aanvullend moet daarom een verkennend asbestonderzoek (NEN5707) en asbest in puinonderzoek (NEN5897) worden uitgevoerd. Het noordoostelijk deel van het plangebied waar een nieuwe woning (met tuin) is gepland, is nog niet volledig onderzocht. Aan de westelijke perceelsgrens is vermoedelijk een gedempte sloot aanwezig.
Er moet aanvullend onderzoek worden uitgevoerd ter plaatse van deze deellocatie. 1.2 De bodem van het plangebied is nog niet geschikt voor de voorgenomen functie. Uit het bodemonderzoek blijkt dat sprake is van een (vermoedelijk) geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen. Het grondwater is plaatselijk sterk verontreinigd met minerale olie. Uit een eerder uitgevoerd bodemonderzoek (verkennend bodemonderzoek en aanvullend bodemonderzoek Knollemanshoek 8a in Montfoort, Van Dijk Geo- en milieutechniek, nr. 5104.02, d.d. 22 oktober 2002) blijkt dat binnen de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging met zware metalen en minerale olie. Het bodemonderzoek uit 2002 is niet bij de ODRU bekend. De onderzoeksresultaten uit het aangeleverde bodemonderzoek konden daardoor niet met de resultaten uit 2002 worden beoordeeld. Het rapport uit 2002 moet nog bij de stukken worden aangeleverd. Deze bodemverontreiniging levert bij de voorgenomen functie mogelijk gezondheidsrisico’s op voor de gebruikers van het plangebied. Sanerende maatregelen (of mogelijk BUS melding) zijn nodig om deze risico’s weg te nemen en de financiële uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen. 2.1 Bodemparagraaf is niet compleet De bodemkwaliteit van het plangebied en benodigde saneringsmaatregelen zijn nog niet voldoende toegelicht in de bodemparagraaf.
De resultaten van het aanvullend onderzoek en de noodzakelijke grondsanering moeten opgenomen worden in de bodemparagraaf van de toelichting. Wat is getoetst? • Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek Knollemanshoek 8 in Montfoort, Grondslag B.V., nr. 30636, 23 mei 2019; • Bestemmingsplan Knollemanshoek 8/8a, Montfoort; ; NL.IMRO.0335.BP80618-0001; opgesteld door Pouderoyen Tonnaer; augustus 2021. • Bodemgegevens ODRU (Geoportaal, BIS). Waaraan is getoetst? • Wet ruimtelijke ordening; • Wet bodembescherming; • Circulaire bodemsanering; Pagina 2 van 13
• •
Regeling bodemkwaliteit; Normen voor bodemonderzoek: o NEN5725 (vooronderzoek); o NEN5740 (regulier onderzoek); o NEN5707(asbestbodemonderzoek); en/of o NTA5755 (nader onderzoek).
Achtergrondinformatie Binnen het plangebied is een verkennend- en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij worden de volgende opmerkingen gemaakt: • Zintuiglijk: Binnen het plangebied is grotendeels een betonverharding aanwezig. Onder de betonverharding zijn puinfundatie en slakkenmaterialen aanwezig. Onder deze lagen zijn tot in de ondergrond bijmengingen met o.a. baksteen, kolengruis en beton aangetroffen. • Ter plaatse van de westelijke perceelsgrens is vermoedelijk een gedempte sloot aanwezig. Ter plaatse van boring 305 is gestuit op een ondoordringbare laag. Deze gedempte sloot is niet bij de ODRU bekend. Aanvullend onderzoek naar deze gedempte sloot is noodzakelijk. • Ter plaatse van boring 205, 211 en 301 zijn in de laag van 0,2 tot 1,5 m-mv visueel olie(geuren) waargenomen. • In de bovengrond zijn plaatselijk (boring 209, 307) sterk verhoogde concentraties zware metalen aanwezig. Op basis van aanvullend onderzoek blijkt dat hier sprake is van spotverontreinigingen welke te relateren zijn aan de (verontreinigde) halfverhardingslagen met slakkenmaterialen en puinfundatie. Vermoedelijk is binnen de locatie sprake van een heterogeen verdeelde verontreiniging met plaatselijke sterke spots aan zware metalen. • Het westelijk deel van het plangebied was in het verleden in gebruik als boomgaard. Bij de analyses is slechts 1 monster voor dit gedeelte onderzocht op OCB’s.
De overige mengmonsters die op OCB zijn geanalyseerd, bestaan uit deelmonsters uit deellocaties die buiten de bij de ODRU bekende contour van een voormalige boomgaard zijn gelegen. De analyses op OCB’s kunnen derhalve niet als representatief beschouwd worden, tenzij kan worden aangetoond dat de voormalige boomgaard groter is geweest dan op het Geoportaal staat aangegeven. • In de ondergrond zijn de concentraties zware metalen, PAK, PCB en minerale olie licht verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. • In het grondwater ter plaatse van peilbuis 211 is de concentratie minerale olie sterk verhoogd. Op basis van aanvullend grondwateronderzoek beperkt de olieverontreiniging zich ter plaatse van peilbuis 211. Verder is de concentratie barium licht verhoogd ten opzichten van de streefwaarde. • Het noordoostelijk deel van het plangebied waar een nieuwe woning is gepland is niet volledig onderzocht. Dit dient alsnog te gebeuren op basis van een aanvullend verkennend bodemonderzoek (NEN5740). • In de grond zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. De bodem is verdacht op aanwezigheid van asbest. Aanvullend dient een asbest in puinonderzoek (NEN5897) en een asbestbodemonderzoek NEN5707 uitgevoerd te worden. • In de rapportage ontbreekt een nadere onderbouwing op basis van de onderzoeksresultaten uit een eerder uitgevoerd bodemonderzoek in 2002. Dit onderzoek is niet bij de ODRU bekend.
In 2002 is vastgesteld dat binnen de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging met zware metalen en minerale olie. (toekomstige) omgevingsvergunning In de bouwverordening is opgenomen dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen een recent milieuhygiënisch onderzoek moet worden aangeleverd. Deze verplichting dient een ander doel dan het bodemonderzoek voor het ruimtelijk plan en is specifiek gericht op de bouwlocatie. In voorkomende gevallen kan het bodemonderzoek voor de ruimtelijke procedure ook gebruikt worden voor de omgevingsvergunningsaanvraag. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat het bodemonderzoek voldoende inzicht geeft in de bodemkwaliteit ter plaatse van de bouwlocatie en dat het bodemonderzoek niet is verouderd.
Pagina 3 van 13
BIJLAGE III
Meetpunt: Sl01 Type: Lengte:
sleuf 2,00
Meetpunt: Sl02
Breedte: 0
0
0,50 beton
Type: Lengte:
peilbuis 2,00
Breedte: 0
0
Volledig beton
0,50 weiland Volledig beton
15 20 25
Volledig menggranulaat 30
50
1
Uiterst puinhoudend, zwak plastichoudend, matig ijzerhoudend, matig zandhoudend, matig dakpan houdend, 200*30, 70% grof. 0 avm
3
35
Zand, zeer fijn, sterk humeus, sterk menggranulaat houdend, donkerbruin Volledig asfalt
50
Uiterst puinhoudend, zwak dakpan houdend, sporen glas, sporen ijzer, zwak houthoudend, 200*30, 70% grof 0 avm
1 70
Klei, matig zandig, grijs 90
100
2
Klei, zwak zandig, grijs
100 2
150
150
150 3
200
4
230
Projectnaam: Knollenmanshoek 8
Projectnummer:
30636
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 401 Type:
Meetpunt: 402
gat
Type: 0
0
groenstrook
Inspectiegat met peilbuis 0
0
Klei, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak ijzerhoudend, zwak grindhoudend, bruinrood, 30*30, circa 2% grof
1
Gat 30*30 20
M3A 50
50
Matig grindhoudend, matig slakhoudend, matig baksteenhoudend, 30*30, 10% grof
M3B 50
50 Klei, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak ijzerhoudend, zwak grindhoudend, geen oliegeur, bruinrood
2
beton
Klei, matig siltig, zwak baksteenhoudend, grijs, Heel lichte oliegeur 1
80
Klei, matig siltig, geen oliegeur, grijs 3
100
100
100
Klei, matig siltig, geen oliegeur, grijs
2
4
150
150
3 5 200
200
200 210
Meetpunt: 403 Type:
Meetpunt: 404
gat
Type: 0 3
0
beton
peilbuis 0
0
30*30 M3A
Volledig beton
Grind, fijn, matig baksteenhoudend, 30*30, circa 10% grof
M3B
30
35
Klei, zwak humeus, donkergrijs 50
1
beton
50
Klei, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, geen oliegeur, donkergrijs
1
60
60
Klei, matig siltig, geen oliegeur
Klei, matig siltig, zwakke oliegeur
2
2
100
100
3
3
140
150
Klei, matig siltig, Twijfel oliegeur
150 4 4
200
200
5 200 210
Projectnaam: Knollenmanshoek 8
Projectnummer:
30636
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 405 Type:
Meetpunt: 406
boring
Type: 0
0
beton
gat
0
Zwak baksteenhoudend, 100*100
0
beton
8
100*120, 100% grof
15
Uiterst repachoudend, sporen slakken, 30*40, 70% grof
Klei, zwak humeus, sporen baksteen, donkergrijs M1A
M1B
1 50
50
50
Klei, matig siltig, geen oliegeur, grijs
60
Klei, matig siltig, grijs 1
2
100
100
3
2
150
150
150
Klei, matig siltig, grijs
4
3
200
200
Meetpunt: 407 Type:
200
200
Meetpunt: 408
gat
Type:
0
0
beton
8
100*120, 100% grof
boring
0
0
beton
10
100*100
Matig ijzerhoudend, uiterst puinhoudend, matig asfalthoudend, 30*30, circa 70% grof M2A
1 50
50
Klei, zwak humeus, donkergrijs
M2B
50
50 Klei, matig siltig, geen oliegeur, grijs
Klei, matig siltig, geen oliegeur
1
2
100
100
2
3
150
150
3
200
4
200
Projectnaam: Knollenmanshoek 8
200
200
Projectnummer:
30636
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 409 Type:
Meetpunt: 410
gat
Type:
0
M1A
0
beton
8
100*120, 100% grof
gat 0 5
0
Uiterst betongranulaat houdend, sterk asfalthoudend, sterk grindhoudend, 30*40, 80% grof
M1B
M1A
beton 100*120, 100% grof Uiterst slakhoudend, matig betonhoudend, 30*40, 80% grof
M1B
40
50
M12 60
Klei, matig siltig, zwak humeus, zwakke olie-water reactie, bruingrijs, Twijfel oliegeur
50
50
Klei, matig siltig, zwak humeus, geen oliegeur, bruingrijs
Klei, matig siltig, geen oliegeur, grijs 1
M13
100
100
100
Klei, matig siltig, grijs
M14
M12
150
150
M15
M13
200
200
Meetpunt: 411 Type:
Meetpunt: 412
gat
Type:
0
0
beton
8
100*120, 100% grof
0
beton
8
100*120, 100% grof Zand, matig grof, matig baksteenhoudend, beige
1 30
M2B 50
50
boring
0
Volledig repac, 30*30, circa 70% grof M2A
200
200
50
Klei, matig siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak koolhoudend, bruin
2
Klei, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs
60
Klei, matig siltig, geen oliegeur, grijs 1
3 100
100
100 Klei, matig siltig, grijs
2
4
150
150
3
200
5
200
Projectnaam: Knollenmanshoek 8
200
200
Projectnummer:
30636
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 413 Type:
Meetpunt: 414 Opmerking: Ongewapend Type: gat
boring
0
0
beton
8 10
100*120, 100% grof
0 5
0
15
Zand, matig grof, beige M3A
Klei, matig siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak koolhoudend, bruin
1 50
50
M3B 40
beton 100*100 Grind, fijn, 30*30, circa 10% grof Grind, fijn, sterk slakhoudend, donker zwartgrijs, 30*30, circa 10% grof Klei, zwak humeus, sporen baksteen, donkergrijs
50
1
Klei, matig siltig, geen oliegeur, grijs
70
2
Klei, matig siltig, grijs
100
100
2
100
120
Meetpunt: 415 Type:
Meetpunt: 416
gat
Type: 0 5
0
beton
1 M1A
Sterk baksteenhoudend, matig grindhoudend, sterk betonhoudend, zwak kleihoudend, matig zandhoudend, 30*30, 80% grof
M1B 60
klinker
8
Volledig baksteen
M1A
0
0
100*120, 100% grof
30
50
gat
15
Zand, matig grof, beige Volledig repac, 30*30, circa 50% grof
M1B 40
50
Klei, matig siltig, grijs
M12 60
Klei, matig siltig, matig humeus, geen oliegeur, bruin 1 100
100
Klei, matig siltig, beige 2 140
Klei, matig siltig, grijs
150 3
200
200
Projectnaam: Knollenmanshoek 8
Projectnummer:
30636
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
BIJLAGE IV
Project
30636 Knollemanshoek 8/8a
Certificaten
1332098
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.1.0
Toetsdatum: 4 april 2022 14:57
Monsterreferentie
7119605
Monsteromschrijving
M1: SL01 (0,7-1,2)SL02 (0,9-1,4)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
3.3
10
Lutum
% (m/m ds)
17.4
25
%
70.2
70.2
Droogrest droge stof
@
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
190
250
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.64
0.85
1.4 AW
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
16
21
1.4 AW
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
40
53
1.3 AW
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.15
0.17
1.1 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
68
82
1.6 AW
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
47
60
1.7 AW
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
240
310
2.2 AW
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 74
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.07
0.07
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.11
0.11
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.07
0.07
chryseen
mg/kg ds
0.1
0.1
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.07
0.07
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.06
0.06
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.05
0.05
mg/kg ds
0.65
0.65
-
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0021
PCB - 52
mg/kg ds
0.001
0.0030
PCB - 101
mg/kg ds
0.005
0.015
PCB - 118
mg/kg ds
0.002
0.0061
PCB - 138
mg/kg ds
0.016
0.048
PCB - 153
mg/kg ds
0.014
0.042
PCB - 180
mg/kg ds
0.009
0.027
mg/kg ds
0.048
0.14
7.2 AW
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7) Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
x AW
x maal Achtergrondwaarde
-
<= Achtergrondwaarde
N.B.
De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
Pagina 1 van 1
Project
30636-Knollenmanshoek 8
Certificaten
1336521
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.1.0
Toetsdatum: 13 april 2022 10:08
Monsterreferentie
7132641
Monsteromschrijving
M02 403 (35-60) 408 (10-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
2.8
10
Lutum
% (m/m ds)
19.6
25
%
80.3
80.3
Droogrest droge stof
@
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
300
360
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.67
0.88
1.5 AW
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
10
12
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
56
71
1.8 AW
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.59
0.66
4.4 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
130
150
3.1 AW
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
33
39
1.1 AW
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
1000
1200
1.7 I
140
430
720
mg/kg ds
160
570
3.0 AW
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.39
0.39
anthraceen
mg/kg ds
0.18
0.18
fluoranteen
mg/kg ds
0.82
0.82
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.41
0.41
chryseen
mg/kg ds
0.43
0.43
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.27
0.27
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.41
0.41
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.34
0.34
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.29
0.29
mg/kg ds
3.6
3.6
2.4 AW
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0025
PCB - 52
mg/kg ds
0.001
0.0036
PCB - 101
mg/kg ds
0.002
0.0071
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0025
PCB - 138
mg/kg ds
0.006
0.021
PCB - 153
mg/kg ds
0.004
0.014
PCB - 180
mg/kg ds
0.003
0.011
som PCBs (7)
mg/kg ds
0.017
0.062
3.1 AW
0.02
0.51
1
Monsterreferentie
7132642
Monsteromschrijving
M03 404 (30-60) 405 (15-60) AW
T
I
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
7.2
10
Lutum
% (m/m ds)
11.9
25
%
75.1
75.1
Droogrest droge stof
Pagina 1 van 3
@
Pagina 2 van 3 Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
260
450
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
1.5
1.9
3.1 AW
0.6
6.8
920 13
kobalt (Co)
mg/kg ds
9.9
17
1.1 AW
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
69
94
2.3 AW
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.76
0.91
6.1 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
490
600
1.1 I
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
34
54
1.6 AW
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
400
580
1.3 T
140
430
720
mg/kg ds
2000
2800
1.1 T
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
0.07
0.07
fenantreen
mg/kg ds
10
10
anthraceen
mg/kg ds
0.82
0.82
fluoranteen
mg/kg ds
26
26
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
12
12
chryseen
mg/kg ds
9.8
9.8
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
8.4
8.4
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
12
12
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
5.8
5.8
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
4.7
4.7
mg/kg ds
90
90
2.2 I
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00097
PCB - 52
mg/kg ds
0.002
0.0028
PCB - 101
mg/kg ds
0.005
0.0069
PCB - 118
mg/kg ds
0.002
0.0028
PCB - 138
mg/kg ds
0.018
0.025
PCB - 153
mg/kg ds
0.01
0.014
PCB - 180
mg/kg ds
0.007
0.0097
som PCBs (7)
mg/kg ds
0.045
0.062
3.1 AW
0.02
0.51
1
Monsterreferentie
7132643
Monsteromschrijving
M04 403 (60-100) 405 (60-100) 408 (100-150) AW
T
I
920
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
3.5
10
Lutum
% (m/m ds)
22.7
25
%
74.3
74.3
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
140
150
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.39
0.48
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
11
12
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
40
47
1.2 AW
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.19
0.20
1.4 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
54
60
1.2 AW
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
34
36
1.0 AW
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
130
150
1.1 AW
140
430
720
mg/kg ds
440
1300
6.6 AW
190
2595
5000
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Pagina 2 van 3
Pagina 3 van 3 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
fenantreen
mg/kg ds
0.06
< 0.035 0.06
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.13
0.13
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.06
0.06
chryseen
mg/kg ds
0.09
0.09
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.08
0.08
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.06
0.06
mg/kg ds
0.66
0.66
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
PCB - 101
mg/kg ds
0.001
0.0029
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
PCB - 138
mg/kg ds
0.003
0.0086
PCB - 153
mg/kg ds
0.002
0.0057
PCB - 180
mg/kg ds
0.001
0.0029
mg/kg ds
0.009
0.026
Sommaties som PAK (10)
-
1.5
20.75
40
1.3 AW
0.02
0.51
1
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7) Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
xI
> Interventiewaarde
x AW
x maal Achtergrondwaarde
xT
x maal Tussenwaarde
-
<= Achtergrondwaarde
N.B.
De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
Pagina 3 van 3
Project
30636-Knollenmanshoek 8
Certificaten
1336520
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.1.0
Toetsdatum: 12 april 2022 08:07
Monsterreferentie
7132640
Monsteromschrijving
M01 410 (50-100) 411 (50-100) 415 (60-100) 416 (40-60)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
3.5
10
Lutum
% (m/m ds)
2.0
25
%
77.4
77.4
0.0040
Droogrest droge stof
@
Organochloorbestrijdingsmiddelen 2,4-DDD (o,p-DDD)
mg/kg ds
< 0.002
4,4-DDD (p,p-DDD)
mg/kg ds
0.003
0.0086
2,4-DDE (o,p-DDE)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
4,4-DDE (p,p-DDE)
mg/kg ds
0.003
0.0086
2,4-DDT (o,p-DDT)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
4,4-DDT (p,p-DDT)
mg/kg ds
0.003
0.0086
aldrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
dieldrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
endrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
telodrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
isodrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
heptachloor
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
heptachloorepoxide (cis)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
heptachloorepoxide (trans)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
alfa-endosulfan
mg/kg ds
< 0.001
alfa - HCH
mg/kg ds
< 0.001
beta - HCH
mg/kg ds
gamma - HCH (lindaan)
mg/kg ds
delta - HCH
0.32
-
0.0007
2.00035
4
< 0.0020
-
0.0009
2.00045
4
< 0.0020
-
0.001
8.5005
17
< 0.001
< 0.0020
-
0.002
0.801
1.6
< 0.001
< 0.0020
-
0.003
0.6015
1.2
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
@
hexachloorbenzeen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
-
0.0085
1.00425
2
endosulfansulfaat
mg/kg ds
< 0.002
< 0.0040
@
hexachloorbutadieen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
-
0.003
chloordaan (cis)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
chloordaan (trans)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0020
som DDD
mg/kg ds
0.004
0.013
-
0.02
17.01
34
som DDE
mg/kg ds
0.004
0.011
-
0.1
1.2
2.3
som DDT
mg/kg ds
0.004
0.011
-
0.2
0.95
1.7
som drins (3)
mg/kg ds
0.002
< 0.0060
-
0.015
2.0075
4
som c/t heptachloorepoxide
mg/kg ds
0.001
< 0.0040
-
0.002
2.001
4
som chloordaan
mg/kg ds
0.001
< 0.0040
-
0.002
2.001
4
som OCBs (landbodem)