CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldingsnotitie Heeswijk109A Montfoort 07-04-2023

Raadsvergadering 3 juni 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Heeswijk 109A Montfoort en bijbehorend landschappelijk inrichtingsplan2.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie Oudewater, Referentie: Project:

07-04-2023 21005 Heeswijk 109A te Montfoort

Inleiding - milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is volgens het Besluit m.e.r. kan het schema in figuur 1.1. gebruikt worden. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.

Figuur 1.1: schema m.e.r. beoordelingsplicht Kenniscentrum InfoMill

Sinds de implementatie van de gewijzigde m.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Voorliggende vormvrije aanmeldingsnotitie geeft aan waarom een milieueffectrapportage voor de ontwikkeling aan Heeswijk 109 te Montfoort, niet benodigd is.

1.2 Het plan De bebouwing op de percelen bestaat uit een bedrijfshal (bestemming: ‘bedrijf’) ten behoeve van opslag voor bouwbedrijf Hendrikx en Spruit B.V. Het bestaande bedrijfspand is gebouwd in 1992. Het vigerende bestemmingsplan schrijft voor de bestemming ‘bedrijf’, een maximum goot/bouw hoogte voor van maximaal negen meter. Het overige gedeelte van het terrein is bestraat met klinkers en wordt gebruikt als parkeerplaats. De bestaande bedrijfshal op het perceel zal worden gesloopt en één nieuwe woning worden gerealiseerd. Hierbij wordt de bestaande fundering van de bedrijfshal gehandhaafd en de bestaande funderingspalen worden niet getrokken. In de nieuwe situatie zal er een woning worden gerealiseerd ter plaatse van de huidige bedrijfshal. Het nieuwe voorgestelde bestemmingsvlak wonen volgt de contour van de bedrijfshal. Er wordt een nieuwe woning gerealiseerd binnen deze contour. De bestaande begane grond vloer van de bedrijfshal zal worden gehandhaafd buiten de contour van de nieuw te bouwen woning. Het overige gedeelte van het perceel rondom het bouwvlak zal worden bestemd als ‘tuin’ (Heeswijk / zijde). De bedrijfsbestemming op het desbetreffende perceel zal te komen vervallen. De contour van het bestemmingsvlak ‘wonen’ voor Heeswijk 109 zal de contour volgen van de te slopen bebouwing.

De dubbelbestemming ‘Leiding – gas’ aan de zuidzijde van het perceel blijft gehandhaafd. Daarnaast bevat het gehele perceel de dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Aan noord zijde van het perceel langs ‘De IJssel’ is een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ zone aangegeven. Een gedeelte van de bestaande bebouwing valt in de deze waterkeringszone. Het college B&W hebben in hun vergadering van 10 september 2019 besloten om medewerking te verlenen aan de omzetting van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. Naar aanleiding van de aard van het plan wordt het voorliggende plan op grond van Wro als herziening van het bestemmingsplan (postzegelbestemmingsplan) aangevraagd. Onderdeel van de procedure is het aanleveren van een bijbehorende ruimtelijke onderbouwing, hierbij zijn verschillende milieu aspecten onderzocht en onderbouwd. De ontwikkeling kan worden aangemerkt als een activiteit die valt onder categorie D11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r., te weten: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De activiteit valt ruim onder de drempelwaarden aangegeven in kolom 2: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten dient te worden gemotiveerd waarom geen m.e.r. noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken: - kenmerken van het project - plaats van het project - kenmerken van het potentiële effect.

1.3 Kenmerken van het project Hieronder staan de kenmerken toegelicht, die volgens de EU richtlijnen m.e.r. in het bijzonder in overweging moeten worden genomen voor het project. Omvang van het project Op de huidige locatie met de enkelbestemming bedrijf (aanduiding milieucategorie t/m 3.1) is nu een bedrijfsloods aanwezig van ongeveer 515m2. In de nieuwe situatie zal de bedrijfsloods worden gesloopt en één nieuwe woning worden gerealiseerd met een bijbehorende bestemming wonen. Gezien de reductie van het bebouwd oppervlak en de genoemde drempelwaarden (een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat) genoemd in de bijlagen van het besluit m.e.r. kan de omvang van het project als gering worden beschouwd. De omvang van het project is geen aanleiding om belangrijke milieugevolgen te verwachten. Cumulatie van andere projecten Het project maakt geen deel uit van andere naast gelegen projecten en staat op zichzelf. Van relevante cumulatie is geen sprake. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. De woningen worden niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en worden ten minste energieneutraal gerealiseerd (BENG norm).

Het plan bevat een doordachte groeninrichting, er wordt meer groen toegevoegd in het erfinrichtingsplan. Doordat het bebouwd oppervlak en erfverharding wordt gereduceerd zal de waterinfiltratie van de ondergrond worden verbeterd. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van één woning geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een milieueffectrapportage dient te worden opgesteld. Productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van het bouwplan en de toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik van de woning. De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Verontreiniging en hinder Bij één woning is geen sprake van een vergunning plichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is.

Risico van ongevallen en voor de gezondheid De realisatie en in gebruik nemen van één woning betreft geen risicovolle inrichting. Er liggen daarnaast geen risicovolle inrichtingen in de directe nabijheid van het plangebied. 1.4 Plaats van het project Bestaand grondgebruik Het desbetreffende perceel is in de bestaande situatie aangeduid met de bestemming enkelbestemming ‘bedrijf’. Op het perceel bevind zich op dit moment een bedrijfshal met een bebouwd oppervlak van 515m2. De planlocatie ligt aan de Provincialeweg N228, een bebouwingstrook aan de oostelijke entree van Montfoort. Deze bebouwingsstrook kenmerkt zich door zeer diverse bebouwing, zowel in functie, oriëntatie als omvang. Woningen met bijbehorende erfbebouwing in verschillende omvang en hoogte worden hier afgewisseld door kleine en grote bedrijfsgebouwen waarin uiteenlopende activiteiten plaatsvinden. Aan de noordzijde bevind zich de watergang de Hollandsche IJssel. De bebouwingstrook wordt ontsloten via de Provincialeweg N228. Gezien de ruime afstanden tot de omliggende bebouwing is de locatie zeer geschikt als bedrijfslocatie. Het bestaande grondgebruik levert geen bijzonderheden op in het kader van potentiële effecten op het milieu.

Relatieve rijkdom en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen in het gebied De locatie heeft geen bestemming als waterwingebied en wordt evenmin benut voor het gebruik van andere natuurlijke hulpbronnen. Ecologisch adviesbureau Watersnip heeft ecologisch onderzoek verricht en geconcludeerd dat de nieuwe planontwikkeling geen ecologische waarden raakt. Er zijn op dit moment geen bomen en struiken en in het plangebied daarnaast zijn geen nesten van fauna aangetroffen die verstoord kunnen worden. Opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met bijzondere aandacht voor gevoelige gebieden Het plangebied zelf vormt geen onderdeel van bijzondere, te beschermen gebieden. De plaats van het project ligt aan de provinciale weg N228 in het buitengebied van Montfoort en wordt niet gekenmerkt met een hoge bevolkingsdichtheid. Aan dit gedeelte van de N228 (Heeswijk) bevinden zich voornamelijk particuliere woningen en bedrijven. Verder wordt in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’ , het plangebied niet aangemerkt als landschappelijk cultureel waardevol gebied. In de boorstaten van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek19 is gebleken dat op de locatie van de nieuw te bouwen woning zich recente ophogingspakketten bevinden. Daarnaast wordt de nieuwe woning ter plekke van het huidige bedrijfspand gebouwd, waarvan de fundering tot 80 cm -mv reikt.

De geplande verstoringen (90 cm-mv). Op de oude kaarten is geen historische bebouwing aanwezig en is het plangebied gelegen in de uiterwaarde van de Hollandse IJssel. Een uiterwaarde staat periodiek onderwater. Hierdoor neemt de verwachting voor archeologische resten voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd af. Naar verwachting zullen er geen archeologische relevante lagen worden verstoord. Archeologische waarden zijn door voorgenomen ontwikkeling niet in geding. Voor de volledige onderbouwing, zie ruimtelijke onderbouwing paragraaf 4.5 archeologie en cultuurhistorie.

Het plangebied aan de Heeswijk 109 maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of een bijzonder provinciaal natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, ‘Uiterwaarden Lek’, bevindt zich op een afstand van circa 8 km ten westen van het plangebied. Het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & de Haeck’ bevindt zich op 13,8 km van het plangebied. Er zal een stikstof toename optreden door de voorgestelde ontwikkeling. Maar de hoeveelheid stikstof depositie tijdens bouw- en gebruiksfase van voorliggend plan valt binnen de wettelijke normen. Voor de volledige onderbouwing, zie ruimtelijke onderbouwing paragraaf 4.4 ecologie. Op verzoek van de gemeente Montfoort is er een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. In het landschappelijk inrichtingsplan ontstaat meer ruimte voor groen door de sloop van verharding en het aanbrengen van bomen zodat de waterinfiltratie van de bodem wordt verbeterd. Verder zal er een groen haag worden gerealiseerd als erfafscheiding tussen Heeswijk 109 en Heeswijk 113.

1.5 Kenmerken van het potentiële effect Beschouwd worden de potentiële aanzienlijke effecten van het project, in samenhang met de kenmerken en plaats van het project, voor wat betreft: • het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); • het grensoverschrijdende karakter van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Het doel is te bepalen of er omstandigheden zijn die kunnen leiden tot (mogelijk) belangrijke nadelige milieugevolgen. Het project kan potentiële effecten hebben op het vlak van: • De ondergrond (archeologie, bodem, niet-gesprongen explosieven, kabels en leidingen); • Water (waterhuishouding); • Flora en fauna en natuur; • Verkeer en parkeren; • Milieuzonering; • Grijs milieu (wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit) De effecten kunnen zich voordoen tijdens de aanleg en tijdens het gebruik. De mogelijke effecten staan beschreven in hoofdstuk 4 van de ruimtelijke onderbouwing. Kortheidshalve wordt naar de toelichting verwezen. Het blijkt dat er geen sprake is van (mogelijk) belangrijke nadelige milieugevolgen. 1.6 Conclusie Conclusie is dat het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen zal leiden, die nader geanalyseerd en afgewogen dienen te worden. De omvang van het project ligt ver onder de drempelwaarde. Relevante cumulatie is niet aan de orde.

De activiteiten in het plan hebben ook geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Een MER zal geen toegevoegde waarde hebben. De initiatiefnemer verzoekt het bevoegd gezag dan ook om op basis van deze aanmeldnotitie te besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=94f85d00-59e6-45b7-8e4c-a32d09b38e67