969513 BIJLAGE 1 Aangepaste zienswijze nav raadsbesluit
Tekst van het document
Aan U-10 Dhr. Verschuure en Jansen
Uw kenmerk: Zaaknummer: 969513 Onderwerp: Zienswijze concept IRP
Montfoort:
31-05-2021
Geachte heer Verschuure en Jansen,
Met veel interesse hebben wij kennisgenomen van het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (verder IRP), dat thans ter zienswijze voorligt. Wij zijn U erkentelijk dat wij in deze fase van het proces in de gelegenheid worden gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het definitieve IRP aan ons ter besluitvorming wordt aangeboden. Met deze zienswijze geeft de raad richting aan de inhoud van het IRP en aan de vraagstukken die nog geadresseerd moeten worden. Door het college zijn wij op de hoogte gebracht van de informele consultatieronde IRP en zien dat een aantal bezwaren zijn weggenomen, waaronder - de status van het IRP (pag. 9 t.m. 13) - de Maakindustrie in Utrecht-West (pag.23) - de positie van de vitale kernen (pag. 51 t.m. 55) en - de routering en versnelling van buslijnen Lopikerwaard, waar een onderzoek naar zal worden gedaan (pag.127) Wij willen met onze zienswijze aandacht vragen voor de volgende vraagstukken: 1.
Algemeen •
•
Al hoewel wij het voorliggende IRP in hoofdlijnen als positief zien is er nog een weg te gaan waar het gaat om de balans tussen gemeenten en specifiek tussen stadse en plattelandsgemeenten. De gestelde doelen zijn zeer ambitieus en vergen veel van de hele U16. Een van de kernpunt van het programma is het behoud van het groen, daarnaast zijn er ook grote ambities op het gebied van water, natuur, energietransitie en recreatie. Een invulling te geven aan met name deze laatste categorieën zal met name de verantwoordelijkheid zijn van de kleine kernen. Dit vraagt bij deze gemeenten een onevenredig grote inspanning van zowel mankracht (denk aan bv participatie) als financiën. Binnen het IRP is onvoldoende garantie gegeven dat de kleine kernen financieel niet alleen verantwoordelijk gesteld worden om de investeringen te doen die het goed invullen van deze functies vereist. Wij zijn content met het onderschrijven van het gezamenlijke U16 belang voor een toekomstbestendige agrarische sector (pag. 125).
Gemeente Montfoort | Kasteelplein 5 | 3417 JG Montfoort | Postbus 41 | 3417 ZG Montfoort T 0348-476400 | F 0348-474214 | info@montfoort.nl
2.
Landschappelijke waarde • Wij zijn content met het prominent benoemen van de landschappelijke waarden in de regio (het wat), maar hoe dit moet worden vormgegeven en betaald (zie ook pagina 39 en 43 van het IRP) is nog onvoldoende uitgewerkt. • De schaalsprong voor landschap, water en groen (pagina 41 e.v.) is ambitieus. U schrijft dat: De financieringsopgave een gezamenlijke opgave van 16 gemeenten en andere overheden en stakeholders is en dat de regio voor de benodigde investeringen zal samenwerken met Provincie, Gemeenten, het Rijk, Waterschappen, Natuurbeheerders, eigenaren en andere belanghebbenden. • Natuur-inclusieve landbouw is het belangrijkste onderdeel van nieuwe natuur. Dit willen wij expliciet benoemd zien in het IRP. • Voordat er een voorstel wordt gedaan voor nieuwe natuur, moet bij de huidige beheerder worden nagegaan welke activiteiten er nu plaatsvinden om de biodiversiteit te verbeteren. • De 4110 hectare die benoemd wordt in het concept IRP voor nieuwe natuur en recreatie moet als laatste onttrokken worden aan de agrarische sector. Alle ideeën moeten in samenspraak en overleg met de agrarische sector opgepakt worden, zodat er echt een plan is om natuurdoelen te halen en de sector en de natuur er beiden op vooruit kunnen gaan.
Op basis van het onderzoek naar een regionale investeringsagenda (pagina 147) kan een gezamenlijke (financiële) strategie worden gemaakt. Als uit de onderzoeken naar de regionale investeringsagenda en het traject groen groeit mee blijkt dat de ambitie onhaalbaar is het IRP dan bij te stellen.
3.
Woningbouw, werklocaties en mobiliteit • Wij onderschrijven dat de eerste prioriteit in de regio ligt bij het versneld uitvoeren en realiseren van alle reeds harde plannen voor zowel woningbouw als werklocaties (pag. 149), maar hebben zorg over de ov-verbindingen (o.a. Montfoort-Utrecht) en over het gebrek aan aandacht in het IRP voor versterking van de weginfrastructuur. • Wij interpreteren het IRP en het bouwen van 430 woningen (tot 2030) zodanig dat wij bouwen voor (boven) lokale behoefte en werken aan doorstroming voor de (boven) lokale behoefte. • Een belangrijke stakeholder om de woningbouwopgave te realiseren zijn de woningbouwcorporaties. Wij zien de corporaties met uitzondering van pagina 93 (thema energie) nog niet vermeld in het concept IRP. • Woonmilieus zijn geen kader of aanwijzing, maar gemeenten kijken wat passend is (pag. 81). Wij zullen als gemeente bezien welke woonmilieus bij onze lokale behoefte passen. Ook in de landelijke gebieden kan door (economische) veranderingen verbreding van functies en dus van functiemenging sprake zijn. • Het strekken van de OV-lijnen impliceert het laten vervallen van in onze situatie een aantal bushaltes, wij zien dat daardoor de bereikbaarheid van het OV verslechteren terwijl hier een kans ligt om de automobiliteit te verminderen.
• Veel inwoners van Montfoort en Linschoten zijn op de auto aangewezen om zich te kunnen verplaatsen voor hun werk of andere activiteiten. Wij achten het onrealistisch dat dit voor 2040 significant zal verminderen, ondanks inspanningen op het vlak van fiets, OV en deelmobiliteit. Het IRP moet hiervan rekenschap geven door niet uitsluitend aandacht voor OV en fiets te hebben maar ook voor automobiliteit, die overigens steeds duurzamer wordt. Ruimtelijk beleid moet bestaande - en verwachte groei van - automobiliteit ondersteunen en tegelijkertijd de alternatieven verbeteren.
4.
Energie / Klimaat • Het onderdeel energie is in het IRP (pag. 93 e.v.) nog onderbelicht, dit is logisch gezien de nog niet vastgestelde RES (Regionale Energie Strategie). De ambities uit het RES zullen wel moeten stroken (niet verzwaren) in het IRP. • In het IRP geeft u ten aanzien van energie aan dat U voor de aanvullende opgave na 2030 de volgende ontwikkelingen gaat bijhouden: - Mogelijke landelijke ontwikkelingen in de elektriciteitsproductie.
- Mogelijke technieken voor duurzame opwek aanvullend op zon-op-dak, zonnevelden en windmolens. Wij geven U in overweging om dit (na 2030) breder te trekken, immers de markt voor duurzame energietechnieken is sterk in beweging. Voor de langere termijn (2050) kunnen nu nog onbewezen duurzame bronnen of energiedragers een belangrijke rol gaan spelen in onze energiehuishouding. Denk daarbij aan thorium, waterstof, waterkracht, biogas en warmtebronnen als (ultradiepe) geothermie, TEO (thermische energie uit oppervlaktewater), TEA (Thermische energie uit afvalwater) en TED (Thermische energie uit diepte).1 • In het perspectief 4 en 7 (pag.33 en 35) gaat U uit van 2040 terwijl gemeenten met het RAS (Regionale Adaptie Strategie) het jaartal 2050 hebben opgenomen. Het uitgangspunt 2040 lijkt ons (hoe ambitieus ook) te optimistisch en financieel niet haalbaar. Afsluitend: Randvoorwaarde voor realisatie in de 4e fase is de houding van de Provincie Utrecht. Inlichtingen Wellicht heeft u nog vragen of wilt u aanvullende informatie. In dat geval kunt u contact opnemen met F.J. Henseler via 0348-476400 of info@montfoort.nl. Reactiebrief Wilt u zo vriendelijk zijn bij een reactie op deze brief te verwijzen naar ons zaaknummer. Hoogachtend, DE RAAD VAN DE GEMEENTE MONTFOORT
de griffier,
de voorzitter,
drs. M. Lucassen
mr. P.J. van Hartskamp-de Jong
1
Termen afkomstig uit het RES