900268 Bijlage 3.5 Verkennend ecologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Verkennend Ecologisch Onderzoek Beneden Kerkweg 1B Montfoort Concept Uitgave: December 2017
Watersnip-rapport 17A073
Colofon Titel
Verkennend Ecologisch Onderzoek Beneden Kerkweg 1B Montfoort
Status rapport
Concept
Projectnummer
17A073
Datum uitgave
December 2017
Samengesteld door
Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Van der Horst Aanhangwagens BV Beneden Kerkweg 1B 3417 GL Montfoort
Contactpersoon opdrachtgever
dhr. J. Kwakernaak (Arco Architecten)
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ...................................................................................................................... 3
2
TOETSINGSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 EUROPESE RICHTLIJNEN ................................................................................................. 5 2.2 LANDELIJK NATUURBELEID- EN WETGEVING .......................................................................... 5 2.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) ....................................................................... 5 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................... 7 2.2.3 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) ................... 8
3
LOCATIEBESCHRIJVING ................................................................................................ 11 3.1 3.2
4
HUIDIGE SITUATIE ...................................................................................................... 11 PLANNEN ................................................................................................................ 11
RESULTATEN ONDERZOEK ............................................................................................ 13 4.1 METHODE................................................................................................................ 13 4.2 FLORA .................................................................................................................... 13 4.3 FAUNA ................................................................................................................... 13 4.3.1 Vogels ............................................................................................................... 13 4.3.2 Amfibieën........................................................................................................... 14 4.3.3 Reptielen ............................................................................................................ 15 4.3.4 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 15 4.3.5 Vleermuizen ........................................................................................................ 15 4.3.6 Overige soorten ................................................................................................... 16
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................. 19 5.1 5.2
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 19 ALGEMENE ZORGPLICHT............................................................................................... 20
BRONNEN .................................................................................................................... 21
Watersnip Advies
1
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
Watersnip Advies
2
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
1 Inleiding In verband met een bestemmingsplanwijziging op het plangebied aan de Beneden Kerkweg 1B te Montfoort dient een ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het plangebied wordt opnieuw ingedeeld en er wordt ruimte gemaakt voor de nieuwbouw van een woning. Er wordt geen bebouwing afgebroken. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: - Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming). Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; - Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing Wet Natuurbescherming); - Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toetsing Natuurnetwerk Nederland, Toepassing Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028).
Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In december 2017 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkomen van schade.
Watersnip Advies
3
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
Watersnip Advies
4
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
2
Toetsingskader
2.1 Europese richtlijnen Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017.
2.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving 2.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort.
In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten “Vogelrichtlijn (wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn” (wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime “andere soorten” (wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het
Watersnip Advies
5
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Door het nemen van (mitigerende) maatregelen kan een ontheffingsaanvraag in de meeste gevallen voorkomen worden. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 1). Deze mitigerende maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige. Ook het integreren van ecologische maatregelen in onderdelen van het plan met het oog op consolideren van het leefgebied voor populaties kan een ontheffingsaanvraag voorkomen.
Figuur 1: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)
In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die
Watersnip Advies
6
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten.
Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Binnen een straal van 10 kilometer van het plangebied zijn geen Natura2000-gebieden aanwezig. De geplande werkzaamheden zullen daarom geen schade veroorzaken aan Natura2000-gebieden. Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Montfoort. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland in de wet benoemd als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven verkleind wordt. De NNN bestaat uit: - Natura 2000 gebieden; - bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; - gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; - grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee.
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Watersnip Advies
7
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van NNN-gebied (zie figuur 2). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de herinrichting van het plangebied en de bouw van een woning zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.
Figuur 2: Liggen van het plangebied(rode contour) t.o.v. NNN-gebieden (bron:ruimtelijkeplannen.provincieutrecht.nl, kaart 7)
2.2.3 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. De Structuurvisie geeft op regionaal niveau invulling aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. In 2016 heeft een herijking van deze Structuurvisie plaatsgevonden. Het ruimtelijk beleid van de Provincie is gericht op drie pijlers: Een duurzame leefomgeving Vitale dorpen en steden Landelijk gebied met kwaliteit
Watersnip Advies
8
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
Uitgangspunten voor het Landelijk gebied met kwaliteit zijn: 1. Uitnodigende zones die stad en land verbinden en bijdragen aan de kwaliteit van het binnenstedelijk leefmilieu. 2. Behouden en versterken van de kernkwaliteiten van het landschap en behoud van aardkundige waarden. 3. Behouden en ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van natuurgebieden. 4. Een economisch vitale en duurzame landbouwsector. 5. Behouden en ontwikkelen van de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding (recreatie en toerisme). 6. Behouden van gebieden waar rust en stilte kan worden ervaren. NB: Het ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 dient na de herijking nog vastgesteld te worden. Met de geconsolideerde versie kan de structuurvisie van 2013, inclusief de vastgestelde wijzigingen (1e partiele herziening d.d. 10 maart en 2e partiele herziening d.d. november 2014), voortaan in één document geraadpleegd worden. De originele versies van de structuurvisie en de herzieningen blijven tot aan de vaststelling van de herijkte versie beschikbaar voor juridische kwesties. Het Natuurnetwerk Nederland (EHS) is reeds in hoofdstuk 2.2.3 ter sprake geweest. Er liggen ook natuurwaarden buiten de EHS en de groene contour. Deze dragen veelal bij aan de essentiële gebiedskenmerken en aan de regionale biodiversiteit en dienen daarom behouden te blijven.
Op de kaart ‘Natuur’ van de Provincie Utrecht (zie figuur 2) zijn de gebieden aangegeven waar zich de belangrijkste natuurwaarden buiten de EHS en de groene contour bevinden. Een specifieke categorie van natuurwaarden buiten de EHS zijn weidevogel-kerngebieden. Weidevogels zijn karakteristiek in het traditioneel open (veen)weidelandschap. Om de weidevogels en het cultuurlandschap waarin zij verblijven te behouden, beschermt de Provincie deze landschappen tegen inbreuken op de openheid en verkavelingsstructuur. Toetsing Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie Het plangebied ligt buiten de gebieden die op de kaart ‘Natuur’ van de Provincie Utrecht aangegeven zijn als gebied met belangrijke natuurwaarden (zie figuur 3). Er zal daarom geen schade ontstaan door de geplande plannen.
Watersnip Advies
9
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
Figuur 3: Ligging gebieden met natuurwaarden t.o.v. plangebied (rode contour)
Watersnip Advies
10
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
3 Locatiebeschrijving 3.1 Huidige situatie Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 124,450. Het plangebied bestaat uit drie delen (zie figuur 5): Deel één is het bestaande bedrijfspand van Van der Horst Aanhangwagens B.V. met daar omheen de stalling van aanhangers op verhard terrein. Dit deel van het plangebied blijft ongemoeid. Deel twee bestaat uit een kaal, braakliggend terrein dat momenteel gebruikt wordt als extra opslagruimte. Hier staat een tweetal kleine schuren. Deel drie bestaat uit een paardenbak met een kruidachtige vegetatie. 124 Het eerste en tweede deel van het plangebied Figuur 4: Plangebied (rode contour) worden van elkaar gescheiden door een coniferenhaag. Aan de oost- en zuidkant van het tweede deel van het plangebied loopt een haag met verschillende soorten struiken. Aan de noord- en westkant wordt het plangebied begrensd door een sloot. aan de oostkant door de Beneden Kerkweg en het aangrenzende buurperceel en aan de zuidkant door een paardenweide.
3.2 Plannen Het eerste deel van het plangebied blijft behouden. Het terrein met de aanhangers wordt vergroot, zodat er meer opslagruimte ontstaat. Deze opslagruimte zal in het tweede deel van het plangebied gerealiseerd worden. Op het derde deel van het plangebied wordt een woning gebouwd. Voor de ruimtelijke ingreep wordt geen water gedempt.
Watersnip Advies
11
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
1.
2.
3.
Figuur 5: Nieuwe situatie binnen het plangebied (tekening Arco Architecten)
Watersnip Advies
12
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
4 Resultaten onderzoek 4.1 Methode Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke (streng) beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op vrijdag 1 december 2017 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is tijdens de inventarisatie een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen.
4.2 Flora Tussen het eerste en tweede deel van het plangebied staat een hoge coniferenhaag. Aan de oost- en zuidkant van deel twee staat een haag met o.m. Sleedoorn, Meidoorn, Veldesdoorn, Liguster en Es. Op dit deel staan ook enkele solitaire veldesdoorns. Deel drie, de paardenbak, bestaat uit een kruidenrijk grasveld met Hoornbloem, Madelief, Veldkers, paardenbloem, Kruipende boterbloem, Hondsdraf en Grote brandnetel. Langs de zeer smalle, ondiepe sloot, met een hoge, steile oever, staat veel riet. Er zijn geen waterplanten aangetroffen. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.
4.3 Fauna 4.3.1 Vogels Figuur 6: Kruidenrijk grasland Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals, Kauw, Pimpelmees, Koolmees en Ekster. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Er zijn geen broedende vogels aangetroffen, omdat de inventarisatie buiten het broedseizoen is uitgevoerd. De aanwezige vegetatie binnen het plangebied is wel geschikt als broedlocatie voor vogels.
Watersnip Advies
13
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Voor de Gierzwaluw en Huismus is het plangebied niet geschikt als broedlocatie. Er staan alleen twee houten schuurtjes. Deze zijn niet geschikt als broedlocatie voor Gierzwaluw en Huismus. De aanwezigheid van broedlocaties voor deze vogelsoorten kan worden uitgesloten. De coniferenhaag is geschikt als broed- of roestlocatie voor verschillende uilensoorten. Er zijn echter geen sporen aangetroffen, in de vorm van uitwerpselen en braakballen die wijzen op de aanwezigheid van uilen. De aanwezigheid van uilen binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Het plangebied is te beperkt van omvang om als leef- en jachtgebied te dienen voor roofvogels. Daarnaast vindt er te veel bedrijvigheid plaats binnen het plangebied, wat voor verstoring zorgt. Andere jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen wnb-andere soorten) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Voor deze soorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming een algemene vrijstelling in de provincie Utrecht.
Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en de Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De Heikikker komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiepe zure (pH 4 – 5,5) wateren met oevervegetatie. Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predators. Het plangebied voldoet niet aan de eisen die deze soort stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Heikikker binnen het plangebied kan hiermee worden uitgesloten. De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Voor de voortplanting is de Rugstreeppad afhankelijk van ondiepe wateren, die vrij snel opwarmen. Vaak wordt gebruik gemaakt van tijdelijke poeltjes of plassen. Binnen het plangebied is geen geschikt voortplantingsbiotoop voor de Rugstreeppad
Figuur 7 en 8: De aanwezige loofhaag- en coniferenhaag Watersnip Advies
14
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
aangetroffen. Ondiepe plassen en/of poelen ontbreken binnen het plangebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen voor de voortplanting of overwintering. Overwintering vindt plaats in bijv. hopen zand of in stapels stenen. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Het plangebied is in zijn huidige staat, ongeschikt als voortplantings- en overwinteringsgebied. Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden en er voor langere tijd grond/zand onbewerkt blijft liggen kan het plangebied wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied. Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere beschermde amfibieën verwacht. 4.3.3 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat er ook geen beschermde reptielen voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Op basis van het aanwezige biotoop worden er ook geen beschermde reptielen verwacht binnen het plangebied. 4.3.4 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere beschermde zoogdieren voorkomen in de omgeving van het plangebied, namelijk Bosmuis, Bunzing, Egel, Haas, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Veldmuis (0-1km) en Aardmuis, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Hermelijn en Vos (1-5km).
Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Utrecht. Tevens blijkt uit de bureaustudie dat de beschermde Waterspitsmuis (wnb-anders soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Waterspitsmuis komt voor langs schone, niet te voedselrijke sloten met een goede watervegetatie en ruige oevers. De Waterspitsmuis is zeer verstoringsgevoelig en kan zich letterlijk doodschrikken van een hard geluid. En heeft daarnaast een zeer beperkte actieradius van 30 tot 160 meter. In de sloot zijn geen waterplanten aanwezig. Daarnaast is er een zeer grote drooglegging, met hoge oevers, die het voor de Waterspitsmuis moeilijk maakt makkelijk in het uit het water te komen als hij aan het jagen is. Dit maakt de sloot in het plangebied ongeschikt als leefgebied voor de Waterspitsmuis. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor andere beschermde zoogdieren. Deze worden hier derhalve niet verwacht.
4.3.5 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende streng beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis (0-1km), Gewone grootoorvleermuis, Rosse vleermuis en Tweekleurige vleermuis(1-5km).
Watersnip Advies
15
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Er zijn binnen het plangebied geen gebouwen aanwezig die geschikt zijn als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. De wanden van de bedrijfsbebouwing (die behouden blijft) zijn van metalen platen en niet geschikt als verblijfplaats. De houten enkelwandige schuren zijn evenmin geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De haag met o.m. Sleedoorn, Meidoorn, Veldesdoorn zijn niet geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. De solitaire veldesdoorns zijn evenmin geschikt, ze vertonen geen scheuren en holtes in de bast waar Figuur 9: Een van de houten schuren binnen het plangebied vleermuizen tussen kunnen gaan zitten. De coniferenhaag is ook niet geschikt als verblijfplaats. Vleermuizen hebben een vrije invliegroute nodig naar holtes en scheuren die zich in de stam van bijv. een grote boom bevinden. Bij de coniferenhaag is dit niet aanwezig. Ze zijn tot laag bij de grond vertakt. Daarnaast hebben de coniferen een diameter van ongeveer 15-20cm. Dit is te beperkt voor een geschikte holte als verblijfplaats.
De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kan, binnen het plangebied, worden uitgesloten. De aanwezige vegetatie rond het tweede deel van het plangebied, de loofhaag en de coniferenhaag is wel geschikt als foerageergebied voor verschillende vleermuissoorten. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. In de directe omgeving van het plangebied is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van hagen en hoge bomen. Daarnaast zal het tweede deel van het plangebied voorzien worden van een groene afscheiding die ook weer dienst kan doen als foerageergebied voor vleermuizen. De geplande werkzaamheden zullen daarom geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige populaties vleermuizen. 4.3.6 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde libelsoort Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) en de beschermde waterslak Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomen in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Groene glazenmaker is voor zijn voortplanting afhankelijk van de waterplant Krabbenscheer. In de aanwezige sloot is geen Krabbenscheer aangetroffen.
De sloot is door zijn beperkte omvang ook niet geschikt als leefgebied voor de Groene glazenmaker. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Platte schijfhoren komt voor in helder water met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. In de aanwezige sloot is geen watervegetatie aangetroffen. Hierdoor is Watersnip Advies
16
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
de sloot ongeschikt als leefgebied voor de Platte schijfhoren. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht.
Watersnip Advies
17
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
Watersnip Advies
18
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de (streng) beschermde soorten binnen het plangebied.
5.1 Conclusies en aanbevelingen Het plangebied heeft geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura2000, NNN-gebieden of ecologische verbindingszones). Voor een deel van de beschermde soorten (Bastaardkikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad, Kleine watersalamander Bosmuis, Bunzing, Egel, Haas, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Veldmuis, Aardmuis, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Hermelijn en Vos) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Utrecht. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. De veldinventarisatie heeft plaatsgevonden buiten het broedseizoen. Er zijn daarom geen broedende vogels aangetroffen. Het plangebied is ongeschikt voor jaarrond beschermde nesten van Gierzwaluw en Huismus door de afwezigheid van geschikte bebouwing. De coniferenhaag kan geschikt zijn als nest- en roestlocatie van verschillende uilensoorten. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden (uitwerpselen, braakballen) die wijzen op de aanwezigheid van uilen. Het plangebied is te beperkt van omvang om geschikt te zijn als leefgebied voor roofvogels. De aanwezige bedrijvigheid zorgt ook voor verstoring.
Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en de Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Het plangebied voldoet niet aan de eisen die de Heikikker stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Het huidige plangebied is niet geschikt als voortplantings- en/of overwinteringsgebied voor de Rugstreeppad. Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied.
Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad zijn eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang grond
Watersnip Advies
19
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat er geen beschermde reptielen voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Op basis van het aanwezige biotoop worden er ook geen beschermde reptielen verwacht binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). De aanwezige sloot binnen het plangebied voldoet niet aan de eisen die de Waterspitsmuis stelt aan zijn leefgebied door het ontbreken van watervegetatie. De aanwezigheid van de Waterspitsmuis kan door de afwezigheid van geschikt leefgebied worden uitgesloten. Uit de bureaustudie blijkt dat verschillende streng beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis (0-1km), Gewone grootoorvleermuis, Rosse vleermuis en Tweekleurige vleermuis(1-5km). Binnen het plangebied is geen geschikte bebouwing aanwezig voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Ook voor boombewonende vleermuissoorten zijn er geen geschikte bomen aanwezig. De solitaire bomen en de coniferenhaag heeft geen holtes en invliegmogelijkheden die geschikt zijn voor deze vleermuissoorten.
De loofhaag en coniferenhaag is wel geschikt als foerageergebied voor verschillende vleermuissoorten. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Dit is hier niet aan de orde, er is in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De geplande werkzaamheden zullen daarom geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige populaties vleermuizen. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde libelsoort Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) en de beschermde waterslak Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomen in de omgeving van het plangebied (1-5km). Voor beide soorten geldt dat er geen geschikt leefgebied aanwezig is binnen het plangebied. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
5.2 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Geadviseerd wordt om, indien mogelijk, een deel van de aanwezige coniferen- en loofhaag te behouden. Dit zorgt meteen voor een groene afscheiding en biedt nest- en foerageergelegenheid voor vogels en vleermuizen.
Watersnip Advies
20
17A073 VEO Beneden Kerkweg Montfoort
6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Utrecht, 1:25.000, Landsmeer, 2016 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 4 oktober 2016 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2013. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. 6. ‘NDFF - quickscanhulp.nl 30-11-2017 16:30:23' Geraadpleegde internetsites: 7. www.rijksoverheid.nl 8. www.bij12.nl 9. www.rvo.nl 10. www.ravon.nl 11. www.vleermuis.net 12. www.zoogdiervereniging.nl 13. www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/provinciale-0/ 14. webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart 15. waarneming.nl
Watersnip Advies
21
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info