20220330 - Regionale rapportage COVID-19.pdf
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 30 maart 2022
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 12 2.1
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN ...................................................................................................................................................... 9 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 11 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 11
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 12
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 12 3.1 3.2 3.3 3.4
LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 12 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 13 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 13 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 14
BIJLAGE 1: COVID MONITOR .......................................................................................................................... 15
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Hierdoor wordt een veilige en efficiënte zorgverlening gewaarborgd en blijft de zorg beheersbaar. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 12 222.366 COVID-19 besmettingen gemeld (op datum zoals gepubliceerd door RIVM), het aantal besmettingen is gedaald met 29% ten opzichte van week 11 (313.318 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM) (Figuur 1).
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 14 februari 2022. Peildatum: 29 maart 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.
Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 12 gedaald naar 20.438 ten opzichte van 27.562 in week 11 (Figuur 2). Dit is een afname van 25,9%, wat een mindere sterkere daling is dan landelijk wordt gezien. Sinds het begin van pandemie zijn in totaal 635.745 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht (peildatum: 30 maart 2022, 08:40 uur).
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 30 maart 2022, 08:40 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 3 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Eind december, toen de omikronvariant dominant werd, was een sterke stijging te zien in het aantal besmettingen. Deze stijging was deels te verklaren door de hoge besmettelijkheid en de snelle besmettingscyclus die kenmerkend is voor deze variant. Begin februari was er een daling zichtbaar in het aantal besmettingen, gevolgd door een stijging wat verklaard kan worden door de voorjaarvakantie en de versoepelingen. In week 11 was er weer een daling zichtbaar die ook afgelopen week door lijkt te zetten.
4
Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum: 30 maart 2022, 08:40 uur.
Vroegsignalering In Figuur 4 is het aantal virusdeeltjes in het landelijke rioolwater zichtbaar. Deze vroegsignalering van de rioolwatersurveillance is een tijdje stabiel hoog gebleven en laat momenteel een daling zien. Het aantal virusdeeltjes lijkt sinds een paar dagen te stabiliseren. Dit kan wijzen op een stabilisatie in het aantal nieuwe besmettingen. Bijna hetzelfde beeld is zichtbaar in Figuur 5, waar het aantal virusdeeltjes in het rioolwater van veiligheidsregio Utrecht zichtbaar is. In de regio is de daling vergeleken met die van landelijk steiler. Het gemiddeld aantal virusdeeltjes regionaal ligt lager dan landelijk.
Figuur 4. Landelijk gemiddeld aantal virusdeeltjes per 100.000 inwoners door de tijd heen. Peildatum: 29 maart 2022. Bron: RIVM.
Figuur 5. Regionaal gemiddeld aantal virusdeeltjes per 100.000 inwoners door de tijd heen. Peildatum: 29 maart 2022. Bron: RIVM.
Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 10 van 2022 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren. Het RIVM heeft halverwege februari naar buiten gebracht dat omikronvariant BA.2 dominant is in Nederland. 5
Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 8 t/m week 10 in 2022 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 10 is nog niet compleet. Peildatum: 29 maart 2022. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). * De aantallen van BA.1, BA2 en BA3 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de omikronvariant (B.1.1.529).
Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Vanaf begin november worden steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griep- en andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM]. In deze monsters wordt sinds week 8 een toename van het percentage monsters positief voor influenzavirus type A gevonden. In week 12 stijgt dit vindpercentage verder door naar 12,9%. Het beeld wijkt wat af van het landelijke beeld van de circulatie van influenzavirus gemonitord met de lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten. Daar wordt een hoger percentage positief gevonden of een steile stijging in aantal detecties sinds week 8, respectievelijk. Dit komt waarschijnlijk door de invloed van het veelvuldige gebruik van zelftesten voordat naar een GGD teststraat wordt gegaan. Momenteel is het advies nog om na een positieve zelftest een afspraak te maken bij de GGD om de uitslag te laten bevestigen. Hierdoor is het aandeel personen dat positief test voor SARS-CoV-2 hoger in de teststraten dan in de andere surveillancebronnen.
Daarnaast zullen symptomatische personen met een negatieve zelftest minder geneigd zijn om zich in de GGD teststraat te laten testen, terwijl zij misschien wel influenza hebben en daardoor minder vaak in deze aanvullende surveillance van luchtwegvirussen worden getest.
Bron grafiek: Door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en het Diakonessenhuis Utrecht steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getallen boven balken zijn de totaal aantal geteste monsters.
6
Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 14 maart 2022 rond de 0.82 geschat door het RIVM (Figuur 6). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen van recente dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.
Figuur 6. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 29 maart 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.
Figuur 7 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 1.380 besmettingen per 100.000 inwoners in week 12 staat regio Utrecht in de top 7 van de veiligheidsregio’s met het hoogst aantal besmettingen. Veiligheidsregio Drenthe is de regio met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners, Brabant-Noord zit momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners. Afgelopen week is het aantal positieven voornamelijk het hoogst in gemeentes in het noorden/oosten van Nederland.
Figuur 7. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 22 maart 2022 t/m 29 maart 2022 10:00 uur. Peildatum: 29 maart 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.
7
Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio In Figuur 8 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners, in de laatste vier weken, weergegeven per gemeente van regio Utrecht. In bijna alle gemeenten is een (lichte) daling te zien in week 12 ten opzichte van een week eerder in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners. De gemeente Renswoude laat een stabilisatie zien.
Figuur 8. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 28 februari t/m 27 maart 2022. Peildatum: 30 maart 2022, 09:20 uur.
Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 9 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 10 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang, basisschool, voortgezet onderwijs onderbouw, voortgezet onderwijs bovenbouw en jongvolwassenen. In week 12 is het absolute aantal besmettingen in alle leeftijdsgroepen gedaald. Het grootste aandeel besmettingen komt voor in de leeftijdscategorie 20 tot 39 jaar. Onder jongeren is het aandeel besmettingen het hoogst in de studentenleeftijd (19 tot 27 jaar).
Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 9 t/m 12 van 2022. Peildatum: 30 maart 2022, 09:20 uur.
Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 9 t/m 12 van 2022 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 30 maart 2022, 09:20 uur.
8
In Figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 28 februari t/m 27 maart 2022. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners van de afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroep 20 tot 39 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroepen 40 tot 59 jaar en 60 tot 79 jaar.
Figuur 11. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep (met uitsplitsing 0-19, 20-39, 40-59, 60-79 en 80+) per 100.000 inwoners, periode 28 februari t/m 27 maart 2022. Peildatum: 30 maart 2022, 10:20 uur.
1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 12 toont het aantal testen dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. In week 12 zijn 29.941 testen afgenomen. Dit is een daling van 24,7% ten opzichte van week 11 (39.782 testen). De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari 2021 zijn in Figuur 13 weergeven.
Figuur 12. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021 en 2022. Peildatum: 30 maart 2022, 10:30 uur.
9
Figuur 13. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari 2021. Peildatum: 30 maart 2022, 10:30 uur.
Vindpercentage per week In regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen van het totale aantal afgenomen testen) licht gedaald van 63,6% in week 11 naar 62,9% in week 12. Het hoge vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal bevestigingstesten (confirmatietesten). Het aandeel confirmatietesten is op landelijk niveau te zien in Figuur 14. Het aantal confirmatietesten is afgelopen week, net als het totaal aantal testen, gedaald. Het aandeel confirmatietesten van totaal aantal afgenomen testen is gelijk gebleven. Landelijk is het vindpercentage licht gedaald van 66,2% in week 11 naar 65,4% in week 12 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt onder het landelijk gemiddelde.
Figuur 14. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 29 maart 2022, 10.00 uur. Bron: RIVM.
10
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties De boosterprik kan op 5 grote locaties en nu ook op 26 dichtbijlocaties in regio Utrecht worden gehaald. Een actueel overzicht van de locaties is hier te vinden. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari 2021 t/m 27 maart 2022 zijn 2.351.302 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, waarvan 652.250 boostervaccinaties, 10.588 derde prikken en 61.263 herhaalprikken. Er is momenteel een stabilisatie zichtbaar in het aantal gezette boostervaccinaties en herhaalprikken per week (Figuur 15). De stabilisatie van de boostervaccinaties en herhaalprikken kan deels worden verklaard door het reeds vaccineren van inwoners die een booster wilden ontvangen en door een groot aantal inwoners met een recente COVID19 infectie.
Figuur 15. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, booster vaccinatie en herhaalprik. Peildatum: 30 maart 2022, 10:40 uur.
1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 27 maart 2022 1.586 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden. Het aantal overleden personen aan een COVID-19 besmetting per gemeente is te zien in Figuur 16. Voor zover bekend bij het RIVM zijn landelijk in de periode 22 maart 2022 10.01 uur t/m 29 maart 2022 10.00 uur 104 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn er vijf overlijdens gemeld bij GGDrU. Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.
11
Figuur 16. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 30 maart 2022, 10:40 uur.
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19, uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en, is weergeven in Figuur 17. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen dagen afneemt.
Figuur 17. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 14 februari 2022, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 29 maart 2022, 10:00 uur.
3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Landelijk geldt fase 2B (conform opschalingsplan COVID-19): een (grote of ongelijke) druk op de ziekenhuiszorg (incl. spoedeisende hulp) in één, meerdere of alle (ROAZ-) regio’s, waardoor de zorgcontinuïteit in gevaar kan komen. Een van de grote uitdagingen is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatiemaatregelen. Het gemiddelde ziekteverzuim in de ziekenhuizen ligt vanaf half januari tussen de 10 en 12%, na 3 maanden is dit gezakt tot net onder de 10%. De overige planbare zorg, in klasse 4 en 5 (geen permanente gezondheidsschade dan wel verlies van levensjaren bij uitstel te verwachten), is deels geannuleerd.
12
Figuur 18. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron: NICE. Peildatum: 29 maart 2022, 10:00 uur.
Inschaling Landelijk waren er gemiddeld 237 ziekenhuisopnames per dag over de periode van 18 tot 24 maart 2022. Er liggen nu 1.933 mensen met COVID-19 in het ziekenhuis (exclusief IC). Er waren gemiddeld 18 IC-opnames per dag over de periode van 19 tot 25 maart 2022. In totaal liggen nu 123 mensen met COVID-19 op een intensive care-afdeling (Bron: Coronadashboard Rijksoverheid). 3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind januari 2022 opnieuw toe. Na een afname vanaf eind november 2021. Dit beperkt zich vervolgens tot lichte schommelingen in aantallen en zijn er geen extreme stijgingen of dalingen zichtbaar. De bezetting in de klinieken volgt deze lijn. De IC instroom is stabiel; de bezetting op de IC blijft beperkt en er liggen nog slechts enkele COVID-19 patiënten op de IC (Figuur 19).
Figuur 19. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 30 maart 2022, 11:20 uur.
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is oranje (Figuur 20).
13
Figuur 20. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021
3.4 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Het huidige (29 maart 2022) aantal beschikbare bedden is 19 waarvan er 8 zijn bezet (Figuur 21).
Figuur 21. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 30 maart 2022, 11:20 uur. Bron: de GHOR.
14
Bijlage 1: Covid Monitor
15
16