CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-03-02 Regionale rapportage COVID-19, GGDrU.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Ingekomen stukken gepubliceerd bij de raadsvergadering van 11 april jl. incl RIB4.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 2 maart 2022

Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 19 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 12 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 13 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 18

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 19 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 20

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 21 3.1 3.2 3.3 3.4

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 21 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 22 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 22 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 23

BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK ...................................................................................................... 24 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .......................................................................................................................... 28

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Hierdoor wordt een veilige en efficiënte zorgverlening gewaarborgd en blijft de zorg beheersbaar. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 8 245.898 COVID-19 besmettingen gemeld (op datum zoals gepubliceerd door RIVM), dat is een daling van 20,7% vergeleken met week 7 (310.144 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM) (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 december 2021. Peildatum: 1 maart 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.

Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 8 afgenomen naar 21.473 ten opzichte van 31.985 in week 7 (Figuur 2). Dit is een afname van 32,9%. Sinds het begin van pandemie zijn in totaal 528.214 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht (peildatum: 1 maart 2022, 14:00 uur). In Figuur 3 is het aantal virusdeeltjes in het rioolwater zichtbaar. Deze vroegsignalering van de rioolwatersurveillance wijst erop dat de piek in besmettingen voorbij is en de daling in het aantal besmettingen doorzet.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 1 maart 2022, 14:00 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.

Figuur 3. Gemiddeld aantal virusdeeltjes per 100.000 inwoners door de tijd heen. Peildatum: 1 maart 2022. Bron: RIVM.

Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 6 van 2022 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. In week 6 had de omikronvariant een aandeel van 99,5% in de steekproef van de nationale kiemsurveillance (in week 5 was dit aandeel 99.2%). Variant BA.1 was in week 6 dominant met een aandeel van 79% in de steekproef.

Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 4 t/m week 6 in 2022 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Er kunnen t/m week 5 van 2022 af en toe nog nieuwe meldingen komen vanuit de inzendingen van de laboratoria die (nieuw) meedoen in de kiemsurveillance. Week 6 is nog niet compleet. Peildatum: 1 maart 2022. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2). ** De aantallen van BA.1, BA2 en BA3 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de omikronvariant (B.1.1.529).

Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Vanaf begin november worden door RIVM1, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en Diakonessenhuis Utrecht2 steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griep- en andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM]. In deze monsters wordt sporadisch influenzavirus aangetoond. Dit beeld past bij het landelijk beeld van de circulatie van influenzavirus, gemonitord met lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten.

Figuur 4. Door RIVM1, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en het Diakonessenhuis Utrecht2 steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getalen boven balken zijn de totaal aantal geteste monsters.4, 5 1. 2. 3.

4.

5.

In samenwerking met Eurofins, Rijswijk en PAMM, Veldhoven. Het Diakonessenhuis locatie Utrecht analyseert monsters sinds 15 december 2021. De twee meest recente weken zijn nog incompleet omdat nog niet alle monsters geanalyseerd zijn. Dit wordt later aangevuld. Infecties met meerdere virussen zijn mogelijk, maar het is onbekend hoe vaak dit in dit overzicht voorkomt. De steekproef betreft monsters uit de GGD-teststraten van zowel personen die zich met als zonder klachten hebben laten testen.

Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 14 februari 2022 rond de 0.77 geschat door het RIVM (Figuur 5). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen van recente dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.

Figuur 5. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 1 maart 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 6 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Eind december, toen de omikronvariant dominant werd, was een sterke stijging te zien in het aantal besmettingen. Deze stijging is deels te verklaren door de hoge besmettelijkheid en de snelle besmettingscyclus die kenmerkend is voor deze variant. Sinds februari is weer een daling zichtbaar in het aantal besmettingen.

Figuur 6. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum: 1 maart 2022, 14:00 uur.

Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 1 maart 2022 is dit opnieuw vastgesteld. Gemiddeld waren er 168 ziekenhuisopnames en 14 IC-opnames per dag over de periode van 19 tot 25 februari 2022 (Bron: Coronadashboard Rijksoverheid). Figuur 7 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 1.658 besmettingen per 100.000 inwoners in week 8 staat regio Utrecht in de top 10 van de veiligheidsregio’s met de meeste besmettingen. Veiligheidsregio Fryslân, Groningen en IJsselland zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 2.106, 2.023 en 1.889 besmettingen per 100.000 inwoners. RotterdamRijnmond, Midden- en West-Brabant en Haaglanden zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 980, 1.031 en 1.087 meldingen per 100.000 inwoners.

Figuur 7. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 22 februari t/m 1 maart 2022. Peildatum: 1 maart 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.

Vindpercentage per week In regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen van het totale aantal afgenomen testen) licht gestegen van 58,2% in week 7 naar 60,3% in week 8. Het hoge vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal bevestigingstesten (confirmatietesten). Het aandeel confirmatietesten is op landelijk niveau te zien in Figuur 8. Het aantal confirmatietesten is afgelopen week, net als het totaal aantal testen, omlaag gegaan. Landelijk is het vindpercentage gestegen van 58,3% in week 7 naar 62,6 % in week 8 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt ongeveer gelijk aan het landelijk gemiddelde.

Figuur 8. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 1 maart 2022, 10.00 uur. Bron: RIVM.

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 9 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. Het aantal positief geteste inwoners in week 8 is absoluut gezien het grootst in de gemeente Utrecht. De absolute aantallen zijn in alle gemeenten gedaald. In Figuur 10 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners, in de laatste vier weken, weergegeven per gemeente van regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In alle gemeenten is een afname te zien in week 8 ten opzichte van een week eerder in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners. Het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 8 is het hoogst in de gemeente Leusden, Utrecht en Woudenberg.

Figuur 9. Aantal positief geteste personen per gemeente van 31 januari t/m 27 februari 2022. Peildatum: 1 maart 2022, 14:00 uur.

Figuur 10. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 31 januari t/m 27 februari 2022. Peildatum: 1 maart 2022, 14:00 uur.

Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 11 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 12 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 8 is het aantal besmettingen in alle leeftijdscategorieën afgenomen. In week 8 komt het grootste aandeel besmettingen voor in de leeftijdscategorie 20 tot 39 jaar. Hierna is het grootste aandeel besmettingen in de leeftijdscategorieën 40 tot 59 jaar en 0 tot 19 jaar. Onder jongeren is het aandeel besmettingen het hoogst in de studentenleeftijd (19 tot 27 jaar), gevolgd door de basisschoolleeftijd (4 tot 12 jaar). In week 8 is het aandeel naar ratio van de besmettingen in basisschoolleeftijd verder gedaald. Dit kan verklaard worden doordat kinderen van deze leeftijd niet meer in quarantaine hoeven en niet hoeven te laten testen.

Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 5 t/m 8 van 2022. Peildatum: 1 maart 2022, 14.00 uur.

Figuur 12. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 5 t/m 8 van 2022 met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 1 maart 2022, 14:00 uur.

In Figuur 13 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 31 januari t/m 27 februari 2022. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners van de afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroep 20 tot 39 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroepen 0 tot 19 jaar en 40 tot 59 jaar.

Figuur 13. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep (met uitsplitsing 0-19, 20-39, 40-59, 60-79 en 80+) per 100.000 inwoners, periode 31 januari t/m 27 februari 2022. Peildatum 1 maart 2022, 14:00.

1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 14 toont het aantal testen dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. In week 8 zijn 34.809 testen afgenomen. Dit is een daling van 27,5% ten opzichte van week 7 (48.014 testen). Sinds het nieuwe testbeleid dat van kracht ging op 2 december 2021, mogen zelftesten ook worden gebruikt bij lichte klachten. Bij een positieve zelftest is een bevestigingstest bij de GGD nodig. De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari 2021 is in Figuur 15 weergeven.

Figuur 14. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021 en 2022. Peildatum: 2 maart 2022, 09:30 uur.

Figuur 15. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari 2021. Peildatum: 2 maart 2022, 10:50 uur.

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties De boosterprik kan op 6 grote locaties en nu ook op 26 dichtbijlocaties in regio Utrecht worden gehaald. Een actueel overzicht van de locaties is hier te vinden. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari 2021 tot en met 27 februari 2022 zijn 2.271.478 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, waarvan 637.530 boostervaccinaties. Er is momenteel een afname zichtbaar in het aantal gezette boostervaccinaties per week (Figuur 16). De afname en stabilisatie kan deels worden verklaard door het reeds vaccineren van inwoners die een booster wilden ontvangen en door een groot aantal inwoners met een recente COVID-19 infectie.

Figuur 16. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum: 2 maart 2022, 10:50 uur.

Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 17 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 5 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 62% voor Renswoude tot 81% in Bunnik. Figuur 18 laat het percentage inwoners van 5 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 61% voor Renswoude tot 79% in Bunnik. Figuur 19 laat het percentage inwoners van 5 jaar en ouder zien dat een boostervaccinatie heeft gehad. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 40% in Renswoude tot 58% in Bunnik. Alle drie tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep.

Figuur 17. Percentage inwoners van 5 jaar en ouder dat ten minste één vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 2 maart 2022, 11:30 uur.

15

Figuur 18. Percentage inwoners van 5 jaar en ouder dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 2 maart 2022, 11:30 uur.

16

Figuur 19. Percentage inwoners van 5 jaar en ouder dat een boostervaccinatie heeft gehad per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 2 maart 2022, 11:30 uur.

17

1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 27 februari 2022 1.566 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (Peildatum: 1 maart 2022, 14:00 uur). Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn landelijk in de periode 22 februari 2022 10.00 uur t/m 1 maart 2022 10.00 uur 63 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn er zeven overlijdens gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Veenendaal is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 20). In week 7 zijn er landelijk iets minder sterfgevallen dan verwacht. Er is sinds de laatste week van 2021 geen oversterfte meer. Sinds de tweede weeek van 2022 ligt het aantal overledenen onder de verwachte sterfte (Figuur 21; Bron: CBS). Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld.

Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.

Figuur 20. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 1 maart 2022, 14:00 uur.

18

Figuur 21. Overledenen per week, naar leeftijd in Nederland. Voorlopige cijfers, de cijfers van week 7 2022 zijn een schatting. Bron: CBS.

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19, uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en, is weergeven in Figuur 22. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd afneemt.

19

Figuur 22. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 6 december 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 1 maart 2022, 10:00 uur.

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 31,8 meldingen in 2021. Figuur 23 en 24 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks.

Figuur 23. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 28 februari 2022.

20

Figuur 24. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 28 februari 2022.

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Het aantal landelijke ziekenhuisopnames is na een nieuwe toename halverwege januari 2022, begin februari 2022 gestabiliseerd en vervolgens afgenomen. Landelijk geldt fase 2B (conform opschalingsplan COVID-19). (Grote of ongelijke) druk op de ziekenhuiszorg (incl. SEH) in één, meerdere of alle (ROAZ-) regio’s, waardoor de zorgcontinuïteit in gevaar kan komen. Een van de grote uitdagingen is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatiemaatregelen. Overige planbare zorg, klasse 4 en 5 (geen permanente gezondheidsschade dan wel verlies van levensjaren bij uitstel te verwachten), is deels geannuleerd.

Figuur 25. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 1 maart 2022, 10:00 uur.

21

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind januari 2022 toe. De afgelopen twee weken neemt de instroom van het aantal COVID-19 patiënten echter weer af. De bezetting in de klinieken volgt deze lijn. Een ander beeld is zichtbaar op de IC. De instroom met COVID-19 patiënten op de IC is zeer beperkt. De bezetting op de IC blijft dan beperkt en er liggen slechts nog enkele COVID-19 patiënten op de IC (Figuur 26).

Figuur 26. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 2 maart 2022, 11:20 uur.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is oranje (Figuur 27).

Figuur 27. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021

22

3.4 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Huidige (2 maart 2022) aantal beschikbare bedden is 19 waarvan 8 bezet (Figuur 28).

Figuur 28. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 2 maart 2022, 11:20 uur. Bron: de GHOR.

23

Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke zes weken plaatsvinden. Van 17 tot en met 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en achttiende meting van 19 tot en met 23 januari 2022. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Noemenswaardig is het feit dat 90% van de deelnemers volledig gevaccineerd is. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. In deze bijlage wordt ingegaan op de perceptie van de deelnemers op een eventuele besmetting met het coronavirus.

Meer specifiek wordt er gekeken naar hoe groot ze de kans achten besmet te raken, hoe ze een besmetting zouden vinden, hoe groot ze de kans achten een ander te besmetten en wat ze daar dan van zouden vinden. De bijlage wordt afgesloten met een korte beschrijving over het mentaal welzijn van de deelnemers. Eerst wordt gekeken naar de mate van eenzaamheid door angst voor het virus vergeleken met de periode voor de pandemie en tot slot wordt ingegaan in hoeverre de omgeving van de deelnemer vindt dat de deelnemer eventueel te bang is voor het virus. Het aantal deelnemers dat verwacht binnenkort besmet te raken met het coronavirus stijgt Figuur 1 geeft het percentage deelnemers weer dat de kans zeer waarschijnlijk acht om binnenkort besmet te raken per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat tijdens de laatste meetronde (19 tot en met 23 januari 2022) het percentage deelnemers dat die kans (zeer) waarschijnlijk acht stijgt in alle leeftijdsgroepen. De grootste stijging zien we onder 16-39 jarigen en 40-54 jarigen, respectievelijk 18% en 16%. In algemene zin zien we dat meer dan de helft van de 16-54 jarigen de kans (zeer) waarschijnlijk acht binnenkort besmet te raken met het coronavirus. In de groep 55-69 jarigen en 70-plussers zijn de aantallen deelnemers die de kans (zeer) waarschijnlijk achten binnenkort besmet te raken minder groot.

Figuur 1. Percentage deelnemers dat de kans zeer waarschijnlijk acht om binnenkort besmet te raken per leeftijdsgroep tussen meetronde 16 (20 tot en met 24 oktober 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).

24

Angst om corona te krijgen het hoogst onder de oudste deelnemers, maar deze angst neemt af Figuur 2 geeft het percentage deelnemers weer dat het (heel) erg zou vinden om corona te krijgen per leeftijdsgroep. Er vallen twee zaken op. Ten eerste valt te zien dat hoe ouder men is, het percentage deelnemers dat het (heel) erg zou vinden om corona te krijgen stijgt. Onder de 70-plussers is dit zelfs 62%, terwijl dit onder 40-minners slechts 29% is. Ten tweede valt op dat het percentage deelnemers dat een besmetting (heel) erg zou vinden is afgenomen tijdens meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022). De afname is vooral te zien onder 55-69 jarigen en 70-plussers, respectievelijk 15% en 12%.

Figuur 2. Percentage deelnemers dat het (heel) erg zou vinden om corona te krijgen per leeftijdsgroep tussen meetronde 16 (20 tot en met 24 oktober 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).

Geen grote verschillen tussen meetmomenten als het gaat om de kans om een ander te besmetten met het coronavirus Figuur 3 geeft het percentage deelnemers weer dat de kans (zeer) waarschijnlijk acht een ander te besmetten per leeftijdsgroep. Het algemene beeld laat zien dat deelnemers deze kans als stabiel beschouwen, er zijn alleen kleine verschillen tussen de meetmomenten. Verder valt het op dat de patronen van 16-39 jarigen en 40-54 jarigen meer op elkaar lijken en dit geldt ook voor 55-69 jarigen en 70-plussers. We zien dat de ‘oudere’ groep deelnemers (55-70+) die de kans (zeer) waarschijnlijk acht een ander te besmetten kleiner is dan de ‘jongere’ groep (16-54).

Figuur 3. Percentage deelnemers dat de kans zeer waarschijnlijk acht een ander te besmetten per leeftijdsgroep tussen meetronde 16 (20 tot en met 24 oktober 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).

25

Verschillen tussen leeftijdsgroepen als het gaat om hoe erg men het vindt om een ander te besmetten Figuur 4 geeft het percentage deelnemers weer dat het (heel) erg zou vinden een ander te besmetten per leeftijdsgroep. Het algemene beeld laat zien dat ruim zeven op de tien deelnemers dit (heel) erg zou vinden. Verder valt het hierbij op dat er verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen. 40-54 jarigen vinden dit iets minder vaak (heel) erg dan bijvoorbeeld 70-plussers (72% ten opzichte van 91%).

Figuur 4. Percentage deelnemers dat het (heel) erg zou vinden een ander te besmetten per leeftijdsgroep tussen meetronde 16 (20 tot en met 24 oktober 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).

De meeste deelnemers ervaren niet meer eenzaamheid door angst door het virus dan voor de pandemie Figuur 5 geeft het percentage deelnemers per leeftijdsgroep weer dat door angst voor het virus eenzamer is dan voor de pandemie. Er valt te zien dat de meest deelnemers het hiermee oneens of helemaal mee oneens zijn. Dit geldt voor zo’n 60% van de 16-39 jarigen en rond de 70% voor de andere leeftijdsgroepen. Echter zien we ook dat 40% van de 1639 jarigen aangeven zich wel meer eenzaam te voelen door angst voor het virus. Dit percentage ligt rond de 30% voor andere leeftijdsgroepen.

Figuur 5. Door angst voor het virus zijn deelnemers eenzamer dan voor de pandemie per leeftijdsgroep tijdens meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).

26

Het overgrote deel van de deelnemers zegt door hun omgeving niet als te bang voor het virus te worden bestempeld. Figuur 6 geeft het aandeel deelnemers weer waarvan familie en vrienden van mening zijn dat de deelnemer te bang is voor het virus per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat de groep die het hier helemaal mee oneens is duidelijk het grootst is. Rond de 20% is het ermee oneens. Voor hooguit 8% van de deelnemers geldt het wel dat ze door hun omgeving als te angstig worden bestempeld.

Figuur 6. Familie en vrienden zijn van mening dat de deelnemer te bang is voor het virus per leeftijdsgroep tijdens meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).

27

Bijlage 2: Covid Monitor

28

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=adab2713-37a6-4327-af7d-415ae48e54cd