2022-02-16 Regionale rapportage COVID-19, GGDrU.pdf
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 16 februari 2022
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 18 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 12 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 13 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 17
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 18 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 19
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 20 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 20 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 21 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 21 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 22 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 22
BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK ...................................................................................................... 23 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .......................................................................................................................... 26
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Hierdoor wordt een veilige en efficiënte zorgverlening gewaarborgd en blijft de zorg beheersbaar. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 6 493.055 COVID-19 besmettingen gemeld (op datum zoals gepubliceerd door RIVM), dat is een daling van 40,2% vergeleken met week 5 (824.304 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). Er zijn in week 6 482.695 besmettingen als wordt gekeken naar de datum van de positieve test. Ook hierbij is een daling zichtbaar ten opzichte van week 5 (616.395 meldingen) van 21,7% (Figuur 1). Het is de vraag in hoeverre de GGD-teststraten momenteel nog een goed beeld geven van het aantal besmettingen. Hoewel het vindpercentage enorm is toegenomen sinds eind 2021, is de testbereidheid namelijk vermoedelijk afnomen door de opgelopen wacht- en doorlooptijden, waardoor mogelijk ook veel besmettingen niet meer in beeld komen bij de GGD. Daarnaast zijn er steeds meer signalen dat mensen hun positieve zelftest niet meer laten bevestigen bij de GGD. (Bron: Advies na OMT 142, pagina 5).
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 december 2021. Peildatum: 15 februari 2022, 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM
Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 6 toegenomen naar 53.297 ten opzichte van 49.759 in week 5 (Figuur 2). Dit is een toename van 7,1%. Sinds het begin van pandemie zijn in totaal 478.735 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht. In Figuur 3 is het aantal virusdeeltjes in het rioolwater zichtbaar. Deze vroegsignalering van de rioolwatersurveillance wijst erop dat de piek in besmettingen langzaam een daling inzet.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 16 februari 2022, 09:40 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.
4
Figuur 3. Gemiddeld aantal virusdeeltjes per 100.000 inwoners door de tijd heen. Peildatum: 15 februari 2022. Bron: RIVM.
Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 4 van 2022 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. In week 4 had de omikronvariant een aandeel van 98,7% in de steekproef van de nationale kiemsurveillance (in week 3 was dit aandeel 98,2%).
Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 2 t/m week 4 in 2022 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 4 is nog niet compleet. Peildatum: 15 februari 2022. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2). ** De aantallen van BA.1, BA2 en BA3 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de omikronvariant (B.1.1.529).
5
Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Vanaf begin november worden door RIVM1, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en Diakonessenhuis Utrecht2 steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griepen andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM]. In deze monsters wordt sporadisch influenzavirus aangetoond. Dit beeld past bij het landelijk beeld van de circulatie van influenzavirus gemonitord met de lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten.
Figuur 4. Steekproefgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getallen boven balken zijn de totaal aantal geteste monsters.4, 5 Bron grafiek: Door RIVM1, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en het Diakonessenhuis Utrecht2. 1 In samenwerking met Eurofins, Rijswijk en PAMM, Veldhoven. 2 Het Diakonessenhuis locatie Utrecht analyseert monsters sinds 15 december 2021. 3 De twee meest recente weken zijn nog incompleet omdat nog niet alle monsters geanalyseerd zijn.
Dit wordt later aangevuld. 4 Infecties met meerdere virussen zijn mogelijk, maar het is onbekend hoe vaak dit in dit overzicht voorkomt. 5 De steekproef betreft monsters uit de GGD-teststraten van zowel personen die zich met als zonder klachten hebben laten testen.
Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 31 januari 2022 rond de 0.98 geschat door het RIVM (Figuur 5). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen van recente dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.
6
Figuur 5. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 15 februari 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 6 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Er is een sterke stijging te zien in het aantal besmettingen sinds de omikronvariant dominant is geworden eind december. Deze stijging is deels te verklaren door de hoge besmettelijkheid en de snelle besmettingcyclus kenmerkend bij deze variant.
Figuur 6. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum: 16 februari 2022, 09:50 uur.
Maatregelen In de persconferentie van 15 februari 2022 zijn versoepelingen aangekondigd die vanaf 18 februari 2022 ingaan. Alle uitgaansgelegenheden mogen open to 1 uur ’s nachts. Op plekken met maximaal 500 bezoekers hoeft geen mondkapje op, is er geen vaste zitplaats meer en hoeft geen anderhalve meter afstand te worden gehouden. Klassen en collegezalen in het hoger onderwijs mogen weer vol. Na een besmetting mag je na 5 dagen uit isolatie, mits je minimaal 1 dag klachtenvrij bent. Vanaf 25 februari volgen meer versoepelingen: vanaf dan gelden normale sluitingsijden, hoeft er nergens meer anderhalve meter afstand te worden gehouden, is alleen in het openbaar vervoer en op luchthavens een mondkapjesplicht en hoef je op plekken waar minder dan 500 mensen bij elkaar komen geen coronatoegangsbewijs meer te laten zien. Op plekken met meer dan 500 mensen binnen, zonder vaste zitplaats, wordt voorlopig gewerkt met testen voor toegang. De volledige regels zijn te vinden op: Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl.
7
Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 15 februari 2022 is dit opnieuw vastgesteld. Gemiddeld waren er 184 ziekenhuisopnames en 14 IC-opnames per dag over de periode van 5 tot 11 februari 2022 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). Figuur 7 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Let op: de volgende cijfers geven een vertekend beeld van de epidemiologische situatie en bemoeilijken de vergelijking met de voorafgaande tijdsperiode omdat de hoge incidentie een gevolg zijn van de inhaalslag die is gedaan op 8 februari. Met 4.743 besmettingen per 100.000 inwoners in week 6 staat regio Utrecht in de middenmooit van de veiligheidsregio's. Veiligheidsregio Gelderland-Midden, Brabant-Noord en Flevoland zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 8.307, 6.531 en 5.831 besmettingen per 100.000 inwoners.
Limburg-Zuid, AmsterdamAmstelland en Rotterdam-Rijnmond zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 3.821, 3.858 en 4.018 meldingen per 100.000 inwoners.
Figuur 7. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 8 februari t/m 15 februari 2022. Peildatum: 15 februari 2022, 10:00 uur. (Bron: RIVM).
8
Vindpercentage per week In regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen van het totale aantal afgenomen testen) licht gedaald van 60% in week 5 naar 57,2% in week 6. Het hoge vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal bevestigingstesten (confirmatietesten). Het aandeel confirmatietesten is op landelijk niveau te zien in Figuur 8. Het aantal confirmatietesten is afgelopen week, net als het totaal aantal testen, omlaag gegaan. Landelijk is het vindpercentage gedaald van 61,1% in week 5 naar 58,5 % in week 6 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt onder het landelijk gemiddelde.
Figuur 8. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 15 februari 2022, 10.00 uur. Bron: RIVM.
Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 9 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. Het aantal positief geteste inwoners in week 6 is absoluut gezien het grootst in de gemeente Utrecht. In Figuur 10 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Leusden Renswoude, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Woudenberg en Zeist is een toename te zien ten opzichte van een week eerder in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners. Het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 6 is het hoogst in de gemeenten Renswoude en Bunnik.
9
Figuur 9. Aantal positief geteste personen per gemeente van 17 januari t/m 13 februari 2022. Peildatum: 16 februari 2022, 10:00 uur.
Figuur 10. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 17 januari t/m 13 februari 2022. Peildatum: 16 februari 2022, 10:00 uur.
Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 11 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 12 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 6 is het aantal besmettingen in de meeste leeftijdscategorieen toegenomen. In week 6 komt het grootste aandeel besmettingen voor in de leeftijdscategorie 20 tot 29 jaar. Hierna is het grootste aandeel besmettingen in de leeftijdscategorie 0 tot 19 jaar. Onder jongeren is het aandeel besmettingen het hoogst in de studentenleeftijd (19 tot 27 jaar), gevolgd door de basisschoolleeftijd (4 tot 12 jaar).. In week 6 is het aandeel naar ratio van de besmettingen in basisschoolleeftijd verder gedaald. Dit komt doordat er ook veel besmettingen zijn in oudere leeftijdsgroepen (20 39 jaar en 40 – 59 jaar).
10
Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 3 t/m 6 van 2022. Peildatum: 16 februari 2022, 10.50 uur.
Figuur 12. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 3 t/m 6 van 2022 met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 16 februari 2022, 10:50 uur.
In Figuur 13 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 17 januari t/m 13 februari 2022. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners van de afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroep 0 tot 19 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroepen 20 tot 39 jaar en 40 tot 59 jaar.
Figuur 13. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep (met uitsplitsing 0-19, 20-39, 40-59, 60-79 en 80+) per 100.000 inwoners, periode 17 januari t/m 13 februari 2022. Peildatum 16 februari 2022, 10:50 uur.
11
Bron van besmetting Door afgeschaald BCO bij een hoog aantal meldingen is het minder goed mogelijk om de doelen van BCO te bereiken. Dat wil zeggen: het informeren van indexen en contacten, het bereiken van kwetsbaren en het verzamelen van gegevens voor surveillance. Sinds 24 januari 2022 is gestart met het uitvoeren van de steekproef BCO bij hoge aantallen. Bij extreem hoge besmettingsaantallen, zoals momenteel het geval is, verschuift het doel van BCO. Verzamelen van data, en dit gebeurt dus steekproefsgewijs, wordt waardevoller, maar het inventariseren van mogelijke bronnen wordt minder zinvol. Het informeren van alle besmette personen en diens contacten blijft belangrijk, maar verloopt meer via een digitale weg. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 14 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. In week 6 zijn 94.140 testen afgenomen. Dit is een daling van 15,7% ten opzichte van week 5 (111.648 testen). Sinds het nieuwe testbeleid dat van kracht ging op 2 december 2021, mogen zelftesten ook worden gebruikt bij lichte klachten. Bij een positieve zelftest is een bevestigingstest bij de GGD nodig. De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari 2021 is in Figuur 15 weergeven.
Figuur 14. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021 en 2022. Peildatum: 16 februari 2022, 10:50 uur.
Figuur 15. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari 2021. Peildatum: 16 februari 2022, 10:50 uur.
12
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties De boosterprik kan op 6 grote locaties en nu ook op 24 dichtbijlocaties in regio Utrecht worden gehaald. Een actueel overzicht van de locaties is hier te vinden. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari 2021 tot en met 15 februari 2022 zijn 2.263.218 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, waarvan 620.130 boostervaccinaties. Na de forse afname is er momenteel een stabilisatie zichtbaar in het aantal gezette boostervaccinaties (Figuur 16). De afname en stabilisatie kan deels worden verklaard door het reeds vaccineren van inwoners die een booster wilden ontvangen en door een groot aantal inwoners met een recente COVID-19 infectie.
Figuur 16. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum: 16 februari 2022, 11:00 uur.
Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, en Janssen. De Gezondheidsraad adviseert voor de boosterprikken tegen COVID-19 vooralsnog niet het vaccin van Janssen structureel in te zetten, maar gebruik te blijven maken van de mRNAvaccins (Bron: Gezondheidsraad). Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet bij alle 18-plussers die de 2e prik minimaal 3 maanden eerder hebben ontvangen. Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 17 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 5 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 62% voor Renswoude tot 80% in Bunnik. Figuur 18 laat het percentage inwoners van 5 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 61% voor Renswoude tot 79% in Bunnik. Figuur 19 laat het percentage inwoners van 5 jaar en ouder zien dat een boostervaccinatie heeft gehad. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 39% in Renswoude tot 57% in Bunnik. Alle drie tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep. 13
Figuur 17. Percentage inwoners van 5 jaar en ouder dat ten minste één vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 16 februari 2022, 11:00 uur.
14
Figuur 18. Percentage inwoners va 5 jaar en ouder dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 16 februari 2022, 11:00 uur.
15
Figuur 19. Percentage inwoners van 5 jaar en ouder dat een boostervaccinatie heeft gehad per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 16 februari 2022, 11:00 uur.
16
1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 14 februari 2022 1.550 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (Peildatum: 16 februari 2022, 11:00 uur). Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn landelijk in de periode 8 februari 2022 10.01 uur t/m 15 februari 2022 10.00 uur 78 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn er drie overlijdens gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Veenendaal en Zeist is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 20). In week 5 zijn er landelijk ongeveer net zo veel sterfgevalen als verwacht, maar het aantal sterfgevallen nam voor iedere leeftijdsgroep toe ten opzichte van de week ervoor. Er is sinds de laatste week van 2021 geen oversterfte meer (Figuur 21; Bron: CBS). Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld.
Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.
Figuur 20. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 16 februari 2022, 11:00 uur.
17
Figuur 21. Overledenen per week, naar leeftijd in Nederland. Voorlopige cijfers, de cijfers van week 5 zijn een schatting. Bron: CBS.
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 22. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd afneemt.
Figuur 22. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 6 december 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 15 februari 2022, 10:00 uur.
18
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 31,8 meldingen in 2021. Figuur 23 en 24 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks.
Figuur 23. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplits per maand. Peildatum: 15 februari 2022.
19
Figuur 24. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplits per week. Peildatum: 15 februari 2022.
3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Vanaf eind september 2021 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk toegenomen. De toename is eind november afgevlakt en is gedaald in aantallen (Figuur 25). Halverwege januari 2022 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk opnieuw toegenomen. Landelijk geldt fase 2C (conform opschalingsplan COVID-19). (Grote of ongelijke) druk op de ziekenhuiszorg (incl. SEH) in één, meerdere of alle (ROAZ-) regio’s waardoor de zorgcontinuïteit in gevaar kan komen. Een van de grote uitdaging is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Overige planbare zorg, klasse 4 en 5 (geen permanente gezondheidsschade dan wel verlies van levensjaren bij uitstel te verwachten), is deels geannuleerd.
Figuur 25. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 15 februari 2022, 10:00 uur.
20
3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind januari 2022 opnieuw toe. De bezetting in de klinieken volgt deze stijgende lijn voorzichtig. Een ander beeld is zichtbaar op de IC. De instroom met COVID-19 patiënten op de IC is zeer beperkt. De bezetting op de IC blijft dan ook afnemen er er liggen slechts nog enkele COVID-19 patiënten op de IC (Figuur 26).
Figuur 26. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 16 februari 2022, 09:30 uur.
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is oranje (Figuur 27).
Figuur 27. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021
21
3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Huidige (15 februari 2022) aantal beschikbare bedden is 30 waarvan 8 bezet (Figuur 28).
Figuur 28. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 16 februari 2022, 09:30 uur. Bron: de GHOR.
22
Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke zes weken plaatsvinden. Van 17 tot en met 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de laatste en achttiende meting van 19 tot en met 23 januari 2022. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Noemenswaardig is het feit dat 90% van de deelnemers volledig gevaccineerd is. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen.
In deze bijlage wordt ingegaan op de gedachten rondom vaccinatie en de vaccinatiebereidheid van ouders voor kinderen in de leeftijd van 5 tot en met 11 jaar. Eerst wordt besproken wat volgens ouders de kans is dat hun kind ergens in de komende maanden besmet zal raken met het coronavirus. Daarna wordt besproken hoe erg de ouders dat zouden vinden. Dan wordt ingegaan op de vaccinatiebereidheid van ouders. Uit de gegevens blijkt dat een deel van de ouders hun kind niet wil laten vaccineren. Ten slotte wordt gepresenteerd wat de voornaamste redenen van ouders zijn om hun kind niet te laten vaccineren. NB. Waar wordt gesproken over een kind/hun kind kan dit ook gelezen worden als kinderen/hun kinderen. Mocht een ouder meer dan één kind in de leeftijdscategorie van 5 tot en met 11 jaar hebben dan is hij/zij gevraagd het oudste kind in gedachte te nemen. Bijna zeven op de tien ouders acht de kans waarschijnlijk dat hun kind besmet zal raken met het coronavirus Figuur 1 geeft de kans weer dat een kind van 5-11 jaar de komende maanden besmet zal raken. De grootste groep ouders, 68%, geeft aan dat het (zeer) waarschijnlijk is dat hun kind in de leeftijd van 5 tot en met 11 jaar de komende maanden besmet zal raken met het coronavirus. Een kleine 20% van de ouders staat hier neutraal tegenover en de overige 13% acht de kans zeer klein.
Figuur 1. Kans dat kind van 5-11 jaar de komende maanden besmet zal raken tijdens meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).
23
43% van de ouders zou het niet erg vinden als hun kind besmet zou raken met het coronavirus Figuur 2 geeft weer hoe erg ouders het zouden vinden als hun kind van 5-11 jaar besmet zou raken. Wat hierbij opvalt is dat 43% van de ouders dit (helemaal) niet erg zou vinden. Daartegenover geeft een kwart van de ouders aan dit wel (heel) erg te vinden. Zo’n 30% van de ouders staat er neutraal tegenover.
Figuur 2. Hoe erg ouders het zouden vinden als hun kind van 5-11 jaar besmet zou raken tijdens meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).
De groepen ouders die uitgesproken reageren op een mogelijke vaccinatie voor hun kind zijn even groot Figuur 3 geeft de vaccinatiebereidheid voor kinderen van 5-11 jaar weer. Er is te zien dat de groep ouders die hun kind (zeker) niet zal laten vaccineren even groot is als de groep ouders die veel positiever over een vaccin denken. Beide groepen bevatten iets meer dan 40% van de ouders. Een veel kleiner percentage ouders staat neutraal tegenover een vaccin voor hun kind (14%).
Figuur 3. Vaccinatiebereidheid voor kinderen van 5-11 jaar tijdens meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).
24
Voornaamste reden van ouders om hun kind niet te laten vaccineren is het gebrek aan noodzaam Zoals we in Figuur 3 zagen, wil 45% van de ouders hun kind niet laten vaccineren. In Figuur 4 staan de redenen die zij noemen weergegeven. Het overgrote deel van de ouders (70%) geeft aan geen noodzaak te voelen omdat ze verwachten dat hun kind niet ernstig ziek zal worden. Een andere veelgenoemde reden om niet te vaccineren zijn zorgen over mogelijke langetermijneffecten van het vaccin. Bijna de helft van de ouders geeft ook nog eens aan het niet redelijk te vinden om een kind te vaccineren. Ruim een derde van de ouders (38%) geeft aan het niet te doen vanwege een eerdere besmetting. Twee op de tien ouders hebben besloten het niet te doen door druk vanuit de overheid. 14% van de ouders sluit een vaccin uit omdat ze van mening zijn dat het vaccin niet genoeg beschermt of omdat ze geen MRNA vaccin willen voor hun kind. Tot slot geeft slechts 4% aan niet te vaccineren omdat het in hun omgeving weinig gebeurt of de gezondheid van hun kind te kwetsbaar vinden.
Figuur 4. Redenen van ouders om hun kind van 5-11 jaar niet te laten vaccineren tijdens meetronde 18 (19 tot en met 23 januari 2022).
25
Bijlage 2: Covid Monitor
26
27