CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-02-09 Regionale rapportage COVID-19, GGDrU.pdf

Raadsvergadering 7 maart 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Ingekomen stukken en schriftelijke mededelingen5.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 9 februari 2022

Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 19 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 12 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 13 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 18

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 19 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 20

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 21 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 21 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 22 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 22 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 22 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 23

BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK ...................................................................................................... 24 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .......................................................................................................................... 27

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Hierdoor wordt een veilige en efficiënte zorgverlening gewaarborgd en blijft de zorg beheersbaar. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 5 824.301 COVID-19 besmettingen gemeld (op datum zoals gepubliceerd door RIVM), dat is een stijging van 55,5% vergeleken met week 4 (530.015 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). De toename is deels te verklaren door een achterstand in het verwerken eerdere besmettingen. Er zijn in week 5 bijvoorbeeld 608.529 besmettingen als wordt gekeken naar de datum van de positieve test. Maar ook hierbij is een lichte toename zichtbaar ten opzichte van week 4 (594.060 meldingen) van 2,4%. De toename in het aantal nieuwe meldingen lijkt veroorzaakt door de omikronvariant die besmettelijker is dan andere varianten voor zowel ongevaccineerden, gevaccineerden en mensen die de ziekte al hebben doorgemaakt (Bron: RIVM). Afgelopen week was weer een toename zichtbaar (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 december 2021. Peildatum: 8 februari 2022, 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM

Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 5 gedaald naar 32.651 ten opzichte van 47.551 in week 4 (Figuur 2). Dit is een afname van 31,3%. Een belangrijke kanttekening is dat de cijfers van week 5 incompleet zijn, het betreft hier het aantal positieve tests van 31 januari t/m 4 februari 2022. Het aantal besmettingen in week 5 is in realiteit hoger. Sinds het begin van pandemie tot en met 5 februari 2022 04:10 uur zijn in totaal 398.396 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht. In Figuur 3 is het aantal virusdeeltjes in het rioolwater zichtbaar. Deze vroegsignalering van de rioolwatersurveillance wijst erop dat de piek in besmettingen nog niet bereikt is.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 9 februari 2022, 09:40 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.

4

Figuur 3. Gemiddeld aantal virusdeeltjes per 100.000 inwoners door de tijd heen. Peildatum: 8 februari 2022. Bron: RIVM.

Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 3 van 2022 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. In week 3 had de omikronvariant een aandeel van 98,2% in de steekproef van de nationale kiemsurveillance (in week 1 was dit aandeel 87,4%). De relatieve toenamesnelheid van de omikronvariant ten opzichte van de deltavariant in de kiemsurveillance wordt geschat op 0,22 per dag. De relatief snelle toename wordt grotendeels bereikt door ontsnapping aan de immuniteit die is opgewekt door natuurlijke infectie of vaccinatie, deels door een hoger besmettend vermogen en deels door een korter serieel interval (Bron: Advies 139e OMT over COVID-19, pagina 4).

Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 1 t/m week 3 in 2022 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 3 is nog niet compleet. Peildatum: 8 februari 2022. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2). ** De aantallen van BA.1, BA2 en BA3 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de omikronvariant (B.1.1.529).

5

Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Vanaf begin november worden door RIVM1, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en Diakonessenhuis Utrecht2 steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griepen andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM]. In deze monsters wordt sporadisch influenzavirus aangetoond. Dit beeld past bij het landelijk beeld van de circulatie van influenzavirus gemonitord met de lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten.

Figuur 4. Steekproefgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getallen boven balken zijn de totaal aantal geteste monsters.4, 5 Bron grafiek: Door RIVM1, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en het Diakonessenhuis Utrecht2. 1. 2. 3. 4. 5.

In samenwerking met Eurofins, Rijswijk en PAMM, Veldhoven. Het Diakonessenhuis locatie Utrecht analyseert monsters sinds 15 december 2021. De twee meest recente weken zijn nog incompleet omdat nog niet alle monsters geanalyseerd zijn. Dit wordt later aangevuld. Infecties met meerdere virussen zijn mogelijk, maar het is onbekend hoe vaak dit in dit overzicht voorkomt. De steekproef betreft monsters uit de GGD-teststraten van zowel personen die zich met als zonder klachten hebben laten testen.

Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 24 januari 2022 rond de 1.11 geschat door het RIVM (Figuur 5). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen van recente dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.

6

Figuur 5. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 8 februari 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 6 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Er is een sterke stijging te zien in het aantal besmettingen sinds de omikronvariant dominant is geworden eind december. Deze stijging is deels te verklaren door de hoge besmettelijkheid en de snelle besmettingcyclus kenmerkend bij deze variant.

Figuur 6. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum: 8 februari 2022, 09:50 uur.

Maatregelen In de persconferentie van 25 januari 2022 zijn versoepelingen aangekondigd die vanaf 26 januari 2022 in zijn gegaan. De huidige maatregelen lopen tot 9 maart 2022, hoewel het kabinet voornemens is eerder te versoepelen indien mogelijk. Alle, voor publiek toegankelijke locaties, binnen en buiten, zijn onder voorwaarden open van 05:00 tot 22:00 uur. Evenementen zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan van 05:00 tot 22:00 uur. Het aantal plekken waar men een coronatoegangsbewijs moet tonen is uitgebreid. Overal waar het niet mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden, wordt geadviseerd een mondkapje te dragen. De volledige regels zijn te vinden op: Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 8 februari 2022 is dit opnieuw vastgesteld. Gemiddeld waren er 187 7

ziekenhuisopnames en 15 IC-opnames per dag over de periode van 29 januari tot 4 februari 2022 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). Figuur 7 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 3.583 besmettingen per 100.000 inwoners in week 5 valt regio Utrecht in de top vijf veiligheidsregio's met de hoogste besmettingen. Veiligheidsregio IJsselland, Twente en Midden- en West-Brabant zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 3.985, 3.885 en 3.677 besmettingen per 100.000 inwoners. Fryslân, Drenthe en Zaanstreek-Waterland zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 1.897, 2.182 en 2.402 meldingen per 100.000 inwoners.

Figuur 7. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 1 februari t/m 8 februari 2022. Peildatum: 8 februari 2022, 10:00 uur. (Bron: RIVM).

8

Vindpercentage per week In regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen) verder gestegen van 54,1% in week 4 naar 59,8% in week 5 van 2022. De stijging in het vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal confirmatietesten. Het aandeel confirmatietesten is op landelijk niveau te zien in Figuur 8. Landelijk is het vindpercentage gestegen van 56,1% in week 4 naar 60,6% in week 5 van 2022 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt onder het landelijk gemiddelde.

Figuur 8. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 8 februari 2022, 10.00 uur. Bron: RIVM.

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 9 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. Let op: week 5 is incompleet, het betreft data t/m 4 februari 2022. Het aantal positief geteste inwoners in week 5 is absoluut gezien het grootst in de gemeente Utrecht. In Figuur 10 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. Ook hierbij geldt dat de gegevens voor week 5 incompleet zijn. Het betreft meldingen t/m 4 februari 2022. Het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 5 is het hoogst in de gemeenten Bunschoten, Montfoort, Veenendaal en Amersfoort.

9

Figuur 9. Aantal positief geteste personen per gemeente van 10 januari t/m 4 februari 2022. Peildatum: 9 februari 2022, 09:50 uur.

Figuur 10. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 10 januari t/m 4 februari 2022. Peildatum: 9 februari 2022, 09:50 uur.

Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 11 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 12 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). Let op: de data in week 5 is incompleet en loopt t/m 4 februari 2022. In week 5 komt het grootste aandeel besmettingen voor in de leeftijdscategorie 0 tot 19 jaar, vooral onder de basisschoolleeftijd. Hierna is het grootste aandeel besmettingen in de leeftijdscategorie 20 tot 39 jaar. Dit is deels te verklaren doordat mensen onder 18 niet geboosterd zijn en de infecties verder binnen het huishouden verspreiden. In week 5 is het aandeel naar ratio van de besmettingen in basisschoolleeftijd licht gedaald. Dit komt doordat er ook veel besmettingen zijn in oudere leeftijdsgroepen (20 -39 jaar en 40 – 59 jaar).

10

Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 2 t/m 5 van 2022 (let op: week 5 is incompleet, het betreft data t/m 4 februari). Peildatum: 9 februari 2022, 09:50 uur.

Figuur 12. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 2 t/m 5 van 2022 (let op: week 5 is incompleet, het betreft data t/m 4 februari) met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 9 februari 2022, 09:50 uur.

In Figuur 13 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 10 januari t/m 4 februari 2022. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners van de afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroep 0 tot 19 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroepen 20 tot 39 jaar en 40 tot 59 jaar. Let op: de data van week 5 is hierbij incompleet (t/m 4 februari 2022).

Figuur 13. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep (met uitsplitsing 0-19, 20-39, 40-59, 60-79 en 80+) per 100.000 inwoners, periode 10 januari t/m 4 februari 2022. Peildatum 8 februari 2022, 10:00 uur.

11

Bron van besmetting Door afgeschaald BCO bij een hoog aantal meldingen is het minder goed mogelijk om de doelen van BCO te bereiken. Dat wil zeggen: het informeren van indexen en contacten, het bereiken van kwetsbaren en het verzamelen van gegevens voor surveillance. RIVM en GGD GHOR hebben afgelopen weken de pilot “werkwijze BCO bij hoge incidentie’’ bij een aantal GGD’en uitgevoerd (waaronder GGD regio Utrecht). Sinds 24 januari 2022 is gestart met het uitvoeren van de steekproef BCO bij hoge incidentie. Bij extreem hoge besmettingsaantallen, zoals momenteel het geval is, verschuift het doel van BCO. Verzamelen van data wordt waardevoller, maar het inventariseren van mogelijke bronnen wordt minder zinvol. Het informeren van alle besmette personen en diens contacten blijft belangrijk, maar verloopt meer via een digitale weg. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 14 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. In week 5 zijn 95.390 testen afgenomen. Dit is lichte daling van 2,7% ten opzichte van week 4 (98.027 testen). Sinds het nieuwe testbeleid dat van kracht ging op 2 december 2021, mogen zelftesten ook worden gebruikt bij lichte klachten. Bij een positieve zelftest is een bevestigingstest bij de GGD nodig. De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari 2021 is in Figuur 15 weergeven.

Figuur 14. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021 en 2022. Peildatum: 9 februari 2022, 10:10 uur.

12

Figuur 15. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari 2021. Peildatum: 8 februari 2022, 10:10 uur.

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU heeft 14 december 2021 aangekondigd zich met volle kracht in te gaan zetten op de boostervaccinaties met het doel eind januari iedereen van 18 jaar of ouder de kans te hebben gegeven om zich te boosteren. Inmiddels is het aantal afspraken weer afgenomen. De boosterprik kan op 6 grote locaties en nu ook op 25 dichtbijlocaties in regio Utrecht worden gehaald. Een actueel overzicht van de locaties is hier te vinden. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari 2021 tot en met 8 februari 2022 zijn 2.252.450 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, waarvan 620.952 boostervaccinaties. Er is een afname zichtbaar in het aantal gezette boostervaccinaties (Figuur 16). Deze afname kan deels worden verklaard door het reeds vaccineren van inwoners die een booster wilden ontvangen en door een groot aantal inwoners met een recente COVID-19 infectie.

13

Figuur 16. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum: 8 februari 2022, 10:10 uur.

Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, en Janssen. De Gezondheidsraad adviseert voor de boosterprikken tegen COVID-19 vooralsnog niet het vaccin van Janssen structureel in te zetten, maar gebruik te blijven maken van de mRNAvaccins (Bron: Gezondheidsraad). Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet bij alle 18-plussers die de 2e prik minimaal 3 maanden eerder hebben ontvangen. Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 17 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 5 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 62% voor Renswoude tot 80% in Bunnik. Figuur 18 laat het percentage inwoners van 5 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 61% voor Renswoude tot 79% in Bunnik. Figuur 19 laat het percentage inwoners van 5 jaar en ouder zien dat een boostervaccinatie heeft gehad. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 39% in Renswoude tot 57% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep.

14

Figuur 17. Percentage inwoners van 5 jaar en ouder dat ten minste één vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 9 februari 2022, 11:00 uur.

15

Figuur 18. Percentage inwoners va 5 jaar en ouder dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 9 februari 2022, 11:00 uur.

16

Figuur 19. Percentage inwoners van 5 jaar en ouder dat een boostervaccinatie heeft gehad per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 9 februari 2022, 11:00 uur.

17

1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 8 februari 2022 1.544 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (Peildatum: 9 februari 2022, 10:20 uur). Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn landelijk in de periode 1 februari 2022 10.01 uur t/m 8 februari 2022 10.00 uur 54 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn geen overlijdens gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Veenendaal, de Bilt en Zeist is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 20). In week 4 zijn er landelijk 100 minder sterfgevallen dan verwacht, maar het aantal sterfgevallen nam wel toe ten opzichte van de week ervoor (Figuur 21; Bron: CBS). Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.

Figuur 20. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 9 februari 2022, 12:00 uur.

18

Figuur 21. Overledenen per week, naar leeftijd in Nederland. Voorlopige cijfers, de cijfers van week 4 zijn een schatting. Bron: CBS.

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 22. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd toeneemt.

19

Figuur 22. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 6 december 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 8 februari 2022, 10:00 uur.

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend Gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 31,8 meldingen in 2021. Figuur 23 en 24 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks. 200 180

Aantal meldingen

160 140 120 100 80 60 40 20 0

2021 MAB (maandoverzicht)

2022 Wvggz (maandoverzicht)

Figuur 23. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplits per maand. Peildatum: 8 februari 2022.

20

60

Aantal meldingen

50

40

30

20

10

0 1 3 5 7 9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51 1 3 5

2021

weeknummers

MAB (weekoverzicht)

2022

Wvggz (weekoverzicht)

Figuur 24. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplits per week. Peildatum: 8 februari 2022.

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Vanaf eind september 2021 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk toegenomen. De toename is eind november afgevlakt en is gedaald in aantallen (Figuur 25). Halverwege januari 2022 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk opnieuw toegenomen. Landelijk geldt fase 2C (conform opschalingsplan COVID-19). (Grote of ongelijke) druk op de ziekenhuiszorg (incl. SEH) in één, meerdere of alle (ROAZ-) regio’s waardoor de zorgcontinuïteit in gevaar kan komen. Een van de grote uitdaging is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Overige planbare zorg, klasse 4 en 5 (geen permanente gezondheidsschade dan wel verlies van levensjaren bij uitstel te verwachten), is deels geannuleerd.

Figuur 25. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 8 februari 2022, 10:00 uur.

21

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind januari 2022 opnieuw toe. De bezetting in de klinieken volgt deze stijgende lijn voorzichtig. Een ander beeld is zichtbaar op de IC. De instroom met COVID-19 patiënten op de IC is zeer beperkt. De bezetting op de IC blijft dan ook afnemen er er liggen slechts nog enkele COVID-19 patiënten op de IC (Figuur 26).

Figuur 26. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 9 februari 2022, 09:10 uur.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is oranje (Figuur 27).

Figuur 27. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021

3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (aantal bekend bij GGDrU op 9 februari 2022: 49) te maken met meerdere 22

COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Huidige (9 februari 2022) aantal beschikbare bedden is 30 waarvan 9 bezet (Figuur 28).

Figuur 28. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 9 februari 2022, 09:10 uur. Bron: de GHOR.

23

Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke zes weken plaatsvinden. Van 17 tot en met 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en achttiende meting van 19 tot en met 23 januari 2022. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Noemenswaardig is het feit dat 90% van de deelnemers volledig gevaccineerd is. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen.

In deze bijlage wordt beschreven hoe het staat met draagvlak voor bepaalde maatregelen onder de deelnemers uit de regio Utrecht. De maatregelen die besproken worden zijn de anderhalve meter, het dragen van mondkapjes in publieke binnenruimten, het thuiswerken, het thuisblijven bij klachten en het ontvangen van maximaal vier bezoekers. Draagkracht voor de anderhalve meter afstand maatregel het laagst onder 40minners Figuur 1 geeft het percentage deelnemers dat achter de anderhalve meter maatregel staat per leeftijdsgroep weer. Er vallen twee zaken op. Ten eerste zien we dat het draagvlak voor de anderhalvemeter-maatregel toeneemt naarmate de leeftijd stijgt. Daarnaast is er te zien dat het draagvlak voor het afstand houden tijdens het laatste meetmoment (19-23 januari 2022) is afgenomen ten opzichte van het meetmoment daarvoor (24-28 november 2021). Verder zien we een flinke toename in het draagvlak tussen het meetmoment in oktober en in januari. Deze toename kan mogelijk verklaard worden door de toename in het aantal besmettingen sinds oktober en een aanscherping van de maatregelen sinds november.

Percentage deelnemers dat achter de anderhalve meter maatregel staat per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 20-24 okt

55-69 24-28 nov

70+

19-23 jan

Figuur 1 Percentage deelnemers dat achter de anderhalve meter maatregel staat per leeftijdsgroep tussen meetronde 16 (20 tot en met 24 oktober 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 24 januari 2022).

24

Grote verschillen tussen 40-minners en 40-plussers als het gaat om het dragen van mondkapjes in publieke binnenruimten Figuur 2 geeft het percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om in publieke binnenruimten mondkapjes te dragen per leeftijdsgroep weer. Er is te zien dat er verschillen zijn tussen de leeftjdsgroepen. Het percentage deelnemers dat achter de maatregel staat is respectievelijk 58%, 72%, 85% en 90% voor 16-39 jarigen, 40-54 jarigen, 55-69 jarigen en 70-plussers. Verder is te zien dat het draagvlak tijdens de meetronde in januari iets is afgenomen ten opzichte van de meetronde in november. De grootste afnames zien we bij 40-54 jarigen (8%) en 55-69 jarigen (6%).

Percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om in publieke binnenruimten mondkapjes te dragen per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 24-28 nov

55-69

70+

19-23 jan

Figuur 2 Percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om in publieke binnenruimten mondkapjes te dragen per leeftijdsgroep tussen meetronde 17 (24 tot en met 28 november 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 24 januari 2022).

Draagvlak voor de maatregel die opdraagt zoveel mogelijk thuis te werken is laag onder 70-plussers Figuur 3 geeft het percentage deelnemers dat achter de ‘werk zoveel mogelijk thuis’ maatregel staat per leeftijdsgroep weer. Vergeleken met de eerder besproken maatregelen is het draagvlak voor de thuiswerkmaatregel kleiner dan voor het houden van afstand en het dragen van een mondkapje (Zie figuren 1 en 2). Wat verder opvalt is het betrekkelijk lage draagvlak voor de thuiswerkmaatregel onder 70-plussers (55%). Tot slot is er te zien dat het draagvlak voor de thuiswerkmaatregel tijdens januari is gedaald.

Percentage deelnemers dat achter de 'werk zoveel mogelijk thuis' maatregel staat per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 24-28 nov

55-69

70+

19-23 jan

Figuur 3 Percentage deelnemers dat achter de ‘werk zoveel mogelijk thuis’ maatregel staat per leeftijdsgroep tussen meetronde 17 (24 tot en met 28 november 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 24 januari 2022).

25

Vijf op de tien 40-minners staat achter de maatregel die oplegt thuis te blijven bij klachten Figuur 4 geeft het percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om thuis te blijven bij klachten per leeftijdsgroep weer. 55% van de 16-39 jarigen staat achter de maatregel en het draagvlak voor deze maatregel neemt toe naarmate de leeftijd stijgt. Verder is te zien dat ook het draagvlak voor deze maatregel is afgenomen sinds de meetronde in november.

Percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om thuis te blijven bij klachten per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 20-24 okt

55-69 24-28 nov

70+

19-23 jan

Figuur 4 Percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om thuis te blijven bij klachten per leeftijdsgroep tussen meetronde 16 (20 tot en met 24 oktober 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 24 januari 2022).

Draagvlak voor een maximaal aantal bezoekers neemt af en slechts drie op de tien 40-minners staat achter deze maatregel Figuur 5 geeft het percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om maximaal 4 mensen thuis te ontvangen per leeftijdsgroep weer. Er is te zien dat het draagvlak voor de bezoekersmaatregel is gedaald ten opzichte van het meetmoment in november. Verder valt het op dat in januari slechts 35% van de 16-39 jarigen achter de bezoekersmaatregel staat. Dit percentage is aanzienlijk hoger bij andere leeftijdsgroepen, vooral onder 55plussers.

Percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om maximaal 4 mensen thuis te ontvangen per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 24-28 nov

55-69

70+

19-23 jan

Figuur 5 Percentage deelnemers dat achter de maatregel staat om maximaal 4 mensen thuis te ontvangen per leeftijdsgroep tussen meetronde 17 (24 tot en met 28 november 2021) en meetronde 18 (19 tot en met 24 januari 2022).

26

Bijlage 2: Covid Monitor

27

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=77055312-0a41-4708-a50e-135deb56a91d