2022-01-27 Beantwoording vragen LM Kaders hippische sector.docx
Tekst van het document
Vragen Lokaal Montfoort inzake raadsvoorstel Ruimtelijke kaders hippische sector 1. Wanneer een agrariër of hobbyist in het buitengebied paarden houdt moet hij een paardenbak aanleggen van 1200 – 2100 meter. Vindt u dat geen grove aantasting van het landelijk gebied? Zeker wanneer u alle percelen in ogenschouw neemt waar deze voorziening gerealiseerd moet worden. Dan hebben wij het nog niet eens over longeer cirkels en paddocks. Antwoord: Er komt uiteraard geen verplichting om een paardenbak aan te leggen noch om de voorgestelde maximum omvang aan te houden. Men hoeft dus geen bak aan te leggen als men dit niet wil. Als men wel een bak aan wil leggen, gelden hier specifieke regels voor. Er komt geen minimale eis voor de omvang van een paardenbak, wel een maximum. Voor hobbymatig is het voorstel om dit op 1.200 m2 vast te leggen en bij bedrijfsmatig op 2.100 m2. In kader 10 stellen we voor om bij alle initiatieven (zoals paardenbakken) waarvoor een vergunning en/of bestemmingsplanafwijking nodig is een landschapsanalyse te vragen. Wanneer een initiatief een mogelijke impact heeft op de aanwezige flora en fauna vragen we een quick scan flora en fauna. Hiermee voorkomen we aantasting van het landelijk gebied. 2. Als een agrariër of hobbyist geen paardenbak aanlegt, of dit zich niet kan veroorloven, hoe gaat u deze bepaling en alle andere regels in dit beleid handhaven.
Heeft u daarvoor voldoende specialistische capaciteit? Antwoord: Zoals gezegd wordt niemand verplicht om een paardenbak aan te leggen. Wil men wel een paardenbak dan stellen we daar specifieke regels voor op. 3. Wanneer moeten alle paardeneigenaren aan alle eisen van het beleid voldoen? Antwoord: De voorgestelde kadernotitie is een document waarmee de raad richting geeft. De kadernotitie heeft nog geen rechtsgevolgen. Het voorgestelde kader voor paardenbakken zal uitgewerkt moeten worden in een bestemmingsplanherziening die aan de raad wordt voorgelegd. Bij deze bestemmingsplanherziening vindt participatie plaats. Met het voorgestelde besluit geeft de raad de kaders mee aan het college voor deze participatie en de bestemmingsplanherziening. Paardeneigenaren hoeven pas aan de nieuwe eisen te voldoen zodra de bestemmingsplanherziening in werking treedt. De nieuwe regels gelden dan voor nieuwe aanvragen en voor huidige illegale situaties die men wil legaliseren. Zo liggen er binnen de gemeente nu verschillende buitenbakken die niet vergund zijn. Deze zullen getoetst moeten worden aan de nieuwe regels. 4. Los van de aantasting van het landelijk gebied zal er veel lichtoverlast zijn want de paardenbakken zullen ook voorzien moeten zijn van lichtmasten. Lichtoverlast zal gelet op de vele aan te leggen rijbakken in het hele landelijke gebied plaats gaan vinden.
Gaat u aan het gebruik van verlichting tijden verbinden? Of gaat u de concurrentie aan met de permanent verlichte kassen in het Westland? De regio waar het nooit nacht wordt. Antwoord: Het geldende bestemmingsplan geeft al regels voor de verlichting bij paardenbakken. Ons uitgangspunt voor de uitwerking van de kadernotitie zal juist zijn om lichtvervuiling en strooilicht te voorkomen. De inzet is om de huidige regeling over te nemen en deze aan te vullen om lichtoverlast te beperken. Ook voor verlichting geldt dat men deze niet moet aanleggen, maar alleen als men daar behoefte aan heeft.
1
5. Acht u dit utopistische beleid met moeilijk handhaafbare regels realistisch voor onze gemeente? De structuur van onze gemeente is beduidend anders dan in de Kempen of de Achterhoek. Antwoord: Het college acht de voorgestelde kaders realistisch doordat aangesloten wordt bij de VNG-richtlijn. In den lande is het gebruikelijk dat bestemmingsplannen aansluiten op deze richtlijn. Het volgen van de VNG-richtlijn is niet utopisch, hierdoor wordt juist helderheid gebracht in de wijze van bestemmen en terminologie. Waar deze kaders verder gaan dan de VNG-richtlijnen is het stellen van kaders voor het dierenwelzijn. De VNG-richtlijn is inmiddels 8 jaar oud, destijds stond het dierenwelzijn niet hoog op de maatschappelijke agenda, nu wel. Daar willen we graag op inspelen, dat is niet utopisch maar gehoor geven aan de maatschappelijk discussie. Deze aangepaste regels zullen juist zorgen voor een duidelijker beleid dan er nu is om aanvragen te toetsen en om handhavend op te treden tegen overtreding. 6. Vindt u onze gemeente wel geschikt voor grootschalige professionele paarden fokker- en paardenhouderijen? Antwoord: Ja. Uiteraard is de geschikte schaal afhankelijk van de specifieke locatie. Dit geldt voor elk agrarisch bedrijf. 7.
Kunt u aangeven wat de noodzaak is om precies nu dit ingrijpende, en in onze ogen onuitvoerbare beleid, er min of meer nu door te drukken, terwijl wij staan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het vigerende bestemmingsplan dat binnenkort expireert en er bovendien binnen 3 maanden een nieuwe gemeenteraad aan gaat treden. Antwoord: In het onderzoek naar de problematiek bij de locaties Willeskop 77 en 77c kwam naar voren dat de geldende regels voor paardenhouderijen niet aansluiten bij de praktijk en bij de landelijke richtlijnen. Er is behoefte aan een goed doordacht, toekomstbestendig beleid. Dat is de aanleiding voor deze kadernotitie. Aangezien de kadernotitie geen rechtsgevolgen heeft, wordt hiermee niets doorgedrukt. Er zal nog participatie plaatsvinden en de (volgende) raad kan zich uitspreken over de manier waarop de kadernotitie wordt uitgewerkt in het bestemmings- of omgevingsplan. 8. De VNG is geen wetgevende macht, doch geeft slechts richtlijnen. Waarom worden die onverkort in lokaal beleid opgenomen zonder naar schaal en de historische verkaveling in het gebied te kijken. Is dat gemakzucht? Met andere woorden waar is de “couleur local” en de Montfoortse maat? In de zuidelijke en oostelijke provincies is de schaal en landinrichting van een andere orde. Antwoord: De VNG is inderdaad geen wetgevende macht.
Maar de richtlijnen zijn zorgvuldig opgesteld en worden in andere gemeentes met succes toegepast. Het college had er ook voor kunnen kiezen om direct aan te slag met een bestemmingsplanherziening en om deze na participatie voor te leggen aan de gemeenteraad. Met deze kadernotitie geven we de raad juist de mogelijkheid om zich vooraf uit te spreken over de gewenste ‘couleur locale’. Voor de paardenhouderij gelden geen andere regels dan voor andere agrarische bedrijven. Er wordt dus ook geen extra bouwruimte gecreëerd. Enkel de mogelijkheid om paardenbakken, longeercirkels etc. buiten het bouwvlak te realiseren. Het geldende bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’ biedt al de mogelijkheid dat paardenbakken en andere aan paardensport gerelateerde voorzieningen, zoals longeercirkels, paardencarrousels, paddocks, stap- en trainingsmolens, buiten een bouwvlak worden gerealiseerd door toekenning van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – paardenbak’. Wil 2
iemand deze voorzieningen buiten het bouwvlak realiseren dan gelden daarvoor extra regels. Zoals de voorwaarde van landschappelijke inpassing. De kadernotitie voegt hier een voorwaarde aan toe, namelijk het uitvoeren van een quickscan flora en fauna. 9. Hobbymatig paarden houden wordt aan strenge eisen gebonden qua aantal en te treffen voorzieningen. Professionele paardenhandel is niet aan getallen gebonden en er wordt ook geen perceelsgrootte aan gekoppeld. Wij kennen situaties in de gemeente waar tientallen paarden op een klein verhard terrein moeten staan wachten voor verkoop. Als dit beleid ook in het teken staat van dierenwelzijn kunt u ons dan uitleggen hoe u met dit beleid dergelijke dieronterende situaties gaat voorkomen? Antwoord: Het aantal toegestane paarden binnen een agrarische bestemming hangt af van de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet natuurbescherming (Wnb). Voor de milieuvergunning is het niet per se van belang of iemand bedrijfsmatig of hobbymatig paarden houdt. De Wm en het bijbehorende Activiteitenbesluit geven aan dat wanneer er tussen de 6 en 50 pony’s of paarden worden gehouden men meldingsplichtig is. Er moet dan een milieumelding ingediend worden. (NB de milieumelding verdwijnt mogelijk onder de Omgevingswet). Vanaf 50 tot 100 paarden moet er een milieumelding incl.
OBM (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) ingediend worden en mogelijk ook een vormvrije M.E.R. Vanaf 100 volwassen paarden heeft een locatie pas een milieuvergunning nodig. Daarnaast dienen paardenhouders (zowel hobby- als bedrijfsmatig), afhankelijk van de afstand tot een nabij gelegen Natura-2000 gebied i.c.m. de hoeveelheid paarden, te beschikken over een natuurvergunning voor de Wnb. Deze natuurvergunning regelt met name de stikstofdepositie, maar ook andere verstoringseffecten op de natuur zoals licht, verkeer en geluid. Het koppelen van aantallen dieren aan de perceelsgrootte kan in Nederland op basis van de wetgeving niet. Anders is dit bijvoorbeeld in België. Daar moet eerst aangetoond worden dat een paardenhouder over een hoeveelheid land beschikt en aan de hand daarvan wordt bepaald hoeveel paarden er gehouden mogen worden. 10. Beseft uw college dat het uitvoeren van het voorgestelde beleid aanhoudende zorg, controle en expertise vergt en dat daar, naast het capaciteitsprobleem dit ook een kostbaar beleid gaat worden en dat de noodzakelijkheid daarvan door velen ernstig in twijfel wordt getrokken. Antwoord: We bestrijden de stelling dat deze voorstellen leiden tot een kostbaar beleid.
De voorgestelde actualisering van het beleid voorkomt juist dat we kosten en capaciteit (blijven) verspillen aan het handhaven van de bestaande regels die deels onduidelijk zijn en deels verouderd. Met dit beleid wordt (m.u.v. het dierenwelzijn en de oppervlaktes van de paardenbakken) aangesloten op de landelijke richtlijnen. Daarmee kiezen we juist voor uniformiteit en duidelijkheid. Zoals tijdens de raadsvergadering al aangegeven zal dit beleid geen oplossing zijn voor de onenigheden tussen van eigenaren van Willeskop 77 en 77c. Wel zal dit beleid zorgen voor toetsbare kaders. 11. Gaat u dit beleid invoeren om een specifiek probleem in de gemeente op te lossen? Antwoord: We veronderstellen dat u hiermee doelt op de situatie rond de locaties Willeskop 77 en 77c. Het bestemmingsplan voor die locaties is niet afhankelijk van de kadernotitie. We hebben wel bij de voorbereiding van dat bestemmingsplan geconstateerd dat er een breder probleem speelt, namelijk dat de restrictieve regeling voor paardenhouderijen in het geldende bestemmingsplan niet aansluit op de landelijke richtlijnen en de landelijke praktijk. Dit is uitgebreid uiteengezet in het legalisatieonderzoek deel 1, dat u reeds heeft ontvangen. Om die reden leggen we beide voorstellen 3
gelijktijdig aan de gemeenteraad voor. De gemeenteraad mag uiteraard over beide voorstellen verschillend denken en beslissen. 12. Tot slot. Er is een tendens of nieuw beleid om voormalige agrarische bedrijfswoningen en burger woonbestemming te geven. In hoeverre gaan deze woningen een bedreiging vormen voor de agrarische bedrijfsvoering van professionele paardenhouderijen/paardenfokkerijen. Antwoord: Bij elke aanvraag om een agrarische bedrijfswoning een reguliere woonbestemming te geven moet worden aangetoond dat omliggende agrarische bedrijven hierdoor niet worden belemmerd. Wij zien geen relatie met de kadernotitie.
4