CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-01-19 Regionale rapportage COVID-19, GGDrU.pdf

Raadsvergadering 7 februari 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Ingekomen stukken en schriftelijke mededelingen5.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 19 januari 2022

Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 19 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 12 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 13 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 18

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 19 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 19

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 21 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 21 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 21 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 22 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 22 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 22

BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK ...................................................................................................... 23 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .......................................................................................................................... 28

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 2 242.961 COVID-19 besmettingen gemeld, een stijging van 20,6% vergeleken met week 1 (201.536 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). De toenemende trend in het aantal nieuwe meldingen lijkt veroorzaakt door de omikron variant die besmetterlijker is dan andere varianten voor zowel ongevaccineerden, gevaccineerden en mensen die de ziekte al hebben doorgemaakt (Bron: RIVM). Een andere mogelijke oorzaak van de toenemende trend is de toenemende virusverspreiding sinds de schoolopening. Ondanks de versnelde boostercampagne is er afgelopen week weer een flinke toename zichtbaar (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 20 september. Peildatum: 18 januari 2022, 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM

Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 2 gestegen naar 20.748 ten opzichte van 15.995 in week 1 (Figuur 2). Dit is een toename van 29,7%. Sinds het begin van pandemie tot en met 19 januari 2022 zijn in totaal 293.237 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 19 januari 2022, 08:40 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.

Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 52 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. In week 52 had de omikron variant 4

een aandeel van 58,4% in de steekproef van de nationale kiemsurveillance (in week 51 was dit aandeel 28,7%). Er zijn drie GGD teststraatlaboratoria (Saltro, Gelreziekenhuis en Synlab) die reeds gebruik maken van een PCR test waarmee een aanwijzing verkregen kan worden voor de aanwezigheid van de omikronvariant. In deze monitoring was het aandeel van de omikronvariant op 10 januari varieerend tussen de 94,0% en 93,3%. Kortom, het aandeel van de omikronvariant in de besmettingen in Nederland bedraagt op dit moment vrijwel 100% (Bron: Advies 138e OMT over COVID-19, pagina 4).

Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 50 t/m week 52 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 52 is nog niet compleet. Peildatum: 18 januari 2022. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2).

Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Let op: er is geen nieuwe data over de surveillance luchtwegvirussen van week 2. De data hieronder komt uit week 52. Vanaf begin november worden door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en het Diakonessenhuis steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griepen andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM]. In deze monsters wordt sporadisch influenzavirus aangetoond (Figuur 3). Dit beeld past bij het landelijk beeld van de circulatie van influenzavirus gemonitord met de lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten.

5

Figuur 3. Bron grafiek: door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht en Utrecht UMC en het Diakonessenhuis zijn steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getallen boven balken zijn de totaal aantal geteste monsters 2,3.

1. De twee meest recente weken zijn nog incompleet omdat nog niet alle monsters geanalyseerd zijn. Dit wordt later aangevuld. 2. Infecties met meerdere virussen zijn mogelijk, maar het is onbekend hoe vaak dit in dit overzicht voorkomt. 3. De steekproef betreft monsters uit de GGD-teststraten van zowel personen die zich met als zonder klachten hebben laten testen.

Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 3 januari 2022 rond de 1.16 geschat door het RIVM (Figuur 4). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen voor recente dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.

Figuur 4. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 18 januari 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 5 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Te zien is dat er een stijging is in het aantal besmettingen sinds begin januari. 6

Figuur 5. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum: 19 januari 2022, 09:10 uur.

Maatregelen In de persconferentie van 14 januari 2022 werd aangekondigd dat er per 15 januari een versoepeling is van de strenge lockdown. Niet-essentiële winkels mogen overdag open en contactberoepen zijn overdag toegestaan. Het fysiek onderwijs in het middelbaar beroepsonderwijs en aan hogescholen en universiteiten kan worden hervat. Sportactiviteiten zijn weer binnen en buiten mogelijk. Wel wordt het mondkapjes advies uitgebreid. Overal waar het niet mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden, wordt geadviseerd een mondkapje te dragen. De nieuwe maatregelen gelden ten minste tot 25 januari 2022. De volledige regels zijn te vinden op: Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 18 januari 2022 is dit opnieuw vastgesteld. Gemiddeld waren er 113 ziekenhuisopnames en 17 IC-opnames per dag over de periode van 8 januari tot 14 januari 2022 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). Figuur 6 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week.

Met 1650 besmettingen per 100.000 inwoners in week 2 valt regio Utrecht in de top vijf veiligheidsregio's met de hoogste besmettingen. Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Kennemerland en Zaanstreek-Waterland zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 2292, 1758 en 1675 besmettingen per 100.000 inwoners. Fryslân, Drenthe en Limburg-Zuid zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 834, 851 en 904 meldingen per 100.000 inwoners.

7

Figuur 6. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 11 januari 2022 tot en met 18 januari 2022. Peildatum: 18 januari 2022, 10:00 uur. (Bron: RIVM).

Vindpercentage per week In regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen) gestegen van 32,5% in week 1 naar 35,3% in week 2 van 2022. De stijging in het vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal confirmatietesten. Het aandeel confirmatietesten is op landelijk niveau te zien in Figuur 7. Landelijk is het vindpercentage gestegen van 34,2% in week 1 naar 36,8% in week 2 van 2022 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt onder het landelijk gemiddelde.

8

Figuur 7. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 18 januari 2022, 10.00 uur. Bron: RIVM.

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 8 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. In bijna alle gemeenten is een stijging zichtbaar in week 2 ten opzichte van week 1. De stijging is absoluut gezien het grootst in de stad Utrecht. Dit kan verklaard worden door het hoge percentage jongeren die woonachtig is in deze stad (zie besmettingscijfers naar leeftijdsverdeling, Figuur 10 & Figuur 11). In Figuur 9 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In bijna alle gemeenten is er een stijging te zien in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 2 ten opzichte van de week ervoor. Er is alleen een stabilisatie zichtbaar in gemeente Oudewater. Het aantal besmettingen per 100.000 inwoners is het hoogst in de gemeenten Utrecht, de Ronde Venen, Eemnes, Oudewater, Bunschoten en Lopik.

9

Figuur 8. Aantal positief geteste personen per gemeente van 20 december 2021 t/m 16 januari 2022. Peildatum: 19 januari 2022, 09:30 uur.

Figuur 9. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 20 december 2021 t/m 16 januari 2022. Peildatum: 19 januari 2022, 09:30 uur.

Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 10 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 11 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 2 is het aantal besmettingen in alle leeftijdsgroepen gestegen ten opzichte van week 1. In de leeftijdscategorie 0 tot 19 jaar is een flinke stijging van 74,5% in het absoluut aantal besmettingen te zien sinds de opening van de scholen afgelopen week. Het grootste aandeel besmettingen blijft voorkomen in de leeftijdscategorie 20 tot 39 jaar. In week 2 is het aandeel van de besmettingen in de basisschoolleeftijd gestegen.

10

Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 51 (2021) t/m 2 (2022). Peildatum: 19 januari 2022, 09:40 uur.

Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 51 (2021) t/m 2 (2022) met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 19 januari 2022, 09:40 uur.

In Figuur 12 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 20 december 2021 t/m 16 januari 2022. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners van de afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroep 20-39 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroepen 40 – 59 jaar en 0-19 jaar.

11

Figuur 12. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep per 100.000 inwoners, periode 20 december 2021 t/m 16 januari 2022. Peildatum 19 januari 2022, 09:50 uur.

Bron van besmetting Door afgeschaald BCO bij een hoog aantal meldingen is het minder goed mogelijk om de doelen van BCO te bereiken. Dat wil zeggen het informeren van indexen en contacten, het bereiken van kwetsbaren en het verzamelen van gegevens voor surveillance. RIVM en GGD GHOR hebben afgelopen weken de pilot ‘’werkwijze BCO bij hoge incidentie’’ bij een aantal GGD uitgevoerd (waaronder GGD regio Utrecht). De pilots waren succesvol en GGD GHOR werkt aan een handleiding voor het uitvoeren van een steekproef. Deze handleiding zal deze week beschikbaar worden gesteld. Hiermee kunnen GGD’en starten met het uitvoeren van de steekproef BCO bij hoge incidentie. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 13 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. In week 2 zijn 64.967 testen afgenomen. Dit is stijging van 16,3% ten opzichte van week 1 (55.392 testen). Sinds het nieuwe testbeleid dat van kracht ging op 2 december 2021, mogen zelftesten ook worden gebruikt bij lichte klachten. Bij een positieve zelftest is een bevestigingstest bij de GGD nodig. Afgelopen week liet 23% van de landelijke teststraat bezoekers zich testen naar aanleiding van een positieve zelftest. 53% van het totaal aantal positieve testuitslagen volgde op een reeds positieve zelftest uitslag (Bron: Advies 138e OMT over COVID-19, pagina 2).

De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari 2021 is in Figuur 14 weergeven. De afgelopen week is de testcapaciteit omhoog bijgesteld, waardoor er weer meer ruimte is ontstaan.

12

Figuur 13. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021 en 2022. Peildatum: 19 januari 2022, 10:10 uur.

Figuur 14. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari 2021. Peildatum: 19 januari 2022, 10:10 uur.

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU heeft 14 december 2021 aangekondigd zich met volle kracht in te gaan zetten op de boostervaccinaties met het doel eind januari iedereen van 18 jaar of ouder de kans te hebben gegeven om zich te boosteren. De boosterprik kan op 7 locaties in regio Utrecht worden gehaald. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari 2021 zijn 2.194.7441 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio (peildatum: 19 januari 2022, 10:15 uur), waarvan 573.950 boostervaccinaties. Afgelopen week is er een afname te zien in het aantal gezetten boostervaccinaties (Figuur 15). Deze afname kan deels worden verklaard door het reeds vaccineren van inwoners die graag een booster wilden ontvangen en door een groot aantal inwoners met een recente COVID-19 infectie.

13

Figuur 15. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum: 19 januari 2022, 10:15 uur.

Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, en Janssen. We zijn gestopt met het vaccin Astra-Zeneca. De Gezondheidsraad adviseert voor de boosterprikken tegen COVID-19 vooralsnog niet het vaccin van Janssen structureel in te zetten, maar gebruik te blijven maken van de mRNA-vaccins (Bron: Gezondheidsraad). Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet bij alle 18-plussers die de 2e prik minimaal 3 maanden eerder heeft ontvangen.

14

Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 16 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 74% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Figuur 17 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 73% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep.

15

Figuur 16. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste één vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 19 januari 2022, 11:20 uur.

16

Figuur 17. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 19 januari 2022, 11:20 uur.

17

1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 16 januari 2022 1.533 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (Peildatum: 19 januari 2022, 10:25 uur). Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn landelijk in de periode 11 januari 10.01 uur t/m 18 januari 2022 10.00 uur 63 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode is er één overlijden gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Veenendaal en Zeist is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 18). Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.

Figuur 18. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 19 januari 2022, 10:30 uur.

18

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 19. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd stabiel is.

Figuur 19. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 20 september 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 18 januari 2022, 10:00 uur.

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 31,8 meldingen in 2021. Figuur 20 en 21 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks.

19

Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 18 januari 2022.

Figuur 21. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 18 januari 2022.

20

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Vanaf eind september 2021 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk toegenomen. De toename is eind november afgevlakt en er is een daling in aantallen zichtbaar (Figuur 22). Landelijk geldt fase 2C (conform opschalingsplan COVID-19). Landelijke zorgcontinuïteit is ernstig in gevaar: meerdere regio’s geven aan dat zij de kritiek planbare zorg en de (semi) acute zorg niet meer kunnen waarborgen. Een van de grote uitdaging is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Kritieke planbare zorg (klasse 3) en overige planbare zorg (klasse 4 en 5) is deels geannuleerd.

Figuur 22. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 18 januari 2022, 10:00 uur.

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind september 2021 toe. Sinds eind november is de instroom in de klinieken afgenomen. De bezetting in de klinieken volgt deze dalende lijn. Ook de instroom met COVID-19 patiënten op de IC is afgenomen. De bezetting op de IC volgt deze dalende lijn (Figuur 23).

Figuur 23. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 19 januari 2022.

21

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is rood (Figuur 24).

Figuur 24. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021

3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (aantal bekend bij GGDrU op 18 januari 2022: 31) te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Landelijke spreiding is ingezet. Huidig (18 januari 2022) aantal beschikbare bedden is 54 waarvan 15 bezet (Figuur 25).

Figuur 25. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 19 januari 2022. Bron: de GHOR.

22

Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke zes weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en zeventiende meting van 24 tot 28 november. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Noemenswaardig is het feit dat 90% van de deelnemers volledig gevaccineerd is. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen.

In deze bijlage worden twee zaken besproken: 1) de vaccinatiebereidheid van ouders voor hun minderjarige kinderen, en 2) de waarschijnlijkheid dat een minderjarig kind besmet zal raken met het coronavirus volgens de ouders. De bijlage start met een bespreking van de vaccinatiebereidheid. Er wordt dan onderscheid gemaakt tussen kinderen van 0 t/m 11 jaar, 12 t/m 15 jaar, 16 of 17 jaar. Daarna wordt per leeftijdscategorie ingegaan op de waarschijnlijkheid dat een kind besmet zal raken volgens de ouders. Waar in de bijlage wordt gesproken van ‘hun kind’ kan dit ook gelezen worden als ‘hun kinderen’. Verder zijn per meetronde de antwoorden van alle ouders in de grafieken te zien. Er is voorafgaand geen selectie gemaakt dat alleen de antwoorden te zien zijn van ouders die aan alle drie de meetronden hebben deelgenomen.

Vaccinatiebereidheid van ouders Meer dan de helft van de ouders met een kind in de leeftijd van 0 t/m 11 jaar wil dit kind laten vaccineren Figuur 1 weergeeft de vaccinatiebereidheid voor een kind van 0 t/m 11 jaar oud. Van de ouders die mee doen in dit onderzoek geeft 62% aan minstens een kind in deze leeftijdscategorie te hebben. Over het algemeen valt te zien dat de vaccinatiebereidheid stabiel is over tijd; er zijn hoogstens kleine verschillen tussen de meetmomenten. Verder valt het op dat de grootste groep ouders (meer dan 50%) hun kind zal laten vaccineren. We zien een kleine stijging tussen oktober en november, de vaccinatiebereidheid is met 5% gestegen (51% t.o.v. 56%). We zien een ander beeld bij de groep ouders die hun kind (zeker) niet laat vaccineren. Ongeveer een derde deel van de ouders behoort tot deze groep. De grootte van deze groep neemt iets af tussen oktober en november, het percentage ouders daalt van 33% naar 30%. De kleinste groep ouders staat neutraal tegenover een vaccinatie bij hun kind. Tijdens het laatste meetmoment in november behoort 14% van de ouders tot deze groep.

23

Figuur 1. Vaccinatiebereidheid voor kind van 0 t/m 11 jaar tussen meetronde 13 (16 tot 20 juni 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

Bijna 90% van de kinderen in de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar heeft zich laten vaccineren Figuur 2 weergeeft de vaccinatiebereidheid van ouders van kinderen in de leeftijd van 12 t/m 15 jaar. Van de ouders die mee doen in dit onderzoek geeft 37% aan minstens een kind in deze leeftijdscategorie te hebben. Er valt te zien dat 86% van de kinderen zich heeft laten vaccineren. Een op de tien ouders is er zeker van hun kind niet te laten vaccineren. Het kleine overige percentage van 5% wordt verdeeld onder het afwachten tot de afspraak, het plannen van een afspraak of twijfel.

Figuur 2. Heeft kind (12 t/m 15 jaar) laten vaccineren tijdens meetronde 17 (24 tot 28 november 2021).

Ruim acht op de tien 16-17 jarigen heeft zich laten vaccineren Figuur 3 weergeeft de vaccinatiebereidheid van ouders van kinderen van 16 of 17 jaar oud. 30% van de ouders die deelnemen aan dit onderzoek geven aan minstens een kind van deze leeftijd te hebben. Er valt te zien dat net als in Figuur 2, bijna 90% van de 16-17 jarigen gevaccineerd is. 11% van de ouders en/of kinderen wil dit niet en slechts 1% twijfelt.

24

Figuur 3. Heeft kind (16 of 17 jaar) laten vaccineren tijdens meetronde 17 (24 tot 28 november 2021).

Kans op een besmetting In de meetronde van november kwam naar voren dat de meeste ouders een besmetting bij hun kind verwachten, ongeacht de leeftijd van het kind. Dit is mogelijk deels te verklaren door de bekendwording van de Omikron variant, die snel verspreid en besmettelijker is dan andere varianten. Meer dan de helft van de ouders verwacht dat hun kind in de leeftijd van 0 tot en met 11 jaar besmet zal raken met het coronavirus in de komende maanden In Figuur 4 staat de waarschijnlijkheid dat een kind van 0 t/m 11 jaar besmet raakt de komende maanden weergeven. Er vallen drie zaken op. Gedurende de periode van juni tot en met oktober is de groep ouders die neutraal tegenover de kans op een besmetting staat het grootst. Verder, kijkend naar de paarse balken valt er te zien dat naarmate de tijd verstrijkt er steeds minder ouders denken dat het (zeer) onwaarschijnlijk is dat hun kind besmet zal raken. Tussen juni en november 2021 is het percentage gedaald van 41% naar 15%. Tegelijkertijd zien een duidelijke stijging in het percentage ouders dat de kans (zeer) waarschijnlijk acht dat hun kind besmet zal raken in de komende maanden. Sinds juni tot en met september 2021 is dit percentage gestegen, maar gestabiliseerd op 26% in oktober.

Als we kijken naar de gegevens van november zien we dat het percentage ouders dat er haast van overtuigd is dat hun kind besmet zal raken gestegen is naar 56%.

25

Figuur 4. Waarschijnlijkheid dat een kind van 0 t/m 11 jaar besmet raakt de komende maanden tussen meetronde 13 (16 tot 20 juni 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

Ruim vier op de tien ouders verwacht dat hun kind in de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar besmet zal raken met het coronavirus in de komende maanden Figuur 5 weergeeft de waarschijnlijkheid dat een kind van 12 t/m 15 jaar besmet raakt de komende maanden. Er vallen drie zaken op. De eerste is dat we een gelijk patroon zien vanaf juni tot en met september. Dan zien we dat de groep ouders die de kans op een besmetting (zeer) onwaarschijnlijk acht ongeveer even groot is als de groep die een besmetting als (zeer) waarschijnlijk acht. De percentages liggen rond de 20%-29%. De grootste groep ouders, rond de 50% staat neutraal tegenover de kans op een besmetting bij hun kind. Het tweee wat opvalt is dat in oktober het percentage ouders die verwachten dat hun kind besmet zal raken lager is dan tijdens eerdere meetmomenten, en dat het percentage ouders dat geen besmetting verwacht is toegenomen. Wat echter opvalt is dat er tijdens het laatste meetmoment in november een kentering te zien valt. In november is het percentage ouders dat de kans op besmetting (zeer) waarschijnlijk acht flink gestegen van 18% in oktober naar 44% in november.

Figuur 5. Waarschijnlijkheid dat een kind van 12 t/m 15 jaar besmet raakt de komende maanden tussen meetronde 13 (16 tot 20 juni 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

26

Percentage ouders dat de kans aannemelijk acht dat hun kind besmet zal raken stijgt flink in november Figuur 6 weergeeft de waarschijnlijkheid dat een kind van 16 of 17 jaar besmet raakt de komende maanden. De patronen die we zien lijken erg op die van Figuur 5. Tijdens de laatste meetronde in november zie je ten opzichte van eerdere meetronden een flinke stijging in het percentage ouders dat de kans (zeer) waarschijnlijk acht dat hun kind besmet zal raken met het coronavirus. Al met al staat de grootste groep ouders er neutraal tegenover.

Figuur 6. Waarschijnlijkheid dat een kind van 16 of 17 jaar besmet raakt de komende maanden tussen meetronde 13 (16 tot 20 juni 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

27

Bijlage 2: Covid Monitor

28

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=19f4452d-c137-4689-89cf-ce6fc2def086