2021-12-15 Regionale rapportage COVID-19, GGDrU.pdf
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 15 december 2021
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 16 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 10 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 11 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 14
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 16 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 16
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 18 3.1 LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 18 3.2 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 18 3.3 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 18 3.4 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 19 3.5 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 19 BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK .................................................................................................................... 20 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .................................................................................................................................... 24
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 49 116.466 besmettingen gemeld met COVID-19. In week 48 waren er 147.982 meldingen (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). Er is een afname in het aantal nieuwe meldingen te zien (Figuur 1) en een lichte daling in het aantal ziekenhuisopnames (Bron: Lichte daling ziekenhuisopnames COVID-19, virusvariant omikron baart zorgen | RIVM).
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 2 augustus. Peildatum: 14 december 2021 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM
Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 49 gedaald naar 9658 ten opzichte van 12362 in week 48 (Figuur 2). Dit is een afname van 21,2%. Tot en met 15 december 2021 09:30 zijn er in totaal 229.159 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 15 december 2021 8:10 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.
Nieuwe varianten Een schatting van welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken, wordt gedaan door middel van steekproef sequencen voor de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM. De resultaten van week 47 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. Er zijn vijf varianten die door WHO worden geduid als ‘Variants of Concern’ (VOC): Alfa, Beta, Gamma, Delta, en Omikron. Sinds medio juli is de deltavariant, die veel besmettelijker is dan anderen, dominant in Nederland en wereldwijd. Met ingang van 12 november 2021 is AY.4.2 door ECDC geëscaleerd van ‘Variant under Monitoring’ naar ‘Variant of Interest’. Sinds 26 november is de nieuwe Omikronvariant door WHO als VOC verklaard. Deze variant is ook in Nederland aangetroffen.
Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 45 t/m week 47 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 47 is nog niet compleet. Peildatum 15 december 2021. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2).
Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 29 november rond de 0.93, zo schat het RIVM (Figuur 3). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen voor recenter dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn. Alleen met een R-getal onder de 1 neemt de verspreiding af.
Figuur 3. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 14 december 2021 10:00 uur.
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 4 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Te zien is dat er een daling is in het aantal registraties positieve patiënten.
Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum 15 december 2021 8:00 uur.
Maatregelen In de persconferentie van gisteren (14 december 2021) werd aangekondigd dat de maatregelen die op zondag 28 november zijn aangekondigd van kracht blijven tot ten minste 14 januari 2022, waaronder sluitingstijden van 17.00-5.00 uur voor sportlocaties binnen en buiten, niet-essentiele winkels en dienstverlening, horeca en locaties voor kunst en cultuur. De volledige regels zijn te vinden op Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 14 december 2021 is dit opnieuw vastgesteld. Er waren gemiddeld 283 ziekenhuisopnames en 50 IC-opnames per dag over de periode van 4 tot en met 10 december 2021 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). Figuur 5 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 691 besmettingen per 100.000 inwoners in week 49 valt regio Utrecht in de bovenste helft van de middenmoot.
Veiligheidsregio Limburg-Noord, Zeeland en Limburg-Zuid zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 970, 867 en 842 besmettingen per 100.000 inwoners. Groningen, Drenthe en Amsterdam-Amstelland zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 460, 487 en 519 meldingen per 100.000 inwoners.
Figuur 5. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 7 december 2021 t/m 14 december 2021. Peildatum: 14 december 2021, 10:00 uur. (Bron: RIVM).
Vindpercentage per week In de regio Utrecht is het vindpercentage gestegen van 18,8% in week 48 naar 20,8% in week 49. De stijging in het vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal confirmatie tests. Landelijk is het vindpercentage in week 48 gestegen van 21,3% naar 23,4% in week 49 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt dus onder het landelijk gemiddelde. Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 6 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. De stijging is absoluut gezien het grootst in de grote steden Utrecht en 7
Amersfoort. In Figuur 7 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In de meeste gemeenten is er een daling te zien in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 49 ten opzichte van de week ervoor. Daarnaast is er in Lopik een lichte stijging te zien in het aantal besmettingen. Relatief gezien is het aantal besmettingen het hoogst in Bunschoten. In Vijfheerenlanden, Amersfoort, Leusden en Woudenberg zijn de besmettingen relatief gezien ook hoger dan in andere gemeenten.
Figuur 6. Aantal positief geteste personen per gemeente van 15 november t/m 12 december 2021. Peildatum 15 december 2021 12:20 uur.
Figuur 7. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 15 november t/m 12 december 2021. Peildatum 15 december 2021, 12:20 uur.
Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 8 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 9 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 49 is het aantal besmettingen in alle leeftijdsgroepen gedaald ten opzichte van week 48. In week 49 is het aandeel besmettingen het hoogst in de leeftijdsgroep 0-19 jaar. In de data van de afgelopen weken is te zien dat een vierde van de besmettingen plaatsvindt in de basisschoolleeftijd.
8
Figuur 8. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 46 t/m 49. Peildatum: 15 december 2021 10:20 uur.
Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 46 t/m 49 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 10 december 2021 10:20 uur.
In Figuur 10 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 15 november t/m 12 december 2021. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners zich met name bevinden in de leeftijdsgroepen 0-19 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroep 20-39 en 40-59 jaar.
Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep per 100.000 inwoners, periode 15 november t/m 12 december 2021. Peildatum 15 december 2021 10:30 uur.
9
Bron van besmetting Tijdens het BCO wordt normaal gesproken uitgevraag gedaan naar de mogelijke bron van besmetting. Door het hoge aantal besmettingen is dit helaas niet mogelijk geweest. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 11 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. Ten opzichte van vorige week heeft er een daling plaatsgevonden tot 42.969 afgenomen testen in week 49. De testcapaciteit is omlaag bijgesteld. Het aantal bezoekers op de teststraten is ook gedaald. Dit is mogelijks deels te verklaren door het nieuwe testbeleid dat op 2 december van kracht ging. Zelftesten mogen ook worden gebruikt bij lichte klachten, bij een positieve zelftest is een confirmatie test bij de GGD nodig. De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari is in Figuur 12 weergeven.
Figuur 11. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 15 december 2021, 10:40 uur.
Figuur 12. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari. Peildatum 15 december 2021, 10:40 uur.
10
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU heeft 14 december 2021 aangekondigd met volle kracht in te gaan zetten op de boostervaccinaties met het doel eind januari iedereen van 18 jaar of ouder de kans te hebben gegeven om zich te boosteren. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari zijn 1.673.915 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio (peildatum 15 december 2021, 11:10) (Figuur 13). Sinds 19 november zijn er 71.895 boostervaccinaties gezet. Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen. Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet. Na een volledige vaccinatieserie zijn mensen momenteel goed beschermd tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname door COVID-19.
Figuur 13. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste en tweede vaccinatie. Peildatum 15 december 2021, 14:15 uur.
11
Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 14 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 74% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Figuur 15 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 73% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de totale vaccinatiegraad wordt berekend op basis van de gehele populatie en niet van 12 jaar en ouder.
12
Figuur 14. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste een vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum 13 december 2021.
Figuur 15. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum 13 december 2021.
13
1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 15 december 2021 11:30 uur 1.420 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden. Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn er landelijk in de periode 7 december 10.01 uur t/m 14 december 2021 10.00 uur 445 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn er twaalf overlijdens gemeld bij GGDrU. In Figuur 17 is de landelijke oversterfte te zien. Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Veenendaal is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 16).
Figuur 16. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum 15 december 2021 11:30 uur.
14
Figuur 17. Aantal verwachte overledenen en aantal overledenen. Peildatum 7 december 2021. Bron: CBS.
15
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 17. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd weer aan het afnemen is.
Figuur 17. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf maart 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 14 december 2021 10:00 uur.
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 29,1 meldingen in het eerste half jaar van 2021. Figuur 18 en 19 tonen het aantal meldingen respectievelijk per maand en per week.
16
Figuur 18. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 13 december 2021.
Figuur 19. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 13 december 2021.
17
3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Landelijk is vanaf eind september 2021 het aantal ziekenhuisopnames toegenomen. Deze toename is eind november afgevlakt en laat de afgelopen week een voorzichtige daling zien (Figuur 20).
Figuur 20. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 14 december 2021 10:00 uur.
3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind september 2021 toe. Eind november is deze toename in de klinieken gestabiliseerd en vervolgens licht afgenomen. De bezetting in de klinieken blijft relatief stabiel hoog. Ook de instroom met COVID-19 patiënten op de IC blijft relatief stabiel evenals de bezetting op de IC (Figuur 21). Er is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Kritieke planbare zorg (klasse 3) en overige planbare zorg (klasse 4 en 5) is deels geannuleerd. Druk op de zorg neemt toe.
Figuur 21. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 15 december 2021.
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is donkerrood (Figuur 22). 18
Figuur 22. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021
3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (huidig aantal bij ons bekend: 35) te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Landelijke spreiding is ingezet. Huidig aantal beschikbare bedden is 54 (dit aantal wordt 56).
Figuur 23. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 15 december 2021. Bron: de GHOR.
19
Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en zeventiende meting van 24 tot 28 november. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. Gedurende de coronapandemie zijn er maatregelen ingevoerd met als doel om de besmettingscijfers te verlagen. Zo zijn er momenteel verschillende maatregelen van kracht.
Enkele voorbeelden zijn het houden van anderhalve meter afstand, het dragen van mondkapjes in publieke binnenruimtes, het thuiswerken en het hanteren van een maximaal aantal bezoekers. In deze bijlage wordt ingegaan op het draagvlak voor vijf verschillende maatregelen. De centrale vraag is dus: in hoeverre staan deelnemers achter de maatregelen die nu gelden? De maatregelen die in deze bijlage worden besproken, zijn het houden van anderhalve meter afstand, het thuiswerken, het testen bij klachten, het in quarantaine gaan bij een postieve test van een huisgenoot en het maximaal aantal bezoekers van vier per dag. De keuze voor het bestuderen van deze maatregelen is voornamelijk gebaseerd op het feit dat ze doorgaans tot de meeste beperkingen leiden in het dagelijks leven. NB. In elk figuur staat de N weergeven. Dit staat voor het totaal aantal mensen die de desbetreffende vraag heeft beantwoord. Dit is uitgesplitst naar de verschillende meetronden. Ruim acht op de tien deelnemers staat achter de anderhalve meter afstand maatregel Figuur 1 weergeeft het percentage deelnemers dat achter de anderhalve meter afstandsmaatregel staat. Het algemene beeld schetst een toename in draagvlak tijdens het laatste meetmoment (24-28 november) ten opzichte van september en oktober. De toename kan mogelijk worden verklaard door de toename in het aantal besmettingen in november.
Als we meer specifiek naar de cijfers kijken van de totale groep valt te zien dat er een stijging is van 28% in het draagvlak van deze maatregel tussen oktober en november. Als er gefocust wordt op de verschillen tussen leeftijdsgroepen zien we dat het draagvlak voor de maatregel toeneemt naarmate de leeftijd stijgt. Tijdens meetronde 17 (24-28 november) staan 31% meer 70-plussers dan 16-39 jarigen achter de anderhalve meter afstand maatregel. Het verschil in draagvlak kan mogelijk worden verklaard door het feit dat de jongste groep het hardst door de maatregel getroffen wordt. Bijvoorbeeld als het gaat om studie-activiteiten die alleen in kleine groepen kunnen worden gehouden.
20
Figuur 1. Staat achter de maatregel: houd 1.5 meter afstand van anderen. Weergegeven is het percentage tijdens meetrode 15 (8 tot 12 septemer 2021), 16 (20 to 24 oktober 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).
72% van de deelnemers staan achter de maatregel die vraagt zoveel mogelijk thuis te werken Figuur 2 weergeeft het percentage deelnemers dat achter de maatregel staat die vraagt zoveel mogelijk thuis te werken. We zien net als in Figuur 1 een stijging in draagvlak voor deze maatregel tijdens de meetronde van eind november ten opzichte van september en oktober. Wat verder opvalt is dat wanneer we kijken naar de data van meetronde 17 (2428 november) het aantal 16-39 jarigen en 70-plussers dat achter de maatregel staat gelijk is (rond de 65%). Voor 40-54 jarigen en 55-69 jarigen geldt hetzelfde, al staan in deze leeftijdsgroepen zo’n 10% meer deelnemers achter de maatregel. Een mogelijke verklaring voor het feit dat er minder deelnemers achter deze maatregel staan dan de afstandmaatregel is dat (veel) bedrijven de afstandmaatregel hanteren op het werk. Mogelijk dat dan het ‘nut’ voor het thuiswerken minder ingezien wordt wat het draagvlak doet afnemen.
21
Figuur 2. Staat achter de maatregel: werk zoveel mogelijk thuis. Weergegeven is het percentage tijdens meetrode 15 (8 tot 12 septemer 2021), 16 (20 to 24 oktober 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).
Bijna acht op de tien deelnemers staan achter de maatregel om zich te laten testen bij klachten Figuur 3 weergeeft het percentage deelnemers dat achter de maatregel staat zich te laten testen bij klachten. Wanneer er wordt gekeken naar de totale groep valt te zien dat 79% achter de maatregel staat (meetronde 17; 24-28 november). Wat opvalt is dat de percentages deelnemers uit verschillende leeftijdsgroepen zeer gelijk is dat achter de maatregel staat, het schommelt tussen de 77% en 83%. Verder valt te zien dat tijdens de laatste meetronde het draagvlak voor het testen hoger is dan bij de andere meetronden. Dit zou verklaard kunnen worden door de flinke toename in het aantal besmettingen gedurende november.
Figuur 3. Staat achter de maatregel: laat u testen bij klachten. Weergegeven is het percentage tijdens meetrode 15 (8 tot 12 septemer 2021), 16 (20 to 24 oktober 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).
89% van de deelnemers staat achter de maatregel om in quarantaine te gaan als een huisgenoot positief test op het coronavirus Figuur 4 weergeeft het percentage deelnemers dat achter de maatregel staat in quarantaine te gaan bij een positieve test van een huisgenoot. Als we kijken naar de totale groep staat bijna 90% achter deze maatregel. We zien kleine verschillen tussen leeftijdsgroepen, al stijgt het draagvlak voor de quarantaine maatregel naarmate de 22
leeftijd toeneemt. Een mogelijke verklaring voor het iets lagere draagvlak onder 16-39 jarigen is het feit dat bijvoorbeeld sociale activiteiten vaker stil komen te liggen gedurende een quarantaine.
Figuur 4. Staat achter de maatregel: ga in quarantaine bij een positieve test van een huisgenoot tijdens meetronde 17 (24 tot 28 november 2021).
Minder dan de helft van de 16-39 jarigen staat achter een maximaal aantal bezoekers thuis met de afstand maatregel Figuur 5 weergeeft het percentage deelnemers dat achter de maatregel staat een maximaal aantal bezoekers thuis te ontvangen en dan afstand te houden van anderen. Wat opvalt zijn de verschillen tussen de leeftijdsgroepen. Slechts 42% van de jongste leeftijdsgroep staat achter deze maatregel. Tweederde van de 40-54 jarigen en 77% van de 55-69 jarigen staat achter deze maatregel. Het draagvlak voor de maatregel is beduidend hoger voor 70-plussers, bijna negen op de tien geeft aan achter deze maatregel te staan. Een mogelijke verklaring voor de grote verschillen in draagvlak tussen de leeftijdsgroepen is de impact op het sociale leven. Deze is bij jongere mensen doorgaans groter dan bij ouderen.
Figuur 5 Staat achter de maatregel: ontvang maximaal vier bezoekers en houd 1.5 meter afstand van elkaar tijdens meetronde 17 (24 tot 28 november 2021).
23
Bijlage 2: Covid Monitor
24