2021-12-01 Regionale Rapportage COVID-19, GGDrU.pdf
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 1 december 2021
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 15 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 10 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 11 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 14
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 15 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 15
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 16 3.1 LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 16 3.2 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 17 3.3 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 17 3.4 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 18 3.5 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 18 BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK .................................................................................................................... 19 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .................................................................................................................................... 23
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 47 155.152 besmettingen gemeld met COVID-19. In week 46 waren er 153.957 meldingen (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). Er is een begin van een stabilisatie van het aantal nieuwe meldingen te zien (Figuur 1), Stabilisatie aantal nieuwe meldingen | RIVM.
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 2 augustus. Peildatum: 30 november 2021 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM
Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 47 gestegen met naar 12.386, ten opzichte van 11.869 in week 46 (Figuur 2). Sinds begin 2021 tot en met 17 november 2021 8:05 uur zijn in totaal 207.982 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 1 december 2021 8:10 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.
Nieuwe varianten Een schatting van welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken, wordt gedaan door middel van steekproef sequencen voor de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM. De resultaten van week 45 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. Er zijn vijf varianten die door WHO worden geduid als ‘Variants of Concern’ (VOC): Alfa, Beta, Gamma, Delta, en Omikron. Sinds medio juli is de deltavariant, die veel besmettelijker is dan anderen, dominant in Nederland en wereldwijd. Met ingang van 12 November 2021 is AY.4.2 door ECDC geëscaleerd van ‘Variant under Monitoring’ naar ‘Variant of Interest’. Sinds 26 november is de nieuwe Omikronvariant door WHO als VOC verklaard. Deze variant is ook in Nederland aangetroffen. *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2).
Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 43 t/m week 45 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Peildatum 1 december 2021. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV2 | RIVM).
Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 15 november rond de 1.05, zo schat het RIVM (Figuur 3). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen voor recenter dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn. Alleen met een R-getal onder de 1 neemt de verspreiding af.
Figuur 3. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 30 november 2021 10:00 uur.
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 4 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Te zien is dat het aantal besmettingen enorm is toegenomen tot het hoogste aantal sinds het begin van de pandemie. Echter, er is nu een begin van een stabilisatie van het aantal gevallen te zien.
Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum 1 december 2021 8:00 uur.
Maatregelen Sinds zondag 28 november gelden er nieuwe maatregelen tot ten minste 19 december 2021, waaronder sluitingstijden van 17.00-5.00 uur voor sportlocaties binnen en buiten, niet-essentiele winkels en dienstverlening, horeca en locaties voor kunst en cultuur. De volledige regels zijn te vinden op Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november zit Nederland in ‘ernstig’, en op 30 november is dit opnieuw vastgesteld. Er waren gemiddeld 289 ziekenhuisopnames en 50 IC-opnames per dag over de periode van 20 tot en met 26 november 2021 (Bron: Risiconiveaus). Figuur 5 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 929 besmettingen per 100.000 inwoners in week 47 valt regio Utrecht in de bovenste helft van de middenmoot. Veiligheidsregio Limburg-Zuid, Limburg-Noord en Zeeland zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 1.480 1.333, 1.229 besmettingen per 100.000 inwoners.
Groningen, Drenthe en Amsterdam-Amstelland zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 681, 627 en 544 meldingen per 100.000 inwoners.
Figuur 5. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 23 november t/m 30 november 2021 10:00 uur. (Bron: RIVM).
Vindpercentage per week In de regio Utrecht is het vindpercentage gedaald van 19,3% in week 46 naar 18,6% in week 47. Landelijk is het vindpercentage in week 46 gedaald van 22,4% naar 21,4% in week 47 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt dus onder het landelijk gemiddelde. Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 6 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. De stijging is absoluut gezien het grootst in de grote steden Utrecht en Amersfoort. In Figuur 7 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in
7
relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In een deel van de gemeenten is een stijging te zien in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 47 ten opzichte van de week ervoor. Daarnaast is er in sommige gemeenten een stabilisatie te zien in het aantal besmettingen. Relatief gezien is het aantal besmettingen het hoogst in Baarn en Woudenberg.
Figuur 6. Aantal positief geteste personen per gemeente van 1 t/m 28 november 2021. Peildatum 1 december 2021 8:10 uur.
Figuur 7. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 2 van 1 t/m 28 november 2021. Peildatum 1 december 2021 8:10 uur.
Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 8 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 9 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 47 is het aantal besmettingen gestegen in de leeftijdsgroepen 0-19 en 40-59 jaar. In week 47 is het aandeel besmettingen het hoogst in de leeftijdsgroep 0-19 jaar. Van het totale aantal besmettingen valt bijna 25% in de leeftijdsgroep 4-12 jaar.
8
Figuur 8. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 44 t/m 47 in 2021. Peildatum: 1 december 2021 8:10 uur.
Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 44 t/m 47 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 1 december 2021 8:10 uur.
In Figuur 10 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 1 t/m 28 november 2021. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners zich met name bevinden in de leeftijdsgroepen 0-19 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroep 20-39 en 40-59 jaar.
Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep per 100.000 inwoners, periode 1 t/m 28 november 2021. Peildatum 1 december 2021 8:10 uur.
9
Bron van besmetting Tijdens het BCO wordt normaal gesproken uitgevraag gedaan naar de mogelijke bron van besmetting. Door het hoge aantal besmettingen is dit helaas niet mogelijk geweest. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 11 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. Ten opzichte van vorige week heeft er een stijging plaatsgevonden tot 63.204 afgenomen testen in week 47. De testcapaciteit is omhoog bijgesteld wegens het hoge aantal gevraagde testen. Op sommige dagen wordt de maximale testcapaciteit bereikt, daarom werkt GGDrU hard om de capaciteit te verhogen. De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari is in Figuur 12 weergeven.
Figuur 11. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 1 december 2021, 8:10 uur.
Figuur 12. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari. Peildatum 1 december 2021, 8:10 uur.
10
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU is sinds juli gestart met fijnmazig vaccineren in wijken of groepen met een lagere vaccinatiegraad en heeft daarmee grootschalig vaccineren afgeschaald. Dit leidt tot goede resultaten. Bijvoorbeeld in de wijk Overvecht in Utrecht is het percentage inwoners met tenminste één vaccinatie afgelopen tijd het hardst gestegen. GGDrU werkt hard aan opschalen voor boostervaccinaties. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari zijn 1.596.253 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio (peildatum 1 december 9:30) (Figuur 13). Sinds 19 november zijn er 6.763 boostervaccinaties gezet. Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen. Na een volledige vaccinatieserie zijn mensen momenteel goed beschermd tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname door COVID-19. Vrijdag 19 november is GGDrU begonnen met het zetten van de booster vaccinaties met een mRNA vaccin bij 80-plussers. Binnenkort start de campagne voor 60-plussers.
Figuur 13. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste en tweede vaccinatie. Peildatum 1 december 2021, 9.30 uur.
11
Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 14 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 74% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Figuur 15 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 72% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de totale vaccinatiegraad wordt berekend op basis van de gehele populatie en niet van 12 jaar en ouder.
Figuur 14. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste een vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum 29 november 2021.
12
Figuur 15. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum 29 november 2021.
13
1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 1 december 2021 8:10 uur 1.410 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden. Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn er landelijk in de periode 23 november t/m 30 november 2021, 367 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn er twaalf overlijdens gemeld bij GGDrU. Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Zeist is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 16).
Figuur 16. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum 1 december 2021 10:00 uur.
14
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 17. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen weken flink is toegenomen.
Figuur 17. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf maart 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 30 november 2021 10:00 uur.
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 29,1 meldingen in het eerste half jaar van 2021.
Figuur 18 en Figuur 19 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks.
15
180 160
Aantal meldingen
140 120 100 80 60 40 20
MAB (maandoverzicht)
oktober
augustus
2021
september
juli
juni
mei
april
maart
februari
december
januari 2021
oktober
2020
november
augustus
september
juli
juni
mei
april
maart
februari
januari 2020
0
Wvggz (maandoverzicht)
Figuur 18. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 30 november 2021
60
Aantal meldingen
50
40
30
20
10
0 1
3
5
7
9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47
weeknummers MAB (weekoverzicht)
Wvggz (weekoverzicht)
Figuur 19. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 30 november 2021
3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Landelijk is vanaf begin juli 2021 het aantal ziekenhuisopnames, na een daling in aantallen, toegenomen. Het aantal ziekenhuisopnames nam vanaf eind juli 2021 tot eind september 2021 licht af. Vanaf eind september 2021 tot heden is het aantal ziekenhuisopnames verder toegenomen. Ziekenhuizen staan zwaar onder druk (Figuur 20). 16
Figuur 20. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 30 november 10:00 uur.
3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio neemt de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind september 2021 toe. De bezetting in de klinieken volgt deze stijgende lijn. Ook de bezetting met COVID-19 patiënten op de IC neemt toe. Er is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Druk op de zorg neemt toe. Zorg wat vorig jaar is uitgesteld, kan nu niet meer uitgesteld worden. De zorgzwaarte van de patiënten neemt toe (zieker door het wachten). Daarnaast is doorstroom in de keten (nazorg capaciteit) essentieel, maar een ingewikkelde puzzel.
Figuur 21. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 1 december 2021.
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is oranje (Figuur 22). 17
Figuur 22. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021
3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (huidig aantal bij ons bekend: 17) te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Landelijke spreiding is ingezet. Huidig aantal beschikbare bedden is 52.
Figuur 23. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 1 december 2021. Bron: de GHOR.
18
Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en zestiende meting van 20 tot 24 oktober. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. In deze bijlage wordt ingegaan op overtuigingen van ouders rondom het vaccineren van hun minderjarige kind(eren). Er worden zes stellingen besproken.
1) Als mijn kind een coronavaccin krijgt, is hij/zij beschermd tegen het coronavirus. 2) Ik ben bang voor mogelijke bijwerkingen bij mijn kind. 3) Ik ben bang voor eventuele onbekende langetermijngevolgen bij mijn kind. 4) Als een vaccin is goedgekeurd voor de Nederlandse markt, geloof ik dat het veilig is voor mijn kind. 5) Ik denk dat vaccinatie van mijn kind bijdraagt aan het beëindigen van de coronacrisis. 6) Ik denk dat vaccinatie van mijn kind helpt om anderen te beschermen tegen het coronavirus. In meetronde 14, 15 en 16 geven respectievelijk 562 (23%), 751 (36%) en 598 (30%) deelnemers aan dat ze één of meer thuiswonende minderjarige kinderen hebben. Waar in de bijlage wordt gesproken van ‘hun kind’ kan dit ook gelezen worden als ‘hun kinderen’. Verder zijn per meetronde de antwoorden van alle ouders in de grafieken te zien. Er is voorafgaand geen selectie gemaakt dat alleen de antwoorden te zien zijn van ouders die in alle drie de meetronden hebben meegedaan. Zes op de tien ouders is ervan overtuigd dat het vaccin hun kind beschermt tegen het coronavirus Figuur 1 weergeeft in hoeverre ouders het eens zijn met de stelling ‘het vaccin beschermt mijn kind tegen het virus’. Het algemene beeld laat zien dat rond de 60% het hier (helemaal) mee eens is. Ongeveer 18% staat hier neutraal tegenover en rond de 20% is het hier (helemaal) niet mee eens).
Er zijn geen grote verschillen tussen de meetmomenten, dus de meningen lijken stabiel.
Het vaccin beschermt mijn kind tegen het virus 100% 80% 60% 40% 20% 0% 28 juli-1 aug (N=562) (Helemaal) mee oneens
8-12 sept (N=751) Neutraal
20-24 okt (N=598) (Helemaal) mee eens
Figuur 1 Het vaccin beschermt mijn kind tegen het virus tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 16 (20 tot 24 oktober 2021).
19
Een derde van de ouders is bang voor mogelijke bijwerkingen van een coronavaccin bij hun kind Figuur 2 weergeeft in hoeverre ouders bang zijn voor mogelijke bijwerkingen van een coronavaccin bij hun kind. Over het algemeen valt te zien dat de meeste ouders het hier (helemaal) mee oneens zijn. Dit is over alle meetronde genomen rond 42%. Tegelijkertijd is een derde deel van de ouders juist wel bang voor bijwerkingen van een coronavaccin bij hun kind. Wel valt op dat het sinds eind juli (meetronde 14) licht is afgenomen en is gestabiliseerd naar 33% in oktober. Een klein kwart van de ouders staat er neutraal tegenover.
Ik ben bang voor mogelijke bijwerkingen bij mijn kind 100% 80% 60% 40% 20% 0% 28 juli-1 aug (N=562) (Helemaal) mee oneens
8-12 sept (N=751) Neutraal
20-24 okt (N=598) (Helemaal) mee eens
Figuur 2 Ik ben bang voor mogelijke bijwerkingen bij mijn kind tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 16 (20 tot 24 oktober 2021).
Ruim 40% van de ouders is bang voor eventuele onbekende langetermijngevolgen van een vaccin bij hun kind Figuur 3 weergeeft de angst van ouders voor eventuele onbekende langetermijngevolgen bij hun kind na het vaccineren. Er valt te zien dat twee groepen eruit springen; enerzijds de ouders die geen angst hebben, anderszijds de ouders die wel angst hebben. Er valt te zien dat deze groepen stabiel zijn over tijd. Wanneer we kijken naar de groep ouders die geen angst heeft, valt te zien dat deze groep uit 38% van de ouders bestaat in oktober. In oktober geeft 43% van de ouders aan wel bang te zijn voor onbekende langetermijngevolgen van een vaccin bij hun kind. Het valt op dat de groep die angstig is iets groter is dan de groep zonder angst. Het verschil was het grootst in meetronde 14 (eind juli). Toen was de groep angstige ouders aanzienlijk groter dan de groep die geen angst heeft.
20
Angst voor eventuele onbekende langetermijngevolgen bij mijn kind 100% 80% 60% 40% 20% 0% 28 juli-1 aug (N=562) (Helemaal) mee oneens
8-12 sept (N=751) Neutraal
20-24 okt (N=598) (Helemaal) mee eens
Figuur 3 Angst voor eventuele onbekende langetermijngevolgen bij mijn kind tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 16 (20 tot 24 oktober 2021).
Ruim zes op de tien ouders hebben vertrouwen in de veiligheid van het vaccin voor hun kind Figuur 4 weergeeft in hoevrre ouders vinden dat een vaccin voor hun kind veilig is als het is goedgekeurd voor de Nederlandse markt. Het algemene beeld schetst dat rond de 65% het hier (helemaal) mee een is. Een kleinere groep van rond de 20% staat hier neutraal tegenover en het overige deel van de ouders vertrouwt de veiligheid van het vaccin niet (rond de 13%). Verder valt er te zien dat het eerder beschreven patroon stabiel is over tijd.
Als een vaccin is goedgekeurd, geloof ik dat het veilig is voor mijn kind 100% 80% 60% 40% 20% 0% 28 juli-1 aug (N=562) (Helemaal) mee oneens
8-12 sept (N=751) Neutraal
20-24 okt (N=598) (Helemaal) mee eens
Figuur 4 Als een vaccin is goedgekeurd, geloof ik dat het veilig is voor mijn kind tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 16 (20 tot 24 oktober 2021).
63% van de ouders denkt dat vaccinatie van hun kind helpt bij het beëndigen van de coronacrisis Figuur 5 weergeeft in hoeverre ouders denken dat vaccinatie van hun kind helpt bij het beëindigen van de coronacrisis. Het patroon is stabiel over de drie meetmomenten; er zijn alleen kleine verschillen te zien. Net als in Figuur 4 is het overgrote deel (rond de 63%) het hier (helemaal) mee eens. Daarnaast is rond de 22% het hier (helemaal) niet mee eens en rond de 14% staat er neutraal tegenover. 21
Ik denk dat vaccinatie van mijn kind helpt bij het beëndigen van de coronacrisis 100% 80% 60% 40% 20% 0% 28 juli-1 aug (N=562) (Helemaal) mee oneens
8-12 sept (N=751) Neutraal
20-24 okt (N=598) (Helemaal) mee eens
Figuur 5 Ik denk dat vaccinatie van mijn kind helpt bij het beëindigen van de coronacrisis tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 16 (20 tot 24 oktober 2021).
Zeven op de tien ouders zijn ervan overtuigd dat het vaccineren van hun kind helpt om anderen te beschermen tegen het coronavirus Figuur 6 weergeeft in hoeverre ouders denken dat vaccinatie van hun kind helpt om anderen te beschermen tegen het coronavirus. Het algemene beeld laat zien dat de meningen van ouders stabiel zijn over de meetmomenten. Verder valt te zien dat rond de 70% het er (helemaal) mee eens is dat het vaccineren van hun kind helpt om anderen te beschermen tegen het virus. Rond de 18% van de ouders is het hier (helemaal) niet mee eens en 12% staat hier neutraal tegenover.
Vaccinatie van mijn kind helpt anderen te beschermen tegen het virus 100% 80% 60% 40% 20% 0% 28 juli-1 aug (N=562) (Helemaal) mee oneens
8-12 sept (N=751) Neutraal
20-24 okt (N=598) (Helemaal) mee eens
Figuur 6 Ik denk dat vaccinatie van mijn kind helpt bij het beëindigen van de coronacrisis tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 16 (20 tot 24 oktober 2021).
22
Bijlage 2: Covid Monitor
23