2021-10-13 Regionale rapportage COVID-19, GGDrU.pdf
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 13 oktober 2021
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 16 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 12 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 12 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 16
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 16 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 17
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 19 3.1 LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 19 3.2 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 19 3.3 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 20 3.4 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 20 3.5 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 20 BIJLAGE 1: LANDELIJKE PANELONDERZOEK................................................................................................................... 21
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 40 17.832 besmettingen gemeld met COVID-19, waar in week 39 12.016 meldingen waren (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). Dat is een stijging van 48% ten opzichte van de week ervoor (Figuur 1). Volgens het RIVM is deze stijging de te verwachten ‘najaarsstijging’. Zie hiervoor ook: RIVM ziet 'najaarsstijging': 48 procent meer coronabesmettingen | NOS.
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 5 april. Peildatum: 12 oktober 2021 10:00 uur. Bron RIVM.
Het aantal positieve testen in de regio bekend bij GGD regio Utrecht is gestegen in week 40 tot 1753, ten opzichte van 943 in week 38 (Figuur 2). Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal. Dit zal gaan om zo’n 150 besmettingen op zondag 3 oktober, die erbij zijn gekomen in week 40. Er is dus, ondanks de storing, nog steeds een flinke stijging te zien. Sinds begin 2020 tot en met 11 oktober 2021 08:10 uur zijn in totaal 157.471 personen positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 13 oktober 2021 8:00 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt. Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal.
Nieuwe varianten Een schatting van welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken, wordt gedaan door middel van steekproef sequencen voor de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM. Aangezien de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren, zijn de resultaten van week 38 het meest recent, nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week zijn binnen. Er zijn vier varianten die door WHO geduid als ‘Variants of Concern’: Alfa, Beta, Gamma en Delta. Op dit moment is de deltavariant, die veel besmettelijker is dan andere, dominant in Nederland en wereldwijd.
Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 36 t/m week 38 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Peildatum 13 oktober 2021. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARSCoV-2 | RIVM).
Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 27 september rond de 1.12, zo schat het RIVM (Figuur 3). Alleen met een R onder de 1 neemt de verspreiding af.
Figuur 3. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 12 oktober 2021 10:00 uur.
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In Figuur 4 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf de tweede golf in september 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. In het bijschrift staat een toelichting op de versoepelingen en maatregelen. Het effect van aanscherpingen en versoepelingen op aantal positieven is normaal gesproken na enkele weken te zien. Per 25 september zijn de volgende maatregelen ingegaan: de anderhalvemetermaatregel wordt geschrapt, de coronapas wordt ingevoerd, horeca en nachtclubs mogen open tot middernacht, (meerdaagse) evenementen onder voorwaarden weer mogelijk, en mondkapjes blijven verplicht in het openbaar vervoer in de voertuigen. Voor scholen is de mondkapjesplicht afgeschaft en grote groepen mogen weer bij elkaar komen. Voor de basisscholen is de quarantaine regel voor de hele klas vervallen wanneer er een enkele besmetting heeft plaatsgevonden.
Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum 13 oktober 2021 8:00 uur. Coronamaatregelen 1. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 2. (1 mrt) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 3. (16 mrt) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 4. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiële winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen. 5. (15 mei) Reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. 6. (19 mei) Sportscholen en de buitenlocaties van recreatieparken zijn weer open. Buiten sporten in groepen is weer toegestaan met maximaal 30 personen. Er mag weer kunst- en cultuurbeoefening plaatsvinden zowel binnen als buiten met maximaal 30 personen. Alle contactberoepen zijn weer toegestaan. Terrassen mogen langer openblijven, nu van 06.00 t/m 20.00 met maximaal 50 personen. 7. (5 jun) Maximum van 4 bezoekers per dag thuis ontvangen.
Horeca en meeste publiek toegankelijke locaties, en daarmee ook culturele locaties, open onder voorwaarden. Openingstijden van buitenterrassen verruimd. Mogelijkheden voor sporten en kunsten cultuurbeoefening zijn verruimd. Ook locaties voor recreatie binnen open onder voorwaarden. Alle winkels open volgens reguliere openingstijden. Maximaal aantal mensen bij een huwelijk naar 50 personen. 8. (26 jun) Alle publiek toegankelijke ruimtes weer open, waarbij 1,5 meter afstand houden verplicht is. 100% bezoekerscapaciteit toegestaan met coronatoegangsbewijzen. Op minder plekken hoeven mondkapjes te worden gedragen, enkel in het openbaar vervoer, op stations, vliegvelden en in het voortgezet onderwijs is het verplicht. 9. (10 jul) Horeca sluit om middernacht, entertainment, zoals liveoptredens, is verboden. Discotheken en nachtclubs sluiten hun deuren. Het gebruik van het coronatoegangsbewijs voor uitzondering op de anderhalvemeterregel op pauze voor de horeca. Evenementen, culturele locaties en publiek bij sportwedstrijden toegankelijk als iedereen een vaste zitplaats heeft op 1,5 meter afstand. Toegangsbewijs nog maar 24 uur geldig i.p.v. 40 uur. Evenementen hebben een maximale duur van 24 uur. 10. (30 augustus) De anderhalvemeterregel komt te vervallen in het onderwijs, waarbij maximaal 75 mensen bij lessen en colleges tegelijk aanwezig mogen zijn. 11.
(25 september) De anderhalvemetermaatregel wordt geschrapt, de coronapas wordt ingevoerd, horeca en nachtclubs mogen open tot middernacht, (meerdaagse) evenementen onder voorwaarden weer mogelijk, nachtclubs en discotheken voorlopig nog niet open, mondkapjes blijven verplicht in het openbaar vervoer in de voertuigen. Voor scholen wordt de mondkapjesplicht
afgeschaft, en grote groepen mogen weer bij elkaar komen. Voor de basisscholen is de quarantaine regel voor de hele klas vervallen wanneer er een enkele besmetting heeft plaatsgevonden.
Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Op dit moment zit Nederland in ‘zorgelijk’, doordat er gemiddeld 41 ziekenhuisopnames waren over de periode van 1 tot en met 7 oktober 2021.
Figuur 5: routekaart voor risiconiveau inschaling
Figuur 6 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen twee weken. Met 120 besmettingen per 100.000 inwoners in week 40 valt regio Utrecht in de bovenste helft van de middenmoot. IJsselland, Gelderland-Midden en Hollands-Midden zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 148, 135 en 126 besmettingen per 100.000 inwoners. Noord-Holland-Noord, Brabant-Noord en Groningen zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 71, 66 en 53 meldingen per 100.000 inwoners.
Figuur 6. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 28 september t/m 12 oktober 2021 10:00 uur. (Bron: RIVM).
Vindpercentage per week Het vindpercentage in de regio Utrecht is gestegen met 15% van 8,46% in week 39 naar 9,12% in week 40. Landelijk is het vindpercentage gestegen met 24% van 8,11% naar 10,05% (Bron: RIVM). Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 7 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. In Figuur 8 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In een vrijwel alle gemeenten is een stijging te zien in het aantal registraties per 100.000 inwoners ten opzichte van de week ervoor. Er is een grote stijging te zien in het aantal registraties per 100.000 inwoners in de gemeenten Renswoude, Veenendaal, Vijfheerenlanden en Woudenberg.
8
Figuur 7. Aantal positief geteste personen per gemeente van 13 september t/m 10 oktober 2021. Peildatum 13 oktober 2021 8:00 uur. Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal.
Figuur 8. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 13 september t/m 10 oktober 2021. Peildatum 13 oktober 2021 8:00 uur. Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal.
Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 9 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 10 worden de jongere leeftijdsgroepen uitgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 40 is het aantal besmettingen in alle leeftijdsgroepen toegenomen. Het aandeel besmettingen in de leeftijdsgroep 40-59 en 6079 jaar is hierbij groter geworden. Daarnaast is het aantal besmettingen in de groep 4-12 jaar ook weer toegenomen in week 40.
9
Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 37 t/m 40 in 2021. Peildatum: 13 oktober 2021 8:00 uur. Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal.
Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 37 t/m 40 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 13 oktober 2021 8:00 uur. Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal.
In Figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 13 september t/m 11 oktober 2021. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners zich met name bevinden in de leeftijdsgroepen 0-19 jaar, gevolgd door 20-39 jaar. Afgelopen weken is het aantal besmettingen in de wat oudere leeftijdsgroepen, met name in de leeftijdsgroep 40-59 jaar, ook wat toegenomen.
10
Figuur 11. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep per 100.000 inwoners, periode 13 september t/m 11 oktober 2021. Peildatum: 13 oktober 2021 8:00 uur. Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal.
Bron van besmetting GGD regio Utrecht (GGDrU) voert Bron- en Contactonderzoek (BCO) op dit moment uit op maat, waarbij het BCO wordt aangepast aan de hand van de situatie van de persoon met een besmetting. Tijdens het BCO wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In Figuur 12 is het aantal COVID-19-registraties uitgezet naar de waarschijnlijke bron van besmetting, zoals geconstateerd in het BCO in periode van 13 september t/m 11 oktober 2021. De meeste besmettingen kunnen net als vorige weken weer worden verklaard door gezinssituaties, hierbij is ook een flinke stijging te zien. Het aantal besmettingen met als waarschijnlijke bron het onderwijs (basis en voortgezet) is, net als veel andere mogelijke bronnen, weer toegenomen.
Figuur 12. Aantal COVID-19-registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode: 13 september t/m 10 oktober 2021. Peildatum: 13 oktober 2021 8:00 uur. Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal.
11
1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU In week 40 zijn 15.707 testen uitgevoerd door GGDrU (Figuur 13). Dit is een stijging in vergelijking met de afgelopen week, toen zijn 13.224 testen uitgevoerd. Sinds de start van 2021 zijn op de teststraten van GGDrU 961.919 testen afgenomen. De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari is in Figuur 14 weergeven.
Figuur 13. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 13 oktober 2021, 9:30 uur.
Figuur 14. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari. Peildatum 13 oktober 2021, 9:30 uur.
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties Het ministerie van VWS en GGD GHOR Nederland hebben gevraagd de afschaling van de vaste vaccinatielocaties voor te breiden en de overgang naar doelgroepgericht vaccineren in te zetten na ongeveer acht maanden grootschalig vaccineren. GGDrU is sinds juli gestart met fijnmazig vaccineren. GGDrU zal voor en met gemeenten bekijken welke plekken/wijken/doelgroepen nog aandacht nodig hebben om na sluiting van de vaste locatie nog interventies op in te zetten. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari zijn 1.528.953 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio. Hiervan hebben 823.151 mensen een eerste vaccinatie ontvangen en 705.802 hebben hun tweede vaccinatie ontvangen door GGDrU (figuur 15). 12
Figuur 15. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste en tweede vaccinatie. Peildatum 13 oktober 2021, 9:30 uur.
13
Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 16 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 71% voor Renswoude tot 90% in Bunnik. Figuur 17 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 69% voor Renswoude tot 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de totale vaccinatiegraad hierbij wordt berekend op basis van de gehele populatie en niet van 12 jaar en ouder.
Figuur 16. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste een vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum 11 oktober 2021.
14
Figuur 17. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum 11 oktober 2021.
15
Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen. Na een volledige vaccinatieserie zijn mensen momenteel goed beschermd tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname door COVID-19. Per 14 september wordt door de Gezondheidsraad geadviseerd om mensen met een ernstige afweerstoornissen een derde coronaprik te geven. 1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 13 oktober 2021 8:10 uur 1.343 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden. Net zoals landelijk (Bron: RIVM), is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar (62,3%). Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is 34,0%. Voor zover bekend zijn bij het RIVM, in de periode 6 oktober t/m 11 oktober 2021, landelijk 24 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In week 40 is er een overlijden gemeld bij GGDrU. Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.
In de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Zeist is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 18). Per 100.000 inwoners is in De Bilt, Bunschoten en IJsselstein het aantal overledenen het hoogst.
Figuur 18. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum 13 oktober 2021 8:00 uur.
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 19.
16
Figuur 19. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 27 februari 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 12 oktober 2021 10:00 uur.
In Figuur 20 is het aantal COVID-19-registraties onder bewoners van zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar meldingsdag aan de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Sinds begin januari is, zowel landelijk als regionaal, een gestage afname te zien in het aantal besmettingen in zorginstellingen die geduid kan worden door het effect van vaccinatie (Figuur 19). Ten gevolge van de vierde golf door de deltavariant is op dit moment een stabilisatie te zien in het aantal gemelde gevallen binnen de 24-uurs zorg. Deze toename is echter niet gevolgd door aantal ziekenhuisopnames of overlijdens onder de gevaccineerde bewoners van zorginstellingen (Figuur 24).
Figuur 20. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 13 oktober 2021 8:00 uur. Door een ICT storing zijn er op zondag 3 oktober weinig tot geen meldingen binnengekomen. Het aantal besmettingen in week 40 valt dus iets hoger uit dan het werkelijke aantal.
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk Meldpunt Zorgwekkend Gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties 17
terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 29,1 meldingen in het eerste half jaar van 2021. Figuur 21 en 22 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks.
Figuur 21. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 12 oktober 2021
Figuur 22. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 12 oktober 2021.
18
3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Landelijk is vanaf begin juli 2021 het aantal ziekenhuisopnames, na een daling in aantallen, toegenomen. Het aantal ziekenhuisopnames neemt vanaf eind juli 2021 tot heden licht af. (Figuur 23).
Figuur 23. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 5 oktober 2021 10:00 uur.
3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio neemt, na een stijging in aantallen begin juli 2021, de instroom (nieuwe opnames) vanaf begin augustus 2021 licht af. De bezetting neemt, na een stijging in aantallen begin juli 2021, vanaf half augustus 2021 licht af. Dit geldt voor zowel de IC als de kliniek. Patiënten die worden opgenomen liggen voornamelijk in de klinieken. Zorgen zijn er over langdurige personeelsinzet en aanhoudende druk. Uitval van personeel door ziekte, maar ook door vertrek naar elders. Daarna is de afgelopen anderhalf jaar de geplande zorg ingeperkt om capaciteit vrij te maken voor COVID-19 patiënten. De zorg die is afgezegd moet ingehaald worden. Dit kan niet 1 op 1 want nieuwe patiënten en zorg zwaarte neemt toe door uitstel van zorg.
Figuur 24. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 13 oktober 2021.
19
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De continuïteit van de (acute) zorg is - naast 'basis' COVID-zorg - regionaal niet bedreigd, maar wel bij individuele zorgaanbieders. Huidige continuïteitsfase is geel, dus regulier met enige druk op het systeem (lokaal). Deze moeten op individuele basis – vanuit hun eigen COVID-plannen – maatregelen nemen om de continuïteit van de (acute) zorg te borgen. 3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector is vrijwel geen druk door COVID-19 zorg. Wel heeft een aantal zorglocaties te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er weer afdelingen in quarantaine zijn. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft de beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis tot ten minste 1 november 2021 op waakvlamniveau georganiseerd. Er zijn momenteel 10 bedden beschikbaar.
Figuur 25. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 13 oktober 2021. Bron: de GHOR.
20
Bijlage 1: Landelijke panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en vijftiende meting van 8 tot 12 september. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. In deze bijlage wordt ingegaan op het welzijn van de deelnemers. Eerst wordt beschreven hoe het staat met de psychische gezondheid.
Daarna wordt ingegaan op het feit of deelnemers zich zorgen maken over nieuwe varianten van het virus. Er wordt ook beschreven hoe snel de deelnemers vinden dat het virus zich verspreidt. De bijlage eindigt met een beschrijving van het effect van de maatregelen op relaties met familie en vrienden. 40-minners hebben een minder goede psychische gezondheid dan 40-plussers Figuur 1 weergeeft de percentages deelnemers dat zich psychisch gezond voelt per leeftijdscategorie. De N die gegeven is staat voor het totaal aantal deelnemers dat gegevens met betrekking tot de psychische gezondheid heeft ingevuld per meetronde, voor alle leeftijdscategorieën. Er valt te zien dat gedurende de COVID-19 pandemie (metingronde 17-24 april 2020 tot 8-12 september 2021) 40-minners minder vaak aangeven psychisch gezond te zijn dan 40-plussers. Wat opvalt is dat sinds juli vorig jaar hun psychische gezondheid over het algemeen afneemt, een dieptepunt bereikt tijdens de winter en pas stabiliseert in mei van dit jaar. Een mogelijke verklaring voor deze langdurige afname is de tijd waarin Nederland met strenge beperkende maatregelen heeft geleefd en dat 40-minners hier mentaal harder door werden getroffen dan 40plussers. De oudste leeftijdsgroep leek het minst getroffen door de strenge maatregelen in die periode.
In september 2021 geven ruim acht op de 10 16-39 jarigen aan dat ze zich psychisch gezond voelen. Dit percentage is gelijk aan het percentage deelnemers dat zich psychisch gezond voelde gedurende de versoepelingen in de zomer van 2020. Over het algemeen lijkt het zo te zijn dat deelnemers in andere leeftijdscategorieën een stabielere psychische gezondheid laten zien, met verbetering naarmate de leeftijd stijgt.
21
Figuur 1 Psychische gezondheid per leeftijdscategorie tussen meetronden 1 (17-24 april 2020) en 15 (8 tot 12 september 2021).
Ruim zeven op de tien deelnemers maken zich zorgen over nieuwe varianten van het coronavirus Figuur 2 weergeeft de mate waarin deelnemers zich zorgen maken over nieuwe varianten van het virus per leeftijdscategorie. Deze vraag betreft zowel het zorgen maken over nieuwe varianten die bekend zijn als het ontstaan van een mogelijke nieuwe variant. Er valt te zien dat in beide meetronden de meesten zich zorgen maken over nieuwe varianten (ruim zeven op de tien). Een mogelijke verklaring voor de aanhoudende zorgen is de angst dat er weer maatregelen kunnen worden opgelegd als een nieuwe variant leidt tot (veel) meer besmettingen. Het lijkt erop dat deelnemers iets minder bang zijn in september dan in augustus, al zijn de verschillen klein. Daarnaast valt te zien dat de verschillen tussen leeftijdscategorieën klein zijn.
Figuur 2 Percentage van mensen die zich zorgen maken over nieuwe varianten van het coronavirus per leeftijdscategorie tijdens meetronden 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 15 (8 tot 12 september 2021).
Het overgrote deel van de deelnemers vindt niet dat het coronavirus zich snel verspreid Figuur 3 weergeeft het percentage deelnemers dat het (helemaal) eens is met de stelling dat het coronavirus zich snel verspreid. Er valt te zien dat er data gepresenteerd is van een selectie van meetronden. Dit is gedaan vanwege de lage aantallen deelnemers die het volledig met deze stelling eens is. Dan zijn er te weinig gegevens om ze in de grafiek 22
te presenteren. Doordat maar weinig deelnemers volledig achter deze stelling staan is er geen onderscheid gemaakt tussen leeftijdscategorieën. Er valt te zien dat weinig deelnemers (maximaal 29% in juni 2021) vinden dat het coronavirus zich snel verspreid. Hierin wordt niet doorgevraagd of mensen beseften dat de snelheid van virusverspreiding door de beperkende maatregelen beïnvloed wordt.
Figuur 3 (Helemaal) eens dat het coronavirus zich snel verspreidt tijdens verschillende meetronden tussen 17 april 2020 en 8 september 2021.
Minimaal 80% van de deelnemers geeft aan dat de maatregelen een neutrale of zelfs positieve uitwerking had op de relatie met familie Figuur 4 weergeeft de invloed van de coronamaatregelen op de relatie met familie per leeftijdscategorie. Er valt te zien dat de meeste deelnemers aangeven dat de maatregelen een neutrale of zelfs een positieve invloed hebben op de relatie met familie. Bijna de helft van de deelnemers geeft een neutrale uitwerking aan en zelfs minimaal een derde van de deelnemers is (zeer) positief over de invloed van de maatregelen. Het valt vooral op dat dit vooral voor 70-plussers van toepassing is (49%). Ruim 19%, 14%, 14% en 7% van de 16-39 jarigen, 40-54 jarigen, 55-69 jarigen en 70-plussers respectievelijk, hebben de maatregelen een (zeer) negatief effect op de relatie met familie.
Figuur 4 Invloed van de coronamaatregelen op de relatie met familie per leeftijdscategorie tijdens meetronde 15 (8-12 september 2021).
23
Duidelijke verschillen tussen leeftijdscategorieën wat betreft de invloed van maatregelen op de relatie met vrienden Figuur 5 weergeeft de invloed van de coronamaatregelen op de relatie met vrienden per leeftijdscategorie. Er valt te zien dat categorieën 16-39 jarigen en 40-54 jarigen een nagenoeg gelijk patroon laten zien. Voor beide categorieën zijn rond de 30% van de deelnemers (zeer) negatief over de invloed die de maatregelen hebben op de relatie met vrienden. In totaal is 70% van deze twee groepen hier neutraal tot (zeer) positief over. Wanneer er gekeken wordt naar 55-69 jarigen valt te zien dat in totaal 80% aangeeft dat de maatregelen een neutraal tot (zeer) positief effect hebben op de relatie met vrienden. Bij 70-plussers is dit percentage nog hoger, 87%. Een mogelijke verklaring tussen de verschillen voor 55-minners en 55-plussers zit hem in de sociale beperkingen. Het is mogelijk dat 55-minners vaker hun vrienden ontmoeten in groepen (tijdens studieactiviteiten, op de werkvloer, tijdens het uitgaan e.d.) en dit is beperkt gedurende de coronapandemie.
Figuur 5 Invloed van de coronamaatregelen op de relatie met vrienden per leeftijdscategorie tijdens meetronde 15 (8-12 september
24