CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-08-04 Regionale rapportage COVID-19, GGDrU

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Ingekomen stukken en schriftelijke mededelingen6.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 4 augustus 2021

Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 20 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 17 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 20 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 21

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 22 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 22 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 23 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 23 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 24 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 24

BIJLAGE 1. LANDELIJKE PANELONDERZOEK ....................................................................................................... I

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1. Aantal positief geteste personen Sinds begin juli was na een lange periode van daling, weer een sterke stijging te zien in het aantal meldingen. In week 30 is wederom een daling te zien. Landelijk zijn in week 30 22.762 patiënten gemeld met COVID-19, waar in week 29 nog 40.000 meldingen waren. Dat is een daling van 17.000 gevallen ten opzichte van de week ervoor (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 5 april. Peildatum: 3 augustus 2021 10:00 uur. Bron RIVM.

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio (Figuur 2). Sinds begin 2020 tot en met 4 augustus 2021 08:05 uur zijn in totaal 144.772 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het aantal geregistreerde positief geteste personen in de regio is in week 30 gedaald naar 1.554, vergeleken met 2.769 in week 29 (Bron: RIVM). Dit is een afname van 43%. De extra genomen maatregelen zouden een verklaring kunnen zijn voor de daling. Rond de 40% van alle besmettingen in week 30 vonden, net als in week 29, plaats in de leeftijdscategorie 16-27 jaar.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGDrU. Peildatum: 4 augustus 2021 9:00 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.

4

Nieuwe varianten Een schatting van welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken wordt gedaan door middel van de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM. Aangezien de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren, zijn de resultaten van week 27 het meest recent. Nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week zijn binnen. Door de hogere besmettelijkheid van de deltavariant, lag het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) voor Nederland op 19 juli rond de 0,69, zo schat het RIVM (Figuur 3). De deltavariant is sinds begin juni steeds meer aanwezig en is op basis van de laatste kiemsurveillance in week 28 bijna in zijn geheel verantwoordelijk voor de besmettingen. De deltavariant is naar schatting 40-60% besmettelijker dan de alfavariant. Op dit moment is er nog wel een stabiele situatie, met een kleine stijging, qua ziekenhuis- en IC-opnames. Vanwege vertraging in opnames vergeleken met besmettingscijfers, duurt het normaal gesproken twee tot drie weken voordat veranderingen te zien zijn. Er lijkt na een periode van stijging nu een voorzichtige afvlakking te zien te zijn in het aantal IC-opnames. Het beleid rondom deltavariant is aangepast conform eerder beleid rond de opkomst van andere Variants of Concern (VOC).

Reishistorie wordt vanaf heden niet meer gezien als reden om monsters in te sturen voor sequencen. De opsporing van de deltavariant en andere virusvarianten wordt via kiemsurveillance aangevuld met extra onderzoek voor opvallende clusters op geografisch niveau (bijvoorbeeld wijk of gemeente) door middel van steekproef sequencen (Bron: RIVM). Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 25 t/m week 28 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM).

Figuur 3. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 3 augustus 2021 10:00 uur.

5

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In Figuur 4 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 september 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden en de aanscherpingen van de maatregelen met grijze balken en versoepelingen van de maatregelen met blauwe balken aangegeven waarbij in de voetnoot ook toelichting op de versoepelingen wordt gegeven. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk hoger uitkomen. Vanaf 10 juli moeten mensen, die volledig gevaccineerd zijn, twee weken wachten tot ze een vaccinatiebewijs kunnen ontvangen na hun laatste vaccinatie. Dit is een verzwaring ten opzichte van afgelopen periode, omdat het toen mogelijk was om gelijk een vaccinatiebewijs te verkrijgen, zodra de vaccinatie was verwerkt in de systemen van RIVM en GGD. Daarnaast geldt vanaf 10 juli dat het gebruik van testen voor toegang niet meer voor een uitzondering op de anderhalvemeterregel zal zorgen voor de horeca. Voor evenementen mag met gebruik van een coronatoegangsbewijs nog maar twee derde van de capaciteit worden gebruikt. Verder is de sluitingstijd van horeca vervroegd naar 00:00 uur en zijn nachtclubs en discotheken weer gesloten (bron: rijksoverheid).

Na afloop van de wekelijkse bijeenkomst van het kabinet werd aangekondigd dat vanaf dat moment thuiswerken weer de norm is en dat zorgen voor voldoende frisse lucht voor binnenruimtes een extra basisregel is die wordt toegevoegd. Verder werd aangekondigd dat tijdens de eerste ministerraad op 13 augustus een weging komt van de maatregelen ten opzichte van de actuele informatie (bron: rijksoverheid). Verder werd op 26 juli bekend gemaakt dat reizigers vanaf 12 jaar per 8 augustus een coronabewijs nodig hebben als ze uit een geel reisadvies EU-land komen (bron: rijksoverheid). Op 2 augustus werd aangekondigd dat eendaagse evenementen met maximaal 750 bezoekers weer morgen worden georganiseerd vanaf 14 augustus, gebruikend maken een coronatoegangsbewijs. Verder is een belangrijke wijziging dat vanaf 14 augustus een langere wachttijd geldt voor een Janssen vaccinatie, deze is verlengd van twee naar vier weken (Bron: rijksoverheid). Inschaling ‘Zeer ernstig’ Momenteel zit Nederland sinds week 26 in een vierde golf. Er was een sterke daling van de besmettingen zichtbaar tot week 28, maar sinds week 29 is weer een daling te zien in het aantal besmettingen. Daarnaast stijgt het aantal ziekenhuisopnamen. In week 30 is een stijging te zien naar 32,5 ziekenhuisopnames per 1 miljoen inwoners ten opzichte van vorige week toen 31 ziekenhuisopnames per 1 miljoen inwoners.

Regio Utrecht is ingeschaald op het niveau ‘zeer ernstig’ vanwege het hoge aantal ziekenhuisopnames. Landelijk zijn in week 30 veertien regio’s ingeschaald als ‘zeer ernstig’. Negen regio’s zijn ingeschaald als ‘Ernstig’ en twee regio’s als ‘Zorgelijk’ (landkaart risiconiveaus). Uitvoering Bron- en Contactonderzoek GGD regio Utrecht (GGDrU) voert Bron- en Contactonderzoek (BCO) op dit moment nog steeds volledig uit (fase 1). Daarnaast worden ook alle personen benaderd die afgelopen maand niet bereikt zijn toen het aantal casussen per dag erg hoog was. Op deze manier hoopt GGDrU meer data te verzamelen en een nog completer beeld te krijgen van de situatie in de afgelopen weken. Dat fase 1 voor GGDrU uitvoerbaar is, is te danken is aan de eigen applicatie (CoronaCare) die GGDrU heeft ontwikkeld om het BCO beter en efficiënter te kunnen uitvoeren.

6

Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 4 augustus 2021 9:00 uur. Coronamaatregelen 1. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 2. (1 mrt) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 3. (16 mrt) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 4. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiële winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen. 5. (15 mei) Reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. 6. (19 mei) Sportscholen en de buitenlocaties van recreatieparken zijn weer open. Buiten sporten in groepen is weer toegestaan met maximaal 30 personen. Er mag weer kunsten cultuurbeoefening plaatsvinden zowel binnen als buiten met maximaal 30 personen. Alle contactberoepen zijn weer toegestaan. Terrassen mogen langer openblijven, nu van 06.00 t/m 20.00 met maximaal 50 personen.

7

7. (5 jun) Maximum van 4 bezoekers per dag thuis ontvangen. Horeca en meeste publiek toegankelijke locaties, en daarmee ook culturele locaties, open onder voorwaarden. Openingstijden van buitenterrassen verruimd. Mogelijkheden voor sporten en kunst- en cultuurbeoefening zijn verruimd. Ook locaties voor recreatie binnen open onder voorwaarden. Alle winkels open volgens reguliere openingstijden. Maximaal aantal mensen bij een huwelijk naar 50 personen. 8. (26 jun) Alle publiek toegankelijke ruimtes weer open, waarbij 1,5 meter afstand houden verplicht is. 100% bezoekerscapaciteit toegestaan met coronatoegangsbewijzen. Op minder plekken hoeven mondkapjes te worden gedragen, enkel in het openbaar vervoer, op stations, vliegvelden en in het voortgezet onderwijs is het verplicht. 9. (10 jul) Horeca sluit om middernacht, entertainment, zoals liveoptredens, is verboden. Discotheken en nachtclubs sluiten hun deuren. Het gebruik van het coronatoegangsbewijs voor uitzondering op de anderhalvemeterregel op pauze voor de horeca. Evenementen, culturele locaties en publiek bij sportwedstrijden toegankelijk als iedereen een vaste zitplaats heeft op 1,5 meter afstand. Toegangsbewijs nog maar 24 uur geldig i.p.v. 40 uur. Evenementen hebben een maximale duur van 24 uur.

8

Vindpercentage per week Het vindpercentage in de regio Utrecht is gedaald van 9,87% in week 29 naar 8,52% in week 30. Landelijk is het vindpercentage gedaald van 12,15% naar 10,77% (Bron: RIVM). Daarmee ligt het vindpercentage van de regio Utrecht onder het landelijke vindpercentage. Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 5 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente in week 30. In Figuur 6 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil in de kleinere gemeenten. In alle gemeenten is in week 30 een (sterke) afname van het aantal COVID-19 registraties te zien. Enkel de gemeente Montfoort laat een stijging zien, maar dit is in absolute aantallen een stijging van 19 naar 25 gevallen.

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per gemeente in week 30. Peildatum: 4 augustus 2021 9:00 uur.

9

Figuur 6. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 5 juli t/m 1 augustus 2021. Peildatum: 4 augustus 2021 9:00 uur.

10

Figuur 7 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen twee weken. Met 115 besmettingen per 100.000 inwoners in week 30 valt regio Utrecht de onderste helft van middenmoot. Regio Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en Haaglanden zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 188, 170 en 159 besmettingen per 100.000 inwoners. Regio Groningen, Zeeland en Drenthe zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 105, 96 en 71 meldingen per 100.000 inwoners.

Figuur 7. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum 20 juli t/m 3 augustus 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 4 augustus 2021 10:00 uur.

11

Verschuiving in leeftijdsverdeling Figuur 8 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 9 worden de jongere leeftijdsgroepen uitgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). Alle leeftijdsgroepen laten in absolute aantallen van COVID-19-registraties een afname zien ten opzichte van week 29. Wat opvalt is dat het aandeel van de leeftijdsgroepen in de besmettingen vergelijkbaar is met het beeld van vorige week. Qua aandeel is er nog een kleine daling te zien in de leeftijdsgroep 19-27 jaar en het aandeel van de 27+ jaar is iets gestegen.

Figuur 8. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 27 t/m 30 in 2021. Peildatum 4 augustus 2021 9:00 uur.

Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 27 t/m 30 in 2021 met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 4 augustus 2021 9:00 uur.

In Figuur 10 en Tabel 2 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 5 juli t/m 1 augustus 2021. In alle gemeenten is een toename te zien voor het aantal besmettingen van de afgelopen vier weken. Als gekeken wordt naar de verdeling, dan is het aandeel van de groepen 0-19 jaar en 20-39 jaar nog steeds groot, waarbij nu het aandeel van de leeftijdsgroepen van 40 jaar en ouder iets groter aan het worden is. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het totaal aantal geregistreerde besmettingen in de gemeenten (Figuur 6) en het aantal afgenomen testen (Figuur 12). Daarnaast moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente.

12

Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 5 juli t/m 1 augustus 2021, peildatum 4 augustus 2021, 09:00 uur.

13

Tabel 2. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 5 juli t/m 1 augustus 2021, peildatum 4 augustus 2021, 09:00 uur.

Bron van besmetting Tijdens het BCO wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In Figuur 11 is het aantal COVID-19-registraties uitgezet naar de waarschijnlijke bron van besmetting, zoals geconstateerd in het BCO in periode 5 juli t/m 1 augustus 2021. De meeste besmettingen kunnen sinds week 29 weer worden verklaard door gezinssituatie. In het gezin kan één positief geval meteen voor een groot aantal besmettingen zorgen. Wat verder opvalt is dat het aandeel van buitenlandreis constant is gebleven, wat waarschijnlijk verklaard kan worden doordat de vakantieperiode begonnen is en meer mensen op reis zijn (gegaan). In Figuur 13 is eenmalig de categorie ‘Onbekend’ wel toegevoegd. Doordat afgelopen weken de besmettingen erg hoog waren, bleven veel op onbekend staan door het niet kunnen bereiken van de indexen. Nu is mooi te zien dat het aantal casussen met onbekende bron snel daalt. Verder ontbreekt nu wel de categorie ‘leeg’ in dit figuur. Deze categorie is weggelaten, omdat dat op dit moment niks zegt over de bron van besmetting.

14

Figuur 11. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 5 juli t/m 1 augustus 2021, peildatum 4 augustus 2021 9:00 uur.

15

1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU In week 30 zijn 18.622 testen uitgevoerd door GGDrU (Figuur 12). Dit is een sterke afname in vergelijking met de afgelopen weken (week 27: 46.398, week 28: 54.681, week 29: 30.086). De testcapaciteit is verlaagd, maar daarmee nog steeds boven de vraag. Met zes regionale testlocaties, drie lokale testlocaties en vijf mobiele testunits zijn wij overal in de regio bereikbaar. De afname in aantal uitgevoerde testen wordt grotendeels verklaard door een sterke afname in aantal grote uitbraken onder de jongeren bij feesten en evenementen.

Figuur 12. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 4 augustus 2021, 9:30 uur.

In Figuur 13 wordt de maximale testcapaciteit van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari weergeven. GGDrU heeft al ruime tijd voldoende testcapaciteit. Sinds de start van 2021 (4 januari) zijn op de teststraten van GGDrU 928.795 testen afgenomen.

Figuur 13. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari. Peildatum 4 augustus 2021, 9:30 uur.

16

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatie-locaties Het vaccinatieprogramma voor de COVID-19 vaccinaties komt in een nieuwe fase. Na ongeveer acht maanden grootschalig vaccineren in alle 26 gemeenten gaat GGDrU na de zomer over op doelgroepgericht vaccineren. Het ministerie van VWS en GGD GHOR Nederland hebben ook gevraagd de afschaling van de vaste vaccinatielocaties voor te breiden en de overgang naar doelgroepgericht vaccineren in te zetten. Dit geldt op dit moment voor de vaccinatielocaties in gemeenten Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist. Ons team dat zich bezighoudt met doelgroepgericht vaccineren zal ook voor en met deze gemeenten bekijken welke plekken/wijken/doelgroepen nog aandacht nodig hebben om na sluiting van de vaste locatie nog interventies op in te zetten. Hierover is ambtelijk contact. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19-vaccinaties op 8 januari zijn 1.310.312 vaccinaties gezet (peildatum 4 augustus 2021, 9:30 uur). Hiervan hebben 781.328 mensen in ieder geval een eerste vaccinatie ontvangen, 528.984 personen zijn volledig gevaccineerd. Figuur 14 toont het aantal vaccinaties op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, gestapeld per vaccinatieronde.

Figuur 14. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste en tweede vaccinatie. Peildatum 4 augustus 2021, 9:30 uur.

Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 15 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen door GGDrU. Dit varieert tussen de 50% voor Renswoude tot 66% voor Bunnik, met een regiogemiddelde van 59%. Hierbij zijn zowel vaccinaties die binnen als buiten onze GGD-regio zijn gezet bij de inwoners van GGDrU meegenomen. In Figuur 16 is het percentage inwoners van GGDrU te zien welke het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen bij een GGD. Dit varieert van 40% van de inwoners van Renswoude tot 55% van de inwoners van Bunnik. Het gemiddelde in de regio Utrecht ligt op 49%. Een belangrijk gegeven is dat inwoners op basis van hun leeftijd worden uitgenodigd voor een vaccinatie, waarbij de inwoners met de hoogste leeftijd als eerste zijn uitgenodigd. Dit kan verschillen tussen gemeenten en wijken verklaren als in die gemeente of wijk relatief veel jonge of oude mensen wonen. Dit zou een vertekend beeld kunnen geven van de daadwerkelijke vaccinatiegraad. 17

Bij deze cijfers is nog een belangrijke kanttekening te plaatsen: de weergegeven cijfers betreffen alleen de door de GGD’en uitgevoerde vaccinaties. Binnenkort gaat het RIVM de vaccinatiecijfers vanuit het COVID-vaccinatie Informatie en Monitoringsysteem (CIMS) integreren en met GGD’en delen. Daarin zijn de vaccinaties die uitgevoerd zijn door de zorginstellingen, ziekenhuizen en/of huisartsenpraktijken meegenomen. De daadwerkelijke opkomst zal daardoor hoger komen te liggen vergeleken met de huidige cijfers die gepubliceerd worden door GGDrU.

Figuur 15. Vaccinatiegraad voor de eerste vaccinatie van inwoners per gemeente. Peildatum 4 augustus 2021, 9:30 uur.

Figuur 16. Vaccinatiegraad per gemeente voor inwoners die het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen. Peildatum 4 augustus 2021, 9:30 uur.

Type vaccin Eind juni worden nog eerste vaccinaties gezet met Pfizer, Moderna en Janssen. Enkel als mensen nog geen tweede vaccinatie met AstraZeneca hebben gehad, maar wel een eerste, wordt van dit vaccin nog gebruik gemaakt. De inzet van het Janssen-vaccin is op 2 juni veranderd. De Gezondheidsraad benadrukt dat het Janssen vaccin effectief en voldoende veilig is, maar voor de landelijke vaccinatiestrategie adviseert de Gezondheidsraad echter om de leeftijdsgroepen die nog aan de beurt komen vanaf nu Pfizer- of Moderna-vaccins aan te bieden (RIVM). Sinds 23 juni 2021 kunnen mensen wel kiezen om zich toch te laten vaccineren met het Janssen-vaccin. In de afgelopen twee weken zijn al landelijk 262.000 Janssen-afspraken gemaakt en zijn er nog circa 113.000 vaccins beschikbaar (bron: nu.nl). Daarnaast werd op 5 juli aangekondigd dat heteroloog vaccin gebruik is toegestaan (het

18

combineren van een eerste dosis AstraZeneca met vervolgens Pfizer als tweede vaccin) (bron: Gezondheidsraad). 1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 4 augustus 2021 8:05 uur 1.325 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden, waarvan twaalf inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven of waarvan geen regio bekend is (aangeduid als ‘buiten regio’ of ‘leeg’). Net zoals het landelijk beeld laat zien, is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. In week 30 is één overlijden gemeld bij GGDrU. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat overlijdensgevallen in de laatste dagen van vorige week nog niet aan GGDrU zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. Daarnaast is een belangrijke kanttekening dat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. In de gemeenten met het hoogst aantal inwoners, Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist, is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 17).

Figuur 17. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 4 augustus 2021 9:00 uur.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar (62,3%). Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is 34,1%. Voor zover bekend zijn bij het RIVM in de periode 26 juli t/m 1 augustus 2021 landelijk 28 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting.

19

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 18.

Figuur 18. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 27 februari 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 3 augustus 2021 10:00 uur.

In Figuur 19 is het aantal COVID-19-registraties onder bewoners van zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar meldingsdag aan de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Figuur 19 zal waarschijnlijk een onderrapportage weergeven, omdat niet alle bewoners van langdurige zorginstellingen door GGDrU worden getest. Vanaf begin januari is, zowel landelijk als regionaal, een gestage afname te zien in het aantal besmettingen (Figuur 16). Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat de kwetsbare groepen vanaf begin januari gevaccineerd zijn. Ten gevolge van de vierde golf is op dit moment weer een stijging te zien in het aantal gemelde gevallen binnen de 24-uurs zorg.

Figuur 19. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 4 augustus 2021 9:00 uur.

Vanuit het BCO komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar besmettingen worden opgelopen (de bron van besmetting). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of verdere acties nodig zijn. Als op een bijzondere locatie sprake is van één besmetting spreekt GGDrU van een issue. Indien drie of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt gesproken van een cluster. In Figuur 20 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring weergegeven. Deze clusters, gerelateerd aan 24-uurs zorg, zijn uitgezet per gemeente. Het gaat om clusters waar in de afgelopen vier weken een positieve melding is

20

geweest. Op dit moment zijn er 27 actieve clusters, acht clusters meer ten opzichte van week 29.

Figuur 20. Aantal COVID-19 clusters gerelateerd aan 24-uurs zorg in de regio Utrecht die onder actieve monitoring staan van GGDrU sinds afgelopen vier weken. Peildatum: 28 juli 2021 9:00 uur.

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantainemaatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In de (half)jaarverslagen 2020 en 2021 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 17,6 meldingen en in het eerste half jaar van 2021 waren dit 29,1 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag.

Niet alleen de quarantainemaatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (Figuur 21, 22), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Tenslotte is een toename van het aantal meldingen van de politie bij het MAB te zien. Dit komt omdat men binnen de politieorganisatie stapsgewijs bezig is met het instrueren van (wijk-)agenten om MAB-meldingen te doen, wanneer ze te maken hebben met mensen die verward en afwijkend gedrag vertonen.

21

Figuur 21. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 3 augustus.

Figuur 22. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 3 augustus.

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Als gevolg van de stijging in de besmettingscijfers in de eerste helft van juli neemt de bezetting van COVID-patiënten op de IC en in de klinieken (licht) toe (figuur 23).

Figuur 23. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 3 augustus 2021, 13:44 uur.

22

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio Als gevolg van de stijging in de besmettingscijfers in de eerste helft van juli neemt de bezetting van COVID-patiënten op de IC en in de klinieken (licht) toe (Figuur 24). Hierbij liggen de patiënten die opgenomen worden voornamelijk in de klinieken. De instroom op de IC lijkt te stabiliseren. De instroom in de klinieken laat een voorzichtige dalende trend zien. De ligduur van een COVID-patiënt op de IC is gemiddeld ruim twee weken. Daardoor wordt verwacht dat de COVID-bezetting op de IC voorlopig (licht) blijft stijgen, ook bij een dalende instroom. Patiënten die afgelopen week zijn aangekomen, liggen immers volgende week ook nog op de IC. De ligduur voor de kliniek is lager, waardoor de bezetting sneller reageert op veranderingen in de instroom voor de kliniek (Bron: LCPS).

Figuur 24. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 4 augustus 2021 11:00 uur.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De continuïteit van de (acute) zorg is - naast 'basis' COVID-zorg - regionaal niet bedreigd, maar wel bij individuele zorgaanbieders. Huidige continuïteitsfase is geel (Figuur 25).

Figuur 25. Continuïteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021.

23

3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn circa 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Inmiddels is de druk op de verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ) al meerdere weken beperkt. Om die reden is per 14 juni 2021 is gestopt met het halen van informatie, maar mochten zich zorgcontinuïteitsvraagstukken aandienen dan kunnen zorgorganisaties (V&V, GHZ en GGZ) contact opnemen met de GHOR (ghor@vru.nl). Indien de situatie weer verslechtert, zal de inventarisatie weer opgestart worden. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V, GHZ en GGZ, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april 2020), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren (Figuur 26). Binnen de V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben. Hier bovenop ook nog voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Momenteel is in onze regio binnen de V&V-sector opgeschaald naar tien bedden (drie zorglocaties).

In het landelijk overleg tussen GGD GHOR Nederland, ActiZ en Zorgverzekeraars Nederland is afgesproken om landelijk 150 bedden tot nader order in de lucht te houden voor de coronazorg buiten ziekenhuizen. Omdat dit naar rato van het aantal inwoners verdeeld wordt, komt dit voor Utrecht neer op tien bedden. De volgende stap is om te overleggen hoe de corona-nazorg in de toekomst binnen reguliere afspraken en processen ingebed kan worden.

Figuur 26. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 4 augustus 11:00 uur. Bron: de GHOR.

24

Bijlage 1. Landelijke panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en dertiende meting was van 16 tot 20 juni 2021. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25+ jaar. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. In deze bijlage wordt gekeken naar hoe deelnemers het coronavirus en de maatregelen ervaren sinds het begin van de pandemie.

Om inzicht te krijgen in hoe men het virus ervaart, wordt er gekeken naar de volgende aspecten: Hoe dicht bij het virus voelt, of er angst is voor het virus en hoe vaak iemand denkt aan het virus. Deze aspecten worden afgezet tegen het aantal besmettingen in de regio Utrecht. Om de beleving van de maatregelen te onderzoeken is gekeken naar de reacties op de volgende stellingen: ‘ik ben het zat om over het virus te horen’, ‘ik ervaar stress door het opvolgen van de maatregelen’ en ‘ik heb steeds minder zin om tegen het virus te vechten’. Het aantal besmettingen met COVID-19 in de regio Utrecht sinds februari 2020 Figuur 1 geeft het aantal besmettingen met COVID-19 in de regio Utrecht sinds het begin van de coronapandemie tot en met juli 2021 weer. De pandemie begon in februari met oplopende besmettingen tot aan de zomer van 2020 (periode eerste lockdown, vanaf juni versoepelingen). Het aantal besmettingen nam toe sinds september. In november nam het af, maar richting de kerst nam het weer toe (eind 2020 tweede lockdown). Daarna namen de besmettingen af. Richting het voorjaar van 2021 namen ze toe, maar sinds mei was er weer een daling te zien. In juni werden de eerste versoepelingen doorgevoerd. Sinds begin juli zijn het aantal besmettingen fors gestegen.

Figuur 1 Het aantal besmettingen met COVID-19 in de regio Utrechts sinds februari 2020.

Deelnemers hebben vaker het gevoel dat het coronavirus dichtbij is als het aantal besmettingen toeneemt Figuur 2 geeft het percentage deelnemers weer dat vindt dat het coronavirus als heel dichtbij ervaart in de tijdsperiode van half april 2020 tot half juni 2021. Bij aanvang van de pandemie (17 tot 24 april 2020) vindt 52% van de deelnemers het virus als heel dichtbij voelen. Dit percentage neemt af tot 27% in half juni 2020. Het neemt echter weer toe sinds juli 2020 en piekt eind september (66%). In november 2020 neemt het iets af, maar

i

aan het eind van 2020 stijgt het weer. In februari van dit jaar nam het af, maar het steeg weer in maart. Sinds maart nam het, vooral tussen mei en juni af (afname van 22%). Het niveau in juni 2021 is vergelijkbaar aan dat van juni 2020. Het beschreven patroon is in grote lijnen vergelijkbaar als de regionale besmettingscijfers. Het lijkt erop dat het coronavirus vooral dichtbij voelt wanneer het aantal besmettingen toeneemt.

Figuur 2 Het coronavirus voelt als dichtbij tussen half april 2020 en half juni 2021.

Deelnemers denken vaker aan het coronavirus als het aantal besmettingen toeneemt Figuur 3 geeft het percentage deelnemers weer dat de hele tijd aan het coronavirus denkt in de tijdsperiode van half april 2020 tot half juni 2021. Dit Figuur volgt een redelijk vergelijkbaar patroon als in Figuur 1 en 2. Tijdens de eerste lockdown (17 tot 24 april 2021) dacht bijna de helft van de deelnemers de hele tijd aan het coronavirus. Verder lijkt mogelijk een verband te bestaan tussen het aantal besmettingen en denken aan het virus. Eind december, toen de tweede lockdown werd afgekondigd, dacht bijna vier op de tien mensen de hele tijd aan het virus. Een omgekeerd patroon is ook zichtbaar: als het aantal besmettingen afneemt, is men er minder mee bezig (juni 2020; 24%).

Figuur 3 De hele tijd aan het coronavirus denken tussen half april 2020 en half juni 2021.

ii

Meer dan een kwart van de deelnemers is, sinds de aanvang van de pandemie, bang voor het coronavirus Figuur 4 geeft het percentage deelnemers weer dat bang is voor het coronavirus in de tijdsperiode van half april 2020 tot half juni 2021. Het percentage deelnemers dat bang is, is stabiel over tijd en ligt tussen de 3% en 25%. Het valt op dat angst voor het virus minder sterk lijkt samen te hangen met het aantal besmettingen.

Figuur 4 Angst voor het coronavirus tussen half april 2020 en half juni 2021.

Voornamelijk in de leeftijdsgroep onder de 40 jaar zijn het zat om over het virus te horen Figuur 5 geeft het percentage deelnemers weer dat het zat is om over het virus te horen. Er is te zien dat de percentages in mei iets hoger lagen dan in juni. In juni is bijna twee derde van de leeftijdsgroep 16-39 jaar het zat om over het virus te horen. Bij de leeftijdsgroep 40-54 jaar, 55-69 jaar en 70+ jaar is dit respectievelijk 41%, 33% en 33%. Daarnaast is te zien dat de afname in ‘het zat zijn’ vooral bij de leeftijdsgroepen onder de 55 jaar het geval was. Bij de leeftijdsgroepen boven de 55 jaar is dit nagenoeg gelijk (35% in mei en 33% in juni).

Figuur 5 Ik ben het zat om over het virus te horen in meetronden 12 (5-9 mei 2021) en 13 (16-20 juni 2021).

iii

Bijna 30% van de leeftijdsgroep 16-39 jaar ervaart stress door het opvolgen van de maatregelen Figuur 6 geeft het percentage deelnemers weer dat stress ervaart door het opvolgen van de maatregelen. Dit percentage is in alle leeftijdsgroepen iets af is genomen sinds mei. Daarnaast geeft 28% van de leeftijdsgroepen onder de 40 jaar aan stress te ervaren door het opvolgen van de maatregelen. Dit percentage neemt af naarmate de leeftijd stijgt. In de leeftijdsgroep 55-69 jaar heeft 6% stress en in de leeftijdsgroep boven de 70 jaar slechts 3% in de peiling van juni 2021.

Figuur 6 Stress door het opvolgen van de maatregelen in meetronden 12 (5-9 mei 2021) en 13 (16-20 juni 2021).

Bij de leeftijdsgroepen onder de 40 jaar neemt het aantal mensen met strijdlust tegen corona af, bij leeftijdsgroepen boven de 40 jaar neemt dit aantal juist toe Figuur 7 geeft het percentage deelnemers weer dat steeds minder zin heeft om tegen het virus te vechten. Er valt te zien dat de leeftijdsgroepen onder de 40 jaar beduidend vaker aangegeven dat ze minder zin hebben om te vechten tegen het virus dan leeftijdsgroepen boven de 40 jaar (29% verschil in peiling 13 met leeftijdsgroep 40-54 jaar). In juni 2021 geeft 46% van de leeftijdsgroep 16-39 jaar aan steeds minder zin te hebben om tegen het virus te vechten. Dit percentage is veel lager bij de leeftijdsgroepen boven de 55 jaar, bij deze groep ligt dit percentage onder de 10%.

Figuur 7 Ik heb steeds minder zin om tegen het virus te vechten in meetronden 12 (5-9 mei 2021) en 13 (16-20 juni 2021).

iv

Bijlage 2. Covid Monitor Midden-Nederland Versie: week 30, 3 augustus. Bron: Traumazorgnetwerk Midden-Nederland.

i

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=514fb1cb-56e3-4eff-baa3-6bb644fe3930