CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-06-02 Regionale rapportage COVID-19, GGDrU.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Ingekomen stukken7.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 2 juni 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 23 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 17 AANTAL COVID-19 VACCINATIES ................................................................................................................. 17 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 22

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 23 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 25

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 27 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

AANTAL ZIEKENHUISOPNAMES LANDELIJK ........................................................................................................ 27 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 27 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 28 ZORGINSTELLINGEN (EXCL. ZIEKENHUIZEN) ...................................................................................................... 29 BEDDENCAPACITEIT ZORGINSTELLINGEN .......................................................................................................... 29 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 30

BIJLAGE 1. LANDELIJKE PANELONDERZOEK .................................................................................................... 32 BIJLAGE 2. COVID-19 MONITOR MIDDEN-NEDERLAND WEEK 21 .................................................................... 36

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1. Aantal positief geteste personen Begin 2021 lag het landelijk aantal nieuwe meldingen rond de 4.000 per dag, vanaf maart begon dit aantal te stijgen. Rond de tweede helft van april was het aantal meldingen per dag op een piek met gemiddeld 8.000 meldingen per dag. Sinds eind april daalt het aantal meldingen gestaag. Week 21 laat ongeveer 20.000 meldingen zien waar in week 20 nog 28.000 besmettingen te zien waren. Een daling van 8.000 besmettingen is een minder sterke daling dan de week daarvoor, waar het aantal meldingen met 10.000 daalde (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 1 februari. Peildatum: 1 juni 2021 10:00. Bron RIVM

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio (Figuur 2). Tot en met 2 juni 2021 8:09 uur zijn in totaal 125.962 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Sinds week 17 dalen de aantallen weer. In week 21 is het aantal meldingen van COVID-19 registraties afgenomen naar 1.489. Dit is een afname van ruim 400 meldingen vergeleken met de week ervoor. Deze afname is terug te zien binnen alle leeftijdsgroepen.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 2 juni 2021 9:00.

4

De infectiedruk blijft hoog Ondanks de daling in het aantal meldingen afgelopen weken blijft de infectiedruk hoog. In de bezettingsgraad van de ziekenhuizen is een flinke daling ingezet, maar ook daar blijft de druk op de zorg hoog. Nieuwe varianten De toename in het aantal meldingen sinds eind 2020 kan niet los gezien worden van de opkomst van nieuwe, mogelijk besmettelijkere varianten van het coronavirus, waaronder de Britse-, de Zuid-Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse en recent de Indiase variant. Door middel van de nationale kiemsurveillance (Figuur 3) en modellering van het RIVM wordt geschat dat deze varianten inmiddels ruim 95% van alle nieuwe besmettingen betreft. Aangezien de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren, zijn de resultaten van week 19 het meest recent. Daarnaast zijn nog niet alle monsters van week 19 bekend, waardoor in week 19 minder monsters te zien zijn dan in andere weken. Ondanks de hogere besmettelijkheid van verschillende varianten, ligt het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met Covid-19) voor Nederland op dit moment rond de 0,82, zo wordt geschat door RIVM (Figuur 4).

Figuur 3. Totaal aantal onderzochte monsters van week 16 t/m week 19 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillane. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM).

5

Figuur 4. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 1 juni 2021.

Aanscherping en versoepeling maatregelen Sinds 15 december 2020 zijn verschillende aanscherpingen in de maatregelen en versoepelingen doorgevoerd (Figuur 5). De opmars van de nieuwe varianten was aanleiding voor het instellen van extra maatregelen, waaronder verdere beperkingen op het ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika en India. In de persconferentie van 11 mei is een stappenplan gepresenteerd met een aankondiging van verdere versoepelingen vanaf 19 mei. Er is voldaan aan de voorwaarde van een verdere daling van ziekenhuisopnamen en besmettingen. Stap 2 van de versoepelingen is daarom vanaf 19 mei ingegaan. Deze versoepelingen houden onder andere in dat doorstroomlocaties en sportscholen open gaan. Nieuwe versoepelingen staan op 5 juni gepland. Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In Figuur 5 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 juli 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk hoger uitkomen. In Figuur 5 staan aanscherpingen van de maatregelen met grijs aangegeven en versoepelingen van de maatregelen met blauw.

In het beschrijft van het figuur wordt dit verder gespecificeerd. Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Momenteel zit Nederland ruim over de piek van de derde golf die begin maart begon. Er is nu een daling van de besmettingen en ziekenhuisopnamen zichtbaar. In week 21 is het aantal nieuwe ziekenhuisopnames gedaald naar 30,3 opnamen per miljoen inwoners. Hierdoor is het risiconiveau “zeer ernstig” landelijk en in regio Utrecht nog steeds van toepassing. Wel zijn landelijk acht regio’s inmiddels afgeschaald naar het risiconiveau “ernstig” en twee regio’s afgeschaald naar het risiconiveau “zorgelijk”. GGDrU voert bron- en contactonderzoek (BCO) op dit moment volledig uit, wat grotendeels te danken is aan de eigen applicatie (CoronaCare) die GGDrU heeft ontwikkeld om het BCO beter en efficiënter te kunnen uitvoeren. Dankzij CoronaCare zijn we in staat om ook bij hoge werkbelasting de indexpatiënten te blijven monitoren. Bovendien worden contacten via de applicatie zeer snel gewaarschuwd, vaak al voordat de GGD belt voor het bron- en contactonderzoek. Dit is een enorme winst vergeleken met het klassieke BCO zoals dat bij andere GGD’en wordt uitgevoerd.

Dankzij CoronaCare zijn we als GGD in staat om belangrijke informatie over het verloop van de uitbraak ook bij hoge werkdruk te verzamelen en relevante informatie met het RIVM te delen. 6

Figuur 5. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 2 juni 2021. Maatregelen corona 1: (20 sep) Regionale maatregelen in zorgelijke regio’s (waaronder GGDrU). Horeca ontvangt geen nieuwe gasten na 00:00 en sluit om 01:00. Maximale groepsgrootte van 50 personen met uitzondering van demonstraties, religieuze bijeenkomsten, uitvaarten en dans/theatervoorstellingen. Meldingsplicht voor organisatoren van groepen groter dan 50 personen. 2. (28 sep) Thuiswerken, tenzij het echt niet anders kan. Bezoek eigen woning beperkt tot 3 gasten; in andere gebouwen maximaal 4 personen in zelfde gezelschappen en een maximum van 30 personen per ruimte. Buiten maximum van 40 personen. Horeca tot 21:00 inloop en sluit om 22:00; sportkantines zijn gesloten. Registratie van klanten voor contactberoepen. Geen publiek bij sportwedstrijden. Advies om reisbewegingen zoveel mogelijk te beperken 3. (14 okt) Horeca dicht. Winkels in detailhandels sluiten uiterlijk om 20:00 en verbod op verkoop alcohol en softdrugs na 20:00. Thuis maximaal 3 mensen per dag ontvangen en gezelschappen (binnen niet in thuissituaties) en buiten bestaat uit een groep van maximaal 4 personen van verschillende huishoud. Binnenruimte maximaal 30 personen. Geen amateursport voor volwassenen. Evenementen zijn verboden met een paar uitzonderingen.

Openbaar vervoer allen voor noodzakelijk reizen.

7

4. (4 nov – 19 nov) Maximale groepsgrootte: 2 personen buiten, 30 begrafenis, 20 huwelijk. Musea, theaters, zwembaden en sauna’s dicht voor 2 weken. Geen groepslessen in sportscholen. Dringend advies om t/m halverwege januari niet naar het buitenland af te reizen. 5. (15 dec) Nederland gaat in lockdown tot ten minste 19 januari om contacten tot het minimum te beperken. Alle niet-essentiële winkels, sportscholen, publieke binnen en buitenruimte en scholen sluiten. Maximale groepsgrootte binnen 2 bezoekers (m.u.v. 24, 25 en 26 december) en buiten 2 personen of 1 huishouden. Blijf zoveel mogelijk thuis. Reis niet naar het buitenland tot medio maart. 6. (12 jan) Anderhalve meter regel ook van toepassing op middelbare scholen. Maatregelen van 14 december worden verlengd tot tenminste 15 maart. 7. (19 jan) Maximum van 1 bezoeker per dag thuis ontvangen. Reisverbod voor VK, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika en daarnaast moeten reizigers een negatieve PCR-testuitslag alsook een negatieve sneltest hebben voor het betreden van Nederland. Avondklok tussen 21:00 en 4:30. Maximumaantal bezoekers uitvaarten naar 50 personen. 8. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 9. (1 maa) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 10.

(16 maa) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 11. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiële winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen. 12. (15 mei) Reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. 13. (19 mei) Sportscholen en de buitenlocaties van recreatieparken zijn weer open. Buiten sporten in groepen is weer toegestaan met maximaal 30 personen. Er mag weer kunsten cultuurbeoefening plaatsvinden zowel binnen als buiten met maximaal 30 personen. Alle contactberoepen zijn weer toegestaan. Terrassen mogen langer open blijven, nu van 06.00 t/m 20.00 met maximaal 50 personen.

8

Vindpercentage per week In week 21 zijn 19.341 testen uitgevoerd door GGDrU, dat is een verdere afname vergeleken met week 20 (20.532). Het lijkt dat een gecombineerd effect van maatregelen, vaccinatie en het weer hier een aandeel in hebben (RIVM). De testcapaciteit is naar beneden bijgesteld maar nog steeds ruim boven de vraag. Het aantal geregistreerde positieven is in week 21 ook verder afgenomen naar 1.442 (peildatum 31 mei 11:00 uur), vergeleken met 1.893 in week 20. Dit is een daling van 23%, een vergelijkbare daling wordt ook landelijk gezien. Het vindpercentage in de regio Utrecht is in week 21 gedaald naar 7,1% vergeleken met de 8% in week 20. Landelijk is het vindpercentage op 9% gebleven, de regio Utrecht zit hier dus nog steeds onder (Figuur 7). Figuur 6. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 2 juni 09:30

Figuur 7. Vindpercentage van testen uitgevoerd in teststraten regio Utrecht weergeven per week in 2021. Peildatum 2 juni 09:30 uur.

9

Verloop epidemie Het aantal positieve geteste personen is niet het daadwerkelijk aantal besmettelijke personen, omdat niet alle besmettelijke mensen klachten hebben en zich daarom niet laten testen. Het RIVM maakt daarom schattingen voor het aantal besmettelijke personen (geïnfecteerde mensen die andere mensen kunnen besmetten) in Nederland (Figuur 8). Geschat wordt dat op 24 mei 2021 tussen de 50.690 en 98.572 mensen besmettelijk waren. Dit is in lijn met het dalend aantal besmettingen van afgelopen weken en draagt ook bij aan het lagere reproductiegetal.

Figuur 8. Het geschatte aantal besmettelijke personen in Nederland van 1 augustus 2020 tot 31 mei 2021. De onzekerheidsmarge geeft aan hoeveel hoger of lager het precieze aantal kan zijn. Bron: RIVM. Besmettelijke mensen | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 9 presenteert het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente in week 20. In Figuur 10 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeente van de regio Utrecht in de laatste vier weken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil. In de meeste gemeenten (19 van de 26) is een sterke afname te zien. In de gemeenten De Bilt en Leusden is het aantal besmettingen (bijna) gelijk gebleven. In de gemeenten Amersfoort, Baarn, Montfoort, Renswoude en Veenendaal is sprake van een toename. Alleen in Amersfoort is hierbij een duidelijke stijging te zien in aantal uitbraken op basisscholen en gezinssituatie. In de andere gemeenten is er geen sprake van een duidelijke toename door een specifieke bron van besmetting.

Figuur 9. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 24 mei t/m 30 mei 2021. Peildatum: 2 juni 2021.

10

Figuur 10. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 3 mei t/m 30 mei 2021. Peildatum: 2 juni 2021.

11

Figuur 11 laat het aantal meldingen per 100.000 inwoners per gemeente zien in de afgelopen twee weken. Met 106 besmettingen per 100.000 inwoners in week 21 zit regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Limburg-Noord is de regio met het hoogste aantal besmettingen per 100.000 inwoners met 168 besmettingen per 100.000 inwoners. Hierna komen Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord met respectievelijk 156 en 155 besmettingen per 100.000 inwoners. Zeeland, Noord-HollandNoord en Flevoland zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 91, 81 en 81 besmettingen per 100.000 inwoners.

Figuur 11. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 18 mei t/m 1 juni 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 1 juni 2021 10:00 uur.

12

Verschuiving in leeftijdsverdeling Alle leeftijdsgroepen laten in absoluut aantal meldingen een afname zien. De leeftijdsgroep 0-19 laat een stijging zien in het relatieve aandeel ten opzichte van de andere leeftijdsgroepen in het aantal COVID-19-registraties (Figuur 12). De verklaring voor de relatieve stijging van de groep 0-19 jaar wordt duidelijk bij het uitsplitsen van de groep jongeren (Figuur 13). Hier worden de leeftijdsgroepen tot 27 jaar uitgesplitst in kinderopvang (0-3), basisschool (4-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27). Vooral de groep 0-3 jaar en 4-12 jaar laten een duidelijke relatieve toename zien in aandeel. Ook het aandeel van de groep 13-15 jaar en 16-18 jaar zijn met 0,6% en 0,5% gestegen. Alleen de groep 1927 jaar laat een relatieve afname zien. Een mogelijke verklaring voor de relatieve stijging onder de vier leeftijdsgroepen is te vinden in het feit dat de scholen na de meivakantie weer open zijn gegaan. Sinds week 20 is er ook een absolute stijging te zien in het aantal afgenomen testen in die leeftijdsgroep 4-12 jaar.

Figuur 12. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 18 t/m 21 in 2021. Peildatum 2 juni 2021.

Figuur 13. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 18 t/m 21 in 2021 met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 2 juni 2021

13

In Figuur 14 en Tabel 1 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 2 mei t/m 30 mei. In de meeste gemeenten zijn de besmettingen in de leeftijdsgroep 80+ gereduceerd tot een zeer klein aandeel. In de gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Leusden, Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug, Woudenberg en Zeist is het aandeel van de leeftijdsgroep 0-19 jaar groot. Vooral bij de gemeente De Bilt en Renswoude is een sterke toename te zien (5%) ten opzichte van het figuur van vorige week. Dit is enkel te verklaren door een kleine toename van gezinsclusters binnen de gemeenten. Het aandeel van de leeftijdsgroep 20-39 jaar in gemeente Utrecht blijft hetzelfde op het hoge niveau van 50%. Daarnaast vallen de gemeente Bunnik en Renswoude op met een stijging van 4% en 6% voor de leeftijdsgroep 20-39 jaar. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het totaal aantal geregistreerde besmettingen van de gemeenten (Figuur 14) en het aantal afgenomen testen (Figuur 6). Daarnaast moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals De Bilt, Houten, Montfoort, Oudewater en Utrecht.

Figuur 14. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 3 mei t/m 30 mei 2021, peildatum 2 juni 2021.

14

Tabel 1. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 3 mei t/m 30 mei 2021, peildatum 2 juni 2021.

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In Figuur 15 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke plek van besmetting, zoals geconstateerd in het bron- en contactonderzoek in periode 3 mei t/m 30 mei 2021. De meeste besmettingen kunnen verklaard worden door uitbraken in gezinssituaties waar over het algemeen geen afstand wordt gehouden. Hierdoor betekent één positief geval meteen drie of vier positieven. De meest opvallende trend is dat overal een daling is te zien, behalve bij basis- en voortgezet onderwijs en bij evenementen. Dit kan mogelijk toegeschreven worden aan de opening van de scholen na de vakantie en versoepelingen van maatregelen.

15

Figuur 15. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 3 mei t/m 30 mei 2021, peildatum 2 juni 2021.

16

1.2. Testen Op dit moment heeft GGDrU ruim voldoende testcapaciteit. Met zeven regionale testlocaties, drie lokale testlocaties en diverse mobiele testunits zijn wij over de hele regio bereikbaar. Bij de vaste testplekken is een kindvriendelijke testlocatie ingericht. Hier nemen we ruim de tijd om kinderen (0-12 jaar) op hun gemak te stellen. Klik hier voor een actueel overzicht van de testlocaties in de regio. Per 12 april 2021 worden zelftesten door het ministerie van VWS beschikbaar gesteld aan geprioriteerde scholen en bedrijven. Zelftesten zijn als aanvulling op het staande testbeleid en de basisregels bedoeld. Deze extra testen zijn aanvullende vormen van preventief testen, waarmee anders onopgemerkte besmettingen aangetoond kunnen worden. Het doel is personen op te sporen die besmettelijk zijn maar geen klachten hebben. De zelftesten zijn niet bedoeld als vervanging van de COVID-19-maatregelen of in plaats van testen bij de GGD-testlocaties en zorginstellingen. In de Corona teststrategie van de Rijksoverheid is deze zogenoemd spoor 2 ‘Testen om de samenleving te openen’ verder toegelicht. Aantal uitgevoerde testen GGDrU In Figuur 16 wordt het aantal bezoekers in de teststraten vanaf 4 januari weergeven samen met de maximale testcapaciteit van GGDrU. Op dit moment heeft GGDrU ruim voldoende testcapaciteit.

Het aantal testen was eind maart op zijn hoogtepunt met bijna 50.000 testen per week. Vanaf april is het aantal testen gaan dalen en in week 21 was dit aantal ongeveer 20.000 testen per week. De capaciteit is ongeveer het dubbele hiervan. De daling vanaf april in het aantal afgenomen testen raakt nu dus op een plateau. In totaal zijn sinds 4 januari ruim 632.000 testen door GGDrU afgenomen (stand van zaken 1 juni 9:30 uur).

Figuur 16. Overzicht van het wekelijks aantal bezoekers in teststraten GGDrU vanaf 4 januari 2021 met de maximale testcapaciteit op de teststraten weergeven. Peildatum: 2 juni 09:30 uur.

1.3. Aantal COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatie-locaties Sinds 8 januari 2021 vaccineert GGDrU op verschillende locaties. Op dit moment wordt er op negen locaties gevaccineerd; Amersfoort, Breukelen, Driebergen, Houten, Jaarbeurs Utrecht, Nieuwegein, Woerden, Veenendaal en Zeist. Daarnaast is 26 mei gestart met het vaccineren van de doelgroep dak- en thuislozen, waarbij mobiele units worden ingezet. Gezette prikken door GGDru* Inmiddels zijn sinds 8 januari in totaal (eerste en tweede doses) 448.572 (31 mei om 16:00 uur) mensen door GGDrU gevaccineerd*. Hiervan hebben 301.546 (67,2%) mensen in ieder geval een eerste prik ontvangen, 147.026 personen (32,8%) hebben

17

tevens een tweede prik ontvangen. Figuur 17 toont het aantal prikken op de GGDvaccinatielocaties binnen de regio, gestapeld per ronde van vaccin. *In verband met een storing in de IT-systemen is het momenteel helaas niet mogelijk om de vaccinaties van enkele vaccinaties (waaronder vaccinaties gezet met het Janssenvaccin) weer te geven

Figuur 17. Aantal vaccinaties gegeven per dag door GGDrU, uitgesplitst naar 1e en 2e vaccinatie. Peildatum 31 mei 18:00 uur. *In verband met een storing in de IT-systemen is het momenteel helaas niet mogelijk om de aantallen van enkele vaccinaties (waaronder vaccinaties gezet met het Janssen-vaccin) weer te geven.

Vaccinatiegraad per gemeente*

Figuur 18a laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners die in ieder geval de eerste prik hebben ontvangen door de GGD. De percentages van het aantal inwoners per gemeente dat in ieder geval een eerste prik heeft ontvangen bij een GGD variëren van 32% van het aantal inwoners van Bunnik tot 19% van het aantal inwoners van Utrecht. Hierbij zijn zowel vaccinaties die binnen als buiten onze GGD-regio zijn gezet bij inwoners van GGDrU meegenomen. In figuur 18b is het aantal inwoners van GGDrU welke een tweede prik hebben ontvangen door een GGD. Deze varieert van 19% van het totaal aantal inwoners van Bunnik tot 8% van het totaal aantal inwoners van Utrecht. Bij beide grafieken zijn echter twee belangrijke kanttekeningen. Allereerst moet bij de interpretatie van onderstaande grafieken genoemd worden dat de weergegeven cijfers alleen de door de GGD’en gezette vaccinaties betreffen. De vaccinaties die uitgevoerd zijn door de zorginstellingen, ziekenhuizen en/of huisartsenpraktijken zijn hierbij niet bij de GGD bekend, en zodoende ook niet meegenomen in deze grafiek. Ten tweede, is het in verband met een storing in de IT-systemen momenteel helaas niet mogelijk om bij de GGD bekende vaccinaties van enkele soorten vaccinaties (waaronder vaccinaties gezet met het Janssen-vaccin) weer te geven.

18

Figuur 18a. Vaccinatiegraad per gemeente voor inwoners die ten minste een vaccinatie hebben ontvangen. Peildatum 31 mei 18:00 uur. *In verband met een storing in de IT-systemen is het momenteel helaas niet mogelijk om de vaccinaties van enkele soorten vaccinaties (waaronder vaccinaties gezet met het Janssen-vaccin) weer te geven.

Figuur 18b. Vaccinatiegraad per gemeente voor inwoners die het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen. Peildatum 31 mei 18:00 uur. *In verband met een storing in de IT-systemen in het momenteel helaas niet mogelijk om de vaccinaties van enkele soorten vaccinaties (waaronder vaccinaties gezet met het Janssen-vaccin) weer te geven.

Leeftijdsverdeling Een steeds groter deel van onze samenleving krijgt de mogelijkheid om een vaccinatie te ontvangen. In Figuur 21 is weergegeven hoe het aantal eerste prikken gezet door GGDrU verdeeld is over de verschillende leeftijdsgroepen. 45,8% van alle mensen die door GGDrU een eerste vaccinatie hebben ontvangen is uit de leeftijdsgroep 60-79 jaar, 29,7% uit de groep 40-59 jaar, 14,4% uit de groep 80+, 10,0% uit de groep 18 t/m 39 jaar en 0,1% van de groep 16 t/m 17 jaar (op basis van een medische indicatie).

19

Figuur 21*. Leeftijdsverdeling van het aantal gezette eerste prikken door de GGDrU. Peildatum: 31 mei 18:00 uur. *In verband met een storing in de IT-systemen in het momenteel helaas niet mogelijk om de vaccinaties van enkele soorten vaccinaties (waaronder vaccinaties gezet met het Janssen-vaccin) weer te geven.

In figuur 22 is op de datum van de vaccinatie het aantal unieke personen per leeftijd weergeven die door GGDrU in ieder geval een eerste prik hebben ontvangen. Het betreft hierbij absolute aantallen per leeftijd en houdt geen rekening met relatieve verschillen in de demografische bevolking. Wat opvalt is dat er voor mensen met een leeftijd van 60 tot 65 relatief weinig vaccinaties zijn gezet door de GGDrU, dit kan verklaard worden door het feit dat deze groep via een andere weg gevaccineerd is dan via de GGD.

Figuur 22*. Absolute unieke aantal mensen die door GGDrU de eerste vaccinatie hebben ontvangen naar leeftijd. Peildatum: 31 mei 2021 18:00 *In verband met een storing in de IT-systemen in het momenteel helaas niet mogelijk om de vaccinaties van enkele soorten vaccinaties (waaronder vaccinaties gezet met het Janssen-vaccin) weer te geven.

Type vaccin Vanwege mogelijke bijwerkingen werd in maart tijdelijk geen AstraZeneca gebruikt. Op 2 april werd aangekondigd dat de vaccinaties met AstraZeneca opnieuw per direct gestopt worden, vanwege meldingen van mogelijke bijwerkingen. Op 9 april is besloten om te stoppen met vaccineren van cliënten jonger dan 60 jaar met AstraZeneca, in oudere leeftijdsgroepen is het risico veel kleiner en is de gezondheidswinst door vaccineren bovendien veel groter. Door extra beschikbaar Pfizer-vaccin kan het aantal prikken opgehoogd worden. Op 20 april is het door het ministerie van VWS aangekondigd dat per 21 april het vaccineren met het Janssen-vaccin gestart kan worden. Deze worden in eerste instantie aan zorgverleners in ziekenhuizen en GGZ-sector gegeven. Vanaf eind 20

mei wordt op vaccinatielocaties Amersfoort, Driebergen, Nieuwegen, en Woerden ook geprikt met het Janssen-vaccin. Sinds 12 mei wordt op de vaccinatielocatie Utrecht Jaarbeurs, en per 24 mei op Veenendaal, ook geprikt met het Moderna-vaccin. Landelijke ontwikkelingen in het vaccinatieprogramma Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en is afhankelijk van toelating en levering van vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorgafdelingen. De volgorde voor een oproep voor vaccineren is gebaseerd op geboortejaar (van oud naar jong). Meer informatie is te vinden op rijksoverheid.nl. Iedereen met een DigiD kan via https://rivm.nl/mijnrivm-vaccinaties zijn/haar vaccinatiegegevens inzien. Dit overzicht is enkel bedoeld om eenieder inzicht te bieden in zijn/haar eigen corona vaccinatiegegevens en kan dus niet gebruikt worden als officieel vaccinatiebewijs. Effect van vaccinatie steeds duidelijker zichtbaar onder bewoners verpleeghuizen Vanaf 26 januari is door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90plussers in de regio. Acht weken na de eerste toegediende vaccinatie is het effect van vaccinatie in de verpleeghuizen duidelijk zichtbaar, zoals blijkt uit onderzoek van het RIVM.

Inmiddels hebben bijna alle verpleeghuisbewoners een eerste vaccinatie gehad, een deel van de bewoners heeft ook de tweede vaccinatie ontvangen. Bij thuiswonende ouderen, waarvan de eerste mensen eind januari gevaccineerd zijn, is ook een daling zichtbaar in besmettingen. Onder de leeftijdsgroep 80+ neemt verder het aantal ziekenhuisopnames af, waarschijnlijk als gevolg van het starten van vaccineren in deze groep.

Figuur 23. Corona-antistoffen in bloeddonoren. Bron: Sanquin

21

Uit landelijk onderzoek van bloeddonoren heeft Sanquin geconcludeerd dat vaccinatie de grote drijfveer achter de sterkste stijging van het percentage donors met anti-Covid-19 antistoffen die in mei gegroeid is van 32% naar 54% (Figuur 23). De groepen die voorrang kregen bij vaccineren, zijn duidelijk terug te vinden bij de onderverdeling naar leeftijd. De grafiek laat voor elk van deze leeftijdsgroepen een sterke stijging zien vanaf het moment dat zij gevaccineerd konden worden. De komende tijd zal vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. 1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in de regio Utrecht 1.302 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 2 juni 08:30), waarvan 12 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven. Net zoals het landelijk beeld laat zien, is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. In week 21 zijn er bij twee overlijdens gemeld bij regio Utrecht.

Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. Daarnaast is een belangrijke kanttekening dat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. In de gemeenten met het hoogst aantal inwoners, Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist, is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (Figuur 24).

Figuur 24. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 2 juni 2021.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (Figuur 25). Meer dan de helft van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+. Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Inmiddels is de leeftijdsgroep 6079 jaar, in absolute aantallen, de groep met de meeste sterftegevallen. Met het toenemen van het aantal gevaccineerden in deze groep zal dit naar verwachting ook gaan afnemen.

22

Figuur 25. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie per week. Peildatum: 2 juni 2021.

Voor zover bekend bij het RIVM zijn in de periode 26 mei t/m 1 juni 2021 landelijk 66 mensen overleden aan een COVID-19-besmetting. In vergelijking met de week ervoor is dat een afname van 30 overlijdens. In de periode 26 mei t/m 1 juni 2021 zijn drie overlijdens van een patiënt met COVID-19 gemeld aan GGDrU. 2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico-inschatting vindt plaats op basis van een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid Persoonlijke Beschermingsmiddelen • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat gecontacteerd door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGDrU wisselt per locatie.

23

Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra

Figuur 26. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 5 april 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 1 juni 2021 10:00 uur.

Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 26. In Figuur 27 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Deze figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage weergeven, vergeleken de daadwerkelijke aantallen. Vanaf begin januari is een gestaagde afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal. Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat vanaf begin januari gevaccineerd wordt in deze kwetsbare groep.

Figuur 27. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 2 juni 2021.

Vanuit het BCO komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of verdere acties nodig zijn. Als op een bijzondere locatie sprake is van één besmetting spreekt GGDrU van een issue. Indien drie of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

24

Figuur 28. Aantal COVID-19 cluster-gerelateerd aan 24-uurs zorg in de regio Utrecht die onder actieve monitoring staan van de GGD sinds afgelopen 4 weken. Peildatum: 2 juni 2021.

In Figuur 28 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring weergegeven. Deze clusters zijn gerelateerd aan 24-uurs zorg en uitgezet per gemeente. Het gaat hier om clusters waar in de afgelopen vier weken een positieve melding is geweest. 2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantainemaatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe.

In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag. Niet alleen de quarantainemaatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (figuur 29 en figuur 30), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.

25

Figuur 29. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand (peildatum 1 juni).

Figuur 30. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week (peildatum 1 juni).

26

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 31. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron: NICE. Peildatum: 1 juni 2021 10.00 uur.

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april 2020. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames weer toenemen tot een nieuwe piek eind oktober, waarna het aantal opnames weer afnam tot de aantallen weer toenamen in december. Vanaf begin januari 2021 was een voorzichtige daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames met een stabilisatie in februari. Sinds half maart is weer een stijging te zien, waarna eind maart een stabilisatie op een niveau vergelijkbaar met de pieken in oktober en december zichtbaar was (Figuur 31). Sinds eind april is een sterke daling in ziekenhuisopnamen zichtbaar. 3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio Het aantal in IC-bezetting en kliniek bezetting COVID neemt af (Figuur 32). Dit komt voornamelijk door een lagere instroom van 50 tot 79-jarigen: een vaccinatie-effect is zichtbaar. Wel is de druk in de ziekenhuizen nog altijd hoog door COVID-bezetting, afgeschaalde reguliere zorg en hoge ervaren druk door ziekenhuispersoneel. De reguliere zorg uit klasse 3 (kritieke planbare zorg) dient zo nodig te worden afgeschaald.

Zorg uit klasse 4 en 5 (overige planbare zorg) wordt in principe niet geboden. De verwachting is dat het aantal COVID-19 patiënten in de ziekenhuizen verder gaan dalen (prognose LCPS). De druk op de ziekenhuizen zal echter waarschijnlijk voor langere tijd beïnvloed worden door ‘inhaalzorg’.

27

Figuur 32. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 2 juni 2021.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). Huidige fase is oranje (Figuur 33). De reguliere zorg uit klasse 3 (kritieke planbare zorg) dient zo nodig te worden afgeschaald. Zorg uit klasse 4 en 5 (overige planbare zorg) wordt in principe niet geboden (Figuur 34).

Figuur 33. Continuïteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021.

28

Figuur 34. Raamwerk behoud reguliere klinische zorg. Bron: FMS-Raamwerk behoud reguliere klinische zorg in relatie tot pandemische druk, 2020.

3.4 Zorginstellingen (excl. ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 4 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van vijf in week 20). Het aantal uitbraken binnen zorginstellingen is beperkt. 3.5 Beddencapaciteit zorginstellingen De druk in de V&V, GHZ en GGZ is al meerdere weken beperkt. Het aantal locaties in de V&V, GHZ en GGZ waarbij bedden bezet zijn met COVID-19 patiënten is beperkt tot enkele locaties. Ook het aantal personeelsleden in de V&V, GHZ en GGZ dat niet inzetbaar is, is beperkt.

Figuur 35. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 2 juni 2021. Bron: GGD GHOR NL.

29

Figuur 36. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 2 juni 2021. Bron: GGD GHOR NL.

Figuur 37. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 2 juni 2021. Bron: GGD GHOR NL.

3.6 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ), in de ROAZ-regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Capaciteit is in onze regio afgelopen week afgeschaald van 66 naar 39 bedden (incl. 2 hospice bedden). Huidige bezetting is 50%. Momenteel is er in onze regio binnen de V&V-sector opgeschaald naar 39 bedden (3 zorglocaties en 1 hospice), opschalingsniveau midden (fase 1), waarvan ongeveer 40% bezet. De COVID-bezetting in de ziekenhuizen, zowel kliniek als IC, neemt af. Het ligt dus in de verwachting dat er geen toenemende uitstroom uit de ziekenhuizen naar de COVID-19 opvanglocaties zal zijn. Daarnaast wordt er geen toename van COVID-zorg in de wijkverpleging gezien, de andere route die kan leiden tot opnames in COVID-19 opvanglocaties. Capaciteit is afgelopen week afgeschaald van 66 bedden nar 39 bedden.

Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de GGZ- en GHZ-sector om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Deze locaties zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.

30

Figuur 38. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 2 juni 2021. Bron: GGD GHOR NL. Tabel 2. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 25 mei. Bron: GGD GHOR NL.

31

Bijlage 1. Landelijke panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de tweede peiling heeft plaats gevonden van 7 mei tot 12 mei, de derde peiling heeft plaats gevonden van 26 mei tot 1 juni, de vierde peiling van 17 juni tot 21 juni, de vijfde peiling van 8 juli tot 12 juli, de zesde peiling van 19 tot 23 augustus, de zevende peiling van 30 september tot 4 oktober, de achtste peiling van 11 november tot 15 november, de negende peiling van 30 december tot 3 januari 2021, de tiende peiling van 10 februari tot 14 februari 2021, de elfde peiling van 24 tot 28 maart 2021 en de twaalfde peiling van 5 tot 9 mei 2021. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven en hoe zij hierop reageren. Voor een succesvolle bestrijding van het coronavirus is het van belang dat mensen de gedragsregels naleven. Voorbeelden van regels zijn: 1,5 meter afstand houden van anderen, maximaal twee bezoekers ontvangen (sinds eind april 2021, eerder maximaal één bezoeker) en zorgvuldig handen wassen. Wanneer mensen deze gedragsregels naleven, wordt de kans kleiner om het virus over te dragen en wordt een besmetting voorkomen.

Een andere factor die erg belangrijk is om het coronavirus te bestrijden is een vaccinatie. In de bijlage van 26 mei is hier uitgebreid aandacht aan besteed. Ondanks dat het coronavaccin lijkt te werken, waarschuwt de overheid om de gedragsregels na te blijven leven. Na een vaccinatie word je (waarschijnlijk) minder of helemaal niet ziek, maar je kunt het virus nog wel overdragen. Gezien het feit dat de coronacrisis langer dan een jaar duurt is het relevant om te kijken naar gedrag van mensen na vaccinatie. In deze bijlage wordt beschreven in welke mate deelnemers die wonen in de regio Utrecht enkele gedragsregels naleven en of ze zich minder goed aan de regels (gaan) houden als ze gevaccineerd zijn. Het aantal deelnemers dat meer bezoek ontvangt dan geadviseerd wordt stijgt Figuur 1B weergeeft het percentage deelnemers dat ten minste één keer met minstens 3 personen samen was. Er valt te zien dat dit percentage in alle leeftijdsgroepen stijgt en deze is het grootst tussen februari en maart. In alle leeftijdsgroepen stijgt het aantal deelnemers dat meer bezoek ontvangt dan toegestaan met rond de 10%. Het valt op dat tijdens de laatste meetronde (5-9 mei) bijna 60% van de 16 tot 39-jarigen meer bezoek ontving. Dit percentage neemt af naarmate de leeftijd stijgt, maar 4 op de 10 70plussers ontving bezoek tijdens de laatste meetronde.

Figuur 1B Ten minste één keer met minstens 3 personen (geen huishouden) samen zijn in meetronde 10 (1014 februari), meetronde 11 (24-28 maart) en meetronde 12 (5-9 mei).

32

Grote verschillen in aantallen deelnemers dat samenkomt in een groep die groter is dan geadviseerd wordt Figuur 2B weergeeft het percentage deelnemers dat nooit, 1 of 2 keer, of 3 tot 5 keer per week samenkwam in een groep met minstens 3 personen. Er valt te zien dat, over het algemeen, de meesten nooit zo’n samenkomst hebben gehad. Echter, dit percentage neemt af naarmate de tijd verstrijkt. Waar in februari 82% van de 70-plussers nooit in een groep van minstens 3 personen samenkwam, is dit in mei 64%. Dit patroon is ook te zien voor 70-minners. Daarnaast valt te zien dat dit percentage daalt wanneer de leeftijd afneemt. Dit kan mogelijk verklaard worden door het minder vaak thuiswerken. Gezien het feit dat de coronacrisis nu al langer dan een jaar duurt kan het ook zijn dat mensen vaker behoefte hebben aan samenkomsten en dat vooral 70-plussers meer risico nemen omdat ze gevaccineerd zijn. Wanneer er gekeken wordt naar samenkomsten die 1 of 2 keer per week plaatsvinden, valt te zien dat deze vaker plaatsvinden voor alle leeftijdsgroepen. In mei kwam 40% van de 16 tot 39-jarigen 1 of 2 keer per week samen. Verder valt op dat de groep die minstens 3 keer per week samenkomt redelijk stabiel is over tijd.

Figuur 2B Samenkomst met minstens 3 personen buitenshuis (werk, op straat, verjaardagsbezoek) in de afgelopen week in meetronde 10 (10-14 februari), meetronde 11 (24-28 maart) en meetronde 12 (5-9 mei).

De helft van de 16 tot 39-jarigen houdt geen 1,5 meter afstand tijdens een samenkomst In Figuur 3B staat het percentage deelnemers dat het vaak tot altijd lukt om 1,5 meter afstand te houden tijdens een samenkomst. Er valt te zien dat ongeveer 50% van de 40minners dit lukt. Dit percentage ligt rond de 10% hoger voor 40-plussers. Daarnaast is het afstand houden in alle leeftijdsgroepen stabiel over tijd, behalve voor 70-plussers, die houden sinds mei minder afstand. Een verklaring hiervoor zou het hebben van een vaccinatie kunnen zijn.

33

Figuur 3B Percentage deelnemers dat het vaak – altijd lukt om 1,5 meter afstand te houden tijdens een samenkomst in meetronde 10 (10-14 februari), meetronde 11 (24-28 maart) en meetronde 12 (5-9 mei).

Ruim 40% van de 16 tot 39-jarigen geeft aan minder afstand te houden na vaccinatie Figuur 4B weergeeft het percentage deelnemers dat aangeeft zich (veel) minder vaak aan de 1,5 meter maatregel te houden na vaccinatie. Er valt te zien dat voornamelijk 40minners zich minder goed aan deze maatregel zullen houden. Daarnaast geeft ook 31% van de 40 tot 54-jarigen aan vaker in de buurt van anderen te zullen komen na vaccinatie. De percentages van de laatste meetronde (5-9 mei) liggen beduidend lager voor 55 tot 64-jarigen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat een redelijk aantal deelnemers in deze groep al gevaccineerd zijn. Daarnaast zijn er geen gegevens beschikbaar voor 70-plussers, wat verklaard kan worden door het feit dat zij allemaal al gevaccineerd zijn.

Figuur 4B (Veel) minder vaak 1,5 meter afstand houden van anderen na vaccinatie in meetronde 10 (10-14 februari), meetronde 11 (24-28 maart) en meetronde 12 (5-9 mei).

34

De meeste deelnemers laten zich nog steeds testen bij klachten nadat ze gevaccineerd zijn Figuur 5B weergeeft het percentage deelnemers dat zich (veel) minder vaak laat testen bij klachten na vaccinatie. Er valt te zien dat slechts 18%, 15% en 4% van de respectievelijk 16 tot 39-jarigen, 40 tot 54-jarigen en 55 tot 69-jarigen dit veel minder vaak zal laten doen.

Figuur 5B (Veel) minder vaak laten testen bij klachten na vaccinatie in meetronde 10 (10-14 februari), meetronde 11 (24-28 maart) en meetronde 12 (5-9 mei).

Ruim 30% van de 16 tot 39-jarigen zal (veel) minder vaak drukte vermijden nadat ze gevaccineerd zijn Figuur 6B weergeeft het percentage deelnemers dat (veel) minder vaak drukte zal vermijden na vaccinatie. Er valt te zien dat 40-minners dit minder vaak zullen doen dan 40-plussers (34% t.o.v. 26%). 55 tot 69-jarigen verwachten zich het beste aan de maatregel te houden, slechts 17% zal (veel) minder vaak drukte vermijden. Van 70plussers zijn te weinig gegevens beschikbaar, dit komt doordat velen al gevaccineerd zijn.

Figuur 6B (Veel) minder vaak drukte vermijden na vaccinatie in meetronde 10 (10-14 februari), meetronde 11 (24-28 maart) en meetronde 12 (5-9 mei).

35

Bijlage 2. COVID-19 Monitor Midden-Nederland week 21

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=68eaa6a4-5f5a-4e59-97d6-ea9f19a8a685