CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-04-28 Regionale rapportage COVID-19 .pdf

Raadsvergadering 31 mei 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Ingekomen stukken en schriftelijke mededelingen6.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 28 april 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 23 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 AANTAL COVID-19 VACCINATIES ................................................................................................................. 20 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 21

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 23 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 25

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 27 3.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ................................................................................................. 27 3.1.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio ........................................................................................... 27 3.1.3 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN................................................................................................ 28 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 29 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 29 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 30

BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID PER GEMEENTE .................................................................................................. 32 BIJLAGE 2 COVID MONITOR MIDDEN NEDERLAND ......................................................................................... 34

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het verloop in het landelijk aantal gemelde positief geteste personen, in de afgelopen 3 maanden. Begin 2021 lag het aantal nieuwe meldingen rond de 4000 per dag, inmiddels is dit verdubbeld naar gemiddeld 8.000 meldingen per dag. Deze stijging lijkt de laatste weken iets af te vlakken. In week 16 zijn er landelijk ruim 56.500 nieuwe meldingen geregistreerd, een stijging van bijna 3.000 vergeleken met week 15.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 1 februari. Peildatum: 27 april 2021 10:00. Bron RIVM

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Tot en met 27 april zijn in totaal 113.868 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Ook in de regio waren de aantallen begin 2021 relatief laag met net geen 2.000 meldingen per week. In week 16 is het aantal meldingen voor het eerst in bijna 5 maanden weer boven de 4.000 uitgekomen, met 4.148 meldingen. Dit is een toename van ruim 300 vergeleken met week 15. De toename in de regio is voornamelijk te zien in de leeftijdsgroep 0-19 jaar.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 26 april

De infectiedruk blijft hoog De toename van het aantal meldingen eind 2020 was voor de Nederlands overheid de aanleiding om een lockdown in te stellen vanaf 15 december, halverwege januari gevolgd met het instellen van een avondklok. De effecten van deze strengere maatregelen waren in de eerste 5 weken in 2021 duidelijk zichtbaar, met een meer dan halvering van het aantal meldingen per week. Ondanks het verlengen en zelfs aanscherpen van de maatregelen neemt het aantal meldingen sinds eind februari weer toe. Het aantal leek 4

zich vanaf eind maart weer wat te stabiliseren, maar is daarna toch weer geleidelijk aan gaan stijgen. Ook de bezettingsgraad van de ziekenhuizen is als gevolg hiervan op het hoogste niveau sinds de eerste golf in maart/april 2020. Nieuwe varianten De toename in het aantal meldingen kan niet los gezien van de opkomst van nieuwe, mogelijk besmettelijkere varianten van het coronavirus, waaronder de Britse- en ZuidAfrikaanse variant. Door middel van modellering van het RIVM wordt geschat dat de nieuwe varianten inmiddels ruim 90% van alle nieuwe besmettingen betreft. Ondanks de hogere besmettelijkheid, ligt het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met Covid-19) voor Nederland op dit moment nog steeds rond de 1, zo wordt geschat door RIVM (figuur 4). Zonder maatregelen had het reproductiegetal veel hoger gelegen. Als de R0 onder de 1 blijft, neemt de verspreiding van het virus af en komt het einde van de epidemie in zicht.

Figuur 4. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 27 april 2021.

Lockdown en avondklok tot 28 april Vanaf dinsdag 15 december geldt er in Nederland een lockdown. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve meter ook van toepassing is op middelbare scholen. De eerste effecten van de lockdown waren vanaf januari te zien in de meldingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen ook veel lager was dan in de periode ervoor. De opmars van de Britse variant was aanleiding voor het instellen van extra maatregelen, waaronder verdere beperkingen op het ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid Afrika en Zuid-Amerika. Daarnaast is op 23 januari een avondklok ingesteld, waardoor tussen 21:00 en 4:30 uur niemand op straat mocht zijn, tenzij hier een geldige reden voor bestond. Vanaf begin februari zijn er voor het eerst versoepelingen doorgevoerd, met als eerste versoepeling het weer open gaan van basisscholen en kinderopvanglocaties. In maart volgden het beperkt openen van middelbare scholen en MBO, bezoekregeling voor bewoners van woonzorgcentra en regels om weer buiten te mogen sporten in klein groepen. Ook mochten niet-essentiële winkels weer beperkt open en werd de avondklok verlaat naar 22.00 uur. Per 19 april ging de buitenschoolse opvang weer open en vanaf 26 april wordt een dag per week fysiek onderwijs bij HBO en universiteiten weer toegestaan.

In de persconferentie van 13 april zijn de eerst grote versoepelingen aangekondigd die in zijn gegaan op 28 april: de avondklok verdwijnt, mensen mogen thuis weer bezoekers ontvangen, buitenterrassen worden beperkt heropend, winkelen in niet-essentiële winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat 5

naar 100 personen en theorie-examen voor alle rijopleidingen gaan weer open. In de persconferentie is een stappenplan gepresenteerd hoe de verdere versoepelingen er uit gaan zien, mits de besmettingscijfers dat toelaten. Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In figuur 5 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 juli 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk veel hoger uitkomen. Onderin het figuur staat met pijlen aangegeven wanneer er aanscherpingen of versoepelingen van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Het effect van de aangepaste maatregelen wordt na ongeveer 2 weken verwacht. Nederland zit inmiddels middenin de derde golf, die terugkijkend vanaf begin maart begonnen is. Vanaf half maart is er ook een toename in de ziekenhuisbezetting te zien. Inmiddels lijkt er sprake van een stabilisatie in de kliniekbezetting met COVID-19patiënten. Het aantal opnames is nog wel iets toegenomen op landelijk niveau, van 94,6 naar 104,6 per miljoen inwoners. In de regio Utrecht is het aantal ziekenhuisopnames afgelopen week echter gedaald, van 79 naar 76 opnames per miljoen inwoners.

Sinds het begin van de vaccinatiecampagne is er een duidelijke afname te zien in aantal besmettingen in verplegingshuizen. Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Liep in eerste instantie het aantal besmettingen met name op in de stedelijke gebieden, volgde daarna een golf in de landelijke gebieden. In de regio Utrecht is de wekelijkse incidentie toegenomen met 6% naar 304 per 100.000 (week 15: 288 per 100.000 inwoners). Daarmee zit de regio nog wel onder het landelijke gemiddelde van 325 per 100.000. Het vindpercentage is gelijk gebleven op 8,6% (8,5% in week 15), daarmee blijft de infectiedruk onveranderd hoog. Tot week 15 werd het bron- en contactonderzoek (BCO) in de regio Utrecht vrijwel volledig uitgevoerd, wat grotendeels te danken is aan de eigen applicatie (CoronaCare) die GGDrU heeft ontwikkeld om het BCO beter en efficiënter te kunnen uitvoeren. Door een aantal grote technische storingen op landelijk niveau hebben veel GGD’en, waaronder de GGD regio Utrecht, achterstand opgelopen in de registratie. Daarom is ook de regio Utrecht tijdelijk afgeschaald, wat inhoudt dat positief getesten worden gebeld en gemonitord. De contacten worden digitaal benaderd.

Dankzij CoronaCare kunnen we de indexpatiënten blijven monitoren, en worden contacten via de applicatie zeer snel gewaarschuwd, vaak al voordat de GGD belt voor het bron- en contactonderzoek. Dit is nog steeds een enorme winst vergeleken met het klassieke BCO zoals dat bij andere GGD’en wordt uitgevoerd. Pilot gemeente Bunschoten Op 8 februari is de gemeente Bunschoten in samenwerking met GGDrU gestart met de pilot ‘Grootschalig testen, traceren en isoleren’. De pilot duurde 6 weken en eindigde op vrijdag 19 maart 2021. Inwoners van Bunschoten vanaf 6 jaar konden zich laagdrempelig laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testten op het virus, dan kregen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden. Ook was er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden. Met deze pilot, die werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie VWS, wilden de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus binnen de gemeente. Ook is onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpen als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden.

6

De pilot heeft enorm veel kennis opgeleverd over het eventueel inzetten van grootschalig testen in de toekomst. De bevindingen van deze onderzoekspilot zijn afgelopen week gepresenteerd aan minister De Jonge, op een bijeenkomst in de gemeente Bunschoten. Een van de belangrijkste inzichten was dat er gedurende de pilot meer besmettingen werden gevonden in Bunschoten. Daaruit kan worden geconcludeerd dat grootschalig testen het zicht op het coronavirus verbeterde. Onderzoekers: massaal testen verbeterde zicht op corona in brandhaard Bunschoten | NOS | RTV Utrecht Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten.

7

Figuur 5. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 27 april

8

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 6 presenteert het meldingen van positieve gevallen per gemeente van de afgelopen week. In absolute aantallen zijn de meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week gemeld in de gemeente Utrecht. In figuur 7 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeente van de regio Utrecht in de laatste 4 weken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn, een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil. In de meeste gemeenten is een kleine stijging te zien, grote stijgingen in de gemeenten Baarn, Houten, Montfoort, Soest en Stichtse Vecht zijn vooral te verklaren door vele clusters en uitbraken in basisonderwijs en op werklocaties. In Bunschoten is er een na-effect van het onderzoek naar grootschalig testen te zien, leidend tot een hoog maar stabiel aantal meldingen.

Figuur 6. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 19 t/m 25 april 2021. Peildatum: 27 april.

9

Figuur 7. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 29 maart t/m 25 april 2021. Peildatum: 26 april.

10

Figuur 8 laat het aantal meldingen per 100.000 inwoners per gemeente zien in de afgelopen 2 weken. Met 304 besmettingen per 100.000 inwoners zit de regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Dit aantal betekent een toename van 5,5% vergeleken met vorige week en is daarmee vergelijkbaar met de landelijke toename (5,1%). De regio zit nog wel onder het landelijke gemiddelde van 325 besmettingen per 100.000 inwoners.

Figuur 8. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 13 t/m 27 april 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 27 april 2021 10:00 uur.

11

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 9 staan het aantal positieve meldingen van de laatste 4 weken weergegeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Alle groepen met uitzondering van de leeftijdsgroep 80+ laten in absolute aantallen meldingen een toename zien. De grootste toename wordt gezien in de leeftijdsgroepen 0-19 jaar (van 933 naar 1055) en de groep 40-59 jaar (1148 naar 1253). De stijging in de groep 0-19 jaar komt een grote toename in het aantal meldingen vanuit de basisscholen, zoals te zien is in figuur 10. In deze figuur zijn is de leeftijdsgroep tot 27 jaar uitgesplitst in kinderopvang (0-3), basisschool (4-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27).

Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 26 april.

Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 26 april.

12

In figuur 11 en figuur 12 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 29 maart t/m 25 april. In de meeste gemeenten zijn de besmettingen in de leeftijdsgroep 80+ gereduceerd tot een zeer klein aandeel. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 12). Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals De Bilt, Houten, Montfoort en Oudewater. Ook de gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar als belangrijke studentenstad (ruim 60% op 1 januari 2020), en dat is ook terug te zien in het aantal besmettingen.

Figuur 11. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 29 maart t/m 25 april 2021, peildatum 27 april.

13

Figuur 12. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode periode 29 maart t/m 25 april 2021, peildatum 27 april.

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 13 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke plek van besmetting, zoals geconstateerd in het bron- en contactonderzoek in periode 29 maart t/m 25 april 2021. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in werkplekken en op het basisonderwijs.

14

Figuur 13. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 29 maart t/m 25 april 2021, peildatum 27 april. .

15

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni 2020 kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Op dit moment heeft de GGD regio Utrecht ruim voldoende testcapaciteit. Met 7 regionale testlocaties, 3 lokale testlocaties en diverse mobiele testunits zijn wij over de hele regio bereikbaar. Bij de vaste testplekken is een kindvriendelijke testlocatie ingericht. Hier nemen we ruim de tijd om kinderen (0-12 jaar) op hun gemak te stellen. Zie hier voor een actueel overzicht van de testlocaties in de regio. Met ingang van 1 december kunnen mensen die in quarantaine zitten na contact met een positief persoon zich ook laten testen als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5 e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot dag 10 contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. Met ingang van 3 februari is het testbeleid verder uitgebreid door eerder en vaker te testen met als doel infecties sneller op te sporen.

Huisgenoten en overige nauwe contacten (categorie 1 en 2) worden geadviseerd zich zo snel mogelijk te laten testen, ook als zij geen klachten hebben. De testen op dag 5 blijven nodig voor het vervroegd stoppen van de quarantaineperiode. Ook overige contacten (categorie 3) worden geadviseerd om zich te laten testen op dag 5 na blootstelling, ook al hoeven zij niet in quarantaine. Per 12 april worden zelftesten door de ministerie van VWS beschikbaar gesteld aan geprioriteerde scholen en bedrijven. Zelftesten zijn als aanvulling op het staande testbeleid en de basisregels bedoeld. Deze extra testen zijn aanvullende vormen van preventief testen, waarmee anders onopgemerkte besmettingen aangetoond kunnen worden. Het doel is extra personen op te sporen die besmettelijk zijn maar geen klachten hebben. De zelftesten zijn NIET bedoeld als vervanging van de COVID-19-maatregelen of in plaats van testen bij de GGD-testlocaties en zorginstellingen. In de Corona teststrategie van de Rijksoverheid is deze zogenoemd spoor 2 ‘Testen om de samenleving te openen’ verder toegelicht. Aantal uitgevoerde testen GGDrU In figuur 14 is het aantal uitgevoerde testen in de teststraten inclusief de thuisbemonsteringen weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van GGDrU. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit.

De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is momenteel 8.500 testen, maar kan opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. Het aantal testen is sinds begin maart ook weekbasis stabiel en schommelt tussen de 4.000 tot 7.000 testen per dag. Op zondag 7 februari en maandagochtend 15 februari waren door de weersomstandigheden (code rood) de teststraten tijdelijk gesloten.

16

Figuur 14. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 26 april 09:00 uur.

Het aantal afgenomen testen in week 16 is 42.153 (week 15: 43.574). In totaal zijn sinds 2 juni ruim 1,1 miljoen testen door GGDrU afgenomen (stand van zaken 28 april 09:00 uur), dat is 9,1% van alle testen die door GGD’en in Nederland zijn uitgevoerd.

17

Vindpercentage per week In figuur 15 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage in regio Utrecht in week 16 stabiel gebleven op naar 8,6%, (week 15 van 8,5%). Hiermee zit de regio ruim onder het landelijke gemiddelde van 10,5%. Het vindpercentage per gemeente staat verder uitgewerkt in figuur 16. In de regio wordt het hoogste vindpercentate gezien in de gemeente Bunschoten, wat mogelijk ook verklaard kan worden als na-effect van het onderzoek grootschalig testen, omdat inwoners zich mogelijk ook al bij minder klachten laten testen. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Rotterdam-Rijmond, Zuid-Holland-Zuid en Brabant-Noord, met respectievelijk 13,5%, 12,5% en 12,2%.

Figuur 15. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 28 april 09:00 uur. Op basis van eigen data in CoronIT, deze cijfers kunnen iets afwijken van de door het RIVM gerapporteerde cijfers, zoals in de tekst vermeld.

18

Figuur 16. Vindpercentage per gemeente in de afgelopen 4 weken. Periode 29 maart t/m 25 april 2021, peildatum 28 april.

19

1.3. Aantal COVID-19 vaccinaties Sinds 8 januari is GGDrU gestart met het vaccineren van zorgmedewerkers van verzorgingsinstellingen op een vaccinatielocatie in Houten. Vanaf 2 februari is er in een tweede priklocatie in de Jaarbeurs door GGDrU begonnen met het vaccineren van ouderen. Sinds maandag 15 februari is een locatie in Amersfoort operationeel. Vanaf 1 maart is locatie Veenendaal geopend en per 22 maart ook in Driebergen (Utrechtse Heuvelrug) een locatie geopend. Per 12 april zijn twee extra locaties in Woerden en Breukelen (Stichtse Vecht) geopend. Inmiddels zijn sinds 8 januari in totaal (eerste en tweede doses) ruim 216.589 (d.d. 28 april om 9:00 uur) mensen door GGDrU gevaccineerd. Figuur 17 toont het aantal prikken op de GGD- priklocaties binnen de regio, gesplitst per ronde en type van vaccin. Van alle gegeven vaccinaties is het grootste deel gegeven aan de groep 60-79 jaar (60,7%) en de groep 80+ (28,1%).

Figuur 17. Aantal vaccinaties gegeven per dag door GGD regio Utrecht, uitgesplitst naar 1e en 2e vaccinatie. Peildatum 27 april 12:00 uur.

Alle geleverde vaccins worden gebruikt. Vanwege mogelijke bijwerking werd er in maart tijdelijk geen AstraZeneca. Op 2 april werd aangekondigd dat de vaccinaties met AstraZeneca opnieuw per direct gestopt worden, vanwege meldingen van mogelijke bijwerkingen. Op 9 april is besloten om te stoppen met vaccineren van clienten jonger dan 60 jaar met AstraZeneca, in oudere leeftijdsgroepen is het risico veel kleiner en is de gezondheidswinst door vaccineren bovendien veel groter. Door extra beschikbaar Pfizer-vaccin kan het aantal prikken opgehoogd worden. Op 20 april is het door ministerie VWS aangekondigd dat per 21 april het vaccineren met het Janssen-vaccin gestart kan worden. Deze worden in eerste instanties aan zorgverleners in ziekenhuizen en GGZ-sector gegeven. Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en is afhankelijk van toelating en levering van vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorgafdelingen. De huisartsen in de regio Utrecht zijn inmiddels begonnen met het vaccineren van de groep 60-64-jarigen en

20

onder 60 jaar met medisch risico factoren. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in op rijksoverheid.nl.

Figuur 18. Aantal vaccinaties gegeven door GGD regio Utrecht, gesplitst per type vaccin en leeftijdgroep. Peildatum 21 april 10:00 uur. Uit voorzorg was vaccinatie met AstraZeneca 2 t/m 7 april tijdelijk gestopt.

Effect van vaccinatie steeds duidelijker zichtbaar onder bewoners verpleeghuizen Vanaf 26 januari is er door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90-plussers in de regio. Acht weken na de eerste toegediende vaccinatie is het effect van vaccinatie in de verpleeghuizen duidelijk zichtbaar, zoals blijkt uit onderzoek van het RIVM (zie vorige rapportage). Inmiddels hebben bijna alle verpleeghuisbewoners een eerste vaccinatie gehad, een deel van de bewoners heeft ook de tweede vaccinatie ontvangen. Bij thuiswonende ouderen, waarvan de eerste mensen eind januari gevaccineerd zijn, is ook een daling zichtbaar in besmettingen. Het is nog te vroeg om te zeggen of dit een effect van de vaccinaties is. Onder 80-plussers neemt verder het aantal ziekenhuisopnames af, waarschijnlijk als gevolg van het starten van vaccineren in deze groep. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. 1.4.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 1.279 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 27 april), waarvan 12 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april 2020, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober 2020 is er weer sprake van een tweede piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 19).

21

Figuur 19. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 27 april.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 20 voor het aandeel van leeftijdscategorie in aantal overleden patiënten). Meer dan de helft van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 80 jaar. Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Inmiddels is de groep 60-79 jaar de leeftijdsgroep met, in absolute aantallen, de meeste sterftegevallen. Met het toenemen van het aantal gevaccineerden in deze groep zal dit naar verwachting ook gaan afnemen.

Figuur 20. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 21 april 12:30 uur.

Voor zover bekend bij het RIVM zijn er in de periode 20 t/m 27 april 2021 om 10:00 uur landelijk 94 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting (Bron: RIVM). In de regio Utrecht zijn in deze periode (20 t/m 27 april 2021) 14 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk neemt deze week het aantal overlijdens verder af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. In vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is,

22

die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld.

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 21.

Figuur 21. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 27 februari 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 27 april 2021 10:00 uur.

In figuur 22 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in

23

deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. Vanaf begin januari is een gestaagde afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal. Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat er vanaf begin januari gevaccineerd wordt in deze kwetsbare groep.

Figuur 22. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 27 april.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

24

Figuur 23. Aantal Covid-19 clustergerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 27 april.

In figuur 23 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen 14 dagen die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente.

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag.

Niet alleen de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (zie figuur 24), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.

25

140

Aantal meldingen

120 100 80 60 40 20

januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december januari februari maart 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

0

2021

2020 MAB (maandoverzicht)

Wvggz (maandoverzicht)

MAB (weekoverzicht)

Wvggz (weekoverzicht)

Figuur 24. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, peildatum 26 april

26

3. Zorgcontinuïteit 3.1

Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 25. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 27 april 11:28 uur

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april 2020. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames weer toenemen tot een nieuwe piek eind oktober, waarna het aantal opnames weer afnam tot de aantallen weer toenamen in december. Vanaf begin januari 2021 was er een voorzichtige daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames met een stabilisatie in februari. Sinds half maart is er weer een stijging te zien, de laatste weken lijkt het wel te stabiliseren tot een niveau vergelijkbaar met de pieken in oktober en december (figuur 25). 3.1.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In figuur 26 wordt het verloop van de kliniek- en IC-capaciteit over de tijd weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting door COVID-19-patiënten is sinds maart 2021 weer toegenomen, maar lijkt inmiddels gestabiliseerd. De resersecapaciteit voor extra COVID-19-patiënten blijft echter krap. Op landelijk niveau wordt er tot eind april nog een lichte stijging verwacht in het aantal COVID-19 patiënten in de ziekenhuizen.

Hoewel de regio Utrecht geen stijging meer laat zien, kan het nodig zijn dat extra patiënten uit andere regio’s overgeplaatst moeten worden naar ziekenhuizen in de regio Utrecht, waardoor ook hier de bezetting verder kan toenemen.

27

Figuur 26. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 26 april.

3.1.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk, op dit moment is de continuïteitsfase oranje (figuur 27). De capaciteit voor reguliere zorg is afhankelijk van de bezetting door COVID-19-patiënten en is momenteel beperkt. Reguliere zorg uit klasse 3 (kritieke planbare zorg) dient zo nodig te worden afgeschaald. Zorg uit klasse 4 en 5 (overige planbare zorg) wordt niet geboden, tenzij daarvoor ruimte is en de gewenste opschaling en te leveren capaciteit voor COVID-patiënten mogelijk blijft (figuur 28) Naast de 4 “reguliere” ziekenhuizen biedt de regio Utrecht ook bovenregionale capaciteit in de vorm van het Calamiteitenhospitaal, dat mede operationeel is door Militaire bijstand. Deze bijstand loopt tot 1 juli 2021.

Figuur 27. Continuiteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021.

28

Figuur 28. Raamwerk behoud reguliere klinische zorg. Bron: FMS-Raamwerk behoud reguliere klinische zorg in relatie tot pandemische druk, 2020.

3.2 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 12 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 12 vorige week). Het aantal uitbraken binnen zorginstellingen is beperkt. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De druk in de V&V, GHZ en GGZ is al enkele weken beperkt. Het aantal locaties in de V&V, GHZ en GGZ waarbij bedden bezet zijn met COVID-19 patiënten is beperkt tot enkele locaties. Ook het aantal personeelsleden in de V&V, GHZ en GGZ dat niet inzetbaar is, is beperkt. Dit is een totaal ander beeld dan dat werd gezien in de tweede golf tot en met januari, en kan niet los gezien worden van de start van het vaccineren in januari 2021. Inmiddels is een groot deel van de bewoners en het personeel in zorginstellingen gevaccineerd, ook het personeel in GGZ-instellingen zal op korte termijn worden gevaccineerd.

Figuur 29. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 26 april. Bron GHOR.

29

Figuur 30. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 26 april. Bron GHOR.

Figuur 31. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 26 april. Bron GHOR.

3.3

Opvanglocaties buiten het ziekenhuis

De verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ), in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de GGZ- en GHZ-sector om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Momenteel is er in onze regio binnen de V&V-sector opgeschaald naar 66 bedden (4 zorglocaties en 1 hospice), opschalingsniveau midden (fase 1), waarvan ongeveer 40% bezet. De piek van het aantal bedden bezet met COVID-19 patiënten in de tijdelijke COVID-19 opvanglocaties is bereikt. Er wordt verwacht dat de ingezette daling zal doorzetten en geen nieuwe piek meer oplevert. Daarnaast is er in de GGZ- en GHZ-sector opgeschaald, maar zitten ze niet tegen de maximale capaciteit aan (GGZ: 18 beschikbaar, waarvan 7 bezet; GHZ: 31 beschikbaar, waarvan 0 bezet).

30

Figuur 33. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 26 april. Bron GHOR.

Figuur 34. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 26 april. Bron GHOR.

31

Bijlage 1. Testbereidheid per gemeente In deze bijlage wordt gekeken naar de testbereidheid per gemeente. Hieronder de gegevens voor week 13 t/m 16 uitgevoerd op 28 april. Deze analyses verschijnen om de twee weken als bijlage in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners per gemeente in de regio Utrecht Het totaal aantal afgenomen testen voor de laatste vier weken is per gemeente weergeven in figuur 1 en 2. In vrijwel alle gemeenten is het aantal afgenomen testen toegenomen of gelijk gebleven vergeleken met 4 weken geleden. Dit kunnen mensen zijn met COVID-19-klachten of personen die in quarantaine zitten, maar mogelijk speelt het begin van het hooikoortsseizoen hier ook een rol. Van alle gemeenten heeft de gemeente Utrecht ruim de meeste testen per 100.000 inwoners. Vergeleken met andere regio’s in Nederland is de testbereidheid in de regio Utrecht hoog. Met ruim 3.100 testen per 100.000 inwoners zit de regio ver boven het landelijke gemiddelde van 2.811 per 100.000 inwoners.

Figuur 1. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente Periode 29 maart t/m 25 april 2021, peildatum 28 april.

32

Figuur 2. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, Periode 29 maart t/m 25 april 2021, peildatum 28 april.

33

Bijlage 2 COVID monitor Midden Nederland

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=e4c250c2-0031-4a3c-9cea-24d5b5dd254b