1057547 Raadsvoorstel Ruimtelijke kaders voor de hippische sector.pdf
Tekst van het document
gemeente
Montfoort RAADSVOORSTEL ter besluitvorming in de raad
Zaaknummer
Datum Raadsvergadering
: 13 december 2021
Datum commissievergadering
: 29 november 2021
Raadscommissie
: Ruimte
Portefeuillehouder
: I.A.M. ten Hagen
Onderwerp
: Ruimtelijke kaders voor de hippische sector
: 1057547
Voorstel De notitie ‘Ruimtelijke kaders voor de hippische sector’ vast te stellen en zodoende in te stemmen met de volgende kaders; 1. Er wordt onderscheid gemaakt tussen hobbymatige en bedrijfsmatige paardenhouderijen, de term semi-bedrijfsmatig verdwijnt. Onder hobbymatige paardenhouderij mogen maximaal 8 paarden gehouden worden. Bij een bedrijfsmatige activiteit dient ten minste sprake te zijn van 1 arbeidskracht met een volledig inkomen. Alle bedrijfsmatige paardenhouderijen mogen zich binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’ of 'Agrarisch - Rivierzone’ vestigen. Maneges zijn alleen binnen de bestemming ‘Sport’ toegestaan. 2. De begripsomschrijvingen ten aanzien van de paardenhouderij worden overgenomen uit de VNG-richtlijn “Paardenhouderij in het Omgevingsrecht” en daar waar nodig aangevuld met uitleg zoals deze is opgenomen in de VNG-richtlijn. Voor de overige begripsbepalingen die geen direct verband hebben met de hippische sector blijven de begripsbepalingen uit het vigerend bestemmingsplan gehanteerd. 3. Door het ovememen van de begripsomschrijving uit de VNG-richtlijn wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen gebruiksgerichte paardenhouderij en productiegerichte paardenhouderij. De bestemmingsplansystematiek dient op dit onderscheid aangepast te worden. 4.
De gemeente Montfoort heeft er eerder al voor gekozen om maneges uit te sluiten binnen de gebruiksgerichte paardenhouderij en apart te bestemmen als sportbedrijf. Dit was al een beleidskeuze uit de notitie in 2012 en is doorgevoerd in het vigerende bestemmingsplan. Deze beleidskeuze blijft gehandhaafd. 5. Het geven van individuele Instructie staan we op alle typen paardenhouderij toe. Het geven van groepslessen is alleen toegestaan binnen een manege. 6. Bedrijfsmatige paardenbakken zijn binnen het bouwvlak direct toegestaan, middels een afwijkingsbevoegdheid wordt het mogelijk om onder voonwaarden buiten het bouwvlak een buitenbak van 2.100 m^ te realiseren. Hobbymatige paardenbakken zijn binnen het bestemmingsvlak en de bestemming Tuin' direct toegestaan; middels een afwijkingsbevoegdheid wordt het mogelijk om onder voorwaarden buiten het bestemmingsvlak een buitenbak van 1.200 m^ te realiseren. 7. Gelet op het dierenwelzijn worden er bij zowel bedrijfematige paardenhouderijen als hobbymatige paardenhouderijen hippische voorzieningen zoals paddocks, longeercirkels, stapmolens etc. toegestaan. Binnen een bouwvlak of bestemmingsvlak zijn deze hippische voorzieningen direct toegestaan, daarbuiten middels een afwijkingsbevoegdheid en onder specifieke voorwaarden. 8.
Gelet op het dierenwelzijn wordt het, wanneer de noodzaak aangetoond wordt, middels een afwijkingsbevoegdheid en onder voonwaarden toegestaan om schuilhutten te realiseren. 9. We onderzoeken of het mogelijk is om op bedrijfsmatige paardenhouderijen groom- en/of stagiaireverblijven toe te staan middels een afwijkingsbevoegdheid en onder specifieke voorwaarden.
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Wllleskop 77 en 77”, datum raadsvergadering: 13 december 2021
1/9
gemeente
Ö 7,-. föv Montfoort
■i
10. Alle paard gerelateerde initiatieven waarvoor een vergunning of afwijkingsbevoegdheid noodzakeiijk is dienen te worden voorzien van een iandschappelijke inpassing. Wanneer het initiatief een mogeiijke impact heeft op het iandschap wordt een landschapsanaiyse gevraagd. Wanneer het initiatief een mogelijke impact heeft op de aanwezige flora en fauna wordt een quickscan Flora & Fauna gevraagd. 11. In alle beleidsmatige afwegingen die doorgevoerd worden in de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied en eventuele beleidsregels speelt het dierenwelzijn een belangrijke en doorslaggevende rol in het maken van ruimtelijke keuzes voor de hippische sector. Kernboodschap Deze kadernotitie is opgesteld om (ver)nieuw(d)e ruimtelijke kaders te stellen voor de bedrijfsmatige en hobbymatige paardenhouderij binnen de gemeente Montfoort en is tevens de basis voor het actualiseren van de bestaande ‘Beleidsnotitie Hippische Sector gemeente Montfoort 2012’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 25 juni 2012). Er zijn twee hoofdaanleidingen voor het vaststellen van deze kadernotitie: • In de afgelopen 10 jaar is de hippische sector enorm gegroeid en ontwikkeld. Dat geeft nieuwe inzichten en vraagt om een nieuwe visie over én voor de hippische sector voor zowel het hobbymatig als bedrijfsmatig houden van paarden.
• De bestaande beleidsnotitie voor de hippische sector en het vigerende bestemmingsplan harmoniëren niet met elkaar. De visie vanuit de beleidsnotitie uit 2012 en de begripsbepalingen zijn in het vigerende bestemmingsplan niet consistent overgenomen. Als gevolg hiervan bevat het vigerende bestemmingsplan meer restricties voor paardenhouderijen dan nodig zijn voor een goede ruimtelijke ordening. De nieuwe kaders zijn bedoeld om verder uit te werken in een herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012, die in de eerste helft van 2022 in procedure wordt gebracht, en waar nodig ook in aanvullende beleidsregels. Bijlagen 1. Notitie ‘Ruimtelijke kaders voor de hippische sector gemeente Montfoort’
1. Aanleiding 1.1. Huidig beleid De gemeenteraad van Montfoort stelde op 25 juni 2012 de ‘Beleidsnotitie Hippische Sector gemeente Montfoort 2012’ vast. Bij het opstellen van deze beleidsnotitie heeft de VNG-richtlijn, die mede is opgesteld door de Sectorraad Paarden, de ‘Handreiking ‘Paardenhouderij en Ruimtelijke Ordening’ de basis gevormd voor het maken van de beleidskeuzes. Deze VNG-richtlijn is geactualiseerd in 2014 en heeft geleid tot een nieuw document ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’. Deze laatste versie heeft aan de basis gelegen van onderliggende nieuwe kadernotitie. De beleidsnotitie uit 2012 is inmiddels bijna 10 jaar oud. In de afgelopen 10 jaar is de hippische sector enorm gegroeid en ontwikkeld. Dat geeft nieuwe inzichten en vraagt om een nieuwe visie over én voor de hippische sector voor zowel het hobbymatig als bedrijfsmatig houden van paarden. De beleidsnotitie uit 2012 was o.a. bedoeld als basis voor de planologische regeling in het (toen nog vast te stellen) bestemmingsplan Buitengebied 2012. De beleidsnotitie is ook als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 opgenomen.
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Willeskop 77 en 77”, datum raadsvergadering; 13 december 2021
2/9
gemeente
Montfoort Uit recent onderzoek dat voorafgaand aan het opstellen van deze kadernotitie is uitgevoerd, bleek dat de beleidsnotitie uit 2012 en het vigerende bestemmingsplan niet met elkaar harmoniëren. De visie en begripsbepalingen uit de beleidsnotitie uit 2012 zijn in het bestemmingsplan niet consistent overgenomen. Concreet leidt dit tot de volgende afwijkingen: Daar waar de beleidsnotitie alle vormen van paardenhouderij incl. een manege toestaat in de bestemming ‘Agrarisch’, maakt het bestemmingsplan enkel een productiegebonden paardenhouderij (in de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch - Rivierzone’) mogelijk. Daar waar de beleidsnotitie paardenbakken bij een (semi)bedrijfsmatige paardenhouderij buiten het bouwvlak toestaat via een afwijkingsbevoegdheid geven de bestemmingsplanregels geen mogelijkheid om hieraan mee te werken. De beleidsnotitie heeft de begripsomschrijvingen uit de VNG-richtlijn (versie 2008) overgenomen terwijl in het bestemmingsplan aan de begripsomschrijvingen een eigen invulling is gegeven. Hierdoor zijn de mogelijkheden in het bestemmingsplan voor de paardenhouderij beperkter dan de beleidsnotitie voor ogen had. Als gevolg van deze afwijkingen bevat het vigerende bestemmingsplan meer restricties voor paardenhouderijen dan nodig zijn voor een goede ruimtelijke ordening. 1.2.
Paardenhouderij als nieuwe invulling voor het vitale platteland Het buitengebied is aan het veranderen door o.a. de vergrijzing, de stoppende boer en aan de andere kant de schaalvergroting. De paardenhouderij is mede hierdoor in opkomst. De paardenhouderij is primair aangewezen op het landelijk gebied. Nu de traditionele landbouw en veehouderij vanwege een steeds verdergaande schaalvergroting in absolute aantallen aan betekenis heeft ingeboet, en er jaarlijks nog steeds veel van die bedrijven stoppen, neemt de betekenis van de paardenhouderij voor het platteland toe. Veel professionele hippische ondernemers hechten hoge waarde aan de ‘groene kwaliteiten en inpassing’ van hun bedrijf. De buitenruimte wordt gezien als het visitekaartje van het bedrijf. Bij een goed businessmodel voor een paardenhouderij behoort aandacht voor de groene inrichting tot een van de speerpunten. Een geordend en groen bedrijf komt professioneel en eerlijk over. Veel bedrijven hebben er dan ook baat bij om te investeren in een groene en landschappelijke inpassing van hun bedrijf en zien dit niet als een noodzakelijk kwaad, maar als een must om hun bedrijf op een hoger niveau te tillen. Op hobbymatig vlak is er een beweging in gang gezet in de ontwikkeling van het houden van paarden in een zo natuurlijk mogelijke omgeving.
De termen ‘equihabitat, paddock paradise en paardentuinen’ zijn een steeds meer voorkomende huisvesting van paarden. Bewoners maken van hun achtererf een parkachtige natuurlijke inrichting waar paarden vrij in kunnen bewegen. Er is dan ook een maatschappelijke verschuiving zichtbaar: paardenhouderij wordt niet langer gezien als ‘verrommeling van het landschep’ maar juist als ‘verrijking van het landschep’. De paardensector kan een meerwaarde creëren voor het platteland door invulling te geven aan VABlocaties en in te zetten op een groene, landschappelijke uitstraling en (op eigen initiatief) het creëren van meer natuur- en/of landschapselementen, wat de biodiversiteit ten goede komt. De paardenhouderij kan zowel bedrijfsmatig als hobbymatig een positieve bijdrage leveren aan de vitaliteit van het platteland. 1.3. Economische factor De paardenhouderij is al jaren in opkomst en geeft een nieuwe invulling aan de werkgelegenheid op het platteland. De groei van de paardensector biedt kansen op arbeidsmogelijkheden, indirecte werkgelegenheid (denk aan de inzet van hoveniers, dierenartsen, voerieveranciers, fourage leveranciers, loodgieters, loonwerkers, transportbedrijven, (ruitersport)winkels, etc.) De sector in Nederland heeft daarnaast veel te bieden op het gebied van kennis, innovatie en economische waardes.
De paardensector staat al jaren in de top 5 van export product in Nederland. Het is qua economie de 2e belangrijke sector in de Agro-Food. De paardensector is een economische drager voor recreatie, amateur- en topsport, handelsondernemingen en plattelands- en landschapsbeleving.
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Wllleskop 77 en 77”, datum raadsvergadering: 13 december 2021
3/9
t
Montfoort
1.4. Balans tussen dierenwelzijn en ruimtelijke impact Een uitdaging waar de gemeente Montfoort voor staat is het maken van nieuw beleid waarin de juiste balans wordt gezocht tussen enerzijds het paardenwelzijn en anderzijds de ruimtelijke impact die inzet op paardenwelzijn met zich meebrengt. Wanneer het paardenwelzijn boven de ruimtelijke kwaliteit wordt gesteld betekent dit dat er ruimte gemaakt moet worden voor het toestaan van allerhande hippische voorzieningen bij de hobbymatige paardenhouder en de bedrijfsmatige paardenhouderij. Belangrijke elementen in het paardenwelzijn zijn voldoende beweging en rust. Wanneer hier op ingezet wordt zullen diverse hippische voorzieningen mogelijk gemaakt moeten worden (middels een afwijkingsbevoegdheid) al dan niet buiten het bouwvlak of bestemmingsvlak. Te denken valt aan paddocks, vrije uitloopstallen, schuilstallen, longeercirkels, stapmolens, voerstations etc. Het plaatsen van deze elementen heeft een effect op de ruimtelijke kwaliteit, er zullen duidelijke beleidsregels gesteld moeten worden in welke mate deze voorzieningen worden toegestaan en hoe deze landschappelijk ingepast moeten worden. De gemeente Montfoort heeft dierenwelzijn hoog in het vaandel staan. De uitwerking van ruimtelijke beleid dient een positieve bijdrage te hebben aan het dierenwelzijn van het paard.
Tegelijkertijd dient er oog te zijn voor de ruimtelijke uitstraling en landschappelijk inpassing van diverse hippische voorzieningen. 1.5. Aansluiting op de praktijk Door de wijze van formuleren van de gebruiksmogelijkheden in combinatie met de begripsbepalingen in het vigerende bestemmingsplan zijn in de gemeente Montfoort enkel fokkerijen toegestaan. Elke andere vorm van paardenhouderij is nu uitgesloten. Dit sluit niet aan op de landelijke en lokale praktijk. In de paardenhouderij hebben de meeste bedrijven geen zuiver agrarisch karakter. Het overgrote deel richt zich mede - al dan niet In overwegende mate - op aanverwante agrarische activiteiten, zoals de trainings- en africhtingstallen, al dan niet als onderdeel van een fok- en opfokstal, de handelsstallen en de pensionstallen. Vaak komen mengvormen voor. Voor deze bedrijven, inclusief de opfokbedrijven, wordt in de VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’ aanbevolen in bestemmingsplannen de agrarische bestemming te verruimen. In de praktijk is er geen duidelijke scheidingslijn tussen gebruiksgerichte en productiegerichte bedrijven en zien we vaak een combinatie. Onder gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij vallen alle paardenhouderijen, met uitzondering van maneges.
De VNG-richtlijn geeft de volgende uitleg aan de verschillende type paardenhouderijen: “Onder gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij vallen alle paardenhouderijen. Dit laat onverlet dat fokkerijen, hengstenhouderijen en paardenmelkerijen, vanwege hun zuiver agrarische karakter, ook, wellicht zelfs beter, als agrarisch bedrijf kunnen worden aangemerkt. In dat geval gaat het namelijk uitsluitend om het voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren. Dit verschilt niet van de andere vormen van agrarisch gebruik. Onder productiegerichte paardenhouderij vallen de op het voortbrengen van producten gerichte paardenhouderijen, zoals fok- en opfokbedrijven, de hengstenhouderijen, de paardenmelkerijen, de africhtingsstallen, de trainings- en sportstallen, de handelsstallen, stalhouderijen en spermawinstations. Bij gebruiksgerichte paardenhouderij staat meer de georganiseerde beoefening van de paardensport centraal. Hierbij kan gedacht worden aan maneges, de meer accommodatiegerichte (nietgrondgebonden) pensionstallen en verenigingsaccommodaties. Naast het geven van instructies aan ruiters en amazones, is er vaak een gelegenheid aanwezig waar een consumptie kan worden genuttigd.”
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Willeskop 77 en 77”, datum raadsvergadering; 13 december 2021
4/9
9. 7
7.^
gemeente Ok
Montfoort
Concreet betekent dit het volgende. Onder productiegerichte paardenhouderij vallen volgens de VNG-richtlijn de op het voortbrengen van producten gerichte paardenhouderijen zoals: ■ fok- en opfokbedrijven ■ hengstenhouderijen ■ paardenmelkerijen ■ africhtingsstallen trainings- en sportstallen handelsstallen ■ stalhouderijen ■ spermawinstations Bij gebruiksgerichte paardenhouderij staat meer de georganiseerde beoefening van de paardensport centraal. Dit zijn bedrijven zoals: ■ de meer accommodatiegerichte (niet-grondgebonden) pensionstallen ■ verenigingsaccommodaties. 2. Gewenst resultaat Het gewenste resultaat is een toekomstbestendige kadernotitie voor paardenhouderijen in de gemeente Montfoort. Met deze kadernotitie kunnen we in ruimtelijk opzicht sturing geven aan de hippische sector op zowel bedrijfsmatig als hobbymatig vlak. De voorliggende kadernotitie beschrijft de vertrekpunten voor een nieuwe planologische regeling die zal gaan gelden voor de bedrijfsmatige en hobbymatige paardenhouderij met de bijbehorende faciliteiten. De nieuwe planologische regeling zal worden vastgelegd in een herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied.
Burgemeester en wethouders brengen deze herziening, die zich specifiek zal richten op de planologische regeling voor de hippische sector, in de eerste helft van 2022 in procedure^ Aanvullend op de nieuwe bestemmingsplanregeling kan het college waar nodig beleidsregels vaststellen. Bijvoorbeeld voor bestaande activiteiten met en voorzieningen voor paarden, die (deels) zonder de nodige vergunningen tot stand zijn gekomen, zodat er desgewenst handhavend opgetreden kan worden op basis van duidelijke criteria. 3. Argumenten / Toelichting De elf kaders die als beslispunt zijn opgenomen worden afeonderlijk toegelicht in hoofdstuk 4 van de kadernotitie. Hieronder vatten we de kaders op hoofdlijnen samen. 3.1. We stellen voor het lokale beleid te laten aansluiten op de VNG-richtlijn “Paardenhouderij in het Omgevingsrecht” (kaders 1, 2, 3) Dit heeft een aantal voordelen: • We maken optimaal gebruik van landelijk erkende inzichten, begrippen en interpretaties. • We sluiten aan op de bedrijfseconomische behoefte van paardenhouderijen. De hedendaagse paardenhouderij is in de praktijk een mengvorm van activiteiten. We leggen niet langer restricties op die uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onnodig zijn. • Toetsing aan regels, bijvoorbeeld bij handhavingskwesties, wordt eenvoudiger.
* Er worden twee bestemmingsplanherzieningen voor het totale buitengebied voorbereid. Allereerst een reparatieplan voor onderdelen van het bestemmingsplan '1 herziening bestemmingspian 2012'die de Raad van State heeft vernietigd bij uitspraak van 24 mei 2017. Daarna een bestemmingsplanherziening voor (onder andere) de regeiing van paardenhouderijen.
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Willeskop 77 en 77", datum raadsvergadering: 13 december 2021
5/9
'^1 Vf: r-™
“j
gemeente
' Montfoort
3.2. We hanteren voor de gebruiksgerichte paardenhouderij de volgende lijn: individuele instructie staan we toe bij aiie typen paardenhouderijen, maar manegeactiviteiten niet (kaders 4 en 5) Het geven van individuele instructie dient als inherent aan ieder type paardenhouderij, ongeacht zijn omvang, te worden aangemerkt. Het geven van instructie maakt een wezenlijk onderdeel uit van het bedrijfsresultaat. Om het geven van individuele instructie toetsbaar te maken geldt de regel dat er per paardenbak maximaal aan één ruiter tegelijk les wordt gegeven. Maneges staan we niet toe binnen een agrarische bestemming; deze hebben de aparte bestemming ‘Sport’ met aanduiding ‘manege’. Dit is in het huidige beleid en vigerende bestemmingsplan ook al zo geformuleerd. Door een manege uit te sluiten, voorkomen we dat er activiteiten in groepsverband plaats kunnen vinden die een grotere impact hebben zoals de verkeersaantrekkende werking en geluidsoverlast. 3.3. We stellen voor om nieuwe richtlijnen vast te steiien voorde omvang van paardenbakken (kader 6) Er wordt nu nog een maat van 800 m^ toegestaan in het bestemmingsplan. Voorstel is om deze maat te vergroten naar 1.200 m^ voor hobbymatige paardenhouderijen en 2.100 m^ voor bedrijfsmatige paardenhouderijen. De oppervlakte van 800 m^ is in de praktijk vaak niet (meer) voldoende.
In de dressuursport wordt vanaf de klasse Z in een bak van 20 x 60 meter gereden. In een bak van 20 x 40 kunnen dus niet de juiste (dressuur) oefeningen uitgevoerd worden die op wedstrijdniveau gevraagd worden en daarnaast is een grote bak noodzakelijk voor de veiligheid en comfort van paard en ruiter. Gelet op bovenstaande is het noodzakelijk om de maximale maat voor een hobbymatige paardenbak te vergroten naar 1.200 m^ (20 x 60m). Een bak van 30 x 70 meter (2.100 m^) is momenteel de meest gangbare maat die gerealiseerd wordt bij professionele bedrijven. Hier kan een ring van 20 x 60 meter op uitgezet worden waar dan nog omheen gereden kan worden, iets wat door veel ruiters als must wordt gezien. 3.4. We bevorderen het dierenwelzijn (kaders 7, 8,11) Onze inzet hierbij is dat; • Bestaande hippische bedrijven aansluiting zoeken bij het Keurmerk Paardenwelzijn. • Alle paarden voldoende dagelijkse bewegingsvrijheid krijgen. Er eisen gesteld zullen worden t.a.v. bedrijfsmatige paardenhouderijen voor o.a.: o Oppervlak van een box per paard o Hoeveelheid daglicht o Overig bewegingsgemak o Klimaat in de stal Er eisen gesteld zullen worden t.a.v.
het hobbymatig houden van paarden voor o.a.: o Paarden worden niet alleen gehouden o Oppervlak van een box per paard o Hoeveelheid daglicht o Overig bewegingsgemak o Klimaat in de stal Er zijn landelijk nog geen wettelijke regels over huisvesting van paarden. Het formuleren van een beleidskader hiervoor voor de gemeente Montfoort heeft dan ook geen juridische grondslag. Met het oog op het omgevingsplan is het zinvol om richtlijnen te formuleren om zo het dierenwelzijn te waarborgen. Het is mogelijk nu nog te vroeg om dit in een bestemmingsplan op te nemen en hieraan eisen te stellen onder de huidige Wet ruimtelijke ordening, maar dit is wel het perspectief voor de paardenhouderij op de lange termijn.
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan "Willeskop 77 en 77". datum raadsvergadering: 13 december 2021
6/9
:V!f V 7^*
gemeente
Montfoort
Uit oogpunt van dierenwelzijn willen we bij zowel bedrijfsmatige als hobbymatige paardenhouderijen hippische voorzieningen zoals paddocks, longeercirkels, stapmolens en schuilhutten onder voonvaarden toestaan. 3.5. We onderzoeken of het mogelijk is om op bedrijfsmatige paardenhouderijen groomen/of stagiaireverblijven toe te staan middels een afwijkingsbevoegdheid en onder specifieke voorwaarden (kader 9) Grooms en/of stagiaires zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse verzorging van de paarden en op sport- en trainingsstallen gaan zij ook mee op de (internationale) wedstrijden. Het verzorgen van de paarden en meegaan naar de wedstrijden is geen 9 tot 5 baan. Een normale werkdag start meestal tussen 06:00 en 07:00 uur en de laatste voerronde is vaak tussen 22:00 en 23:00 uur. Daarnaast is het gebruikelijk dat voor het transport vaak ’s nachts gereden wordt omdat dit comfortabeler is voor de paarden. Hierdoor is het gebruikelijk dat grooms en stagiaires op het bedrijf verblijven. Er verblijven in Nederland ook heel veel buitenlandse grooms en stagiaires die voor langere tijd op een hippisch bedrijf aanwezig zijn. Op dit moment heeft de gemeente Montfoort geen beleid voor groom en/of stageverblijven binnen de paardenhouderij. De vraag naar deze verblijven neemt toe.
Belangrijkste uitgangspunt is dat er geen sprake is van een permanente woning (2® bedrijfswoning) en dat er altijd binding is met het bedrijf. Net zoals bij huisvesting voor arbeidsmigranten zal een verblijf voor grooms en/of stagiaires niet aangeduid worden als een gevoelig object. Andere bedrijven mogen immers geen hinder ondervinden van het toevoegen van deze functies op een paardenhouderij. Bij het opstellen van een nieuwe planologische regeling voor de hippische sector (bestemmingsplanherziening) is het uitgangspunt dat er een afwijkingsbevoegdheid wordt opgenomen voor groom- en/of stagiaireverblijven. Alvorens een dergelijke bevoegdheid in het bestemmingsplan wordt opgenomen, zal moeten zijn aangetoond dat het risico op ongewenste bedrijfswoningen juridisch kan worden afgedekt. 3.6. Hippische voorzieningen vragen om een goede iandschappelijke inpassing (kader 10) Voor bedrijfsmatige hippische voorzieningen buiten het bouwvlak is een omgevingsvergunning met een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan nodig. Hiervoor zal altijd een landschappelijk inpassingsplan moeten worden opgesteld en na goedkeuring uitgevoerd. Daarnaast kan de gemeente vragen om een landschapsanalyse waaruit blijkt dat de paardenbak geen afbreuk doet aan het kenmerkende landschep.
Om te voorkomen dat de hippische voorzieningen afbreuk doen aan de aanwezige flora en fauna kan de gemeente vragen om een quickscan flora en fauna uit te voeren. Ook voor het realiseren of vergroten van hobbymatige hippische bouwwerken zal altijd een omgevingsvergunning nodig zijn en moet altijd een landschappelijk inpassingsplan worden opgesteld. Ook hier kan de gemeente een quickscan flora en fauna vragen. 4. Kanttekeningen en alternatieven Er is geen wettelijke verplichting om een kadernotitie voor paardenhouderijen vast te stellen. Het is echter wel wenselijk om over een actueel kader te beschikken, met het oog op zowel nieuwe initiatieven als handhavingsverzoeken. 5. Financiën Voor de bestemmingsplanherziening zal financiering worden gezocht binnen het reguliere budget voor structuur- en bestemmingsplannen (grootboeknummer 681001) voor 2022. 6. Juridische gevolgen Deze kadernotitie heeft geen rechtsgevolgen. Het is een document waarmee de raad richting geeft. De kadernotitie laat zich vertalen in een bestemmingsplanherziening en eventuele beleidsregels. Bestemmingsplannen en beleidsregels moeten met inachtneming van de Algemene wet bestuursrecht worden voorbereid. Bij de vaststelling van bestemmingsplan(nen) en beleidsregels zal ook worden gekeken naar de consequenties voor handhaving.
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Willeskop 77 en 77”, datum raadsvergadering: 13 december 2021
7/9
gemeente
Montfbort 7. Planning en aanpak De planning van deze kadernotitie loopt gelijk op met die van het bestemmingsplan voor (de paardenhouderijen op) Willeskop 77 en 77c. Ofschoon de beide besluiten niet rechtstreeks aan elkaar zijn gekoppeld, heeft het de voorkeur dat de kadernotitie eerder op de raadsagenda staat dan het bestemmingsplan. Op die manier kan de raad beoordelen hoe het bestemmingsplan voor de specifieke locatie zich verhoudt tot (het besluit over) het algemene kader voor de hele gemeente. De nieuwe kaders zijn bedoeld om verder uit te werken in een herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 die in de eerste helft van 2022 in procedure wordt gebracht en waar nodig ook in beleidsregels. 8. Communicatie Er gaat na het raadsbesluit een persbericht uit. 9. Participatie Er heeft in dit stadium nog geen participatie plaatsgevonden. 10. Relatie met duurzaamheid / Maatschappelijk verantwoord ondernemen Deze kadernotitie bevat uitgangspunten voor het dierenwelzijn bij paardenhouderijen.
Montfoort, 2 november 2021 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MONTFOORT, de secretaris, de burgemeester.
M.H
der Veer
mr. P.J. van Hai
mg^
Jong
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Willeskop 77 en 77", datum raadsvergadering: 13 december 2021
8/9
gemeente
Montfoort RAADSBESLUIT In de openbare vergadering van 13 december 2021 heeft de gemeenteraad besloten: De notitie ‘Ruimtelijke kaders voor de hippische sector* vast te stellen en zodoende in te stemmen met de volgende kaders: 1. Er wordt onderscheid gemaakt tussen hobbymatige en bedrijfsmatige paardenhouderijen, de term semi-bedrijfsmatig verdwijnt. Onder hobbymatige paardenhouderij mogen maximaal 8 paarden gehouden worden. Bij een bedrijfsmatige activiteit dient ten minste sprake te zijn van 1 arbeidskracht met een voliedig inkomen. Alle bedrijfsmatige paardenhouderijen mogen zich binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’ of 'Agrarisch - Rivierzone’ vestigen. Maneges zijn aileen binnen de bestemming ‘Sport’ toegestaan. 2. De begripsomschrijvingen ten aanzien van de paardenhouderij worden overgenomen uit de VNG-richtlijn “Paardenhouderij in het Omgevingsrecht’’ en daar waar nodig aangevuld met uitleg zoals deze is opgenomen in de VNG-richtiijn. Voor de overige begripsbepalingen die geen direct verband hebben met de hippische sector blijven de begripsbepaiingen uit het vigerend bestemmingsplan gehanteerd. 3. Door het ovememen van de begripsomschrijving uit de VNG-richtiijn wordt een duideiijk onderscheid gemaakt tussen gebruiksgerichte paardenhouderij en productiegerichte paardenhouderij. De bestemmingsplansystematiek dient op dit onderscheid aangepast te worden. 4.
De gemeente Montfoort heeft er eerder ai voor gekozen om maneges uit te siuiten binnen de gebruiksgerichte paardenhouderij en apart te bestemmen als sportbedrijf. Dit was al een beleidskeuze uit de notitie in 2012 en is doorgevoerd in het vigerende bestemmingspian. Deze beleidskeuze blijft gehandhaafd. 5. Het geven van individuele instructie staan we op alie typen paardenhouderij toe. Het geven van groepslessen is alleen toegestaan binnen een manege. 6. Bedrijfsmatige paardenbakken zijn binnen het bouwvlak direct toegestaan, middeis een afwijkingsbevoegdheid wordt het mogelijk om onder voorwaarden buiten het bouwvlak een buitenbak van 2.100 m^ te reaiiseren. Hobbymatige paardenbakken zijn binnen het bestemmingsvlak en de bestemming 'Tuin' direct toegestaan; middels een afwijkingsbevoegdheid wordt het mogelijk om onder voorwaarden buiten het bestemmingsvlak een buitenbak van 1.200 m^ te realiseren. 7. Geiet op het dierenwelzijn worden er bij zowei bedrijfsmatige paardenhouderijen ais hobbymatige paardenhouderijen hippische voorzieningen zoais paddocks, longeercirkels, stapmolens etc. toegestaan. Binnen een bouwvlak of bestemmingsvlak zijn deze hippische voorzieningen direct toegestaan, daarbuiten middels een afwijkingsbevoegdheid en onder specifieke voorwaarden. 8.
Gelet op het dierenwelzijn wordt het, wanneer de noodzaak aangetoond wordt, middels een afwijkingsbevoegdheid en onder voorwaarden toegestaan om schuilhutten te realiseren. 9. We onderzoeken of het mogelijk is om op bedrijfsmatige paardenhouderijen groom- en/of stagiaireverblijven toe te staan middels een afwijkingsbevoegdheid en onder specifieke voorwaarden. 10. Aile paard gereiateerde initiatieven waarvoor een vergunning of afwijkingsbevoegdheid noodzakeiijk is dienen te worden voorzien van een landschappeiijke inpassing. Wanneer het initiatief een mogelijke impact heeft op het landschap wordt een iandschapsanalyse gevraagd. Wanneer het initiatief een mogelijke impact heeft op de aanwezige flora en fauna wordt een quickscan Flora & Fauna gevraagd. 11. In alle beleidsmatige afwegingen die doorgevoerd worden in de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied en eventuele beleidsregels speelt het dierenwelzijn een belangrijke en doorslaggevende rol in het maken van ruimtelijke keuzes voor de hippische sector. de griffier.
de voorzitter.
drs. M. Lucassen
mr. P.J. van Hartskamp-de Jong
Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan “Willeskop 77 en 77", datum raadsvergadering: 13 december 2021
9/9