CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

1046220 Bijlage 2a Zienswijze gemeente Montfoort en reactie U-10 tbv huidig IRP.pdf

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Integraal Ruimtelijke Perspectief (IRP) (nr. 1046220)2.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze gemeente Montfoort

Verantwoording t.b.v. huidige IRP

73

Met veel interesse hebben wij kennisgenomen van het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (verder IRP), dat thans ter zienswijze voorligt. Wij zijn U erkentelijk dat wij in deze fase van het proces in de gelegenheid worden gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het definitieve IRP aan ons ter besluitvorming wordt aangeboden. Met deze zienswijze geeft de raad richting aan de inhoud van het IRP en aan de vraagstukken die nog geadresseerd moeten worden.

Behoeft geen beantwoording

74

Door het college zijn wij op de hoogte gebracht van de informele consultatieronde IRP en zien dat een aantal bezwaren zijn weggenomen, waaronder - de status van het IRP (pag. 9 t.m. 13)- de Maakindustrie in Utrecht-West (pag.23)- de positie van de vitale kernen (pag. 51 t.m. 55) en - de routering en versnelling van buslijnen Lopikerwaard, waar een onderzoek naar zal worden gedaan (pag.127)

Behoeft geen beantwoording

75

Wij willen met onze zienswijze aandacht vragen voor de volgende vraagstukken: Al hoewel wij het voorliggende IRP in hoofdlijnen als positief zien is er nog een weg te gaan waar het gaat om de balans tussen gemeenten en specifiek tussen stadse en plattelandsgemeenten. De gestelde doelen zijn zeer ambitieus en vergen veel van de hele U16. Een van de kernpunt van het programma is het behoud van het groen, daarnaast zijn er ook grote ambities op het gebied van water, natuur, energietransitie en recreatie. Een invulling te geven aan met name deze laatste categorieën zal met name de verantwoordelijkheid zijn van de kleine kernen. Dit vraagt bij deze gemeenten een onevenredig grote inspanning van zowel mankracht (denk aan bv participatie) als financiën. Binnen het IRP is onvoldoende garantie gegeven dat de kleine kernen financieel niet alleen verantwoordelijk gesteld worden om de investeringen te doen die het goed invullen van deze functies vereist.

Het IRP is ambitieus en zal in de uitvoering veel vragen van alle gemeenten in de regio. De opgaven die benoemd zijn zijn regionale opgaven. De oplossingen zullen dus ook regionaal moeten zijn. Samenwerking in de uitvoering is belangrijk en daarbij hoort ook het gezamenlijk organiseren en bekostigen van de uitvoering. Voor Groen en Landschap zijn binnen het programma "Groen Groeit Mee" kostendragers in beeld gebracht. Hier is benadrukt dat gezamenlijk gezocht moet worden naar de kostendragers voor de verschillende opgaven, waaronder Groen en Landschap. En is een voorbeelduitwerking opgenomen. Ook staat hier voor de vervolgfase op hoofdlijnen de hoofdlijn voor programma en organisatie en die verdere uitwerking vorm krijgt in fase 4. Komende tijd wordt in de kwartiermaker fase de uitvoeringsstrategie verder uitgewerkt tot een Plan van Aanpak voor Fase 4.

Zienswijze gemeente Montfoort

Verantwoording t.b.v. huidige IRP

76

Wij zijn content met het onderschrijven van het gezamenlijke U16 belang voor een toekomstbestendige agrarische sector (pag. 125).

Deze teksten zijn nog nader aangescherpt.

77

Landschappelijke waarde: Wij zijn content met het prominent benoemen van de landschappelijke waarden in de regio (het wat), maar hoe dit moet worden vormgegeven en betaald (zie ook pagina 39 en 43 van het IRP) is nog onvoldoende uitgewerkt.

De groenopgave is net als de andere opgaven voor de regio ambitieus en voorwaardelijk voor de groei van de regio. Het klopt dat veel van deze ambities net als ambities uit andere thema's nog niet financieel gedekt zijn. We benadrukken dat het gaat om een gezamenlijke ambitie van de regio waarbij de oplossingen ook moeten passen bij deze gezamenlijkheid. In het hoofdstuk uitvoeringsstrategie is dit in het IRP omschreven en in de vier fase wordt dit verder uitgewerkt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het programma 'groen groeit mee' van provincie, gemeentes en waterschappen.

78

De schaalsprong voor landschap, water en groen (pagina 41 e.v.) is ambitieus. U schrijft dat: De financieringsopgave een gezamenlijke opgave van 16 gemeenten en andere overheden en stakeholders is en dat de regio voor de benodigde investeringen zal samenwerken met Provincie, Gemeenten, het Rijk, Waterschappen, Natuurbeheerders, eigenaren en andere belanghebbenden.

De strategie en financiering van de groenopgave wordt in de vervolgfase verder uitgewerkt. Eeb hoge ambitie is belangrijk om de kwaliteit van de regio te versterken, en dient tevens om gezamenlijk te zoeken naar aanvullende middelen om deze opgave uit te voeren. Onder andere door geldstromen te koppelen aan elkaar en steun te vragen voor de ambities in het IRP bij andere overheidslagen.

79

Natuur inclusieve landbouw is het belangrijkste onderdeel van nieuwe natuur. Dit willen wij expliciet benoemd zien in het IRP.

Natuur inclusieve landbouw' werd al genoemd bij de gebiedsopgaven groen en landschap in de thematische uitwerkingen. Onder het kopje 'perspectief agrarische sector' in hetzelfde hoofdstuk is 'natuur inclusieve landbouw' benoemd als onderzoekvraag: Wat houdt kringlooplandbouw en natuur inclusieve landbouw in elk deelgebied in en welk verdienmodel is het meest kansrijk?

Zienswijze gemeente Montfoort

Verantwoording t.b.v. huidige IRP

80

Voordat er een voorstel wordt gedaan voor nieuwe natuur, moet bij de huidige beheerder worden nagegaan welke activiteiten er nu plaatsvinden om de biodiversiteit te verbeteren.

Uiteraard! We zien dit als onderdeel van de gebiedsuitwerkingen in de vierde fase om de ambitie verbetering biodiversiteit handen en voeten te geven.

81

De 4110 hectare die benoemd wordt in het concept IRP voor nieuwe natuur en recreatie moet als laatste onttrokken worden aan de agrarische sector. Alle ideeën moeten in samenspraak en overleg met de agrarische sector opgepakt worden, zodat er echt een plan is om natuurdoelen te halen en de sector en de natuur er beiden op vooruit kunnen gaan.

Het zal onontkoombaar zijn dat de ontwikkelingen in de regio te kosten gaan van het landbouwareaal. In het IRP zijn de teksten rond het 'perspectief agrarische sector' aangescherpt. Zo is opgenomen dat 'transitie maatwerk vereist per deelgebied in nauwe samenwerking met de agrariërs'. Een moderne ruilverkaveling kan daarbij een middel zijn. Ook is het mogelijk om agrarische functies te combineren met functies voor recreatie en natuur.

82

Op basis van het onderzoek naar een regionale investeringsagenda (pagina 147) kan een gezamenlijke (financiële) strategie worden gemaakt. Als uit de onderzoeken naar de regionale investeringsagenda en het traject groen groeit mee blijkt dat de ambitie onhaalbaar is het IRP dan bij te stellen.

De groenopgave is net als de andere opgaven voor de regio ambitieus en voorwaardelijk voor de groei van de regio. Het klopt dat veel van deze ambities net als ambities uit andere thema's nog niet financieel gedekt zijn. We benadrukken dat het gaat om een gezamenlijke ambitie van de regio waarbij de oplossingen ook moeten passen bij deze gezamenlijkheid. In het hoofdstuk uitvoeringsstrategie is dit in het IRP omschreven en in de vier fase wordt dit verder uitgewerkt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het programma 'groen groeit mee' van provincie, gemeentes en waterschappen.

Zienswijze gemeente Montfoort

Verantwoording t.b.v. huidige IRP

83

Woningbouw, werklocaties en mobiliteit• Wij onderschrijven dat de eerste prioriteit in de regio ligt bij het versneld uitvoeren en realiseren van alle reeds harde plannen voor zowel woningbouw als werklocaties (pag. 149), maar hebben zorg over de ov-verbindingen (o.a. Montfoort-Utrecht) en over het gebrek aan aandacht in het IRP voor versterking van de weginfrastructuur.

De teksten van het IRP gaan uitbereid in op automobiliteit, maar hebben als uitgangspunt dat we de capaciteit van het wegennet niet willen vergroten. Optimalisaties rond nieuwe verstedelijkingslocaties of lokale knelpunten, horen wel tot de mogelijkheden en opties zijn weergegeven in de teksten voor mobiliteit in het IRP. In het landelijk gebied blijft de auto een zeer belangrijke rol spelen in het mobiliteitssysteem. De uitdaging voor landelijke gebieden draait om de ontwikkeling die maakt dat het steeds moeilijker (in tijd of in geld) zal worden om met de auto naar belangrijke bestemmingen in het stedelijk gebied te reizen. Omdat forenzen in het landelijk gebied wel de auto gebruiken ligt de uitdaging er in om plekken te creëren waar de mobilist van de auto op andere modaliteiten over kan stappen, bijvoorbeeld op zogenaamde multimodale hubs en tegelijkertijd op het behouden en waar mogelijk optimaliseren van bestaande OV-verbindingen.

84

Wij interpreteren het IRP en het bouwen van 430 woningen (tot 2030) zodanig dat wij bouwen voor (boven) lokale behoefte en werken aan doorstroming voor de (boven) lokale behoefte.

De ambitie van het bouwen van 430 woningen komt vanuit de Gemeente Montfoort zelf en dient inderdaad met name voor het bouwen voor de lokale behoefte, waarbij doorstroming een belangrijke lokale behoefte is. Het type woonmilieu waar lokaal behoefte aan is kan de gemeente het beste zelf uitwerken.

85

Een belangrijke stakeholder om de woningbouwopgave te realiseren zijn de woningbouwcorporaties. Wij zien de corporaties met uitzondering van pagina 93 (thema energie) nog niet vermeld in het concept IRP.

De woningcorporaties zijn inderdaad belangrijke partners in de uitvoering van de woningbouwopgave, vooral waar het gaat om betaalbare woningen. Zij zullen in de uitvoering een belangrijke rol spelen. De regionale koepelorganisatie van woningcorporaties is betrokken als stakeholder bij de totstandkoming van het IRP, maar net als andere stakeholders zijn ze in het IRP niet benoemd.

Zienswijze gemeente Montfoort

Verantwoording t.b.v. huidige IRP

86

Woonmilieus zijn geen kader of aanwijzing, maar gemeenten kijken wat passend is (pag. 81). Wij zullen als gemeente bezien welke woonmilieus bij onze lokale behoefte passen. Ook in de landelijke gebieden kan door (economische) veranderingen verbreding van functies en dus van functiemenging sprake zijn.

Voor Montfoort geldt inderdaad dat woningbouw met name de lokale behoefte bedient. Wat daarvoor de beste woonmilieus zijn kunt u als gemeente zelf het beste bepalen. Dit staat in het IRP onder de thematische uitwerking ook zo omschreven.

87

Het strekken van de OV-lijnen impliceert het laten vervallen van in onze situatie een aantal bushaltes, wij zien dat daardoor de bereikbaarheid van het OV verslechteren terwijl hier een kans ligt om de automobiliteit te verminderen.

Het strekken van OV lijnen kan er juist voor zorgen dat de OV-kwaliteit van kernen sterk verbetert. Mitigerende maatregelen om het vervallen van haltes op te vangen (kleine knooppunten creëren rond OV-haltes zodat reizigers makkelijk met de fiets kunnen komen) zijn dan een voorwaarde, maar ontwikkelingen in andere delen van de regio laten zien dat focus op reistijd van essentieel belang zijn voor het stimuleren van OV-gebruik.

88

Veel inwoners van Montfoort en Linschoten zijn op de auto aangewezen om zich te kunnen verplaatsen voor hun werk of andere activiteiten. Wij achten het onrealistisch dat dit voor 2040 significant zal verminderen, ondanks inspanningen op het vlak van fiets, OV en deelmobiliteit. Het IRP moet hiervan rekenschap geven door niet uitsluitend aandacht voor OV en fiets te hebben maar ook voor automobiliteit, die overigens steeds duurzamer wordt. Ruimtelijk beleid moet bestaande - en verwachte groei van - automobiliteit ondersteunen en tegelijkertijd de alternatieven verbeteren.

De Ontwikkeling van het Wiel met Spaken biedt enorme kansen om in te zetten op een mobiliteitstransitie voor nieuwe verstedelijkingslocaties én het bestaand stedelijk gebied. De teksten van het IRP gaan uitbereid in op automobiliteit, maar hebben als uitgangspunt dat we de capaciteit van het wegennet niet willen vergroten. Optimalisaties rond nieuwe verstedelijkingslocaties, horen wel tot de mogelijkheden en opties zijn weergegeven in de teksten voor mobiliteit in het ontwerp IRP. In het landelijk gebied blijft de auto een zeer belangrijke rol spelen in het mobiliteitssysteem; de afstanden zijn vaak te groot voor de fiets, de dichtheden zijn niet geschikt voor meer OV en de beschikbare ruimte is zodanig dat de auto ook voldoende plek heeft. De uitdaging voor landelijke gebieden draait om de ontwikkeling die maakt dat het steeds moeilijker (in tijd of in geld) zal worden om met de auto naar belangrijke bestemmingen in het stedelijk gebied te reizen. Omdat forenzen in het landelijk gebied wel de auto gebruiken ligt de uitdaging er in om plekken te creëren waar de mobilist van de auto op andere modaliteiten over kan stappen, bijvoorbeeld op zogenaamde multimodale hubs"

Zienswijze gemeente Montfoort

Verantwoording t.b.v. huidige IRP

89

Het onderdeel energie is in het IRP (pag. 93 e.v.) nog onderbelicht, dit is logisch gezien de nog niet vastgestelde RES (Regionale Energie Strategie). De ambities uit het RES zullen wel moeten stroken (niet verzwaren) in het IRP. In het IRP geeft u ten aanzien van energie aan dat U voor de aanvullende opgave na 2030 de volgende ontwikkelingen gaat bijhouden:- Mogelijke landelijke ontwikkelingen in de elektriciteitsproductie.- Mogelijke technieken voor duurzame opwek aanvullend op zon-op-dak, zonnevelden en windmolens. Wij geven U in overweging om dit (na 2030) breder te trekken, immers de markt voor duurzame energietechnieken is sterk in beweging. Voor de langere termijn (2050) kunnen nu nog onbewezen duurzame bronnen of energiedragers een belangrijke rol gaan spelen in onze energiehuishouding. Denk daarbij aan thorium, waterstof, waterkracht, biogas en warmtebronnen als (ultradiepe) geothermie, TEO (thermische energie uit oppervlaktewater), TEA (Thermische energie uit afvalwater) en TED (Thermische energie uit diepte). • In het perspectief 4 en 7 (pag.33 en 35) gaat U uit van 2040 terwijl gemeenten met het RAS (Regionale Adaptie Strategie) het jaartal 2050 hebben opgenomen. Het uitgangspunt 2040 lijkt ons (hoe ambitieus ook) te optimistisch en financieel niet haalbaar.

Voor het concept IRP was de RES 1.0 nog niet gereed. De RES 1.0 is nu geïntegreerd in het IRP. Ten aanzien van technieken na 2030 bedoelen we inderdaad juist andere technieken dan zon-op-dak, zonnevelden en windmolens. Voor de warmtebehoefte maken de meeste van de door u genoemde technieken overigens tot 2030 al deel uit van de verkenning van (boven) lokale warmtebronnen.

90

Randvoorwaarde voor realisatie in de 4e fase is de houding van de Provincie Utrecht.

De Provincie Utrecht is ambtelijk en bestuurlijk nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het IRP. De Provinciale Omgevingsvisie is het ruimtelijke kader van waaruit de Provincie Utrecht handelt. In het vervolgproces, waaronder het Regionaal Programmeren zal nauw samengewerkt worden met de Provincie Utrecht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=495733e0-5eb8-4f01-b5b6-3a736b247e10