09 BP Bijlage bij toelichting 3. Quickscan Wnb RAPP-2021-74 Heeswijk 78 Montfoort.pdf
Tekst van het document
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Heeswijk 78 Montfoort
IN OPDRACHT VAN
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Heeswijk 78 Montfoort
R.J.S. Terlouw
COLOFON:
© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2021/74 Bergambacht, november 2021 Auteur : R.J.S. Terlouw In opdracht van : Verstoep BV-Schoonhoven Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
INHOUDSOPGAVE
1]
Inleiding en doel
3.
2]
Locatie plangebied
3.
3]
Doel en centrale vraagstelling
5.
4]
Criteria 4.1. Algemene criteria 4.2. Reikwijdte
5. 5. 5.
5]
Werkwijze
6.
6]
Voorgenomen ontwikkeling
7.
7]
Bureaustudie & veldonderzoek 7.1. Beschermde natuurwaarden 7.2. Beknopte levering NDFF 7.3. Raadpleging overige bronnen 7.4. Locatie bezoeken
8. 8. 9. 10. 10.
8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en –situaties 8.1. Algemeen 8.2. Habitat 8.3. Soorten en omstandigheden
12 12. 12. 13.
9]
Conclusies
15.
BIJLAGEN. 1. 2.
Verantwoording ecologische deskundigheid – Bui-TeGewoon | groenprojecten Beknopte levering NDFF
1
2
1]. Inleiding en doel Voor de locatie Heeswijk 78 te Montfoort worden voorbereidingen getroffen voor het slopne van een drietal loodsen en nieuwbouw van een compensatie woning. Voorafgaand aan een ruimtelijke procedure is ecologische informatie nodig om de voorgenomen ontwikkeling te onderbouwen. Hiervoor is het noodzakelijk om een QuickScan Wet Natuurbescherming op te stellen. De QuickScan moet inzicht geven in het mogelijk voorkomen van beschermde natuurwaarden op de te ontwikkelen locatie, alsmede of het ontwikkelingsplan effecten heeft op beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van de voorgenomen maatregel. Wanneer het aannemelijk is dat er beschermde soorten en/of situaties aanwezig zijn kan aanvullend onderzoek noodzakelijk blijken alvorens ontheffing kan worden aangevraagd. Bij ruimtelijke ontwikkeling geldt dit voor soorten die zijn geplaatst in tabel 1 (beschermingsregiem soorten vogelrichtlijn), tabel 2 (beschermingsregiem soorten habitatrichtlijn) of tabel 3 (beschermingsregiem andere soorten) van de Wet Natuurbescherming of soorten en situaties die anderszins een vergelijkbare beschermde status hebben. Voor de verstoring of aantasting van beschermde natuurwaarden kan een ontheffing ex. artikel 3.3 van de Wet Natuurbescherming nodig zijn.
Een QuickScan Wet Natuurbescherming heeft een verkennend karakter, dit houdt in dat bij mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten aanvullend onderzoek noodzakelijk kan zijn in de activiteit periode van de soort. Voor sommige soorten zijn hiertoe meerdere bezoeken noodzakelijk en/of is onderzoek in een vastgestelde periode van het jaar vereist. Verstoep, Bouwadvies-Architectuur-Ontwikkeling B.V. heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten verzocht een QuickScan Wet Natuurbescherming uit te voeren voor bovenvermelde locatie om de mogelijke aanwezigheid van soorten te verkennen en de effecten op beschermde gebieden te beoordelen. De onderhavige rapportage geeft de resultaten van deze QuickScan weer. 2]. Locatie plangebied Heeswijk 78 Montfoort. De projectlocatie is kadastraal bekend Montfoort sectie C nummer 366 en 998. De locatie valt in zijn geheel binnen kilometerhok met nummer 126-451 en is gelegen ten oosten van Montfoort ten zuiden van de N228 in polder Heeswijk. De kadastrale en topografische situatie is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1. Ligging plangebied en kadastrale situatie
3
Heeswijk 78 te Montfoort betreft een betreft een vrijstaande woning met aan de zuidzijde op het erf een tweetal geschakelde loodsen van een voormalige opslag van een kaasgroothandel en een losstaande paardenstal. De woning en het voorterrein zullen worden gehandhaafd, de loodsen en stal worden gesloopt. Beplanting is uitsluitend aan de westzijde aanwezig in de vorm van een siertuin, enkele solitaire bomen en een met klimplanten begroeide muur. De beplanting zal overwegend worden gehandhaafd alleen de klimplanten moeten als gevolg van de sloop van de loods worden verwijderd. Een luchtfoto is opgenomen als figuur 2.
Figuur 2. Luchtfoto projectgebied (bron: Google earth)
4
3] Doel en centrale vraagstelling De QuickScan Wet Natuurbescherming wordt uitgevoerd om te bepalen of de geplande ontwikkeling passend kan worden uitgevoerd, of eventueel aanvullend onderzoek noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen eventueel moeten worden toegepast om tot een passende uitvoering te kunnen komen. De centrale vraagstelling is vierledig en luidt als volgt: Zijn er voldoende ecologische gegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van (zwaarder) beschermde flora en fauna in het projectgebied; Is er in het gebied habitat aanwezig waar (zwaarder) beschermde soorten voor kunnen komen; Heeft de voorgenomen ontwikkeling effect op beschermde gebieden in de invloedsfeer van het projectgebied; Zijn de beoogde werkzaamheden en maatregelen passend binnen de Wet natuurbescherming uitvoerbaar. 4] Criteria 4.1. Algemene criteria Op de onderhavige QuickScan zijn de volgende criteria van toepassing: Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een deskundige ecoloog die voldoet aan de hiervoor gestelde criteria.
Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd door Bui-TeGewoon | groenprojecten, de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft 35 jaar ervaring in verschillende functies als ecoloog en als regiohoofd terreinbeheer bij een natuur beherende organisatie (bijlage 1); Gegevens gebruikt ten bate van het onderzoek dienen objectief te zijn verkregen en uit betrouwbare bronnen voort te komen; De kwaliteit van het onderzoek dient aan de hand van de rapportage te kunnen worden beoordeeld door het bevoegd gezag; Omtrent de uitkomsten van het onderzoek dient begrijpbaar voor opdrachtgever en/of gebruiker te worden gerapporteerd; Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum. 4.2. Reikwijdte In deze ecologische Quick Scan wordt getoetst aan de soortbescherming en gebiedsbescherming van de Wet Natuurbescherming. Daarnaast wordt getoetst of er negatieve effecten zijn te verwachten op beschermde gebieden. Soortbescherming Onderzocht wordt of mogelijk verbodsbepaling uit de Wet Natuurbescherming worden overtreden bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden of gebiedsontwikkeling. De toetsing vindt plaats op vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1), habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5), andere soorten uit de wet Natuurbescherming (artikel 3.10) en het zorgplichtartikel (artikel 1.11). Gebiedsbescherming Er wordt onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden.
In de Wet Natuurbescherming gaat dat om Natura 2000-gebieden (artikel 2.7) of bijzondere nationale gebieden. Daarnaast wordt rekening gehouden met provinciaal beleid zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de provinciale verordening belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur. Een wat grotere afstand tussen projectgebied en beschermd gebied betekent niet altijd dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op soorten die buiten een beschermd gebieden verblijven (externe werking) of effecten door depositie van stikstof. Indien negatieve effecten op beschermde gebieden niet uitgesloten kunnen worden, is vervolg onderzoek nodig, zoals een ‘voortoets’ of ‘NNN-toetsing’. Deze nadere toetsing maakt geen onderdeel uit van deze Quick Scan. Ook het aanvragen van een ontheffing maakt geen onderdeel uit van een ecologische Quick Scan.
5
Beoordeling Indien negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden niet uitgesloten kunnen worden, wordt in eerste instantie beoordeeld of deze kunnen worden gemitigeerd of gecompenseerd, Ook wordt beoordeeld of effecten kunnen worden voorkomen door de werkzaamheden onder een ecologisch protocol uit te voeren. Hiervoor worden adviezen verstrekt die ter beoordeling kunnen worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht wordt dit vermeldt, de criteria waaraan dit dient te voldoen worden hierbij benoemd. Eventueel nadere onderzoek maakt geen onderdeel uit van de onderhavige Verkenning Wet Natuurbescherming. Ook het aanvragen van een ontheffing maakt hier geen onderdeel van uit. 5]. Werkwijze Ten bate van de Quick Scan heeft zowel een bureauonderzoek als locatieonderzoek plaatsgevonden. Nadat een opdracht tot Quick Scan is verkregen wordt in een oriënterend gesprek met bewoner en/of opdrachtgever de voorgenomen ontwikkeling verkend en worden plandocumenten als aanwezige bouw- en inrichtingstekeningen ingezien. Aansluitend vindt een bureaustudie plaats waarbij het gebied topografisch wordt verkend aan de hand van topografische atlassen, de websites “OpenTopo” en “Google Earth”.
Gelet wordt op aanwezige gebieden, elementen en habitats als kleine landschapselementen, watergangen, en structuren als bijvoorbeeld bomenrijen, die aanwijzingen kunnen geven voor mogelijk gebiedsgebruik door fauna. Aan de hand van de bodemkaart en de website van het waterschap worden o.a. drooglegging, vigerend waterpeil en bodemsituaties beoordeeld. Speciale aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van mogelijk ingraafbare bodem als stroomruggen en zandopduikingen, die bijvoorbeeld in verband met het voorkomen van rugstreeppad kunnen worden gebracht en gebieden met een geringe drooglegging of extensief grondgebruik die habitat kunnen bieden aan beschermde flora en fauna. Om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden effect kunnen hebben op beschermde natuurgebieden, wordt gekeken of het projectgebied planologisch beschermd is en of er beschermde gebieden rond het projectgebied aanwezig zijn. De ligging wordt bepaald door gebruik te maken van de kaartmachines van het ministerie van Economische Zaken m.b.t. wettelijk beschermde gebieden en het raadplegen van de websites van de provincie Zuid-Holland. Om het mogelijk voorkomen van flora en fauna te beoordelen wordt bij aanvang standaard een zogenaamde “beknopte levering” bij het NDFF geraadpleegd.
Naast de beknopte levering wordt via verschillende zoekfuncties gericht gezocht naar mogelijke inventarisaties en rapportages van natuur en landschap uit het recente verleden. De website waarneming.nl wordt gecheckt op vermelde waarnemingen van soorten uit de Habitat- en Vogelrichtlijn alsmede Rode lijst soorten voor een periode tot vijf jaar terug. Verspreidingsatlassen van gegevens verzamelende organisaties worden geraadpleegd waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de onderzoeksperiode van deze atlassen, voorafgaand aan publicatie, veelal leidt tot gegevens ouder dan 5 jaar die in sommige situaties als onvoldoende recent moeten worden beoordeeld. In diverse archieven en zoekmachines is gezocht naar relevante informatie met betrekking tot natuur en landschap in de afgelopen vijf jaar. De resultaten worden benut voor het opstellen van een checklist met mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of situaties. De op deze wijze verkregen lijst van mogelijk aanwezige soorten wordt vergeleken met de vermelde aantallen per soortgroep uit de beknopte levering NDFF. Bovenstaande activiteiten leidt tot de definitieve lijst met mogelijk aanwezige soorten en habitats die als checklist wordt gehanteerd bij het locatiebezoek.
Op basis van de volgens bovenstaande systematiek opgestelde lijst van (mogelijk) aanwezige soorten wordt een locatiebezoek gepland en uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met tijdens het bureauonderzoek gevonden specifieke aandachtsvelden. Het terreinbezoek wordt opgesplitst in twee delen. In het eerste deel wordt de feitelijke situatie van het projectgebied en de aanwezige habitat gekarteerd. Hierbij worden (indien aanwezig) aantekeningen gemaakt van breedte en diepte van watergangen, aanwezige vegetatietypen waarbij, indien relevant, ook de kruidenrijkdom van graslanden, de botanische kwaliteit van oevervegetaties en de aanwezigheid van watervegetaties wordt beoordeeld. Aanwezigheid van bomen en houtopstanden en hier binnen eventuele aanwezigheid van holte bomen (als mogelijke verblijfplaats voor fauna) of lijnvormige structuren (migratieroute voor vleermuizen) worden eveneens geregistreerd.
6
Nadat het projectgebied is verkend op basis van de aanwezige habitat wordt een tweede ronde door het projectgebied gemaakt. Tijdens deze rondgang wordt op voor beschermde soorten geschikt beoordeelde locaties/habitats, gericht naar tabel 1, 2 en 3 soorten volgens de Wet Natuurbescherming, gezocht. Opstallen en kunstwerken als bijvoorbeeld bruggen worden gecheckt op muurplanten, holten en aanwezige nesten (bijv. voor huismussen geschikten daken, boerenzwaluwen onder bruggen, etc.) en bereikbare ruimten (plafonds/spouwmuren) en/of mestsporen van bijvoorbeeld vleermuizen. Houtopstanden worden gecheckt op (jaarrond) beschermde nesten en geschiktheid als broedhabitat. Holtebomen worden met een spiegellamp of boomcamera gecontroleerd. Indien watergangen onderdeel uitmaken van de ontwikkelingslocatie wordt de geschiktheid voor beschermde soorten visueel beoordeeld. Indien watergangen waarin mogelijk beschermde soorten aanwezig kunnen zijn tot het projectgebied behoren, wordt met behulp van een standaard steeknet een eerste proefbemonstering uitgevoerd conform de hiervoor geldende protocollen van RAVON (amfibieën & vissen) en mollusken (Stichting Anemoon). Hierbij worden o.a. specifiek geschikte habitats voor beschermde vissoorten en platte schijfhoren bemonsterd.
Van gevonden schijfhorenslakken wordt thuis een monster met behulp van een binoculair (10-30x) gedetermineerd om eventuele aanwezigheid van bijvoorbeeld platte schijfhoorn vast te kunnen stellen. Graslanden en oevervegetaties worden beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde plantensoorten en als broedhabitat. Indien soorten als bijvoorbeeld ringslang, rugstreeppad, vleermuizen, groene glazenmaker, waterspitsmuis, etc. mogelijk voorkomen op de ontwikkelingslocatie kan aanvullend onderzoek worden geadviseerd. Wanneer het voorkomen van beschermde soorten of situaties wordt aangetoond of niet valt uit te sluiten, worden afhankelijk van de bevindingen voorstellen opgesteld voor aanvullend onderzoek of de aanvraag van een ontheffing. Ook kan het treffen van mitigerende maatregelen of uitvoering volgens een ecologisch werkprotocol worden geadviseerd. Dit kan zowel gericht zijn op soorten, situaties als het type van de werkzaamheden. 6]. Voorgenomen ontwikkeling Vanuit de opdrachtgever, Verstoep B.V., is de voorgenomen ontwikkeling toegelicht. Onderstaande informatie is hierbij verkregen: “Op het adres is een herinrichting gewenst, waarbij er twee nieuwe woningen opgericht zullen worden. De bestaande bedrijfsbebouwing wordt hiervoor gesloopt en betonnen erfverhardingen en een paardenbak verwijderd.” De voorgenomen ontwikkeling is weergegeven in figuur 3.
Figuur 3. Ontwikkelingsplan locatie Heeswijk 78 Montfoort
7
7]
Bureaustudie en veldonderzoek 7.1] Beschermde gebieden Wet Natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden in Nederland. Het gaat daarbij om de bescherming van gebieden van nationaal belang (de Beschermde Natuurmonumenten) en van internationaal belang (Natura 2000). In een groot aantal gevallen overlappen de Beschermde Natuurmonumenten de gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. De waarden die behoren bij het Beschermd Natuurmonument zijn dan meegenomen in het Natura 2000 ontwerp of concept aanwijzingsbesluit. Beschermde Natuurmonumenten in de zin van de wet in de omgeving van de projectlocatie betreft N2000 gebied Lekuiterwaarden op 8370 meter in zuidelijke richting. Op ruim 12 kilo meter naar het noordoosten zijn de Oostelijke Vechtplassen gelegen en op ruim 13 kilometer de Nieuwkoopse plassen. Alle genoemde N 2000 gebieden worden gerekend tot de stikstof gevoelige natuur (figuur 4). Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, de tussenliggende woonwijk en wegen worden geen effecten verwacht op dit N2000 gebieden. Nationaal Natuur Netwerk (voorheen EHS) Het meest nabij gelegen NNN-gebieden betreft Broek en Blokland op circa 2700 meter in zuidelijke richting. NNN Broek en Blokland is begrenst als Kruiden en faunarijkgrasland (N12.02) en Vochtig hooiland (N10.02).
Daarnaast zijn er een tweetal eendenkooien aanwezig (N17.04). De afpalingscirkel van de eendenkooi bevindt zich ruim buiten de afstand tot de projectlocatie. Het betreffende NNN gebied heeft met uitzondering van de eendenkooi een beheertype wat een geringe verstoringsgevoeligheid kent. De beide eendenkooien hebben een afpalingscirkel die ruim kleiner is dan de afstand tot de projectlocatie. Aard & omvang van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt beoordeeld als geen effect veroorzakend op de doelstellingen van genoemde NNN gebieden. Begrenzing leefgebied open grasland Graslandgebieden in de nabijheid van de projectlocatie zijn door de provincie Utrecht begrenst als weidevogelrandzone (figuur 4). Het als weidevogelrandzone begrensde gebied bevindt zich ten zuiden van de projectlocatie op circa 1460 meter afstand. Tussen de projectlocatie en het weidevogelkerngebied is een lintbebouwing en doorgaande weg aanwezig is. Verstoringsafstand van bebouwing ten opzichte van weidevogelkerngebieden zijn beoordeeld in een uitgebreide studie in de provincie Friesland. Hierbij is de effect afstand van (nieuwe) bebouwing bepaald op circa 150 meter (Bruijnzeel L.W. & A.G.M. Schotman, 2011: Verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslan). De voorgenomen activiteiten veroorzaken geen vergroting van het effectgebied op gebieden met een weidevogeldoelstelling.
Overige natuurdoelen van het leefgebied open grasland betreffen oever- en graslandvegetaties en zijn niet verstoringsgevoelig. Als gevolg van de aard en omvang van de werkzaamheden en de afstand tussen de projectlocatie en de weidevogelkern, wordt geen effect van de voorgenomen ontwikkeling op weidevogels of andere natuurdoelen verwacht. Stikstof Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurherstel in werking getreden. In deze wet is een partiele vrijstelling opgenomen voor vergunningverlening in verband met stikstofeffecten. De vrijstelling is van toepassing op bouwen en slopen van gebouwen en op de aanleg van werken. Bij die laatste gaat het om aanlegactiviteiten, bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking, grond-, weg- en waterbouw, waaronder straten, pleinen, wegen, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, buisleidingen, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen. Voor de ontwikkeling van de projectlocatie betekent dit dat onder de huidige wetgeving de aanlegfase is vrijgesteld van stikstofeffecten. Na de aanlegfase vindt er geen toename van stikstofuitstoot plaats. De voorgenomen ontwikkeling valt onder de partiele vrijstelling voor het onderdeel stikstof vanuit het onderdeel “bouwen en slopen van gebouwen”.
8
Figuur 4. Ligging projectgebied ten opzichten van beschermde natuurgebieden
7.2] Beknopte levering NDFF Via het raadplegen van de beknopte levering bij het Natuurloket vanuit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) is beoordeeld welke informatie over het voorkomen van beschermde soorten aanwezig is en met welke volledigheid soorten in het gebied zijn onderzocht. De geleverde gegevens hebben betrekking op het voorkomen van soorten gedurende de periode 2010–2020. De NDFF rapportage van kilometer hok 1265 – 451 waarbinnen de projectlocatie is gelegen betreft nummer HNL-2021-104 d.d. 05 november 2021 en laat zien dat het gebied voor broedvogels, amfibieën, dagvlinders en libellen als goed onderzocht wordt beoordeeld. Als redelijk onderzocht worden de soortgroep vissen vermeld in de beknopte levering. Alle overige soortgroepen scoren een slechte of onbepaalde onderzoekintensiteit. Op basis hiervan moet de beschikbare ecologische informatie van het atlasblok waar binnen de projectlocatie is gelegen als ecologisch matig onderzocht worden beoordeeld. Uit de groep van de vleermuizen worden twee soorten en uit de groep van de amfibieën één soort uit de Habitatrichtlijn voor het atlasblok vermeld. Voor de ‘Wet Natuurbescherming-andere soorten’ wordt landzoogdieren (3) en amfibieën (4) vermeld. Voor de vogelrichtlijn zijn 41 soorten broedvogels en 55 soorten wintervogels vastgesteld.
Als rode-lijst soorten worden landzoogdieren (2), broedvogels (7) en dagvlinders (1)soorten vermeld. De resultaten van de beknopte levering zijn samengevat in tabel 1. De rapportage is integraal opgenomen als bijlage 2. Soort groepen
Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Vleermuizen Land zoogdieren Vogels - broedvogels -
wintervogels
Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen en krekels Over. ongewervelden
Onderzoek status NDFF
Wet Natuurbescherming
Rode lijst
Habitat richtlijn
Vogelrichtlijn
slecht niet slecht niet slecht slecht goed
0 0 0 0 0 2
0 0 0 0 0 3
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 2 0
7
0
41
0
slecht goed niet redelijk goed slecht slecht goed onbepaald niet
0
0
55
0
0 0 0 1 0 0 0 0 0
4 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
1 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 1. Voorkomen van beschermde soorten per soortgroep in kilometer hok 126-451 volgens NDFF
9
7.3.] Raadpleging overige bronnen Naast het beoordelen van de beknopte levering is de website Waarnemingen.nl bezocht en is gericht gezocht op voor het plangebied relevant geachte soorten voor de periode 01 januari 2016 tot heden. Voor de soortgroepen broedvogels, zoogdieren, vleermuizen, vissen en amfibieën zijn de verspreidingskaarten op de websites van RAVON, SOVON, VZZ, Vleermuisnet & EIS-Nederland beoordeeld en zijn de verspreidingsatlassen van deze soorten geraadpleegd. Opgemerkt wordt dat de periode van gegevens verzamelen voor veel publicaties en atlassen langer dan vijf jaar terug is geweest. Via gerichte zoektermen is actief gezocht naar publicaties en rapporten met betrekking tot inventarisaties en soorten uit het gebied. Er werden geen specifiek op de projectlocatie en /of de direct aangrenzende locaties toegespitste rapporten of verslagen aangetroffen. 7.4.] Locatie bezoek Op 12 oktober 2021 heeft een omgevingsbezoek plaatsgevonden in de ruime omgeving van de projectlocatie om te beoordelen of mogelijke effecten van het ontwikkelingsplan op natuurwaarden in de directe omgeving kunnen optreden. Aansluitend is de projectlocatie bezocht, waarbij de betrokken locatie en opstallen, zowel in- als uitwendig, is geïnspecteerd en beoordeeld op aanwezige of mogelijk aanwezige soorten en habitats.
A] – Opstallen Aan de noordzijde van het perceel is een geschakelde loods aanwezig. De loods is opgebouwd van metselwerk met een boven afwerking van plaatstaal. De overgang tussen muur en plaatstaal is afgedicht met een lat zodat er geen intrede achter het plaatstaal kan optreden. Het dak betreft een golfplaten dak. De bogen van de golfplaten zijn aan de buitenzijde opgestopt zodat de ruimte niet toegankelijke is voor dieren. Dit komt mede voort uit het (recente) gebruik als kaaspakhuis. Vanuit hygiëne en voedselveiligheid werd zorgvuldig gewaakt dat geen dieren de ruimte konden binnenkomen. Aan de westzijde, waar de loods grenst aan de siertuin van het voorstaande woonhuis, is de muur over een grootdeel begroeid met klimplanten als hedera en klim hortensia. Deze beplanting biedt mogelijkheden voor het broeden van algemene erf vogels als duiven, merel, winterkoning, etc. De beplanting zal bij het slopen van de loods moeten worden verwijderd. Dit dient buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een fotoregistratie is weergegeven in figuur 5.
Figuur 5. Impressie meest noordelijke loods
10
Aan de zuid zijde is een stal aanwezig op een gemetselde muur met een hoogte van circa 70 centimeter is eveneens plaatstaal toegepast. Er is geen spouw aanwezig en de dakplaten zijn bevestigd op een balklaag. De ruimte is hierdoor licht en niet toegankelijk. In het middendeel van de schuur is een overdekte doorgang aanwezig. Het dak bestaat betreft een zadeldak golfplaten met lichtkoepels over de gehele lengte. De ruimte is niet toegankelijk voor dieren. Alleen bij de overdekte doorgang is ruimte om dit deel van de opstal te betreden. Er zijn slechts in zeer beperkte mate mogelijkheden aanwezig voor het bouwen van een nest door vogels. De ruimte is geïnspecteerde, er zijn geen nest restanten of anderszins sporen aangetroffen van recent gebruik door vogels. Een foto registratie is opgenomen als figuur 6.
Figuur 6. Zuidelijk opstal, links kopgevel, midden zij opbouw met open doorgang, rechts inpandig
B] - Perceel Het erf heeft rondom de gebouwen een klinker en beton verharding er zijn geen onderkruipbare of ingraafbare bodems aanwezig direct grenzend aan de gebouwen. Beplanting is uitsluitend langs de westzijde van de erfgrens aanwezig. In de nabijheid van de woning is dit sierbeplanting op het achtererf solitaire bomen en gebiedseigen struweel. Tegen de westelijk muur van de loods zijn uitgegroeide klimplanten aanwezig. Deze klimplanten kunnen worden benut als broedlocatie door soorten als heggenmus, merel, winterkoning, etc. Verwijderen van de klimplanten dient buiten het broedseizoen plaats te vinden. De overige beplanting zal niet worden gerooid (mond.med. mevrouw van der Stok). Er is geen demping van water in het projectplan voorzien.
Figuur 7. Impressie perceel, links te handhaven siertuin (alleen klimplanten worden verwijderd), rechts achtererf
C] - Omgeving De projectlocatie ligt ten zuiden van de Provincialeweg N 228 in de polder Heeswijk. De weg betreft een drukke Provincialeweg die de verbinding vormt vanuit het westen naar Rijksweg A12 (knooppunt de Meern). Langs de weg is een vrijliggend fietspad aanwezig. Aansluitend grenst polder Heeswijk waar graslanden ten bate van de melkveehouderij en enkele percelen met mais aanwezig zijn. Het grondgebruik is als agrarisch intensief te kwalificeren. Evenwijdig aan de weg is een open bebouwingslint gelegen met vrijstaande woningen, boerderijen en bijgebouwen. Er zijn vele doorkijken naar de achterliggende polder. Op verschillende erven is een ruime erfbeplanting aanwezig.
11
Figuur 8. projectlocatie van oostzijde N228
8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties 8.1.] Algemeen In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van uitgevoerd bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Deze tijdens de Quick Scan te onderzoeken soortgroepen en soorten zijn met een korte onderbouwing weergegeven in tabel 2 en vormde de basis voor het onderzoeksplan tijdens het locatie bezoek.
Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Vleermuizen Landzoogdieren Vogels broedvogels -· wintervogels Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen/krekels Over. ongewervelden Algemene Zorgplicht
Onderzoek status NDFF
Check uitvoeren
slecht niet slecht niet slecht slecht goed slecht goed niet redelijk goed slecht slecht goed onbepaald niet
ja niet niet niet ja ja ja niet ja niet niet niet niet niet niet niet niet ja
Mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of omstandigheden op basis van landschapstypen (laagveen en rivierengebied)
Geen wet NB soorten te verwachten Geen wet NB soorten te verwachten Geen wet NB soorten te verwachten Check op vliegroutes & foerageerhabitat Check op verblijfplaatsen en foerageerhabitat Check begroeiingen op broedvogels en beschermde nesten Let op overwinteringshabitat Geen water in plangebied betrokken Geen habitat beschermde soorten aanwezig
Geen water in plan betrokken (larven) Geen geschikt habitat aanwezig Geen NB soorten te verwachten Vast onderdeel QuickScan Wet Natuurbescherming
Tabel 2. Onderzoeksplan bij locatie bezoek mogelijk aanwezige beschermde soorten en situaties
Op basis van deze analyse is tijdens het bureauonderzoek gericht gezocht naar aanvullende informatie en waarnemingen uit de periode 01-01-2016 tot heden via de website Waarneming.nl. Uit deze check is geen aanvullende informatie verkregen. Tijdens het locatiebezoek is, naast het totaal beeld, extra gelet op habitat en/of omstandigheden waarbij mogelijk aanwezige soorten uit deze soortgroepen zouden kunnen voorkomen. 8.2.] Habitat Zoals beschreven in paragraaf 7.2 tot 7.5 zijn onderstaande biotopen niet in het projectgebied aanwezig of worden niet door de voorgenomen ontwikkeling beïnvloed: Opstallen (gebouw bewonende soorten) Water (vissen, larven libellen en amfibieën, platte schijfhoren) Sprinkhanen (geen schrale en bloemrijke vegetaties aanwezig); Dagvlinders, libellen (geen habitat beschermde soorten aanwezig). Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen effect zal hebben op soorten uit bovengenoemde soortengroepen of die zijn gebonden aan genoemde habitats.
12
De aanwezige habitat waar mogelijk effecten kunnen optreden bij de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten en situaties vanuit de Wet Natuurbescherming betreffen vaatplanten (grasvegetatie), winterschuilplaatsen (amfibieën en landzoogdieren), broedvogels (beplantingen), en vleermuizen (vliegroutes en foerageergebied). 8.3.] Soorten en omstandigheden In de onderhavige paragraaf worden alleen die soorten en omstandigheden nader beschreven die op basis van bovenstaande onderzoeken mogelijk aanwezig kunnen zijn, het betreft: Vaatplanten De projectlocatie heeft slechts in zeer beperkte mate grasachtige vegetaties. De aanwezige delen worden beheerd als gazon beheer met frequent maaien. Er is een gesloten vegetatie aanwezig die slechts enkele algemene kruiden bevat als madelief. Er zijn geen (beschermde) planten aangetroffen of worden verwacht op basis van habitat en omgevingsfactoren. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vaatplanten zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Landzoogdieren Het terrein is niet geschikt voor zwaarder beschermde soorten landzoogdieren. Algemene soorten zoogdieren als muizen en bruine rat kunnen aanwezig zijn binnen de projectlocatie.
Voor een niet zwaarder beschermde, maar als kwetsbaar beoordeelde, soort als de egel kan mogelijk een winterslaapplaats worden gevonden in beplanting van de siertuin aan de westzijde van de loods. Geadviseerd wordt om bij aanvang van werkzaamheden in het winterhalfjaar vooraf te controleren of er zich egels in winterrust bevinden. Indien dieren worden aangetroffen dienen deze zeer voorzichtig te worden verplaatst naar een geschikte, beschutte locatie buiten de effectzone van de werkzaamheden. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel landzoogdieren zijn voor de voorgenomen ontwikkeling, mits vanuit het zorgvuldigheidsartikel uit de Wet Natuurbescherming wordt gehandeld. Vleermuizen Voor het atlasblok waarbinnen de projectlocaties is gelegen worden twee vleermuissoorten gemeld in de NDFF documentatie. Uit de natuurregistraties tijdens in de ruime omgeving uitgevoerd vleermuisonderzoek door Bui-TeGewoon | groenprojecten is aannemelijk dat minimaal drie soorten vleermuizen zijn te verwachten. Het betreft de laatvlieger, de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Binnen de projectontwikkeling zijn geen holtebomen aanwezig. De gebouwen zijn allen geheel gesloten en niet toegankelijk met uitzondering van een overdekte doorgang in de zuidelijke stal.
Deze doorgang is zeer licht en tochtig er bevinden zich geen geschikte vestigingsplaatsen. Verblijfslocaties van vleermuizen zijn hierdoor uit te sluiten. Langs de westzijde is een beplantingsrand aanwezig die mogelijk kan worden gebruikt als vliegroute of foerageerlocatie tijdens de migratie van vleermuizen. Deze beplanting wordt niet verwijderd, waardoor de situatie ook na de beoogde ontwikkeling niet zal wijzigen. Om verstoring van migrerende en foeragerende vleermuizen te voorkomen dient bij de ontwikkeling terughoudend met bouwplaats verlichting te worden omgegaan. Indien bouwplaats verlichting noodzakelijk is, dient te worden gewerkt met gerichte lichtbronnen zonder uitstralend effect. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen opstallen, holte bomen of anderszins benutbare ruimten voor winter-, kraam- & paarverblijfplaats aanwezig zijn; Foerageer- en/of migratiehabitat is langs de westzijde van de projectlocatie aanwezig. Om verstoring van foeragerende of migrerende dieren te voorkomen dient zo veel als mogelijk te worden afgezien van bouwplaats verlichting. Indien dit als nog noodzakelijk blijkt, dient met gerichte lichtbronnen en afschermingsmaatregelen voor uitstralend licht te worden gewerkt.
13
Broedvogels en jaarrond beschermde nesten De projectlocatie is geïnspecteerd op de aanwezigheid en mogelijke vestigingshabitat voor broedvogels. De opstallen zijn niet toegankelijk. Er werden bij een inpandige inspectie eveneens geen nesten, nestrestanten of (mest) sporen aangetroffen. Uitsluitend de klimplanten tegen de westelijke gevel van de loods (figuur 5 – rechtsonder) is geschikt als broedplaats voor algemene vogelsoorten uit de erffauna gemeenschap. Gedacht kan hierbij worden aan soorten als duif, merel en winterkoning. Alle aanwezige beplanting is gecontroleerd op de aanwezigheid van (jaarrond) beschermde nesten. Jaarrond beschermde nesten en/of holtebomen zijn niet aangetroffen. Indien deze beplanting voorafgaand aan de sloop van de loods wordt gerooid is het wenselijk dit buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien in het broedseizoen wordt gerooid/gesloopt dient vooraf een broedvogelcheck door ecoloog plaats te vinden. Indien nesten worden aangetroffen zijn deze altijd beschermd en dient de locatie te worden gevrijwaard van verstoring door in acht nemen van een ruime afstand tot activiteiten zolang er door de vogels gebruik wordt gemaakt van het nest. Als broedseizoen wordt op basis van de aanwezigheid van vogels uit de erffauna gemeenschap in de directe omgeving van de projectlocatie, de periode maart tot en met juli aangemerkt.
Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing aanvraag voor het onderdeel broedvogels en jaarrond beschermde nesten noodzakelijk is, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt en of voorafgaand aan werkzaamheden een broedvogelcheck op de te bewerken locaties wordt uitgevoerd. Amfibieën Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van geschikte habitat voor amfibieën. Er is geen water in het projectplan betrokken. Larvale stadia kunnen daardoor worden uitgesloten. Land en/of overwinteringshabitat is eveneens niet aanwezig. De beperkt aanwezige beplanting biedt onvoldoende mogelijkheden. Er zijn geen opgeslagen materialen aanwezig waar onder/tussen amfibieën kunnen schuilen. Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen zijn van uit de soortgroep amfibieën met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden. Algemene zorgplicht voor wilde flora- en fauna Conform de Wet Natuurbescherming geldt voor alle plant- en diersoorten een zorgplicht (artikel 1.11). Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen andere situaties verwacht dan bij de beoordeling van soortgroepen en situaties is beschreven. Er is dan ook geen aanleiding om extra maatregelen vanuit de algemene zorgplicht te treffen anders dan hierboven vermeld.
Wel is het steeds raadzaam om tijdens de bouwactiviteiten alert te zijn op de aanwezigheid van fauna en indien dieren worden gesignaleerd deze zorgvuldig te verplaatsen naar een veilige locatie in de omgeving en advies in te winnen bij een ecoloog. Als algemene beschermende en mitigerende maatregelen voor het onderhavige projectgebied worden de volgende onderdelen geadviseerd: Het steeds voorhanden hebben van enkele emmers of kuipen om eventueel aangetroffen dieren apart te kunnen zetten. Indien dieren tijdelijk worden opgeslagen dienen deze binnen maximaal één uur na de vondst te worden uitgezet op een geschikte locatie voor de soort buiten het projectgebied. De opgeslagen dieren in kuipen dienen op een beschutte en schaduwrijk plaats te worden bewaard; Het voorkomen of beperken van bouwplaats verlichting en indien dit noodzakelijk is het toepassen van een gerichte lichtbron met voorkoming van zij- of boven uitstraling; Het beperken van opslag van bouwmaterialen als grond, zand, etc. in hopen tijdens de bouwperiode. Indien tijdelijk in depot plaatsen van zand- en/of grond noodzakelijk is dient vestiging van fauna te worden voorkomen door: - Depots laag en valk af te werken of met een hellingshoek van maximaal 45 graden aan te leggen zodat vestiging van oeverzwaluwen wordt voorkomen.
- Tijdens de periode dat amfibieën een overwinteringshabitat betrekken zorg te dragen dat de depots niet kunnen worden benut voor ingravende amfibieën. Hiervoor dient een amfibieën scherm te worden geplaatst. Het laten uitvoeren van een broedvogelcheck indien sloop en of snoeiwerkzaamheden plaatsvinden in de periode begin maart - juli; Het op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij aantreffen van mogelijk beschermde situaties m.b.t. de Wet Natuurbescherming.
14
9] Conclusie De ontwikkelingslocatie gelegen aan Heeswijk 78 te Montfoort, gelegen op het kadastrale perceel Montfoort sectie C nummers 366 & 998 is zowel administratief als door middel van veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en situaties in het kader van de Wet Natuurbescherming en op de ligging ten opzichte van Beschermde Natuurgebieden. Gebleken is dat er geen effecten zullen optreden die van invloed zijn op beschermde gebieden. M.b.t. soortbescherming leiden de bevindingen niet tot de noodzaak van het aanvragen van een ontheffingen en of een specialistisch vervolg onderzoek, mits aan mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan. De conclusies zijn onderstaand tabelmatig samengevat, aanbevelingen ten bate van preventieve of mitigerende maatregelen zijn bij de betreffende soortgroepen puntsgewijs weergegeven. Samenvattende tabel QuickScan Wet Natuurbescherming Heeswijk 78 Montfoort Soortgroep (beschermde soorten) - algemeen Vaatplanten
- muurvegetaties Mossen & korstmossen
Broedvogels
Habitat geschikt
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffing
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee N.v.t.
Nee N.v.t.
Nee Nee
Nee Nee
- algemeen
Nee
Mogelijk
Nee
Nee
- jaarrond beschermd
Nee
Nee Mogelijk
Nee
Nee
- vliegroute
Nee
Nee
Nee
- foerageergebied
Nee
Nee
Nee
- kraamverblijven
Nee
- winterverblijven
Nee
Nee Nee
Nee Nee
Mogelijk Vleermuizen
Nee Nee
Grondgebonden zoogdieren
Nee
Let op egel
Nee
Amfibieën
Nee
Nee
Nee
Nee
Vissen Reptielen
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Vlinders & libellen Overige ongewervelden Algemene zorgplicht Wnb
N.v.t. Nee
N.v.t. Nee
Nee Nee
Nee Nee
Algemene zorgplicht flora & fauna
Ja
Nee
Opmerkingen
Verwijderen van klimplanten tegen gevel buiten het broedseizoen uitvoeren; Voorafgaand aan uitvoeren van sloopwerken in de periode maartjuli een broedvogelcheck uitvoeren; Maak geen gebruik van bouwplaats verlichting. Indien dit noodzakelijk wordt geacht dient de verlichting naar beneden gericht en afgeschermd te worden
Voer inspectie uit op winterrustplaats voor egels voordat tot het verwijderen van beplanting wordt over gegaan.
Algemene zorgplicht voor flora en fauna geldt voor alle in het wild levende planten en dieren in Nederland (art 1.11 Wnb). Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient dan ook steeds rekening te worden gehouden met flora en fauna. Bij aantreffen van dieren dienen deze voorzichtig buiten de projectlocatie op een geschikte plaats te worden gebracht. Bij twijfel dient ecologisch advies te worden ingewonnen. Geadviseerd wordt relevante genoemde maatregelen onder de paragraaf algemene zorgplicht toe te passen.
Gebiedsbescherming
Afstand tot
Ingreep verstorend
Vergunning plichtig
Natura 2000 Programmatische aanpak Stikstof (PAS) Natuur Netwerk Nederland Weidevogelkerngebied
8370 m n.v.t. 2700 m 1460 m
Nee n.v.t. Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
Opmerkingen
Tabel 3. Samenvatting bevindingen QuickScan Wet Natuurbescherming Heeswijk 78 Montfoort
15
BIJLAGEN BIJLAGE 1.
Verantwoording ecologische deskundigheid - Bui-TeGewoon | groenprojecten
Definitie deskundig ecoloog (Bron: Dienst Regelingen, van het Ministerie van Economische zaken). Het ministerie van Economisch zaken, verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis moet zijn opgedaan doordat de deskundige: Op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of Op MBO niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau wat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen, Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied voor soortenmonitoring en/of bescherming.
Verantwoording deskundigheid Bui-TeGewoon, groenprojecten. De ecologische begeleiding namens de opdrachtgever is uitbesteed aan bureau Bui-TeGewoon | groenprojecten. Vanuit dit bureau zullen de werkzaamheden worden gecoördineerd en het ecologisch deel worden uitgevoerd door de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft specialisatie ontwikkeld in inrichting en beheer van natuur en landschap in het algemeen. Ten opzichte van flora en fauna heeft Terlouw kennis van vrijwel het gehele soortspectrum, waarbij specialisatie is ontwikkeld in vogels, amfibieën, zoogdieren en ongewervelden. Terlouw is aangesloten bij o.a. SOVON, Vogelbescherming Nederland, RAVON, VZZ, KNNV, EIS Nederland en Stichting Partner. Voor deze organisaties is hij actief als vrijwilliger, waarvan voor SOVON gedurende 26 jaar een districtscoördinatorschap is vervuld. Vanuit zijn basisprofessie als medewerker van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en een dienstverband van 22 jaar als regiohoofd bij de Stichting het Zuid-Hollands Landschap heeft hij vanaf 1988 kennis opgedaan m.b.t. natuurbeheer en inrichting van natuurterreinen. Sedert 2012 voert Terlouw een zelfstandig ecologisch advies- en onderzoeksbureau waarvoor inmiddels voor meer dan zestig opdrachtgevers opdrachten zijn uitgevoerd. Administratieve taken rondom de ecologische begeleiding worden verzorgd door mevrouw A.
Buisman van Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman heeft ruim 12 jaar ervaring in administratie, verpachting, cartografie en bureaustudies in natuur en landschap gerelateerde projecten, die zijn opgedaan tijdens een dienstverband bij de Stichting Het ZuidHollands Landschap en bij Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman is aangesloten en actief als vrijwillig inventarisatiemedewerker bij o.a. SOVON, voor welke organisatie zij 11 jaar als assistent districtscoördinator heeft opgetreden. Buisman is als mede-eigenaar verbonden aan Bui-TeGewoon | groenprojecten.
20
BIJLAGE 2. Beknopte levering NDFF
22
IN OPDRACHT VAN: