CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

07 BP Bijlage IV Aanvullend bodemonderzoek Nieuwe Zandweg 20 Linschoten. 20203459 (meegekopieerd).pdf

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Veldzicht 20 Linschoten23.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Projectcode: 20203459

mm2 Klei laagjes zand 13332209 1001, 1002, 1002, 1003, 1004, 1005, 1005 0,70 - 2,00 2,50 5,20 29-10-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde

Tabel 2: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW

WO

IND

I

METALEN cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88 39 210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

13 190 190 36 190 100 530 720

MINERALE OLIE minerale olie

mg/kg ds

190

190

500

5000

PAK PAK

mg/kg ds

1,5

6,8

40

40

PCB`S PCB (som 7)

mg/kg ds

0,02

0,04

0,5

1

Projectcode: 20203459

Tabel 3: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterstelling (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3

201-1-1 12-10-2020 2,50 - 3,50 29-10-2020 Voldoet aan Streefwaarde

1001-1-1 19-10-2020 2,00 - 3,00 29-10-2020 Overschrijding Streefwaarde

Meetw

Meetw

GSSD Index =0,5

GSSD Index =0,5

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

350 <0,20 <2 <2,0 <0,05 <2 <3 <2,0 <10

350 <0,14 <1 <1,4 <0,04 <1 <2 <1,4 <7

0,52 -0,05 -0,24 -0,23 -0,04 -0,01 -0,22 -0,23 -0,08

MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22 minerale olie

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<25 <25 <25 <25 <50

18(6) 18(6) 18(6) 18(6) <35

-0,03

PAK naftaleen PAK

µg/l -

<0,02

0

<0,02

<0,01 <0,00020(11)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,63 <0,2 <0,2 <0,2

-0 -0,03 -0,01 0

<0,2 <0,2 <0,2

<0,1 -0 <0,1 -0,03 <0,1 -0,01 <0,21 0 <0,1 <0,1 <0,1 -0,02 <0,77(2,14)

AROMATISCHE VERBINDINGEN BTEX (totaal, 0.7 factor) benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) meta-/para-xyleen (som) ortho-xyleen styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen FREONEN 1,2-dichloorpropaan GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,3-dichloorpropaan 1,1-dichloorpropaan dichloorpropaan dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+ cis + trans-1,2dichlooretheen 1,1-dichlooretheen cis-1,2-dichlooretheen trans-1,2-dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform) tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan

Projectcode: 20203459

<0,2 <0,1

<0,01 <0,00020(11)

<0,1 <0,1 <0,1 <0,21 <0,1 <0,1

<0,2 <0,1 <0,2

<0,63(2,14)

0

µg/l

<0,2

<0,1

µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,2 <0,2

<0,1 <0,1 <0,42

-0

<0,14

0,01 0,01

0,42

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2

<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1

µg/l

<0,2

<0,1(14)

µg/l µg/l

<0,1 <0,2

<0,1 <0,1

0 -0,01

0,01 -0,01

Watermonster Datum Filterstelling (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride

----< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index

201-1-1 12-10-2020 2,50 - 3,50 29-10-2020 Voldoet aan Streefwaarde

1001-1-1 19-10-2020 2,00 - 3,00 29-10-2020 Overschrijding Streefwaarde <0,2 <0,1 -0,02 <0,1 <0,1 0 <0,1 <0,1 0 <0,2 <0,1 -0,05 <0,1 <0,1 0 <0,2 <0,1 0,02

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -

Tabel 4: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S

S Diep

Indicatief

I

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

MINERALE OLIE minerale olie

µg/l

50

600

PAK naftaleen

µg/l

0,01

70

AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,2 4 7 0,2 6

30 150 1000 70 300

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN dichloorpropaan cis + trans-1,2-dichlooretheen 1,1-dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,8 0,01 0,01 0,01 6

Projectcode: 20203459

200 0,06 0,7 1,3 0,01 3,6 2,1 1,7 24

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

150

80 20 10 1000 400 630

tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride

Projectcode: 20203459

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

S 0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01

S Diep

Indicatief

I 10 900 400 300 130 500 40 5

Toetsingsblad PFAS Toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit het 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020)' Proje+B5:N41ctgegevens Projectnummer

20203459

Projectnaam

Nieuwe Zandweg 20

Naam of kenmerk partij Analysecertificaat

Analyseresultaten (µg/kg ds)

Toepassingssituatie en -normen (in µg/kg ds) Op landbodem

mm1

Toepassen boven grondwaterniveau

Parameter

Bodemfunctieklasse GW

GSSD

Landbouw / natuur

Wonen

Industrie

Grootschalig toepassen

in GWBG

Toepassen onder grondwaterniveau (incl grootschalig)

-

PFOS (Perfluoroctaansulfonaat) PFOS (lineaire)

0,26

0,26

-

-

-

-

0,1

PFOS (vertakte)

0,12

0,12

-

-

-

-

0,1

-

PFOS (som)

0,37

0,37

1,4

3

3

3

-

1,4

-

PFOA (perfluoroctaanzuur) PFOA (lineaire)

1,3

1,30

-

-

-

-

0,1

PFOA (vertakte)

0,11

0,11

-

-

-

-

0,1

-

PFOA (som)

1,4

1,40

1,9

7

7

7

-

1,9

Overige PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) PFBA

0,11

0,11

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFPeA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFHxA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFHpa

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFNA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFDeA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFUnDA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFDoDA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFTrDA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFTeDA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFHxDA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4 1,4

PFODA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

PFBS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFPeS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFHxS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFHpS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFDS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

4:2 FTS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

6:2 FTS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

8:2 FTS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

10:2 FTS

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

PFOSA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

8:2 diPAP

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

EtFOSAA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

MeFOSAA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

MeFOSA

<0,1

0,07

1,4

3

3

3

0,1

1,4

Toepasbaar

Niet toepasbaar

Toepasbaar

Organisch stof (%) Organisch stof

5,3

Eindoordeel

Bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur

GW: Gemeten waarde; GSSD: Gestandaardiseerde meetwaarde; GWBG: Grondwaterbeschermingsgebied; bij gehalten kleiner dan de detectielimiet is voor het bepalen van de gestandaardiseerde meetwaarde gerekend met 0,7x detectielimiet. Door deze correctie wordt de ‘kleiner dan’ waarde vervangen door een rekenwaarde. Een bodemtypecorrecie is voor PFAS alleen noodzakelijk als het organisch stofgehalte tussen de 10 % en 30 % ligt:

De BoToVa-gevalideerde software is nog niet ingericht op het toetsen op PFAS. Dit betekent dat tijdelijk de uitslagen voor PFAS door MILON bv handmatig zijn getoetst.

Bijlage 6

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Voor de bepaling of (en in welke mate) bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streef waarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeef t waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de f unctionele eigenschappen die de bodem heef t voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA -gevalideerde sof tware. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb).

Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutum- en/of organisch stof gehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 1 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de tabel wordt de indexwaarde tussenhaakjes achter de verhoogde parameter weergegeven. Tabel 1: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen Indexwaarde Betekenis

Weergave in tabellen

Niet verontreinigd (schoon). <0

Het concentratieniveau van de parameter geeft aan dat sprake is van een goede bodemkwaliteit. Er is geen sprake van een verontreiniging. Licht verontreinigd.

>0 <0,5

>0,5 <1,0

Het concentratieniveau van de parameter is hoger dan de achtergrond- of streefwaarde. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's. Matig verontreinigd. Het concentratieniveau van de parameter is dermate verhoogd dat het vermoeden bestaat dat er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Nader onderzoek is wenselijk/noodzakelijk.

-

>AW en < I of >S en < I

Index >0,5

Ernstig verontreinigd. >1,0

Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.

>I

Handelingskader PFAS Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen van de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur), PFOS (Perfluoroctaansulfonaat) en GenX (HFPO-DA). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Op 29 november 2019 is door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een ‘Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS’ voorgelegd bij de Tweede Kamer waarbij een aantal aanpassingen en wijzigingen zijn opgenomen. Op 2 juli 2020 is een geactualiseerde versie van het Tijdelijk handelingskader vastgesteld. Deze geactualiseerde versie vervangt de voorgaande. Toepassingen op de landbodem In het handelingskader PFAS zijn voorlopige toepassingsnormen van 7 μg/kg voor PFOA en 3 μg/kg voor andere PFAS (waaronder PFOS en GenX) opgenomen voor toepassingen van grond en baggerspecie op de landbodem, mits toegepast boven het grondwaterniveau en buiten grondwaterbeschermingsgebieden.

Deze toepassingsnormen gelden voor locaties met een toepassingseis voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen en Industrie, het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel en het toepassen in de kern van een grootschalige toepassing. Voor de overige toepassingen op de landbodem, dus op locaties met een toepassingseis Landbouw/Natuur of toepassingen onder het grondwaterniveau geldt de voorlopige achtergrondwaarde van 1,9 μg/kg voor PFOA en 1,4 μg/kg voor PFOS en de andere PFAS. Voor toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is de toepassingseis gelijk aan de gebiedskwaliteit en als deze niet bekend gelijk aan de rapportagegrens (0,1 μg/kg). Het bevoegd gezag kan beargumenteerd andere (soepelere of strengere) waarden in het eigen bodembeleid opnemen. Toepassingen op de waterbodem De toepassingseisen voor grond en baggerspecie zijn bij de meeste toepassingssituaties hetzelfde. Het verspreiden van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam (stroomopwaarts of stroomafwaarts) of (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen is toegestaan, met uitzondering van puntbronnen of onverwachte hoge gehalten. Dat geldt ook bij het toepassen van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam.

Voor het toepassen van grond en het toepassen van baggerspecie in een ander oppervlaktewaterlichaam gelden voor Rijkswateren toepassingswaarden van 3,7 μg/kg voor PFOS en 0,8 μg/kg voor PFOA en andere PFAS verbindingen. Voor regionale wateren gelden toepassingswaarden van 1,1 μg/kg voor PFOS en 0,8 μg/kg voor PFOA en andere PFAS; Voor het toepassen van grond en baggerspecie in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater geldt een toepassingseis van 3,7 μg/kg voor PFOS en 0,8 μg/kg voor PFOA en de andere PFAS. Voorwaarde is wel dat in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object gelegen is. Voor het toepassen van baggerspecie en grond toepassen in de andere diepe plassen dan hierboven genoemd gelden toepassingswaarden van 1,1 μg/kg voor PFOS en 0,8 μg/kg voor PFOA en de andere PFAS. Deze normen gelden alleen voor verondiepingen die al in uitvoering zijn. Revisiedatum 16-7-2020 Pagina 1 van 1

Bijlage 7

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Nieuwe Zandweg 20 te Linschoten Kadastrale gegevens: gemeente Linschoten, sectie B, nummer 2644

Projectnummer: Datum:

20201719 28 juli 2020

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Nieuwe Zandweg 20 te Linschoten Kadastrale gegevens: gemeente Linschoten, sectie B, nummer 2644

Opdrachtgever LBP Sight B.V. de heer J. Wiegman Postbus 1475 3430 BL Nieuwegein Adviesbureau

Auteur

MILON bv

E. Loeffen-ten Den

Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief Datum 28 juli 2020 Projectnummer 20201719

Versie 1

Projectleider en kwaliteitscontrole ing. Mark Bergmans

Inhoudsopgave 1 Inleiding .................................................................................. 3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................. 4 2.1 Algemeen .......................................................................... 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 4 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 7 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie .......... 7 2.5 Hypothese ......................................................................... 8 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek ................................ 9 3.1 Onderzoeksstrategie ........................................................... 9 3.2 Veldwerkzaamheden ........................................................... 9 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 10 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................

11 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 13 3.6 Aanvullend analytisch onderzoek (grond) ............................. 16 3.6 Aanvullend analytisch onderzoek (grondwater) ..................... 16 3.7 Bespreking van de resultaten ............................................. 17 4 Uitvoering verkennend asbestonderzoek ............................... 19 4.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 19 4.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 19 4.3 Zintuigelijke waarnemingen ............................................... 19 4.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................ 20 4.5 Interpretatie en toetsing .................................................... 21 4.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 22 5 Samenvatting en conclusies .................................................. 23

Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart 2. Situatietekening 3. Profielbeschrijvingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Toetsingskader PFAS

1

Inleiding

1.1

Algemeen

MILON bv te Veghel heeft in opdracht van de heer J. Wiegman namens LBP Sight B.V. te Nieuwegein een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Nieuwe Zandweg 20 te Linschoten. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5740 en het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5897.

1.2

Aanleiding en doel

De aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en herinrichting van de locatie. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het asbestonderzoek is, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van de bodem met asbest terecht is.

1.3

Opbouw van het rapport

In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: ▪ ▪ ▪ ▪

de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); de resultaten van het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 4); de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).

De bijbehorende tekening, boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.

1.4

Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade. Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 3 van 25

2

Milieuhygiënisch vooronderzoek

2.1

Algemeen

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem - Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 “Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek” beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Informatie opdrachtgever en eigenaar; • Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; • Website Bodemloket; • Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; • Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Kaarten); • Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; • Kadaster.

Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.

2.2

Afbakening en locatiegegevens

Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 5 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie betreft het perceel aan de Nieuwe Zandweg 20 te Linschoten. Het perceel is bebouwd met een boerderij met bijgebouwen. Het erf is gedeeltelijk verhard met asfalt en naar verwachting is hieronder een puinfundering aanwezig. Op het perceel zijn (ontginnings)sloten aanwezig. Op een drietal plaatsen zijn deze in het verleden gedempt. Volgens het erfadvies gaan de gedempte sloten uitgegraven worden. Ter plaatse van een gedeelte van het terrein is in het verleden een boomgaard aanwezig geweest waar mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 4 van 25

Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie

Nieuwe Zandweg 20

Kadastrale gegevens locatie

gemeente Linschoten, sectie B, perceelnummer 2644

Coördinaten Rijksdriehoekstelsel

x: 122803

Oppervlakte locatie (in m2)

circa 16.390

www.planviewer.nl/kaart

Oppervlakte bebouwd (in m2)

circa 700

www.planviewer.nl/kaart

Huidig gebruik

Boerderij met bijgebouwen, weiland en sloten

Verhardingen

Klinkers en asfalt met mogelijke puinfundering

y: 452481

www.planviewer.nl/kaart https://pdokviewer.pdok.nl

De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar figuur 2 en de foto’s in figuur 3.

Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (rood omrand) bron: Google Maps

Figuur 2: detail luchtfoto

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

bron: Perceelloep.nl

Pagina 5 van 25

Figuur 3: huidige situatie (6 foto's)

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

bron: locatie-inspectie MILON bv

Pagina 6 van 25

2.3

Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken

Gebruik en potentiële bronnen Volgens historisch topografisch kaartmateriaal had de locatie al voor 1900 een agrarische bestemming. Het monumentale woonhuis en oude schuur ten westen van de woning dateren van omstreeks 1850. Dezen blijven na de herontwikkelingen behouden. Tot circa 1969 is het perceel opgedeeld in weilanden en een boomgaard waarlangs waterlopen zichtbaar zijn. Toen is ook de doorgaande weg (N204) ten zuiden van de locatie aangelegd. Op de percelen in de directe omgeving zijn ook boomgaarden aanwezig geweest en in de loop der jaren zijn op de locatie waterlopen aangelegd en gedempt. Rond circa 1980 is de huidige indeling van de locatie zichtbaar waarbij ten noorden en ten zuiden een oprit aanwezig is. Nabij de bebouwing is een ondergrondse dieseltank aanwezig. Deze is voor 2011 buiten gebruik gesteld. Over leidingwerk, ontluchting en vulpunt is geen informatie bekend. Verder is het volume van de tank niet bekend en uitgegaan wordt van een huisbrandolietank van maximaal 5.000 liter. Niet bekend is waarmee de waterlopen op de locatie zijn gedempt, alsmede welke fundering aanwezig is onder de klinkerverharding bij de zuidelijke oprit. Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest, anders dan hierboven vermeld, en zijn geen potentieel bodembelastende activiteiten uitgevoerd.

De bebouwing op het perceel dateert van circa 1850 tot circa 1980. Gezien deze bouwperiode is het aannemelijk dat asbesthoudende materialen in de bebouwing aanwezig zijn (geweest). Het wordt echter niet waarschijnlijk geacht dat asbesthoudende materialen vanuit het pand in de bodem terecht zijn gekomen. Binnen de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen sloopactiviteiten en/of calamiteiten plaatsgevonden, waarbij asbest op of in de bodem is geraakt. Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen de onderzoekslocatie is tot op heden geen bodemonderzoek uitgevoerd. Enkel ten noorden van de locatie (nummer 19) is een saneringsonderzoek beschikbaar van Bouwlocatie Strariskola (Raadgevend Bureau TUKKERS bv, d.d. 26 juli 1989, eindrapport 859-2) en het evaluatieverslag van de grondwatersanering (Raadgevend Bureau TUKKERS bv, d.d. 13 augustus 1992, evaluatie-verslag 1168). Uit de rapporten blijkt dat het grondwater plaatselijk sterk verontreinigd was met petroleumachtige verbindingen. In de grond zijn licht verhoogde gehalten aangetroffen. Enkel het grondwater diende gesaneerd te worden, waarbij de verontreiniging is afgenomen tot onder de detectiegrens en rond de referentiewaarde. Het terrein is geschikt geacht voor woonbestemming.

2.4

Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 0,4 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland).

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 7 van 25

Vanaf maaiveld tot circa 9,4 m-mv bestaat de bodem uit Holocene afzettingen (complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand). Hieronder is tot circa 14,6 m-mv de formatie van Boxtel (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand) aanwezig. Hieronder is de formatie van Kreftenheye aanwezig (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen). Volgens opgave van de Omgevingsdienst Regio Utrecht ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied en in de direct omgeving geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Regio Utrecht blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse gedeeltelijk wonen en gedeeltelijk landbouw/natuur. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse gedeeltelijk wonen en gedeeltelijk landbouw/natuur.

2.5

Hypothese

De onderzoekslocatie betreft een agrarisch perceel met meerdere gebouwen en sloten. Op de locatie is een boomgaard aanwezig geweest, waardoor de locatie verdacht is op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen. Tevens zijn er gedempte sloten aanwezig met onbekend dempingsmateriaal. Ter hoogte van het monumentale woonhuis is een voormalige ondergrondse dieseltank aanwezig (2011). Nadere informatie hierover is niet bekend. Het asfalt wordt, in opdracht van de opdrachtgever, in onderhavig onderzoek niet onderzocht op teerhoudendheid. Gelet op het gebruik van de locatie en de voorgenomen activiteiten is de onderzoekslocatie voor het bodem- en asbestonderzoek onderverdeeld in de volgende locaties: Locatie 1: 3x gedempte sloten, lengte respectievelijk circa 210 m2, 300 m2 en 250 m2; Locatie 2: ondergrondse dieseltank (max. 5 m 3); Locatie 3: overig terrein, inclusief voormalige boomgaard (circa 15.600 m2); Locatie 4: asfaltverharding (circa 800 m2). Voor locatie 1 wordt, conform de NEN 5740, de strategie verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VEDHE) gehanteerd. Binnen deze locatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en standaardpakket grondwater, aangevuld met analyses op PFAS voor de bovengrond.

Voor locatie 2 wordt, conform NEN 5740, de strategie verdachte locatie één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO) gehanteerd. Voor deze locatie worden de monsters geanalyseerd op minerale olie. Voor locatie 3 wordt, conform de NEN 5740, de strategie onverdachte locatie (ONV). Binnen deze locatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en standaardpakket grondwater, aangevuld met bestrijdingsmiddelen voor de bovengrond. Voor locatie 4 wordt, conform NEN 5897, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor afgedekte fundering, kleinschalig gebruik. Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 8 van 25

3

Uitvoering verkennend bodemonderzoek

3.1

Onderzoeksstrategie

Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009+A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL), onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verontreinigd op de locatie, niet lijnvormig (VED-HE-NL) en onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO). In afwijking van de NEN 5740 worden voor locatie alle boringen doorgezet tot onderzijde van de verdachte laag. Hiermee wordt een beter beeld verkregen van de bodemkwaliteit. De veldwerkzaamheden en de te analyseren grond- en grondwatermonsters zijn vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens en zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie

Strategie

Locatie 1 Gedempte sloten

VED-HE-NL

Locatie 2 Dieseltank

VEP-OO

Locatie 3 Overig terrein

ONV-NL

opp. (m2)

Boringen en peilbuizen

Laboratorium (analyses)*

tot 0,5 m-mv

tot 2,0 m-mv

peilbuis

grond

grondwater

210 m2 300 m2 250 m2

-

4* 4* 4*

1 1 1

Per gedempte sloot: 2x standaardpakket 1x PFAS

Per peilbuis: 1x standaardpakket

5 m3

-

1~

1

1x minerale olie

1x minerale olie

15.600 m2

18

8

#

7x standaardpakket 4x OCB

#

*: boring tot onderzijde verdachte laag, max 2,0 m-mv; ~: boring tot 0,5 m-onderzijde tank; #: grondwateronderzoek gecombineerd met locatie 1. het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. PFAS: analyse van 30 parameters volgens advieslijst.

3.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001 en 2002. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 23 juni 2020, 2 en 14 juli 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer R.C.J. (Reinoud) de Jong, de heer A.P.J. (Antoine) Franken en de heer N.A.P. (Niels) van Rooij, allen erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. De veldwerkzaamheden zijn ondersteund door de heer W. (Wesley) Deenen en J. (Joost) Cox, veldwerkers in opleiding bij MILON bv.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 9 van 25

Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het verrichten van handboringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing. De veldwerkzaamheden en bemonstering van de grond en het grondwater zijn tevens uitgevoerd conform het handelingskader Poly-en PerFLuor Alkylstoffen (PFAS) onderzoekslijn 1, kennisdocument d.d. 2 oktober 2017 [Expertisecentrum PFAS, kenmerk 20DDT219-1-17-02102017, versie 1.2]. Op 2 juli 2020 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer N.A.P. (Niels) van Rooij,, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.

3.3

Zintuiglijke waarnemingen

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een verharding aanwezig van beton, klinkers en asfalt. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit zwak humeus, zwak tot matig zandige klei. Zintuiglijk zijn plaatselijk beperkte hoeveelheden bijmengingen aangetroffen met grind, beton, baksteen, metselpuin en/of slooppuin. Boring 107 ter plaatse van locatie 1b bestaat volledig uit slooppuin. Voor het overige zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis 101 106 111 201

Filterstelling (m -mv) 1,00 - 2,00 2,50 - 3,50 2,00 - 3,00 2,50 - 3,50

Grondwaterstand (m -mv) 0,74 1,95 1,37 2,03

pH (-) 7,9 6,9 7,0 6,7

EGV (µS/cm) 512 873 1208 1252

Troebelheid (NTU) 3,02 0,91 3,12 1,84

De gemeten zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EGV) en troebelheid (NTU) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 10 van 25

3.4

Laboratoriumwerkzaamheden

De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON bv, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster

Monstertraject (m -mv)

Deelmonsters

Zintuiglijke waarnemingen

Aangevraagde analyses

103 (0,00 - 0,30) 104 (0,40 - 0,75) 105 (0,00 - 0,30) 105 (0,30 - 0,50) 103 (0,50 - 1,00) 104 (0,75 - 1,25) 105 (0,50 - 1,00) 108 (0,00 - 0,30) 108 (0,30 - 0,50) 109 (0,00 - 0,30) 109 (0,30 - 0,50) 110 (0,00 - 0,30) 110 (0,30 - 0,50) 108 (0,50 - 1,00) 109 (0,50 - 1,00) 109 (1,00 - 1,50) 110 (0,50 - 1,00) 110 (1,00 - 1,50) 112 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50) 114 (0,00 - 0,50) 115 (0,00 - 0,50) 112 (1,00 - 1,50) 112 (1,50 - 2,00) 113 (1,00 - 1,50) 113 (1,50 - 2,00) 114 (0,50 - 1,00) 114 (1,00 - 1,50) 115 (0,50 - 1,00) 115 (1,00 - 1,30)

zwak puinhoudend, resten metselpuin, resten baksteen

standaardpakket + PFAS

-

standaardpakket

-

standaardpakket + PFAS

-

standaardpakket

sporen baksteen

standaardpakket + PFAS

-

standaardpakket

Locatie 1 Gedempte sloten loc 1a. MM1

0,00 - 0,75

loc 1a. MM2

0,50 - 1,25

loc 1b. MM3

0,00 - 0,50

loc 1b. MM4

0,50 - 1,50

loc 1c MM1

0,00 - 0,50

loc 1c MM2

0,50 - 2,00

Locatie 2 Ondergrondse dieseltank Loc 2. MM1

1,50 - 2,00

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

201 (1,50 - 2,00) geen olie-water reactie 202 (1,50 - 2,00)

minerale olie

Pagina 11 van 25

Analysemonster

Monstertraject (m -mv)

Deelmonsters

Zintuiglijke waarnemingen

Aangevraagde analyses

04 (0,00 - 0,30) 21 (0,00 - 0,30) 22 (0,00 - 0,30) 23 (0,00 - 0,30) 24 (0,00 - 0,30) 01 (0,33 - 0,50) 13 (0,38 - 0,70) 14 (0,35 - 0,70) 15 (0,30 - 0,60) 16 (0,40 - 0,60) 03 (0,65 - 1,00) 20 (0,00 - 0,30) 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 03 (1,00 - 1,50) 03 (1,50 - 2,00) 04 (0,30 - 0,70) 04 (0,70 - 1,20) 04 (1,20 - 1,70) 02 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,30) 12 (0,00 - 0,30) 17 (0,00 - 0,30) 18 (0,00 - 0,30) 19 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,30) 06 (0,00 - 0,30) 07 (0,00 - 0,30) 08 (0,00 - 0,30) 09 (0,00 - 0,30) 25 (0,00 - 0,30) 26 (0,00 - 0,30) 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,00 - 1,50) 05 (0,50 - 0,80) 05 (0,80 - 1,20) 07 (0,50 - 1,00) 07 (1,00 - 1,30)

-

standaardpakket +OCB

-

standaardpakket +OCB

sporen - zwak baksteenhoudend

standaardpakket +OCB

-

standaardpakket

-

standaardpakket +OCB

-

standaardpakket +OCB

-

standaardpakket

Locatie 3 Overig terrein Loc 3. MM1

0,00 - 0,30

Loc 3. MM2

0,30 - 0,70

Loc 3. MM3 Loc 3. MM4

0,00 - 1,00

loc 3. MM5

0,00 - 0,30

loc 3. MM6

0,00 - 0,30

loc 3. MM7

0,50 - 1,50

0,30 - 2,00

- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% bijmenging; zwak: 1%-5% bijmenging.

Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In de bijlage van deze certificaten zijn opmerkingen geplaatst omdat verschillen zijn geconstateerd met de te hanteren richtlijnen. Beïnvloeding van de betrouwbaarheid van de analyses wordt echter minimaal geacht.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 12 van 25

3.5

Analyseresultaten

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Voor de bepaling of (en in welke mate) bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb).

Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutumen/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 5 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de tabel wordt de indexwaarde tussenhaakjes achter de verhoogde parameter weergegeven. Tabel 5: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen indexwaarde

betekenis

weergave in tabellen

<0

niet verontreinigd / niet verhoogd Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde waarde lager is dan achtergrond- of streefwaarde. Er is sprake van een goede bodemkwaliteit en geen sprake van een verontreiniging.

-

>0 <0,5

licht verontreinigd / licht verhoogd Een indexwaarde tussen de 0 en 0,5 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde hoger is dan de achtergrond- of streefwaarde, maar (ver) onder de interventiewaarde ligt. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's.

>AW of >S

>0,5 <1,0

matig verontreinigd / matig verhoogd. Een indexwaarde tussen de 0,5 en 1,0 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Mogelijk is sprake van een ernstige verontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.

> index

>1,0

ernstig verontreinigd / sterk verhoogd. Bij een indexwaarde boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

>I

Pagina 13 van 25

Toetsing van de analyseresultaten De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 6 en tabel 7. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grond) AnalyseMonstertraject Deelmonsters monster (m -mv) Locatie 1 Gedempte sloten loc 1a. 0,00 - 0,75 103 (0,00 - 0,30) MM1 104 (0,40 - 0,75) 105 (0,00 - 0,30) 105 (0,30 - 0,50) loc 1a. 0,50 - 1,25 103 (0,50 - 1,00) MM2 104 (0,75 - 1,25) 105 (0,50 - 1,00) loc 1b. 0,00 - 0,50 108 (0,00 - 0,30) MM3 108 (0,30 - 0,50) 109 (0,00 - 0,30) 109 (0,30 - 0,50) 110 (0,00 - 0,30) 110 (0,30 - 0,50) loc 1b. 0,50 - 1,50 108 (0,50 - 1,00) MM4 109 (0,50 - 1,00) 109 (1,00 - 1,50) 110 (0,50 - 1,00) 110 (1,00 - 1,50) loc 1c 0,00 - 0,50 112 (0,00 - 0,50) MM1 113 (0,00 - 0,50) 114 (0,00 - 0,50) 115 (0,00 - 0,50) loc 1c 0,50 - 2,00 112 (1,00 - 1,50) MM2 112 (1,50 - 2,00) 113 (1,00 - 1,50) 113 (1,50 - 2,00) 114 (0,50 - 1,00) 114 (1,00 - 1,50) 115 (0,50 - 1,00) 115 (1,00 - 1,30) Locatie 2 Ondergrondse dieseltank Loc 2. 1,50 - 2,00 201 (1,50 - 2,00) MM1 202 (1,50 - 2,00) Locatie 3 Overig terrein Loc 3. 0,00 - 0,30 04 (0,00 - 0,30) MM1 21 (0,00 - 0,30) 22 (0,00 - 0,30) 23 (0,00 - 0,30) 24 (0,00 - 0,30) Loc 3.

0,30 - 0,70 01 (0,33 - 0,50) MM2 13 (0,38 - 0,70) 14 (0,35 - 0,70) 15 (0,30 - 0,60) 16 (0,40 - 0,60) Loc 3. 0,00 - 1,00 03 (0,65 - 1,00) MM3 20 (0,00 - 0,30)

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Zintuiglijke waarnemingen

> AW

Index >0,5

>I

zwak puinhoudend, resten metselpuin, resten baksteen

nikkel (0,08) lood (0,08)

-

-

~

nikkel (0,2)

-

-

~

cadmium (0,01) kwik (0,01) lood (0,16) PAK (0,11)

zink (0,56)

-

~

nikkel (0,09) lood (0,08) PAK (0,04)

-

-

sporen baksteen

nikkel (0,02)

-

-

sporen planten

nikkel (0,06)

-

-

~

-

-

-

~

lood (-)

-

-

~

-

-

-

sporen - zwak baksteenhoudend

-

-

-

Pagina 14 van 25

Analysemonster Loc 3. MM4

loc 3. MM5

loc 3. MM6

loc 3. MM7

~: -: >AW: Index >0,5: >I:

Monstertraject Deelmonsters (m -mv) 0,30 - 2,00 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 03 (1,00 - 1,50) 03 (1,50 - 2,00) 04 (0,30 - 0,70) 04 (0,70 - 1,20) 04 (1,20 - 1,70) 0,00 - 0,30 02 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,30) 12 (0,00 - 0,30) 17 (0,00 - 0,30) 18 (0,00 - 0,30) 19 (0,00 - 0,30) 0,00 - 0,30 05 (0,00 - 0,30) 06 (0,00 - 0,30) 07 (0,00 - 0,30) 08 (0,00 - 0,30) 09 (0,00 - 0,30) 25 (0,00 - 0,30) 26 (0,00 - 0,30) 0,50 - 1,50 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,00 - 1,50) 05 (0,50 - 0,80) 05 (0,80 - 1,20) 07 (0,50 - 1,00) 07 (1,00 - 1,30)

Zintuiglijke waarnemingen ~

> AW

Index >0,5

>I

nikkel (0,02)

-

-

~

nikkel (0,03) lood (0,01) PAK (-)

-

-

~

nikkel (0,09) lood (0,01)

-

-

~

nikkel (0,05)

-

-

geen bijzonderheden waargenomen; het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd);

Tabel 7: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster 101-1-1 106-1-1

Filterstelling (m -mv) 1,00 - 2,00 2,50 - 3,50

111-1-1 201-1-1

2,00 - 3,00 2,50 - 3,50

>S

Index >0,5

>I

molybdeen (0,46) barium (0,01) -

-

nikkel (7,92)

-

-

-: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).

PFAS De BoToVa-gevalideerde software is nog niet ingericht op het toetsen op PFAS. Dit betekend dat tijdelijk de analyseresultaten voor PFAS door MILON bv handmatig zijn geverifieerd. In alle drie de monsters is een verhoogd gehalte voor PFOS en PFOA aangetroffen. Uit de toetsing blijkt dat de bodem in de gedempte sloten voldoet aan de bodemfunctieklasse ‘landbouw/natuur’ voor locatie 1a en 1c en de bodemfunctieklasse ‘wonen’ voor locatie 1b. Een samenvatting van de toetsingsresultaten is weergegeven in tabel 8. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4, de uitgevoerde toetsing in bijlage 5 en een toelichting van het handelingskader volgens de Wet Bodembescherming is opgenomen in bijlage 6.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 15 van 25

Tabel 8. Toetsingsresultaten PFAS bemonstering gedempte sloten Deellocatie Loc 1a MM1 Loc 1b MM3 Loc 1c MM1

3.6

Verhoogde parameters PFOS, PFOA PFOS, PFOA, PFBA PFOS, PFOA

Bodemfunctieklasse Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur

Aanvullend analytisch onderzoek (grond)

Naar aanleiding van het matig verhoogde gehalte zink in mengmonster mm3 van locatie 1b, is in overleg met de opdrachtgever besloten de individuele monsters van dit mengmonster te laten analyseren op zink. De aanvullende analyses zijn uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. en weergegeven op het analysecertificaat in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 9. In deze tabel zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. Tabel 9: Toetsing van de analyseresultaten (uitsplitsing mengmonster mm3) Analyse- Monstertraject monster (m -mv) 108.1 0,00 - 0,30 108.2 0,30 - 0,50 109.1 0,00 - 0,30 109.2 0,30 - 0,50 110.1 0,00 - 0,30 110.2 0,30 - 0,50

Deelmonsters 108 (0,00 - 0,30) 108 (0,30 - 0,50) 109 (0,00 - 0,30) 109 (0,30 - 0,50) 110 (0,00 - 0,30) 110 (0,30 - 0,50)

Zintuiglijke waarnemingen

sporen roest

> AW

Index >0,5

>I

zink (0,03) zink (0,02) -

zink (0,54) zink (0,66) -

zink (1,9) -

*: hierbij is het organische stof- en lutumgehalte gebruikt zoals bepaald bij mengmonster mm3 loc 1b; -: het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >AW: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).

3.6

Aanvullend analytisch onderzoek (grondwater)

Naar aanleiding van de sterk verhoogde concentratie nikkel in het grondwater van peilbuis 106 is in overleg met de opdrachtgever besloten een herbemonstering van het grondwater uit te voeren en dit te laten analyseren nikkel, uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. Doel van deze heranalyse is het vermoeden te toetsen dat het hier gaat om een eenmalig verhoogde concentratie. De herbemonstering van het grondwater heeft plaatsgevonden op 14 juli 2020 en is uitgevoerd door de heer N.A.P. (Niels) van Rooij, van MILON bv. Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad en geleiding van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse op nikkel is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm-filter. De resultaten van de veldwerkzaamheden zijn weergeven in tabel 10.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 16 van 25

Tabel 10: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis 106

Filterstelling (m -mv) 2,50 - 3,50

Grondwaterstand (m -mv) 1,95

pH (-) 7,0

EGV (µS/cm)

Troebelheid (NTU) 8,43

687

De gemeten zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EGV) en troebelheid (NTU) zijn als normaal te beschouwen en komen overeen met de eerdere metingen. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is opgenomen in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 11. Tabel 11: Toetsing van de analyseresultaten Analysemonster 106-1-2

Filterstelling (m -mv) 2,50 - 3,50

> S (+index)

Index >0,5

>I

-

-

-

-: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).

3.7

Bespreking van de resultaten

Locatie 1 Gedempte sloten Ter plaatse van de gedempte sloten zijn weilanden en grasvelden aanwezig. Ter hoogte van boring 106 is een asfaltverharding aanwezig, ter hoogte van boring 107 een volledige laag slooppuin onder de bosschage en bij boring 103 en 104 een zwak zandige metselpuinlaag onder het gras. Zintuiglijk zijn bij enkele boringen in de bovengrond bijmengingen aangetroffen met baksteen, metselpuin en grind. Voor het overige zijn geen bijmengingen aangetroffen of waargenomen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn er, met uitzondering van boring 107, geen substantiële hoeveelheden ‘verdacht’ puin en/of asbesthoudend materiaal aanwezig is. Derhalve dient locatie 1b als 'verdacht' gekarakteriseerd te worden met betrekking tot het voorkomen van asbest. Ter plaatse van locatie 1a en 1c is geen asbesthoudend materiaal aanwezig en blijkt dat de bodem niet of slechts sporadisch puinhoudend. Voor deze locaties wordt de aanname 'onverdacht' gesteld met betrekking tot het voorkomen van asbest. Analytisch zijn in de gedempte sloten 1a en 1c ten hoogste licht verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond aangetroffen. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. In de gedempte sloot 1b zijn licht verhoogde waarden in de grond en in het grondwater aangetroffen aan zware metalen en PAK.

In het monster loc 1b mm3 is een matig verhoogd gehalte aan zink aangetroffen. Na individuele analyse van de deelmonsters van dit mengmonster worden licht tot sterk verhoogde gehaltes zink aangetroffen. In het grondwater van locatie 1b zijn molybdeen en barium licht verhoogd aangetroffen en een sterk verhoogde concentratie nikkel. Na herbemonstering wordt de nikkelconcentratie niet meer aangetroffen, het gehalte is kleiner dan de detectielimiet. Daar nikkel in de grond niet verhoogd is aangetroffen op locatie 1b en ook in het grondwater van de overige peilbuizen niet verhoogd is wordt het niet aannemelijk geacht dat er sprake is van een grondwaterverontreiniging met nikkel.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 17 van 25

Zware metalen en PAK De verhoogde waarden zware metalen en PAK zijn naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt door de waargenomen antropogene bijmengingen. Bekend is dat in grond met dergelijke bijmengingen verhoogde gehaltes zware metalen en PAK kunnen voorkomen. De hier aangetroffen gehaltes, uitgezonderd de verhogingen met zink ter plaatse van locatie 1b, vormen geen aanleiding tot vervolgonderzoek. De sloten zijn gedempt voor 1987 en derhalve is er sprake van een historische verontreiniging. De omvang van de verontreiniging is niet bepaald. Locatie 1b is verdacht op het voorkomen van asbest. PFAS De bovengrond van alle drie de gedempte sloten zijn geanalyseerd op PFAS. Uit analyse blijkt dat in alle monsters PFOS en PFOA verhoogd zijn aangetroffen. Op basis van de huidige wetgeving voldoet de bovengrond ten aanzien van PFAS voor de locatie 1a en 1c aan de bodemfunctieklasse ‘landbouw/natuur’ en locatie 1b aan de bodemfunctieklasse ‘wonen’. Locatie 2 Ondergrondse dieseltank Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond bijmengingen met baksteen aangetroffen. Er is geen olie-water reactie waargenomen. Voor het overige zijn geen andere bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Analytisch zijn in de grond en in het grondwater geen verhoogde waarden aangetroffen. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Locatie 3 Overig terrein Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond sporadisch bijmengingen met baksteen aangetroffen in zeer beperkte hoeveelheden. Voor het overige zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Voor deze locatie is op basis van de zintuiglijke waarnemingen de aanname 'onverdacht' gesteld met betrekking tot het voorkomen van asbest. Analytisch zijn in de boven- en ondergrond licht verhoogde gehaltes aan lood, nikkel en PAK aangetoond. Er is geen duidelijke verklaring voor de licht verhoogde gehaltes aan zware metalen en PAK. Mogelijk is er een relatie met het gebruik van het terrein. De hier aangetroffen gehaltes zijn gering en vormen geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Toetsing hypothese Door de aangetoonde verhoogde waarden in de grond en het grondwater dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ voor locatie 1, gedempte sloten, behouden te blijven. De opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ voor locatie 2, ondergrondse dieseltank, dient verworpen te worden, doordat geen verhoogde waarden in de grond en het grondwater zijn aangetoond. Voor locatie 3, overig terrein, dient de opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ formeel verworpen te worden en te worden vervangen door de hypothese ‘verdachte locatie’, vanwege de licht verhoogde waarden in de grond.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 18 van 25

4

Uitvoering verkennend asbestonderzoek

4.1

Onderzoeksstrategie

Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016 Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond en NEN 5897+C1:2016 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het asbest in bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onderzoeksstrategie voor een afgedekte fundering, kleinschalig gebruik. De veldwerkzaamheden en de te analyseren monsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de asfaltverharding en zijn weergegeven in tabel 12. Tabel 12: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie

Oppervlakte

Minimaal aantal asbestgaten tot onderzijde verhardingslaag

Laboratorium analyse puin(meng)monsters

Afgedekte funderingslaag

circa 1.085 m2

7

2x asbest in puin

4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 23 juni 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer R.C.J. (Reinoud) de Jong, de heer A.P.J. (Antoine) Franken, beide erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. De veldwerkzaamheden zijn ondersteund door de heer W. (Wesley) Deenen, veldwerker in opleiding bij MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; ▪ laagsgewijs graven van proefgaten conform tabel 12; ▪ zeven en inspecteren van het uitgegraven grondmateriaal; ▪ verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); ▪ samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm); ▪ herstellen van de gegraven gaten.

4.3

Zintuigelijke waarnemingen

Maaiveldinspectie Gestart is met het uitvoeren van een maaiveldinspectie. Een maaiveldinspectie is essentieel om de locatie op te delen in homogene (deel)locaties zodat de effectiviteit van het onderzoek wordt vergroot. Daarnaast kan de maaiveldinspectie worden gebruikt om een schatting te geven van het asbestgehalte in de toplaag. In de uitvoeringsfase van het asbestonderzoek worden conform de NEN 5897 laagsgewijs proefgaten gegraven, waarbij de vrijkomende grond wordt gezeefd of uitgeharkt. Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 19 van 25

Eventuele asbestverdachte materialen (> 20 mm) welke niet door de zeef of hark gaan, worden per proefgat verzameld en in gesloten plastic zakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op de aanwezigheid van asbest. Van de fijne puinfractie (< 20 mm) wordt een mengmonster samengesteld van minimaal 25 kilogram droge stof en analytisch onderzocht op het gehalte en soort asbest. Indien in één of meer proefgaten zintuiglijk asbest wordt aangetroffen, zullen de verdachte monsters apart geanalyseerd worden. Ter plaatse van de verharding is geen visuele inspectie van het maaiveld mogelijk, omdat deze in zijn geheel is verhard met asfalt en klinkers. Omdat geen inspectie mogelijk is moet deze locatie als verdacht worden beschouwd. Ten tijde van de werkzaamheden was het droog en was er voldoende daglicht. De resultaten van de maaiveldinspectie wijken niet af van de gestelde onderzoekshypothese. De onderzoeksopzet hoeft niet te worden aangepast en er hoeft geen overweging plaats te vinden om direct door te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Inspectie en monsterneming bodem Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De verharding op de locatie bestaat uit asfalt en klinkers. Onder de verharding zijn uiterste grind-, baksteen- en/of betonhoudende verhardingslagen met zwakke zandbijmengingen aangetroffen.

Voor het overige zijn er geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in proefgat A08 asbestverdacht plaatmateriaal is waargenomen. In de overige proefgaten zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het asbestverdachte materiaal en de fijne fractie uit de proefgaten zijn separaat verpakt. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn door de monsternemer in het veld verschillende verzamelmonsters samengesteld. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. De ligging van de proefgaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.

4.4

Laboratoriumwerkzaamheden

De verzamelmonsters en asbestverdacht materiaal zijn ter analyse aangeboden aan Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). De monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op asbest en de asbestverdachte materialen op het soort, gewicht en gehalte asbest. In tabel 13 zijn de monsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.

Projectnummer: 20201719 Datum: 28 juli 2020

Pagina 20 van 25

Tabel 13: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster

Proefgaten (traject, cm-mv)

Opmerkingen / veldwaarnemingen

MMA

A01 (0,22 - 0,33) A02 (0,28 - 0,38) A07 (0,15 - 0,40)

uiterst baksteenhoudend, zwak zandhoudend

MMB

A03 (0,15 - 0,35) A04 (0,20 - 0,35) A05 (0,18 - 0,30)

uiterst baksteenhoudend, zwak zandhoudend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=6247b718-06c4-4e60-9355-0f7585fb8655