CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

02 BPNieuwe Zandweg 20_regels (meegekopieerd).pdf

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Veldzicht 20 Linschoten3.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Veldzicht, Linschoten Regels

Opdrachtgever Stichting G. Ribbius Peletier Contactpersoon Kenmerk R085524an.18584IH.jwi Versie 05_001 Datum 2022 Planstatus Vast te stellen Planidentificatie NL.IMRO.0335.BPNieuweZandweg20-ON01

Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007093159B01

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleidende regels ................................................................................................... 3

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen ................................................................................................................ 3 Wijze van meten...................................................................................................... 6

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels .............................................................................................. 7

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Wonen ..................................................................................................................... 7 Agrarisch ................................................................................................................. 9 Water ..................................................................................................................... 10 Waarde - Archeologie ........................................................................................... 11

Hoofdstuk 3

Algemene regels ................................................................................................. 13

Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel ................................................................................................ 13 Algemene bouwregels .......................................................................................... 14 Algemene afwijkingsregels ................................................................................... 15 Algemene wijzigingsregels .................................................................................... 16 Overige regels ....................................................................................................... 17

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels ................................................................................... 18

Artikel 12 Artikel 12

Overgangsrecht ..................................................................................................... 18 Slotregel ................................................................................................................ 19

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

2

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan Het bestemmingsplan Veldzicht, Linschoten met identificatienummer NL.IMRO.0335.BPNieuweZandweg20-ON01 van de gemeente Montfoort.

1.2

bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanbouw Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw, door zijn constructie of afmetingen ondergeschikt aan het hoofdgebouw, als een toevoeging van een afzonderlijke ruimte, direct verbonden met en direct bereikbaar vanuit het hoofdgebouw, bijvoorbeeld via een toegangsdeur.

1.4

aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

aan huis verbonden beroep a. de uitoefening aan huis van een beroep of de beroepsmatige verlening van diensten aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein; b. bedrijfsactiviteiten, voor zover die behoren tot categorie 1 van de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. bedrijfsactiviteiten, die niet voorkomen in categorie 1 van de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en invloed op omgeving hiermee gelijk kunnen worden gesteld.

1.7

archeologische waarde De aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.

1.8

bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.9

bebouwingsgrens

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

3

Een grens van een bouwperceel, welke niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen. 1.10

bestaand gebouw Een gebouw, dat op de eerste dag van de inwerkingtreding van het plan bestaat, dan wel in uitvoering is of mag worden opgericht krachtens een omgevingsvergunning die voor dat tijdstip is aangevraagd.

1.11

bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

1.12

bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.13

bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.14

bijgebouw Een op zich zelf staand, vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat door zijn constructie of afmetingen ondergeschikt is aan een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, niet direct bereikbaar vanuit het hoofdgebouw.

1.15

bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.16

bouwgrens De grens van een bouwvlak.

1.17

bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.18

bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.19

erker Een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van de woning, die strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan de verblijfsruimte (woonkamer of keuken) en zorgt voor een verbijzondering van de voorgevel zonder de architectuur wezenlijk aan te tasten. Een erker heeft een beperkte diepte en is aan drie zijden geheel of gedeeltelijk voorzien van glas.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

4

1.20

gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.21

hoofdgebouw Een gebouw dat op een bouwvlak door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken, exclusief aan- en uitbouwen. Aan- en uitbouwen die tot de hoofdfunctie behoren, worden niet meegerekend tot het hoofdgebouw.

1.22

peil De gemiddelde hoogte van het aan een bouwwerk aansluitende, afgewerkte maaiveld, maar niet hoger dan de kruin van de weg in geval dit bouwwerk aan een weg gelegen is; in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld.

1.23

plangrens: De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan.

1.24

uitbouw Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat door zijn constructie of afmetingen ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, dat een vergroting van de bestaande ruimte in dat hoofdgebouw is en direct daarmee in open verbinding staat.

1.25

voorgevel De voorgevel zoals deze bij de bouw van het betrokken gebouw oorspronkelijk is gerealiseerd. Van een woning op de hoek van twee straten is slechts één gevel de voorgevel.

1.26

voorgevelrooilijn Een lijn, welke zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de oorspronkelijke voorgevels van de hoofdgebouwen.

1.27

woning Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de permanente huisvesting van één huishouden.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

5

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2

de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4

de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.5

de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6

de grondoppervlakte van een gebouw of ander gebouw Buitenwerks en boven peil.

2.7

de bruto-vloeroppervlakte De oppervlakte gemeten op vloerniveau, langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

6

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met bijbehorende bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen van de woning en overige bouwwerken; b. een rijksmonument ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' c. aan huis gebonden beroepen, met dien verstande dat: 1. het aan-huis-verbonden beroep het woonkarakter niet mag ontstijgen; 2. er geen activiteiten mogen plaatsvinden die op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wabo meldings- of vergunningplichtig zijn. d. parkeervoorzieningen en ontsluitingspaden; e. tuinen en erven. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen dienen uitsluitend gebouwd te worden ter plaatse van de aanduiding bouwvlak; b. per bouwvlak is één woning toegestaan; c. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal de goothoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'; d. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal de bouwhoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; 3.2.2 Bijbehorende en overige bouwwerken a. het gezamenlijk oppervlak van bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen mag per woning niet meer bedragen dan 25 m2; b. de goothoogte van bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen van de woning bedraagt ten hoogste 3 m c. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; d.

erfafscheidingen in de vorm van bouwwerken (zoals schuttingen) zijn niet toegestaan; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Verbod Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. detailhandel; c. seksinrichtingen, escortbureaus, sekswinkels dan wel prostitutiebedrijven. 3.3.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan-huis-gebonden beroep mag uitsluitend worden uitgeoefend met inachtneming van de volgende regels:

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

7

a. de woonfunctie blijft als primaire functie gehandhaafd; b. tenminste de hoofdbewoner beoefend het beroep; c. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden; 1) ten behoeve van de activiteiten is voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 2) het gebruik heeft geen nadelige invloed op de afwikkeling van het verkeer; 3) er mag geen afbreuk worden gedaan aan het woonkarakter van de buurt; 4) er vindt geen horeca en geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan een beroep aan huis. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.3.2 voor het gebruik van bijgebouwen voor een aan huis gebonden beroep, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; c. geen onevenredige toename van de verkeersbelasting in de omgeving optreedt; d. er voorzien is in voldoende parkeergelegenheid; e. geen detailhandel plaatsvindt; f. de beroepsuitoefening geschiedt door degene die ter plaatse woonachtig is.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

8

Artikel 4

Agrarisch

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volwaardige veehouderijbedrijven; b. behoud en versterking van de landschappelijke waarden; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals verhardingen, parkeervoorzieningen, groen, water en nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag ten behoeve van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1,5 m; c. erfafscheidingen in de vorm van bouwwerken (zoals schuttingen) zijn niet toegestaan. 4.3 Omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden 4.3.1 Verbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties. 4.3.2 Uitzonderingen op het verbod Het verbod van lid 4.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

9

Artikel 5

Water

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding, waterberging, bruggen, duikers en het verkeer te water en bijbehorend groen. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

10

Artikel 6 Waarde - Archeologie 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; b. het bepaalde in dit lid onder a1 en a2 is niet van toepassing bij de volgende situaties: 1.

indien het bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 200 m2 dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 2. Bij vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 50 cm onder maaiveld, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van gronden hoger dan 30 cm; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; h.

het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; i. het verwijderen van fundamenten dieper dan 50 cm. 6.3.2

Uitzondering op het aanlegverbod

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

11

Het verbod van lid 6.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 6.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 6.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b.

de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden regels en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. 6.4 Wijzigingsbevoegdheid 6.4.1 Wijzigingsbevoegdheid voor verwijdering van de bestemming Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming 'Waarde - Archeologie' geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

12

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

13

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a. Voor een bouwwerk, dat krachtens een bouwvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematenafwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

8.2 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 8.3 Ondergronds bouwen Ondergrondse bouwwerken zijn niet toegestaan. 8.4 Kapvorm en kaprichting De kapvorm en kaprichting van het bestaande hoofdgebouw mag niet worden gewijzigd.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

14

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

9.1 Afwijking van maten en overschrijding van bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 9.2 Ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.3 voor de bouw van een kelder of een garage, met dien verstande dat op (delen van) ondergrondse bouwwerken buiten het bouwvlak deze uitsluitend mogen worden gebouwd voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan de toegestane maximumoppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen.

De omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien de bebouwingskarakteristiek van de omgeving niet wordt aangetast en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

15

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

16

Artikel 11 11.1

Overige regels

Parkeernormen

De regels in het ‘Paraplubestemmingsplan parkeernormen Montfoort’ met identificatienummer NL.IMRO.0335.BPParkeren-VG01 zijn onverkort van toepassing.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

17

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 12.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Lid 12.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 12.2

Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 12.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 12.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

18

Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Veldzicht, Linschoten van de gemeente Montfoort.

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

19

Bijlage I Staat van Bedrijfsactiviteiten

R085524an.18584IH.jwi | versie 05_001 | 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=23fd5a00-7c15-4f03-9b53-b15ff86631e9