01BP_Parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat_toelichting.pdf
Tekst van het document
Pagina 25 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
Figuur 10. Uitsnede risicokaart, plangebied aangegeven met rode cirkel (bron: risicokaart.nl).
De dichtstbijzijnde risicobron betreft de provinciale weg N228. Het plangebied is op circa 45 meter afstand ten opzicht van de N228 gesitueerd. Over deze weg mogen geen gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Over de weg mogen wel gevaarlijke stoffen die niet routeplichtig zijn, zoals diesel, worden vervoerd. Een parkeerterrein is niet aangewezen als een (beperkt) kwetsbaar object. Daarnaast is het aantal transportbewegingen waarbij deze stoffen worden vervoerd dusdanig laag dat er geen invloed op het plangebied wordt verwacht. De provinciale weg levert geen belemmering op voor de realisatie van 15 parkeerplaatsen. Naast het transport van niet-routeplichtige stoffen over de N228 zijn verder geen planologisch relevante risicobronnen zoals Bevi-inrichtingen, het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor, de weg, buisleidingen of hoogspanningsverbindingen en straalpaden aanwezig. Het aspect Externe veiligheid staat de realisatie van de 15 parkeerplekken niet in de weg.
Waterhuishouding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Nationaal waterbeleid Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het
Pagina 26 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
•
water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod.
Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan 2016- 2021 Het NWP (dec. 2015) bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer.
Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Provincie Utrecht Het waterbeleid van de provincie Utrecht omvat het beleid voor waterveiligheid, waterbeheer en gebruik en beleving van water in de provincie. Het plangebied heeft in het provinciale waterbeleid de functie 'landelijk gebied' waarvoor specifieke doelstellingen gelden. Deze doelstellingen vinden hun neerslag in waterbeheerplannen. Waterbeheerprogramma 2016-2022 In het Waterbeheerprogramma 2016 – 2022: ‘Partnerschap als watermerk’ heeft Waterschap Vallei en Veluwe haar ambities en uitvoeringsprogramma’s vastgelegd voor de periode 2016 tot en met 2022. In het Waterbeheerprogramma is in grote lijnen de koers uitgezet voor de komende zes jaar. In het plan wordt beschreven op welke wijze het waterbeheer wordt vormgegeven en op welke wijze met mede overheden wordt samengewerkt om haar doelen te bereiken. Partnerschap met de omgeving is daarbij het uitgangspunt. Het Waterbeheerprogramma is mede kaderstellend voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in de plangebieden.
Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Het plangebied valt onder het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, die verantwoordelijk is voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer. Relevant beleid van het Hoogheemraadschap zijn het Waterbeheerplan Waterkoers 2016-2021, Keur en Legger. Basisprincipes omgaan met water: • Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) • Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit) • Waarborg tegen overstroming - overstromingsrobuust bouwen (veiligheid)
Pagina 27 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
Beleid hemel- en afvalwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratie voorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratie riool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Beleid aanbrengen verharding Stichtse Rijnlanden hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 500 m² verharding in stedelijk gebied of meer dan 5.000 m² in landelijk gebied gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging. Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg. Voor infiltratie van hemelwater vanaf verharde oppervlakken hanteert het hoogheemraadschap een ja, mits-principe.
Door het aanleggen van bovengrondse voorzieningen, zoals wadi’s en greppels, wordt een versnelde afvoer naar oppervlaktewater voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden bij de bouw van de woningen geen uitlogende materialen toegepast. Watertoets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Planspecifiek Bestaand watersysteem Op onderstaande uitsnede is zichtbaar dat ten zuiden en westen van het plangebied een tertiaire watergang is gesitueerd. Tertiaire watergangen dienen door aangrenzende eigenaren te worden onderhouden. Voorliggend plan heeft geen nadelig invloed op het onderhoud van deze watergang en de watergang wordt niet gedempt, verlegd of verkleind. De nieuwe inrit ten behoeve van de parkeerplaatsen wordt op voldoende afstand van de watergang gesitueerd.
Figuur 11. Uitsnede legger Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden (bron: Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden).
Pagina 28 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
Lozen van afvalwater Er is met voorliggend plan geen sprake van lozing van afvalwater. Uitloogbare materialen In voorliggend plan zullen geen uitloogbare materialen worden toegepast. Hemelwater De parkeerplaatsen worden uitgevoerd met klinkerverharding waardoor het hemelwater in de bodem kan infiltreren. Het overtollige hemelwater wordt geloosd op het nabijgelegen tertiaire oppervlaktewater. Watercompensatie In de bestaande situatie is het plangebied volledig onverhard. Door voorgenomen ontwikkeling zal het verhard oppervlakte toenemen. Gezien de grootte van het nieuwe planperceel (383 m2) kan gesteld worden dat de toename in oppervlak valt onder de grens van een toename in verharding van 500 m2 binnen stedelijk gebied. Hierdoor hoeft er geen watercompensatie plaats te vinden in de vorm van oppervlaktewater. Watertoets De Digitale Watertoets is ingevuld, zie bijlage 6. Uit de Watertoets komt naar voren dat onderhavig plan geen beperkte invloed heeft op het watersysteem en derhalve de Korte procedure gevolgd kan worden. In deze paragraaf is reeds aandacht besteed aan de aandachtspunten uit de Watertoets. Gezien bovenstaande vormt het aspect water geen belemmering voor onderhavig plan. Als onderdeel van de werkzaamheden voor het bestemmingsplan wordt het plan ter beoordeling toegezonden aan het waterschap.
Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek Het plangebied ligt nabij de binnenstad van Montfoort. Het plangebied zal gebruikt worden als parkeerterrein en er worden 15 parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen zijn met name bedoeld voor de overloop vanuit de binnenstad. Dit betekent dat verwacht wordt dat voornamelijk bewoners en eventueel bezoekers gebruik zullen maken van de parkeerplaatsen. Mogelijk zullen direct omwonenden ook gebruik gaan maken van de parkeerplaatsen. Er is bij het parkeerterrein geen sprake van betaald parkeren of een maximale parkeerduur. Doordat bezoekers en bewoners van de binnenstad, en eventueel omwonenden, de doelgroep zijn, zullen auto’s relatief lang op één parkeerplaats staan. Het is de verwachting dat iedere parkeerplaats dagelijks door gemiddeld 2 a 3 auto’s gebruikt zal worden. Verkeersgeneratie Er wordt voor de helft van de parkeerplekken (8) uitgegaan dat deze zullen worden gebruikt door bezoekers. De turnover (gemiddeld aantal geparkeerde auto’s per parkeerplaats) bedraagt dan 2 – 3 keer per dag. Voor de overige 7 parkeerplekken wordt uitgegaan dat deze gebruikt zullen worden door bewoners. De turnover voor de parkeerplekken die gebruikt worden door bewoners bedraagt 1 – 2 per dag.
Er wordt bij de verkeersgeneratie uitgegaan van de maximale verwachtte turnover. Dit houdt de volgende verkeersgeneratie in:
Pagina 29 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
Gebruik Bezoekers (8 plekken) Bewoners (7 plekken)
Turnover 3 2
Auto’s 24 14 Totaal
In- en uitrijden (verkeersgeneratie) 48 28 76
Bovenstaande tabel laat zien dat de gemiddelde verkeersgeneratie per dag 76 voertuigbewegingen bedraagt. Verkeersontsluiting Het plangebied zal door middel van een inrit op de Joop Westerweelstraat worden ontsloten. De Joop Westerweelstraat is een 30 km/h weg die uitmond op de provinciale weg N228. Wanneer de N228 wordt overgestoken wordt de binnenstad van Montfoort bereikt. De N228 wordt door middel van een VRI overgestoken. Het plangebied ligt op circa 300 meter afstand ten opzichte van de binnenstad. Op basis van de Parkeernormennota Montfoort is een loopafstand van meer dan 300 meter voor bewoners in het centrum niet gewenst. Voor winkelen geldt een loopafstand van maximaal 500 meter. Voorliggend plan lijkt in ieder geval voor het oostelijke deel van de binnenstad binnen de gestelde loopafstanden voor parkeerplekken te kunnen voldoen. Daarmee vangen de beoogde parkeerplaatsen een deel van de parkeerdruk van de binnenstad op.
Figuur 12. Indicatieve loopafstanden parkeerplaatsen, gebaseerd op het CROW (bron: gemeente Montfoort).
Het aspect Verkeer en parkeren vormt gezien bovenstaande conclusies geen belemmering voor voorliggend plan.
Pagina 30 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
5 Juridische planbeschrijving Plansystematiek Het bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt een herbestemming mogelijk van de huidige groenbestemming naar een verkeersbestemming en daarmee de realisatie van 15 parkeerplaatsen. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het meest recentelijk vastgestelde bestemmingsplan binnen de gemeente Montfoort, namelijk het bestemmingsplan ‘Scholencomplex, Montfoort’ en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Onderstaande beschrijving is een algemeen beschrijving van bestemmings- of wijzigingsplanregels. Omdat verwezen wordt naar het moederplan zijn de regels in dit plan zeer beknopt. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan.
In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte). De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; Pagina 31 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
• •
algemene wijzigingsregels; overige regels.
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
De bestemmingen In het plangebied is de bestemming Verkeer opgenomen. Voor de regels zijn de regels van het bestemmingsplan ‘Scholencomplex, Montfoort’. De regels zijn overgenomen en enkel niet relevante regels zijn verwijderd. Atr 3. Verkeers – verblijfsgebied De bestemming Verkeer – Verblijfsgebied regelt het toestaan van parkeren alsmede overig gebruik als groen en (verkeers-)technische voorzieningen. Er zijn op de gronden geen gebouwen toegestaan enkel bouwwerken geen gebouwen zijnde. Daarnaast is in het ontwerp voor het parkeerterrein een groenstrook opgenomen. Deze strook is expliciet opgenomen met een aanduiding zodat geborgd is dat deze groenvoorziening daadwerkelijk gerealiseerd wordt.
Pagina 32 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
6 Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan en de aanleg van de parkeerplaatsen worden door de gemeente op basis van de lopende begroting gedragen. Vanuit het plan worden geen overige kosten of risico’s voorzien. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voor zover relevant voorgelegd aan de betrokken diensten van het rijk, waterschap en gemeente. Het plan is tevens gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd. Een ieder is gedurende deze periode in de gelegenheid een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen op het ontwerpbestemmingsplan.
Pagina 33 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort
7 Bijlagen 1. Uitvoeringsprogramma Binnenstad, gemeente Montfoort, oktober 2020 2. Parkeeronderzoek Binnenstad Montfoort, rapportnummer: p191534-03, Bureau de Groot Volker, 21 februari 2020 3. Akoestisch onderzoek Activiteitenbesluit parkeerplaatsen Montfoort, referentie: PLA 22.10, Weel geluidadvies, 23- augustus 2022 4. Ecologische Quickscan Wnb Joop Westerweelstraat Montfoort, Rapportkenmerk: ER20210629v01, Ecoresult B.V., 26-01-2022 5. Aeriusberekening Joop westerweelstraat Montfoort, Plannen-makers, 14 december 2022 6. Digitale Watertoets, Plannen-makers, 5-01-2022
Pagina 34 Toelichting parkeerplaatsen Joop Westerweelstraat Montfoort