CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

wijziging gemarkeerd - Raadsvoorstel en -besluit Actualisatie Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Actualisatie uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2023-20262.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Zaaknummer

: Actualisatie uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2023-2026 : Jan Lock : Jordy Venderbos - Anja Monster : 1155169

Gevraagd Besluit De gemeenteraad van Molenlanden besluit: 1. De Actualisatie Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2023-2026 vast te stellen, waarin: a. voor de transitiethema’s Regionale Energietransitie, Warmtetransitie, Klimaatadaptatie en Circulaire economie de activiteiten zijn opgenomen die we de komende vier jaar oppakken; b. de benodigde extra middelen voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 in beeld zijn gebracht om de uitvoering van deze activiteiten te continueren en te intensiveren; c. de Veenweidestrategie niet meer is opgenomen, maar de uitstoot van de sector Landbouw wel jaarlijks bij de actualisatie van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat gemonitord blijft worden. 2. Om de activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma te kunnen voortzetten en intensiveren voor het jaar 2023 een bedrag van € 750.000 beschikbaar te stellen uit de Algemene Reserve, dit bedrag te storten in de reserve Duurzaamheidsprojecten en ten gunste te brengen van de reguliere exploitatie. 3. Voor de dekking van de jaren 2024, 2025 en 2026, naast te verwachten (extra) Rijksgelden, het college opdracht te geven zich in te spannen bijdragen van derden te verwerven. 4.

Om de CO2-reductiedoelstellingen van 2030 en 2050 te halen het college opdracht te geven om in ieder geval bij de volgende dossiers de voortgang en inzet op vermindering uitstoot scherp te monitoren en zo nodig bij te sturen:  het uitvoeren van het Gebiedsplan Veenweide  het realiseren van een Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied  het opstellen van een visie Verkeer, met daarin aandacht voor Duurzame Mobiliteit

Inleiding

In december 2021 heeft de raad van Molenlanden het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2022-2025 vastgesteld. In dit uitvoeringsprogramma is bij elkaar gebracht welke doelstellingen de Raad heeft vastgesteld om als gemeente in 2050 (nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn en wat op basis daarvan de komende jaren wordt opgepakt. Het uitvoeringsprogramma richtte zich op de volgende transitiethema’s: 1. de Regionale Energiestrategie (RES) 2. (Lokale) Warmtetransitie 3. (Lokale) Klimaatadaptatie en Bodemdaling 4. Circulaire Economie 5. Veenweidestrategie. We hebben toegezegd dit uitvoeringsprogramma telkens jaarlijks te actualiseren. Bijgaand vindt u de eerste actualisatie van het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat. In deze actualisatie kijken we terug op wat in 2022 is gerealiseerd en blikken we vooruit op welke activiteiten de komende 4 jaar (2023-2026) opgepakt zullen worden om de doelstellingen te realiseren. Wij hebben CE Delft gevraagd het uitvoeringsprogramma door te rekenen en het effect te bepalen op de uitstoot van broeikasgassen in de gemeente. Het rapport laat zien dat we met de huidige maatregelen uit het uitvoeringsprogramma de CO2-reductiedoelstellingen voor 2030 (49%) en 2050

2 (95%) niet halen. Er zijn dus aanvullende maatregelen nodig. Het rapport is bij de actualisatie van het Uitvoeringsprogramma gevoegd. We verwachten dat met name het Gebiedsplan Veenweide en het nog op te stellen Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied een duidelijke bijdrage (gaan) leveren aan de reductie van CO2. Ook helpt het om bij de op te stellen visie Verkeer duidelijk aandacht te besteden aan Duurzame mobiliteit, in zoverre dit binnen de invloedssfeer van onze gemeente ligt. Om te kunnen starten met de uitvoering van dit Uitvoeringsprogramma had de raad voor het jaar 2022 een bedrag van € 1.485.000 beschikbaar gesteld. Dit als overbrugging, totdat duidelijk zou worden hoeveel middelen het Rijk op basis van het Klimaatakkoord meerjarig uitkeert aan gemeenten. Dit bedrag zal eind van het jaar nagenoeg op zijn. Van dit bedrag is op dit moment ca. 1 miljoen besteed. Het budget is veelal gebruikt voor de inzet van personeel voor uitvoeren van “verplichte” onderdelen zoals de uitwerking van de RES-opgaves voor wind en zon, de opzet en uitvoering van Rijksregelingen RREW en Energiearmoede en de verkenningen van warmteplannen in twee dorpen en bedrijventerreinen. Deze inzet past ook bij de regisserende en met faciliterende rol die gemeenten hebben in de energietransitie.

Doel is om hiermee gedragsaanpassing en overstap op niet-fossiele brandstoffen van steeds meer inwoners en bedrijven in onze gemeente te stimuleren en ondersteunen. Het Rijk heeft voor de jaren 2023 tot en met 2030 extra middelen beschikbaar gesteld voor de energietransitie en intensivering daarvan, nog zonder een verdeling per gemeente. Deze verdeling zal via een Brede Doeluitkering, te verwachten in december 2022, worden gepubliceerd. Uitgaande van een eerdere verdeelsleutel, zijn de Rijksgelden nog onvoldoende om de kosten van dit uitvoeringsprogramma te dekken. Gezien het belang om niet stil te vallen, stellen we voor om voor het jaar 2023 € 750.000 beschikbaar te stellen uit de Algemene Reserve. We willen dit geld deels ook gebruiken om subsidies te werven voor de uitvoering van activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma vanaf 2024. Het Rijk heeft daarnaast bij de septembercirculaire aangekondigd dat per 2024 “een herijking van de middelen voor duurzaamheid” aan de orde is. Deze herijking en de mogelijke inzet van subsidies van derden, verwerken we volgend jaar in de jaarlijkse actualisatie van het uitvoeringsprogramma.

Eerdere besluiten  

Vaststelling Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2022-2026 (Raad dec 2021) RIB stand van zaken Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2022-2026 (juli 2022)

Beoogd effect

De Raad van Molenlanden stelde in 2021 op verschillende duurzaamheidsdossiers visies en strategieën vast. Daarin zijn diverse korte en lange termijn doelstellingen geformuleerd om als gemeente in 2050 (nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. Met het beschikbaar stellen van nieuw budget voor dit uitvoeringsprogramma, kunnen we (verder) werken aan het realiseren van deze doelstellingen.

Argumenten

1.1 De inzet op energiebesparing in het Uitvoeringsprogramma loopt de komende jaren door

De enorme prijsstijgingen van energie in 2022 raakt onze inwoners en bedrijven rechtstreeks in hun portemonnee en leidt zelfs tot energiearmoede. Dit vraagt onze inspanning. De interesse en noodzaak om (duurzaam) energie te besparen is daarmee groter dan ooit. Uit de terugblik blijkt dat Molenlanden zich in 2022 intensief heeft gericht op het stimuleren van duurzame energiebesparing en op het ontwikkelen van maatregelen/instrumenten om die energiebesparing te versnellen. We zetten onder andere via deze regelingen (zoals regeling Energiearmoede en energiebesparingsabonnement) ook de komende jaren heel bewust in op energiebesparing, waarbij we telkens als eerste stap energiecoaches “aanbieden” die huishoudens op maat energiebesparingsadvies geven. Daarnaast start in 2023 het Nationaal Isolatieprogramma. Molenlanden zal in het 1e kwartaal een aanvraag doen om aanspraak te maken op deze Rijksgelden. Na goedkeuring willen we de regeling al direct in 2023 implementeren in Molenlanden.

1.2 Het continueren en versnellen van warmteverkenningen is nodig

Onze inzet is om de komende jaren per kern te verkennen wat het meest kansrijke duurzame warmtealternatief is en wanneer de transitie naar deze aardgasvrije warmteoplossing ingaat. We zijn in 2022 gestart in twee dorpen: Bleskensgraaf en Giessenburg. Vanuit het uitgangspunt dat we dit samen met onze inwoners en bedrijven willen doen, merken we dat een gezamenlijke opstart van een warmteverkenning echt tijd vergt. De investering in het netwerk is evenwel belangrijk om een solide basis te leggen voor het uitvoeren van de verkenningen met voldoende draagvlak.

3 Het is daarbij noodzakelijk om te versnellen. Het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten voortvarend aan de slag moeten met het maken van uitvoeringsplannen en dat een Warmteprogramma een verplicht op te nemen onderdeel onder de Omgevingswet (Wgiw) wordt. In 2026 kan daarbij niet enkel meer een cv-ketel aangeschaft worden, maar moet dit minimaal een hybride systeem (cvketel met warmtepomp) zijn. Voor woningcorporaties geldt deze verplichting niet als er zicht is op de aanleg van een warmtenet binnen afzienbare tijd. Om tot dit zicht te komen, moeten we daarom in 2023 de haalbaarheid hiervan nader verkennen voor die kernen waar een warmtenet kansrijk/semi-kansrijk is.

1.3 In 2023 is een herijking van de RES noodzakelijk Een herijking van de Regionale Energie Strategie in 2023 noodzakelijk. De beide RESwindzoekgebieden A15-Oost en Avelingen zijn komen te vervallen. Het vergt extra inspanning en middelen om met elkaar te komen tot een dusdanige nieuwe uitwerking dat het bod qua omvang vergelijkbaar is met het RES 1.0-bod. 1.4 De veenweidestrategie maakt niet langer onderdeel uit van de actualisatie van het Uitvoeringsprogramma, de monitoring van de uitstoot van de sector Landbouw wel De in het uitvoeringsprogramma opgenomen Veenweidestrategie en duurzame landbouw heeft in 2022 een vlucht genomen, onder andere door de gestelde stikstofdoelen. Hiervoor wordt in 2023 een gebiedsplan Landelijk Gebied opgesteld. Omdat de financiering, informatievoorziening en besluitvorming los staat van het Uitvoeringsprogramma, kiezen we ervoor om de activiteiten niet langer in het Uitvoeringsprogramma op te nemen. Voor de volledigheid: het monitoren op de CO2-reductiedoelstellingen gebeurt jaarlijks via de actualisatie van het Uitvoeringsprogramma. Deze monitoring is breder dan de in het Uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten. We monitoren de CO2 reductie voor alle sectoren die in Molenlanden relevant zijn, en dus zeker ook de sector Landbouw, om de doelstellingen te halen.

2.1 De rijksmiddelen zijn nu nog onvoldoende om de kosten van het uitvoeringsprogramma te dekken Het Rijk heeft voor de jaren 2023 tot en met 2030 extra middelen beschikbaar gesteld voor de energietransitie en intensivering daarvan. De exacte bedragen/verdeelsleutel maakt het Rijk naar verwachting eind van het jaar bekend. De volgende bedragen zijn een eerste indicatieve weergave op basis van de eerder toegepaste verdeelsleutel van het Rijk: o 2023: € 728.471,o 2024: €1.218.421,o 2025: €1.757.221,o 2026: €1.958.148,Het Rijk heeft overigens aangegeven de bijdragen voor gemeenten in de jaren 2023 en 2024 naar voren te willen halen om de gemeente meer tegemoet te komen in deze twee jaren. Om welke bedragen het gaat, weten we nog niet. Deze brede doeluitkeringen kunnen overigens direct per 2023 ingezet worden. Hiervoor is geen college- of raadsbesluit nodig.

Uit de Rijksmiddelen kunnen wij de komende jaren grofweg de volgende activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma dekken: o Uitvoeren van de Regeling Energiearmoede o Uitvoeren van Nationaal Isolatieprogramma (indien aanvraag Molenlanden goedgekeurd wordt door het Rijk) o Het opstellen van de RES 2.0 o Actualisatie van de Transitievisie Warmte (eens in de vijf jaar) o Uitvoeren warmteverkenningen, overall aanpak en nadere verkenning warmtenetten (deels te financieren uit Rijksmiddelen, maar nog niet kostendekkend.) Met de inzet van de gemeentelijk reserve Duurzaamheidsprojecten komen we de eerste jaren gemiddeld € 750.000 per jaar tekort om alle activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma uit te voeren. Voor de continuering van de activiteiten in 2023 stellen wij voor €750.000 uit de Algemene Reserve beschikbaar te stellen en dit bedrag in de reserve Duurzaamheidsprojecten te storten. De reserve Duurzaamheidsprojecten zetten we de komende jaren al in als dekkingsmiddel. We kunnen zo nodig de dekking voor 2023 uit deze reserve verhogen (naar voren halen) als de brede doeluitkering voor 2023 lager uitvalt. Als de brede doeluitkering in 2023 hoger uitvalt, verrekenen we dit met het bedrag dat we uit de Algemene Reserve onttrekken.

4 3.1 Vanaf 2024 willen we het tekort dekken via (extra) Rijksgelden en middelen derden Het Rijk heeft in de septembercirculaire een herijking van de middelen voor duurzaamheid vanaf 2024 aangekondigd. Onduidelijk is nog wat dit voor Molenlanden betekent. We verwerken dit volgend jaar bij de actualisatie van het Uitvoeringsprogramma van 2024 en verder. Vanaf 2024 zullen we geen beroep meer doen op de Algemene Reserve voor de financiering van het Uitvoeringsprogramma. Naast de (extra) rijksmiddelen willen we inzetten op externe financiering. We gaan de uitdaging aan om subsidies op Duurzaamheid en Innovatie binnen te halen. We denken bijvoorbeeld aan een aanvraag uit het Plattelandsontwikkelingsfonds. Mogelijk kunnen we daarbij verbinding leggen tussen dit Uitvoeringsprogramma en het op te stellen Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied. Het werven van middelen van derden vergt een expertise die we niet in huis hebben. We willen een deel van de 750.000 in 2023 gebruiken om deskundigheid aan te trekken om financiering door derden voor elkaar te krijgen.

4.1 Om de CO2-reductiedoelstellingen van 2030 en 2050 te halen, is meer inspanning nodig dat nu in Uitvoeringsprogramma staat Het bijgevoegde CO2-rapport laat zien dat we met de huidige activiteiten uit het uitvoeringsprogramma de CO2-reductiedoelstellingen niet halen. Het uitvoeringsprogramma bestaat met name uit maatregelen die gericht zijn op het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Dit past ook bij de rol van een gemeente om de lokale energietransitie te trekken. Deze sector is goed voor 18% van de totale broeikasgasemissies in Molenlanden. Uit de verkenning van CE Delft blijkt dat de sectoren landbouw en mobiliteit met 44% en 30% grotere veroorzakers van emissies zijn. Zij hebben daarmee grotere potentie voor CO2 -reductie, maar tegelijkertijd past daarbij wel de kanttekening dat de invloed van de gemeente soms beperkt is. Bij mobiliteit bijvoorbeeld, maakt de provincie keuzes rond openbaar vervoer en wordt de hoge uitstoot deels veroorzaakt door Rijkswegen. Waar we als Molenlanden (wel) aan de knoppen kunnen draaien, willen we inzetten op extra maatregelen om het doel van 95% CO2-reductie in 2050 te halen. De veenweideaanpak en het nog op te stellen gebiedsplan Landelijk Gebied zullen naar verwachting hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Daarnaast willen we een visie Verkeer opstellen met daarin aandacht voor duurzame mobiliteit.

We beseffen dat dit geen grote invloed op de CO-2 reductie zal hebben, maar het legt wel een goede basis om (waar mogelijk) in te zetten op duurzame mobiliteit. Door het jaarlijks bij de actualisatie van het uitvoeringsprogramma strak te monitoren op CO2 indicatoren en reductie, volgen we de effecten en houden we scherp in hoeverre Molenlanden de reductiedoelen haalt en waar bijstelling/meer nodig is.

Kanttekeningen

1.1 De te verwachten Rijksmiddelen voor de Energietransitie zijn ingeschat Pas in de december verwachten we exact te weten hoeveel en onder welke voorwaarden het Rijk voor de energietransitie brede doeluitkeringen aan Molenlanden verstrekt voor de komende jaren. Dit uitvoeringsprogramma loopt daarop vooruit. Vanwege de continuïteit is het onwenselijk te wachten tot in december. Dit betekent immers dat het op zijn vroegst pas in januari in de Raad behandeld kan worden. Dit is bijvoorbeeld te laat om goede en ingewerkte inhuur vast te houden. Vandaar dat we het Uitvoeringsprogramma nu aan u voorleggen en we de reserve Duurzaamheidsprojecten, zo nodig, als buffer gebruiken. 1.2 Het binnenhalen van subsidies is geen zeker pad, maar we gaan de uitdaging graag aan We hebben nog geen goed beeld van de mogelijkheden en daarmee van de slagingskans om als Molenlanden subsidies binnen te halen voor duurzaamheid en innovaties. Ook weten we dat een voorwaarde van veel subsidies co-financiering is en je derhalve als gemeente ook bij moet passen. Maar al met al is het een serieuze verkenning zeker waard. We rapporteren u volgend jaar (op zijn laatst) bij de actualisatie van het uitvoeringsprogramma voor 2024 wat onze zoektocht heeft opgeleverd aan middelen.

Extra uitleg bij de kosten

Het berekende extra budget in het Uitvoeringsprogramma is verdeeld in personeelslasten en uitvoeringsbudget. De personeelslasten hebben we berekend op basis van benodigde uren met een gangbaar uurtarief. Het gaat hier om extra budget dat nog niet in de begroting is opgenomen.

5

Vervolgstappen

 Via een persbericht communiceren we over uw besluit over het uitvoeringsprogramma.  Rond de zomernota informeren we via een RIB over de voortgang van het Uitvoeringsprogramma Telkens aan het eind van het jaar actualiseren we het Uitvoeringsprogramma inclusief de financiële paragraaf.

Bijlagen 1 2

Actualisatie Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat Molenlanden 2023-2026 Verkenning Klimaatbeleid gemeente Molenlanden - CO2-effecten van het Uitvoeringsprogramma duurzaamheid en klimaat (Rapport CE Delft) 3 Monitoringsrapportage Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat (OZHZ) 4 Stand van zaken Algemene Reserve

6

Raadsbesluit Onderwerp

: Actualisatie uitvoeringsprogramma

Zaaknummer Portefeuillehouder

: 1155169 : Wethouder Jan Lock

Duurzaamheid en Klimaat 2023-2026

De raad van de gemeente Molenlanden:

Gelet op het bijbehorende raadsvoorstel; Besluit:

1. De Actualisatie Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2023-2026 vast te stellen, waarin: d. voor de transitiethema’s Regionale Energietransitie, Warmtetransitie, Klimaatadaptatie en Circulaire economie de activiteiten zijn opgenomen die we de komende vier jaar oppakken; e. de benodigde extra middelen voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 in beeld zijn gebracht om de uitvoering van deze activiteiten te continueren en te intensiveren; f. de Veenweidestrategie niet meer is opgenomen, maar de uitstoot van de sector Landbouw wel jaarlijks bij de actualisatie van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat gemonitord blijft worden. 2. Om de activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma te kunnen voortzetten en intensiveren voor het jaar 2023 een bedrag van € 750.000 beschikbaar te stellen uit de Algemene Reserve, dit bedrag te storten in de reserve Duurzaamheidsprojecten en ten gunste te brengen van de reguliere exploitatie. 3. Voor de dekking van de jaren 2024, 2025 en 2026, naast te verwachten (extra) Rijksgelden, het college opdracht te geven zich in te spannen bijdragen van derden te verwerven. 4.

Om de CO2-reductiedoelstellingen van 2030 en 2050 te halen het college opdracht te geven om in ieder geval bij de volgende dossiers de voortgang en inzet op vermindering uitstoot scherp te monitoren en zo nodig bij te sturen:  het uitvoeren van het Gebiedsplan Veenweide  het realiseren van een Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied  het opstellen van een visie Verkeer, met daarin aandacht voor Duurzame Mobiliteit Aldus besloten tijdens de openbare raadsvergadering van de gemeente Molenlanden, gehouden op 10 november 2022

de griffier,

de voorzitter,

Marjolein Teunissen

Theo Segers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=9810b0e2-9703-4a93-938b-110ca8705187