Vragen ChristenUnie - Entreezone Kinderdijk
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 16 juni Zaaknummer: 1246731 Steller van de vragen: Harry Stam Politieke partij: ChristenUnie Onderwerp: Kinderdijk Portefeuillehouder: dit veld wordt ingevuld door het college Behandelend ambtenaar: dit veld wordt ingevuld door het college Toelichting: Uitgangssituatie: • Ambitie en gezamenlijke visie (2019): Het UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk wordt het eerste icoon in de wereld waar het ontwikkelen van de toeristische hotspot samengaat met verbeteren van de leefbaarheid, het behouden van de beleving, rust en ruimte en het versterken van de natuur”. Alles gaat hier dus om de balans daartussen. •
Bij de vaststelling van de stedenbouwkundige visie voor het entreegebied (2022) is een aantal aandachtspunten geformuleerd: verkeersveiligheid, overlastvermindering en het creëren van een aantrekkelijk groengebied.
•
In het Bestuurlijk Platform Kinderdijk (BPK) is samenwerking tussen partijen de key-factor; zo ook de samenwerking tussen SWEK, Belangenvereniging Leefbaar Kinderdijk (BVLK) en de Huurdersvereniging Vereenigde Molenbewoners. In 2017 is met de laatste een convenant afgesloten waarin o.a. staat dat Partijen afspreken elkaar vroegtijdig te betrekken bij nieuwe plannen om een beter begrip en verstandhouding te bereiken.
Bij de fractie van de ChristenUnie is de indruk ontstaan dat de samenwerking met directe stakeholders in de afgelopen jaren lijkt te zijn verminderd. Dat komt o.a. tot uitdrukking in het proces van totstandkoming van de 3 scenario's voor de entreezone, na de co-creatie, en daarna in de verdere planvorming naar besluitvorming door college en raad enerzijds en uitwerking van beleid in operationele zin. Ons bereiken regelmatig daarvan signalen en ook is door het college zelf aangegeven dat het in de afgelopen periode enige afstand tussen stakeholders heeft gemerkt. Ook de raad heeft meerdere keren gevraagd om een update van de stand van zaken in de vorm van een RaadsInformatieBrief (RIB) ruim voorafgaande aan een Beeldvormende avond. Deze RIB is er uiteindelijk wel gekomen, maar onze fractie is van mening dat daarin een reactieve houding is aangenomen door het college richting de raad, mogelijk in de veronderstelling dat het college in de Beeldvormende avond de nodige vragen kan
beantwoorden. Echter, de Beeldvormende avond op 10 juni had het nieuwe Bestemmingsplan entreezone als focus. Ook de inhoud van deze RIB zorgt voor een serie vragen en zorgen die wij bij het college willen neerleggen om klaarheid te geven in veel onderwerpen. Wij vinden zelf ook dat het ontzettend veel vragen zijn, maar denken dat de toegenomen afstand tussen het college en het dorp enerzijds en het college en de raad op dit onderwerp (mede) oorzaak daarvan is. Na gesprekken met diverse stakeholders in de afgelopen maanden en de toetsing van de RIB en het geactualiseerde Uitvoeringsprogramma 2024-2028 bijlages aan de hierboven genoemde ambitie, doelstellingen en samenwerkingsafspraken, hebben wij de volgende vragen:
Vragen: •
•
De RIB zelf: ▪
Waarom is er de intentie van het college om Buena Vista en WK4 aan SWEK over te dragen? Welke noodzaak ziet het college hiertoe en welke risico’s ziet het college als men tot verkoop overgaat, bijvoorbeeld in de regievoering? Graag duidelijke argumentatie en risicoanalyse van dit voornemen/deze intentie.
▪
Synergie leefbaarheid en toerisme: aankoop panden en staatssteun. In het verleden is er bij de aankoop van het pand van bakkerij Stam aangegeven dat subsidieverstrekking gezien kan worden als staatssteun, maar aankoop van panden als WK4/BV en overdragen aan SWEK valt waarschijnlijk niet onder staatssteun. Waarom de ene maatschappelijke stichting wel en de andere maatschappelijke stichting niet?
▪
Als je kijkt naar de ambitie en doelstelling en de daarin genoemde balans tussen leefbaarheid en toerisme, hoe duidt het college feitelijk (dus niet in termen van 'op de goede weg' of 'draagt bij aan', enz.) deze balans en hoe verhoudt deze balans zich met de steeds meer opkomende trend van regeneratief toerisme zoals deze mogelijkerwijs ook in het nieuwe TAM-beleid wordt opgenomen?
▪
In de samenstelling van het BPK is het benoemen van een specifieke rol en functionaris die als een 'critical friend' (quality rol) verantwoordelijk is voor stimulering van aandacht voor en het borgen van juist deze balans wellicht een goede aanvulling. Deze persoon kan in die rol doorlopend alle ingrepen in het werelderfgoed toetsen aan een aantal criteria, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en authenticiteit. Tevens helpt dit een consistente lijn in te zetten richting toekomst en behoud van het erfgoed voor toekomstige generaties. Ziet het college dit als een mogelijkheid tot verbetering hiervan in plaats van of naast een gedeelde verantwoordelijkheid bij alle partijen?
Rapportage van het Uitvoeringsprogramma: ▪
Samenwerking stakeholders BVLK en VM o
Hoe duidt het college de invulling van het in het (Molen)bewonersconvenant opgenomen 'elkaar vroegtijdig betrekken bij nieuwe plannen'? En hoe duidt
het college de mate van het te bereiken van beter wederzijds begrip en verstandhouding met de Vereenigde Molenbewoners?
▪
o
In hoeverre verhoudt zich een zakelijke verhouding 'verhuurder/huurder' tot de afgesproken samenwerking bij nieuwe plannen? Hoe verloopt dit en hoe ziet de gemeente feitelijk haar rol als eigenaar van de molens in relatie tot het huurbeleid?
o
Zijn er concrete afspraken tussen de gemeente en SWEK inzake de regelgeving rond de verhuur van de molens aan de molenbewoners? Zo niet, vindt het college dat er (contract) afspraken tussen de gemeente en SWEK dienstig kunnen zijn en zo ja wanneer neemt het college hierin het initiatief om dit tot stand te brengen? Zo niet, hoe ziet het college dat deze zakelijke relatie professioneel wordt ingevuld?
o
Op welke wijze en bij welke programma onderdelen zijn de BVLK en de Vereenigde Molenbewoners concreet betrokken (geweest) bij de totstandkoming van het Uitvoeringsprogramma 2024-2028?
lijn 1: Behoud en beleefbaar levend en werkend erfgoed & natuurbeheer: o
1.1: Onder het kopje belang en afhankelijkheden staat de volgende passage: "Afstemming met Waterschap en Provincie voor educatieve inzet van het gemaal ter ondersteuning van de waterkwaliteit." Kunt u aangeven hoe educatieve inzet de waterkwaliteit ondersteunt in dit deel van het programma?
o
1.3: Gezamenlijke erfgoedvisie: er worden o.a. het huurbeleid en verduurzamingsbeleid genoemd, dus afstemming met de Vereenigde Molenbewoners is vereist. Hoe staat het met die afstemming op dit punt?
o
1.4: Recent is een vacature voor een extra directeur (bedrijfsvoering) bij SWEK opengesteld. In de jaarrekening 2023 blijkt dat de helft van de lasten is besteed aan personeelskosten. Aan de primaire taak (onderhoud molens en Wisboomgemaal) slechts minder dan 10%. Er wordt dus een significant bedrag besteed aan personeelskosten in relatie tot de kerntaak van SWEK. Bij de aanstelling van een 2e directeur wordt deze verhouding nog schever en leidt tot minder opbrengsten bij SWEK en is daarmee rechtstreeks van invloed op het financiële resultaat en dus ook op de opbrengsten die naar de gemeente/gemeenschap vloeien. In de financiële afspraken zullen immers de verwachte bedrijfsresultaten van groot belang zijn bij het vaststellen van de afspraken. Hoe kijkt het college aan tegen deze financiële verhouding en is er door de gemeente naar de mening van het college voldoende invloed uit te oefenen op de taak van de RvT van SWEK op de (financiële) bedrijfsvoering? In welke mate draagt de aanstelling van een 2e directeur bij aan de doelstelling van het behoud werelderfgoed in balans met de leefbaarheid? Kunt u aangeven wat de SWEK de afgelopen jaren (2023 en 2024 toen het uit de rode cijfers was) concreet heeft bijgedragen aan het leefbaar houden van het dorp en de molens?
o
1.5: Onderzoeken mogelijkheden molens voor waterbeheer: Waarom worden hier niet de molenaars/-bewoners genoemd en alleen het Waterschap voor het peilbeheer en de Provincie voor natuurwaarden?
▪
o
1.7: Het educatieplan heeft de status 'loopt' maar hoe dit loopt wordt niet vermeld. Is het uitgangspunt om in dat plan ook meer verbinding met basisscholen te leggen, bijv. door goedkoper tarief te hanteren en (meer) schoolprojecten te ondersteunen? Graag enige duiding van doelstellingen.
o
1.8 Beeldkwaliteitsplan: waarom ontbreken hier de molenaars en -bewoners als in het gebied wonend en werkend, uitvoerenden in beeldbepalend landschap en in hun functie tevens integraal onderdeel van het werelderfgoed zijnde? Ziet de gemeente bewoonde molens ook als cruciaal voor het behoud van het erfgoed en is daarin voortzetting van generaties molenbewoners een pré ten opzichte van de komst van nieuwe bewoners die geen historische binding hebben?
o
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan:1.8 Beeldkwaliteitsplan: Hoe verhoudt een 'uniforme inrichting die dienstbaar is aan de beleving van het erfgoed' zich tot de historische beeldkwaliteit van het gebied waar juist molenaars ‘koning’ waren/zijn in het creatief omgaan met beschikbare middelen en materiaal? Is het de bedoeling dat alle molens er hetzelfde uit gaan zien of gaat het hier alleen om infrastructuur en voorzieningen zoals een entree gebouw? Kortom, wordt historische culturele pluriformiteit ook geborgd in dit plan?
o
1.9 Herbestemming Waardhuis vd Overwaard: is her-bewoning (souterrain was vroeger dienstwoning) ook een optie en waarom wel/niet?
lijn 2: Beheersen bezoekersstromen o
Is bekend welke (pos./neg.) effecten het bezoekersmanagement heeft op lokale voorzieningen zoals Ons Dagelijks Brood en De Klok? Is dit onderdeel van evaluatie en welke kansen/bedreigingen liggen op dat vlak in het kader van creëren van win-win situaties en de balans in leefbaarheid en toerisme?
o
2.3 Uitvoeringsagenda Bezoekersmanagement: Bijzonder dat bij het belang en de inspanningen wel stakeholders worden genoemd, maar juist niet de kerngroep zoals inwoners en bewoners. Ook hier ontbreekt de benoeming van samenwerking met bewoners en hun belangenbehartiging. Zie ook de opmerking hieronder bij 3.1. Waarom ontbreken deze elementaire stakeholders stelselmatig in dit Uitvoeringsprogramma juist waar je het wel verwacht?
o
2.5 Project Ketenmobiliteit: waarom ontbreken hier de kansen op win-win situaties voor toerisme en dorp in de verbetering van diverse vormen van OV? Je zou verwachten dat zo'n kans rechtstreeks de balans tussen leefbaarheid en toerisme positief beïnvloedt tenslotte.
o
2.7 Overnachtingsplaatsen campers: De Inspanningen spreken alleen over waarschijnlijke toename van het aantal parkeerplekken voor campers, maar hoe staat het met de mogelijkheid om bij de huidige camperplaats in NwLLWest al dan niet te overnachten? Nu mag het niet en de bewoners hebben destijds zorgen geuit, maar wat is de visie van het college hierop, nu de parkeerplaats inmiddels enige tijd functioneert? Ziet het college dit als een kans of als een bedreiging (zie ook 3.4 en 4.4)? En hoe staat het met ideeën om vanaf de camperparkeerplaats een verbinding met de Tiendweg
te leggen die zowel voor toeristen als bewoners van de Lekdijk gunstig zou kunnen zijn? o
▪
▪
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan 2.7 Campers: Wat zijn de effecten van de toename van campers/bussen op de parkeerplaats NLL-West in bijv. dwalende bezoekers op de Boezemkade, onveilige verkeerssituaties door plotseling remmende campers die pas dan zien dat er mag worden geparkeerd maar tijd nodig hebben om bebording te lezen, in de berm parkeren omdat het op de Schoordijk verderop onmogelijk is gemaakt maar op dit stuk van de Lekdijk/Schoordijk nog wel mogelijk is, enz.?
lijn 3: Leefbaarheid omgeving o
3.1 Overleg met dorp over uitvoering dorpsagenda en nauwere samenwerking SWEK en dorp: Er is geen status opgenomen, maar alleen een mededeling dat dit niet meer als apart onderwerp in het Uitvoeringsprogramma wordt meegenomen. Waarom wordt hier geen aparte status meer van vermeld? Het gaat nu deels op in de overige projecten waar relevant, maar dit punt is, naast de samenwerking op relevante inhoudelijke onderwerpen, juist opgenomen omdat het een cruciaal onderdeel is wat constante aandacht vereist en regelmatige evaluatie. Zie hiervoor het traject van uitwerking 3 opties Entreegebied en de kritiek van eerdere deelnemers aan de co-creatie op met name het 'terugtrekken in de ivoren torens door het BPK'. Hoe kan anders het Doel van deze lijn "Het molengebied, de dorpen Kinderdijk, Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland zijn een prettige plek om te wonen, waar bewoners direct en indirect profiteren van de nabijheid van het werelderfgoed en het toerisme, zodat voorzieningen in stand kunnen blijven." goed in het oog worden gehouden? Het gaat toch om de balans tussen leefbaarheid en toerisme, dus waarom geen expliciete aandacht in het programma maar opgaand in de diverse initiatieven?
o
Zijn er nog andere aandachtspunten dan het Waterbeheer voor de Leefbaarheid van de Omgeving en op welke punten is er gedacht aan het verbeteren van de leefbaarheid van de omgeving?
Lijn 4: Ontwikkelprojecten o
4.1 Herontwikkeling Entreegebied: de vermelding in de kolom Opmerkingen op de laatste pagina: voorbereiden overdracht panden 2025/2026. Gaat dit over Buena Vista en WK4? Zie opmerking hierboven bij de RIB zelf.
o
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan 4.5 Herinrichting Molenstraat/Lekdijk: Op welke wijze zijn onze inwoners hierbij betrokken (zie ook de opmerking bij 3.1..)?
o
4.8 Open verbinding tussen lage boezems: De gemeente is inmiddels op de hoogte gebracht door het Waterschap en het speelt kennelijk pas in 2029, maar op welke wijze zijn molenaars/-bewoners hierbij betrokken?
o
Vraag t.b.v. het Brestemmingsplan 4.10: Scheiden voetgangers en fietsers op Middelkade: In de kolom Opmerking staat dat dit wordt meegenomen in project 1.8 (beeldkwaliteitsplan) maar in de samenvatting van het project staan nog 4.1 en 4.4. Voor 4.1 (Herontwikkeling Entreegebied) is dit helder maar welke relatie ligt er met het genoemde
punt 4.4 of moet dit een ander project zijn? Hoe verhoudt zich deze scheiding met de verkeersveiligheid en de kennelijke voorkeur voor shared spaces bij de Entreezone? Op welke wijze worden kritische tegengeluiden van (verkeers)deskundigen meegewogen om te besluiten over deze keuzes en worden deze ook transparant gemaakt? ▪
Overige: o
Vraag t.b.v. het Brestemmingsplan De parkeerfunctie in het werelderfgoed verdwijnt. Hoe wordt de capaciteit van deze parkeervoorziening opgevangen op momenten dat de shuttlebus niet rijdt, bijvoorbeeld in de winter en de avonduren?
o
Vraag t.b.v. het Brestemmingsplan Hoe wordt omgegaan met het verdwijnen van verkeersregelaars als gevolg van het opheffen van de parkeervoorzieningen, hoe worden toeristen de juiste weg gewezen, hoe wordt voorkomen dat er geen ongewenst autoverkeer op de Middelkade komt, aangezien de entreezone ook de toegang is voor de woningen aan de Nederwaard? De ervaring op de Blokweersche kade leert namelijk dat toeristen zich veelal niet door borden laten tegenhouden.