Vragen ChristenUnie - Communicatie en vervolg omwonenden gemeentewerf Nieuw-Lekkerland
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 20 februari 2026 Zaaknummer: 1262403 Stellers van de vragen: Harry Stam Politieke partij: ChristenUnie Molenlanden Onderwerp: Vragen communicatie omwonenden mogelijke asielopvanglocatie Gemeentewerf in Nieuw-Lekkerland
Portefeuillehouder: dit veld wordt ingevuld door het college Behandelend ambtenaar: dit veld wordt ingevuld door het college Toelichting:
In de afgelopen weken hebben wij tientallen gesprekken gevoerd met inwoners van
Nieuw-Lekkerland over de mogelijke asiellocatie gemeentewerf in Nieuw-Lekkerland.
Wat ons trof waren de gesprekken met de inwoners die op het Koggeplantsoen wonen. Alle gesprekken die we met hen hebben gevoerd komen op dezelfde teleurstelling en zorg bij hen neer: -
“er viel plompverloren een brief van de gemeente op de mat met zo’n ingrijpende mededeling. Waarom is dat niet in een persoonlijk gesprek met ons gedeeld”
-
“het gros van ons is (hoog)bejaard of heeft een andere kwetsbaarheid; waarom moeten er nu juist hier bij onze achtertuin zoveel mensen komen wonen die ook in een kwetsbare situatie verkeren”
Wij begrijpen dat dit bij hen een grote zorg met zich meebrengt en het hun kwetsbaarheid vergroot. Mede veroorzaakt omdat deze mensen in hun kwetsbaarheid vaak minder goed
in staat zijn om zo’n mogelijke verandering met zoveel impact goed te kunnen doorstaan. Daarom vinden wij het jammer dat de gemeente de omgang met juist deze kwetsbare
aanwonende inwoners op deze manier heeft gevoerd en zijn met hen bezorgd of er in de volgende stap(pen) wél voldoende individuele persoonlijke aandacht voor hen en hun kwetsbare situatie is.
Hierover hebben wij de volgende vragen:
Vraag 1:
Erkent het college dat de communicatie met en betrokkenheid op deze bijzondere groep inwoners onvoldoende is uitgevoerd in aanloop naar de brief die alle inwoners van de betreffende dorpen hebben ontvangen? Zo ja, wat had daarin anders moeten worden aangepakt en welke lessen heeft het college daaruit geleerd?
Vraag 2:
Op welke wijze pakt het college in deze fase én in het vervolgtraject de communicatie op en dan met name met deze kwetsbare groep inwoners die direct grenzen aan de
gemeentewerf in Nieuw-Lekkerland? Komen er bijvoorbeeld op meerdere momenten
individuele en persoonlijke gesprekken met hen zodat zij hun onzekerheid, zorgen en vragen direct kunnen delen met de gemeente, anders dan of aanvullend op de informatiesessies die zijn geweest? Vraag 3:
Op welke wijze past het college de geleerde lessen uit dit traject toe in de volgende
stap(pen) in dit traject naar definitieve vaststelling van asiellocatie(s)? Kunt u daar meer helderheid over geven en dan ook voor andere dorpen in Molenlanden waar u mogelijk een definitieve locatie vaststelt? Vraag 4:
Is het college van plan om het aspect ‘afstand tot woningen’ alleen vanuit wettelijke regels ten aanzien van ruimtelijke ordening te wegen in de volgende onderzoeksfase of kijkt het college ook naar andere factoren daarbij?