Vragen CDA - Vervallen voorkeursrecht Bleskensgraaf West
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 20/10/2025 Zaaknummer: 1254991 Steller van de vragen: Maarten Klink Politieke partij: CDA Onderwerp: Informatie voorkeursrecht Portefeuillehouder: Behandelend ambtenaar: Toelichting: Op 12 juli 2022 heeft het college besloten om een voorkeursrecht te vestigen op twee
percelen binnen het plangebied van Bleskensgraaf West. In de raadsinformatiebrief die het college destijds stuurde (zaaknummer 1147851) benoemde het college de redenen daarvoor:
‘’De gemeente wil haar regiepositie bij de ontwikkeling van woningbouw op
Bleskensgraaf West versterken. Deze regiefunctie kan versterkt worden met het aanwijzen van gronden op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg).
Daarmee wordt de uitgangspositie van de gemeente op de grondmarkt versterkt. We zijn in gesprek met de grondeigenaren over de ontwikkeling op de bewuste
locatie. De Wvg wordt gezien als aanvullend instrument op deze gesprekken en niet als vervanging. Door ons besluit kunnen de eigenaren zolang zij met de
gemeente in gesprek zijn, niet aan derden verkopen. Daarmee voorkomen we dat
partijen hun grond verkopen aan derden die andere ontwikkelingsplannen hebben, waarmee de kans om een kwalitatief hoogwaardig en integraal woningbouwplan te ontwikkelen wordt beperkt.’’
Op 22 september 2025 is het voorkeursrecht van rechtswege vervallen, terwijl het
eenvoudig had kunnen worden verlengd (zie de beantwoording op de vragen van 06-102025) .
Vraag 1: Wat is er sinds 12 juli veranderd om tot het besluit te komen dat het
voorkeursrecht niet langer gewenst is? Graag ontvang ik ook het collegebesluit en het collegevoorstel waarin deze verandering is vastgelegd.
Antwoord 1: Vraag 2a: Waarom is het in de afgelopen drie jaar niet gelukt om tot concrete afspraken te komen met de grondeigenaren? Antwoord 2a: Vraag 2b: Wilt u een een feitenrelaas over welke stappen wanneer genomen zijn.toevoegen aan deze beantwoording? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3: Tijdens de commissievergadering was de wethouder stellig en zonder voorbehoud in zijn beantwoording:
‘’De Wvg sec is natuurlijk eigenlijk dat je zegt tegen de grondeigenaar: ‘als je wil verkopen dan moet je dat aan ons doen’. Als dan die grondeigenaar naar ons
toegaat en hij zegt, ik noem maar even, ‘ik wil 3 euro per vierkante meter’ en de
gemeente zegt ‘ik heb er maar 2 voor over’, is die eigenaar vrij om te gaan om het voor 3 te verkopen aan een ander. (...) als hij een partij heeft voor die 3 en wij willen maar 2 geven, dan is hij vrij om te gaan.’’ Na tegenspraak zei de wethouder nogmaals: ‘‘De eerste afslag die u maakt is niet de juiste meneer Klink. Op het moment dat
de grond aangeboden wordt voor een genoemde prijs – ik noemde even die 3 – en je pakt hem niet en een andere partij op die markt pakt hem wel voor die prijs,
dan heb je of de keuze dat je hem aanschaft voor die prijs, en anders moet je hem laten lopen. Dus alles wat u daarna stelt is niet juist.’’
Dit stellige antwoord van de wethouder klopt niet1 en is regelrecht in tegenspraak met de opmerking uit de raadsinformatiebrief uit juli 2022:
‘’Door ons besluit [om een voorkeursrecht te vestigen] kunnen de eigenaren zolang zij met de gemeente in gesprek zijn, niet aan derden verkopen.’’
1 Zie voor het wettelijk kader vooral artikelen 10 lid 1, 11 lid 1 en 12 lid 1 van de Wet
voorkeursrecht gemeenten, en artikelen 9.7 en 9.12 lid 1 van de Omgevingswet.
Deze opmerking uit de raadsinformatiebrief van 2022 klopt. Wanneer de gemeente heeft aangegeven de grond te willen kopen, en de eigenaar de grond voor een hogere prijs wil
verkopen dan de gemeente wil aanvaarden, dan kan de eigenaar niet aan derden verkopen – zelfs als derden wel bereid zouden zijn deze hogere prijs te betalen. Als de
onderhandelingen tussen de gemeente en de eigenaar vastlopen, heeft de eigenaar slechts de mogelijkheid om de prijs te laten bepalen door de rechter.
Het antwoord van de wethouder tijdens de commissievergadering van 7 oktober is dus onjuist.
Waarom heeft de wethouder zo stellig een foutieve voorstelling van zaken gegeven? Antwoord 3: Vraag 4: Heeft deze onjuiste voorstelling van zaken ten grondslag gelegen aan het besluit om het voorkeursrecht te laten vervallen? Antwoord 4: Vraag 5: Hoe kunt u aan de inwoners van Bleskensgraaf uitleggen dat, na het al jarenlang uitblijven van woningbouw, vertraging nu weer op de loer ligt, mede door het laten vervallen van het voorkeursrecht? Antwoord 5: