Rekenkamerrapport jeugdhulp in beeld januari 2022
Tekst van het document
4. Grip door de gemeenteraad In dit laatste hoofdstuk beschrijven we in hoeverre de gemeenteraad voldoende informatie, visie en instrumenten heeft om grip te hebben op het dossier jeugdhulp. De focus ligt met name op hoe zij dit momenteel ervaren en welke mogelijkheden er zijn tot kaderstelling en sturing op dit beleidsthema. Hoe ervaart de gemeenteraad de mogelijkheden tot kaderstelling en sturing op de jeugdhulp op dit moment? Welke mogelijkheden tot kaderstelling en sturing op de jeugdhulp heeft de gemeenteraad op dit moment? Informatievoorziening aan de raad Zowel uit de gesprekken met beleid en de wethouder, als uit de notitie Onze kinderen nabij, komt naar voren dat de gemeenteraad halfjaarlijks wordt geïnformeerd met behulp 30
van cijfers van het dashboard van SOJ over de voortgang van het jeugdhulpbeleid. Ook is meegegeven dat in het voorjaar van 2022 een tussenevaluatie gepland staat, om de voortgang van de gestelde doelen te bespreken. Wat er precies in de tussenevaluatie aan bod zal komen wordt op het moment van uitvoeren van dit onderzoek (zomer 2021) voorbereid. Wel is duidelijk dat de voortgang middels een P&C cyclus wordt besproken. Naast de formele momenten waarop de raad wordt voorzien van informatie met betrekking tot het beleid, worden ook raadinformatiebijeenkomsten of beeldvormende avonden georganiseerd. De wethouder geeft aan dat dit een middel is om het contact en gesprek met de raad te versterken op het onderwerp jeugdhulp. De geïnterviewde gemeenteraadsleden geven aan alleen de laatste twee genoemde informatiestromen (raadinformatiebijeenkomsten/beeldvormende avonden) te kennen, maar niet zozeer de evaluatieafspraken. Wel geven zij aan zo nu en dan een bestuursrapportage te krijgen waarin bijvoorbeeld afwijkingen worden vermeld op de doelstellingen en de voortgang van de budgetten. Daarnaast krijgen ze inzicht doordat in beleidsdocumenten door middel van ‘actielijsten’ duidelijk wordt gemaakt op welke zaken wordt ingezet. Desalniettemin blijkt uit de gesprekken met de raadsleden dat er niet zo zeer een gebrek is aan informatievoorziening, maar wel aan de duiding of analyse ervan.
Daarnaast wordt het gevoel uitgesproken dat informatie pas laat op tafel komt, waardoor er niet meer op kritische momenten meegedacht kan worden om bepaalde sturing te geven aan beleid.
Raadsleden willen in elk geval meer inzicht krijgen waar Molenlanden nu staat met betrekking tot het beleidsplan, en de zes doelen die hierin beschreven staan. Er lijkt behoefte te zijn aan duidelijke afspraken en meer afstemming rondom informatievoorziening (denk aan momenten, de vorm en de inhoud). Kaders, controleren en de praktijk De raad is meerdere malen betrokken geweest in het proces om te komen tot het plan ‘onze kinderen nabij’. In 2019 en 2020 was er een raadswerkgroep Sociaal Domein met afgevaardigden van alle fracties, zo geven beleidsmedewerkers aan. Met deze raadswerkgroep is meermalen overlegd en afgestemd over de behoefte van de raad aan een plan en de doelen van het plan. Informerend en input ophalend is in mei 2020 met de hele raad over het plan gesproken. In juni 2020 is vervolgens, na een meningsvormende raadsvergadering en daaropvolgende raadsvergadering het besluit over het plan genomen. Ondanks dat ze zien dat een aantal (vijf á zes) ingebrachte punten tijdens de beeldvormende avond wel zijn meegenomen in de notitie (onder andere over wachtlijsten), heeft de raad de notitie niet als een coproductie ervaren. Raadsleden geven in het interview aan dat het dossier jeugdhulp als complex ervaren wordt (bijvoorbeeld bij het duiden van informatie die de raad van het college krijgt) en dat ze over het algemeen de lijn en opvattingen van het College volgen.
Vaak ontvangt de raad eerst een aanzet, waarna het proces verder door hen wordt aangescherpt.
31
Daarnaast lijkt er in bredere zin behoefte aan meer duiding en achtergrond bij de informatie die de gemeenteraad krijgt aangereikt. Want ondanks dat raadsleden aangeven vertrouwen te hebben dat het beleid aansluit op de praktijk, geven ze aan onvoldoende te kunnen stellen wat er binnen de gemeente speelt of waar ouders en kinderen behoefte aan hebben. Een analyse op de aangeleverde monitoringsinformatie zou bijvoorbeeld wenselijk zijn. Een raadslid vat het als volgt samen: “Wij hebben primair de behoefte om te weten of wij de goede dingen doen, de juiste problemen aanpakken en of we dat effectief doen”. Kennis over de lokale context is daarbij essentieel, zo geven zij aan. Wel spreken zij af en toe met inwoners, maar dat zijn dan vooral eenlingen of belangenbehartigers. Doordat er geen inzicht is in de lokale behoefte, weten gemeenteraadsleden niet goed genoeg of de doelstellingen aansluiten bij de lokale behoefte. Dit maakt het lastig om de controlerende taak goed uit te voeren.
duiding/ uitleg van de informatie aangescherpt kan worden. Het gaat hier onzes inziens om zowel de kwantiteit van de informatie als ook het verbeteren van de kwaliteit ervan. Informatie over de vraag in Molenlanden naar jeugdhulp (duiding cijfers) zal raadsleden beter in staat stellen grip te krijgen op het complexe jeugdhulpdossier. Tot slot komen we tot de conclusie dat de raad worstelt met haar controlerende rol van de raad op dit dossier.
Tot slot is besproken of de raad zelf een actieve rol neemt als het gaat om het invullen van haar controlerende rol. Proactief ergens op anticiperen als gemeenteraad wordt als lastig ervaren zeker ten aanzien van dit complexe dossier. Daar ligt overigens wel een kans geven zij aan. Ze vinden dat ze daar zelf een begin mee moeten maken, enerzijds omdat het een belangrijk thema is en anderzijds omdat er veel budget naar de jeugdhulp gaat en dit budget ook wordt overschreden. Deelconclusie Bij de totstandkoming van het jeugdhulpbeleid heeft de raad vooral aangevuld op de lijnen/de visie die door het college zijn neergelegd. Verder stellen we vast dat qua informatievoorziening met name het type informatie en de 32
Bijlage 1 - Actielijnen De verschillende actielijnen waarop wordt ingezet: • Versterken signalering In de ideale situatie zijn kinderen vanaf -9 maanden in beeld. Hoe eerder ondersteuning geboden wordt, hoe minder specialistische hulp nodig is (normalisering). Het vraagt om goede samenwerking tussen informele en formele netwerken, signalering moet worden uitgebreid (dit gebeurt o.a. in de vorm van jongerenwerk, maar ook met andere samenwerkingspartners wordt hierop ingespeeld zoals onderwijs, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, huisartsen, sportverenigingen) en er moeten voldoende afschalingsmogelijkheden zijn. Het is de rol van de gemeente om de samenwerking in het netwerk te versterken door de (verdere) opbouw van relaties, het faciliteren van ontmoeting en het uitbreiden van het jongerenwerk. • Toevoegen preventie vóór hulp Passend aanbod moet beschikbaar zijn na vroegtijdige signalering. Het preventieve aanbod wordt hiervoor uitgebreid. Investeringen zijn gericht op gezondheidsbevordering en een positief opvoed- en opgroeiklimaat. Het is de rol van de gemeente om met de partners te komen tot een passend preventief aanbod en tot concrete afspraken over de wijze van organiseren. • Indelen hulp in 1e en 2e lijn Het is de inzet van Molenlanden om zoveel als mogelijk hulp laagdrempelig te maken en naar de 1e lijn te halen. Zo wordt
de inzet van duurdere specialistische hulp voorkomen terwijl de ouders het als nabij en laagdrempelig ervaren. • Ontwikkeling perspectiefplan per gezin De caseload van jeugdprofessionals is te hoog om goede casusregie te voeren, terwijl juist kijken naar het langetermijnperspectief en een multidisciplinaire aanpak analyse en aanpak soms nodig is. Door aandacht te hebben voor het gezin als geheel is de verwachting dat de doorlooptijd van trajecten wordt verkort. Daarnaast wordt de opdracht aan een zorgaanbieder namelijk scherper en mogelijk korter van duur. Hierbinnen is een rol weggelegd voor het sociaal team. • Meer invloed op rechtstreekse verwijzingen De gemeente is 100% verantwoordelijk voor de te bieden jeugdhulp (maar heeft geen 100% controle). Om meer invloed te kunnen uitoefenen op verwijzingen is de samenwerking met de huisartsen en samenwerking in de veiligheidsketen belangrijk. • Beter regisseren van extra hulp De verantwoordelijkheid vanuit de gemeente voor de jeugdhulp maakt treffende procesregie vanuit de gemeente noodzakelijk. Hiervoor zijn verschillende elementen nodig. Dit vraagt om: 1. Inzicht in het gebruik van jeugdhulp (extra hulp) waardoor een meer gericht aanbod mogelijk gemaakt kan worden 2. Invloed op aanbieders (contractbeheer) en verwijzers 3. Casusregie door de jeugdprofessionals.
• Ontwikkelen regie- en hulp sociaal team Er wordt nog vaak hulp verlengd en onvoldoende tijdig het goede gesprek gevoerd met de aanbieder over afbouw of 33
beëindiging van hulp. Om dit mogelijk te maken zal er ruimte gecreëerd moeten worden bij de jeugdprofessionals. Dit vraagt een extra investering. Deze inzet is een belangrijk onderdeel van het regionale project ‘middelen naar de voorkant’. Dit project is erop gericht om lokaal aanbod te creëren waardoor er minder zal worden doorverwezen naar de regionale zorgmarkt. • Versterken contractuele invloed Vanaf 2022 zal sprake zijn van een nieuw inkoopkader. In februari 2020 is gestart met een regionaal traject om na te gaan hoe dit kader eruitziet, maar ook welke vorm past bij de ambitie van Molenlanden. Aandachtspunten voor Molenlanden is het inbedden van een passend lokaal aanbod. Concreet wordt gemaakt hoe dat vanaf 2022 versterkt kan worden. Hierbij wordt opgemerkt dat Molenlanden momenteel vooral samenwerkt met 15 aanbieders. Die relaties en continuïteit van zorg worden behouden.
34
Bijlage 2 - Cijfers De volgende tekst komt uit de notitie ‘Onze kinderen nabij’ en biedt inzicht in de cijfers opgeleverd vanuit de SOJ: De Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) heeft in november 2019 een dashboard opgeleverd. Het dashboard biedt inzicht in werkelijk gebruik en kosten van jeugdhulp in natura. Dit betekent dat de cijfers dagelijks wijzigen na ontvangst van een declaratie. Een eerste inzicht in de cijfers van december 2019 is met de notitie Jeugdhulp (be)grijpen, aan het college en de raad gepresenteerd. In de periode vanaf januari 2020 hebben we meer inzicht verkregen door gesprekken en data. Onderstaand bieden wij u dit inzicht. Het betreft de cijfers die verkregen zijn op peildatum 10 mei 2020.
Ontwikkeling budgetgebruik In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt welke kosten de gemeente de afgelopen jaren had voor jeugdhulp. De kolom daadwerkelijk gebruik zijn de kosten die gemaakt zijn voor de hulp van kinderen uit Molenlanden, maar omdat we tot en met 2019 solidair waren in de regio zit hier een verschil met de bijdrage. Molenlanden heeft in de afgelopen jaren meer gebruikt dan dat betaald is.
Op 5 maart 2020 is in het AB een besluit genomen over het solidariteitsbeginsel. Dit wordt afgeschaft. Voor gemeente Molenlanden heeft het afbouwen van de financiële solidariteit negatieve gevolgen. In de door de DG&J destijds aangeboden stukken, gebaseerd op de 2e burap 2019, zou de bijdrage van Molenlanden op basis van het profijtbeginsel € 1.105.453,hoger zijn dan op basis van solidariteit. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de financiële effecten uit het Plan van Aanpak Grip op Jeugdhulp Zuid-Holland Zuid (de opgelegde jaarlijkse taakstelling van 5 miljoen over een periode van drie jaar). Daarnaast willen wij hier ook de informatie uit de Kamerbrief van ministers De Jonge en Dekker noemen. Er loopt op dit moment een onderzoek of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen jeugdhulp nodig hebben. Dit onderzoek zou in het najaar 2020 zijn afgerond8. Inmiddels wordt aangegeven dat dit is uitgesteld naar een later tijdstip. In de begroting van Molenlanden zijn op dit moment voor de komende periode de volgende bedragen opgenomen ten behoeve van Jeugdhulp, inclusief de kosten inzet SOJ en Jeugdprofessionals. Hierbij is rekening gehouden met de regionale bezuiniging van 5 miljoen per jaar. Dit is de bijdrage die we betalen aan de SOJ, exclusief lokale projecten en maatregelen zoals genoemd in hoofdstuk 3.
35
2019 waren dit 67 cliënten. In totaal dus 1.228 kinderen. Dit betekent dat de cijfers die in Jeugdhulp (be)grijpen staan
In de Zomernota 2020 wordt de bijdrage voor 2020 aangepast op basis van de voorschotnota, waarin de gewijzigde verdeelsleutel (voor ML 149.179 voordelig) en 20% afbouw solidariteit (221.091) is verwerkt. De bijdrage 2020 wordt dan € 9.162.618 (dit is een voorschot waarbij rekening is gehouden met die taakstelling van 5 miljoen. Of we dit halen zal blijken uit de 2e burap van de SOJ). Met ingang van 2021 nemen we op, conform de aangeboden begroting die u als raad heeft gekregen bij de zienswijze: 2021 8.752.328 + afb solidariteit 552.727 = 9.305.054 2022 8.368.966 + afb solidariteit 884.362 = 9.253.329 2023 8.368.854 + afb solidariteit 1.105.453 = 9.474.307 Hierbij wordt wel de kanttekening gemaakt dat afgevraagd kan worden of het ambitieuze financiële kader zal worden gerealiseerd (3 x 5 miljoen bezuinigen). Zie hiervoor ook uw zienswijze.
opgenomen niet meer correct zijn. In Molenlanden krijgt 1 op de 10 kinderen jeugdhulp. Volgens het Nederlands JeugdInstituut is dat in Nederland 1 op de 8. Dit betekent dat er vanaf 2018 een stijgende lijn zit in het aantal cliënten dat gebruik maakt van jeugdhulp in Molenlanden. Wel is dit lager dan het Nederlands gemiddelde en het gemiddelde in Zuid-Holland Zuid. Kinderen in Molenlanden maakten met name gebruik van specialistische GGZ (2019: 524; 39%), AWBZ (2019: 192; 14,3%), Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (2019 177; 13,2%) en Jeugd & Opvoedingsondersteuning (2019: 125;
Cliënten, producten en verwijzers Het aantal cliënten per jaar is van 2015 tot en met 2017 rond de 900 geweest. Vanaf 2018 komt daar verandering in. In 2018 zijn er 952 unieke cliënten. In 2019 is dit gestegen naar 1.002. Deze cijfers zijn exclusief de cliënten die rechtstreeks worden begeleid via het jeugdteam. In 2019 waren dat er 159. Daarnaast zijn er ook cliënten die via een PGB hulp krijgen. Deze cijfers zijn niet opgenomen in het Dashboard. In
9,3%). Dit is de afgelopen jaren hetzelfde gebleven. Een daling is wel te zien in de basisGGZ. Van 198 cliënten in 2015 naar 67 in 2019. Een daling van 32%. Deze daling kan echter ook één van de verklaringen zijn voor de stijging in de specialistische GGZ. In vergelijking met de andere gemeenten in de regio ZuidHolland Zuid doet Molenlanden het niet slecht. Onze 36
gemiddelde werkelijke kosten zijn lager dan het gemiddelde van de regio. Daarnaast hebben we een lager aantal kinderen dat gebruik maakt van jeugdhulp. En dat terwijl we een groot aantal jeugdigen hebben binnen onze gemeente.
Voor het verder analyseren van de gegevens hebben we gekeken naar welk soort jeugdhulp verwijzers doorverwijzen (let op, het gaat hier om de werkelijke kosten).
Daarnaast wordt door rechters vooral doorverwezen naar Jeugdbescherming/Jeugdreclassering. Huisartsen verwijzen veel door naar de specialistische GGZ. Uit bovenstaand overzicht vallen ook de kosten Pleegzorg op. De aantallen zijn hier beperkt, maar de totale kosten hoog. Inmiddels weten we dat bij 40 van de 83 kinderen sprake is van een actieve voogdijmaatregel. Op basis hiervan trekken we de conclusie dat de helft van deze kinderen uit andere gemeenten komt dan Molenlanden. Om hierover meer informatie te krijgen gaan we over deze specifieke casussen met de GI’s in gesprek. Tot slot worden de hoge kosten ook verklaard door structurele complexe problematiek binnen huishoudens. Molenlanden komt twee keer voor in een overzicht van meest dure cliënten.
Uit de cijfers (geel gearceerd) blijkt dat met name het jeugdteam naar de AWBZ doorverwijst. Het gaat dan vooral over groepsbegeleiding en dagbesteding. Hetzelfde geldt voor het product Jeugd- en Opvoedingsondersteuning (J&O). Dat gebeurt met name op het subproduct ‘ambulant specialistische jeugdhulp’ (JH2A), ook door de GI. 37
Bijlage 3 – Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde documenten
Lijst met geïnterviewden
1.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.
Informatiebrief besluitvorming financiële solidariteit, middelen naar de voorkant en budgetmaxima, maart 2020 2. Jeugdhulp bij gemeenten | Jeugdhulp | Rijksoverheid.nl 3. Jeugdhulp (be)grijpen, 2020-2022 4. Onderzoeksrapport governance ZHZ Jeugd, 2020 5. Plan van Aanpak Jeugdhulp Zuid-Holland Zuid, mei 2019 6. Plan van Aanpak Grip op Jeugdhulp Zuid-Holland Zuid, april 2019 7. Programmabegroting 2020-2023 gemeente Molenlanden 8. Raadsinformatiebrief Cliëntervaringsonderzoeken Sociaal Domein, juni 2020 9. Rapportage Onderzoek Opvoeden en Opgroeien, april 2021 10. Reactie van Adviesraad Sociaal Domein Molenlanden, juni 2020 11. www.bndestem.nl/rivierenland/molenlanden-steektanderhalf-miljoen-extra-in-jeugdhulp-straks-meerkinderen-in-beeld-maar-minder-in-de-zorg~a32488dd/ 12. www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2013/07/01/memorie-van-toelichting-bij-de-jeugdwet 13. Zienswijze inkoopkader Jeugdhulp Zuid-Holland Zuid, 2022
Raadsleden (6) Portefeuillehouder jeugd (1) Beleidsambtenaren jeugd (3) Vertegenwoordigers sociaal team (3) Jongerenwerk (3) Aanbieder 1: Perspectief (2) Aanbieder 2: Enver (1) Aanbieder 3: Zorgboeren Zuid-Holland (2) Ouders (2) Jongere (1)
38