CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Re-integratieverordening Avres 2023 Breed offensief 25092023

Verbonden Partijen-commissie 11 oktober 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Advies uitbrengen over re-integratieverordening Avres18.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Re-integratieverordening Participatiewet Avres 2023 Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres; Gelezen de zienswijzen van de raden van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden; Gelezen het advies van de cliëntenraad van Avres; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 22-05-2023; Gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d, en e, en tweede lid en 10 b, vijfde lid en zevende lid van de Participatiewet; artikel 36, eerste lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; en artikel 36, eerste lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; BESLUIT: Vast te stellen de volgende re-integratieverordening Participatiewet Avres 2023: Hoofdstuk I.

Algemene bepalingen

Artikel 1.

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder: Arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, waarbij de werknemer ook gedetacheerd kan worden bij een instantie of bedrijf in de collectieve- of marktsector; met een arbeidsovereenkomst wordt gelijkgesteld een aanstelling op grond van het ambtenarenrecht. Doelgroep: de personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de Participatiewet. Interne werkbegeleiding: een door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek. Jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk. Overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet. Persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid van de wet, en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet. Praktijkroute: het proces om de persoon behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek.

Voorziening: door het dagelijks bestuur noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken. Werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie. Werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is. Wet: Participatiewet. Artikel 2.

Opdracht aan het dagelijks bestuur, evenwichtige verdeling en financiering 1

1.

2.

3.

4.

5.

6.

Het dagelijks bestuur biedt een persoon behorend tot de doelgroep met het oog op diens arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering gericht op arbeidsinschakeling, een voorziening aan, in de vorm van een aanpak, waarbij zo nodig trajecten of re-integratieinstrumenten kunnen worden ingezet, en/of biedt zij de persoon ondersteuning aan in de vorm van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere instanties. Bij de keuze voor het aanbieden van voorzieningen en ondersteuning wordt door het dagelijks bestuur een afweging gemaakt, waarbij wordt gekeken of de voorziening of ondersteuning, gelet op de mogelijkheden, capaciteiten, persoonlijke omstandigheden en/of functionele beperkingen van een persoon, het meest doeltreffend/passend is met het oog op inschakeling in arbeid en/of sociale activering. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken in relatie tot de persoon. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Het dagelijks bestuur stelt middelen beschikbaar voor het financieren van een voorziening of de ondersteuning ten behoeve van een persoon met het oog op de (uiteindelijke) arbeidsinschakeling en/of sociale activering.

Het dagelijks bestuur kan bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen of ondersteuning prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en in verband met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. Het dagelijks bestuur kan voordat besloten wordt tot het beschikbaar stellen van een voorziening of ondersteuning, een onderzoek (laten) uitvoeren naar de mogelijkheden van de persoon en naar de geschiktheid van de voorziening of ondersteuning. Het dagelijks bestuur maakt bij de verstrekkingen zoveel als mogelijk gebruik van de voorzieningen en ondersteuning(sinstrumenten) die binnen de infrastructuur van Avres aanwezig zijn. Daarnaast kan het dagelijks bestuur met het oog op het verkrijgen van voorzieningen en ondersteuning onder meer gebruik maken van (procedures van) aanbesteding, inbesteding en alleenrecht.

Hoofdstuk II.

Voorzieningen

Artikel 3.

Algemene bepalingen over voorzieningen

1. Het dagelijks bestuur kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening of ondersteuning; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening of ondersteuning naar het oordeel van het dagelijks bestuur onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening of ondersteuning. 2. Het dagelijks bestuur kan een voorziening of een ondersteuning beëindigen als: a. de persoon die aan een voorziening deelneemt, dan wel van ondersteuning gebruik maakt, zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan een voorziening deelneemt, dan wel van ondersteuning gebruik maakt, niet meer behoort tot de doelgroep; c.

de persoon die aan een voorziening deelneemt dan wel van ondersteuning gebruik maakt, algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, tenzij het betreft een persoon die ondanks de aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid nog steeds gedeeltelijk is aan te merken als een 2

2.

3.

4.

5.

persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de wet, dan wel het een persoon betreft die met het oog op behoud van werk nazorg in de vorm van persoonlijke ondersteuning of jobcoaching nodig heeft. d. de voorziening of de ondersteuning naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet langer voldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling; e. naar het oordeel van het dagelijks bestuur de voorziening of de ondersteuning niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening of de ondersteuning; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt dan wel van de ondersteuning gebruik maakt, daar niet naar behoren aan deelneemt, dan wel daarvan gebruik maakt; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt, dan wel van de ondersteuning gebruik maakt, niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening of die ondersteuning. Het dagelijks bestuur biedt de goedkoopst adequate voorziening/ondersteuningsvorm aan, houdt bij het voorzieningen-/ondersteuningsaanbod rekening met andere voorzieningen/ondersteuningsvormen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon.

Het dagelijks bestuur houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. Het dagelijks bestuur kan besluiten - voor zover hogere wet- of regelgeving zich daar niet tegen verzet - een of meer subsidie- of budgetplafonds vast te stellen voor de verschillende voorzieningen of vormen van ondersteuning. Een dergelijk door het dagelijks bestuur ingesteld subsidie- of budgetplafond, vormt bij overschrijding alsdan een weigeringsgrond bij de aanspraak op (een deel van) een specifieke voorziening of specifieke vorm van ondersteuning. Het dagelijks bestuur kan besluiten - voor zover hogere wet- of regelgeving zich daar niet tegen verzet - een plafond in te stellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening of specifieke vorm van ondersteuning. Een dergelijk door het dagelijks bestuur ingesteld plaatsingsplafond vormt bij overschrijding alsdan een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening of specifieke vorm van ondersteuning. Het dagelijks bestuur kan besluiten via beleidsregels nadere voorwaarden vast te stellen met betrekking tot de verstrekking van voorzieningen, als bedoeld in deze verordening, aan de doelgroep niet uitkeringsgerechtigden.

Artikel 4. 1.

2.

Het voorzieningen- en ondersteuningsaanbod omvat onder meer traject startafdeling, sociale activering/maatschappelijke participatie, werkfittraject, traject ontwikkellijnen, participatieplaats, ontwikkelplek, proefplaats, scholing, leer-werkaanpak, leerroute, jobfinding, ontwikkelbaan, individuele en groepsdetachering, persoonlijke ondersteuning bij werk, participatievoorziening beschut werk, loonkostensubsidie, jobcoaching in natura, subsidie organisatie jobcoaching, interne werkbegeleiding, vervoersvoorziening, intermediaire activiteit, meeneembare voorziening, werkplekaanpassing en individueel vrij besteedbaar budget. Het dagelijks bestuur kan besluiten andere voorzieningen in het leven te roepen als bedoeld in het eerste lid, indien dergelijke voorzieningen naar haar oordeel bijdragen aan de arbeidsinschakeling of sociale activering van personen.

Artikel 5. 1. 2.

Soorten voorzieningen en ondersteuning

Traject startafdeling

Het dagelijks bestuur kan een persoon een voorziening traject startafdeling aanbieden gericht op een onderzoek naar de mogelijkheden van een persoon tot arbeidsinschakeling. De voorziening traject startafdeling bestaat onder meer uit een – of de combinatie van meerdere – van de volgende elementen: 3

3.

4.

- Het stellen van een diagnose door middel van het meten en onderzoeken van motivatie en belastbaarheid. Dit gebeurt onder meer door de beoordeling van de werknemersvaardigheden en het arbeidsritme van de persoon. De meting en beoordeling vindt mede plaats door het verrichten van werkzaamheden. De persoon verricht deze werkzaamheden met behoud van uitkering; - Het uitvoeren van een talentscan; - De inzet van overige re-integratievoorzieningen; - Persoonlijke coaching; en/of - Het ondersteunen van de persoon door middel van jobfinding. In een plan van aanpak traject startafdeling wordt in ieder geval vastgelegd: - Het doel van het traject startafdeling; - De voorwaarden die verbonden zijn aan het traject startafdeling; - De wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; en - De looptijd van het traject. De looptijd bedraagt 10 tot 25 dagen. Het dagelijks bestuur kan (onderdelen van) de voorziening als bedoeld in het eerste lid zowel individueel als via een groepsgewijze benadering aanbieden.

Artikel 6. 1.

2.

Het dagelijks bestuur kan een persoon in een traject richting het verkrijgen van werk met het oog op zijn ontwikkeling, activiteiten laten uitvoeren in het kader van sociale activering of maatschappelijke participatie. Het dagelijks bestuur stemt de aard, de vorm en de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van de persoon.

Artikel 7. 1.

2.

3.

4.

Sociale activering/maatschappelijke participatie

Werkfittraject

Het dagelijks bestuur kan een persoon - na het doorlopen van een traject startafdeling - een voorziening in de vorm van een werkfittraject aanbieden, met het oog op ontwikkeling richting arbeidsinschakeling. De voorziening werkfittraject bestaat onder meer uit een - of de combinatie van meerdere - van de volgende elementen: - Het opdoen van werknemersvaardigheden; - Het opdoen van arbeidsritme door het verrichten van werkzaamheden. De persoon verricht deze werkzaamheden met behoud van uitkering en zijn onbeloond; - Het vergroten van de belastbaarheid die bijdraagt tot bevordering van verdere reintegratieactiviteiten; - Persoonlijke coaching; - Het verkrijgen van inzicht in overige re-integratievoorzieningen door de persoon; - De inzet van overige re-integratievoorzieningen; en/of - Het ondersteunen van de persoon door jobfinding. In een plan van aanpak werkfittraject wordt in ieder geval vastgelegd: - Het doel van het werkfittraject; - De voorwaarden die verbonden zijn aan het werkfittraject; - De wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; en - De looptijd van het traject. De looptijd bedraagt 13 weken, met een mogelijkheid tot verlenging met telkens 13 weken tot maximaal een periode van een jaar verlenging. Het dagelijks bestuur kan (onderdelen van) de voorziening als bedoeld in het eerste lid zowel individueel als via een groepsgewijze benadering aanbieden.

Artikel 8.

Traject ontwikkellijnen

4

1.

Het dagelijks bestuur kan een persoon - na het doorlopen van een traject startafdeling en/of werkfittraject- een voorziening in de vorm van een traject ontwikkellijnen aanbieden, met het oog op verdere ontwikkeling richting arbeidsinschakeling. 2. De voorziening traject ontwikkellijnen bestaat onder meer uit een – of de combinatie van meerdere – van de volgende elementen: - Het (verder) opdoen van werknemersvaardigheden; - Het (verder) opdoen van arbeidsritme door het verrichten van werkzaamheden. De persoon verricht deze werkzaamheden met behoud van uitkering en zijn onbeloond; - Het opdoen van vakvaardigheden; - Persoonlijke coaching; - De inzet van overige re-integratievoorzieningen; en/of - Het ondersteunen van de persoon door middel van jobfinding. 3. In een plan van aanpak traject ontwikkellijnen wordt in ieder geval vastgelegd: - Het doel van het traject ontwikkellijnen; - De voorwaarden die verbonden zijn aan het traject ontwikkellijnen; - De wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; en - De looptijd van het traject. De looptijd bedraagt 13 weken, met een mogelijkheid tot verlenging met 13 weken. Met het oog op het verkrijgen van een praktijkverklaring kan de looptijd na een periode van reguliere verlenging nogmaals met twee keer 13 weken worden verlengd. 4.

Het dagelijks bestuur kan (onderdelen van) de voorziening als bedoeld in het eerste lid zowel individueel als via een groepsgewijze benadering aanbieden. Artikel. 9. 1.

2.

3.

4.

Het dagelijks bestuur kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten met het oog op het opdoen van werknemersvaardigheden en arbeidsritme. De werkzaamheden die worden verricht vinden plaats met behoud van uitkering, en zijn behoudens de premie als bedoeld in het vierde lid, onbeloond Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het dagelijks bestuur de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. In de schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: - Het doel van de Participatieplaats; - De wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; - De looptijd van 12 maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal 12 maanden. Het dagelijks bestuur kan aan een persoon werkzaam op een Participatieplaats een premie toekennen als bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet. De hoogte van de premie bedraagt € 150,- per zes maanden, mits in die zes maanden door de persoon voldoende inspanning op de Participatieplaats heeft plaatsgevonden.

Artikel 10. 1.

2.

3.

Participatieplaats

Ontwikkelplek

Het dagelijks bestuur kan een persoon een ontwikkelplek gericht op arbeidsinschakeling aanbieden. De persoon verricht de werkzaamheden op een ontwikkelplek bij een werkgever met behoud van uitkering. Het doel van een ontwikkelplek is het verder opdoen van werkervaring, het verder leren functioneren in een arbeidsrelatie, het (verder) opdoen van vakvaardigheden en te ervaren of de (vakinhoudelijke) aard van de te verrichten werkzaamheden in een reguliere werkomgeving voor de persoon ook passend zijn. De werkzaamheden die worden verricht vinden plaats met behoud van uitkering en zijn onbeloond. Het dagelijks bestuur plaatst de persoon uitsluitend als de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 5

4.

5.

Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat de te verrichten werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het dagelijks bestuur, de werkgever en de persoon die de werkzaamheden gaat verrichten. In de schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: - Het doel van de ontwikkelplek; - De wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; - De looptijd tot maximaal 6 maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal 6 maanden.

Artikel 11. 1.

2. 3.

4.

5.

6.

7.

Het dagelijks bestuur kan, als dit door haar noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van nul tot maximaal twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. Het doel van de proefplaatsing is de inschakeling van een persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. De persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. Het dagelijks bestuur verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling c. Als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. De werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem/haar bij die werkgever of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e.

De werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn/haar proefplaatsing voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen, overeenkomstig het aantal uren van de proefplaatsing. Het dagelijks bestuur weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk. Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat de te verrichten werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het dagelijks bestuur, de werkgever en de persoon die de werkzaamheden gaat verrichten. In de schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: - Het doel van de proefplaats; - De wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; - De maximale looptijd van de proefplaatsing van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt de tijdsduur van de ziekte buiten beschouwing gelaten op de termijn als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 12. 1. 2. 3.

Proefplaats

Scholing

Het dagelijks bestuur kan een persoon een scholingsaanpak aanbieden. Scholing heeft tot doel de afstand tot het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid te verkleinen of te overbruggen. Het dagelijks bestuur kan scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling als het verwerven en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid zonder inzet van dit instrument naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet haalbaar is. 6

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid onderdeel a van de wet.

Artikel 13. 1.

2.

Het dagelijks bestuur kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, een persoon een leerwerkaanpak aanbieden. Indien dit naar het oordeel van het dagelijks bestuur noodzakelijk wordt geacht, kan het dagelijks bestuur daarnaast besluiten om gedurende een leer-werkaanpak ook andere ondersteuning aan te bieden. Een leer-werkaanpak als bedoeld in het eerste lid, wordt aangeboden voor zover het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van achttien tot zevenentwintig jaar, die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

Artikel 14. 1. 2.

3.

4.

2.

3.

4.

3. 4.

Jobfinding

Het dagelijks bestuur kan een persoon gedurende de looptijd of na afloop van een (ander(e)) voorziening/traject het traject jobfinding aanbieden. Jobfinding heeft tot doel het bieden van ondersteuning aan een persoon voor het zoeken naar werk op de arbeidsmarkt. uit externe ontwikkelplekken, matches op vacatures, maar ook het op maat maken van een werkplek (jobcarving). Het traject jobfinding bestaat onder meer uit een – of de combinatie van meerdere – van de volgende elementen: - Matching op vacatures; - Plaatsing op een externe ontwikkelplek; en/of - Het op maat maken van een werkplek door middel van jobcarving. De looptijd van een traject jobfinding bedraagt drie maanden met mogelijkheid tot verlenging met maximaal drie maanden. Indien plaatsing op een externe ontwikkelplek onderdeel uitmaakt van een traject jobfinding, is het bepaalde in artikel 10, vijfde lid, derde gedachtestreepje van toepassing.

Artikel 16. 1. 2.

Traject leerroute

Het dagelijks bestuur kan een persoon een traject leerroute aanbieden. Een traject leerroute heeft tot doel een persoon in een periode kort voor of in een periode kort na het aanvaarden van werk, danwel in een periode kort voor of kort na het aanvaarden van participatieactiviteiten, ondersteuning/begeleiding te bieden, zodat bedoelde aanvaarding voor de persoon een grote(re) kans van slagen krijgt/houdt. De ondersteuning/begeleiding als bedoeld in het tweede lid is onder meer gericht op het wegnemen van in omvang beperkte persoonlijke belemmeringen, het aanleren van sollicitatievaardigheden en/of (het behoud van) vitaliteit. De looptijd van een traject leerroute bedraagt zeven tot negen dagen.

Artikel 15. 1.

Leer-werkaanpak

Ontwikkelbaan

Het dagelijks bestuur kan aan een persoon een ontwikkelbaan aanbieden. Bij een ontwikkelbaan is sprake van een dienstverband tussen Avres en een persoon die behoort tot de doelgroep. Het dienstverband heeft in eerste instantie een looptijd van maximaal twee jaar. Doel van het dienstverband is om binnen twee jaar na aanvang van het dienstverband een baan op de reguliere arbeidsmarkt te bemachtigen. Indien na twee jaar (nog) geen zicht is op een baan op de reguliere arbeidsmarkt is verlenging van het dienstverband mogelijk. 7

5. 6.

7.

Tijdens het dienstverband ontvangt de werknemer een loon op basis van het toepasselijke wettelijk minimumloon. Indien de persoon tijdens het dienstverband in het kader van de ontwikkelbaan vanuit Avres wordt gedetacheerd bij een andere werkgever, zal die andere werkgever (de inlener) een marktconforme inleenvergoeding verschuldigd zijn aan Avres. De inleenvergoeding is gerelateerd aan de functie/uit te voeren taken en de mate van productiviteit van de werknemer. Het dagelijks bestuur kan in een uitvoeringsbesluit nadere regels stellen met het oog op de uitvoering van de voorziening ontwikkelbaan.

Artikel 17. 1. 2.

3. 4.

Individuele en groepsdetachering

Het dagelijks bestuur kan zorgen voor toeleiding via een derde (=werkgever) van een persoon naar een dienstverband op basis van detachering. De betreffende persoon wordt via een derde als werknemer voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een werkgever. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de derde en de inlenende organisatie, als de persoon/werknemer en de inlenende organisatie. De detachering van een persoon kan individueel of groepsgewijs plaatsvinden. In de schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. Het doel van de detachering; b. De wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; c. De looptijd van de detacheringsovereenkomst.

Artikel 18.

Persoonlijke ondersteuning bij werk

1. Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk, als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen uit hoofdstuk III. Hoofdstuk III

Specifieke bepalingen voor de doelgroep geïndiceerden beschut werk; de doelgroep geïndiceerden Wet banenafspraak die vallen in de doelgroep loonkostensubsidie; en niet uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking die geen beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening

Artikel 19.

Voorzieningen specifiek voor de doelgroepen geïndiceerden beschut werk, geïndiceerden Wet banenafspraak die vallen in de doelgroep loonkostensubsidie; en niet uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking die geen beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening

Tenzij in deze verordening anders is bepaald richten de voorzieningen in hoofdstuk III van deze verordening zich specifiek op de doelgroep geïndiceerden beschut werk; de doelgroep geïndiceerden Wet banenafspraak die vallen in de doelgroep loonkostensubsidie; en niet uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking die geen beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening. Paragraaf III A Beschut werk en loonkostensubsidie Artikel 20. 1.

Participatievoorziening beschut werk

Het dagelijks bestuur biedt een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de wet, of een persoon aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt, van wie het dagelijks bestuur op basis van een advies beschut werk door het UWV, heeft vastgesteld dat deze uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandig8

2.

3.

4.

5.

heden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, ambtshalve of op verzoek een voorziening beschut werk aan, waarbij deze persoon in een dienstbetrekking in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden, de in de artikel 10b van de wet bedoelde werkzaamheden verricht. Om de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken worden de volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: a. Fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. Uitsplitsing van taken; of c. Aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. Het dagelijks bestuur biedt per deelnemende gemeente aan de Gemeenschappelijke Regeling Avres jaarlijks niet meer dienstbetrekkingen aan, als bedoeld in artikel 10b, eerste lid van de wet, dan per deelnemende gemeente bij ministeriële regeling, als bedoeld in artikel 10b, vierde lid van de wet, is bepaald. Het dagelijks bestuur regelt bij uitvoeringsbesluit de volgorde waarin de personen als bedoeld in het eerste lid worden voorzien van een dienstbetrekking, indien het aantal personen dat recht kan doen gelden op een dienstbetrekking, als bedoeld in artikel 10b, eerste lid van de wet, het aantal dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 10b, vierde lid van de wet, overstijgt.

Voor zover nodig, biedt het dagelijks bestuur aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, als bedoeld in artikel 10b, eerste lid van de wet, daarnaast ondersteuning of een of meerdere van de volgende voorzieningen aan: a. Arbeidsmatige dagbesteding, als bedoeld in de van toepassing zijnde artikelen van de Wmoverordening van de deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Avres, echter niet eerst dan na verkregen instemming van de betreffende gemeente; b. Sociale activering, als bedoeld in artikel 6 van deze verordening; c. Scholing, als bedoeld in artikel 12 van de verordening.

Artikel 21. 1.

2. 3. 4. 5.

6.

Aanvraagproces loonkostensubsidie

Het dagelijks bestuur verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de wet, ambtshalve of op aanvraag loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het dagelijks bestuur neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. In geval van een aanvraag zijn het vierde tot en met het zesde lid van dit artikel van toepassing. Het dagelijks bestuur bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. De vaststelling bij een aanvraag of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie wordt bepaald: a. Op voorhand op grond van een indicatie Wet banenafspraak of een indicatie beschut werk, welke is vastgesteld door het UWV; of b. Via een loonwaardemeting in het kader van de praktijkroute uiterlijk binnen zes maanden na aanvang van het dienstverband. Het dagelijks bestuur stelt binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet.

Paragraaf IIIB Persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen voor de doelgroep geïndiceerden beschut werk; de doelgroep geïndiceerden Wet banenafspraak die vallen in de doelgroep loonkostensubsidie; en niet uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking die geen beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening

9

Artikel 22.

1. 2.

3.

Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. De persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij/zij Pro/Vsoonderwijs heeft genoten; b. De persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. De werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. Het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. Het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. Er is naar het oordeel van het dagelijks bestuur geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. De kosten van de voorziening zijn naar het oordeel van het dagelijks bestuur proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de (maatschappelijke) opbrengsten.

Het dagelijks bestuur kan via beleidsregels nadere voorwaarden stellen met het oog op de verstrekking van ieder van de voorzieningen zoals genoemd in de paragraven IIIB tot en met IIID van deze verordening.

Artikel 23. 1. 2. 3.

4. 5.

6. 7.

8.

(Aanvraag)proces persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Het dagelijks bestuur verstrekt ambtshalve of op aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen. In geval van een aanvraag zijn het derde tot en met het zesde lid van toepassing. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorziening kan bij het dagelijks bestuur worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het dagelijks bestuur kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. Het dagelijks bestuur bevestigt de ontvangst van de aanvraag. Het dagelijks bestuur onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 6 weken na de aanvraag, tenzij in deze verordening anders is bepaald, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. Het dagelijks bestuur kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Het dagelijks bestuur bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling.

Het dagelijks bestuur onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2 van de wet.

Artikel 24. 1.

Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Het dagelijks bestuur geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk of een overige voorziening in ieder geval aan: 10

a. b. c. d. e. f. 2.

Welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; Als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; De duur en intensiteit van de ondersteuning; De ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; Als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en Voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. Het dagelijks bestuur geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning bij werk of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft.

Paragraaf IIIC Persoonlijke ondersteuning bij werk voor de doelgroep geïndiceerden beschut werk; de doelgroep geïndiceerden Wet banenafspraak die vallen in de doelgroep loonkostensubsidie; en niet uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking die geen beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening Artikel 25. 1.

2. 3.

4.

5.

Het dagelijks bestuur kan zowel ambtshalve, als op aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken, door middel van de inzet van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij de gemeenschappelijke regeling Avres of de inzet van een jobcoach die in opdracht van de gemeenschappelijke regeling op basis van formatieve inhuur deze werkzaamheden verricht. Het dagelijks bestuur kan zowel ambtshalve, als op aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk verstrekken in de vorm van interne werkbegeleiding in natura. Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor jobcoaching door een interne of externe jobcoach, zijnde een jobcoach die geen dienstverband bij de gemeenschappelijke regeling Avres heeft, danwel niet een jobcoach is die in opdracht van de gemeenschappelijke regeling op basis van formatieve inhuur deze werkzaamheden verricht. De subsidievoorwaarden zijn opgenomen in het jobcoachprotocol, dat als bijlage bij deze verordening is gevoegd.

Als de gemeenschappelijke regeling Avres een of meer jobcoaches zelf in dienst heeft of jobcoaches deze werkzaamheden op basis van formatieve inhuur laat verrichten, biedt het dagelijks bestuur, indien jobcoaching de meest passende vorm van persoonlijke ondersteuning bij werk is, bedoelde jobcoaching bij voorrang in de vorm van jobcoaching in natura aan. De in het eerste, tweede en derde lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.

Artikel 26. 1. 2.

3.

Persoonlijke ondersteuning bij werk

Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk

Persoonlijke ondersteuning bij werk kan ambtshalve danwel op aanvraag worden verstrekt. Een aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 13 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. Het dagelijks bestuur besluit zowel bij een ambtshalve procedure als bij een procedure op aanvraag op basis van maatwerk, waarbij de aard, omvang duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen.

Artikel 27.

Jobcoaching

11

1.

2.

3.

4.

Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt, moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het jobcoachprotocol. Dit protocol is als zodanig bijgevoegd in bijlage 1 van deze verordening. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van de beschreven begeleidingsregimes, zoals opgenomen in het in bijlage 1 van deze verordening bijgevoegde jobcoachprotocol. De begeleidingsbehoefte van de persoon is daarbij leidend en gericht op het vinden en behouden van werk Het dagelijks bestuur kan van de in het tweede lid bedoelde begeleidingsregimes afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Voordat het de jobcoaching beëindigt verricht het dagelijks bestuur onderzoek. Wanneer de beeindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan het dagelijks bestuur van dit onderzoek afzien.

Artikel 28. 1. 2.

Het dagelijks bestuur kan ambtshalve of op aanvraag jobcoaching in natura verstrekken. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag jobcoaching in natura is het bepaalde in de artikelen 22 tot en met 25 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 29. 1. 2.

3.

4.

5.

Subsidie voor het organiseren van jobcoaching

Het dagelijks bestuur kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 22 tot en met 25, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. Het dagelijks bestuur kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het dagelijks bestuur zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. Voor het kalenderjaar 2023 zijn deze tarieven voor het eerst opgenomen in het jobcoachprotocol, dat als zodanig is bijgevoegd in bijlage 1 van deze verordening. Het dagelijks bestuur kan in beleidsregels uitwerken: a. aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen; b. welke activiteiten een jobcoach moet kunnen uitvoeren; c.

hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd moet zijn; of d. hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt. Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: a. ondersteuning geven gericht op het vinden van (ander) (regulier) werk; of b. integrale ondersteuning geven bij overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs.

Artikel 30. 1.

Jobcoaching in natura

Interne werkbegeleiding

Het dagelijks bestuur kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk verstrekken in de vorm van interne werkbegeleiding in natura, door middel van een 12

2.

training voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep bedoelde interne werkbegeleiding te kunnen bieden. Bij aanvragen om interne werkbegeleiding en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om interne werkbegeleiding is het bepaalde in de artikelen 22 tot en met 25 van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf IIID Overige voorzieningen voor de doelgroep geïndiceerden beschut werk; de doelgroep geïndiceerden Wet banenafspraak die vallen in de doelgroep loonkostensubsidie; en niet uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking die geen beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening Artikel 31. 1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

Het dagelijks bestuur biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. De vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. Bij een vervoersvoorziening hanteert het dagelijks bestuur het uitgangspunt dat een passende werkplek, proefplaats, opleidingslocatie, stageplek of andere fysieke omgeving waarin werkzaamheden/re-integratieactiviteiten plaatsvinden, in de basis met zich meebrengt, dat een persoon zich zelfstandig of gebruikmakend van het openbaar vervoer daarheen kan verplaatsen. Het dagelijks bestuur kan een vervoersvoorziening tijdelijk toekennen aan een persoon die door zijn beperking vooralsnog niet zelfstandig of gebruikmakend van het openbaar vervoer naar een werkplek, proefplaats, opleidingslocatie stageplek of andere fysieke omgeving waarin werkzaamheden/re-integratieactiviteiten plaatsvinden, kan reizen. Onderdeel van een vervoersvoorziening kan zijn training en begeleiding ter bevordering van zelfstandige verplaatsing of verplaatsing gebruikmakend van het openbaar vervoer.

Bij de verstrekking, danwel de hoogte van een vergoeding voor een voorziening, is naast het proportionaliteitsbeginsel, als bedoeld in artikel 22, lid 2 onder g., de goedkoopst adequate voorziening het uitgangspunt. De hoogte van een vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. Het dagelijks bestuur kan nadere beleidsregels vaststellen met betrekking tot het verstrekken van een vervoersvoorziening onder aftrek van een eigen bijdrage in de kosten van het vervoer waarvoor de voorziening wordt verstrekt. Het dagelijks bestuur brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.

Artikel 32.

1.

2.

Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening

Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap

Het dagelijks bestuur kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. Het dagelijks bestuur kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit bepaalt.

Artikel 33.

Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen

13

1. 2. 3. 4.

Het dagelijks bestuur kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Het dagelijks bestuur kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt.

Artikel 34.

Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen

Het dagelijks bestuur kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. De goedkoopst adequate voorziening is daarbij het uitgangspunt. Hoofdstuk IV

Overige bepalingen

Artikel 35.

Plaatsingsbonus werkgever

a.

b.

c.

d.

e.

f.

g.

Het dagelijks bestuur kan aan een werkgever op aanvraag een plaatsingsbonus toekennen als onderdeel van een aanpak gericht op arbeidsinschakeling van een persoon die behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de Participatiewet. De plaatsingsbonus aan een werkgever heeft als doel een werkgever te stimuleren om een persoon een arbeidsovereenkomst aan te bieden met het oog op het verrichten van betaald werk door bedoelde persoon. De plaatsingsbonus werkgever wordt alleen verleend als er sprake is van een arbeidsovereenkomst waarbij het maandelijks netto te ontvangen salaris door de persoon, als bedoeld in het tweede lid, meer bedraagt dan de voor die persoon van toepassing zijnde maandelijkse bijstandsnorm. De plaatsingsbonus werkgever wordt niet verstrekt indien de betreffende persoon aanspraak kan maken op loonkostensubsidie, danwel beschikt over een dienstverband SW, Beschut Werk of wachtlijstbanen bij Avres. De hoogte van de plaatsingsbonus bedraagt: a. € 2.000,- bij een dienstverband dat minimaal zes maanden onafgebroken heeft geduurd; b. € 2.000,- bij een dienstverband dat minimaal twaalf maanden onafgebroken heeft geduurd. De plaatsingsbonus als bedoeld onder b, wordt toegekend nadat eerst een toekenning van de plaatsingsbonus onder a heeft plaatsgevonden.

Het maximale bedrag dat een werkgever aan plaatsingsbonus per dienstverband kan ontvangen bedraagt € 4.000,-. Uitbetaling van de plaatsingsbonus(sen) als bedoeld in het vijfde lid vindt achteraf plaats, eerst na overhandiging door de werkgever van (een kopie van) de arbeidsovereenkomst en de loonstroken. De verlening van deze voorziening wordt bij beschikking toegekend door het dagelijks bestuur.

Artikel 36. 1.

2.

Individueel vrij besteedbaar budget

Het dagelijks bestuur kan met het oog op de arbeidsinschakeling of sociale activering van een persoon, gelet op de specifieke behoeften of omstandigheden van die persoon, een individueel vrij beschikbaar budget beschikbaar stellen ten behoeve van voorzieningen of ondersteuning voor die persoon, die niet in deze verordening zijn benoemd of niet passend zijn. Het dagelijks bestuur kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen met betrekking tot de hoogte van het individuele vrij beschikbare budget en de voorwaarden waaronder dit budget kan worden verstrekt. 14

Artikel 37.

Hardheidsclausule

Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Hoofdstuk V

Slotbepalingen

Artikel 38.

Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de re-integratieverordening Participatiewet Avres 2023. Artikel 39. 1. 2. 3.

4.

5.

Intrekking oude verordening, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

De verordening loonkostensubsidie Participatiewet Avres 2016 wordt ingetrokken De re-integratieverordening Participatiewet Avres 2018 wordt ingetrokken De besluiten, waarbij op grond van de re-integratieverordening Participatiewet Avres 2018, aan personen die behoren tot de doelgroep, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de Wet, of aan andere belanghebbenden, rechten en/of verplichtingen uit voorzieningen, ondersteuning of anderszins zijn toegekend of opgelegd, behouden hun rechtskracht, tot het moment dat het dagelijks bestuur op grond van de re-integratieverordening Participatiewet 2023 een nieuw besluit neemt. De re-integratieverordening 2018 blijft van toepassing op procedures tot verstrekking van voorzieningen die hun aanvang hebben gehad vóór de inwerkingtreding van de reintegratieverordening 2023. De re-integratieverordening 2018 blijft eveneens van toepassing op besluiten die vóór de inwerkingtreding van de re-integratieverordening nog geen formele rechtskracht hebben gekregen, omdat de mogelijkheid van bezwaar of beroep nog openstaat, danwel omdat een procedure van bezwaar of beroep nog niet is afgerond. De re-integratieverordening Avres 2023 treedt in werking de dag na publicatie in het elektronisch blad gemeenschappelijke regelingen en werkt terug tot 1 juli 2023.

Aldus vastgesteld te Meerkerk, in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van Avres d.d. ………….

P. Vat, Voorzitter,

P. Van Uitert, Secretaris,

15

Toelichting Algemeen Bijgaand treft u de nieuwe re-integratieverordening Participatiewet Avres 2023 aan. Deze nieuwe verordening vervangt de oude re-integratieverordening (via intrekking) die in 2018 is vastgesteld. De aanleiding voor deze nieuwe verordening is tweeledig. In de eerste plaats was een herziening van de verordening noodzakelijk in verband met een wijziging van de Participatiewet naar aanleiding van het kabinetsprogramma “Breed Offensief”, met het oog om meer mensen met een arbeidsbeperking aan betaald werk te helpen. Voor een deel was daar een wijziging van de Participatiewet voor nodig. In de wet “Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief)” is het juridisch raamwerk rondom deze maatregelen neergelegd. Het doel van de maatregelen is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Het gaat om mensen met een beperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en vallen onder de doelgroep banenafspraak of die zijn aangewezen op beschut werk.

De bij verordening te regelen uitwerking van de maatregelen in het kader van het breed offensief, zoals opgenomen in artikel 8a, tweede lid, onder c tot en met g van de Participatiewet betreffen onder meer: - vereenvoudiging van het (aanvraag)proces loonkostensubsidie; - expliciete aanvraagmogelijkheid voor ondersteuning op maat (bijvoorbeeld jobcoaching); en - harmonisering van instrumenten, i.c. dat zij als te verstrekken voorziening in de verordening opgenomen moeten worden. Deze maatregelen zijn met name neergelegd in hoofdstuk III van de nieuwe verordening. Daarmee wordt het uit de wet voorvloeiende belang van het bieden van specifieke ondersteuning voor deze doelgroep geborgd. De bestaande voorzieningen loonkostensubsidie en beschut werk, die reeds in de oude verordening waren opgenomen en beiden ook specifiek gericht zijn op mensen met een arbeidsbeperking, zijn omwille van de structuur van de verordening nu ook in hoofdstuk III ondergebracht. In de tweede plaats is met deze nieuwe verordening meer aansluiting gezocht bij de huidige uitvoeringspraktijk.

Daarbij is in de afgelopen jaren niet zozeer de methodische aanpak van re-integratie binnen Avres veranderd – zowel onder de werking van de oude als de nieuwe verordening staat de ontwikkeling van personen met het oog op het verkrijgen van werk (nog steeds) centraal – maar worden bepaalde re-integratievoorzieningen in de uitvoeringspraktijk inmiddels vaak in samenhang met elkaar ingezet. Een herformulering vanuit die samenhang als (nieuwe) voorziening met een andere naam die de inhoud beter dekt, is om die reden dan ook op zijn plaats. Een voorbeeld hiervan zijn de voormalige voorzieningen “training naar werk” en “arbeidstoeleidingsaanpak/aanpak ontwikkeling werkt”, die naar hun aard nu een plek hebben gekregen in de vorm van een “werkfittraject”. Bovendien maakt Avres bij de inzet van re-integratievoorzieningen zoveel als mogelijk gebruik van haar eigen infrastructuur. Hierdoor kan bij bepaalde voorzieningen veel concreter de aard en naam van een dergelijke voorziening worden geformuleerd (bijvoorbeeld het traject startafdeling).

Tot slot werd een aantal voorzieningen uit de oude verordening in de praktijk niet of nauwelijks gebruikt, omdat deze van Rijkswege in de oude vorm zijn gewijzigd (de uitvoering van de no-riskpolis is bijvoorbeeld overgedragen aan het UWV, maar gemeenten kunnen de werkgever nu zelf doorbetalen bij ziekte voor het deel van de loonsom waarvoor zij loonkostensubsidie betalen) of omdat deze voorzieningen ook afgedekt worden door een andere voorziening (een beroep op verwervingskosten kan bijvoorbeeld ook worden toegekend op grond de voorziening individueel vrij besteedbaar budget). Dit alles bood de mogelijkheid om aanpassingen door te voeren in de opzet van de structuur van de reintegratieverordening, met name in hoofdstuk II “voorzieningen”. Hiermee wordt meer recht gedaan aan de route op weg naar werk die een persoon kan afleggen en die begint met het traject startafde16

ling – waar diagnose centraal staat – en kan eindigen bij de ontwikkelbaan – waarbij de persoon een betaald dienstverband bij Avres aangeboden kan krijgen. Tot slot is bij de wetswijziging de afzonderlijke verordeningsplicht voor het instrument loonkostensubsidie komen te vervallen. Deze voorziening is afdoende geborgd in de re-integratieverordening. Via het vaststellen van deze nieuwe verordening wordt in het laatste artikel dan ook de “verordening loonkostensubsidie Participatiewet Avres 2016” ingetrokken.

17

Artikelsgewijze toelichting Enkel de bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld. Artikel 1. Definities Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of de Gemeentewet/Wet gemeenschappelijke regelingen worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Doelgroep De doelgroep wordt gevormd door personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. Het betreft: personen die algemene bijstand ontvangen; personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA) tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende 2 aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die 2 jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, van de Participatiewet is verleend; personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet; personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (hierna: ANW); personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna: IOAW); personen met een uitkering ingevolge de Wet

inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna: IOAZ); en personen zonder uitkering en die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het dagelijks bestuur aangeboden voorziening. Interne werkbegeleiding Interne werkbegeleiding is een vorm van persoonlijke ondersteuning bij werk die wordt geboden door een interne werkbegeleider. Een interne werkbegeleider is een directe collega van een werknemer met een beperking die hem bij de dagelijkse werkzaamheden begeleidt omdat hij zonder die begeleiding niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren. Het moet hierbij gaan om, in verband met de beperking, meer dan gebruikelijke begeleiding. Om als interne werkbegeleider in het kader van de verordening te kunnen worden beschouwd is het noodzakelijk dat men de vaardigheden heeft om de begeleiding op een kwalitatief verantwoorde manier te kunnen bieden. De wetgever spreekt in dit verband van opgeleide collega’s, niet zijnde jobcoaches, die persoonlijke ondersteuning op de werkvloer verlenen (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 56). Zie verder de toelichting bij artikel 30. Jobcoaching Jobcoaching is een vorm van persoonlijke ondersteuning bij werk die wordt geboden door een jobcoach.

Een jobcoach is een erkende deskundige die een werknemer met een beperking en/of zijn werkgever methodische ondersteuning biedt, zodat de werknemer een passende baan kan vinden en behouden. Om als jobcoach in het kader van de verordening te kunnen worden beschouwd is het noodzakelijk dat men voldoet aan een aantal eisen die er op zijn gericht om de professionaliteit en de kwaliteit van de jobcoaching te waarborgen. Zie verder de toelichting bij artikel 27. Overige voorzieningen Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet moeten er in de verordening regels opgenomen worden voor een drietal specifieke voorzieningen die bedoeld zijn voor personen met een arbeidsbeperking. Het gaat om vervoersvoorzieningen, noodzakelijke intermediaire activiteiten en meeneembare voorzieningen. Deze voorzieningen samen worden in deze verordening aangeduid met het begrip ‘overige voorzieningen’. 18

Persoonlijke ondersteuning bij werk Persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de Participatiewet moet in samenhang met artikel 8a, tweede lid, onderdeel e, en artikel 10da, van de Participatiewet worden begrepen als een door het dagelijks bestuur noodzakelijk geachte voorziening gericht op het verkrijgen, verrichten en behouden van arbeid. In de memorie van toelichting bij artikel 8a, tweede lid, onderdeel e, van de Participatiewet wordt eerst aangegeven dat de gemeenteraad een breed aanbod van beschikbare instrumenten moet opnemen in de verordening. Vervolgens wordt alleen nader ingegaan op de jobcoach. De begrippen persoonlijke ondersteuning en jobcoach zijn evenwel niet identiek. Het begrip persoonlijke ondersteuning is ruimer. Het kan bij persoonlijke ondersteuning zowel gaan om een gekwalificeerde expert (jobcoach) als om een getrainde persoon die binnen het bedrijf zorgdraagt voor de dagelijkse werkbegeleiding (ook wel een “Harrie” genoemd). Combinaties van beiden zijn ook mogelijk (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 9). Praktijkroute Opname in het doelgroepregister kan op verschillende manieren plaatsvinden. Naast de aanvraagroute via het UWV is er ook een route die loopt via Avres. Deze route staat bekend als de Praktijkroute en volgt uit artikel 38b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen.

Het is een route waarbij het dagelijks bestuur door middel van een loonwaardemeting op de werkplek vaststelt dat de loonwaarde van een werknemer bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, welke vaststelling leidt tot opname in het doelgroepregister. Deze route kan alleen worden gevolgd op het moment dat iemand al een werkplek heeft. Artikel 2.

Opdracht aan het dagelijks bestuur, evenwichtige verdeling en financiering

Het dagelijks bestuur beschikt over een groot aantal instrumenten die kunnen worden ingezet voor de re-integratie van doelgroepen met aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling. Daarnaast benoemt de wetgever een aantal re-integratievoorzieningen specifiek in de Participatiewet, zoals Participatievoorziening beschut werk, loonkostensubsidie en leer-werktrajecten. Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet biedt het dagelijks bestuur voorzieningen en ondersteuning aan personen, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden en de functionele beperkingen van die persoon. Hierin ligt besloten dat het dagelijks bestuur ook rekening houdt met de omstandigheden en functionele beperkingen van personen met een handicap. Dit is in overeenstemming met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De doelstelling van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van het volledige genot voor alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid en het bevorderen van de eerbiediging van hun inherente waardigheid. In dit artikel is aan het voorgaande uitvoering gegeven. Naast de specifiek in de Participatiewet genoemde voorzieningen kunnen personen aanspraak maken op andere vormen van ondersteuning of andere voorzieningen, die overigens niet afdwingbaar zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=fe147702-4583-447d-930d-4baba9a34bbc