Raadsvoorstel Regels over geur in de omgevingsvisie en -plan
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp
:
Regels over geur in de omgevingsvisie en -plan
Portefeuillehouder
:
Wethouders Jan Lock en Arco Bikker
Zaaknummer
:
Publicatieniveau
:
Behandelend ambtenaar
:
1174203
Openbaar
Wytse Dassen
Gevraagd Besluit De gemeenteraad van Molenlanden besluit:
1. Op de volgende punten, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geen gebruik te maken van de ruimte om landelijk geldende regels op het milieuthema Geur aan te scherpen of te versoepelen.
a. De bescherming van het gehele gebouw tegen geurhinder, ook de onderdelen met een nevengebruiksfunctie zoals de garage.
b. De middelvoorschriften voor niet-industriële voedselbereiding (horeca), voedingsmiddelenindustrie, slachterijen en parkeergelegenheden in parkeergarages.
c. De maximale geurbelasting van een veehouderij met landbouwhuisdieren met geuremissiefactoren op een geurgevoelig object.
d. De geurnormen die gelden voor afvalwaterzuiveringen.
e. De minimale afstanden tussen geurgevoelige en overige agrarische functies. f.
Het niet aanwijzen van tijdelijke woningen (minder dan 10 jaar)
recreatiewoningen, campings, sportaccommodaties (gebouwen en velden) en horeca als geurgevoelige objecten (de gemeente toetst wel bij de vergunningverlening of de geurbelasting aanvaardbaar is).
g. De normen en afstanden ten aanzien van de geurbelasting te meten op de gevel van een geurgevoelig gebouw en niet te werken met referentiepunten.
h. Geen regels in te stellen voor het gebruik van kachels en (open) haarden in en
rondom woningen in de bebouwde omgeving (voormalig BSD). Wel zetten we in op voorlichting om de RIVM-richtlijnen ten aanzien van stoken op te volgen (stookalert, alleen hout als brandstof, etc).
2. Op de volgende punten, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel gebruik te maken van de ruimte om landelijk geldende regels voor milieuthema Geur aan te scherpen of te versoepelen.
a. Het aanwijzen van Buitenschoolse opvang (BSO’s), kantoren en werkruimtes als geurgevoelige gebouwen.
b. Het begrip voormalige functionele binding van toepassing verklaren op
voormalige bedrijfswoningen op bedrijventerreinen, zodat deze woningen meer geurhinder kunnen ervaren dan een ‘gewone’ woning.
1
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000
c. De minimale afstand tussen een vergunningsplichtige veehouderij met
landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactoren op een geurgevoelig object te hanteren, zoals staat in de Geurverordening Molenlanden.
d. Voor maneges aan te sluiten bij dezelfde minimale afstanden zoals die gelden voor de categorie veehouderijen met landbouwhuisdieren zonder
geuremissiefactor (beslispunt 2c)
e. Geen geurregels opnemen voor het hobbymatig houden van minder dan 10
schapen, 5 paarden en/of pony's, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen of 10 overige landbouwhuisdieren. Indien iemand meer landbouwhuisdieren
hobbymatig houdt of iemand doet dat met deze kleine aantallen bedrijfsmatig,
dan gelden de geurregels voor landbouwhuisdieren met (beslispunt 1c) en zonder geuremissiefactoren (beslispunt 2c).
3. Beslispunt 1 en 2 op te nemen in de omgevingsvisie en te vertalen naar regels in het nieuwe omgevingsplan.
Inleiding
De gemeente is bezig met de actualisatie van de toekomstvisie, het opstellen van een
omgevingsvisie en met de voorbereidingen voor het wijzigen van het omgevingsplan. Al deze trajecten dienen in samenhang uitgevoerd te worden om inwoners en ondernemers niet te
overvragen en om de integraliteit te bewaken. In de raadsinformatiebrief Aanpak participatie
toekomstvisie, omgevingsvisie en omgevingsplan van 31 januari (zaaknummer 1163336) zijn
een zestal onderwerpen gekozen waar we de samenleving bij betrekken. Conform amendement A2022-08 (van 7 juli 2022) legt het college na iedere participatie het besproken thema(s) ter besluitvorming en/of ter bespreekvorming aan de raad voor.
Eén van die onderwerpen gaat over de veranderingen in wet- en regelgeving rondom het
milieuthema Geur. In het Beeldvormende rapport over de veranderingen op het gebied van het
milieuthema geur onder de Omgevingswet staat: -
De huidige wet- en regelgeving rondom geur.
-
De te maken keuzes en een onderbouwing van de keuze die wordt voorgesteld
-
De nieuwe wet- en regelgeving rondom geur.
Eerdere besluiten
Op 19 mei 2020 is de Geurverordening Gemeente Molenlanden vastgesteld.
•
Op 20 april 2021 is de Startnotitie Omgevingsvisie Molenlanden vastgesteld.
•
Op 28 september 2021 is de Toekomstvisie Molenlanden 2030 vastgesteld.
•
Op 7 juli 2022 is de Omgevingsagenda vastgesteld met daarin de dilemma’s waarover een
•
keuze gewenst is en trends die aandachtbehoeven in de omgevingsvisie.
Op 7 juli 2022 is tevens de Startnotitie Omgevingsplan Molenlanden vastgesteld.
•
Beoogd effect
Door in onze omgevingsvisie en het omgevingsplan op te nemen wat aanvaardbare geurniveaus en afstanden zijn in nieuwe toekomstige omgevingsplannen, voorkomen we langdurige
discussies bij de planvorming en zorgt het voor een eenduidige handelswijze binnen onze eigen gemeentegrens.
2
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000
Argumenten
1.1 Er zijn de afgelopen jaren geen grote problemen geweest met stankoverlast.
In onze gemeente zijn er veel agrarische bedrijven die gebonden zijn aan geurregels. Dit geldt ook voor een aantal andere bedrijven die vaak op bedrijventerreinen gevestigd zijn. In de beeldvormende memo is aangegeven welke wetgeving daarvoor nu allemaal geldt. Het is
complexe materie. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) doet de beoordeling namens de gemeente. Vanuit OZHZ wordt geadviseerd om zoveel mogelijk bij hetzelfde te blijven. Ook vanuit de handhaving zijn er geen signalen dat het anders moet.
1.2 Het is vrijwel niet in te schatten vanaf papier of een bepaalde geur hinderlijk is of niet.
Wanneer geur als overlast wordt ervaren verschilt per persoon en is daarmee subjectief. Er zijn bedrijven die in het kader van een geuronderzoek de geurbeleving (moeten) bepalen (de
hedonische waarde) door middel van een geurpanel. Maar dat is een forse investering en dan nog blijft het subjectief. Voorgesteld wordt dan ook om hiertoe niet over te gaan.
1.3 Houtrook kan overlast opleveren voor inwoners met aandoeningen aan de luchtwegen.
De rook van een houtkachel bestaat uit een mengsel met veel verschillende stoffen. In de rook zit onder andere fijnstof. Fijnstof veroorzaakt en verergert longziekten zoals astma, COPD en longkanker, maar ook hart en vaatziekten. We zetten in op voorlichting richting inwoners.
2.1 Buitenschoolse opvang, kantoren en werkruimtes zijn nu ook geurgevoelige gebouwen.
De gemeente wil aansluiten bij de huidige wetgeving. Daarbij zijn gebouwen waarin per dag minstens 8 uur menselijk verblijf plaats vindt geurgevoelige objecten. Het is op dit moment
onduidelijk wat de gevolgen zullen zijn als we deze bescherming eraf halen. Ook zijn er geen gevallen bekend waarbij bedrijven niet konden uitbreiden door deze beperking.
We kiezen er niet voor om ook recreatiewoningen, campings en horeca als geurgevoelig aan te wijzen, aangezien deze soms bij het agrarisch bedrijf op het erf zijn. Wel geldt, dat de geurhinder acceptabel moet zijn.
2.2 We voorkomen daarmee dat bestaande en nieuwe bedrijven worden beperkt in hun mogelijkheden.
Het ombouwen van voormalige bedrijfswoningen op bedrijventerreinen tot woningen is op zich ruimtelijk wenselijk, maar het moet geen belemmering worden op onze bedrijventerreinen.
2.3 De Geurverordening schrijft kleineren afstanden voor dan de standaardwaarde.
De gemeente wil aansluiten bij de huidige Geurverordening waarin gebieden zijn aangewezen waar de afstand binnen de bebouwingscontour 50 meter en buiten de bebouwingscontour 25 meter is. Dit geldt dan voor vergunningsplichtige veehouderijen. Hiermee blijft het huidige beschermingsniveau in stand.
2.4 Manages kunnen geurhinder veroorzaken.
In de landelijke regels zijn geen afstandseisen opgenomen voor maneges. De gemeente wil
aansluiten bij de huidige geldende landelijke regels. Een manege is een besloten plaats waar het paardrijden wordt beoefend.
2.4 De aantallen dieren die hobbymatig gehouden mogen worden zijn lager dan de rijksregels.
3
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000
Met de aantallen, zoals bij beslispunt 2e is opgenomen, wijken we af van de definitie van
hobbymatig gebruik, zoals dat staat in de landelijke regels (Besluit Activiteiten Leefomgeving). Daar staat dat dat hobbymatig gebruik gaat over minder dan 10 stuks rundvee, 15 varkens, 350 kippen of 25 overige landbouwhuisdieren, zoals geiten, konijnen, paarden, pony’s.
De gemeente wil aansluiten bij de ondergrenzen zoals die golden in het Activiteitenbesluit,
namelijk minder dan 10 schapen, 5 paarden en/of pony's, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen of 10 overige landbouwhuisdieren.
3.1 De omgevingsvisie is bindend voor de gemeente. Het omgevingsplan voor iedereen.
Door het op te nemen in de omgevingsvisie wordt duidelijk hoe dit thema samenhangt met alle andere ruimtelijke thema’s. Dit geeft duidelijkheid voor initiatiefnemers.
3.2 Er zullen altijd gevallen zijn waar maatwerk nodig.
Sommige regels belemmeren plannen die wel gewenst zijn. In die gevallen kan het bestuur
afwijken van de regel door het toepassen van een maatwerkvoorschrift. Daarbij hoort wel een onderbouwing bij (comply or explain).
Kanttekeningen
1.1 Het is op dit moment onbekend of geurhinder bepaalde ontwikkelingen onmogelijk of ingewikkeld maakt.
Er zijn geen signalen bekend waar geurhinder woningbouw in de weg zit. Dit zou in de verre
toekomst (na 2030) wel kunnen ontstaan. In die gevallen kan het bestuur afwijken danwel de regels rondom geur voor dat gebied aanpassen. Op het aanpassen van regels is bezwaar en beroep mogelijk.
1.2 Regels ten aanzien van houtstook zouden gesteld kunnen worden maar zijn reëel gezien niet handhaafbaar De gemeente kan regels opnemen in het Omgevingsplan met een verbod op stoken bij een
stookalert en dat alleen hout gebruikt mag worden als brandstof. Handhaving is echter reëel gezien niet mogelijk. Indien wel een regel wordt gesteld bestaat het risico dat inwoners een
handhavingsverzoek indienen vanuit de verwachting dat er op gehandhaafd gaat worden terwijl dit eigenlijk niet mogelijk is zowel praktisch als qua capaciteit.
2.1 Er is nog geen beleid voor een goede inpassing van het hobbymatig houden van landbouwhuisdieren.
Het niet opnemen van geurregels voor deze categorie betekent niet dat er geen regels nodig zijn over het goed inpassen van bijbehorende bouwwerken, zoals een paardenpaddock of
schuilplek. Deze regels willen we meenemen in een update van het Molenwaards Kookboek tot het Molenlands Kookboek.
Communicatie
De gemeente gaat inwoners voorlichten over de RIVM-richtlijnen rondom houtstook.
Vervolgstappen
Deze maatregelen worden opgenomen in de omgevingsvisie. De ontwerp-omgevingsvisie gaat ter inzage en inwoners kunnen daarop een zienswijze indienen. Na het vaststellen van de
4
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000
definitieve omgevingsvisie worden deze maatregelen vertaald naar regels voor in het nieuwe
omgevingsplan. Bij een omgevingsplanwijziging gaan deze regels in werking voor een gebied of voor heel Molenlanden (nog nader te bepalen). Op een omgevingsplanwijziging is bezwaar en beroep mogelijk.
Bijlagen
Beeldvormende rapport over de veranderingen op het gebied van het milieuthema geur
•
onder de Omgevingswet
Raadsinformatiebrief - Participatieaanpak toekomstvisie, omgevingsvisie en omgevingsplan
•
5
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000
Raadsbesluit Onderwerp
:
Regels over geur in de omgevingsvisie en -plan
Portefeuillehouder
:
Wethouders Jan Lock en Arco Bikker
Zaaknummer
:
1174027
De raad van de gemeente Molenlanden: Gelet op het bijbehorende raadsvoorstel; Besluit: De gemeenteraad van Molenlanden besluit:
1. Op de volgende punten, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geen
gebruik te maken van de ruimte om landelijk geldende regels op het milieuthema Geur aan te scherpen of te versoepelen.
a. De bescherming van het gehele gebouw tegen geurhinder, ook de onderdelen met een nevengebruiksfunctie zoals de garage.
b. De middelvoorschriften voor niet-industriële voedselbereiding (horeca), voedingsmiddelenindustrie, slachterijen en parkeergelegenheden in parkeergarages.
c. De maximale geurbelasting van een veehouderij met landbouwhuisdieren met geuremissiefactoren op een geurgevoelig object.
d. De geurnormen die gelden voor afvalwaterzuiveringen.
e. De minimale afstanden tussen geurgevoelige en overige agrarische f.
functies.
Het niet aanwijzen van tijdelijke woningen (minder dan 10 jaar)
recreatiewoningen, campings, sportaccommodaties (gebouwen en velden) en horeca als geurgevoelige objecten. De gemeente toetst wel bij de vergunningverlening of de geurbelasting aanvaardbaar is.
g. De normen en afstanden ten aanzien van de geurbelasting te meten op de gevel van een geurgevoelig gebouw en niet te werken met referentiepunten.
h. Geen regels in te stellen voor het gebruik van kachels en (open) haarden in en rondom woningen in de bebouwde omgeving (voormalig BSD). Wel zetten we in op voorlichting om de RIVM-richtlijnen ten aanzien van stoken op te volgen (stookalert, alleen hout als brandstof, etc).
2. Op de volgende punten, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel
gebruik te maken van de ruimte om landelijk geldende regels voor milieuthema Geur aan te scherpen of te versoepelen.
a. Het aanwijzen van Buitenschoolse opvang (BSO’s), kantoren en werkruimtes als geurgevoelige gebouwen.
b. Het begrip voormalige functionele binding van toepassing verklaren op
voormalige bedrijfswoningen op bedrijventerreinen, zodat deze woningen meer geurhinder kunnen ervaren dan een ‘gewone’ woning.
6
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000
c. De minimale afstand tussen een vergunningsplichtige veehouderij met landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactoren op een geurgevoelig object te hanteren, zoals staat in de Geurverordening Molenlanden.
d. Voor maneges aan te sluiten bij dezelfde minimale afstanden zoals die
gelden voor de categorie veehouderijen met landbouwhuisdieren zonder
geuremissiefactor (beslispunt 2c)
e. Geen geurregels opnemen voor het hobbymatig houden van minder dan 10 schapen, 5 paarden en/of pony's, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen of 10 overige landbouwhuisdieren. Indien iemand meer
landbouwhuisdieren hobbymatig houdt of iemand doet dat met deze kleine aantallen bedrijfsmatig, dan gelden de geurregels voor
landbouwhuisdieren met (beslispunt 1c) en zonder geuremissiefactoren (beslispunt 2c).
3. Beslispunt 1 en 2 op te nemen in de omgevingsvisie en te vertalen naar regels in het nieuwe omgevingsplan.
Aldus besloten tijdens de openbare raadsvergadering van de gemeente Molenlanden, gehouden op 20 juni 2023.
de griffier,
de voorzitter,
Marjolein Teunissen
Theo Segers
7
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000