Raadsinformatiebrief toegezegde nadere toelichting raadsvoorstel Participatiebeleid.docx
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Nadere toelichting op het raadsvoorstel Participatiebeleid
Zaaknummer
:
1096811
Datum
Portefeuillehouder
Behandelend ambtenaar
: : :
14 april 2021
Wethouder Lizanne Lanser Sjoerd Raemaekers
Beste leden van de raad, Op 6 april 2021 heeft u tijdens de commissievergadering Wonen, Werken & Verkeer met elkaar gesproken over het raadsvoorstel Participatiebeleid gemeente Molenlanden.
Tijdens deze vergadering heeft wethouder Lanser een tweetal toezeggingen gedaan en is een mogelijke motie door de SGP, ChristenUnie en VVD aangekondigd:
Toegezegd wordt evaluatie van het beleid na vier jaar.
Toegezegd wordt dat schriftelijk wordt teruggekomen op de vraag in hoeverre de lijst met
voorbeelden inzake de omgevingswet aangevuld kan worden met andere beleidsterreinen.
Mogelijke motie SGP/CU/VVD over: evaluatie van beleid, wanneer wordt de raad vooraf betrokken, wanneer wordt de raad vooraf gevraagd of de mening van inwoners doorslaggevend is en wie mag er meedoen?
Via deze raadsinformatiebrief gaan we in op de bovengenoemde punten. Evaluatie van beleid
Naar aanleiding van het debat in de raad heeft wethouder Lanser toegezegd om na vier jaar het participatiebeleid te evalueren. In de raad is vervolgens de discussie ontstaan of nu al moet
worden vastgesteld op welke zaken geëvalueerd gaat worden. Daartoe zal een mogelijke motie van de SGP/CU/VVD zich ook op richten.
Allereerst vinden we het belangrijk om aan te geven dat het huidige document tot stand is
gekomen na een (digitale) “evaluatie” over de huidige manier van participeren waarin we input en
ervaringen hebben opgehaald bij verschillende doelgroepen. Bij de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie, onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen hebben we het onder andere gehad over wat goed gaat, wat nog beter kan en hoe we participatie willen vormgeven. Op basis hiervan hebben we beloften benoemd en hebben we vier speerpunten
geformuleerd. Het zijn de accenten waar we in de aankomende jaren extra aandacht aan willen
geven, omdat we zien dat we vooral op deze onderdelen nog extra stappen kunnen zetten (zoals we ook bij elk speerpunt hebben toegelicht in het participatiebeleid (bijlage 1). De visies voor dienstverlening en kerngericht werken liggen daarbij ten grondslag aan dit document.
Ten tweede hebben we in het handelingsperspectief aangegeven dat we na afloop van elk
participatietraject zullen evalueren. Samen met de betrokkenen, zoals onze inwoners en de
2 ambtelijke organisatie. Dit is stap 11 van het stappenplan. Participatie is en blijft immers een
constant leerproces. De evaluatie helpt om participatie steeds verder te ontwikkelen en te leren van ervaringen. Het is een continue check of het stappenplan voldoet aan de behoefte en
compleet is (of dat we dat moeten aanvullen c.q. wijzigen), maar ook of we als gemeente ons houden aan de beloften en de 4 speerpunten ook in de praktijk uitvoering geven. We zorgen
ervoor dat dit continue evalueren ook ambtelijk geborgd, door hierbij bij de adviseur Kerngericht Werken te betrekken.
Met betrekking tot de evaluatie over vier jaar stellen wij voor om de evaluatie te focussen op de
opgestelde beloften en de vier speerpunten. Dit vormt immers de kern van ons participatiebeleid.
1. Evaluatie van beloften
De participatiebeloften zijn de belangrijkste uitgangspunten voor onze manier van werken. We zijn ervan overtuigd dat als we deze beloften nakomen, we een succesvolle wisselwerking met elkaar hebben. Het is het kader van waaruit we (gaan) denken en handelen. We hebben nu
opgeschreven hoe we graag willen zijn. Dat biedt onze inwoners ook herkenbaarheid en maakt duidelijk wat van de gemeente mag worden verwacht. Maar we moeten dit dus ook gaan nakomen. Eerder is geschetst dat we hier bij elk participatietraject bij stil willen staan.
Tegelijkertijd denken we dat de evaluatie over vier jaar daarbij de toetssteen zou kunnen zijn om te bekijken of wat we willen zijn, ook zo in de praktijk ervaren wordt. Of te wel, of de
geformuleerde beloften ook zo beleefd worden door onze inwoners, de ambtelijke organisatie, de gemeenteraad en het college. En wanneer dat niet zo ervaren wordt, waarom dat dan het geval is?
2. Evaluatie van speerpunten
Naast de participatiebeloften kiezen we in het participatiebeleid voor een aantal accenten waar
we in de aankomende jaren extra aandacht aan geven. Ze vormen de rode draad in onze aanpak
en zijn verweven in het stappenplan in het handelingsperspectief. Zoals eerder beschreven wordt bij elke evaluatie van een participatietraject dit geëvalueerd. Bij de evaluatie over vier jaar willen we echter ook op hoofdlijnen toetsen of de accenten behaald hebben. Dat wil zeggen: - dachten we bij elk participatietraject vanuit een helder geformuleerd doel?
- waren verwachtingen vooraf, tijdens en na bij participatietrajecten goed gemanaged? - hebben we doelgroepen bereikt die eerder minder betrokken waren?
- hebben we inwoners op de hoogte gebracht, in elke fase van een participatietraject?
Ook hiervoor geldt dat we dit willen evalueren met onze inwoners, de ambtelijke organisatie, de gemeenteraad en het college.
Met deze voorgestelde beschrijving van de evaluatie denken wij te voldoen aan de verschillende wensen die in uw raad leven.
Toezegging lijst met voorbeelden Omgevingswet
In het voorliggende raadsvoorstel alsmede in de antwoorden op de technische vragen is
beschreven dat uw raad binnenkort een nadere uitwerking krijgt voorgelegd in welke gevallen
participatie verplicht is en in welke gevallen niet. Dit heeft betrekking op de Omgevingswet, die hier ruimte aan de gemeente geeft wanneer geparticipeerd moet worden. Tijdens de
commissievergadering is gevraagd of ook vanuit andere beleidsterreinen aangegeven kan worden wanneer participatie verplicht is en wanneer niet. Hoewel we deze wens begrijpen omdat dit
mogelijk houvast biedt, is het ondoenlijk om vanuit andere domeinen hiertoe te komen. Daarbij
3 komt dat we het als college belangrijk vinden om de behoefte, energie, kennis en kracht in onze samenleving te ontmoeten en te ondersteunen. We willen daarop inspelen en daar ons op
aanpassen. Steeds bekijken we of we participatie geschikt vinden en op welke manier we hier
invulling aangeven, door vooral het uitgetekende stappenplan te doorlopen. In alle gevallen blijft participatie namelijk maatwerk.
Wat we wel vast kunnen leggen in het ruimtelijke domein in het kader van de Omgevingswet is het volgende: dit betreft een lijst met categorieën vergunningsaanvragen waarbij de aanvrager
verplicht wordt om voorafgaand aan het indienen van de aanvraag geparticipeerd te hebben. Het
kan daarbij alleen gaan om vergunningsaanvragen die niet passen in het omgevingsplan. De raad stelt die lijst vast. De Omgevingswet geeft de mogelijkheid om allerlei categorieën
vergunningsaanvragen die niet passen in het omgevingsplan aan te wijzen. Het moet echter wel gaan om vergunningsaanvragen.
Door deze beantwoording hopen wij te voldoen aan onze toezegging. Gestelde vragen vanuit de VVD
Vanuit de VVD zijn tijdens de commissievergadering drie vragen gesteld. Er werd aangegeven
deze punten eventueel in de aangekondigde motie te betrekken. Ook hierop geven we graag een toelichting.
Vraag 1: Hoe wordt in het beleid geborgd dat we de juiste groepen op de juiste manier betrekken? Antwoord: Op pagina 8 van het participatiebeleid hebben we beschreven: “We leggen vooraf niet vast voor welke vorm gekozen moet worden. Steeds bekijken we samen welke vorm het beste aansluit op het doel van het project en de inwoners die we willen bereiken. We verwelkomen hierbij nieuwe vormen (creatief) en staan open voor goed functionerende vormen in andere gemeenten”. Even verderop schrijven we: “We beseffen dat elke vorm van participatie mensen uitsluit. (…) We stellen ons daarbij actief op in het aantrekken van verschillende groepen. Deelnemers heb je niet vanzelf. Niet iedereen wil, kan op dezelfde manier, in dezelfde mate, meewerken. En niet iedereen bereik je op dezelfde wijze. We kiezen dus zoveel als mogelijk voor een brede mix van vormen en voegen offline en online samen. We combineren de voordelen van online participatie met de voorbeelden van offline participatie”. Ons uitgangspunt is altijd om – conform onze visie – bij elk voorstel inwoners te betrekken, waarbij we extra oog hebben voor inwoners die nu nog minder betrokken zijn en de stille
meerderheid. We formuleren in dit beleid echter niet vooraf wie er mee mogen doen en wie niet. We bekijken dit dus steeds per casus, omdat we ervan overtuigd zijn dat dit echt afhankelijk is
van elke unieke situatie. In het handelingsperspectief borgen we dit uitgangspunt. Stap 3 van het stappenplan beschrijft het in beeld brengen van de omgeving. Middels een krachtenveldanalyse van Factor C verkennen we voor wie het participatietraject wordt doorlopen, wie we daarbij
moeten betrekken en hoe we dat moeten doen. Binnen het ambtelijk apparaat is deze kennis
vooral aanwezig bij de medewerkers van communicatie. Verder is het voor overige medewerkers mogelijk om hierin een cursus te volgen.
Vraag 2: Wanneer wordt de raad vooraf betrokken?
Antwoord: Zoals ook toegelicht in de commissievergadering hebben we in dit participatiebeleid
4 heel duidelijk de rollen van de raad en het college pogen te beschrijven. Met dit raadsvoorstel bepaalt de raad allereerst de kaders hoe we in Molenlanden met elkaar participeren en
samenwerken. Het is verder aan het college en de ambtelijke organisatie om uitvoering te geven aan het participatiebeleid en na te denken over welke doelgroepen benaderd moeten worden en hoe deze doelgroepen benaderd gaan worden.
Om de raad beter in staat te stellen om haar controlerende taak uit te voeren, willen we bij elk raadsvoorstel een argument opnemen over participatie. Concreet betekent dit dat bij een voorliggend raadsvoorstel wordt beschreven hoe het participatietraject eruit ziet, wie er
betrokken worden en wat het moet opleveren. De raad wordt op die manier aan de voorkant geïnformeerd en kan suggesties doen om een participatietraject nog beter te maken.
Raadsvoorstellen komen naar uw raad toe indien het onder uw bevoegdheid valt of wanneer het college het gezien bepaalde belangen wenselijk acht om de gemeenteraad vooraf te betrekken,
bijvoorbeeld in gevallen wanneer het maatschappelijk, financieel of landschappelijk grote impact heeft. Daarvoor komen we nu al terug bij uw raad en dit willen wij graag zo voortzetten.
Bij participatietrajecten die onder de dagelijkse uitvoering van beleid vallen, wordt de raad niet vooraf betrokken. Daar is het college en de ambtelijke organisatie aan zet.
Vraag 3: Wanneer wordt de raad vooraf gevraagd of de mening van inwoners doorslaggevend is? Antwoord: Participeren kan op tal van manieren. De door u aangehaalde manier van
‘meebeslissen’ is de vierde trede van de participatieladder. Hierbij wordt de besluitvorming
overgedragen aan de inwoners. Zoals beschreven op pagina 9 kiezen we er in Molenlanden voor om enkel op kleinschalig niveau te experimenteren met deze vorm. Dat doen we ook nu al in de huidige praktijk onder de bevoegdheid van het college, bijvoorbeeld wanneer aan inwoners
gevraagd wordt welk type bankje of boom ze in de buurt willen. Daar willen we mee verder gaan. In het handelingsperspectief hebben we verschillende vormen van meebeslissen benoemd, zoals bijvoorbeeld de scenariomethode of een complete reconstructie van de wijk. Dit is echter
verstrekkender dan enkel bewoners laten kiezen wat voor type bankje geplaatst moet worden in een bepaalde straat. Als de wens toch bestaat om inwoners meer beslissingsbevoegdheden te
geven, dan moet dit aan uw raad worden voorgelegd en is het uw bevoegdheid om hierover te bepalen. Tot zover strekt dit participatiebeleid echter niet.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers