Principebesluit college - naast Westeinde 35a, Wijngaarden augustus 2017
Tekst van het document
Ambtelijke toelichting / voorstel aan het college Zaaknummer : 736917 Steller : Robbert Kip Portefeuillehouder : wethouder drs. C.F. (Frank) Meerkerk Onderwerp
: Principeverzoek oprichten agrarisch bedrijf naast Westeinde 35a, Wijngaarden
Gevraagd besluit: Het college van Molenwaard besluit in principe medewerking te verlenen aan het oprichten van een agrarisch bedrijf naast Westeinde 35a te Wijngaarden, onder voorwaarde dat het agrarisch bedrijf landschappelijk wordt ingepast, er een klompenpad wordt aangelegd en geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van nieuwe natuur. Inleiding Aanleiding Eind 2015 is een initiatief ingediend om een agrarisch bedrijf (paardenhouderij, géén manege), inclusief bedrijfswoning, op te richten op het perceel naast Westeinde 35a te Wijngaarden (locatie voormalig gasstation). Uw college heeft destijds besloten geen medewerking te verlenen aan dit initiatief. Reden hiervoor was dat er met het initiatief te weinig rekening werd gehouden met de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Daarnaast wordt het Westeinde ook recreatief gebruikt, waardoor het in relatie tot de belevingswaarde geen geschikte locatie lijkt om (bedrijfs)bebouwing toe te staan. Initiatiefnemer heeft getracht het bouwplan beter op de landschappelijke kwaliteiten te laten aansluiten en heeft verzocht het initiatief nogmaals door uw college te laten behandelen. Belang De afweging tussen de belangen van initiatiefnemer, landschappelijke (belevings)waarden en de belangen van omwonenden.
Centrale vraag Wil het college een agrarisch bouwvlak ten behoeve van een paardenhouderij toekennen naast het Westeinde 35a in Wijngaarden? Kader - Eerder collegebesluit om geen medewerking te verlenen aan het initiatief. - Het plangebied ligt in de nabijheid van het Alblasserbos. Het Alblasserbos wordt in de provinciale structuurvisie aangeduid als Ecologische HoofdStructuur (EHS, tegenwoordig NNN). Dit betekent dat het initiatief een ruimtelijke kwaliteitsopgave heeft. - De structuurvisie van Graafstroom geeft aan dat het buitengebied niet volgebouwd dient te worden, dat doorzichten op het open polderlandschap behouden moeten blijven en dat de recreatieve netwerken versterkt moeten worden. - Het plangebied valt binnen twee bestemmingsplannen. Binnen één van deze bestemmingsplannen is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een agrarisch bouwvlak toe te kennen. In het andere bestemmingsplan is deze mogelijkheid niet aanwezig, waardoor het initiatief maar ten dele kan worden gerealiseerd. - Molenwaard beschikt over een ruimtelijk kwaliteitskader: het Molenwaards kookboek. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten er toe bijdragen dat de ruimtelijke kwaliteit minimaal gelijk blijft. - Overeenkomst provincie Zuid-Holland, Gasunie b.v. en voormalige gemeente Graafstroom m.b.t.
de landschappelijke inpassing van het gascompressorstation in Wijngaarden Beoogd maatschappelijk resultaat De vestiging van een paardenhouderij (fokken van paarden) in het lint van Wijngaarden, daarbij rekening houdend met het in stand houden of wel het versterken van de landschappelijke
2 kwaliteiten. Met dit initiatief wordt ingezet op een versterking van de natuurwaarden en een recreatief klompenpad, aansluitend op de natuur rondom het gascompressorstation in Wijngaarden en het Alblasserbos. Argumentatie Ruimtelijk beleid In het buitengebied van Molenwaard bevinden zich diverse agrarische bedrijven. Een van de beleidsuitgangspunten in het buitengebied is dat nieuwvestiging van agrarische bedrijven of omschakeling onder voorwaarden mogelijk moet zijn. Er worden onder meer voorwaarden gesteld om de belangen van natuur en landschap zoveel mogelijk te waarborgen. Op de verbeelding van het bestemmingsplan voor het buitengebied van de voormalige gemeente Graafstroom zijn gebieden aangewezen waar nieuwvestiging van agrarische bedrijven onder voorwaarden is toegestaan. Ook het Westeinde in Wijngaarden is aangewezen voor de vestiging van nieuwe agrarische bedrijven. Een van de eerste voorwaarden die wordt gesteld is dat het nieuwe agrarische bedrijf een grondgebonden veehouderij moet zijn. Een op productie gerichte paardenhouderij voldoet hieraan. Tevens zal initiatiefnemer onder meer een agrarisch deskundigenrapport moeten overleggen, om te bepalen of het plan financieel haalbaar is of niet. Blijkt dit niet het geval te zijn, dan hoeft het landschappelijk waardevolle buitengebied niet ‘onnodig’ te worden bebouwd.
Afbeelding 1: Rode cirkel geeft het plangebied aan het Westeinde weer. Aan de linkerzijde zijn het Streeknatuurcentrum en het Alblasserbos te zien. Rechts naast de cirkel is de burgerwoning aan het Westeinde 35a te zien.
Overeenkomst in relatie tot het gascompressorstation Aan de provinciale weg N214 is het gascompressorstation gerealiseerd. Omdat deze ontwikkeling in flinke impact heeft op de omgeving is een overeenkomst afgesloten tussen de provincie ZuidHolland, Gasunie Transportservices b.v. en de voormalige gemeente Graafstroom. Landschappelijke inpassing en compensatie stonden daarbij centraal. Zo staat in de overeenkomst vermeld dat het meet –en regelstation aan het Westeinde moest worden verplaatst. De vrijgekomen grond zou dan agrarisch of natuur moeten worden. Dit alles is geregeld in een specifiek voor het gascompressorstation opgesteld bestemmingsplan. Initiatiefnemer is voornemens een agrarisch bedrijf aan het lint toe te voegen. Niet duidelijk is of dit in strijd is met de overeenkomst. Vermoedelijk werd gedoeld op een agrarische of natuurbestemming (lees: grasland), dit is echter niet specifiek beschreven. Het zou ook zo gelezen kunnen worden dat de vrijgekomen grond op termijn in gebruik mocht worden genomen door een agrarisch bedrijf, hetzij voor het weiden van koeien, hetzij voor de realisatie van een agrarisch bedrijf.
3 Door Rho is destijds een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierin staat beschreven dat de Alblasserpoort een recreatief knooppunt is en dit onder meer een gebied beslaat van het Westeinde in wijngaarden tot De Krom bij Oud-Alblas. In het gebied wordt de ruimte geboden aan wandelroutes, ruiterroutes et cetera. Voor wat betreft het Westeinde vormt het streek- en natuurcentrum de spil. Deze locatie heeft zowel een recreatieve als een educatieve functie. Nu initiatiefnemer voornemens is dit gedeelte van het Westeinde te bebouwen, moeten niet alleen hoge eisen worden gesteld aan de landschappelijke inpassing, maar ook aan de relatie met recreatie in de Alblasserpoort. Met de realisatie van een klompenpad wordt hierbij aansluiting gezocht. Dit klompenpad wordt aangesloten op de recreatieve wandelroute rondom het gascompressorstation. Op die manier ontstaat er, onder meer voor de bewoners van Wijngaarden, een wandelrondje (de behoefte hieraan staat beschreven in de dorpsagenda van Wijngaarden). Ruimtelijke kwaliteit Alblasserbos en Westeinde Het Alblasserbos maakt onderdeel uit van de EHS. Om die reden kan niet zonder meer medewerking verleend worden aan bouwplannen in de buurt. Een belangrijke voorwaarde om mee te werken aan een ontwikkeling is dat deze ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast.
Denk daarbij aan het behoud van het slagenpatroon en de doorzichten naar het open polderlandschap, maar ook aan streekeigen bebouwing, de aard en schaal van deze bebouwing en het inpassen ervan met streekeigen beplanting. Een extra motivatie voor landschappelijke inpassing is het gegeven dat het Alblasserbos een recreatief knooppunt is en het Westeinde in Wijngaarden deel uitmaakt van een recreatief/educatief netwerk. Landschapsbeleving is voor de meeste toeristen die dit gebied bezoeken erg belangrijk, dus is het zaak om ruim te investeren in ruimtelijke kwaliteit. Initiatiefnemer heeft een plan aangeleverd, waarin de stappen van ons ruimtelijk kwaliteitskader, het Molenwaards Kookboek, zijn doorlopen. Bij de totstandkoming van dit plan zijn het Gebiedsplatform en het streek- en natuurcentrum benaderd voor advies. Kijkend naar het Molenwaards kookboek en het advies van het Gebiedsplatform en het streek –en natuurcentrum kan worden gesteld dat er rekening gehouden is met de kwaliteiten van het landschap die in het kookboek zijn verwoord. Men zorgt voor een landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing en er wordt, zoals reeds beschreven, een klompenpad gerealiseerd. Op advies van het streek –en natuurcentrum zal de bosschage aan de westzijde van het projectgebied steviger worden ingezet.
Daarnaast wordt door initiatiefnemer in samenspraak met het streek –en natuurcentrum geïnvesteerd in natuur langs de oever van de Sliedrechtse Binnenvliet. Tevens is initiatiefnemer bereid te investeren in natuur langs de recreatieve route om het gascompressorstation (aan de zuidkant), dit alles met respect voor het landschap. Daarmee wordt bedoeld dat niet zomaar bomen worden gepland als dat niet past in het landschap. Door hierin te investeren zullen bewoners van het Westeinde wellicht minder hinder ondervinden van de aanwezigheid van het gascompressorstation. De huidige landschappelijke inpassing leidt tot nu toe nog niet tot tevredenheid namelijk. Toch zijn er wat opmerkingen te plaatsen bij het initiatief. Zo wordt het agrarisch bedrijf ‘uitgesmeerd’ over meer dan twee slagen en is er door de bedrijfsbebouwing nauwelijks een doorzicht naar het open polderlandschap mogelijk. Landschappelijk gezien wordt de bedrijfswoning op een onlogische plek gerealiseerd, zodat deze los van het bedrijf lijkt te staan. Enige nuance is daarentegen op zijn plaats: zo moest men bij het maken van het schetsplan rekening houden met de aanwezige gasleidingen. Aan weerszijden van deze leidingen moet een afstand tot bebouwing aangehouden worden van 5 meter. Dit maakt dat het bouwblok breder is geworden dan wellicht de bedoeling is geweest.
Daar komt bij dat wanneer je slechts op twee slagen bouwt, je verder het landschap in gaat in de richting van het Alblasserbos. Dit is ook niet wenselijk in verband met doorzichten vanaf het Alblasserbos op het open polderlandschap. De bedrijfswoning zou ook voor de bedrijfsbebouwing opgericht, zodat het lint ‘meer smoel’ gegeven wordt. Overwogen is om dit niet te doen in verband met de bedrijfsvoering, denk daarbij aan vrachtverkeer dat deze locatie straks zal bezoeken. Recreatie Initiatiefnemer heeft voorgesteld een klompenpad te realiseren. Dit klompenpad loopt langs het agrarische bedrijf naar het wandelpad rondom het gascompressorstation. Dit wandelpad staat in verbinding met het Alblasserbos, zodat een ommetje gecreëerd wordt. Het dorp Wijngaarden heeft
4 in de dorpsagenda opgenomen dat men graag een ommetje zou willen realiseren. Vanuit recreatief opzicht is dit punt positief te noemen. Advies: Uw college wordt geadviseerd in principe medewerking te verlenen aan het initiatief, onder voorwaarde dat het agrarisch bedrijf landschappelijk wordt ingepast, er een klompenpad wordt aangelegd en geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van nieuwe natuur. Alternatief I: Tegenwoordig hebben we in de Alblasserwaard steeds vaker te maken met vrijkomende agrarische bebouwing. Initiatiefnemer zou daarnaar verwezen kunnen worden, zodat er geen extra verstening in het buitengebied hoeft op te optreden. Maatschappelijk draagvlak Om de haalbaarheid van het initiatief (en daarmee ook een eventuele ruimtelijke procedure) te kunnen inschatten is ambtelijk gesproken met een aantal stakeholders uit het gebied, te weten: - gemeente Papendrecht; - gemeente Sliedrecht; - Streek –en natuurcentum; - Gasunie Transportservices b.v; - Provincie Zuid-Holland. Gasunie Transportservices b.v. heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het initiatief, wanneer de belangen van het bedrijf niet worden geschaad. Het streek –en natuurcentrum heeft per brief laten weten veel waarde te hechten aan de groenstrook aan de Sliedrechtse Binnenvliet.
Initiatiefnemer heeft in zoverre rekening gehouden met dit standpunt door de bedrijfswoning verder van de groenstrook af te realiseren en de bosschage steviger in te zetten. Daarnaast wordt deze partij door initiatiefnemer betrokken bij het versterken van de natuurwaarden. De gemeenten Papendrecht en Sliedrecht en de Provincie Zuid-Holland hebben het belang van een goede landschappelijke inpassing onderstreept. Zeker ook omdat de locatie gelegen is bij het recreatief knooppunt ‘het Alblasserbos’. Het daadwerkelijke maatschappelijk draagvlak wordt pas bekend wanneer, in geval van medewerking aan het initiatief, het benodigde bestemmingsplan in procedure wordt gebracht. Financiële consequenties Er zijn voor de gemeente geen financiële consequenties verbonden aan dit voorstel. Communicatie van het besluit Initiatiefnemer wordt per brief op de hoogte gebracht van uw principebesluit. Realisatie van het besluit Wanneer uw college besluit medewerking te verlenen aan het initiatief, al door initiatiefnemer een ruimtelijke onderbouwing opgesteld moeten worden. Hierna kan de benodigde bestemmingsplanprocedure worden opgestart. Initiatiefnemer zal tegen die tijd ook omwonenden moeten informeren over zijn initiatief. In dit geval is dit slechts één huishouden. Bijlage - uitwerking stappenplan Westeinde, Wijngaarden