Memo werkwijze opstellen zienswijze raad.def.docx
Tekst van het document
Memo Onderwerp
:
Werkwijze opstellen zienswijze raad
Datum
:
24 november 2021
Behandelend ambtenaar
:
Marjolein Teunissen namens de driehoek
Geachte leden van de Verbonden Partijen commissie, Bij de behandeling van de zienswijze SOJ afgelopen oktober ontstond in de raad de vraag wat
nu de werkwijze is bij het opstellen van een zienswijze. Met deze memo bieden wij u inzicht in de gebruikelijke werkwijze en de mogelijke alternatieven. Op basis hiervan kunt u met elkaar een gesprek voeren en een voorkeur uitspreken.
Wij bieden deze memo vanuit de driehoek aan omdat de werkwijze impact heeft op zowel het besluitvormingsproces in de raad als in het college. Er zijn twee mogelijkheden
Voor het opstellen van een zienswijze is er een aantal mogelijkheden die wij hieronder beschrijven. De eerste werkwijze is nu de gebruikelijke werkwijze. 1. Het college biedt de zienswijze aan.
De ambtenaar stelt de zienswijze op. Dit doet hij/zij in opdracht van het college, op
basis van eigen kennis en met behulp van input van de portefeuillehouder. Het college bespreekt de zienswijze en besluit vervolgens (eventueel na aanpassingen) over het
aanbieden van de zienswijze aan de raad. Daarna ligt het raadsvoorstel in de raad ter
bespreking en vaststelling voor. Vragen worden door de portefeuillehouder beantwoord. De raad kan amendementen indienen om de zienswijze te veranderen en/of er verdere politieke kleuring aan te geven. Indien een amendement aangenomen wordt, past de
ambtenaar de zienswijze conform aan en zorgt, na ondertekening door de voorzitter en de griffier, voor verzending. De raad krijgt geen (op dit moment) afschrift van de brief. De voorbereiding van de zienswijze door het college gebeurt op grond van artikel 160 Gemeentewet.
Wij zien twee varianten binnen deze huidige werkwijze:
1a. De zienswijze brief wordt ter vaststelling aangeboden aan de raad.
1b. De raad stelt de strekking van de zienswijze vast. De concept zienswijze zit als bijlage bij de stukken.
2. De raad vraagt ambtelijke bijstand aan
In deze werkwijze wordt er een ambtenaar uitgeleend aan de raad. Deze stelt de
zienswijzebrief op. Hij/zij kan (al naar gelang de werkafspraak daarover) van te voren input ophalen bij de woordvoerders. De zienswijze wordt rechtstreeks in de raad 1
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000
geagendeerd. Het college heeft hier dus geen rol in. Het is wel mogelijk om de
wethouder aan het eind van de eerste termijn te laten reageren op de zienswijze en evt. vragen te beantwoorden. De raad kan met een amendement de zienswijze aanpassen. Nadat de ambtenaar de aangenomen amendementen heeft verwerkt zorgt hij/zij voor verzending van de ondertekende zienswijze. De voorbereiding van de zienswijze gebeurt in deze werkwijze op grond van artikel 33 van de Gemeentewet. Ook binnen deze werkwijze zijn er twee varianten mogelijk:
2a. De woordvoerders leveren input aan de ambtenaar voordat deze de zienswijze op gaat stellen.
2b. De ambtenaar stelt een zienswijze op, puur op basis van eigen expertise (dus
zonder input vooraf). De raad geeft daar in het openbare debat politieke kleuring aan, bijvoorbeeld d.m.v. een amendement.
3. Een derde variant kan zijn dat de portefeuillehouder en ambtenaar input ophaalt bij de woordvoerders en de zienswijze vervolgens verder conform de eerste variant uitwerkt aan via het college aan de raad aanbiedt. Elke werkwijze heeft voor- en nadelen
Waarschijnlijk zijn we niet compleet in onderstaande opsomming. De vraag is ook of dat nodig is. De huidige werkwijze is namelijk gebruikelijk in Nederland en werkt ook in Molenlanden
goed. Het gaat erom dat u een bewuste voorkeur uitspreekt (tussen 1a, 1b, 2a of 2b) zodat het voor iedereen in raad, college en organisatie helder is welke werkwijze we volgen. De huidige werkwijze heeft als voordeel dat ieders rol helder is en dat het college
aanspreekbaar is voor vragen. Het nadeel is dat de raad zich mogelijk niet herkent in de zienswijze en dus met amendementen kleuring aan moet brengen in de zienswijze.
Het voordeel van de tweede werkwijze is dat de raad zich rechtstreeks ‘bediend’ voelt door de ambtelijke bijstand. Echter, bij variant 2a is de rol van de woordvoerders diffuus als zij van te
voren al input aan gaan leveren (vanuit welk mandaat doen ze dat dan? Worden ze daarmee ook ‘portefeuillehouders’ van de brief? Creëren we dan niet een heel proces vooraf en buiten de
openbaarheid?). Een ander nadeel van optie 2a is dat de ambtenaar onderwerp van gesprek kan worden (“Waarom heeft de ambtenaar wel de suggestie van die ene fractie overgenomen, maar niet die van onze fractie?”). Een (groot) nadeel van de tweede werkwijze (of het nu 2a of 2 b is) is dat het college buitenspel wordt gezet en dat doet geen recht aan hun voorbereidende rol van stukken richting raad.
Een nadeel van optie 3 is het tijdsaspect. Vaak is er zeer weinig tijd om een zienswijze op tijd
op te stellen, te besluiten en in te dienen. Om dan eerst input op te halen vraagt leestijd van de raadsleden/woordvoerders en tijd om iets in te plannen. Een ander nadeel kan zijn dat dan een groep raadsleden/woordvoerders een andere positie krijgt dan de rest van de raad. Dit kan
ondervangen worden door bv de verbonden partijen commissie op algemene input te bevragen, maar ook dan speelt het tijdsaspect een nadelige rol. Conclusie
Vanuit de expertise van de driehoek adviseren wij optie 1a. Deze is het meest rolvast en geeft
de meeste duidelijkheid aan de raad. Het feit dat er dan met amendementen politieke kleuring
2
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000
aan de zienswijze gegeven (moet) worden wordt mogelijk als ‘extra werk’ beschouwd, maar is ons inziens een democratisch uitvloeisel van het openbare debat.
3
Gemeente Molenlanden • Postbus 5 • 2970 AA Bleskensgraaf www.molenlanden.nl • info@molenlanden.nl • 088 75 15 000